c. Bijlage 3 - Advies erfmolens Het Oversticht
Tekst van het document
Zwartewaterland
Kleinschalige wind in het buitengebied Zwolle, 17 mei 2023
2 van 29
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
1 Inleiding .
.
3
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
2 Conclusies .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
7
3. Landschap en beleving van erfmolens .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
11
4 Ruimtelijke uitgangspunten erfmolens algemeen .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
12
4.1 De ashoogte en verschijningsvorm van de erfmolen .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
12
4.2 Een molen dichtbij het erf of veraf .
.
4.3 Eén of meerdere molens bij een erf . 4.4 Inpassing van erfmolens .
.
.
. .
. .
. .
. .
. .
. .
. .
. .
14 14
.
.
.
.
.
14
5. Landschappen van Zwartewaterland en erfmolens; .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
19
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
5.2 Erfmolens in de LOP deelgebieden .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
5.1 Erfmolens en kleine kernen .
.
.
.
5
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
20
5.3 Erfmolens in waardevolle cultuurhistorische gebieden en op waardevolle erven .
20
Erfmolens en natuur en milieuwaarden .
.
.
.
.
.
.
6. Kaart plaatsing erfmolens en voorwaarden voor inpassing .
.
. .
. .
. .
.
. .
.
.
19 .
Erfmolens en monumentale en karakteristieke erven/boerderijen .
.
.
. .
.
.
. .
.
. .
.
21 21
.
23
3 van 29
4 van 29
1. Inleiding INLEIDING Gemeente Zwartewaterland krijgt in toenemende mate verzoeken van (agrarische) ondernemers die een kleine windmolen op het erf willen plaatsen. Het gaat hierbij om molens met doorgaans een ashoogte van 15 tot 20 meter. Een erfmolen voorziet in de kleinschalige opwekking van energie voor eigen gebruik. De gemeente is in beginsel positief over deze initiatieven die bijdragen aan haar duurzaamheidsdoelstelling, maar wil een wildgroei van kleine molens in het landschap voorkomen. Een veelheid van en een variatie in kleine molens heeft mogelijk een negatieve impact op het landschap. Zij vraagt Het Oversticht om vanuit de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de (agrarische) erven een advies op te stellen waarin ruimtelijke randvoorwaarden en uitgangspunten worden geformuleerd. Dit advies geeft richting aan de mogelijkheden voor plaatsing in het algemeen, en geeft aanvullende afwegingen voor plaatsing in waardevolle gebieden.
5 van 29
2. Conclusies Energiewinning heeft door de eeuwen heen ons
Het plaatsen van een erfmolen komt pas in
landschap gevormd en daarmee kwaliteiten
beeld nadat de plaatsing van ná zon op dak is
aansturing van een object voor bijvoorbeeld
toegevoegd. Het Nationaal park de Wieden
aangebrachtverkend.
peilbeheer is maatwerk.
en Weerribben was een grootschalig energie
•
•
Een specifiek ontwerp voor een molen voor
Vanwege de hoge cultuurhistorische waarde
landschap, nu heeft het een hoge natuur
De kansen voor behoud en verbetering van
van Zwartewatersklooster adviseren wij dit
en landschapswaarde. Veel molens zijn nu
ruimtelijke kwaliteit liggen niet alleen bij een
gebied uit te sluiten van plaatsing (deze kern
monumentaal en worden gekoesterd. Maar de
enkele locatie van een molen. Deze nieuwe
schaal en de snelheid waarop veranderingen
ontwikkeling moet breder worden gezien. Het
nu plaatsvinden is anders dan vroeger, wat een
kan goed samengaan met versterking van
zorgvuldige afweging belangrijk maakt om de
landschappelijke structuren en biodiversiteit. Ook
kwaliteiten van deze landschappen te behouden
vanuit erfgoed kan deze nieuwe ontwikkeling als
eenheden Polder Mastenbroek,
of zelfs te versteken.
kans worden gezien.
Kampereiland en de Mandjeswaard
bestaat alleen uit woonbebouwing). •
Plaatsing bij monumentale en karakteristieke erven is mogelijk maar vraagt maatwerk.
•
Vanwege de waarden van de landschappelijke
adviseren wij een regie op type molen en Nieuwe windmolens kunnen positief bijdragen
Dit advies geeft handreikingen die in het
plaatsing. Dit vraagt een verkenning die
aan de kwaliteit van landschap, mits sprake is van
afwegingskader kunnen worden opgenomen;
geïnspireerd vanuit de erfgoedwaarden
een zorgvuldige aanpak en een bepaalde mate
afhankelijk van de waarden en kenmerken
een vernieuwing kan geven, een nieuwe
van regie. Bij de huidige energieopgave spelen
van de verschillende landschappen en erven
laag op het erf en in het landschap. Kijk
meerdere belangen. Met name de acceptatie
in Zwartewaterland worden ruimtelijke
over de gemeentegrenzen heen en neem
door de burgers en recreanten vraagt aandacht.
randvoorwaarden gesteld waaronder erfmolens
de problematiek van ‘watervrij bouwen’ en
In principe kunnen alle landschappen voor de
mogelijk zijn.
de erfmantels integraal mee. We adviseren
winning van energie worden benut. Sleutels voor kwaliteit en acceptatie zijn: een juiste
hier een ashoogte van max. 20m en een
Conclusies
balans tussen molen en erfensemble (schaal
De belangrijkste conclusies uit het advies zijn:
en vormgeving), een zichtbare relatie tussen
•
Sluit woonkernen uit. Bewoners mogen geen
tiphoogte van max 25m. met een kleine rotor tussen de 10-11m. •
Omdat het landschap van deze waardevolle
de winning en het gebruik van energie (lokale
hinder ondervinden van molens. Natuur-
deelgebieden over de gemeentegrenzen gaat
kringloop) in combinatie met een plek waar
en milieuwaarden mogen niet worden
is een samenwerking tussen gemeenten en
‘reuring’ is.
aangetast.
andere betrokken partijen bij visievorming
Wij adviseren waardevolle natuurgebieden
en bepalen van regie een belangrijk
uit te sluiten.
uitgangspunt.
•
6 van 29
•
Een gezamenlijke verkenning met bijvoorbeeld
Twee erfmolens van hetzelfde type passen bij
integraal onderdeel zijn van de ruimtelijke
een proefopstelling en/of tijdelijke vergunning
•
een erf, de setting van de molens is ‘los’. Drie
kwaliteit (landschap, biodiversiteit, recreatieve
met monitoring en evaluatie kan inzichten
molens vormen een rij en zijn niet passend op
ontsluiting, etc). Ontzie de context van
een erf en zijn dus niet toegestaan.
waardevolle stadsgezichten en sta daar geen
De erfmolen past op het achter en zij-erf,
molens toe.
en draagvlak bevorderen. Een bedrijfsmatige verkenning kan hiervan niet los worden •
• •
•
gezien.
in de rand of net daarbuiten, daar waar de
De erfmolen past bij een dynamische plek
windvang optimaal is. De molen mag zichtbaar
in het landschap en op het erf. Winnen en
zijn als nieuw element. Aanvullende aanplant,
benutten moet zichtbaar en dichtbij zijn.
minimaal aan één zijde richting de molen,
Gebruik van een VAT type molen wordt
versterkt de relatie van de molen met het
uitgesloten, alleen HAT type is toegestaan.
erfensemble. Type aanplant is afhankelijk
De erfmolen moet in de nabijheid van
van het landschapstype. Ook aanvullende
het erfensemble (de gebouwen, opslag,
aanplant verder van het erf af, maar in het
erfaanplant) worden, op de rand of net
zicht van de molen, kan positief bijdragen aan
daarbuiten. Binnen een zone van 25 a 30
de inbedding en het landschap en de natuur
meter tot het erfensemble afhankelijk van
tevens versterken. Een enkele struikgroep of
de erfopbouw . Een plaatsing op een vaste afstand (bv. maximaal 25 meter) vanuit het
boom in een ‘overhoek’ heeft al effect. •
bestemmingsvlak is ruimtelijk niet wenselijk; .
passend voor de molen, tenzij een ‘iconisch
Rruimtelijk heeft de molen dan mogelijk geen inbedding omdat deze bestemmingslijn ‘los en •
Een slanke mast en een lichtgrijze tint is ontwerp’ als totaalontwerp anders overtuigt.
•
Gebieden met grootschalige bedrijfsmatige
onzichtbaar’ in het land ligt.
reuring zoals de bedrijventerreinen van
De erfmolen met een ashoogte maximaal
Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis verdragen
tot 22,5m. meter (bij meer dan 18 meter een
een hogere ashoogte van maximaal 25 meter
kleine rotor van max 11 meter) past bij de
met een tiphoogte van 30,5m max. In deze
schaal van een erfensemble. Ons advies is om
zone zijn meerdere molens tot maximaal
de tiphoogte van 27,5 meter maximaal toe te
4 molens aanvaardbaar. Voorwaarde is
staan. Een kleine en licht gekleurde rotor oogt
een integraal ontwerp van de randen van
minder zwaar op hoogte.
de bedrijventerreinen waarin de molens 7 van 29
ERFPRINCIPES Kop 1
8 van 29
ERFPRINCIPES Kop 1
9 van 29
INTERMEZZO: inspiratie uit het verleden Techniek veranderd mee in de tijd. Oude molens of hooibergen vinden wij nu volledig acceptabel maar vormden in een bepaalde periode ook nieuwe elementen in het landschap.
Afbeelding: molens op bruggen en bij de rand van de stad, Jacob van Deventer kaarten circa 1560
Afbeelding: hoge elementen aan de achterzijde van de boerderij kenmerken de erven in dit gebied. De Hooimijten waren voor opslag van hooi, maar keerden samen met de grote bomen ook de wind op de achterzijde (de deel) van de boerderij.
10 van 29
3. Landschap en beleving van erfmolens Onze beleving van het landschap, uitgedrukt
het erf en de molen qua grootte een juiste
in ‘belevingswaarde’ speelt mee bij ons
schaalverhouding heeft met het erf. Door
‘gevoel’ of nieuwe objecten of volumes (zoals
de plaatsing op het erf is de relatie tussen
voor bijvoorbeeld zon- of windenergie) wel of
‘winnen’ (het opwekken van energie) en
niet passen in een bepaald type landschap.
‘benutten’ (het directe gebruik van de ener-
Hoe wij het landschap beleven heeft ermee
gie) goed zichtbaar en begrijpbaar.
te maken of we het herkennen en begrijpen. Mensen houden niet van grote veranderin-
Toestaan van individuele windmolens heeft
gen en zoeken naar houvast. Daarom is het
het gevaar in zich van verrommeling van het
‘passen in’ of ‘passen bij’ en ‘aansluiten op’
buitengebied vanwege de mogelijke onrust
heel belangrijk. De cultuurhistorie speelt
die het ruimtelijk teweeg kan brengen. De
daarbij een belangrijke rol. Een landschap dat
beleving van verrommeling is weliswaar
langzaam verandert, meer ‘statisch’ is, krijgt
subjectief, maar heeft over het algemeen te
daarom meestal een hogere waardering dan
maken met teveel variatie en teveel, soms
‘dynamische’ landschappen waar de veran-
ook losse, elementen in het landschap. Vanuit
deringen elkaar snel opvolgen of hebben
dit ruimtelijk argument om verrommeling
opgevolgd.
niet in de hand te werken adviseren wij ook
•
De molen past bij een dynamische plek in het landschap en op het erf.
•
Winnen en benutten moet zichtbaar en dichtbij zijn.
•
De beleving van verrommeling is weliswaar subjectief, maar heeft over het algemeen te maken met teveel variatie en teveel, soms ook losse, elementen in het landschap.
•
Gebruik een type molen, de HAT om onrust in het aantal elementen tegen te gaan en herkenbaarheid van een nieuwe laag te genereren.
alleen HAT molens toe te staan en niet ook Zelfs een kleine windmolen heeft invloed
een VAT type.
op de horizon. Het object trekt de aandacht door zijn vorm en hoogte maar ook door de snel draaiende wieken. Door zijn dynamische en technische karakter sluit een windmolen ruimtelijk meer vanzelfsprekend aan bij een technische, hoogdynamische omgeving zoals een bedrijventerrein. Maar ook een erf waarop reuring en techniek samenkomen is een passende context, mits de plek van de molen een duidelijke relatie heeft met 11 van 29
Kop 1 4. Ruimtelijke uitgangspunten erfmolens Kleinschalige windmolens vormen een nieuwe
Wij adviseren voor erfmolens in het algemeen
Regie zal positief bijdragen aan behoud van her-
laag op een agrarisch erf en in het landschap.
een ashoogte van 15 meter tot maximaal 20
kenbaarheid, de eenheid, en kan zelfs een nieuwe
Inpassing van deze laag blijft maatwerk, maar in
meter. Waarbij de molens vanaf 18 meter een in
waardevolle toevoeging zijn. Een verkenning van
het algemeen zijn er ruimtelijke uitgangspunten te
verhouding tot de masthoogte kleine rotor moeten
de hoogte van de molen, de impact in relatie tot
benoemen: de hoogte van de molen, de afstand
krijgen (maximaal 11 meter diameter). Dit maakt
de waardevolle erfensembles en het landschap,
van de molen tot het erf, de (on)mogelijkheid van
dat de ‘top’ van de molen minder zwaar oogt en
de positie in het landschap heeft in deze gebieden
meerdere molens bij een locatie, de inpassing in
meer opgaat ‘in de lucht’. Dit draagt ook positief bij
een extra verkenning nodig. Een regie op één
het erfensemble en de inpassing in het landschap.
aan de verhouding van molen met het erfensem-
bepaald type molen die zich in schaal bescheiden
ble. De mast moet slank zijn, eventueel iets breder
voegt bij de erfensembles zal de herkenning en
4.1 De ashoogte en verschijningsvorm van de
aan de voet, en geheel lichtgrijzig van kleur (helder
eenheid van het gebeid behouden en daarmee
erfmolen
wit kan te opvallend zijn in bepaalde weersom-
een passende keuze zijn in deze gebieden.
De hoogte van de molen is heel bepalend in de
standigheden). De rotor in een zelfde kleurtint en
Regie kan worden gezocht op verschillende
beleving. Bij een molen van 1,5 maal de hoogte van
ook verfijnd in vorm.
aspecten: ashoogte, rotordiameter, kleur, positie
de aanplant en de hoogste bebouwing voelt het
De EAZ molen heeft een eigen ontworpen uiterlijk
op het erf/positie in het land. Dit zou kunnen
passend, maar bij 2 maal en hoger is de relatie tot
wat eigenzinnig genoemd kan worden, maar
met proefopstellingen (tijdelijke plaatsing) of
het erf verdwenen. De molen gaat dan de schaal
passend in de schaal van het erf (tiphoogte van
met plaatsingen van molens met een tijdelijke
van het erf te boven. Dit ervaren mensen als
20 meter). De molen voegt zich op erven met de
vergunning. Vervolgens met monitoring onder de
storend.
huidige masthoogte van 13,40 meter en de rotor
burgers breed en evaluatie. Zo zal een duidelijke
De nokhoogte van schuren op erven is gemiddeld
met het houten blad. De vraag is of dit ontwerp
beeldvorming ontstaan over acceptatie van erf-
10 tot 12 meter, bomen op het erf zijn gemiddeld
met een hogere ashoogte en grotere rotor ook
molens. Naast een fysiek ruimtelijke verkenning is
15 tot soms 20 meter hoog. Als algemeen uit-
passend blijft. Mogelijk vraagt dit een nieuw
een verkenning vanuit rendement, de bedrijfseco-
gangspunt kan worden gesteld dat erfmolens met
afgewogen ontwerp.
nomische context van belang. Dit kan in deze fase
een ashoogte van hoger dan 20 meter de schaal
Voor enkele cultuurhistorisch waardevolle
van verkenning niet over het hoofd worden gezien.
van het boerenerf als snel te boven gaan. Dit is
gebieden adviseren wij op de algemene rand-
Soms kan een iets hogere molen, met bijvoorbeeld
mede afhankelijk van het type rotor dat op de as
voorwaarden aanvullende voorwaarden op te
aanpassing in kleur en rankheid, of maat van de
van de molen is bevestigd. Bij de toepassing van
nemen, regie te voeren op het behoud van de
rotor, ‘veel beter uit’ en zich ook voegen in de
een hogere as is een kleinere rotor een vereiste.
kenmerkende historische eenheid van landschap
schaal. Vanwege draagvlak breed adviseren wij
Anders gaat de passende schaalverhouding
en erven, erfmantels en ensemble.
voor waardevolle gebieden te verkennen of pilots
verloren.
mogelijk zijn. 12 van 29
In enkele gebieden kan er voor worden gekozen
verdiepende uitwerking. De aanplant moet pas-
erfmolens om redenen zelfs uit te sluiten. In
send zijn bij de kenmerken van het erf, het type
paragraaf 4.5 gaan wij hier verder op in.
landschap en de windvang moet gegarandeerd zijn. Dit blijft maatwerk.
In de directe randzone van een industrie of grootschalige bedrijventerreinen kan een ashoogte van maximaal 25 meter worden verkend. De molen(s) moet(en) een sterke relatie aangaan met de bebouwing. Dit betekent dat de molen(s) tussen de gebouwen of in een zone nabij de gebouwen moet(en) staan. Pas dan gaat de molen op in de omgeving, de context van de gebouwen, de reuring van de plek. Wij adviseren als randvoorwaarde een integraal landschappelijk plan te ontwerpen wat getuigt van een landschappelijke, ecologische meerwaarde voor de ruimere omgeving, gebaseerd op de typologie van het landschap. In de nabijheid van, of in combinatie met zichten op beschermde monumentale (stads)gezichten adviseren wij niet vanzelfsprekend positief over de ashoogte van 25 meter. Hiervoor is maatwerk een vereiste. De aanwezigheid van hoge opgaande beplanting op of in de directe omgeving van het erf kan positief bijdragen aan een betere inbedding van de windmolen. Aanplant kan de relatie van molen en erf en molen en landschap versterken. Hierop geven wij in paragraaf 4.4 en in hoofdstuk 5 een
De erfmolen met een ashoogte tot 20 meter (met een ashoogte vanaf 18 meter een kleine rotor van max 10-11 meter diameter) past bij de schaal van een erfensemble. Tiphoogte maximaal 27,5m meter. Voor landschappen, gekenmerkt door eenheid en waardevolle historische karakteristieken, zoals Kampereiland, Polder Mastenbroek*, adviseren wij vanuit een nadere verkenning een regie op type molen en plaatsing. Dit zal het draagvlak bevorderen breed onder de bevolking. Voor Kampereiland ‘watervrij bouwen’ en de problematiek van de erfmantels integraal meenemen. Proefopstelling en/of tijdelijke vergunningen met monitoring waarna evaluatie kunnen hierbij helpen. Gebieden met grootschalige bedrijfsmatige reuring verdragen een hogere ashoogte van max 25 meter beter. Ontzie de context van waardevolle stadsgezichten. * Zwartewatersklooster uitsluiten vanwege historische waarden en bewoning.
Afbeelding boven: deze erfmolens hebben beide een ashoogte van 25 meter. De molen op het erf op de linkerfoto heeft een rotordiameter van 15 meter (tiphoogte 32,5). De molen op de rechterfoto heeft een rotor van 10 meter (tiphoogte 30 meter). Het is zichtbaar dat de doorsnede van de rotor veel uitmaakt in de beleving van de balans van erf en molen. De rotor van 10 meter is minder nadrukkelijk zichtbaar op hoogte waardoor deze molen zich beter voegt. In de afbeelding is ook zichtbaar dat aanplant op het erf veel invloed heeft op de beleving van de molen. Dit is ook weer afhankelijk van het standpunt van de waarnemer. Een hogere molen is meer acceptabel met een forse singel/bomenrij aanplant aan minimaal een van de zijden op het erf. Aanplant van een singel of bomenrij is gemiddeld 20 meter.
13 van 29
4.2 Een molen dichtbij het erf of veraf
bouwblok (later) wordt ingevuld met bebouwing
In de beleving is er verschil of een molen nabij
en aanplant kan de molen verplaatst worden.
het erfensemble (erfmantel) staat of verder in het open land, geheel los van het erf. Voor ‘binding’ is het van belang dat de molen een directe relatie heeft met de bebouwing, de erfaanplant of de opslag op een erf (kuilvoer, sleuven, etc). Wanneer de molen verder in het land staat is de vanzelfsprekende relatie van winnen en benutten doorbroken. De molen wordt visueel een los en zelfstandig element. Een afstand van 25 tot 30 meter tot het erf (bebouwing, opslag of erfaanplant) is gevoelsmatig een maximum afstand
erfmolen in de nabijheid van het erfensemble
Belangrijk is dat een erf een duidelijke ‘rand’ heeft van een van deze aspecten (beplanting, opslag, bebouwing) waar een molen zich tot verhoudt. Een beginpunt van meten is over het algemeen het erfkader (hogere) beplanting en wanneer deze er niet is de bebouwing. In een enkel geval een duidelijk zichtbare kuilvoeropslag met wanden of taluds. Wij adviseren niet positief over een afstand van maximaal 25 meter vanaf de in het bestemmingsplan geduide bebouwingslijn (bouwblok). In het landschap is deze lijn fysiek niet zichtbaar en ligt vaak in een open weiland. Er is vaak geen aanplant of bouwvolume wat een inbedding van de molen kan geven. Wanneer het
drie molens op een erf vormen een rij en zijn niet passend bij het karakter van een erf.
geplaatst worden. Binnen een marge van 25 a 30 meter tot het erf (de gebouwen en opslag,
Twee erfmolens passen bij een erf, de setting van
de aanplant) en afhankelijk van de erfopbouw.
de molens is ‘los’. Drie molens vormen een rij en
Maatwerk bepaald de aard en aanvulling van
zijn niet passend op een erf.
de extra aanplant. Wij adviseren negatief over een plaatsing van 25 max vanuit de in het
4.4 Inpassing van erfmolens
bestemmingsplan getekende bebouwingslijn.
De meest functionele en ook passende locatie
Ruimtelijk krijgt de molen mogelijk geen
op een erf is het achter of zij-erf. Slagschaduw en
inbedding omdat deze lijn ‘los’ in het land ligt, te
geluid heeft zo ook geen negatieve invloed op de directe omgeving van de boerderijwoning. Op het
waarbij deze relatie nog goed ervaarbaar is. Dit is nabij 1,5 keer een ashoogte van 15 tot 20 meter.
molens blijven zichtbaar als losse elementen,
achter en zij-erf vindt ook ‘reuring’ plaats: opslag 4.3 Eén of meerdere molens bij een erf
van voer en materialen. Voor de windvang is een
Op sommige erven is er vanuit een specifieke
locatie in de rand of iets verder in het land vaak
bedrijvigheid een grote energievraag. Het kan
optimaal.Voor de inpassing van een erfmolen
ook zijn dat de vraag voor de opwek van energie
is aanplant van losse (inheemse) struiken dicht
groter is omdat er vanuit een buurtschap ingezet
bij de molen ruimtelijk gezien niet noodzakelijk.
wordt op buurtenergie. Uitgangspunt voor deze
De molen mag ook geheel zichtbaar zijn als een
erven blijft ook hier ten eerste de daken optimaal
functioneel onderdeel van het erf. Het zou de
te benutten. Vanuit bovenstaande afwegingen
windvang mogelijk ook belemmeren. Afhankelijk
adviseren wij niet één hogere molen te plaatsen,
van het type landschap, de variatie van bestaande
maar twee erfmolens die passen bij de schaal
aanplant op het erf en de bebouwing op het erf,
van het erf tiphoogte, twee gelijke types op een
zal de molen meer of minder zichtbaar zijn vanaf
erf). De tiphoogte is dan max 20m. Twee kleinere
de openbare weg. Dit is altijd afhankelijk van het
erfmolens, op enige afstand van elkaar geplaatst
standpunt van de waarnemer die zich door het
in verband met de windvang, blijven passend
landschap beweegt. In sommige gevallen zal de
in de context en schaal van het achtererf. Twee
molen zich direct voegen in de context van erf 14 van 29
en landschap en is geen aanvullende aanplant
randvoorwaarde op te nemen (exacte kleurcode
De erfmolen past op het achter en zij-erf, in
nodig. In andere gevallen ontbreekt ‘een stevige
nader te bepalen). Een weinig besproken aspect
de rand of net daarbuiten, daar waar ook de
groene drager’ aan een of meerdere zijden
bij het plaatsen van een kleine windmolen is de
windvang vaak optimaal is. De molen mag
en is aanvullende aanplant nodig. Dit is altijd
daarbij horende kast. Vaak worden deze kasten
zichtbaar zijn als nieuw element. Aanvullende
maatwerk. Wij adviseren inheemse beplanting
standaard in een lichtgrijze kleur geplaatst (RAL
aanplant op of nabij het erf versterkt de relatie
in de vorm van singels, clusters van struiken, een
7035). Uit ervaring blijken donkere kleuren aan
van de molen met het erfensemble. Type aanplant
rij (knot)bomen of losse erfbomen. De keuze is
de voet van de mast geschikter dan licht (RAL
is afhankelijk van het landschapstype. Minimaal
maatwerk, afhankelijk van het landschapstype
7005, RAL 7016, RAL 7039). Voor de inpassing van
een lange zijde ‘richting’ te molen in planten. Ook
en de structuur van het erf. De groenelementen
de kast adviseren wij aanvullend het gras in een
aanvullende aanplant verder van het erf af, maar
zijn ook ecologisch van waarde (netwerk groene
ruime zone om de voet van de molen extensief te
in het zicht van de molen, kan positief bijdragen
dooradering). Ook aanvullende aanplant verder
maaien zodat een hogere ruigte ontstaat die de
aan de inbedding en het landschap en de natuur
van het erf af, maar in het zicht van de molen,
kast vanzelf inpast. In sommige type molens is het
tevens versterken. Een enkele struikgroep of boom
kan positief bijdragen aan de inbedding en het
technische schakelwerk in de mastvoet. Alleen een
in een ‘overhoek’ heeft al effect.
landschap en de natuur tevens versterken. Een
klein metalen plateau is zichtbaar. Op afstand niet
Een lichtgrijze tint is passend voor de molen, tenzij
enkele struikgroep of boom in een ‘overhoek’ heeft
waarneembaar.
een ‘iconisch ontwerp’ als totaalontwerp anders
al effect.
overtuigt (hierbij maximaal 15 meter ashoogte).
De kleurstelling van de molen is van invloed op de impact die de molen heeft. De erfmolens van E.A.Z Wind zijn als icoon ontworpen, een eigentijdse kleur en een houten blad voor de wieken. Niet vanzelfsprekend qua kleurtinten opgaand in het landschap, maar het maakt de molens op zichzelf bijzonder en daarmee op deze schaal (met een tiphooge van 20m.) ook acceptabel. Voor hogere erfmolens is een lichtgrijze kleurstelling voor mast en rotor het meest rustig in het landschap. Wit kan door een bepaalde bezonning fel oplichten. Wij advisering deze neutrale kleurstelling als 15 van 29
Afbeelding: Staphorst mast met ashoogte 25 meter en rotor 10 meter doorsnede, tiphoogte 30 meter. Vanaf deze zijde draagt de bomenrij in perspectief mee aan inbedding van de molen in de schaal van het erf, maar op zichzelf is deze maat fors en overstijgt het erfensemble. Vanaf een open erfzijde zal het ruimtelijke effect anders zijn, de molen meer dominant (bron: Het Oversticht).
Afbeelding: Staphorst EAZ molen ashoogte 15m en rotor 12 meter doorsnede, tiphoogte 21 meter. In schaal voegt de molen zich. Het blad aan de achterzijde is wel opvallend door de donkere kleur (bron Het Oversticht).
16 van 29
Afbeelding: deze erfmolens hebben beide een ashoogte van 25 meter. De molen op het erf op de linkerfoto heeft een rotordiameter van 15 meter (tiphoogte 32,5). De molen op de rechterfoto heeft een rotor van 10 meter (tiphoogte 30 meter). Het is zichtbaar dat de doorsnede van de rotor veel uitmaakt in de beleving van de balans van erf en molen. De rotor van 10 meter is minder nadrukkelijk zichtbaar op hoogte waardoor deze molen zich beter voegt. In de afbeelding is ook zichtbaar dat aanplant op het erf veel invloed heeft op de beleving van de molen. Dit is ook weer afhankelijk van het standpunt van de waarnemer. Een hogere molen is meer acceptabel met een forse singel/bomenrij aanplant aan minimaal een van de zijden op het erf. Aanplant van een singel of bomenrij is gemiddeld 20 meter.
Afbeelding: de molen staat op de hoek van de kuilvoer en het koepad aan de open zijde van het erf. De molen staat vrij ver van de bebouwing af, maar vanuit het landschap voegt de molen zich bij het erf door de markante singel. Omdat dit erf grenst aan een open zone in het landschap (es) is aanvullende aanplant in deze situatie minder passend. Deze molen heeft een as van 25 meter en rotordiameter van 10 meter, tiphoogte is 30 meter (Bron: Het Oversticht). Afb. 1 Impressie van de omgeving
Afbeelding: voorbeeld bij een plaatsing van 30m. buiten het bouwvlak komt de molen (kruis) los van het erf en ontbreekt een relatie met de bebouwing
17 van 29
Afbeeldingen: twee erfmolens op het achtererf. Twee molens ervaar je vanuit de meeste gezichtspunten als losse elementen (Bron: Het Oversticht). Afbeeldingen: drie erfmolens op het achtererf. Drie molens vormen vanuit meerdere gezichtspunten een rij wat landschappelijk bij een erf minder passend is (Bron: Foto Archief Huisman Media).
Afb. 2 Impressie van de omgeving 18 van 29
5. Landschappen van Zwartewaterland afwegingskader voor erfmolens en kaart De landschappen van Zwartewaterland zijn
hoger gelegen rivierduinen.
groot: zoals de kern van de Kamperzeedijk,
Stroomruggen en dijken; erven aan de dijk
het gehucht Mastenbroek en de kern van
samenspel van water en bodem. De afzettingen
(Zwolsedijk, Cellemuiden) Erven langs de dijk
Zwartewatersklooster (wat wij ook vanuit de
van het Zwartewater en de afzettingen vanuit
en op hogere stroomruggen. De bebouwing
waarde cultuurhistorie adviseren uit te sluiten).
de Zuiderzee na hebben een natuurlijk klei- en
aan de Kamperzeedijk is hierbij het meest
De erfmolens behoren bij het agrarische
veenlandschap gevormd wat door de eeuwen
“zichtbaar” tegen een open achtergrond van
landschap, op en nabij de erven waar zij
heen stapsgewijs is ontgonnen. Aan de westzijde
de polders. Binnendijkse broekgebieden
functioneel onderdeel van zijn. In een gehucht of
ligt de monding van de delta van de IJssel
met erven en buurtschappen (als Genne,
kleine kern vervullen zij deze functie niet.
Zwartewaterklooster).
Op enkele plekken aan de randen van deze
Polder Mastenbroek; veenontginning,
(agrarische) kleine kernen liggen boerenerven.
landschappen ontstaan, waarvan sommige op
systematisch in een grid ontgonnen. De
Daar waar een plaatsing geen visuele hinder
systematische wijze al vroeg zijn ontgonnen:
erven liggen aan weteringen met aanplant
en geluidshinder geeft voor omwonenden
zoals de Polder Mastenbroek en de opstrekkende
rondom. De oude boerderijen liggen op
sluiten wij plaatsing niet uit. Immers; erven zijn
ontginning vanuit Zwartewatersklooster naar het
terpen. Mastenbroek is een Belvedère gebied.
onlosmakelijk verbonden met deze agrarische
Zwartewater en haar uiterwaarden. Het
kernen.
stroomgebied van het Zwartewater is
De randen van de grotere kernen zoals Hasselt,
nagenoeg onbebouwd.
Genemuiden en Zwartsluis met een duidelijke
op een natuurlijke wijze gevormd door een
•
(Kampereiland en de mandjeswaard). Door de diverse ontginningen zijn de verschillende type
oosten richting Rouveen. In het landschapsontwikkelingsplan worden
•
•
onderstaande deelgebieden onderscheiden: •
mate van ‘reuring’ geven wel aanleiding te
Kampereiland, Mandjeswaard,
Daarnaast zijn er drie grote industrieterreinen
verkennen wat landschappelijk aanvaardbaar
Zuiderzeepolders; de erven liggen verspreid
tegen de kernen Genemuiden, Zwartsluis en
is in relatie tot de bewoning. Zoals in zones in
op de oude eilanden. Het land is onregelmatig
Hasselt aan. Deze gebieden staan niet benoemd
combinatie met (kleinschalige) bedrijvigheid,
verkaveld aan de westzijde. Aan de oostzijde
in het landschapsontwikkelingsplan, maar wij
recreatieterreinen, etc. Ook op deze locaties
is de verkaveling meer regelmatig. De erven
geven wel advies over de mogelijkheid van
kan een directe relatie worden gelegd van
zijn omzoomd met mantels van essen (carré)
plaatsing op deze terreinen.
‘winnen en verbruiken’. Dit is maatwerk waarbij
of met losse aanplant of een mix hiervan.
•
een landschappelijk integraal ontwerp moet
De oude erven liggen verhoogd op terpen.
5.1 Erfmolens en kleine kernen
worden opgesteld waarin een meerwaarde
Ontgonnen als slagenlandschap.
De erfmolens worden uitgesloten in de
landschappelijk zichtbaar is.
Kraggenlandschap; laagveen met natuur met
woongebieden van kleine kernen. De
ook enkele boerenerven op terpen en op de
negatieve impact op de bewoning nabij is te 19 van 29
5.2 Erfmolens in de LOP deelgebieden
rotordiameter zijn kleur, schuifruimte (afwijking
waarin de molens integraal onderdeel zijn van
Voor de plaatsing van de erfmolens is ruimte
in de lijn) en afstand tot de achterste lijn van
de ruimtelijke kwaliteit (landschap, biodiversiteit,
onder voorwaarden. Hoewel de deelgebieden
het erf belangrijk. Ook als alle erven meedoen
recreatieve ontsluiting, etc). Ontzie de context van
in karakter verschillen en de erfopbouw en
zullen de molens niet op een regelmatige afstand
waardevolle stadsgezichten.
beplanting verschillen zien we kansen voor een
van elkaar komen. Tenslotte is het belangrijk
heldere relatie van erf en molen. Daarbij maken
vooruit te kijken hoe om te gaan met ruimte voor
5.3 Erfmolens in waardevolle cultuurhistorische
we het volgende onderscheid:
uitbreidingen. Een vast beginpunt uit de wegas
gebieden en op waardevolle erven
bepaald samen met een maat de positie van de
In Zwartewaterland zijn een aantal
•
Kampereiland en Mandjeswaard
molen(s) De erfmolen zal, zeker wanneer deze
cultuurhistorisch waardevolle gebieden te
zijn vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle
iets buiten de markante windsingel of bomenrij
benoemen die een extra ruimtelijke afweging
landschappen. De erfmantels zijn ontworpen. De
moet worden geplaatst vanwege een optimale
vragen voor de plaatsing van erfmolens, de
erfmolen zal, zeker wanneer deze iets buiten de
windvang, goed zichtbaar zijn.
mate van regie hierin: Polder Mastenbroek,
markante windsingel of bomenrij moet worden
Kampereiland en de Mandjeswaard,
geplaatst vanwege een optimale windvang, goed
•
zichtbaar zijn. Erfmolens zijn wel denkbaar maar
De Stroomruggen en dijken en het Zwartewater
met aanvullende ruimtelijke randvoorwaarden,
zijn landschappen waar erfmolens inpasbaar zijn;
Voor het bepalen van de aanvullende ruimtelijke
mate van regie. Hierbij ook aandacht voor
het open laagveen waar van oudsher molens
randvoorwaarden en de mate van regie op
‘watervrij bouwen’ en de problematiek van de
werden gebruikt, de erven aan de dijk en op
erfmolens is samenwerking met buurgemeentes
erfmantels (zieke bomen).
de hoogtes vormen snoeren bebouwing en
en andere partners zoals Stadserven en de
beplanting waar een erfmolen als element niet
Coöperatie IJsseldelta nodig. De gebieden
markant aanwezig zal zijn. In de uiterwaarden zijn
zijn immers gemeente overschrijdend. Voor
slechts enkele erven.
het verkrijgen van inzichten in de effecten
•
Polder Mastenbroek
vraagt door zijn systemische opzet en
Het Kraggenlandschap
cultuurhistorische waardering ook om regie en
Zwartewatersklooster.
van erfmolens op de erven in deze gebieden
aanvullende randvoorwaarden op de schaal
•
Bedrijventerreinen, industrieterreinen,
adviseren wij nog verder ruimtelijk te verkennen:
van het landschap en de erven. Een nadere
gebieden met grootschalige bedrijfsmatige
proefopstellingen van molens op erven, in het
verkenning van een lijnopstelling achter de
reuring verdragen een hogere ashoogte van max
landschap aansluitend vanwege de erfmantel.
erven is vanuit het verhaal van dit landschap
25 meter beter. In deze zone kunnen meerdere
Een verkenning van 15 of 20 meter ashoogte (de
denkbaar. Aandachtspunten hierbij zijn wel de
molens, 3 a 4 molens. Voorwaarde is een integraal
laatste hoogtes met kleine rotor), verkenning
herkenbaarheid van een lijn. Naast hoogte en
ontwerp van de randen of het binnenterrein
van een lijnopstelling in Polder Mastenbroek, 20 van 29
verkenning van één of twee kleine molens op de erven in relatie tot de kenmerkende beeldbepalende erfmantels in de Mandjeswaard en de Polder Mastenbroek. Wij adviseren parallel aan deze ruimtelijke verkenning een bedrijfsmatige verkenning te doen (rendement bij type molens). Voor een agrariër zit hierin immers de belangrijkste overweging. Vanwege de hoge historische waarde van de kern van Zwartewatersklooster adviseren wij dit gebied uit te sluiten van erfmolens. In deze kern bevindt zich ook alleen bewoning. Aan de zuidzijde van de kern is nog één agrariër actief. Op zich zou een erfmolen van 15 meter ashoogte, gepositioneerd op het achtererf aan de zuidzijde, ruimtelijk gezien niet storend zijn.
Vanwege de hoge cultuurhistorische waarde van Zwartewatersklooster adviseren wij dit gebied uit te sluiten van plaatsing (kern heeft ook alleen bewoning). Vanwege de waarden van de landschappelijke eenheden Polder Mastenbroek, Kampereiland en de Mandjeswaard adviseren wij een regie op type molen en plaatsing. Dit vraagt een verkenning die geïnspireerd vanuit de erfgoedwaarden een vernieuwing kan geven, een nieuwe laag op het erf en in het landschap. Kijk over de gemeentegrenzen heen en neem de problematiek van ‘watervrij bouwen’ en de
In het volgende hoofdstuk worden de deelgebieden verder uitgewerkt in ruimtelijke voorwaarden, principes van plaatsing en ingrediënten voor de inpassing. Wij adviseren woonkernen en waardevolle natuurgebieden uit te sluiten. Bewoners mogen geen hinder ondervinden van molens op een erf. Natuur- en milieuwaarden mogen niet worden aangetast. Een specifiek ontwerp voor een molen voor aansturing van een object voor bijvoorbeeld peilbeheer is maatwerk
erfmantels integraal mee. Plaatsing bij monumentale en karakteristieke erven is mogelijk maar vraagt extra maatwerk op de basis randvoorwaarden.
Erfmolens en monumentale en karakteristieke erven/boerderijen
Erfmolens en natuur en milieuwaarden
In principe zouden erfmolens op de erven
De erfmolens mogen geen negatieve invloed
met de duiding monument of karakteristiek
hebben op de natuur- en milieuwaarden (zoals
niet bij voorbaat moeten worden uitgesloten.
de weidevogels) en mogen geen geluidsoverlast
Wel adviseren wij vanuit deze aanvullende
geven. Vanuit hoge natuurwaarden zouden
toegekende waarden extra aandacht te besteden
bepaalde gebieden uitgesloten kunnen worden.
aan de inpassing op het erf en in het landschap
Daar waar enkele molens integraal onderdeel zijn
aansluitend. ‘De lat ligt hier hoger’ dan bij de
van een waterwerk is een kleine molen passend.
andere erven. Het kan zijn dat op een specifieke
Dit vraagt een ontwerp op maat, geïnspireerd op
locatie een ashoogte van 15 meter beter passend
‘het verhaal van’ de oude, soms monumentale
is dan hoger. De erfmolen zal dan ook alleen op
molens.
die hoogte toegekend worden. Dit is maatwerk. 21 van 29
Intermezzo: Mastenbroek en Mandjeswaard waardevolle eenheden op schaal van landschap en erf.d erfmolens;
Afbeelding: bijzondere waardevolle landschappelijke eenheden, ontworpen vanuit een visie. De lantaarn en brug over de wetering bij de ingang van het Mastenbroeker erf.
Afbeelding: erven in de Mandjeswaard (oostzijde) met links een erf met markante essensingels (mantel) en rechts een meer open aanplant. Mogelijk is op dit erf aanplant verwijderd. Op dit moment zijn veel essen ziek en worden verwijderd. Voor de erven in de Mandjeswaard zou een integraal advies moeten komen waarin erfaanplant en erfmolens integraal worden opgenomen. Tevens speelt de opgave van waterbewust bouwen; wel of niet verhoogd op de terp, wel of niet met dijklichamen. De erfmolen zou hierin ook onderdeel moeten zijn. Wij adviseren dit integraal op te pakken met de gemeente Kampen, De Stadserven en de coöperatie IJsseldelta.
22 van 29
Afb. 3 Impressie van de omgeving
6. Kaart plaatsing erfmolens
voorwaarden voor inpassing
molens tot 27,5m. tip inpassingseisen molens uitgesloten Bedrijventerrein molens tot 25m. tip molens tot 25m. tip aanvullende eisen Beschermd gezicht Hasselt
23 van 29
Ruimtelijke randvoorwaarden inpassing Algemene voorwaarden voor de hele gemeente , m.u.v. de uitsluitingsgebieden/bedrijventerreinen •
1 erfmolen met een ashoogte tot 22,5 m, een kleine rotor tussen de 10-11m diameter en een tiphoogte van max. 27,5m.
•
of 2 erfmolens met een tiphoogte tot 20 meter.
•
Erfmolens staan op het achter of op het zij-erf (in relatie met bebouwing, opslag en aanplant).
•
Erfmolens vormen als element een logische samenhang met de opbouw en het gebruik van het erf (bebouwing en aanplant).
•
Nieuwe aanplant aanvullend op bestaande aanplant versterkt waar nodig deze samenhang. Minimaal aan een zijde richting de molen. Aanplant is afhankelijk van landschapstype en type erf.
•
Erfmolens staan niet meer dan 25-30 meter achter de bestaande bebouwing, erfaanplant of opslag.
Afb. 4
Locatie(s) erfmolen(s) in situatie dijk of linterf. Erfmantel vrij open. Molen zie x Impressie van de omgeving
Locatie(s) erfmolen n situatie jonge polder. Erfmantel vrij open. Molen zie x
24 van 29
Ruimtelijke randvoorwaarden inpassing Mastenbroek (aanvullende randvoorwaarden) •
Behoud eenheid van landschap en erven, inspiratie vanuit historische gelaagdheid en ontwerpgedachte.
•
Regie, specifiek maatwerk aanvullend op de algemene voorwaarden plaatsing erfmolens.
•
Nadere verkenning erfmolens op aspecten: type molen, ashoogte, tiphoogte, maat rotor en plaatsing. Gemeente overschrijdend en met Coöperatie IJsseldelta. Vanwege de historische kwaliteiten zijn hier max. 20m as hoogte en tip maximaal 25m toegestaan. Bij een ashoogte vanaf 18m. is de rotor tussen de 10-11m.
•
Verkenning introductie nieuwe lijnen in het bestaande grid met erfmolens.
•
Relatie met kenmerkende opzet erven Mastenbroek. Algemeen:
•
Erfmolens staan op het achter of op het zij-erf (in relatie met bebouwing, opslag en aanplant).
•
Erfmolens vormen als element een logische samenhang met de opbouw en het gebruik van het erf (bebouwing en aanplant).
•
Nieuwe aanplant aanvullend op bestaande aanplant versterkt waar nodig deze samenhang. Minimaal aan een zijde richting de molen. Aanplant is afhankelijk van landschapstype en type erf.
•
Erfmolens staan niet meer dan 25-30 meter achter de bestaande bebouwing, erfaanplant of opslag.
•
Erfmolens staan in een lijn op een vaste afstand van de as van de weg. De schuifruimte binnen de lijn is beperkt tot 1m. De afstand tot de weg vraagt om nog een nadere verkenning van de erven en afstemming met aanliggende gemeentes (Kampen en Zwolle).
Afb. 5 Impressie van de omgeving
Locatie erfmolen in situatie Polder Mastenbroek met terp. Erfmantel is van oorsprong vrij gesloten rondom. Voor windvang molen mogelijk iets verder van het erf aan koepad plaatsen. Molen zie x
25 van 29
Ruimtelijke randvoorwaarden inpassing Mandjeswaard, Kampereiland (aanvullende randvoorwaarden) •
Behoud eenheid van landschap en erven, inspiratie vanuit historische gelaagdheid en ontwerpgedachte.
•
Regie, specifiek maatwerk aanvullend op de algemene voorwaarden plaatsing erfmolens.
•
Nadere verkenning erfmolens op aspecten: type molen, ashoogte, tiphoogte, maat rotor en plaatsing. Gemeente overschrijdend en met Stadserven en Coöperatie IJsseldelta.
•
Molens hebben een tiphoogte van max 20m. en een tiphoogte van max 25m. Bij een as vanaf 18m. is
•
Relatie met ‘watervrij bouwen’, kenmerkende opzet erven Mandjeswaard en Kampereiland, proble
de rotordiameter tussen de 10-11m. matiek erfmantels. Algemeen: •
Erfmolens staan op het achter of op het zij-erf (in relatie met bebouwing, opslag en aanplant).
•
Erfmolens vormen als element een logische samenhang met de opbouw en het gebruik van het erf ( bebouwing en aanplant).
•
Nieuwe aanplant aanvullend op bestaande aanplant versterkt waar nodig deze samenhang. Minimaal aan een zijde richting de molen. Aanplant is afhankelijk van landschapstype en type erf.
•
Erfmolens staan niet meer dan 25-30 meter achter de bestaande bebouwing, erfaanplant of opslag.
Locatie erfmolen in situatie Mandjeswaard zonder terp. Voor windvang molen mogelijk iets verder van het erf aan koepad plaatsen. Molen zie x
Afb. 6 Impressie van de omgeving 26 van 29
Bedrijventerreinen
•
Op industrieterreinen, grootschalige bedrijventerreinen, zijn maximaal 4 erfmolens toegestaan (binnenzone en randzone en op het terrein).
•
De ashoogte is maximaal 25m. De tiphoogte is maximaal 30,5 meter.
•
De erfmolens vormen een integraal onderdeel van een ontworpen brede randzone en/of binnenzone waarin meerdere waarden als landschap, natuur en recreatie worden ingebed.
•
In de nabijheid, straal van 100 meter, van (of met zicht op) een beschermd stadgezicht zijn de molens niet toegestaan (Hasselt).
molens tot 27,5m. tip inpassingseisen molens uitgesloten molens tot 30,5m. tip inpassingseisen molens tot 26m. tip aanvullende eisen Afb. 7 Impressie van de omgeving
molens tot 26m. tip aanvullende eisen 27 van 29
Bescherm gezicht Hasselt
Monumenten en karakeristieke erven Monumenten en karakteristieke erven, verspreid in het gebied: •
Erfmolens zijn niet bij voorbaat uitgesloten.
•
Specifiek maatwerk aanvullend op de algemene voorwaarden plaatsing erfmolens.
•
Extra aandacht voor inpassing op erf.
Kernen (uitgesloten van molens)
Afb. 8 Impressie van de omgeving 28 van 29
Colofon Titel Advies kleinschalige wind, erfmolens in het buitengebied
Opdrachtgever Gemeente Zwartewaterland
Samenstelling Julia Ruhl Ingrid Nij Bijvank van Herel Rik Onderdelinden
Contactgegevens Rik Onderdelinden rik.onderdelinden@hetoversticht.nl 06-54 23 20 03
Datum 17 mei 2023
Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531 8000 AM Zwolle 038 – 421 32 57 www.hetoversticht.nl 29 van 29