d. Bijlage 4 - aanvullend memo gemeenteraad 140921
Tekst van het document
JOIN-nr.: Van : Aan: C.C: Datum: Betreft:
10958 College Gemeenteraad 14 september 2021 Raadsvoorstel Beleidsagenda beschermd wonen
1. Inleiding In de beeldvormende informatieavond van 9 september jl. heeft u gesproken over de Beleidsagenda “Van beschermd wonen naar beschermd thuis”. Het college heeft de raad mee willen nemen in de ontwikkelingen op het gebied van de door-decentralisatie Beschermd Wonen. Uw raad heeft op 9 september jl. veel vragen gesteld over de notitie. De vragen waren vooral gericht op twee punten. Ten eerste de inhoudelijke betekenis van de decentralisatie voor onze inwoners en ten tweede de financiële kaders. In deze memo gaan we daar nader op in. 2. Nadere duiding van de doordecentralisatie Wat gaat er nu eigenlijk veranderen? Het is goed om eerst aan te geven dat het bij beschermd wonen gaat om inwoners die 18 jaar of ouder zijn die een psychisch of psychosociaal probleem hebben (denk aan autisme, angststoornis of persoonlijkheidsstoornis). Deze inwoners hebben 24 uur toezicht en begeleiding nodig. Doel is om uiteindelijk weer zelfstandig te gaan wonen (eventueel met ambulante begeleiding). Beschermd wonen is daarmee een tijdelijk voorziening en niet een permanente plaatsing. Ook is goed om aan te geven dat het geen nieuwe doelgroep betreft. Gemeenten waren al vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning verantwoordelijk voor de doelgroep beschermd wonen, maar de financiering en uitvoering verliep via regio’s/centrumgemeenten.
Op dit moment ligt het uitvoeren van beschermd wonen van de gemeente Zwartewaterland bij centrumgemeente Zwolle. Taken en verantwoordelijkheden gaan vanaf 2022 verschuiven. Gemeenten worden verantwoordelijk voor nieuwe cliënten beschermd wonen. Per 1 januari 2023 vindt er een financiële doordecentralisatie plaats. De centrumgemeente Zwolle blijft verantwoordelijk voor de cliënten die een indicatie hebben op 1 januari 2023 (en in zorg zijn of op de wachtlijst staan). Samen met de doordecentralisatie speelt de transformatie van het beschermd wonen. De bestaande voorziening beschermd wonen gaat momenteel nog gepaard met een verhuizing, vaak weg uit de vertrouwde omgeving en een aanzienlijke duur van de voorziening, ook met de bijbehorende kosten. In de toekomst hopen we meer inwoners in de bestaande woning, of in ieder geval woonomgeving, ambulant te kunnen begeleiden om duurdere en ingrijpende voorzieningen te voorkomen. Dit heet van beschermd wonen naar beschermd thuis 3. Inhoudelijke voordelen Vanuit de raad zijn vragen gesteld over de inhoudelijke voordelen. Samenvattend gaat het om de volgende: - De inwoner wordt geholpen door zijn eigen gemeente. Veel van de inwoners die potentieel tot de doelgroep beschermd wonen behoren of kunnen gaan behoren, zijn al bij de gemeente bekend in andere, lichtere vormen van begeleiding. De
-
-
-
inwoner hoeft niet opnieuw zijn verhaal te doen, maar er kan worden opgeschaald vanuit bestaande hulpverlening. Zo kan er in overleg met de inwoner samen gewerkt worden aan een integraal plan. De inwoner kan door de gemeente worden gewezen op voorliggende of alternatieve voorzieningen waardoor instroom in het beschermd wonen kan worden uitgesteld of hopelijk kan worden voorkomen. De gemeente kent de eigen sociale kaart van voorzieningen. Met eigen actoren kan ingespeeld worden op wat er lokaal nodig is. Deze behoefte ligt in een grote stad anders dan in een kleine gemeente. Wat is er nodig aan ondersteuning: wat kan de inwoner zelf (toepassing principes van positieve gezondheid), wat kan de mantelzorger eventueel doen, welke contacten kunnen met wie in de buurt worden gemaakt etc. De insteek van de transformatie is om een inwoner zo lang mogelijk zelfstandig te laten. De opdracht is niet per se om beschermd wonen plekken te gaan creëren in Zwartewaterland. Het is juist de bedoeling om voor de doelgroep het beschermd thuis te ontwikkelen. Voor de inwoners waar dit niet voldoet, blijft er altijd beschermd wonen als voorziening bestaan in eigen gemeente of elders.
4. Beleidsagenda De beleidsvisie is deels regionaal en deels lokaal. In de richtlijnen van de Norm voor Opdrachtgeverschap zijn afspraken gemaakt wat er nog regionaal wordt opgepakt. Dit om o.a. de zorgcontinu voor de specialistische functies te waarborgen. De lokale beleidsagenda die nu voor ligt is agendavormend, dat wil zeggen welke onderwerpen of thema’s willen wij de komende tijd oppakken om de doordecentralisatie van beschermd wonen te kunnen invoeren en uitvoeren. Hierbij gaat het dus om de wat-vraag. Wat is er nodig om hiervoor stappen te kunnen zetten. De hoe-vraag komt hierna. In december komt een regionale beleidsvisie (een update van een regionale visie die u eerder hebt ontvangen). In de regionale visie staat wat er regionaal wordt opgepakt, hoe de inkoop (van beschermd wonen) wordt georganiseerd, hoe de toegang beschermd wonen wordt ingericht (wat kunnen we samen doen), hoe de governance wordt geregeld (regelen van afspraken en samenwerking) en hoe het met de financiën zit. 5. Duiding van de financiën A. Huidig beeld van de rijksmiddelen. In de beleidsagenda zelf hebben we al geschetst hoe de financiën er uit komen te zien. Dat is het beeld zoals dat was op basis van het concept-verdeelmodel dat dit voorjaar is gepresenteerd. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: De herverdeling van de middelen vindt plaats in een tijdsperiode van tien jaar.
Gemeente kunnen hierdoor in tien jaar ingroeien. Er is sprake van een geleidelijke overstap van een historische verdeelmodel (centrumgemeenten) naar een objectief verdeelmodel (alle gemeenten). Voor de herverdeling is het van belang te weten wat het rijksbudget is. Op het rijksbudget beschermd wonen vindt een mindering plaats vanwege een uitname voor de Wet langdurige zorg, omdat een deel van de doelgroep ook naar de Wlz overgaat. Op het rijksbudget beschermd wonen voor de regio vindt een mindering plaats met € 10 miljoen. Op z’n vroegst wordt met de december-circulaire meer bekend gemaakt over de verdeling van de rijksmiddelen over gemeenten. B. Financiële solidariteit
In de verdeling van de middelen over de gemeenten zijn grote verschillen ontstaan tussen gemeenten. Voor ons is dit reden geweest om in de regionale bestuurlijke overleggen dit punt aan de orde te stellen. Regionaal bestuurlijk is daarom besloten: 1. Gemeenten willen solidair zijn met elkaar voor de huidige cliënten beschermd wonen: het historische deel van het budget. Dit betekent dat gemeenten gezamenlijk de kosten dragen voor cliënten beschermd wonen (die op 1 januari een indicatie hebben). In het derde jaar (2025) vindt er een evaluatie plaats en wordt bepaald of de financiële solidariteit wordt voortgezet, aangepast of beëindigd. 2. Met betrekking tot het objectieve budget hebben de gemeenten bestuurlijk aangegeven in de regio geneigd te zijn tot solidariteit, maar pas tot besluitvorming over te willen gaan na publicatie van het verdeelmodel beschermd wonen. De solidariteit betekent voor ons dat de financiële risico’s verkleind worden. Het verder verkleinen van de financiële risico’s kan door het zo snel mogelijk starten van de transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis.