CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

c. Beantwoording technische vragen Programmabegroting (raad 4 november 2021)

Raadsvergadering 4 november 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2022-2025;2.656 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo JOIN-nr.: Van : Aan: C.C: Datum: Betreft:

11044 Mariska Derksen, Karin Jager, Petra Schraa Raadsleden College en MT 28 oktober 2021 Beantwoording technische vragen meerjarenbegroting 2022-2025

Geachte raadsleden, Op 28 oktober 2021 vond een vragenuur plaats waarin raadsleden technische vragen konden stellen over de programmabegroting 2022-2025. In het vragenuur zijn vragen gesteld door: de heer J. Smits (VVD), de heer K. Kolk (SGP), de heer R. van Zandwijk (CDA). Vragen en antwoorden:

Vraag 1: Schuldquote (de heer Smits)

In het coalitieprogramma 2019-2022 is afgesproken dat de schuldquote maximaal 120% bedraagt. In deze programmabegroting wordt een schuldquote van 123% benoemd. Graag uitleg.

Antwoord: Zoals in de begroting is weergegeven in de paragraaf weerstandsvermogen is er inderdaad een

tijdelijk hogere verwachte schuldquote dan afgesproken. Op basis van de huidige cijfers verwachten we dat de schuldquote zich als volgt ontwikkelt: Omschrijving Netto schuldquote

Realisatie 2020 94,9%

Begroting 2021 105,1%

2022 123,2%

2023 120,5%

2024 105,8%

2025 100,8%

De verhoging van de schuldquote in de jaren 2022 en 2023 is het gevolg van voorgenomen investeringen in de grondexploitatie Hasselt om de Weede en de uitvoeringsprojecten Beheer Openbare Ruimte.

Vraag 2: Toevoegingen en onttrekkingen reserves (pag. 161) (dhr. Kolk)

Op pagina 161 (online begroting) staat een hoger saldo toevoegingen dan onttrekkingen reserves genoemd. Hoort het eindsaldo dan niet hoger in plaats van lager te worden?

Antwoord: Een toevoeging aan de reserves betekent een uitgave voor de programmabegroting (last). Een

onttrekking aan de reserves is een bijdrage vanuit de reserves aan de programmabegroting (bate). Een hogere toevoeging aan de reserves betekent dus een verlaging van het saldo na bestemmingsreserves.

Vraag 3: Agrarische sector (dhr. Kolk)

In de programmabegroting is het volgende opgenomen: We dragen bij aan uitvoerbare deelgebiedsvisies

Staphorsterveld, Wieden-en Weerribben en Poldermastenbroek/Kamperveen, waarbij onze kernwaarden behouden blijven. Wat is onze bijdrage hieraan?

Antwoord: In de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA)/IBP- Vitaal Platteland werken wij onder regie van de Provincie met andere overheden (te weten de gemeenten Steenwijkerland, Staphorst, Kampen en Zwolle en het waterschap WDOD) en gebiedspartners aan een toekomstbestendige inrichting van het landelijk gebied in Noordwest Overijssel. Dit proces is eerst gestart onder de vlag van het Inter Bestuurlijk Programma (IBP) Vitaal Platteland. Belangrijke thema’s binnen IBP Vitaal Platteland zijn onder andere de vermindering van broeikasgassen/stikstof en bodemdaling in ons Veenweidegebied, een duurzame waterhuishouding, het versterken van de biodiversiteit, natuur en landschap, het erfgoed, het bijbehorende toeristische product en een toekomstbestendige (kringloop) landbouw met zo min mogelijk emissies. Onze gemeente participeert in drie deelgebiedsprocessen met elk hun eigen dynamiek: de polder Mastenbroek, Oldematen-Staphorsterveld en Wieden-Weerribben.

Memo Sinds eind 2020 wordt het IBP Vitaal Platteland in Noordwest Overijssel gecombineerd met de Gebieds Gerichte Aanpak van stikstof (GGA). Aan de GGA wordt onder regie van de provincie overigens in geheel Overijssel gewerkt, met een verdeling in zes geografische deelgebieden. Meer informatie over dit onderwerp is te vinden in de lijst met ingekomen stukken voor de raadsvergadering op 18 februari 2021 (brief van het college over de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel (kenmerk 20.665)

Vraag 4: Zwembaden (dhr. Kolk)

Is de verhoging van de bijdrage aan de zwembaden op dezelfde manier verwerkt als in de Kadernota?

Antwoord: Ja, de uitgangspunten in de Kadernota zijn niet gewijzigd. Het budget voor de zwembaden is op dezelfde manier in de Programmabegroting opgenomen. Vraag 5: Paragraaf weerstandsvermogen – tabel toelichting financiële risico’s (dhr. van Zandwijk)

Een aantal bedragen in de toelichtende tabel op de financiële risico’s komt niet overeen met de genoemde bedragen in de toelichtende tekst. Bijv. toelichting bij Participatiewet – bedrag zou 25k moeten zijn i.p.v. 10k.

Antwoord: Dit lijkt inderdaad niet juist en heeft te maken met een rekensystematiek. In de eerste tabel is het volgende weergegeven:

Risico

1 Algemene Uitkering 2 Dividenden

Kans Impact

Risico- Financiële Financiële score impact bij 100% impact x kans

Inkomsten ( bedragen x € 1.000 )

4 4 2 3 Bedrijfsvoering 3 Personeel (bestuur en ambtenaren) 3 3 4 3 3 Personeel (arbeidsmarkt) Open eind regelingen 4 Participatiewet 3 2 5 Wmo 3 3 6 Jeugdzorg 3 4 Overig 7 Kapitaalgoederen 4 3 8 Lagere opbrengsten bouwvergunningen 2 3 9 Niet gecompenseerde kosten Covid-19 5 3 2 3 10 Milieu en verontreiniging Totaal 80% van het totale risico (afgerond)

16 6

200 330

100 100

9 12

250 150

90 70

6 9 12

50 300 500

10 100 200

12 6 15 6

250 200 200 100

120 50 120 20 980 800

Hierbij horen twee tabellen om deze berekening te kunnen volgen:

Memo Kans / Verbeterpotentieel Zeer klein Klein Gemiddeld Groot Zeer groot

Score % 1 10% 2 30% 3 50% 4 70% 5 90%

Financiële impact < € 50.000 € 50.001 - € 100.000 € 100.001 - € 500.000 € 500.001 - € 1.000.000 > € 1.000.001

Score 1 2 3 4 5

Wanneer we nu kijken naar bijvoorbeeld de Participatiewet, dan is in de tekst het volgende opgenomen:

Participatiewet De afgelopen jaren is het aantal uitkeringsgerechtigden zeer stabiel gebleken (licht gedaald). Ook het saldo is de afgelopen jaren stabiel met de inkomsten iets lager dan de uitgaven. Op basis van het landelijke rekensystematiek (t-1 en objectief) heeft de gemeente een financieel risico van 7,5 tot 10% van de totale BUIG inkomsten op het BUIG tekort in een jaar. De rest kan de gemeente via de Vangnetregeling compenseren. Risico is hiermee beperkt tot € 33.000 (10% van BUIG). Met ingang van 1 januari 2022 vindt de implementatie van de wet inburgering plaats. De definitieve budgetten die gemeenten hiervoor ontvangen zijn nog niet bekend. Wij hopen in de loop van 2021 hierover meer duidelijkheid te ontvangen. Wij schatten in dat de gemeente op de Participatiewet een financieel risico loopt van totaal € 50.000 per jaar, waarvan het de kans is dat deze maximaal 1 x in de 2 jaar zal kunnen voorkomen. Daar is een bedrag van € 10.000 aan gekoppeld. De berekening van deze € 10.000 komt als volgt tot stand. 1. Er wordt gekeken naar de kans waarop dit zich voor kan doen. In de tekst is aangegeven dat de verwachting is dat dit zich eens in de twee jaar voordoet, waarbij conform de tabel: “Kans/Verbeterpotentieel” dit uitkomt op 50%. Daar hangt een waarde 3 aan. 2. Dan wordt er gekeken naar de hoogte van het bedrag, oftewel de financiële impact.

Deze wordt ingeschat op een bedrag van € 50.000. Daarmee komt dit op een score van 2. (Je zou hierover kunnen discussiëren of het geen 1 moet zijn, maar de € 50.000 was een afgerond bedrag) 3. Om de risico score te berekenen wordt de Kans met de Financiële impact vermenigvuldigd, dan krijg je dus 3 x 2 = 6. Het getal 6 is 24% van de maximale score van 25 (bij een maximale kans en een financiële impact van meer dan € 1 miljoen). 24% van € 50.000 is € 12.000. We hebben alle bedragen afgerond naar tientallen, dus dan kom je uit op een score van € 10.000.

Vraag 6: Weerstandsvermogen en algemene reserve

Wat zijn de ‘regels’ voor de hoogte van de algemene reserve in relatie tot de weerstandscapaciteit? (dhr. van Zandwijk)? Is het mogelijk om nu incidentele uitgaven te doen om de lasten in de toekomst te verlagen?

Antwoord: In de wet zijn de volgende regels opgenomen met betrekking tot het weerstandsvermogen: Artikel 11 van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten) zegt het volgende: 1. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Daarmee geeft de wet geen handvatten om te bepalen hoe hoog of laag het aangehouden weerstandsvermogen en ook de aangehouden algemene reserve moet zijn. De wet geeft alleen aan dat de

Memo reserves mogen worden benut ter dekking van niet begrote kosten en ter dekking van de niet afgedekte risico’s. Het laatste doen we door in de paragraaf weerstandsvermogen de risico’s in kaart te brengen en hieraan een bedrag te hangen dat minimaal aanwezig moet zijn om de risico’s op te vangen. Nu houden we niet het gehele bedrag ‘in kas’, maar baseren we dit op de verwachte kans dat het zich voordoet. Wanneer we de in kaart gebrachte risico’s volledig af zouden willen dekken, dus ongeacht de kans dat het zich voordoet, dan moet er € 2.530.000 beschikbaar zijn. De vrije en gebonden algemene reserves waar deze risico’s dan uit gefinancierd moeten worden, staat per 1 januari 2021 op ongeveer € 22 miljoen. Hiervan is dus minimaal € 800.000 noodzakelijk voor de dekking van de risico’s (gebonden algemene reserve). In principe is de rest vrij te besteden (vrije algemene reserve). Wat hierbij wel van belang is dat een algemene reserve niet ‘op de bank’ staat, oftewel het is een papieren werkelijkheid, het geld is niet beschikbaar. Wanneer deze algemene reserve aangewend wordt voor dekking, dan bekijken we hoe dit past in de financiering van de gemeente. Moet hiervoor een extra (kortlopende) lening aangetrokken worden? Wanneer dat het geval is, dan heeft dit een relatie met de verhoging van de schuldquote.

Het is dus inderdaad mogelijk om nu incidentele uitgaven te doen ten laste van de algemene reserve. Of deze leiden tot lagere lasten in de toekomst is afhankelijk van de soort uitgaven die gedaan worden. Kanttekening hierbij is wanneer er investeringen worden gedaan. Deze mogen niet ineens ten laste van de algemene reserve worden gebracht. Er moet dan een bestemmingsreserve worden gevormd ter dekking van de kapitaallasten. Dat betekent dat het vormen van deze bestemmingsreserve ten laste van de algemene reserve gaat en deze bestemmingsreserve ook aanwezig blijft zolang de investering nog niet is volledig is afgeschreven. Dus vooraf moeten we bepalen welke mogelijkheden hiervoor zijn.

Vraag 7: Kengetallen (dhr. van Zandwijk)

Kunnen de tabellen met de kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen worden uitgebreid met de historische kengetallen tot bijv. 4 jaar terug?

Antwoord: Ja, dat is mogelijk. Hieronder vindt u de tabel met de kengetallen vanaf het jaar 2017. Kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

Realisatie

Begroting

2017 142,0% 126,0%

2018 107,0% 93,0%

2019 110,5% 103,4%

2020 94,9% 88,8%

24,0% 28,0% 2,8% 104,0%

27,0% 25,0% 2,0% 101,0%

25,8% 25,5% 15,0% 14,3% -1,8% 3,2% 103,3% 101,4%

2021 2022 2023 105,1% 123,2% 120,5% 99,4% 117,7% 115,5%

2024 2025 105,8% 100,8% 101,4% 96,7%

25,1% 12,9% 0,0% 99,3%

25,2% 8,3% -0,5% 96,4%

24,5% 23,6% 3,5% 94,6%

24,3% 20,0% 0,4% 96,4%

25,8% 0,2% -0,6% 96,4%

Vraag 8: Overzicht reserves (dhr. van Zandwijk)

Een aantal reserves staat op nul. Is het aan de raad om deze formeel af te sluiten?

Antwoord: Nee, het is niet aan de raad om de reserves formeel af te sluiten. Als een reserve leeg is, sluiten we deze in het volgende begrotingsjaar af. Om een vergelijking te kunnen maken zijn ze nu nog weergegeven. Vraag 9: voordelig saldo 2022 na septembercirculaire (dhr. van Zandwijk)

Wanneer wordt het positieve saldo van de septembercirculaire voor 2022 in aanvulling op het positieve saldo uit de programmabegroting 2022 gestort in de algemene reserve?

Antwoord: Per 1 januari 2022 storten we het positieve begrotingssaldo incl. het saldo uit de septembercirculaire in de algemene reserve. Mocht tijdens het jaar 2022 bij de Zomernota een tekort blijken, dan stellen we de raad (middels besluitvorming bij de Zomernota 2022) voor om dit tekort weer te onttrekken aan de algemene reserve.

Memo Vraag 10: Schommelingen Algemene Uitkering (dhr. van Zandwijk)

Is er in de risicoparagraaf rekening gehouden met de schommelingen in de Algemene Uitkering?

Antwoord: Ja, in de berekening voor het weerstandsvermogen is wel € 100.000 opgenomen voor de inkomsten vanuit de algemene uitkering. Dat is voornamelijk opgenomen voor het herverdeeleffect, waarvan we de uitkomst bij de meicirculaire van 2022 verwachten. Deze schommeling geeft ook al veel onzekerheid. Voor de schommelingen zoals we die nu gezien hebben tussen de meicirculaire en de septembercirculaire hebben we geen specifieke bedragen opgenomen in de risico’s. Dat is zeker een overweging waard, aangezien het steeds vaker voorkomt. Wel verwachten wij hogere bedragen voor de algemene uitkering dan wij nu in in de begroting opgenomen. Redenen hiervoor zijn onder andere: - De nog te ontvangen jeugdgelden: op dit moment hebben wij maar 75% van het te verwachten bedrag opgenomen. Dit in afwachting van de uitkomsten van de overleggen. - De kabinetsformatie: de verwachting is dat hier nog extra uitgaven geraamd gaan worden en conform de normeringssystematiek (‘samen de trap op, samen de trap af’) - Gesprekken met de VNG en BZK over het afschaffen van de opschalingskorting: de financiering van de nieuwe wet inburgering en de overige zaken die op ons als gemeenten afkomen De reden dat wij dit nog niet hebben geraamd in de begroting is omdat wij moeten aansluiten bij een circulaire waarin de bedragen ook daadwerkelijk zijn toegekend.

Dit vanuit het voorzichtigheidsprincipe en de afspraken met de provincie. Aan de algemene uitkering blijven risico’s hangen, omdat we volledig afhankelijk zijn van wat het Rijk gaat doen.

Vragen tijdens beeldvorm ende vergadering Vraag 11: OZB stijging (dhr. Tamminga)

De OZB bedroeg in 2021 € 227 en in 2022 is dit € 328. Een stijging van 44% terwijl in de paragraaf lokale heffingen wordt gesproken over een stijging van 4%.

Antwoord: De genoemde OZB bedragen zijn opgenomen in de ‘begroting in één oogopslag’. Deze bedragen

zijn omgerekend naar de gemiddelde woningwaarde op dat moment. In de begroting 2021 was dit € 210.000. Voor de begroting 2022 gaan we uit van een gemiddelde woningwaarde van € 300.000. Voor een juiste berekening van de stijging van de tarieven is het beter om uit te gaan van de bedragen in de tabel in de paragraaf Lokale Heffingen:

De stijging OZB bij een gemiddelde woningwaarde van € 300.000 bedraagt hier 1,3% (328,52 / 324,30 x 100 = 101,3%). Als gemeente houden we rekening met een stijging van 1,3% prijsindex op onze OZB opbrengsten. Het OZB tarief wordt zo aangepast dat wij een 1,3% hogere opbrengst realiseren. Bij de berekening van het tarief houden we rekening met de gemiddelde waardestijging. Wanneer de waarde van een woning meer stijgt dan deze gemiddelde waardestijging, betaalt de inwoner dus meer dan de verhoging met 1,3% OZB.

Vraag 12: Cofinanciering verkeersknelpunten (dhr. Tamminga)

Er wordt gesproken over de cofinanciering van het verbeteren van verkeersknelpunten. Is deze cofinanciering inmiddels toegekend?

Memo Antwoord: Jazeker is deze cofinanciering toegekend.

Met inzet van de eigen middelen en de aanvullend beschikbaar gestelde middelen is vanaf 2021 totaal een bedrag van (afgerond) € 2,1 miljoen beschikbaar voor diverse infrastructuurprojecten in de gemeente. De verdeling is 1/3 gemeente, 1/3 provinciale subsidies en 1/3 rijkssubsidies van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Met de eigen investering van € 700.000 komt derhalve voor € 1,4 miljoen subsidie vrij om te investeren in verkeersknelpunten in onze gemeente. Voor de komende jaren is er zicht op aanvullend beschikbare subsidies. Ook dan zal er sprake (moeten) zijn van middelen voor cofinanciering. In de huidig vastgestelde meerjarenbegroting zijn niet structureel eigen middelen geraamd voor cofinanciering bij deze subsidiestromen. In de Kadernota 2022 – 2025 is daarvan aangegeven dat er bij komende kadernota’s t.l.v. de reserve grondexploitatie eventueel incidenteel extra middelen beschikbaar zijn om deze ambities te realiseren. Dit betekent dat bij komende Kadernota’s aanvullende voorstellen voor cofinanciering zullen worden gedaan als we daarmee slim kunnen inspelen op beschikbare subsidiestromen en zo de verkeersveiligheid in onze gemeente kunnen verbeteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10730475/1