CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

c. Bijlage 3 - Ruimtelijke analyse ter onderbouwing van de kaart v1.0 3

Raadsvergadering 4 februari 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Communicatie en participatie voor zoekgebieden grootschalige energieopwek3.537 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke analyse Zwartewaterland

Ruimte voor energie uit wind en zon

Ruimtelijke analyse Zwartewaterland

Datum 30-11-2020

Versie 1.0 concept

Gemeente Zwartewaterland Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt Tel: 14 038

Auteurs

Martijn Oosting Gerrit Jan Ekkelkamp

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ..................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................... 4

1.2

Doel ......................................................................................................................................... 4

1.3

Leeswijzer............................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 2 Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon ................................................. 5 2.1

Werkwijze ............................................................................................................................... 5

2.2

Belemmeringen...................................................................................................................... 6

2.3

Keuzes..................................................................................................................................... 7

2.4

Geschikte zoekgebieden ....................................................................................................... 8

2.5

Relatie met de RES ............................................................................................................. 11

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke kaders & regelgeving................................................................... 13 3.1

Rijksoverheid........................................................................................................................ 13

3.2

Provincie ............................................................................................................................... 13

3.3

Gemeente ............................................................................................................................. 14

Inhoudsopgave

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding Zwartewaterland blijkt het relatief goed te doen op het gebied van zonnepanelen op dak. Zoals in het programma energietransitie al is aangegeven zal het doel van 50% energieneutraliteit met alleen zonnepanelen op dak niet gehaald worden. Daarom zijn er dus zonnevelden en windturbines nodig. Hoewel er enkele initiatieven voor zonnevelden zijn, is dit nog niet genoeg om de doelstelling tot 2030 te halen. Daarnaast staan er nog geen windturbines in de gemeente. De gemeenteraad van Zwartewaterland heeft in juni 2019 het programma energietransitie voor kennisgeving aangenomen. In dit programma is onder andere opgenomen dat er tot 2030 een opgave ligt voor 50 hectare zonnevelden, 5 windturbines van 3 megawatt (MW) en 160.000 zonnepanelen op dak. Of een equivalent van deze aantallen in andere verhoudingen als daarmee 50% energieneutraliteit kan worden gehaald. De gemeenteraad heeft deze opgave door middel van een amendement vastgesteld en beschouwt deze opgave als vertrekpunt voor de gemeente Zwartewaterland in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES). Daarnaast zal vanaf 2030 tot 2050 nog een vervolg opgave liggen. Van 50 hectare zonneveld naar 80 hectare. En van 5 windturbines naar 6-9 windturbines. Hoewel deze opgave nu nog niet leidend is speelt, het wel een rol in de afwegingen die gemaakt zijn in deze ruimtelijke analyse.

1.2

Doel Zonnevelden en windturbines kunnen niet overal geplaatst worden en de locatiekeuze hangt af van meerdere factoren. De gemeente wil graag inzichtelijk krijgen waar geschikte locaties voor grootschalige zonnevelden en windturbines liggen. Daarom is deze ruimtelijke analyse uitgevoerd. In deze analyse wordt gekeken naar welke belemmeringen er zijn in de gemeente voor windenergie en voor zonnevelden. In de overgebleven gebieden wordt gekeken welke mogelijkheden er zijn voor windturbines en zonnevelden.

1.3

Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de ruimtelijke analyse van gebieden voor de opwek van duurzame energie uit wind en zon. In hoofdstuk 3 staan beleidskaders en regels voor zon en wind van de provincie benoemd. In dit hoofdstuk staat ook het gemeentelijk afwegingskader zon. In hoofdstuk 4 staat het participatie- & communicatieplan waarin uitgewerkt staat hoe en op welke manier we burgers gaan betrekken en informeren over dit proces.

Inleiding

4

Hoofdstuk 2 Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon 2.1

Werkwijze In deze verkenning worden twee vormen van duurzame energie geanalyseerd, te weten windenergie en zonne-energie. Voor windenergie wordt uitgegaan van de 4 MW windturbine 1. Voor de analyse is gebruik gemaakt van het Geoportaal van de gemeente en data van de gemeente en van externe partijen zoals NP RES2. Daar zijn de verschillende relevante kaartlagen ingevoerd en daarmee zijn de kaarten gemaakt.

Tabel 1

     

Tabel 2

Woonbebouwing Overige bebouwing Auto- en waterwegen Hoofdkabels en -leidingen Hoge druk aardgasleidingen Hoogspanningsleidingen

Overige leidingen Laagvliegroutes Veiligheid bij bedrijven en installaties Ecologische waarden N2000

Rondom deze belemmeringen zijn minimale afstanden aangehouden, die volgen uit wet- en regelgeving. Deze afstanden zijn in onderstaande tabel beschreven: Belemmering Woonbebouwing

Tussen windturbines

Ecologie:

1

    

-

N2000

-

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Buffer (m) Type 400 Wind

0

Zon

700-1000

Wind

0

Zon

0

Toelichting Vuistregel. Uit ervaring blijkt dat bij deze afstand aan de geluid- en slagschaduwnorm kan worden voldaan. 3 Geen harde belemmering. De onderlinge afstand. Dit is een vuistregel geen wettelijke norm. Maatwerk per project nodig. Geen harde belemmering.

Wind Geen buffer. Wel is in deze analyse en Zon N2000 en NNN netwerk uitgesloten voor de opwek van Windenergie en Zonneenergie (zie onderstaande). In N2000 kan volgens de omgevingsvisie van de provincie geen windturbines gebouwd worden. Natuurgebieden zijn uitgesloten. Hoewel de provincie de ontwikkeling van zonneparken in N2000 niet verbieden, geven zij aan dat zij verwachten dat het in de praktijk niet mogelijk is vanwege de vele aanpassingen. Daarnaast zijn N2000 gebieden niet meegenomen in de Zonneladder. Hiervoor geldt hetzelfde als bovenstaande.

Hierbij is uitgegaan van ene V150-4.2 MW™: Rotorblad: 73,7m. Ashoogte: 166m. Rotordiameter 150m.

2 Nationaal Programma Regionale Energie strategieën 3 De norm voor geluid is: jaargemiddelde geluidsbelasting ter plaatse van woningen: 47 dB Lden. De norm voor

slagschaduw is: maximaal 17 x 20 minuten slagschaduw per jaar. Dit wordt berekend door middel van WindPRO (een veel gebruikt programma in de windenergiesector)

Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon

5

Weidevogel gebieden

0

Zon

Nationaal Landschap IJsseldelta

0

Wind

0

Zon

200

Wind

-

Buisleidingen

Geen buffer maar een kaart van deze gebieden. Deze gebieden zijn puur wettelijk (nog) niet goed geborgd. De verwachting is dat het in de meeste van deze gebieden ongunstig tot onmogelijk is om grootschalige zonnevelden te ontwikkelen Uitsluiting voor windenergie. Tenzij de gemeenten met een goed plan komen waarin zij aangeven hoe windenergie mogelijk zou moeten zijn. In dat geval wil de provincie ernaar kijken. Geen uitsluiting. De aan te houden afstand is in het Handboek Risicozonering Windturbines (HRW) aangehouden als grootste waarde van: - Maximale werpafstand bij

nominaal toerental

Hoogspanning

5

Zon

250

Wind Zon

25 Wegen 75 10

2.2

- Ashoogte +⅓ wieklengte4 Het vrijhouden van de onderhoudsstrook. Afstand gelijk aan de tiphoogte (as + wieklengte). Wettelijke minimale afstand tot de voet van de hoogspanningsmast.

Wind

HRW geeft voor (Rijks)wegen een afstandscriterium van ½ x rotordiameter (met een minimum van 30m).

Zon

Buiten de wegzone.

Belemmeringen De keuzes worden gemaakt voor de tijdframes die lopen tot 2030 en van 2030 tot en met 2050. Daarbinnen kan voor de onderstaande drie belemmeringen aangegeven worden hoe hiermee om te gaan.

2.2.1 Laagvliegroute 10a Hoewel de laagvliegroute nog in kaarten en verordeningen is verwerkt betekent dat niet dat dit nog klopt. Inmiddels is duidelijk dat deze laagvliegroute is opgeheven. Op dit moment geldt nog dat college van burgemeester en wethouders een verzoek tot ontheffing moeten indienen bij het ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijkszaken. Dat gebeurt op basis van artikel 3.2 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Ministerie van Defensie heeft laten weten dat bij een dergelijke aanvraag de minister van Defensie de ontheffingen niet zal blokkeren. Verder zal de laagvliegroute uit allerlei verordeningen en publicaties worden verwijderd. Op nationaal niveau zal dit op korte termijn gerealiseerd worden. Tot die tijd geldt de hierboven beschreven procedure.

2.2.2 Nationaal Landschap IJsseldelta

4 Beleid Gasunie 31-07-2015

Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon

6

In het Nationaal Landschap geldt op dit moment een uitsluiting voor windturbines. Dit is vastgelegd in de omgevingsvisie van de provincie. Daarnaast is in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) ook niet voorzien in windenergie. Het LOP heeft Zwartewaterland samen met Zwolle en Kampen opgesteld. De provincie heeft aangegeven dat zij bij een goed plan van de gemeente(n) het uitsluitingsgebied willen heroverwegen. Dit kan leiden tot een gedeeltelijk of volledig opheffen van het uitsluitingsgebied voor wat betreft de plaatsing van windturbines. Zowel Kampen als Zwolle hebben aangegeven geen grote windturbines (ashoogte meer dan 100 meter) te willen toestaan in het Nationaal Landschap. Dit hebben zij in hun conceptomgevingsvisies staan.

2.2.3 Weidevogelgebieden Het ontwikkelen van zonnevelden in weidevogelgebieden lijkt lastig. Vanuit het weidevogelbeheerplan van de provincie is het onwenselijk dat een zonneveld midden in een open grasland geplaatst wordt. Weidevogels hebben behoefte aan een groot open veld. Onduidelijk is welke ontwikkeling wel kan plaatsvinden en onder welke compensatie voorwaarden. Daar waar de weidevogelgebieden grenzen aan gebieden waar deze beschermende status niet van kracht is, kan onderzocht worden in hoeverre deze in de toekomst ingezet kunnen worden als aanvullende zoekgebieden. Daarnaast zijn ontwikkelingen zoals nieuwbouw van wijken, gebouwen en constructies ontwikkelingen waarbij het mogelijk is om zonnevelden mee te nemen in de totale plannen voor gebiedsontwikkeling.

2.3

Keuzes Zoals hiervoor uitgewerkt zijn niet alle belemmeringen even hard. Er blijkt ruimte te zitten in de belemmeringen. Hoewel er dus ruimte is om belemmeringen gedeeltelijk of helemaal op te heffen is dit wel afhankelijk van een goed proces. Aanpassing van deze belemmeringen zijn daarom weggezet in de tijd. Dat is gedaan op basis van een inschatting hoelang een goed proces, wat kan leiden tot aanpassing, duurt. Daarvoor is onderscheidt gemaakt in twee tijdsvakken met elk een eigen scenario: tot 2030 en 2030-2050. Door eerst tot 2030 te kijken met doorkijk naar 2050 is hier sprake van een zelfde tijdsspanne als de RES.

2.3.1 Tot 2030 De Laagvliegroute 10a is opgeheven en vormt geen belemmering meer. Daarom is deze uit de analyse gehaald. Daardoor ontstaat er een zoeklocatie voor het grootschalig opwekken van windenergie in het gebied onder de voormalige laagvliegroute. In deze fase blijft het Nationaal Landschap als uitsluitingsgebied gehandhaafd. Er zijn dus geen zoekgebieden voor grote windturbines. Wel wordt het gesprek gestart met buurgemeenten en de provincie over de periode na 2030. De weidevogelgebieden worden niet ingezet als zoekgebied voor de opwek van grootschalige energie (zon) tot 2030. Uitzondering hierop zijn een aantal ‘logische’ plekken (zie kaart) langs de randen van het weidevogelgebied. Hier wordt in overleg met de provincie gekeken onder welke voorwaarden de gebieden kunnen worden toegevoegd als zoekgebied voor de periode tot 2030. In de participatie met de inwoners wordt eveneens besproken in hoeverre er draagvlak is om deze gebieden toe te voegen. De locaties waar geen belemmeringen zijn worden voorgesteld als zoekgebieden. Onder andere hierover willen wij met stakeholders in gesprek. Na dit proces is het nog mogelijk dat er een potentieel zoekgebied af valt voor de definitieve zoekgebieden. Met name voor de

Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon

7

zoekgebieden zon is er nog enige flexibiliteit. Als er zoekgebieden af vallen dan heeft dat als consequentie dat er automatisch meer clustering plaatsvindt omdat er minder zoekgebieden zijn.

2.3.2 2030-2050 Dit scenario is minder concreet dan het vorige. Er zijn nu nog belemmeringen die mogelijk opgeheven kunnen worden. Dit zal onderzoek vereisen. Daarnaast zijn ook externe ontwikkelingen van belang. Hoe zal de energievraag eruit zien rond 2030? In hoeverre liggen Nederland, de RES West Overijssel, de gemeente Zwartewaterland op koers om de gestelde doelen te halen? Deze ontwikkelingen zullen ook een rol spelen in de besluitvorming voor het scenario 2030-2050. In 2030 zal al het nodige gerealiseerd zijn om de doelstellingen van 2030 te halen. De doelstelling van de raad is dat dan 50 hectare zon en 5 windturbines zijn gerealiseerd. Als die doelstelling is gehaald dan ligt er volgens het programma Energietransitie nog een opgave van 30 hectare zon (80 hectare zon in totaal) en 1-3 windturbines (6-9 windturbines in totaal). De opgave voor 2050 is in deze fase het doel. Daarbij is het afwachten hoe de energievraag er dan uit ziet. Deze vraag kan gestegen of gedaald zijn ten opzichte van de prognose van het programma Energietransitie. Er wordt nog steeds van uit gegaan dat er jaarlijks 1,5% minder energie nodig is. In de praktijk wordt deze besparing niet gehaald. In het scenario tot 2030 wordt verkend in hoeverre het mogelijk is om duurzame energie in het Nationaal Landschap (wind) en in weidevogelgebieden (zon) op te wekken.

In de fase 2030-2050 kunnen mogelijk gebieden inzet worden die tot 2030 uitgesloten zijn. De verwachting is dat besluitvorming hierover niet op korte termijn zal plaatsvinden. De verwachting is dat besluitvorming op zijn vroegst rond 2030 zal plaatsvinden. Het is zelfs mogelijk dat besluitvorming na 2030 zal plaatsvinden. Voor het scenario van 2030-2050 bestaan extra afwegingen voor de vraag waar grootschalige energieopwekking kan plaatsvinden. Richting 2030 zullen er initiatieven in ontwikkeling zijn of al ontwikkeld zijn. Een keuze die dan voor ligt is of de resterende opwek moet aansluiten bij de dan al bestaande of in aanbouw zijnde energieopwekking. Daarnaast is het nog onduidelijk hoe de industrie in de kernen in Zwartewaterland zich wil verduurzamen richting 2050. Mogelijk wil de industrie haar eigen energie dicht bij het verbruik opwekken. Dat is vanuit netwerk oogpunt interessant. Een ontwikkeling in deze richting heeft wel gevolgen voor het scenario voor 2030-2050.

2.4

Geschikte zoekgebieden De analyse resulteert in de belemmeringskaart voor windenergie en zonne-energie. Door alle belemmeringen op te nemen wordt inzichtelijk waar wel en waar geen grootschalige opwek kan plaatsvinden. De gebieden waar wel grootschalige opwek van wind en zonne-energie kan plaatsvinden zijn in de kaart weergegeven.

2.4.1 Windenergie Voor windenergie blijven er tot 2030 dus twee gebieden over voor windenergie. Het eerste gebied ligt ten oosten van Zwartsluis, tegen de gemeentegrens met Staphorst. Het tweede gebied betreft het gebied in het zuidoosten van de gemeente, grenzend aan de gemeenten Staphorst en Zwolle.

Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon

8

2.4.2 Zonne-energie Voor de grootschalige opwek van zonne-energie zijn meer zoeklocaties dan voor windenergie: 1. Een deel langs de Kamperzeedijk (grenzend aan gemeente Kampen) Het gaat om de locatie die grenst aan de kastuinbouw in de gemeente Kampen. Dat is de Koekoekspolder. Daarnaast bevat dit gebied ook een deel van de Kamperzeedijk en de aangrenzende percelen. 2. Ten zuiden van Hasselt (grenzend aan gemeente Zwolle) Het gaat hier om de locatie tussen Hasselt en Zwolle aan de polder-Mastenbroek-kant van het Zwarte Water. Dit gebied ligt ook deels op en tegen het industriegebied van Hasselt aan. 3. Ten zuidoosten van Hasselt (grenzend aan gemeente Zwolle en de gemeente Staphorst) Het gaat hier om het gebied tussen Hasselt en de Snelweg A28. Een deel van dit zoekgebied is ook zoekgebied voor windenergie. 4. Ten oosten van Zwartsluis (grenzend aan gemeente Staphorst) Deze locatie betreft het gebied tussen Zwartsluis en Hasselt. En aan de binnendijkse kant: tussen de dijk en de gemeentegrens met Staphorst. Ook dit gebied is een naast een zoeklocatie voor zonneenergie ook een zoeklocatie voor windenergie.

Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon

9

2.4.3 Kaart met zoekgebieden Dit alles resulteert in de kaart met zoekgebieden voor de opwek van grootschalige wind- en zonne-energie. Daarbij moet opgemerkt worden dat het hier gaat om de zoekgebieden tot 2030.

Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon

10

2.5

Relatie met de RES Bij de behandeling van het programma Energietransitie heeft de gemeenteraad aangegeven dat zij de opgave, zoals beschreven in het programma, als vertrekpunt ziet voor de Regionale Energiestrategie (RES) van West Overijssel. In het amendement wordt onder andere de opwek van duurzame energie door 50 hectare zon en 5 windmolens benoemd. Bij de RES is door Zwartewaterland deze opgave of een equivalent aangeleverd als bijdrage. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat het concept bod van alle RES’en beoordelen. Een tussentijdse analyse is al uitgevoerd door het PBL. De aanbevelingen uit de tussentijdse analyse worden verwerkt in de RES. Om in West Overijssel van het concept RES bod een definitief RES bod 1.0 te maken zullen nog onderdelen meer uitgewerkt moeten worden. Zo behoeft het onderdeel ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke kosten nog uitwerking volgens het PBL. Voor beide onderdelen is het van belang dat er zoekgebieden door de gemeenten in de RES regio worden aangewezen. Deze ruimtelijke analyse geeft uitsluitingsgebieden weer. Wat over blijft zijn locaties die aangewezen kunnen worden als zoekgebieden. In theorie kunnen alle overgebleven gebieden zoekgebieden worden. De definitieve zoekgebieden zullen worden aangeleverd bij de RES als de zoekgebieden voor grootschalige opwek in Zwartewaterland.

Door het proces op te delen in twee scenario’s is er de nodige flexibiliteit om mee te bewegen in het RES proces.

Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon

11

Hoewel binnen de RES iedere gemeente zelf zoeklocaties aanwijst is het niet ondenkbaar dat er regionale zoekgebieden ontstaan. Bijvoorbeeld vanuit de RES of doordat gemeenten samen willen werken aan een gezamenlijk zoekgebied in hun gemeente. De gebieden uit de analyse die als zoekgebieden aangewezen kunnen worden bieden genoeg ruimte voor onze gemeente om eventueel bij te dragen aan regionale zoekgebieden.

Ruimtelijke analyse opwek uit wind en zon

12

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke kaders & regelgeving 3.1

Rijksoverheid Bij de grootschalige opwek van energie staat het Rijk wat op afstand. Met name de provincie heeft een grote rol hierin. Voor het stimuleren van grootschalige opwek biedt het Rijk wel financiële steun in de vorm van de SDE++.

3.1.1 Windenergie Voor windenergie geldt dat de Rijksoverheid de regelgeving voornamelijk overlaat aan gemeenten en provincies. Alleen bij een opgesteld vermogen van meer dan 100 MW is de Rijkscoördinatieregeling (RCR) van toepassing. Wat wel van toepassing is dat zijn de wettelijke randvoorwaarden bij Windenergieprojecten en eist het Rijk dat er een MER opgesteld wordt voor ontwikkelingen met betrekking tot windenergie. Daar vloeien een aantal belemmeringen uit voort die in tabel 2 zijn uitgewerkt.

3.1.2 Zonne-energie Het Rijk hanteert de zonneladder. De voorkeur gaat uit naar daken en ongebruikte terreinen in bebouwd gebied. In het buitengebied gaat de voorkeur uit naar het combineren van functies. De provincie Overijssel heeft haar eigen zonneladder gemaakt.

3.2

Provincie De provincie speelt een vrij grote rol in het stellen van kaders aan grootschalige opwek van wind- en zonne-energie. Dat wordt met name gedaan in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.

3.2.1 Windenergie De Omgevingsvisie5 van de Provincie sluit uit dat er windturbines in N2000 en NNN gebieden gebouwd kunnen worden. In dezelfde omgevingsvisie wordt het Nationaal Landschap uitgesloten voor het opwekken van windenergie. Voor wat betreft het uitsluiten van windturbines in het Nationaal Landschap heeft de provincie aangegeven dat zij, bij een goed plan vanuit de gemeente(n), het uitsluitingsgebied deels of helemaal zal opheffen. De gemeenten dienen dan wel een goed plan te hebben waarbij rekening gehouden wordt met participatie, ruimtelijke kwaliteit etc. Gemeenten zijn bevoegd gezag voor windparken of windturbines met een opgesteld vermogen tot 5 MW. De provincie is het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor windparken met een opgesteld vermogen tussen de 5 en 100 MW. 6 Zowel de gemeente (bestemmingsplan) als de provincie (inpassingsplan) hebben de bevoegdheid om een windpark ruimtelijk in te passen.

3.2.2 Zonne-energie

5 Actualisatie Omgevingsvisie 2018/2019, Provincie Overijssel 6 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: website RVO

Ruimtelijke kaders & regelgeving

13

Voor zonnevelden heeft de provincie de Handreiking Zonnevelden 7 geschreven. In deze Handreiking schrijft de provincie dat een zonneveld in bestaand natuurgebied in de praktijk niet of nauwelijks mogelijk is. Formeel zijn zonnevelden in het NNN niet uitgesloten, maar praktisch lijkt het slecht voorstelbaar dat zonnepanelen daar actief aan bijdragen. Bij de Handreiking Zonnevelden is bovendien een artikel toegevoegd waarin de zonneladder uitgewerkt staat. Dit artikel zal in de actualisatie van de omgevingsvisie meegenomen worden en daarmee beleid worden. Voor weidevogels is het van belang dat hun habitat een open karakter heeft zonder onderbreking. Gezien vanuit deze invalhoek is het realiseren van zonnevelden midden in deze weidevogelgebieden onwenselijk. Wel kunnen er ontwikkelingen van zonnevelden mogelijk zijn aansluitend op bestaande gebouwen, constructies, wijken en industrieterreinen. Op deze plekken zal eventueel onder (strenge) voorwaarden zoals een zorgvuldige inpassing en mogelijke compensatie, ontwikkeling van zonnevelden mogelijk zijn. Daarnaast bieden nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwbouw van gebouwen, constructies, wijken en industriegebieden een kans voor zonnevelden. In dat geval kunnen zonnevelden aansluiten bij deze nieuwe ontwikkeling waardoor niet een losstaande constructie midden in weidevogelgebied ontstaan.

Voor weidevogelgebied geldt dat de regelgeving daarvoor (nog) niet juridisch goed geborgd is. Wel kan de provincie bij het afstemmen van een zonneveld ontwikkeling dit punt naar voren brengen en de ontwikkeling als ongewenst bestempelen.

3.3

Gemeente In 2019 is het programma Energietransitie vastgesteld. Bij het programma zit een afwegingskader zon opgenomen. In dit afwegingskader is ook een ruimtelijk kader opgenomen voor de gemeente. De gemeenteraad heeft dit programma vastgesteld door middel van een amendement. Voor windenergie is nog geen beleidskader. In de ontwerp omgevingsvisie is opgenomen dat nieuwe energie de ruimte krijgt. In deze ontwerp visie staat dat de ruimte vooral in het buitengebied te vinden is. Daarnaast wordt aangegeven dat de opgave voor de energietransitie goed moet worden ingepast.

3.3.1 Windenergie Voor windenergie is geen beleidskader. In deze analyse is opgenomen waar geen windenergie opgewekt kan worden. Daarnaast zijn er kansen verkent en ingeschat waar mogelijk op termijn wel wind opgewekt kan worden (zie paragraaf 2.3).

3.3.2 Zonne-energie Om initiatieven voor zonne-energie te beoordelen heeft de gemeente het afwegingskader zon. Dit betreft bijlage 6 van het programma Energietransitie. Begin 2020 is de gemeenteraad geïnformeerd over de tussentijdse evaluatie van het pilotproces zon. Daarin is geconcludeerd dat er nadere ruimtelijke kaderstelling nodig is. In deze brief is aangegeven dat onder andere het aanwijzen van zoekgebieden nodig is. In deze analyse is onderzocht welke belemmeringen er zijn voor zonnevelden. Op basis van de belemmeringenanalyse is onderzocht welke gebieden geschikt zijn voor zonnevelden. Deze gebieden worden meegenomen in het participatieproces.

7 Handreiking Zonnevelden, Provincie Overijssel: geactualiseerd in 2020 met uitbreiding van een artikel. Dit artikel

zal of is opgenomen in de Omgevingsvisie tijdens de actualisatie van laatst genoemde

Ruimtelijke kaders & regelgeving

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9614823/1