CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

d. Bijlage 4 (op document Bijlage 3) -Uitwerking aanbevelingen Aanjaagteam ZW

Raadsvergadering 20 mei 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vervolgtraject arbeidsmigranten en beschikbaar stellen krediet6.665 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3: uitwerking aanbevelingen van het Aanjaagteam en de reactie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De beide adviezen van het Aanjaagteam en de reactie van het kabinet zijn de leidraad voor dit vervolgtraject. In deze bijlage wordt hier uitvoerig op ingegaan. Het eerste advies van het Aanjaagteam was erop gericht om op korte termijn het risico op een coronabesmetting onder arbeidsmigranten tegen te gaan. In het tweede advies wordt ingegaan op welke maatregelen er moeten worden genomen om de misstanden structureel tegen te gaan. Kern van het advies van de Aanjaagteam is: “Het uitgangspunt voor de aanbevelingen is dat we arbeidsmigranten moeten behandelen als gelijkwaardige en volwaardige deelnemers van onze samenleving, en dat we onze regelgeving daar ook op moeten inrichten”. Een duidelijk advies wat geen uitstel kan dulden. Er moet een sluitend systeem ontstaan als de aanbevelingen in samenhang worden geïmplementeerd. Dit moet ervoor zorgen dat misstanden bij arbeidsmigranten verleden tijd worden. De problemen zijn al eerder aangepakt maar nog steeds niet opgelost. De adviezen van de Aanjaagteam zijn zo concreet mogelijk uitgewerkt en waar mogelijk zijn de verantwoordelijke partijen aangewezen. De aanbevelingen van het Aanjaagteam in een notendop (deze worden later verder uitgewerkt): 1. Betere beheersing van de uitzendsector 2.

Zicht krijgen op arbeidsmigratie 3. Meer en betere huisvesting voor arbeidsmigranten 4. Gezondheid en welzijn van arbeidsmigranten 5. Betere handhaving en toezicht 6. Institutionele inbedding van arbeidsmigratie 7. Financiële aspecten van het advies. Wat is er nodig? Het Aanjaagteam geeft in zijn rapport aan dat Nederland nieuwe normen en waarden nodig hebben voor de omgang met arbeidsmigranten. Ze moeten gezien worden als gelijkwaardige en volwaardige deelnemers van onze samenleving. De regelgeving moet aangescherpt worden. Er moet een effectieve handhaving op elk onderdeel van de keten zijn er controle achteraf. De zelfredzaamheid van arbeidsmigranten moet gestimuleerd worden. Er moet beter zicht verkregen worden op arbeidsmigratie. Forse ambities maar samen moet er een verandering ten goede mogelijk zijn. Naast de politieke afweging vraagt de urgentie ook om besluiten op korte termijn en deze zo gauw mogelijk op te starten. Hier ligt een rol voor de gemeente weggelegd. 1. Betere beheersing van de uitzendsector Veel van onze arbeidsmigranten werken via een uitzendbureau. Er zijn in Nederland op dit moment ongeveer 14.000 uitzendbureaus actief. Er zijn bijna geen drempels meer om een uitzendbureau te beginnen en daardoor is er veel wildgroei ontstaan. Slecht een derde van deze uitzendbureaus is gecertificeerd. Er worden geen extra eisen aan ze gesteld.

De Inspectie SZW heeft op dit moment een inspectiedekking van 1%. De pakkans bij misstanden is dan ook heel klein. Er is geen sprake van een

1

sluitend systeem. De Aanjaagteam adviseert dan ook dat de regelgeving voor uitzendbureaus fors wordt aangescherpt. Het uitzendbureau regelt het werk maar ook vaak de huisvesting en de zorgverzekering. Ook zijn er arbeidsmigranten die zonder tussenkomst van een uitzendbureau in dienst zijn bij een werkgever. Nogmaals veel uitzendbureaus en werkgevers regelen dit goed maar er zijn er ook genoeg die de grenzen opzoeken en het als verdienmodel afwentelen op de arbeidsmigranten. Ook zijn er uitzendbureaus en werkgevers die er misbruik van maken en die de arbeidsmigranten uitbuiten. In de praktijk zijn er weinig arbeidsmigranten die een arbeidsovereenkomst hebben bij het bedrijf waar ze daadwerkelijk werken. Vaak werken ze op een via een uitzendbureau met een nul-urencontract. Sluitend systeem waarin alleen bonafide uitzendbureaus een kans maken Volgens het aanjaagteam moet de uitzendsector beter beheerst worden, zodat malafide uitzendbureaus geweerd kunnen worden. Dit is één van de belangrijkste manieren om arbeidsmigranten beter te beschermen en hun positie op de Nederlandse arbeidsmarkt te versterken. Er moet een sluitend systeem komen en er moet een verplichte certificering komen voor elk uitzendbureau en de payrollbedrijven die op de Nederlandse markt willen opereren. Inleners van arbeidsmigranten zouden allen met gecertificeerde uitzendbureaus werken op straffe van een boete.

De eisen moeten worden aangescherpt. Een uitgebreide en verplichte certificering moet ervoor zorgen dat alle uitzendbureaus op de Nederlandse markt zich gedragen naar de regels van goed werkgeverschap en dat malafide uitzendbureaus van de markt geweerd worden. De Raad voor Accreditatie speelt hierin een rol (ook voor uitzendbureaus die buiten Nederland gevestigd zijn) en de Kamer van Koophandel. Startende uitzendbureaus dienen zich te melden bij de certificerende instelling en deze voert de eerste toets uit. Er wordt bij goedkeuring een tijdelijk certificaat verstrekt en dan gaat de proefperiode in. Met dit tijdelijk certificaat kan het uitzendbureau zich tijdelijk inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Indien er geen definitieve certificering wordt afgegeven dan zal de Kamer van Koophandel het uitzendbureau uitschrijven voor uitzendwerk. Hier moet nog wel een wettelijke grondslag voor gecreëerd worden. De verstrekker van de certificaten kan dan een signaal afgeven richting Inspectie SZW en de belastingdienst. Om dit allemaal goed te kunnen regelen zullen de eisen uit de bestaande keurmerken uitgebreid moeten worden. Hierbij moet gedacht worden aan: naleving van de cao en loonbetaling in het bijzonder, goedkeuring accountant, goede registratie, zorgpas, gecertificeerde huisvesting, meldplicht, storten waarborgsom en een g-rekening.

Waarom deze eisen gesteld moeten worden wordt uitvoerig toegelicht in het rapport van de commissie. Daarnaast moet er jaarlijks (of vaker) getoetst worden of nog aan alle eisen voldaan worden voldaan om het certificaat te behouden. Een belangrijk eis zijn de Cao-afspraken om eerlijk werk te garanderen. Het aanjaagteam adviseert dan ook om in de jaarverslagen nadrukkelijk de aspecten van eerlijk werk en goed werkgeverschap op te nemen. Hierbij wordt gedacht aan een gegarandeerd minimumloon voor de eerste 2 maanden. Ook moet het niet toegestaan worden om schulden op te bouwen bijvoorbeeld voor de reis naar Nederland of het woon-werkverkeer. Arbeidsmigranten beginnen dan al met een achterstand voordat zij loon ontvangen. Het aanjaagteam adviseert om sociale partners een jaar de tijd te gunnen om dit vast te leggen in cao’s. Mocht dit niet lukken dan is het wenselijk dit als een algemeen wettelijke verplichtingen vast te leggen. Mocht dit allemaal niet lukken dat adviseert het 2

aanjaagteam dat sociale partners in alle cao’s een minimum inhuurprijs afspreken voor uitzendkrachten. Een minimum inhuurprijs kan transparantie en duidelijkheid bieden voor zowel inlener als uitzender. De gesprekken hierover moeten nu gaan plaatsvinden tussen de betrokken partijen. De wettelijke grondslagen om allemaal te kunnen regelen moeten nog genomen worden. De gemeente speelt hierbij geen rol. 2. Zicht krijgen op arbeidsmigratie EU-burgers zijn vrij om te reizen, te werken en zich te vestigen in andere EU-lidstaten. Als deze burgers langer dan vier maanden in Nederland verblijven moeten zij zich registreren als ingezetene in de gemeente waar zij verblijven. Iedereen die hier korter dan 4 maanden komt werken moet zich registreren bij de RNI (Register Niet Ingezetenen). Mensen ontvangen een BSN nummer dat nodig is om in Nederland te kunnen werken. In het RNI wordt geen actueel verblijfadres vastgelegd dat is een van de redenen waarom wij slecht zicht hebben op arbeidsmigranten. Landelijk is het onvoldoende bekend hoeveel arbeidsmigranten er in Nederland zijn en waar ze wonen. Dit bemoeilijkt het formuleren van beleid, op elk niveau. Het is voor een gemeente moeilijk om te handhaven op huisvesting op het moment dat er geen zicht is op de verblijfadressen van arbeidsmigranten.

De registratieproblematiek heeft meerdere oorzaken:  Arbeidsmigranten die onterecht niet zijn ingeschreven  Ingeschreven bij het RNI, geen verblijfplaats bekend  Een vervuild register, arbeidsmigranten melden niet hun vertrek of dat ze verhuisd zijn binnen Nederland. Om gericht beleid te kunnen maken in Zwartewaterland is het van groot belang zicht te hebben op het aantal arbeidsmigranten dat hier woont en waar zij verblijven. Dit moet sterk verbeteren om beleid te kunnen maken. Het aanjaagteam komt met enkele maatregelen om dit te verbeteren: 1. De werkgever (meestal het uitzendbureau) dient actief invulling te geven aan de zorgplicht jegens de arbeidsmigrant door een correcte registratie in de BRP met de feitelijke verblijfplaats. 2. Dit moet blijken uit de administratie. De werkgever en de inlener dienen te allen tijde te beschikken over de persoonsgegevens (naam, BSN, etc.) en contactgegevens van alle werknemers en uitzendkrachten. 3. Gemeenten moeten zich houden aan de wet BRP en elke arbeidsmigrant die daarom vraagt in te schrijven, ongeacht de ruimtelijke ordeningsbestemming (RO) van de locatie. Gemeenten hebben een inschrijfplicht. 4.

Verschillende partijen (gemeenten, Belastingdienst, Inspectie SZW, UWV, werkgevers en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) moeten gaan samenwerken en gegevens kunnen uitwisselen om vast te kunnen stellen of partijen doen wat vereist is. 5. RNI-loketten, naast registratiepunt ook informatiepunt. De maatregel actieve zorgplicht (1) maakt dat de formele werkgever medeverantwoordelijk wordt voor een correcte registratie van de arbeidsmigranten. De werkgever moet daarnaast de arbeidsmigrant actief moeten informeren over rechten en plichten die samenhangen met het verblijf in Nederland. Ook bij de beëindiging van de werkzaamheden of het beëindigen van de verblijfsituatie moet de werkgever deze informatie doorgeven. Een belangrijke taak komt hier bij het ministerie van 3

BZK te liggen. Zij zouden hoge prioriteit moeten geven aan het verbeteren voor zicht op verblijf in Nederland en contactmogelijkheden met niet-ingezetenen. Het BRP moet zo aangepast worden dat contactgegevens van deze groep kunnen worden geregistreerd in de BRP/RNI. De landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) is een effectief middel om de registratie te verbeteren. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om de aanpak wettelijk te verankeren. Gemeenten worden dan door het LAA ondersteund bij adresonderzoek. De LAA zou ook gebruikt moeten worden bij signalen vanuit de uitvoeringsorganisaties over vermoedelijk verblijf van niet-ingezetenen te onderzoeken. De huidige LAA-pilot zou daarom ook moeten worden uitgebreid naar alle gemeenten. Zo kan er niet alleen adrescontrole vanuit burgerzaken maar ook vanuit sociaal domein of wonen worden uitgevoerd. Tijdens huisbezoeken worden problemen als zorg of schulden zichtbaar en kan de gemeente ondersteuning bieden. Met behulp van een goede administratie (2) kan er een goede grondslag komen waarmee gegevensuitwisseling tussen werkgevers, de RvIG en gemeenten mogelijk wordt. Met behulp van het BSN van werknemers kan er gecontroleerd worden hoe ze staan ingeschreven in het BRP. De zorgplicht van de werkgever moet ervoor zorgen dat ze goed en met het juiste verblijfadres staan ingeschreven.

Om de systematiek van het registreren sluitend te maken is een feedbackcyclus nodig. Er wordt voorgesteld dat het BSN in de loonaangifteketen wordt vergeleken met de BRP/RNI. Op basis hiervan kan worden vastgesteld van welke BSN’s die in de loonaangifte worden gebruikt geen Nederlands verblijfadres bekend is. Anderzijds geeft dit informatie over de RNI-ingeschrevenen met een verblijfplaats in Nederland waarvan het BSN niet (meer) wordt gebruikt in de loonaangifte. Op basis van deze gegevens kunnen er (bv maandelijks) acties worden ondernomen. Werkgevers kunnen dan alsnog een correct verblijfadres doorgeven aan de gemeente. De RNI-loketten (5) is een fysieke plek waar alle nieuwe arbeidskrachten zich dienen te melden om zich te registreren . Er zijn 19 loketten in Nederland. Hier krijgen ze een BSN nummer waarmee ze in Nederland mogen werken. Een mooie kans om arbeidsmigranten te informeren hoe zaken hier werken. Informatie over huisvesting, zorgverzekeringen en rechten en plichten. De zelfredzaamheid wordt hiermee vergroot. Het Rijk is inmiddels begonnen met het bouwen van een Centraal Informatiepunt: www.workinginnl.nl en deze is eind november gelanceerd. Hier kunnen ze in hun eigen taal informatie verkrijgen. Goed om dit te verspreiden onder deze doelgroep. Het is sinds kort ook mogelijk om een DigiD aan te vragen.

Mensen kunnen dan gebruik maken van de digitale dienstverlening van de overheid. In de gemeente Schiedam is een Dashboard Goed Verhuurderschap ontwikkeld. Hier staan alle data en kennis in vermeld van alle particuliere verhuurders in de gemeente. Deze data komt onder andere voort uit controles op illegale bewoning, het ontbreken van verhuurcontracten en achterstallig onderhoud. Op deze manier krijgt de gemeente Schiedam een duidelijker overzicht van goede en minder goede verhuurders en kunnen ze beter sturen op de kwaliteit van de particuliere woningvoorraad. Het is te overwegen om zo’n soort Dashboard ook in onze gemeente in te richten. Er zijn verschillende aanbevelingen gedaan over de registratie. Er moet een goede systematiek van registreren komen op basis waarvan de toezichthouders acties kunnen ondernemen. Kern van deze cyclus is dat het BSN in de loonaangifte keten kan worden vergeleken met de BRP/RNI.

4

Op basis daarvan kan worden vastgesteld:  Van welke BSN-nummers die in de loonaangifte worden gebruikt, geen Nederlands verblijfadres bekend is;  Van welke RNI-ingeschreven met een verblijfadres in Nederland, het BSN-nummer niet (meer) wordt gebruikt in de loonaangifte. Deze informatie zou periodiek (bijvoorbeeld maandelijks) kunnen worden gedeeld met alle gemeenten de betreffende werkgevers. Op basis daarvan kunnen er acties worden ondernomen. Deze cyclus zou onder leiding van het RvIG samen met het UWV en de Belastingdienst moeten worden uitgewerkt. Registratie en aantallen in onze gemeente We zijn druk bezig met het in kaart brengen van het aantal arbeidsmigranten die werken en wonen in de gemeente Zwartewaterland. Zoals hierboven omschreven is het op dit moment nog zeer moeilijk om hier goed en snel de gewenste duidelijkheid in te verkrijgen. Een goede, complete en actuele registratie is nodig om snel grip op bepaalde situaties te krijgen. Bij nieuwe huisvestingsinitiatieven wordt het verplicht gesteld, eventueel in een convenant, om deze gegevens goed aan te leveren bij de gemeente. In het eerste beleidsstuk van hebben we u aannames meegegeven over het aantal arbeidsmigranten welke in Zwartewaterland zouden wonen.

Enkele aannames waren:  Aanbieders van huisvesting gaven aan dat er tussen de 700 tot 1000 arbeidsmigranten hier zouden wonen;  Uit een onderzoek bij bevolking (24 juni 2020) bleek dat er 342 arbeidsmigranten geregistreerd stonden;  Onderzoek vanuit de provincie gaf aan dat er 210 geregistreerde arbeidsmigranten waren die hier wonen en 130 die hier zouden werken;  BRP onderzoek van 11 augustus gaf aan dat er 458 personen geregistreerd stonden (zoekopdracht aangepast met mensen uit Duitsland, Egypte en Letland);  BRP onderzoek van 25 november 2020 gaf aan dat er nog 391 personen geregistreerd staan bij Burgerzaken:  Uit gegevens van het SNF bleek dat er 276 arbeidsmigranten zijn gehuisvest in goedgekeurde gebouwen. Het is duidelijk en aantoonbaar dat lang niet alle arbeidsmigranten goed staan ingeschreven of staan ingeschreven. Landelijk wordt er dan ook vanuit gegaan dat 50% staat ingeschreven. Zetten we dit af tegen bovenstaande aannames dan praten we over 420 (provincie) tot 782(inschrijving gemeente 25 november) arbeidsmigranten die hier wonen. Op dit moment wordt er hard gewerkt om meer inzichten te verkrijgen in de juiste aantallen arbeidsmigranten die hier wonen en werken. Ook de klankbordgroep is hier actief bij betrokken.

Er is een actuele lijst bij burgerzaken opgevraagd (25 november), er worden gegevens opgevraagd (en verstrekt) door huisvesters en uitzendbureaus en er wordt gekeken waar arbeidsmigranten in woningen van de woningcorporatie wonen. Zoals uit het bovenstaande wel duidelijk is geworden is een goede registratie van en het bijhouden hiervan waar arbeidsmigranten wonen, werken en verblijven een groot landelijk probleem. De verwachting is dan ook dat er nu vaart achter een goed registratiesysteem wordt gezet en dat er 5

vanaf januari 2021 meer duidelijkheid hierover zal komen. Ook een certificeringsplicht zal hiertoe een grote bijdrage kunnen leveren. Hierbij hoort een actieve zorgplicht voor werkgevers. Op dit moment zijn we ook in bespreking met de werkgevers om deze actieve zorgplicht nu al toe te passen. De meeste werkgevers reageren hier positief op. Samen met de afdeling burgerzaken zullen we dit verder moeten gaan oppakken. De gewenste duidelijkheid over de precieze aantallen zijn nu nog niet te geven. De verwachting is dat we voor de zomer van 2021 hier veel meer duidelijkheid over krijgen. 3. Meer en betere huisvesting voor arbeidsmigranten Nogmaals, op zeer veel plekken is het goed geregeld maar kan goede huisvesting die aan alle regels voldoet toch tot overlast leiden. Denk aan het parkeren en geluidoverlast. Hierdoor verdwijnt het draagvlak en ontstaat er onbegrip. Deze problematiek komt natuurlijk niet alleen bij het huisvesten van arbeidsmigranten voor maar ook bij het huisvesten van studenten en statushouders. Het is dan ook goed dat de gemeente Zwartewaterland dit probleem integraal blijft oppakken. In het rapport Roemer wordt aangegeven dat er nu een tekort is van 322.000 woningen op de woningmarkt.

Dit leidt tot hogere prijzen waardoor starters en zwakkere groepen zoals dak- en thuislozen, statushouders en arbeidsmigranten moeilijk tot niet op een normale manier aan een woning kunnen komen. Het is dan ook goed om huisvesting te creëren die flexibel voor meerdere doelgroepen kan worden ingezet. Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten spreekt dan ook over een tekort van 150.000 bedden voor arbeidsmigranten. Het huidige tempo waarmee extra huisvesting beschikbaar komt schiet ernstig tekort. De conclusie is dan ook te trekken dat er door het grote tekort aan bedden, de ongewenste situaties en de illegale bewoning het tekort groot is. Als wij nieuwbouw willen gaan toestaan dan zullen wij op zoek moeten naar geschikte locaties en partners. Een gemeente kan de huisvesting van arbeidsmigranten regelen in het bestemmingsplan. Als dit niet gewenst is of het bestemmingsplan biedt geen ruimte dan kan de gemeente huisvesting toestaan door tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan. Dat kan via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het daarbij behorende Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit gaat veranderen, in 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Hierdoor krijgt de gemeente de ruimte om het omgevingsplan globaler en flexibeler in te richten dan de huidige bestemmingsplannen.

Het idee is dan ook dat er dan makkelijker ruimte gevonden kan worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het aanpassen van bestemmingsplannen vergt veel tijd en het zou beter zijn hiermee te wachten tot 2022 en er nu voor te kiezen om gebruik te maken van tijdelijke huisvesting (kruimelregeling) bij nieuwe initiatieven. De aanbevelingen van het Aanjaagteam rondom huisvesting richten zich op vier aspecten. 1. Dat de Rijksoverheid gemeenten en provincies gaat helpen om effectief te kunnen sturen op huisvestingvraagstukken en om beter op te treden tegen misstanden. De gemeenten moeten meer instrumenten krijgen om op te treden; 2. Gemeenten en provincies moeten gestimuleerd worden om meer huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren; 3. De bestaande keurmerken moeten worden aangescherpt en ze te integreren. Tevens moeten de eisen onderdeel gaan uitmaken van het certificeringssysteem voor uitzendbureaus; 4. Er moeten stappen gezet worden op het gebied van huisvesting om arbeidsmigranten minder afhankelijk te maken van hun werkgever.

6

Aanbeveling 1: het voorstel is om een landelijk expertteam arbeidsmigranten op te richten. Deze moet bijstand verlenen aan gemeenten en hen inzicht geven in de bestaande sturingsmogelijkheden. Er moet een “Handreiking huisvesting arbeidsmigranten” komen, deze moet een gemeente concreet handvatten bieden om de ondernemer te helpen met het realiseren van huisvesting. Er wordt geadviseerd om gemeenten de mogelijkheid te geven een verhuurdersvergunning in te voeren. Hiermee kan effectief worden opgetreden tegen oneigenlijk gebruik van woningen. Er worden hierin eisen gesteld aan de verhuurder, bijvoorbeeld een Bibob-toets of het aantal personen waaraan mag worden verhuurd. Gemeenten kunnen hierdoor optreden en hiermee malafide verhuurders weren en ongewenste situaties beëindigen. Er zou een handreiking en een modelvergunning moeten worden opgesteld. Kwaliteit van lokaal beleid valt of staat met goede handhaving en toezicht. Bovengenoemde handreiking zou dan uitleg moeten bevatten over de mogelijkheden om te handhaven. Aanbeveling 2: het rijk en de provincies zouden in 2021 afspraken moet maken over de huisvesting van arbeidsmigranten als vast onderdeel van de landelijke woningbouwopgave. Deze landelijke opgave moet dan weer vertaald worden tot gemeentelijke opgaven. Het zou ook goed zijn om dit regionaal op te pakken.

Wat de ene gemeente niet realiseert zou een andere gemeente misschien wel kunnen. Onderling zouden hier dan afspraken over gemaakt kunnen worden. Huisvesting van arbeidsmigranten wordt dan zo een regionale opgave. Het aanjaagteam adviseert om woningbouwcorporaties nadrukkelijk hierbij te betrekken, zij kunnen een belangrijke partij hierin zijn. De vraag is wel of ze dit mogen. Op dit moment zien ze hier geen toegevoegde waarde voor hen in. Misschien dat ook dit regionaal kan worden opgepakt. Bij besluitvorming over nieuwe bedrijvigheid kunnen gemeenten en provincies de huisvestingsvraag onderdeel laten uitmaken van het vestigingsbeleid. Aanbeveling 3: integreer het SNF- en AFK-keurmerk. Om de discussie uit de weg te gaan welk keurmerk en gebruikt moet gaan worden is het voorstel om beide keurmerken samen te voegen tot één keurmerk. De verschillen komen vooral voort uit de sector waaruit ze zij ontstaan: uitzendbranche versus agrarische sector. AKF is gericht op de land- en tuinbouw waarbij tijdens de oogstperiode gedurende korte tijd (kleinschalige) huisvesting nodig is, waar SNF zich richt op meer langdurige inzet van uitzendkrachten en daarbij behorende meer grootschalige huisvesting. Omdat er nog niet één keurmerk is en wij ons nu vooral richten op goede en veilige huisvesting voor de langere termijn gaan wij op dit moment uit van het SNF- keurmerk.

Zaken die misschien beter geregeld zijn in het AFK-keurmerk kunnen we in het convenant apart benoemen. Het geïntegreerde keurmerk valt onder de werking van de Raad voor de Accreditatie, deze moeten met een voorstel komen. In het kader van de verhuurvergunning zou dan de gemeente de eis kunnen stellen dat de huurder een ruimte huurt die voldoet aan het keurmerk. Bestaande huisvestingslocaties zouden een redelijke termijn moeten krijgen om de transformatie naar de nieuwe norm te laten plaatsvinden. Dit moet nog verder uitgewerkt en opgepakt worden. Om dit te kunnen toetsen moet er een goede gegevensuitwisseling mogelijk zijn tussen het keurmerk en de gemeente. Het keurmerk voert controles uit en geconstateerde tekortkomingen moeten opgelost worden. Niet dit niet dan kan het keurmerk ingetrokken worden. De norm voor bijvoorbeeld de leefoppervlakte is op dit moment 12 m2 deze wordt waarschijnlijk verhoogd naar 15 m2, het is gewenst deze norm nu al als uitgangspunt mee te nemen. Aanbeveling 4: belangrijk dat voor de arbeidsmigrant een vorm van woonbescherming komt die de afhankelijkheid van de werkgever inperkt. Doel is dat bij verlies van werk men gebruik mag blijven maken van de huisvesting zolang men de kosten vergoedt. Er moet een redelijke termijn komen om vertrek te regelen of ander werk te vinden.

Al eerder heeft het Aanjaagteam aangegeven voorstander te zijn van een zelfstandig huurcontract met een opzegtermijn van minimaal één maand. Bij een verwacht verblijf van korter dan 4 maanden dan kan er een huurcontract “naar aard van korte 7

duur” volstaan. Indien het verblijf langer dan 4 maanden duurt zou men moeten gaan werken met tijdelijke huurcontracten. Met deze contractvorm ontstaat er huurbescherming. Dit zal een moeilijk verhaal worden, veel werkgevers en uitzendbureaus zullen hier moeite mee hebben. In het geval dat een dergelijke afspraak niet te maken is dan adviseert de Aanjaagteam de wet- en regelgeving dusdanig aan te passen dat alsnog op deze wijze voor de arbeidsmigrant een wettelijke woonbescherming ontstaat. Het Aanjaagteam adviseert ook van de ontkoppeling van arbeidscontracten en huurcontracten. Uitzendbedrijven zullen dan hun huisvestingsactiviteiten moeten ontkoppelen van hun uitzendactiviteiten. De verwachting van het Aanjaagteam is wel (en terecht) dat het enige tijd zal duren alvorens een volledige ontkoppeling tussen werk en wonen kan worden bereikt omdat er eerst voldoende hoogwaardige huisvestinglocaties beschikbaar moet zijn. Uitzenders en huisvesters hebben tijd nodig om dat ook in de praktijk vorm te geven. Dit heeft tijd nodig. 4. Gezondheid en welzijn van arbeidsmigranten. Er zijn verschillende problemen op het gebied van gezondheid en welzijn van arbeidsmigranten geconstateerd. Ze maken lange dagen, extra risico op lichamelijke klachten, onzekerheden en psychische klachten. Deze klachten komen o.a.

door onbekendheid met het Nederlandse zorgsysteem en door de angst om hun baan te verliezen. Veel werkgevers regelen voor hun arbeidsmigranten een zorgverzekering en houden de premie in op het loon. Dit kan prima werken maar er ontstaat een probleem als de arbeidsmigrant zijn baan verliest. Zij raken dan direct onverzekerd. Dit is onwenselijk. Arbeidsmigranten blijven op deze manier afhankelijk van de werkgever. Het Aanjaagteam benoemt hier twee doelen: arbeidsmigranten moeten kunnen rekenen op goede gezondheidszorg en zij mogen niet (alleen) afhankelijk zijn van hun werkgever. Prima als de werkgever de zorg regelt maar bij het verlies van werk moet er een overbruggingsperiode komen. Dit kan een gemeente niet gaan regelen dit moet het kabinet wettelijk gaan regelen. Gedacht wordt aan een periode van 30 dagen nadat de verzekeringsplicht is vervallen. Er zijn meerder groepen in de Nederlandse samenleving die deze zorg nu ook al ontvangen. Zoals eerder is aangegeven kunnen de meeste arbeidsmigranten een DigiD aanvragen. Om de zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van arbeidsmigranten te stimuleren kan er dan digitaal aan de arbeidsmigrant een polis beschikbaar gesteld worden. Dit kan in diverse talen. Het vinden van een huisarts kan een probleem zijn. Een mogelijke oplossing hiervoor kan zijn het opzetten van regionale zorg op basis van de registratie van huisvestingslocaties.

Bewoners wisselen wel maar locaties niet. Zorgverzekeraars zouden afspraken moeten maken met huisartsen hierover. 5. Betere handhaving en toezicht Willen we goede en veilige huisvesting voor arbeidsmigranten realiseren dan is goed toezicht en handhaving essentieel. Het is noodzakelijk dat de regelgeving wordt nageleefd en misstanden worden tegengegaan. Toezicht is wel het sluitstuk van de regelgeving. Als de aanbevelingen die zijn benoemd worden nageleefd en ingesteld dat vormt dit samen een sluitend systeem. Er zullen altijd pogingen worden ondernomen om onder de regelgeving uit te komen en daarom moet handhaving en toezicht op dit gebied verbetert worden. Er zijn verschillende toezichthouders rondom arbeidsmigratie actief. De Inspectie SZW houdt toezicht en handhaaft op de werkvloer. Gemeente op huisvesting. De belastingdienst, UWV en SVB bij de 8

belastingen en premies. Maar ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de politie en de boa’s en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en ook de GGD kunnen een rol spelen. Naast de publieke toezichthouders zijn er ook private partijen die toezicht houden: sociale partners en het SNF/AKF/SNA keurmerk. Het is een versnipperd geheel. Mede daarom zijn er grote problemen op het gebied van handhaving en toezicht. Geldende privacywaarborgen beperken de gegevensuitwisseling. Ook wordt er met betrekking tot samenwerking onvoldoende geïnvesteerd op dit gebied. Er is te weinig personeel om deze samenwerking goed op te pakken. Er moeten structurele samenwerkingsverbanden komen. Er zijn goede voorbeelden van samenwerking bekend dus het moet mogelijk zijn. Door verplichte certificering voor te stellen kan een groot deel van het toezicht aan de voorkant ingevuld worden. Private toezicht door certificerende instellingen is de eerste grote stap in het toezichtsysteem. Uitzendbureaus en locaties moeten hierdoor periodiek getoetst worden. De Inspectie SZW, de belastingdienst en de gemeenten (het publiekrechtelijk toezicht) zijn de volgende schakel in het geheel. Zij kunnen dwingend optreden als de eerste schakel de zaken niet op orde krijgt/heeft.

De verwachting is dat er een behoorlijke signalering (van privaat naar publieke toezichthouders) op gang gaat komen, wij als gemeente zullen hier rekening mee moeten houden. Daarnaast moeten wij ook zelfstandig toezicht uit te oefenen. Wij moeten samen met de Inspectie SZW jaarlijks een toezichtsplan vaststellen waarin staat in welke mate er toezicht plaats vindt in het verlengde van het privaatrechtelijke toezicht en in welke mate het zelfstandig toezicht is. Toezichthouders willen in beginsel graag met elkaar samenwerken, maar lopen vaak tegen praktische juridische en organisatorische obstakels aan. Daarin is gegevensuitwisseling het grootste knelpunt. Hiervoor moet dan ook een wettelijke basis komen. Bevoegdheden moeten duidelijk zijn, moeten goed op elkaar aansluiten en dekkend zijn. Om meer samenhang in toezicht te bewerkstelligen geeft het Aanjaagteam de volgende aanbevelingen: 1. Samenhang in toezicht. De samenwerking tussen inspectiediensten moeten structureel verbeteren. Er moet een gezamenlijk toezichtplan komen. Een dergelijke structuur om de samenwerking tussen publieke en private toezichthouders vorm te geven bestaat nog niet. 2. Gegevensuitwisseling. Er moet een wettelijke basis gecreëerd worden voor gegevensuitwisseling tussen beide toezichthouders. Er zou een onafhankelijke partij ingeschakeld moeten worden om hiervoor een plan op te stellen.

Op basis van alle uitkomsten moet er een juridisch kader worden opgesteld waarbinnen de gegevensuitwisseling kan plaatsvinden. 3. Meer capaciteit. Er moet structureel meer geïnvesteerd worden in de Inspectie SZW. Dit is ook in het regeerakkoord afgesproken. Er is veel inzet nodig om tot een gezamenlijke aanpak te komen en de gezamenlijke risicoanalyse te realiseren. Als er meer in samenwerkingsverbanden gewerkt gaat worden zal de gemeente ook moeten meegroeien. 4. Grensoverschrijdend werken. Hier is nu te weinig aandacht voor. Er wordt geadviseerd een apart multidisciplinair team in te stellen. Deze zou alle grensoverschrijdende zaken op zich moeten nemen. 5. Onaangekondigd inspecteren en meldplicht aan Inspectie SZW. Op dit moment wordt er niet altijd onaangekondigd inspecties uitgevoerd. De Inspectie SZW doet dit wel maar ook andere partijen zouden dit meer moeten doen. Naast aangekondigde inspecties (vooral voor de administraties) zouden ze ook onaangekondigd inspecties moeten uitvoeren. Het moet logisch zijn om certificaten ingetrokken kunnen worden bij ernstige situaties. Dit moet nog verder worden uitgewerkt. 9

6. Institutionele inbedding van arbeidsmigratie. Er zijn zeer veel verschillende instanties bezig met arbeidsmigratie. Een goede samenwerking is nodig om de problemen goed aan te pakken. Hierdoor hoort een duidelijke en heldere verdeling van verantwoordelijkheden. Zowel bij het opstellen van beleid als bij de uitvoering en het toezicht daarop. Arbeidsmigranten zijn een volwaardig onderdeel van de Nederlandse samenleving en zullen hier voorlopig ook onderdeel van blijven uitmaken. Het is en blijft daarom belangrijk dat regionale en lokale autoriteiten een visie hebben op hoe zij met arbeidsmigranten willen omgaan en hoe zij hiervoor beleid blijven ontwikkelen. De eerdere initiatieven op dit gebied hebben niet voldoende resultaat opgeleverd. Er moet structurele aandacht vanuit het Rijk, provincies en gemeenten komen om het zicht op de arbeidsmigranten te verbeteren. Er moeten betere structurele contacten en overleggen komen tussen beleidsmakers en vertegenwoordigers van arbeidsmigranten. Dit kan in de vorm van een klankbordgroep of een consultatieronde waarbij arbeidsmigranten hun inbreng hebben. Ook sleutelfiguren kunnen hierin een rol spelen. Provincies zouden een aanjagende rol moeten krijgen. Zowel de provincie Overijssel al Gelderland hebben inmiddels actie ondernomen en zijn bezig gemeenten hierbij te ondersteunen. Ook oplossingen in regionaal verband worden onderzocht.

Ook moeten integratietrajecten worden opengesteld voor arbeidsmigranten. De huidige regelingen zijn op dit moment erg beperkt voor arbeidsmigranten. Ze zijn niet inburgeringsplichtig maar het is goed integratie te stimuleren voor diegene die graag willen. Het aanjaagteam adviseert dan ook om deze regelingen ook open te stellen voor arbeidsmigranten. Ook werkgevers zouden cursussen kunnen aanbieden. Dit zou door sociale partners in cao’s verankerd kunnen worden. Het aanjaagteam adviseert het kabinet om jaarlijks aan de Tweede kamer te rapporteren over de ontwikkelingen rondom arbeidsmigranten. Deze rapportage kan dan een basis bieden om trends en ontwikkelingen te duiden die vragen om provinciaal en/of gemeentelijk beleid. Het voorstel is ook om alles in één Verzamelwet op te nemen. Dit ter bevordering en samenhang en ter voorkoming van onvoldoende prioriteit aan aanpassingen in een bredere afweging. Tevens zou het Rijk een “Expertteam arbeidsmigranten” moeten oprichten die gemeenten en provincies in den brede kan ondersteunen. De toegang tot het recht is voor arbeidsmigranten moeilijk. Er zijn taalproblemen, men kent de procedures niet, men kan de eigen juridische positie onvoldoende inschatten en arbeidsmigranten hebben weinig hulp in de sociale omgeving om deze drempels weg te nemen. Het is gewenst de toegang te verbeteren.

Een laagdrempelige vorm van conflictbeslechting zal de toegang tot het recht vergroten. Naar analogie van de Huurderscommissie wordt de overweging meegegeven om een Expertteam arbeidsmigranten in het leven te roepen. Deze zou een bindende uitspraak kunnen doen op basis van zelfstandig onderzoek. Sociale partners erkennen deze problemen en hebben aangegeven zelf met voorstellen hierover te komen. 7. Financiële aspecten van het advies. Meerdere aanbevelingen van het Aanjaagteam hebben financiële consequenties. In dit hoofdstuk wordt geïnventariseerd voor welke aanbevelingen dit het geval is. En waar deze kosten terecht 10

zouden moeten komen. Bij veel aanbevelingen is geen sprake van financiële consequenties voor werkgevers en/of overheidsuitgaven. In deze paragraaf worden die dan ook niet genoemd: 1. Betere beheersing van de uitzendsector. Invoering certificeringstelsel, gebruik g-rekening en de waarborgsom brengen zowel administratieve als toezichtkosten met zich mee. Uitzendbureaus die al SNA-gecertificeerd zijn (de goede bureaus) zullen hier weinig last van hebben. De kosten komen bij de niet gecertificeerde bureaus te liggen. Inschrijving Kamer van Koophandel. Extra taken zullen leiden tot extra kosten. Via de tariefstructuur van de KvK zullen deze kosten terechtkomen bij de (uitzend)bedrijven. De voorgestelde gegarandeerde minimumloondoorbetaling van twee maanden leidt alleen tot een stijging van de arbeidskosten voor bedrijven die geen of minder werk blijken te hebben dan tevoren met de arbeidsmigrant is afgesproken. 2. Zicht krijgen op arbeidskrachten De invoering van een actieve zorgplicht voor werkgevers met betrekking tot de registratie leidt tot een extra taak. Werkzaamheden van werkgevers. Het BRP/RNI dient aangepast te worden. Dit eist een systeemwijziging bij de RvIG en aangepaste werkwijzen bij gemeente. De kosten kunnen hiervan pas bepaald worden nadat een impactanalyse is uitgevoerd. Het RvIG krijgt extra uitvoeringstaken toebedeeld o.a.

gegevensuitwisseling met de Belastingdienst en het UWV alsmede met gemeenten en werkgevers. Het gaat om eenmalige kosten. De omvang van de kostenstijging is in belangrijke mate afhankelijk van de nadere uitwerking van de voorstellen. De RNI-loketten krijgen een informatietaak erbij. Ook deze kosten zijn afhankelijk van de wijze van uitwerking. 3. Meer en betere huisvesting van arbeidsmigranten. Landelijk Expertteam arbeidsmigranten is een nieuwe taak voor de rijksoverheid. Het zal zeker leiden tot capaciteitsuitbreiding. Verhuurdersvergunning zal gepaard gaan met eenmalige invoeringskosten voor gemeenten. Daarnaast komen er structurele kosten. Ook deze kosten zijn afhankelijk van de wijze van uitwerking. Toetsing door de keurmerken. De verwachting is dat deze extra kosten beperkt zullen zijn tot de extra capaciteitsinzet en in een stijging van de tarieven. Aanscherpen kwaliteitseisen zal ertoe leiden dat nieuwe locaties duurder worden. Huisvesters en uitzenders dia al aan de kwaliteitseisen voldoen, zullen minder extra kosten hebben. Partijen die er een verdienmodel van hebben gemaakt zullen de extra kosten gaan voelen. 4. Gezondheid en welzijn van arbeidsmigranten. De verlengde zorgfaciliteit van 30 dagen zal naar verwachting leiden tot een beperkt financieel beslag, het niet verzekerd zijn is een grote risico. 5.

Betere handhaving en toezicht Het tijdelijke samenwerkingsplatform dat is opgezet (COVID-19) kan omgezet worden in een structureel samenwerkingsverband. Kosten € 1,5 miljoen per jaar. Uitbreiding van de capaciteit van de Inspectie SZW met 90 fte’s leidt tot een kostenstijging. 6. Institutionele inbedding van arbeidsmigratie. Het openstellen door gemeenten van voorzieningen op het gebied van inburgering en integratie zal extra kosten voor gemeenten met zich meebrengen. Het is nodig hiervan een onderbouwde inschatting te maken ten behoeve van de raming van de kosten. Toegang tot het recht kan verbeterd worden door het instellen van een arbeidscommissie. Dit is een nieuwe taak die gefinancierd zal moeten worden vanuit de rijksoverheid.

11

Financiële gevolgen voor de gemeente Zwartewaterland. Uit de bovenstaande financiële aspecten volgend uit de adviezen van het Aanjaagteam blijkt wel dat er nog zeer veel kosten niet in beeld gebracht kunnen worden. Daarnaast worden er kosten bij andere partijen neergelegd dan de gemeente. Wij hebben in ons beleidsplan van augustus een raming opgesteld waarin wij onze kosten voor 2021 hebben ingeschat. Hieronder zullen de aanbevelingen en de kosten (zover als mogelijk) in beeld worden gebracht (opgave Aanjaagteam): 1. Betere beheersing van de uitzendsector: geen extra kosten voor de gemeente. 2. Zicht krijgen op arbeidsmigratie: het BRP zal aangepast moeten worden. Kosten kunnen pas bepaald worden nadat een impactanalyse is uitgevoerd. Gegevensuitwisseling: idem 3. Meer en betere huisvesting van arbeidsmigranten: verhuurdersvergunning zal gepaard gaan met eenmalige kosten voor de gemeente. De structurele kosten zouden kostendekkend gemaakt kunnen worden. 4. Gezondheid en welzijn van de arbeidskrachten: geen extra kosten voor de gemeente. 5. Betere handhaving en toezicht: hierbij wordt geen melding gemaakt voor extra kosten voor de gemeente terwijl die er natuurlijk wel zijn. In de raming hebben we hiervoor 1 dag in de week opgevoerd, kosten € 16.000,=. Voor de registratie en juridische ondersteuning zijn nog geen extra kosten opgevoerd.

Er zal eerst gekeken worden of dit binnen de huidige begroting past of dat er extra uren moeten worden ingezet. 6. Institutionele inbedding van arbeidsmigratie: het openstellen van voorzieningen op het gebied van inburgering en integratie zal extra kosten met zich meebrengen. Er moet een onderbouwde inschatting van gemaakt worden maar wij gaan ervan uit dat, zoals bij statushouders, wij hiervoor een bijdrage van het Rijk ontvangen. Naast deze bovengenoemde 6 aandachtpunten zal ook het bestemmingsplan aangepast moeten worden. We hebben een voorbereidingsbesluit genomen waardoor er op dit moment geen nieuwe aanvragen voor huisvesting in normale woningen wordt toegestaan. Het bestemmingsplan zal echter nog wel aangepast moeten worden. Ook hier gaan we uit van 1 dag in de week extra werk, kosten € 16.000,=. Om de interne processen, de communicatie, de klankbordgroep, de overlegstructuren en de participatie goed te laten verlopen is het gewenst een projectleider aan te stellen voor een half jaar, kosten € 20.000,= Resumerend zal er voor 2021 een bedrag van € 52.000,= nodig zijn om het beleid goed te kunnen oppakken en uitvoeren. Bij een goede en betere registratie staan hier inkomsten tegenover. Voor elke burger die goed staat ingeschreven ontvangt de gemeente jaarlijks ongeveer € 160,=.

Reactie van het kabinet op de conclusies en aanbevelingen van het Aanjaagteam. Het kabinet is de commissie zeer erkentelijk voor hun inzet om de misstanden aan de kaak te stellen en tot aanbevelingen te komen die alle partijen oproepen en activeren om hun verantwoordelijkheid te nemen. Het kabinet neemt, gelet op beide adviezen, verschillende maatregelen om misstanden bij arbeidsmigranten tegen te gaan en hun positie te versterken. Op elke aanbeveling wordt uitvoerig

12

ingegaan en waar mogelijk nu al over genomen, of actie op ondernomen of zover klaar gemaakt dat het nieuwe kabinet er gelijk verder mee kan. In het kort enkele uitwerkingen waar het kabinet mee bezig is:  Met het centrale informatiepunt “Work in NL” is de informatievoorziening aan arbeidsmigranten verbeterd;  Het Samenwerkingsplatform Arbeidsmigranten en Covid-19 pakt acute misstanden aan;  Er is structureel € 50 miljoen extra per jaar beschikbaar gesteld voor versterking van de handhavingsketen van de Inspectie SZW;  Begin volgend jaar wordt gestart met het registreren van contactgegevens van arbeidsmigranten die zich laten registreren bij een RNI-loket;  Er wordt gestart met de voorbereidingen van wijziging van de Wet BRP ten behoeve van tijdelijke verblijfsadressen;  Medisch noodzakelijke zorgkosten worden voor onverzekerden vergoed wanneer zij de kosten niet zelf kunnen dragen;  Voor het creëren van huisvesting voor kwetsbare doelgroepen wordt € 100 miljoen vrijgemaakt.  Het Rijksvastgoedbedrijf brengt door middel van een pilot de mogelijkheden in kaart voor passende huisvesting voor arbeidsmigranten;  Het kabinet werkt verplichte certificering inclusief de daarmee samenhangende kwaliteitseisen voor de uitzendbranche uit;  Daarnaast bereidt het kabinet maatregelen voor waarmee een volgend kabinet direct aan de slag kan gaan.

Het kabinet heeft de ministeries, uitvoeringsorganisaties en toezichthouders die del uitmaken en/of betrokken zijn bij het Aanjaagteam gevraagd voorbereidingen te treffen voor de volgende kabinetsperiode en te adviseren hoe deze samenwerking tussen partijen kan worden voortgezet. Conclusie De aanbevelingen geven duidelijk aan dat we anders moeten omgaan met onze arbeidsmigranten. We moeten ze behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. We moeten ze zien als gelijkwaardige en volwaardige deelnemers aan onze samenleving. Er moet bewust beleid gemaakt worden. Er moet goede handhaving en toezicht komen. Zelfredzaamheid stimuleren en beter zicht krijgen op arbeidsmigratie. Iedereen moet worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid en moeten in actie komen. De problemen zijn groot en urgent. De goede werkgevers moeten wij koesteren en de malafide werkgevers aanpakken. Niet alles zal ineens kunnen en vereist andere wetgeving maar wat nu al opgepakt kan worden moet opgepakt worden. Prioriteit moet gegeven worden aan de regulering van de uitzendbranche en de verbetering van de registratie. Ook op het gebied van de huisvesting moet snel actie worden ondernomen. Ook is duidelijk dat uiteindelijk de in dit advies uitgebrachte aanbevelingen één sluitend geheel zijn. Dit als wij de afhankelijkheid van arbeidsmigranten willen verminderen en misstanden tegen willen gaan.

Alle arbeidsmigranten behoren dezelfde bescherming te krijgen. In Zwartewaterland zijn we begonnen met het ontwikkelen van beleid voor goede en veilige huisvesting van arbeidsmigranten. Ook de Klankbordgroep speelt hierbij een belangrijke rol. Zij adviseren de raad en het college ongevraagd en gevraagd over zaken die betrekking hebben op onze arbeidsmigranten. Door deze taak samen op te pakken kunnen wij ervoor zorgen dat onze 13

arbeidsmigranten gezien worden als volwaardige burgers waar we trots op zijn. Zij helpen mee om van Nederland een welvarend land te maken. Het minste wat wij terug kunnen doen is ze waarderen en te helpen zich hier thuis te voelen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10108220/2