CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

(02-09-24 toegevoegd) Nibud onderzoek MER Zwolle definitief

Raad Besluitvormingsronde 14 oktober 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Uitgangspuntennotitie Vereenvoudiging van de lokale inkomensregelingen17.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Corinne van Gaalen, Nouschka Veerman, Sanne Lamers

10 april 2024

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Auteurs Corinne van Gaalen Nouschka Veerman Sanne Lamers

Nibud, Zwolle 10 april 2024 In opdracht van de gemeente Zwolle

Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld, zoals bijvoorbeeld gedragsaspecten. Op basis van dit onderzoek kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: • direct voor consumenten (via onze websites, (social) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen en hulpmiddelen en de helpdesk); • via onderwijs/educatie door derden; • door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd bronnen van onder meer het CBS, Milieu Centraal en het voedingscentrum. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop.

Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Zwolle. Met dit onderzoek wil de gemeente Zwolle inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid. Utrecht, april 2024

Inhoud 1 Inleiding 1.1 Centrale vraag 1.2 Kern minima-effectrapportage 1.2.1 Huishoudtypen 1.2.2 Inkomensniveaus 1.2.3 Armoedeval 1.2.4 Voorbeeldhuur 1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag 1.3 Leeswijzer 2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding 2.2 Inkomsten 2.3 Uitgaven: basispakket & sociale participatie 2.4 Uitgavensoorten 2.5 Voorwaarden aan de begrotingen 2.6 De begrotingen 3 Minimabeleid 3.1 Landelijk beleid 3.2 Lokaal minimabeleid 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid 3.2.2 De (aanvullende) zorgverzekering 3.2.3 Zorgkostenvergoeding: vergoeding hoge zorgkosten 3.2.4 Zorgkostenvergoeding: tegemoetkoming verbruikt verplicht eigen risico 3.2.5 Individuele inkomenstoeslag 3.2.6 Gratis bellen 3.2.7 Participatiefonds 3.2.8 Kindregeling 3.2.9 Jeugdfonds sport 3.2.10 Zwemvangnet 3.2.11 Bijzondere bijstand 3.2.12 Kinderopvang en peuterspeelzaal 3.3 Huishoudens met een zorgvraag 3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 3.3.2 Vergoeding hoge zorgkosten 3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag 4 Resultaten 4.1 Bestedingsruimte per huishoudtype 4.2 Armoedeval 4.3 Huishoudens met langdurig een laag inkomen 5 Resultaten zonder gemeentelijke tegemoetkomingen 6 Conclusies en aanbevelingen 6.1 Bestedingsruimte en armoedeval 6.2 Aannames en aanbevelingen Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Bijlage 2 | Begrotingen Bijlage 3 | Begrotingen zonder gemeentelijke regelingen

1 Inleiding 1.1

Centrale vraag

Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De gemeente Zwolle wenst inzicht te krijgen in het samenspel van landelijk en lokaal minimabeleid. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Zwolle, uitgaande van het beleid voor 2024? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente het best ondersteund worden door middel van het gemeentelijke minimabeleid en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage eventuele armoedevallen inzichtelijk. In de begrotingen worden alle minimaal onvermijdbare uitgaven afgezet tegen verschillende inkomensniveaus.

1.2

Kern minima-effectrapportage

Om tot een antwoord te komen op de centrale vraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen zal in een begroting worden afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen.

1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Zwolle is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: 1. Een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd; 2. Een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd; 3. Een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 4. Een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 5. Een paar tot de AOW-gerechtigde leeftijd zonder kinderen; 6. Een paar tot de AOW-gerechtigde leeftijd met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 7. Een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag; 8. Een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. In overleg met de gemeente Zwolle is in dit rapport gekozen om begrotingen op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstand- of AOW- niveau, 110 procent, 120 procent 130 procent en 140 procent van de geldende bijstandsnorm.

1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen onder de streep minder overhoudt dan met een lager inkomen. Een dergelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen: een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere vrije bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen.

1.2.4 Voorbeeldhuur Uit het Woononderzoek Nederland (WoON) van het CBS blijkt dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in deze rapportage van uit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijzen in dit onderzoek zijn vastgesteld in overleg met de gemeente. Hierbij sluiten we aan bij de wetgeving rondom passend toewijzen. Sinds 1 januari 2016 moeten woningcorporaties bij het toewijzen van sociale huurwoningen voldoen aan de passendheidsnorm. Dat betekent dat de woningcorporaties hun sociale huurwoningen moeten verhuren aan woningzoekenden met een inkomen dat volgens de wet 'past' bij de huurprijs. Zo wordt voorkomen dat mensen met de laagste inkomens in te dure huurwoningen gaan wonen, en andersom. De huren volgens het passend toewijzen zijn in 2024 € 650 voor één- of tweepersoonshuishoudens en € 697 voor huishoudens met drie of meer personen. Boven deze huur is geen huurtoeslag meer mogelijk. Uitzondering zijn alleenstaanden of ouderen/ hulpbehoevenden; zij krijgen boven deze grens tot de hoogste huurgrens nog 40 procent vergoed. Bij dit onderzoek gaan wij uit van deze grenzen die gelden bij het recht op huurtoeslag.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag Bij de alleenstaanden met een zorgvraag worden in de begroting extra kosten meegenomen. Het gaat om kosten die veel voorkomen wanneer een persoon binnen het huishouden een chronische ziekte of beperking heeft. Tegelijkertijd houden we ook rekening met de regelingen die de gemeente Zwolle voor deze huishoudens kent. De begrotingen voor deze huishoudens zijn opgesteld aan de hand van zogenoemde zorgprofielen. Op basis van deze zorgprofielen hebben we bepaald wat voor deze huishoudens de extra kosten zijn en welke vergoedingen daar tegenover staan. Het zorgprofiel is een illustratie van hoe de situatie van mensen met een zorgvraag eruit kan zien. In werkelijkheid hebben mensen te maken met zeer uiteenlopende zorgbehoeftes. Ook varieert de hoogte van de zorgkosten sterk in individuele gevallen. Dat betekent dat conclusies die getrokken worden op basis van de zorgvraag zoals die in dit rapport is geformuleerd, niet zonder meer gelden voor iedereen met zorgkosten. Het geeft wel aan dat een deel van de vaak voorkomende zorgkosten wordt vergoed. En dat mensen in veel gevallen daarnaast nog eigen betalingen in verband met zorg hebben. In paragraaf 3.3 worden de zorgprofielen van de huishoudens met een zorgvraag verder uitgewerkt.

1.3

Leeswijzer

Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen. In hoofdstuk 4 worden de resultaten weergegeven: Wat is de bestedingsruimte van de onderzochte huishoudtypen? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van deze huishoudens? Hoofdstuk 5 geeft de resultaten weer zonder gemeentelijke voorzieningen. Ten slotte worden in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen beschreven. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en staan de begrotingen per huishoudtype naar inkomen.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1

Inleiding

Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor verschillende huishoudtypen op verschillende inkomensniveaus. Hierbij gaan we ervan uit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De begrotingen zijn voor groepen huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder huishoudens met lage inkomens. Ook is er geen rekening gehouden met inkomsten of betalingen vanwege alimentatie. Maandbegrotingen Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld vaak jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven.

2.2

Inkomsten

In deze rapportage worden op vijf inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstand/AOW-uitkering), 110 procent, 120 procent, 130 procent en 140 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsnorm wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 sub c. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget), kinderbijslag en vakantietoeslag. Hoe de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn, zowel de landelijke als de gemeentelijke.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

2.3

Uitgaven: basispakket & sociale participatie

De noodzakelijke uitgaven vullen we in via een basispakket waarvan een pakket voor sociale participatie een onderdeel vormt. Het basispakket bestaat uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Het basispakket inclusief het pakket voor sociale participatie is op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. De pakketten bestaan uit relatief goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We houden geen rekening met tweedehands artikelen. De pakketten zijn vastgesteld in samenwerking met andere deskundigen. Zo bestaat het voedingspakket uit gezonde voeding zoals vastgesteld door het Voedingscentrum. Sociale participatie Het pakket voor sociale participatie is opgesteld door het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Sociale participatie wordt als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid.

Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid. Deze uitgaven worden in dit rapport niet meegenomen. In de begrotingen is ook geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als noodzakelijk. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven. Mensen die werken maken extra kosten ten opzichte van niet werkenden. Deze kosten zijn meegenomen in het basispakket als aparte post bij een inkomen vanaf 110 procent van het toepasselijk minimum.

2.4

Uitgavensoorten

In alle begrotingen onderscheidt het Nibud vier soorten uitgaven: • Vaste lasten. Dit zijn periodiek terugkerende uitgaven, waarbij het bedrag veelal elke periode hetzelfde is. Vaak is er een contract afgesloten voor deze uitgaven. • Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet iedere maand terugkomen. De bedragen voor de verschillende reserveringsuitgaven zou een huishouden in principe maandelijks opzij moeten zetten om deze onregelmatige uitgaven direct te kunnen betalen. • Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn regelmatig terugkerende uitgaven, waarvan het bedrag per keer (per aankoopbeurt) verschilt. • Sociale Participatie. Dit zijn uitgaven die een huishouden wat vrijer kan invullen. In deze rapportage vallen daaronder: contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor gemeentelijke heffingen en de kosten van de peuterspeelzaal. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk. Zo zijn alle meer generieke lokale minimaregelingen meegenomen in de berekeningen. Dit geldt niet voor de individuele bijzondere bijstand. Hiervoor geldt dat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.

2.5

Voorwaarden aan de begrotingen

In het onderzoek rekenen we met voorbeeldhuishoudens en met minimale bedragen. Om voor deze huishoudens berekeningen te kunnen maken moet het Nibud uitgaan van drie belangrijke voorwaarden. Het is raadzaam om rekening te houden met het feit dat die voorwaarden in de praktijk niet altijd opgaan en huishoudens daarbij hulp nodig hebben. 1. Goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Het tijdig doorgeven van gegevens is hierbij belangrijk. En daarmee dus ook een actieve houding. 3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge persoonlijk onvermijdbare uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op overige uitgaven.

In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, ontstaat het gevaar dat er ook bezuinigd wordt op noodzakelijke uitgaven. Dit kan ertoe leiden dat er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen. Ook kan het gebeuren dat rekeningen niet meer betaald worden waardoor schulden ontstaan of dat gezondheidsbedreigende omstandigheden ontstaan. Deze voorwaarden zijn voor een deel te vangen in competenties voor goed financieel beheer. Het gaat hierbij niet alleen om vaardigheden, maar ook om gedragsaspecten. Daarom is inkomensondersteuning alleen niet voldoende. Het is ook belangrijk om ondersteuning op het gebied van het aanleren van vaardigheden te bieden. In deze ondersteuning moet ook rekening gehouden worden met min of meer individuele gedragsaspecten.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

2.6

De begrotingen

Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

3 Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod.

3.1

Landelijk beleid

Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke uitkeringen, de landelijke heffingskortingen, de landelijke toeslagen en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. In 2024 zijn er op dit terrein een aantal belangrijke onderdelen aangepast die van invloed zijn op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen. Het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen zijn verhoogd naar aanleiding van de hoge inflatie van de afgelopen jaren. Daarnaast is het extra verhoogd om de armoedebestrijding te ondersteunen. Bijna alle heffingskortingen zijn sterk gestegen. Ook de huurtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget zijn omhooggegaan. Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2024: 1. De huurtoeslag stijgt en het kindgebonden budget stijgen sterk 2. Minimumloon en uitkeringen stijgen 3. De zorgtoeslag daalt (nadat deze in 2023 tijdelijk was verhoogd)

Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Door de heffingskorting betalen zij minder belasting. Er zijn verschillende heffingskortingen: • Algemene heffingskorting: voor iedereen vanaf 18 jaar die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt. • Arbeidskorting: voor iedereen die betaald werk doet, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt. • Inkomensafhankelijke combinatiekorting: voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouders of aan de minstverdienende fiscale partner. • Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden.

Tabel 1: Landelijke heffingskortingen in bedragen per jaar Algemene heffingskorting

Onder AOW-leeftijd Vanaf AOW-leeftijd

Arbeidskorting Inkomensafhankelijke combinatiekorting Ouderenkorting Alleenstaande ouderenkorting

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

2023 € 3.070 € 1.583 € 5.052 € 2.694

2024 € 3.362 € 1.735 € 5.532 € 2.950

€ 1.835 € 478

€ 2.010 € 524

Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren, bijvoorbeeld inkomen of vermogen. Bij het inkomen wordt verwezen naar het toetsingsinkomen, ook wel verzamelinkomen genoemd. Dit bestaat uit: inkomen uit werk en woning (box 1), inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en inkomen uit sparen en beleggen (box 3). De volgende toeslagen (2024) zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens: Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Naast de inkomensgrens is er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. Hoe lager het toetsingsinkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. Tabel 2: Zorgtoeslag bedragen Inkomensgrens alleenstaand Inkomensgrens paar Vermogensgrens alleenstaand Vermogensgrens paar Maximaal maandbedrag alleenstaand Maximaal maandbedrag paar

€ 38.520 € 48.224 € 127.582 € 161.329 € 154 € 265

€ 37.496 € 47.368 € 140.213 € 177.301 € 123 € 236

Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het toetsingsinkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. De vermogensgrens voor de huurtoeslag is per persoon. Huishoudens krijgen boven de minimale basishuur 1 volledige huurtoeslag tot een bepaalde huur. Vanaf deze huur wordt 65 procent vergoed. Alleenstaanden of ouderen/hulpbehoevenden krijgen daarnaast nog hierboven tot de hoogste huurgrens nog 40 procent vergoed. Tabel 3: Huurtoeslag bedragen Vermogensgrens per persoon Huurgrens volledige huurtoeslag Huurgrens 65% huurtoeslag 1p en 2p Huurgrens 65% huurtoeslag 3p of meer Huurgrens 40%

€ 33.748 € 452,20 € 647,19 € 693,60 € 808,06

€ 36.952 € 454,47 € 650,43 € 697,07 € 879,66

____________________ 1

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en voor de peuterspeelzaal. Informele opvang door familie of kennissen valt hier niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. Tabel 4: Kinderopvangtoeslag bedragen per uur Maximale vergoeding dagopvang Maximale vergoeding buitenschoolse opvang

€ 9,12 € 7,85

€ 10,25 € 9,12

Kindgebonden budget Elk huishouden met kinderen jonger dan 18 jaar komt in aanmerking voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. Er geldt een inkomensgrens (waarbij gekeken wordt naar het toetsingsinkomen). Na de inkomensgrens wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. In 2024 is deze inkomensgrens voor alleenstaande ouders verhoogd en voor paren juist verlaagd. Het bedrag is flink verhoogd: Het maximale bedrag gaat voor het eerste kind met € 65 omhoog naar € 203 per maand en vanaf het tweede kind met € 75 omhoog naar eveneens € 203 per maand. Daarnaast gaat het extra bedrag voor kinderen van 12 tot en met 15 jaar met € 35 omhoog naar € 57 per maand en voor kinderen van 16 tot en met 17 jaar met € 37 omhoog naar € 77 per maand. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders gaat € 30 omlaag naar € 290 per maand. Tabel 5: Kindgebonden budget Inkomensgrens alleenstaande Inkomensgrens paar

€ 25.070 € 43.397

€ 26.819 € 35.849

Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind en onafhankelijk van het inkomen. Tabel 6: Kinderbijslag per kwartaal 0 – 6 jaar 6 – 12 jaar 12 – 18 jaar

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

€ 261,70 € 317,77 € 373,85

€ 279,49 € 339,38 € 399,27

3.2

Lokaal minimabeleid

Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Zwolle voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de begrotingen komen in de volgende paragrafen aan bod.

3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Zwolle kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing kent een vast en een variabel deel; op het variabel tarief kan gedeeltelijk kwijtschelding worden verleend. In de begrotingen rekenen we voor een- en tweepersoonshuishoudens met een afvalzak van 30 liter per week, voor drie personen gaan we uit van anderhalve afvalzak en voor vier personen rekenen we met twee afvalzakken per week. Voor de rioolheffing ontvangen inwoners pas een belastingaanslag als er meer dan 500 m3 afvalwater wordt afgevoerd naar de gemeentelijke riolering. We gaan ervan uit dat de voorbeeldhuishoudens allemaal onder die grens blijven. De kwijtscheldingsnorm bedraagt 100 procent van het sociaal minimum. Dat wil zeggen dat, afhankelijk van het vermogen, huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum in principe geen gemeentelijke heffingen hoeven te betalen. Bij een inkomen hierboven wordt betalingscapaciteit verondersteld. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang. Daarnaast kunnen gemeenten ervoor kiezen om voor AOW’ers uit te gaan van de netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen voor AOW-gerechtigden.

De gemeente Zwolle en het waterschap maken beide gebruik van de mogelijkheid om uit te gaan van de verhoogde norm voor AOW’ers. Ook wordt gebruik gemaakt van de extra vermogensvrijstelling van € 2.000 voor een echtpaar, € 1.800 voor een alleenstaande ouder en € 1.500 voor een alleenstaande. De gemeente houdt ook rekening met de kosten voor kinderopvang bij de bepaling van de betalingscapaciteit; het waterschap Vechtstromen doet dit niet. Bij het waterschap is kwijtschelding mogelijk voor de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing ingezetenen. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap, net zoals de gemeente, de norm van 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. De kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen en het waterschap wordt gezamenlijk berekend: het totaal aan te betalen belastingen (gemeente plus waterschap) wordt gebruikt voor het bepalen van het recht op kwijtschelding.

3.2.2 De (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom bieden veel gemeenten inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan. Vanaf 1 januari 2022 wordt in Zwolle geen collectieve zorgverzekering meer aangeboden. Vanaf dat moment zijn de financiële voordelen (tegemoetkoming zorgpremie) van de collectieve zorgverzekering opgenomen in de nieuwe zorgkostenvergoeding (zie paragraaf 3.2.3 en 3.2.4). Daarnaast is vanaf het najaar 2021 de jaarlijkse hulp bij het kiezen van een passende zorgverzekering voor het jaar daarop, geïntensiveerd.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

In de begrotingen rekenen we met de premie van een gemiddelde zorgverzekering. Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering. Daarnaast gaan we uit van een tandartsverzekering. De meeste zorgverzekeraars verzekeren tandartskosten niet mee in de aanvullende verzekering, maar bieden een aparte tandartsverzekering aan. De inhoud en premies van tandartsverzekeringen variëren sterk. We gaan uit van een vergoeding van € 250 op jaarbasis. Voor de huishoudens met een zorgvraag rekenen we met een uitgebreider aanvullend pakket en eenzelfde tandartsverzekering als de huishoudens zonder zorgvraag. De kosten van de premie zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgavepost “zorgverzekering”. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. Daarnaast gaan we ervan uit dat huishoudens maandelijks moeten reserveren voor het eigen risico van 385 euro per jaar, omdat zij dit geld waarschijnlijk niet op de plank hebben liggen, als zij dit (onverwacht) nodig hebben. Dit bedrag is opgenomen onder de post “eigen risico zorgverzekering”.

3.2.3 Zorgkostenvergoeding: vergoeding hoge zorgkosten Wanneer een gezinslid een chronische ziekte of lichamelijke beperking heeft dan zijn er vaak extra kosten. Bijvoorbeeld voor een dieet, kleding, waskosten van kleding, verwarming, vervoer, eigen bijdragen of eigen risico, medische of maatschappelijke dienstverlening. Worden deze kosten niet op een andere manier vergoed dan kan van de gemeente een vergoeding verkregen worden van maximaal € 207 per jaar. De vergoeding geldt voor elk gezinslid met een chronische ziekte of lichamelijke beperking. Er moet aan een van de volgende voorwaarden worden voldaan: • Er is een Wmo-voorziening of Wlz-voorziening (Wet langdurige zorg) nodig. Dit moet blijken uit de indicatiestelling van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) als het gaat om langdurige zorg. Als iemand door ziekte of beperking ondersteuning nodig heeft, moet dit blijken uit het ondersteuningsplan van de inwoner en het Sociaal Wijkteam; • Men ontvangt geen vergoeding voor arbeidsongeschikten van UWV; • Iemand heeft een gehandicaptenparkeertkaart • De afgelopen drie jaar is elk jaar het verplicht eigen risico van € 385 opgemaakt. De regeling is bedoeld voor inwoners met een inkomen tot maximaal 130 procent van de geldende bijstandsnorm en geldt voor volwassenen en onder voorwaarden voor kinderen.

In de begrotingen is de regeling alleen meegenomen bij de huishoudens met een zorgvraag.

3.2.4 Zorgkostenvergoeding: tegemoetkoming verbruikt verplicht eigen risico Voor inwoners met een inkomen dat niet hoger is dan 130 procent van de geldende bijstandsnorm, verleent de gemeente Zwolle een tegemoetkoming in het verbruik van het wettelijk verplicht eigen risico. De tegemoetkoming is maximaal € 276 per kalenderjaar. Dit kan nog worden aangevraagd tot en met het jaar volgend op het jaar waarop het verbruikt risico betrekking heeft. In de begrotingen is de tegemoetkoming verrekend met de post “eigen risico zorgverzekering”.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

3.2.5 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag (IIT) in de gemeente Zwolle is bedoeld voor inwoners die weinig zicht hebben op extra inkomen in de toekomst en die wel inzet hebben getoond om meer inkomen te krijgen. Hierbij mag het inkomen in de afgelopen drie jaar niet hoger zijn geweest dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm en het vermogen niet meer dan het wettelijk vrij te laten vermogen. De regeling is voor inwoners vanaf 21 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd. De hoogte van de IIT bedraagt per jaar: • € 463 voor een alleenstaande • € 66 voor een alleenstaande ouder; • € 659 voor (echt)paren. Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die recht hebben op de individuele inkomenstoeslag apart gepresenteerd, omdat niet elke inwoner van Zwolle met een laag inkomen hiervoor in aanmerking komt.

3.2.6 Gratis bellen Voor inwoners vanaf 18 jaar met een uitkering of inwoners die gebruik moeten maken van schulddienstverlening, is een bel-app beschikbaar waarmee gratis kan worden gebeld naar allerlei instanties. In de begrotingen is dit verrekend met de post “telecom” voor de huishoudens met een inkomen op 100 procent van de bijstandsnorm. We verminderen deze post met een bedrag van € 3 (een derde van de totale telefoonkosten) per volwassen persoon.

3.2.7 Participatiefonds Voor inwoners met een laag inkomen kent de gemeente Zwolle het Participatiefonds. Zo kunnen deze huishoudens toch meedoen aan culturele, maatschappelijke of sportieve activiteiten. Een volwassene kan voor maximaal twee soorten kosten een bijdrage krijgen. Per kostensoort is de bijdrage € 60. Een alleenstaande of een alleenstaande ouder kan dus maximaal € 120 krijgen. Heeft iemand een partner, dan kan men samen maximaal € 240 krijgen. Het Participatiefonds is er voor de volgende kosten: • Lidmaatschap Stadkamer • Vervoer • Entree sportgelegenheid of lidmaatschap sportvereniging • Museumjaarkaart • Overige kosten Het fonds is bedoeld voor huishoudens met een inkomen dat niet hoger is dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm. Heeft iemand een chronische ziekte of beperking, dan mag het inkomen niet hoger zijn dan 130 procent van de norm. In de begrotingen is de bijdrage vanuit het Participatiefonds verrekend met de post “sociale participatie”.

3.2.8 Kindregeling Ieder kind moet kunnen meedoen. Bijvoorbeeld mee op schoolreisje of lid zijn van een club of vereniging zoals de scouting, dansles of toneel. In gezinnen met een laag inkomen is dat vaak lastig. Voor deze gezinnen is er de Kindregeling. De Kindregeling is bedoeld

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar, waarvan de ouders een inkomen hebben dat niet hoger is dan 130 procent van de geldende bijstandsnorm. De bijdrage kan worden gebruikt voor schoolkosten, bijvoorbeeld een schoolreisje, rekenmachine, laptop, rugtas of de schoolbijdrage. De Kindregeling kan ook worden ingezet voor kunst en cultuur, zoals dans- of muziekles, de theaterklas of scouting. De hoogte van de bijdrage is per jaar: • € 628 per kind, voor kinderen in groep 1 t/m 7 • € 628 per kind, voor kinderen in groep 8 die in 2024 nog niet naar het voorgezet onderwijs gaan • € 962 per kind, voor kinderen in groep 8 die in 2024 naar het voorgezet onderwijs gaan • € 962 voor jongeren op het voortgezet onderwijs of het 1e of 2e jaar mbo In de begrotingen zijn de betreffende bijdragen verdeeld over de posten “onderwijs” en “sociale participatie”. Hierbij gaan we ervan uit dat het totale tegoed wordt uitgegeven. Voor kinderen van 4 tot en met 11 jaar is het bedrag van € 628 als volgt verdeeld: € 128 op de post “onderwijs” en het resterende bedrag van € 500 op de post “sociale participatie”. De € 962 voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar wordt als volgt verdeeld: € 462 onder de post ”onderwijs” en € 500 onder “sociale participatie”

3.2.9 Jeugdfonds sport Om jongeren uit gezinnen met een minimum inkomen (maximaal 130 procent van de geldende bijstandsnorm) deel te kunnen laten nemen aan sportactiviteiten is er in de gemeente Zwolle het Jeugdfonds sport. Voor contributie en sportattributen is er een bijdrage van maximaal € 230 per jaar per kind beschikbaar. De regeling is bedoeld voor kinderen en jongeren van 4 tot en met 23 jaar. In de begrotingen is onder de post “sociale participatie” een bedrag opgenomen voor contributies en abonnementen voor sportieve en culturele activiteiten (zie bijlage 1). Het Nibud gaat uit van een contributie van € 11,50 per maand voor kinderen van 4 tot 8 jaar, € 15,50 voor kinderen van 8 tot 16 jaar en € 20,50 voor kinderen vanaf 16 jaar. Deze bedragen zijn op de post “sociale participatie” in mindering gebracht. Voor de 16-jarige is uitgegaan van het maximale bedrag van € 230. De contributie voor kinderen onder de 16 jaar komt lager uit dan de maximale bijdrage van € 230. Voor deze kinderen gaan we ervan uit dat het resterende bedrag uitgegeven kan worden aan (bijvoorbeeld) sportkleding. Dit is verrekend met de post “kleding”.

3.2.10 Zwemvangnet Het is belangrijk om over een zwemdiploma te beschikken. Daarom heeft de gemeente Zwolle het zwemvangnet ingesteld. Het zwemvangnet heeft als doel deelname aan zwemlessen en het behalen van de zwemdiploma's A en B mogelijk te maken voor kinderen van 5 tot en met 17 jaar uit gezinnen met een inkomen tot 130 procent van de bijstandsnorm. Voor de vergoeding is er een stelpost van € 500, de werkelijke vergoeding is afhankelijk van het aantal zwemlessen.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

Omdat in de begrotingen wordt uitgegaan van het lidmaatschap van één (sport)club, die vergoed wordt door het Jeugdfonds sport (zie hierboven), wordt de mogelijke vergoeding voor zwemlessen niet op de begroting in mindering gebracht.

3.2.11 Bijzondere bijstand De gemeente Zwolle verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. Uitgangspunt hierbij is dat er geen draagkracht is bij een inkomen tot 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Het inkomen boven 130 procent, wordt geheel als draagkracht beschouwd. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen bij de huishoudens zonder zorgprofiel, omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. Bij de huishoudtypen met een zorgvraag gaan we uit van een aantal veronderstellingen (zie ook paragraaf 3.3.1). Indien voor een of meer van deze voorzieningen individuele bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, wordt dit meegenomen in de begroting. Overige verstrekkingen vanuit de individuele bijzondere bijstand worden, net als bij de andere huishoudtypen, niet meegenomen.

3.2.12 Kinderopvang en peuterspeelzaal Op grond van de Wet kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot 12 jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang, de kinderopvangtoeslag. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. Alleenstaande ouders met een inkomen boven bijstandsniveau zullen enkele dagen per week werken en gebruik maken van de kinderopvang voor het kind van drie jaar. Bij 110 procent van het minimum inkomen wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 en 130 procent wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang en bij 140 procent rekenen we met 40 uur kinderopvang per week. We gaan uit van 45 weken kinderopvang per jaar. Een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering (die geen arbeidsmarktgericht traject volgt) hoeft geen gebruik van de kinderopvang te maken; daarom zijn in de begrotingen op 100 procent geen kosten voor kinderopvang opgenomen. Wel wordt ervan uitgegaan dat twee dagdelen per week gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang. Ouders zonder werk komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. In de gemeente Zwolle geldt voor deze ouders een inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van het door de Rijksoverheid vastgesteld fiscaal maximumtarief. De gemeente Zwolle subsidieert in dit geval aanvulling tot het fiscaal maximumuurtarief.

In Zwolle zijn ouders met een gezamenlijk toetsingsinkomen tot € 22.346 vrijgesteld van de eigen bijdrage. Omdat een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering een lager toetsingsinkomen heeft dan € 22.346, zijn er geen kosten voor de peuteropvang in de begroting opgenomen. De kosten voor kinderopvang zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “kinderopvang”. De kinderopvangtoeslag is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

3.3

Huishoudens met een zorgvraag

In dit onderzoek worden tevens twee huishoudens met extra zorgkosten onderzocht: Een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd met chronische ziekte of beperking; Een alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) met chronische ziekte of beperking. Hieronder wordt eerst dieper ingegaan op de voorzieningen van de gemeente Zwolle voor huishoudens met een zorgvraag. Daarna worden de profielen van deze huishoudtypen nader omschreven en wordt bekeken wat het effect van de regelingen is op de maandbegroting van de huishoudens met een zorgvraag.

3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken en ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier. Naast algemene taken, zoals het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente, heeft de gemeente op basis van de Wmo de volgende taken: ondersteuning van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving, bijvoorbeeld door begeleiding, zinvolle daginvulling, huishoudelijke verzorging, woningaanpassing, vervoer of een rolstoel; ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, bijvoorbeeld door trainingen, of ondersteuning in het geval dat de mantelzorger ziek is.

3.3.2 Vergoeding hoge zorgkosten Zoals in paragraaf 3.2.3 staat beschreven, kent de gemeente Zwolle een vergoeding voor hoge zorgkosten voor inwoners met een chronische ziekte of lichamelijke beperking, waarvan het inkomen niet hoger is dan 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Bijvoorbeeld voor een dieet, kleding, waskosten van kleding, verwarming, vervoer, eigen bijdragen of eigen risico, medische of maatschappelijke dienstverlening. Worden deze kosten niet op een andere manier vergoed dan kan van de gemeente een vergoeding verkregen worden van maximaal € 207 per jaar. In paragraaf 3.3.3 wordt beschreven hoe en voor welke kosten deze vergoeding in de begrotingen is verwerkt.

3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag Om de begrotingen voor huishoudens met een zorgvraag op te maken, moeten zogenoemde zorgprofielen worden opgesteld. Vervolgens kan bepaald worden welke extra kosten dit huishoudens heeft, en welke vergoedingen daar tegenover staan. De profielen zijn opgesteld door het Nibud, in samenspraak met Ieder(In) 2.

____________________

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

Voor de huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd geldt het volgende zorgprofiel: Longproblemen Eigen bijdragen aan genees- en hulpmiddelen van 54 euro per maand Rolstoelgebonden 2 uur huishoudelijke verzorging per week 12 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Woningaanpassing (drempels weg, traplift) Personenalarmering Gebruik belbus / collectief vervoer Het profiel voor de huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd ziet er als volgt uit: Stofwisselingsziekte Bril Gehoorapparaat Rollator Eigen bijdragen aan genees- en hulpmiddelen van 54 euro per maand Lichte vorm van incontinentie Maakt gebruik van de maaltijdvoorziening Is aangewezen op een energieverrijkt dieet. 3 uur huishoudelijke verzorging per week 14 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gebruik belbus/collectief vervoer Woningaanpassing (drempels weg, traplift) Gezien het bovenstaande, zal de begroting van de huishoudens met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen: Huishoudelijke hulp De huishoudelijke hulp is in de gemeente Zwolle een maatwerkvoorziening. Voor de maatwerkvoorziening geldt een eigen bijdrage via het CAK. De eigen bijdrage bedraagt maximaal € 20,60 per maand. We gaan ervan uit dat deze eigen bijdrage grotendeels bekostigd kan worden vanuit de “vergoeding hoge zorgkosten” (zie paragraaf 3.3.2).

Het overige deel is in de begrotingen opgenomen onder de uitgavenpost “eigen betalingen zorg”. Voor huishoudens met een inkomen boven de 130 procent, die niet voor de vergoeding in aanmerking komen, is het totale bedrag van € 20,60 onder deze post opgenomen. Persoonlijke verzorging en verpleging De persoonlijke verzorging en verpleging vallen in het basispakket van de zorgverzekering. Hierdoor komen er dus geen extra kosten bij. Maaltijdvoorziening De maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de warme maaltijd zelf wordt bereid. In deze rapportage veronderstellen we dat de AOWgerechtigde met zorgvraag niet in staat is om zelf te koken. Gemiddeld kost een warme maaltijd via een maaltijdvoorziening ongeveer € 6,50.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

De kosten voor een zelf bereide maaltijd bedragen € 2,84 voor een alleenstaande oudere, volgens de Nibud prijzengids. Hiermee komen de meerkosten uit op € 3,66. Voor vijf maaltijden per week komt dit neer op € 79,30 per maand. Voor de eigen kosten als gevolg van de maaltijdvoorziening is een vergoeding mogelijk uit de bijzondere bijstand. Hierbij wordt rekening gehouden met de draagkracht. Bij een inkomen tot en met 130 procent van de geldende bijstandsnorm is er geen draagkracht. Het inkomen boven 130 procent van de norm wordt volledig als draagkracht aangemerkt. De eigen kosten als gevolg van de maaltijdvoorziening zijn in de begrotingen van de alleenstaande oudere met zorgvraag en een inkomen boven 130 procent opgenomen onder de post “voeding”. Dieetkosten Het huishouden vanaf de AOW-leeftijd met een zorgvraag maakt gebruik van een specifiek dieet. De meerkosten van verschillende diëten kunnen zeer uiteenlopen. Bij deze zorgvraag wordt uitgegaan van een energieverrijkt dieet. De meerkosten van dit dieet bedragen 400 euro per jaar. Vergeleken met andere diëten is dit niet bijzonder hoog. Het huishouden kan een beroep doen op de forfaitaire belastingaftrek voor dit type dieet. Ook kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Bij een inkomen boven 130 procent van de norm, wordt hierbij rekening gehouden met de draagkracht. Dit is verrekend moet de post “voeding”.

Collectief vraagafhankelijk vervoer De huishoudens met een zorgvraag maken gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer. In de gemeente Zwolle kan hiervoor gebruik worden gemaakt van de Wmotaxivervoer. Hiervoor moet een eigen bijdrage betaald worden. Deze eigen bijdrage is lager in de daluren dan in de spits. In 20233 werden de volgende tarieven gehanteerd: Tabel 7: Kosten Wmo-taxivervoer per kilometer Reisafstand Daltarief 00 – 05 kilometer € 1,24 05 – 09 kilometer € 1,86 09 – 12 kilometer € 2,48 12 – 16 kilometer € 3,11 16 – 20 kilometer € 3,73 20 – 25 kilometer € 4,35

Spitstarief € 2,07 € 3,11 € 4,14 € 5,18 € 6,21 € 7,25

In deze rapportage wordt bij de alleenstaanden (onder en boven de AOW-gerechtigde leeftijd) met zorgvraag gerekend met 4 reizen per maand van 5 kilometer enkele reis, wat neerkomt op € 14,88 per maand (daltarief). Huishoudens met een zorgvraag hebben vaak te maken met kosten in verband met het bezoeken van een specialist. We gaan uit van vier keer per jaar een rit van 50 kilometer enkele reis. Hiervoor gaan we uit van vervoer met Valys, wat neerkomt op € 7,33 per maand.

____________________

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

We gaan ervan uit dat de personen met een zorgvraag geen gebruik maken van de fiets; de kosten daarvan zijn daarom uit de begroting gehaald. De extra vervoerskosten komen daarmee uit op € 11,66 per maand. Deze kosten zijn opgenomen onder de post “vervoer”. Voor het vervoer in verband met sociale participatie (bijvoorbeeld uitjes of familiebezoek) gaan we uit van één enkele reis per twee weken voor zowel visite als recreatie. Uitgaande van het Wmo-taxivervoer van de gemeente Zwolle komt dit uit op een extra bedrag van € 4,61 per maand. Dit extra bedrag is opgeteld bij de post “sociale participatie”. Waskosten Voor de extra waskosten in verband met incontinentie bij de oudere huishoudens gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op € 16 per maand. Voor de extra waskosten is bijzondere bijstand mogelijk, waarbij we rekening houden met de draagkracht. Kosten die eventueel zelf nog betaald moeten worden zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “was- en schoonmaakmiddelen”. Het huishouden kan gebruik maken van de forfaitaire belastingaftrek voor incontinentie. Medicijnen en hulpmiddelen Voor de eigen betalingen voor hulpmiddelen rekenen we € 650 op jaarbasis. De kosten worden verrekend met de uitgavenpost “eigen betalingen zorg”. Een deel hiervan betreft geneesmiddelen op recept (€ 323) waarvan de kosten aftrekbaar zijn bij de belastingaangifte.

Voor de eigen bijdrage voor medicijnen kan ook bijzondere bijstand worden aangevraagd. Dit is verwerkt in de post “eigen betalingen zorg”, rekening houdend met de draagkracht. Woningaanpassing De kosten voor een woningaanpassing (drempels weg, traplift), die vanuit de Wmo wordt toegekend, worden doorgegeven aan het CAK voor de inning van de eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is al betaald voor de huishoudelijke en persoonlijke verzorging. Daarom komen er voor deze woningaanpassingen geen extra kosten meer bij. Personenalarmering Als er noodzaak is voor personenalarmering, dan kan daar in de gemeente Zwolle bijzondere bijstand voor worden verleend. Wel wordt rekening gehouden met kosten die al worden vergoed door de zorgverzekeraar of uit andere voorliggende regelingen. Voor de abonnementskosten rekenen we een bedrag van € 25 per maand. We gaan ervan uit dat hiervan de helft wordt vergoed door de zorgverzekering. De overige € 12,50 wordt vanuit de bijzondere bijstand vergoed. Voor huishoudens met een inkomen boven 130 procent wordt draagkracht berekend. Voor zover de draagkracht nog niet is ingezet voor andere voorzieningen, is dit opgenomen onder de post “eigen betalingen zorg”. Attentiekosten Naast bovengenoemde zorgkosten rekenen we nog 8 euro per maand voor attentiekosten voor hulp van buren, vrienden, etc. Deze kosten zijn opgenomen onder de post “eigen betalingen zorg”.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

4 Resultaten Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de berekeningen naar het effect van landelijke en lokale inkomensondersteuning op de begroting van huishoudens. De begrotingen zijn gepresenteerd in bijlage 2, hierbij zijn de inkomsten afgezet tegen de uitgaven. Het resultaat van deze begroting (inkomsten minus uitgaven) geeft het beeld weer wat het huishouden overhoudt of te kort komt als alle uitgaven zijn gedaan. Deze resultaten zijn in de volgende tabel gepresenteerd en kunnen positieve of negatieve waarden opleveren. Als het huishouden te maken heeft met een tekort op de maandbegroting dan is dit in rood weergegeven. Dat is in de gemeente Zwolle bij geen van de onderzochte huishoudtypen het geval. Wanneer het huishouden minder overhoudt bij een hoger inkomen in vergelijking tot één of meerdere lagere inkomens (armoedeval), dan is dit zichtbaar gemaakt via een oranje kleur. Tabel 8: Vrije bestedingsruimte per maand in euro’s, exclusief IIT

Huishoudtype

4.1

100

110

120

130

140

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

92

114

233

361

439

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

351

387

487

588

648

03. eenoudergezin met twee jonge kinderen

562

539

569

697

691

04. eenoudergezin met twee oudere kinderen

362

364

483

611

517

05. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

108

163

280

358

384

06. paar met twee oudere kinderen

201

254

372

450

275

07. alleenstaande tot AOW-leeftijd met zorg

52

74

203

331

323

08. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

307

343

453

554

476

Bestedingsruimte per huishoudtype

1. Alleenstaande Een alleenstaande heeft, nadat alle uitgaven uit zowel het basispakket als het pakket voor sociale participatie zijn gedaan, op bijstandsniveau een saldo van € 92 euro per maand. Op 110 procent is het saldo € 114. Dit loopt op naar € 439 euro op 140 procent van de norm. 2. Alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd Ook een alleenstaande oudere heeft, nadat alle uitgaven uit zowel het basispakket als het pakket voor sociale participatie zijn gedaan, geen tekorten op de maandbegroting. Met alleen een AOW-uitkering zonder aanvullend pensioen is er een bestedingsruimte van € 351 per maand. Dit loopt op naar € 648 bij 140 procent. Het maandelijkse AOW-bedrag is bijna € 250 hoger dan de bijstand waardoor deze huishoudens bij 100 procent meer bestedingsruimte hebben. Vanaf 110 procent rekenen we met de bijstandsnormen voor AOW-gerechtigden. Ook deze zijn hoger dan voor huishoudens onder de AOW-leeftijd, maar het verschil is kleiner. Echter, bij een inkomen boven bijstandsniveau gaan we voor huishoudens onder de AOW-leeftijd uit van werk en

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

zijn er werkgerelateerde kosten. Bij een oudere gaan we uit van een aanvullend pensioen en zijn deze kosten er niet. Daarom is het verschil in bestedingsruimte tussen de alleenstaande onder de AOW-leeftijd en de alleenstaande oudere nog steeds groot. 3. Alleenstaande met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het eenoudergezin met twee jongere kinderen heeft ruim voldoende bestedingsruimte om naast alle uitgaven uit het basispakket alle uitgaven uit het pakket voor sociale participatie te kunnen doen. Op bijstandsniveau is de bestedingsruimte € 562; dit loopt op naar € 691 op 140 procent van de norm. 4. Alleenstaande met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het eenoudergezin met kinderen van 14 en 16 jaar heeft op bijstandsniveau een saldo van € 362 nadat het basispakket en de kosten voor sociale participatie zijn bekostigd. Dit loopt op naar € 611 op 130 procent. Op 140 procent is de bestedingsruimte met € 517 lager dan op 130 procent. In de volgende paragraaf gaan we dieper in op de oorzaak achter de lagere bestedingsruimte op 140 procent ten opzichte van het inkomensniveau daaronder. Dat het eenoudergezin met twee oudere kinderen minder bestedingsruimte heeft dan het eenoudergezin met jonge kinderen, heeft te maken met het feit dat de kosten voor oudere kinderen over het algemeen hoger zijn dan voor jonge kinderen. Dit geldt bijvoorbeeld voor voeding, kleding en schoolkosten.

De hogere kinderbijslag en het hogere kindgebonden budget kunnen dit verschil niet compenseren. 5. Paar zonder kinderen Het paar zonder kinderen heeft op bijstandsniveau een positief saldo van € 108 per maand. Dit loopt op naar € 384 op 140 procent. Een belangrijke oorzaak van de lagere bestedingsruimte (ten opzichte van alleenstaande ouders) ligt in het feit dat een paar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. Deze kosten worden niet gecompenseerd door de hogere bijstandsnorm voor een paar, ten opzichte van de norm voor een alleenstaande (ouder). 6. Paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het paar met twee oudere kinderen heeft op bijstandsniveau een bestedingsruimte van € 201, wat oploopt naar € 450 op 130 procent. Op 140 procent daalt het saldo naar € 275. Hierop wordt in paragraaf 4.2 dieper ingegaan. Dat het paar met oudere kinderen meer ruimte heeft dan het paar zonder kinderen, komt doordat de landelijke toeslagen (kinderbijslag en het kindgebonden budget) plus de gemeentelijke ondersteuning de extra kosten van de twee oudere kinderen meer dan compenseren. Belangrijk om op te merken is dat we in de berekeningen geen zakgeld hebben meegenomen. Het zakgeld voor oudere kinderen bedraagt gemiddeld € 22,50 per kind per maand.

Ouders kunnen hiervoor kiezen maar kunnen ook stimuleren dat hun kind een bijbaantje gaat zoeken om zelf wat geld te verdienen. 7. Alleenstaande tot de AOW-leeftijd met een zorgvraag De alleenstaande met een zorgvraag heeft op bijstandsniveau te maken een positief saldo van € 52. Dit loopt op naar € 323 op 140 procent. Deze saldi zijn lager dan voor de alleenstaande zonder zorgkosten, hoewel veel van de zorguitgaven in de gemeente Zwolle worden vergoed vanuit de bijzondere bijstand, de vergoeding hoge zorgkosten of via de Wmo.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

De extra kosten die niet zijn vergoed zijn de hogere premie voor de zorgverzekering waar we bij de zorghuishoudens van uitgaan, extra vervoerskosten, de eigen bijdrage Wmo (het deel dat niet vanuit de vergoeding hoge zorgkosten vergoed wordt) en attentiekosten voor hulp van buren, vrienden, etc. Bij een inkomensniveau van 140 procent is het verschil met de alleenstaande zonder zorgkosten het grootst: we gaan dan niet meer uit van vergoeding via de bijzondere bijstand, maar van aftrek van zorgkosten via de belasting. 8. Alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd met een zorgvraag Ook de alleenstaande oudere met een zorgvraag heeft niet met tekorten op de begroting te maken, maar wel met een lagere bestedingsruimte dan de oudere zonder zorgvraag. Hier spelen dezelfde extra kosten als bij de alleenstaande onder de AOW-leeftijd: premie zorgverzekering, eigen bijdrage Wmo, vervoerskosten en attentiekosten.

4.2

Armoedeval

Voor elk huishoudtype zijn verschillende inkomensniveaus doorgerekend. Naast het minimuminkomen zijn inkomens op 110, 120, 130 en 140 procent van het netto minimuminkomen gespecificeerd. Soms leidt een hoger inkomen tot een beperktere bestedingsmogelijkheid. Dit komt doordat landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen, zoals huurtoeslag en kindregelingen, er niet op voorhand toe leiden dat een huishouden meer te besteden heeft bij een hoger inkomen. Een armoedeval kan ontstaan door een stijging van het salaris, bijvoorbeeld als iemand meer uren gaat werken. Deze armoedeval wordt ook wel doorstroomval genoemd. Een andere situatie ontstaat wanneer huishoudens vanuit een uitkering uitstromen naar betaald werk. Deze armoedeval wordt ook wel de uitstroomval genoemd. Op dat moment nemen de kosten door werk toe en komen rechten op diverse inkomensondersteunende regelingen (gedeeltelijk) te vervallen. In de onderstaande figuur is in één oogopslag te zien welke huishoudtypen te maken hebben met een uit- of doorstroomval. Idealiter zie je over de hele linie een stijgende lijn. Dat betekent dat een hoger inkomen ook leidt tot een hoger besteedbaar inkomen.

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2024

Figuur 1: Ontwikkeling saldo naar inkomensniveaus

In de gemeente Zwolle is een uitstroomval zichtbaar bij de alleenstaande ouder met jonge kinderen op 110 procent. Deze uitstroomval wordt vooral veroorzaakt door werkgerelateerde kosten (reiskosten en kinderopvang). Ook is op 110 procent geen volledige kwijtschelding van lokale lasten meer mogelijk. Bij de alleenstaanden met oudere kinderen spelen dezelfde factoren, behalve de kosten voor kinderopvang. Hierdoor is de bestedingsruimte op 110 procent niet lager dan op bijstandsniveau, maar ook nauwelijks hoger; het scheelt € 2 per maand. Overigens zien we ook bij de andere onderzochte huishoudtypen dat de bestedingsruimte op 110 procent niet evenredig toeneemt met het netto inkomen. Ook hier zijn het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale lasten en werkgerelateerde kosten de oorzaak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=0f66c39a-9f91-430f-bb44-bf51b0309513