1.2 PSbijlage 3 verwerking van moties op het Fundament
Tekst van het document
Verwerking moties op het Fundament in de concept nieuwe Omgevingsvisie Op 21 juni 2022 hebben Gedeputeerde Staten het Fundament ‘Overijssel voor elkaar!’ voor de nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld als voorgenomen beleid. Op 16 november 2022 hebben Provinciale Staten wensen en bedenkingen in de vorm van moties aangenomen bij de bespreking van het Fundament. Deze moties zijn vervolgens beantwoord en deze beantwoording is op 15 december 2022 aan Provinciale Staten toegezonden. De ingediende moties zijn meegenomen bij het opstellen van het concept van de nieuwe Omgevingsvisie. In onderstaande tabel is, naast de eerdere beantwoording, opgenomen hoe de motie in het concept is verwerkt. Moties Provinciale Staten n.a.v. Fundament, 16 november 2022
Reactie op aangenomen moties, 15 december 2022
Verwerking in concept nieuwe Omgevingsvisie, mei 2024
Motie Samenwerken voor een mooier Overijssel (M23) - PvdA, Groenlinks Constaterende dat: • Onze medeoverheden, gemeenten en waterschappen, het proces van totstandkoming van het fundament voor de Omgevingsvisie heel verschillend hebben beleefd; • Dat alle medeoverheden het beste voor de inwoners van Overijssel willen bereiken via goede samenwerking in het vervolgtraject naar de nieuwe Omgevingsvisie.
De inhoud van de motie sluit naadloos aan op de nieuwe Omgevingsvisie en de vervolgfase voor de gebiedsgerichte uitwerking van het Fundament samen met onze partners. Zie PSbrief over de vervolgfase van het programma Nieuwe Omgevingsvisie (Brief van GS over
Bij het opstellen van het concept van de nieuwe Omgevingsvisie heeft participatie en communicatie plaatsgevonden. Zo zijn/is er: • in de eerste helft van 2023 20 gebiedsdagen met partners georganiseerd om input op te halen en onderwerpen te bespreken. • eind 2022 / begin 2023 een reflectiekamer georganiseerd waar vertegenwoordigers van GS, PS, de ambtelijke organisatie, gemeenten en waterschappen in gesprek gingen over de nieuwe Omgevingsvisie met de focus op de rol van de provincie in het ruimtelijk beleid en de bijbehorende samenwerking met en tussen overheden. Ook heeft er een lerende evaluatie plaatsgevonden met partners. • een bestuurlijke (kennismakingsronde) georganiseerd waarbij Gedeputeerde Grijsen bij alle gemeenten en waterschappen op bezoek is geweest eind 2023 en begin 2024. • ambtelijke sessies georganiseerd om de beleidsvoorstellen met betrekking tot de grote uitdagingen te bespreken alvorens deze met GS werden besproken.
Overwegende dat: • Er grote opgaven zijn in onze leefomgeving, waaronder ‘klimaatverandering en energietransitie’, ‘landbouw en natuur’ & ‘verstedelijking en mobiliteit’; • Het belangrijk is deze opgaven adequaat op te pakken in goede samenwerking met onze partners, en in het bijzonder onze medeoverheden; • Dit een positie en daarmee samenhangende (niet-vrijblijvende) inbreng vraagt van deze partners in een zorgvuldig gemeenschappelijk proces. Spreken de wens uit dat: 1. Een Omgevingsvisie wordt ontwikkeld:
Vervolgproces nieuwe Omgevingsvisie Provincie Overijssel (notubiz.nl)). Goede samenwerking is essentieel om de grote opgaven waar we voor staan aan te kunnen pakken. In Overijssel hebben we daarvoor een goede basis. We zijn en blijven met elkaar in gesprek – juist ook wanneer het wringt – en werken samen met respect voor ieders verantwoordelijkheden en posities. Voor de uitwerking van de participatie en communicatie in de volgende fase van de nieuwe Omgevingsvisie verwijzen we naar het participatie- en communicatieplan dat begin 2023 gereed is. Dit is erop gericht het proces zo goed mogelijk te laten verlopen. Daarbij communiceren wij aan de voorkant over ieders rol, de inhoudelijke harde kaders, waar de ruimte zit voor bespreking en discussie en tussentijdse en bestuurlijke besluitmomenten. De Omgevingsvisie is van ons allemaal en als
• Die robuuste en duurzame antwoorden op en perspectieven voor alle grote ruimtelijke opgaven bevat; • Via een vervolgproces van constructieve samenwerking met onze de partners, op basis van heldere bestuurlijke afspraken;. 2. PS met regelmaat op de hoogte wordt gehouden van inhoudelijke ontwikkelingen, het proces en de kwaliteit van de samenwerking;
provincie kunnen we deze uitwerking niet alleen. De uitwerking van het Fundament is maatwerk per gebied en hiervoor is de specifieke gebiedskennis en expertise van onze samenwerkingspartners nodig.
Motie Brede participatie (M8) - Groenlinks overwegende dat Voor de totstandkoming van het Fundament voor de Omgevingsvisie gebruik is gemaakt van Brede Participatie. Brede Participatie een vorm van Participatie is waarin niet alleen belangenverenigingen, maar ook inwoners die niet verenigd zijn om hun mening wordt gevraagd.
Zoals in de motie genoemd is het Fundament tot stand gekomen op basis van een brede participatie in lijn met de vastgestelde participatiestrategie. Dat heeft bijvoorbeeld plaatsgevonden in de vorm van zo’n 350 gesprekken met inwoners over Identiteit door de hele provincie. We willen naast het betrekken van onze gebiedspartners een zo goed mogelijke dwarsdoorsnede van de samenleving betrekken bij de nieuwe Omgevingsvisie. Dat doen we gericht. Daarnaast vertellen we het verhaal van het Fundament ‘Overijssel voor elkaar!’ onder andere door middel van het Panorama van Zelfbewust Overijssel. Hiermee trekken we in het voorjaar van 2023 de provincie in om ook mensen te betrekken bij de Nieuwe Omgevingsvisie die doorgaans niet participeren.
van oordeel dat: Brede Participatie ook in het vervolgproces voor de Omgevingsvisie en in de Omgevingsvisie zelf van toegevoegde waarde kan zijn. van mening dat: Brede Participatie vele vormen kent en het proces rondom het Fundament voor de Omgevingsvisie slechts een voorbeeld is. verzoeken GS: Brede Participatie een plek te geven in de Omgevingsvisie.
Uw Staten houden we uiteraard met regelmaat op de hoogte van de inhoudelijke ontwikkelingen, het proces en de kwaliteit van de samenwerking. Bijvoorbeeld in de vorm van infosessies, bijeenkomsten en Statenbrieven. Ook de lerende evaluatie is voor ons een belangrijk instrument om gedurende het traject met elkaar te leren en daarop voort te bouwen.
Voor de uitwerking van de participatie en communicatie in de volgende fase van de nieuwe Omgevingsvisie verwijzen we naar de door PS vastgestelde participatiestrategie.
•
Ook Provinciale Staten zijn op verschillende momenten geïnformeerd, waaronder op 15 december 2023 tijdens meerdere informatiesessies. Een uitgebreid verslag van de participatie en communicatie die heeft plaatsgevonden bij de totstandkoming van de concept nieuwe Omgevingsvisie is opgenomen in bijlage 2 van de concept nieuwe Omgevingsvisie.
Zoals bij bovenstaande moties is beschreven, heeft er bij het opstellen van de concept nieuwe Omgevingsvisie participatie en communicatie plaatsgevonden. Niet alleen met medeoverheden of andere partners, maar ook met onze inwoners. Dit heeft onder andere plaatsgevonden door: • Het organiseren van een ‘rondreizend Panorama’ in de maanden januari t/m maart 2023. Op dit panorama was het toekomstperspectief te zien van hoe Overijssel er in 2050 uit zou kunnen zien. Dit panorama heeft op vier locaties in Overijssel voor de duur van 2 a 3 weken gestaan, vrij om te bezoeken voor inwoners en organisaties. • Het interviewen van meerdere inwoners (duo-interviews), wat geleid heeft tot 25 portretten. • Het deelnemen aan het jongeren-event Tienskip. We zijn hier in gesprek gegaan met HAVO-leerlingen van de Meander in Zwolle over het Overijssel van de toekomst. Samen met groepjes leerlingen hebben we hun Overijssel van de toekomst samengevat in een door AI
roepen GS op: Brede Participatie ook in het vervolgproces voor de Omgevingsvisie toe te passen.
Motie Kaarten (M6) - CDA Constaterende dat: • In het fundament een aantal kaartjes zijn opgenomen ter verduidelijking. • Deze kaartjes vaak mogelijke ontwikkelingen weergeven. • Kaartjes door inwoners vaak voor feiten worden aangenomen. • De afgelopen tijd veel gedoe is over kaartjes. • Naast kaartjes in het Fundament ook kaarten bestaan voor andere ruimtelijke plannen zoals de invulling van de Regionale Energie Strategieën. Deze komen niet altijd overeen met elkaar. Overwegende dat: • Kaarten weliswaar situaties kunnen verduidelijken, maar kunnen ook voor onrust zorgen. Is van oordeel dat: • Terughoudend moet worden omgegaan met kaarten in het Fundament. Waar enige twijfel is over de invulling van een gebied, is het verstandig geen kaartje op te nemen. • In communicatie geen gebruikt gemaakt wordt van kaarten uit het fundament. Verzoeken GS: • Wanneer kaartjes werkelijk nodig zijn ter verduidelijking, dan bij de kaartjes een duidelijke toelichting plaatsen.
(Artificial Intelligence) samengestelde afbeelding. Een uitgebreid verslag van de participatie en communicatie die heeft plaatsgevonden bij de totstandkoming van de concept nieuwe Omgevingsvisie is opgenomen in bijlage 2 van de concept nieuwe Omgevingsvisie. We hebben begrip voor de mogelijke onrust en verwarring die kan ontstaan naar aanleiding van kaarten. Daarom zijn we selectief in het gebruik van kaarten. De kaarten die wij gebruiken hebben toegevoegde waarde omdat ze op hoofdlijnen inzicht geven in de ruimtelijke uitwerkingen (het WAAR) van het Fundament en vormen daarmee een belangrijk onderdeel van de onderbouwing. De kaarten worden in vervolgproces met partners gebiedsgericht verder geconcretiseerd. Daarbij zijn kaarten een middel om de opgaven in een gebied “boven tafel te krijgen”, met elkaar te verbinden, koppelkansen te zien en ruimtelijke gevolgen visueel te maken. Deze kaarten worden bovendien vergezeld van een heldere toelichting waardoor duidelijk is wat de bedoeling van een kaart is en hoe deze moet worden gezien. De kaarten in het Fundament zijn bekeken. Conclusie is dat ze van een duidelijke toelichting zijn voorzien. Zoals bij de kaarten staat aangegeven, en ook in de leeswijzer van het Fundament, zijn ze indicatief en op hoofdlijnen.
Ze worden gebruikt voor het verdere vervolgproces: de gebiedsgerichte uitwerking van het Fundament en de gesprekken daarover.
In de concept nieuwe Omgevingsvisie hebben we beperkt gebruik gemaakt van kaarten. We zijn van mening dat de kaarten die nu zijn opgenomen in de concept nieuwe Omgevingsvisie nodig zijn, om ons provinciale beleid duidelijker te maken. De kaarten zijn geactualiseerd en concreter gemaakt waar mogelijk. Daarbij is aangesloten op kaarten die bij andere provinciale beleidsopgaven zijn of worden opgesteld, bijvoorbeeld het Regionale Waterprogramma en het nieuwe beleid voor windenergie (beoogde vaststelling door PS d.d. juli 2024).
Motie Oog voor bestaand (M7) - CDA Constaterende dat: • In het fundament keuzes worden gemaakt waar iets wel en niet kan. • Water en Bodem leidend zijn, Functie volgt Peil. • Deze keuzes een opmaat zijn voor ‘Overijssel 2050’. • Dat in de toekomst niet overal alles meer kan. • Het Fundament een wensenlijst is voor de Nieuwe Omgevingsvisie • Het Fundament als voorgenomen beleid al wordt toegepast. Overwegende dat: • Nieuw beleid als basis voor nieuwe ontwikkelingen moet gelden. Water en bodem moeten de basis zijn voor nieuwe ontwikkelingen, maar Overijssel moet niet op slot gezet worden door een te starre toepassing bij aanpassing of uitbreiding van bestaande ontwikkelingen. Is van oordeel dat: • Water en Bodem de basis moeten zijn voor nieuwe ontwikkelingen • Bestaande ontwikkelingen en uitbreidingen mogelijk moeten blijven • Er geen discussie moet zijn over wat nieuw en wat bestaand is. Verzoeken GS: • In het Fundament als bouwsteen voor de Nieuwe Omgevingsvisie ook bestaand beleid en de huidige inrichting van Overijssel mee te nemen en ontwikkelingen van bestaande situaties mogelijk te houden.
Bestaand beleid en de huidige inrichting wordt zeker meegenomen in het vervolg. Het wateren bodemsysteem staat nu al onder druk dus verbetering is nodig, ook bij bestaand gebruik. In de actualisatie van de Omgevingsvisie is een artikel toegevoegd over Water en Bodem Sturend. Dit artikel is van toepassing wanneer een wijziging plaatsvindt in een bestemming: dat biedt voldoende houvast voor een heldere definitie voor nieuw en bestaand. Dus ontwikkelingen die nu al bestemd zijn en die noodzakelijk herstel van bodem en watersysteem niet in de weg staan, moeten blijven kunnen – mits onderbouwd en toekomstbestendig.
De concept nieuwe Omgevingsvisie is een samenvoeging van bestaand en nieuw beleid. Ook is in de nieuwe Omgevingsvisie ingegaan op de bestaande kwaliteiten en kenmerken van gebieden en aangegeven dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de bestaande kwaliteiten. In de Omgevingsvisie beschrijven we waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen, of waar ze rekening mee moeten houden. Daarnaast sturen we in de Omgevingsvisie op doelen. We beschrijven welke doelen en opgaven we moeten of willen halen. Deze komen vaak voort uit wettelijke verplichtingen of uit bestuurlijke afspraken, maar komen ook uit ons eigen beleid waarin staat beschreven wat wij als provincie belangrijk vinden. We schrijven zo min mogelijk voor hoe of met welke maatregelen we deze doelen en opgaven gaan halen. Die uitwerking vindt plaats in programma’s en/of gebiedsprocessen. Hieruit kan naar voren komen dat er aanpassingen nodig zijn in de bestaande situatie.
Motie natuurlijk inclusief (M9) - Groenlinks, PvdA van oordeel dat: het van groot belang is om iedereen mee te kunnen laten doen, het aspect toegankelijkheid in relatie tot inwoners met een beperking, bij de planvorming te betrekken.
In de Omgevingsvisie nemen we het aspect toegankelijkheid van mensen met een beperking mee in de nadere uitwerking.
In de concept nieuwe Omgevingsvisie is het onderwerp brede welvaart opgenomen en meegenomen. Een onderdeel van brede welvaart is sociale kwaliteit, waar toegankelijkheid een onderdeel van is. In de nieuwe Omgevingsvisie wordt de sociale kwaliteit door het hele beleid ‘als een rode draad’ verwerkt. Die uitwerking vindt plaats in programma’s en/of gebiedsprocessen.
Het Fundament heeft als uitgangspunt om toe te werken naar een klimaatrobuust natuurlijk systeem waarbij water en bodem sturend is. Het op termijn verder vernatten sluit het meest aan bij dit uitgangspunt, waarbij zeker nog onderzoek nodig is naar specifieke effecten.
In de Omgevingsvisie is in het beleid m.b.t. klimaatmitigatie het volgende opgenomen: ‘We willen broeikasgasemissies uit veenweiden verminderen in ons veenweidegebied Noordwest Overijssel. Dit doen we met het opstellen en uitvoeren van een gebiedsprogramma. We richten ons op het behalen van de klimaatopgave voor veenweiden voor 2030. Om deze emissies te reduceren en bodemdaling tegen te gaan, leggen we focus op het aanpassen van de waterhuishouding, op basis van op maatwerk gebaseerde vernatting van delen van het gebied. Vernatting is een bewezen methode om broeikasgasemissies te verminderen. Randvoorwaarde daarbij is het vasthouden van gebiedseigen water. Overige maatregelen om veen te behouden zijn in de onderzoeksfase en kunnen ingezet worden wanneer ze bewezen effectief zijn. In pilots wordt hiermee geëxperimenteerd.’
verzoeken GS: In de Omgevingsvisie op te nemen dat bij de uitwerking van de Omgevingsvisie het aspect toegankelijkheid van mensen met een beperking nadrukkelijk wordt betrokken. Motie Veenweide (M21) - groep Brommer, FMO, SGP, D66, OCL, PVV, CDA 1. constaterende dat GS de gelegenheid biedt om zienswijzen in te dienen op het “fundament” middels een motie; 2. in het fundament vernatten van veenweide als enige methodiek is opgenomen om CO2 uitstoot te verminderen en bodemdaling tegen te gaan; 3. deze methode in onderzoek is, waarbij niet onomstotelijk is vastgesteld dat door vernatting van veenweide de CO2 emissie daalt en de bodemdaling remt; 4. er mogelijk andere (sterkere) broeikasgassen ontstaan zoals Methaan en lachgas; 5. de toekomstige natte teelten ook nog in de onderzoeksfase zijn; 6. beschouwende dat de veenweide gebieden voornamelijk gebruikt worden door de melkveehouderij; 7. er een andere methode ‘klei in veen’ in onderzoek is waarbij een vermindering van CO2 emissie optreedt en bodemdaling tegengaat; 8. voordeel bij de ‘klei in veen’ methode is dat de veenweidegebieden beschikbaar blijven voor de melkveehouderij;
In Noordwest Overijssel onderzoeken wij gebiedsgericht, en mét de landbouwpartijen, welke maatregelen, wáár effectief zijn. Onderzoek naar andere bodemmaatregelen (aanvullend op vernatten) is zeker de moeite waard, alleen al omdat vernatten niet overal in ons veenweidegebied goed mogelijk is door de wegzijging van grondwater. Concreet zijn wij daarom mede-initiatiefnemer en partner in twee onderzoeksprogramma’s van het Veenweide InnovatieProgramma Nederland (VIPNL) naar de bodemmaatregelen ‘overlagen’ en ‘profielkeren’.
Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de motie.
9. de koe in ons traditionele weidelandschap behouden blijft. verzoeken GS: in het vervolg op het “fundament” naast het vernatten van veenweide de methode ‘klei in veen’ op te nemen als optie voor veenweide gebieden in Overijssel waardoor de veenweide gebieden geschikt blijven voor de melkveehouderijsector en de koe in ons traditionele weidelandschap behouden blijft. Motie Innovaties geven ruimte voor vergunning (M18) - D66 en PvdA 1. constaterende dat GS de gelegenheid biedt om zienswijzen in te dienen op het “fundament” middels een motie; 2. in het fundament opgenomen is dat het mogelijk moet zijn meer vergunningsruimte te geven aan emissies op grond van innovatie (pagina 96 punt 3) verzoeken GS Deze benadering in het “fundament” te handhaven maar daaraan toe te voegen dat innovaties wetenschappelijk in de praktijk moeten zijn bewezen en juridisch houdbaar zijn alvorens deze extra vergunningsruimte te bieden.
Ons ‘bestaand beleid’ is erop gericht om innovaties ruimte te geven. In lijn met de recente gerechtelijke uitspraken zitten wij ook op de lijn dat innovaties onafhankelijk, onomstotelijk, wetenschappelijk in de praktijk moeten zijn bewezen alvorens deze extra vergunningsruimte te bieden. Zo heeft Overijssel recent een Commissie van Deskundigen ingesteld, samen met provincie Brabant, om voer- en managementmaatregelen te laten beoordelen op juridische houdbaarheid.
Met ons beleid in de nieuwe Omgevingsvisie sturen we op het behalen van doelen. We beschrijven welke doelen en opgaven we moeten of willen halen. Deze komen vaak voort uit wettelijke verplichtingen of uit bestuurlijke afspraken, maar komen ook uit ons eigen beleid waarin staat beschreven wat wij als provincie belangrijk vinden. We schrijven zo min mogelijk voor hoe of met welke maatregelen we deze doelen en opgaven gaan halen. Die uitwerking vindt plaats in programma’s en/of gebiedsprocessen. Verder zetten we in de concept nieuwe Omgevingsvisie in op technische en sociale innovatie vanuit een stimulerende en faciliterende rol via programma’s Agro&Food en Circulaire economie.
Motie Risico's overdracht infectieziekten (M1) - PvdD, PvdA, Groenlinks constaterende dat • sinds de uitbraak met de nieuwe variant vogelgriep H5N1 in oktober 2021 op 98 besmette bedrijven in totaal 4,8 miljoen dieren om het leven zijn gebracht en daarnaast nog 1,2 miljoen dieren preventief zijn gedood, overwegende dat • de Raad voor Dieraangelegenheden (RDA) in haar zienswijze ‘Doden van dieren aan het licht’ wijst op het belang om “in de ruimtelijke ordening bij de inrichting van natuurgebieden en veehouderijbedrijven rekening [te] houden met de mogelijke insleep van infectieziekten vanuit wilde vogelpopulaties, bijvoorbeeld door geen nieuwe pluimveebedrijven te positioneren rondom waterrijke gebieden of geen nieuwe waterrijke natuur te creëren in gebieden met veel pluimveebedrijven” (pag. 42 van RDA.2022.046),
Dit aspect geven wij een plek in de gebiedsgerichte uitwerking van het Fundament naar de nieuwe Omgevingsvisie en is ook vanuit het Provinciaal Programma Landelijk Gebied als aandachtspunt benoemd. We sluiten hierbij eveneens aan bij wat het ministerie van LNV op dit punt gaat doen.
In de nieuwe Omgevingsvisie worden kaders gegeven voor uitwerking van Milieu en (milieukundige) gezondheid. Daarin wordt ook ingegaan op ‘agrarisch ondernemen en (gezondheid) omwonenden’. Hierin nemen wij op dat we vanwege toegenomen zorg voor de gezondheid in het landelijk gebied inzetten op het (beter) in beeld krijgen van de milieu- en gezondheidseffecten van alle bronnen in Overijssel, gericht op lucht, bodem en water. Dit betreft ook de vraag of we maatregelen moeten gaan uitwerken om de risico’s op uitbraken in infectieziekten en zoönosen te kunnen beperken. Uit de milieuverkenning die de GGD’en voor ons uitvoerden bleek dat het risico weliswaar is toegenomen maar het aantal uitbraken niet. Daarbij is er sprake van een uitgebreide surveillance op dit onderwerp. We gaan na of de kwaliteitsimpuls agro & food aangepast moet worden waarbij voor vee-dichte locaties en/of locatie nabij kwetsbare objecten nadere gezondheidsbepaling altijd plaats gaat vinden.
In de uitwerking van het Fundament verdiepen we de ambities op het thema gezondheid.
In de Omgevingsvisie is Gezondheid als een nieuwe Rode Draad opgenomen. Hierdoor wordt aspect altijd meegewogen, zowel bij nieuwe ontwikkelingen als in ons (thematische) beleid. Daarnaast zijn in de kaderstellende onderdelen van de concept Omgevingsvisie twee onderdelen opgenomen met
van mening dat • het wenselijk is de mogelijkheden om door middel van ruimtelijke ordening het risico op de insleep van vogelgriep te beperken nader te onderzoeken en waar zinvol een plek te geven in de nieuwe Omgevingsvisie, verzoeken GS • bij de uitwerking van het WAAR voor landbouw en natuur (paragraaf 6.2 van het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie) rekening te houden met de risico’s op overdracht van infectieziekten Motie Gezondheid vergt verdieping (M14) D66 1. Constaterende dat GS de gelegenheid biedt om zienswijzen in te dienen op het “fundament” met een motie;
Ten aanzien van de handleiding:
2. In het fundament “gezondheid” als rode draad is toegevoegd; 3. De uitwerking van “gezondheid” concreter nodig is om o.a. inwoners zicht te bieden op de doelen die daarmee zijn gemoeid; 4. Vooral de uitwerking inzicht dient te geven waar inwoners, bedrijven en organisaties rekening mee moeten/kunnen houden; 5. Bodem, lucht, mens en dier en water belang hebben bij verdere uitwerking van het thema gezondheid (denk o.a. aan overdraagbare ziekten) 6. Er door de samenwerkende GGD ’en “kernwaarden gezonde leefomgeving “zijn opgesteld, ten behoeve van Omgevingsvisies en andere beleidsprocessen in het domein van de volksgezondheid en fysieke leefomgeving.
De GGD verzamelt gegevens op het gebied van gezondheid, maakt hier indicatoren van en publiceert dit op de website. De provincie kan hiervan gebruik maken. Provincie en GGD verkennen momenteel hoe deze gegevens in te zetten zijn, omdat de GGD gegevens verzamelt op het gebied van bodem, lucht, water, mens en dier waar wij gebruik van kunnen maken.
betrekking tot gezondheid: Milieu en (milieukundige) gezondheid en Sociale Kwaliteit en (positieve) gezondheid.
Voor de uitvoering van deze motie wordt een traject gestart met de betrokken gemeenten. Intentie is dat op vergelijkbare wijze als in Noord-Oost Twente te werk wordt gegaan (Statenvoorstel nr. 2020/1104733) en zo met de betrokken gemeenten tot het aanwijzen van zoekgebieden windenergie te komen. De uitkomsten daarvan verwerken wij in de Omgevingsvisie en betrekken wij bij het opstellen van de Regionale Energiestrategie 2.0.
Het onderzoek naar de zoekgebieden windenergie in het Nationaal Park IJsseldelta loopt nog. Om die reden zijn er in de concept nieuwe Omgevingsvisie geen zoekgebieden voor windenergie in dat Nationaal Park opgenomen. Zodra dit onderzoek gereed is, zullen de resultaten worden opgenomen in de Omgevingsvisie.
Verzoeken GS • In het “fundament” de ambities op het thema “gezondheid” te voorzien van een verdiepende uitwerking en dat in bijvoorbeeld een handleiding beschikbaar te stellen; Motie Zoekgebieden windenergie IJsseldelta (M3) - SGP, PvdD, CDA, PvdA, CU, VVD overwegende dat: • in het coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan Overijssel’ is afgesproken dat de uitsluitingsgebieden voor windenergie herijkt zullen worden; • polder Mastenbroek naast de landschappelijke waarde ook belangrijk is als broedgebied voor weidevogels, van mening dat: • de gewenste route voor deze herijking niet ligt in het opheffen van het uitsluitingsgebied windturbines in het Nationaal Landschap IJsseldelta, maar in het aanwijzen van zoekgebieden windenergie, conform de
uitgevoerde herijking in Noordoost-Twente (Statenvoorstel nr. 2020/1104733); • het wenselijk is dat het aanwijzen van zoekgebieden windenergie plaatsvindt in goed overleg met de omgeving, constaterende dat: • het amendement ‘In stand houden uitsluitingsgebied windturbines IJsseldelta’ voorziet in de betreffende wijzigingen in het ontwerpbesluit van statenvoorstel nr. PS/2022/1108459, verzoeken GS: • voor de herijking van het uitsluitingsgebied windturbines IJsseldelta op korte termijn een traject te starten waaruit - in overleg met de gemeenten Kampen, Zwolle en Zwartewaterland moet blijken of en waar binnen dit gebied windturbines zouden kunnen worden toegestaan; • zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor de eerstvolgende actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening, de uitkomsten van dit gebiedsproces in de vorm van aan te wijzen zoekgebieden windenergie ter besluitvorming aan PS voor te leggen Motie Generatietoets inzetten (M11) - D66 1. Constaterende dat GS de gelegenheid biedt om zienswijzen in te dienen op het “fundament” met een motie; 2. Het fundament voorgenomen beleid is en dus een beleidskader (mét een startdocument) 3. Dit voorgenomen beleid en de uiteindelijke Omgevingsvisie een groot effect heeft op huidige én toekomstige generaties. 4. Landelijk de 'generatietoets' door een grote meerderheid van de partijen is gesteund.
In de participatiestrategie staat expliciet benoemd dat we speciale aandacht geven aan de jongere als participant voor de nieuwe Omgevingsvisie. Dit hebben we tot nu toe gedaan in gesprekken met groepen jongeren over de Identiteit van Overijssel. De Generatietoets kan hier in het vervolgproces verder aan bijdragen. Echter, zoals in de Statenvergadering van 16 november ook benoemd werd, gaat de Generatietoets juist over alle generaties, niet alleen over jongeren. We onderzoeken de mogelijkheden voor het
In bijlage 2 van de Omgevingsvisie is een participatieverslag opgenomen waarin wordt aangegeven hoe participatie en communicatie heeft plaatsgevonden bij de totstandkoming van deze Omgevingsvisie. We hebben bij de participatie geprobeerd om zo veel mogelijk ‘soorten’ inwoners te betrekken. Zo hebben we in gesprekken en interviews gezorgd voor een diverse dwarsdoorsnede van de Overijsselse samenleving, met niet alleen vertegenwoordiging van verschillende generaties, maar ook achtergronden en beroepen. Aanvullend zijn we met jongeren in
Verzoeken GS: • Bij de uitwerking van fundament naar omgevingsvisie actief de generatietoets in te zetten. • De jongerenraad van de Provincie Overijssel uit te nodigen om bij de uitwerking te betrekken.
inzetten van de Generatietoets in de verdere uitwerking van de nieuwe Omgevingsvisie. Hier betrekken we de jongerenraad bij, maar kijken we ook naar andere logische partijen om ook de andere generaties te bereiken. In het op te leveren participatieplan (begin 2023) wordt de verdere toepassing van de Generatietoets bij de uitwerking van het Fundament naar Omgevingsvisie meegenomen.
gesprek gegaan over hun Overijssel van de toekomst tijdens het jongeren-event Tienskip.
Motie Geen verschillen in benadering VAB's (M16) - D66, CDA 1. constaterende dat GS de gelegenheid biedt om zienswijzen in te dienen op het “fundament” middels een motie; 2. in het fundament de keuze gemaakt wordt om ontwikkeling op vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) in bepaalde gebieden te beperken.
Deze motie zullen wij betrekken bij de verdere uitwerking van het Fundament. In het Fundament staat dat wij de grondgebonden landbouw in kansrijke gebieden voorrang geven boven andere functies. Vrijkomende agrarische bebouwing omvormen naar woningen, zorgt er in die kansrijke gebieden voor dat er nieuwe belemmeringen ontstaan voor de ontwikkeling van nabijgelegen agrarische bedrijven. We onderzoeken in de gebiedsgerichte uitwerking samen met onze partners of het wenselijk of mogelijk is om met gelijke uitgangspunten om te gaan met VAB’s waarbij het tegelijkertijd de ontwikkeling van de agrarische sector niet beperkt. Op dit moment wordt het huidige beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing geëvalueerd. De uitkomsten daarvan betrekken wij ook.
In de Omgevingsvisie is opgenomen dat we samen met gemeenten een gebiedsgerichte, samenhangende aanpak ontwikkelen voor de herontwikkeling van voormalige bedrijfslocaties. Dit gekoppeld aan het beleid en het perspectief voor de landbouw in de betreffende gemeente of gebied. Hierdoor kan er maatwerk per gebied worden geleverd en aangesloten worden bij de kenmerken en behoeften per gebied.
verzoeken GS: deze beperking uit het “fundament” te halen en daarmee overal in Overijssel gelijke uitgangspunten te hanteren.
We hebben deze motie ook breder opgepakt door in de Omgevingsvisie een relatie te leggen met brede welvaart. Brede welvaart kijkt hierbij niet alleen naar het nu, maar ook naar de toekomst (voor de volgende generaties).
Dit betekent dat we inzetten op een proces dat overal gelijk is, maar waarbij de uitkomsten wel verschillend kunnen zijn. Dit kan bijvoorbeeld komen door het onderscheid dat we in het beleid maken voor verschillende typen landbouwgebieden. In een landbouwgebied met generieke kansen en opgaven, willen we de landbouwgrond zoveel mogelijk behouden voor de landbouw. We bieden daar ruimte voor nevenactiviteiten, als die aansluiten bij de agrarische hoofdfunctie en als die ten goede komen aan de leefbaarheid. Herontwikkeling van VAB’s is mogelijk naar gebruik dat past bij de agrarische bedrijven. In de landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven voor water, klimaat en natuur bieden we meer ruimte voor andere functies in VAB’s.