CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Rapport Luchtkwaliteit en Gezondheid in Overijssel

Beeldvormende bijeenkomst 13 april 2023, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Presentatie onderzoeksrapport luchtkwaliteit GGD en het gezond en actief leven akkoord en het integraal zorgakkoord (parallelsessie) in Cellemuiden18.256 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Luchtkwaliteit en Gezondheid in Overijssel Rapportage oktober 2022 over de luchtkwaliteit in 2019

GGD IJsselland GGD Twente Oktober 2022

Luchtkwaliteit en Gezondheid in Overijssel Rapportage oktober 2022 over de luchtkwaliteit in 2019

Auteurs: Marieke Dijkema Rik van de Weerdt Marja Elders Moniek Zuurbier GGD IJsselland GGD Twente

Digitale toegankelijkheid Dit document voldoet niet aan de toegankelijkheidseisen voor digitale informatie volgens de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG 2.1). Als u meer informatie over het rapport wilt, of alsnog een toegankelijke complete versie van een rapport, kunt u contact opnemen met de auteurs via telefoonnummer 0800 8446 000. Als u ondanks de maatregelen die wij al hebben genomen een toegankelijkheidsprobleem ervaart, laat het ons dan weten. De contactmanieren en toegankelijkheidsverklaringen vindt u op: https://vggm.nl/digitale-toegankelijkheid.

Pagina

2

Voorwoord - Een gezonde leefomgeving is van ons allemaal

Een omgeving die gezondheid en gezond gedrag stimuleert: we wensen het elke inwoner in Nederland toe. Dat geldt zeker ook voor de inwoners van onze mooie provincie Overijssel. Als GGD-en van Overijssel (Twente en IJsselland) kijken wij breed naar gezondheid en hoe we die gezondheid kunnen bevorderen en beschermen. Het thema luchtkwaliteit maakt daar belangrijk onderdeel van uit. Als GGD-en is het onze rol om te monitoren en gemeentes en haar inwoners te adviseren. We monitoren om te kijken hoe de luchtkwaliteit zicht ontwikkelt, geven duiding aan de cijfers en adviseren gemeentes om concreet te maken wat we kunnen doen om de luchtkwaliteit positief te beïnvloeden.

Bijgevoegd rapport geeft inzicht in de luchtkwaliteit in Overijssel, inclusief een vergelijking met de rest van Nederland. We zien in Overijssel verbetering t.o.v. voorgaande jaren en tegelijk constateren we dat we ook in Overijssel nog lang niet voldoen aan de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Ons doel is dat het rapport het inzicht versterkt in de oorzaken van luchtverontreiniging en tegelijk ook tot actie aanzet. Verbeteringen realiseren we alleen samen. Als GGD-en, gemeentes, bedrijven, instellingen en inwoners van Overijssel.

Wij hopen dat dit rapport motiveert tot het nemen van verantwoordelijkheid en aanzet tot actie, ieder op zijn eigen plek. Verantwoordelijkheid om onze leefomgeving leefbaar te houden niet alleen voor onszelf maar ook voor toekomstige generaties.

Oktober 2022 Samantha Dinsbach, Directeur Publieke Gezondheid, GGD Twente Astrid Schulting / Rianne van den Berg, Directeur Publieke Gezondheid, GGD IJsselland

Pagina

3

Samenvatting In 2021 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de Air Quality Guidelines stevig aangescherpt, op basis van de alsmaar toenemende wetenschappelijke evidentie voor de vele negatieve gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Deze ontwikkeling heeft de DPG van GGD IJsselland en het bestuur van Samen Twente in december 2021 doen besluiten de GGD’en IJsselland en Twente te laten onderzoeken wat de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging in Overijssel zijn. Dit rapport versterkt de kennisbasis over de gezonde leefomgeving, als wezenlijke voorwaarde voor de (positieve) gezondheid van de inwoners van Overijssel. Met het rapport en de daarin opgenomen adviezen beogen de Overijsselse GGD’en hun gemeenten te ondersteunen bij de taken, en afwegingen, die op gemeenten afkomen in het kader van de Omgevingswet. En zo de leefomgeving voor de inwoners van Overijssel gezonder te maken. Ook geven de GGD’en hiermee uitvoering aan hun signalerings- en adviseringsrol in het kader van de Wet Publieke Gezondheid. Allereerst is door de GGD’en in kaart gebracht wat de blootstelling aan luchtverontreiniging in Overijssel is. Er is hiervoor gekeken naar het meest recent beschikbare, representatieve jaar: 2019. Het eveneens beschikbare 2020 is vanwege Corona te afwijkend bevonden.

Een voorzichtige vooruitblik naar 2021, waarvoor slechts beperkte data beschikbaar zijn, laat een vergelijkbaar beeld als 2019 zien. De luchtkwaliteit blijkt op geen enkel woonadres in Overijssel aan de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO te voldoen, zoals in grote delen van Nederland. Wel wordt aan de wettelijke grenswaarden voldaan. De luchtkwaliteit is in het noorden van de provincie het best, en in de steden in Twente het slechtst. De luchtkwaliteit in de Twentse steden is vergelijkbaar met de suburbane gebieden in het westen van Nederland. In grote steden als Rotterdam of Utrecht is de luchtkwaliteit aanmerkelijk slechter. Net als in heel Nederland, is in Overijssel de blootstelling aan fijn stof en stikstofdioxiden sinds (vergelijkingsjaar) 2013 afgenomen. Dat is goed voor de gezondheid. Maar om aan de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO te voldoen is er nog forse verbetering nodig. De effecten die luchtverontreiniging heeft op de gezondheid van inwoners van Overijssel zijn: -

Inwoners van Overijssel sterven gemiddeld ruim 10 maanden eerder dan dat zij dat zouden doen als er geen luchtverontreiniging zou zijn.

-

De ziektelast ten gevolge van luchtverontreiniging is gemiddeld in Overijssel te vergelijken met het meeroken van 4,1 sigaret per dag.

-

Van de longkankerpatiënten in Overijssel, is bij bijna 1 op de 7 de longkanker toe te schrijven aan luchtverontreiniging.

-

Van de Overijsselse kinderen met astma zou bijna 1 op de 6 geen astma hebben wanneer er geen luchtverontreiniging was.

-

Van de volwassen met een hartvaatziekte in Overijssel is dat bij ruim 1 op de 5 toe te schrijven aan luchtverontreiniging.

Deze cijfers zijn berekend op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten. Er is hierbij gebruik gemaakt van de methode die GGD’en eind 2021 hebben ontwikkeld met RIVM en Universiteit Utrecht. Luchtverontreiniging kent geen grenzen en wordt door vele bronnen in en rondom Overijssel beïnvloed. Om de luchtkwaliteit te verbeteren is daarom actie nodig in de gehele keten (inwoner-bedrijf-gemeenteprovincie-rijk-Europa-globaal). Om het handelingsperspectief van gemeenten op het gebied van schonere, gezondere lucht concreet te maken, hebben GGD Twente en GGD IJsselland daarom onderzocht wat de belangrijkste bronnen van uitstoot van luchtverontreiniging binnen hun invloedssfeer zijn. De belangrijkste bronnen in Overijssel zijn:

Pagina

4

-

landbouw,

-

houtstook,

-

industrie,

-

wegverkeer.

De bijdragen van wegverkeer en industrie zijn de afgelopen jaren flink omlaag gegaan, mede ten gevolge van beleid en maatregelen. De bijdrage van de landbouw is groot en is de afgelopen jaren weinig tot niet afgenomen. Ook de bijdrage van houtstook aan fijn stof uitstoot is groot en neemt niet af. Het rapport sluit af met verschillende beleidsopties voor schonere, gezondere lucht. Enerzijds gaat het daarbij om meekoppelkansen met reeds lopend beleid. Bijvoorbeeld: Maatregelen die vanuit natuurdoelstellingen de stikstofuitstoot omlaag brengen, leiden tot een betere luchtkwaliteit en zijn dus goed voor de gezondheid. Soortgelijke kansen zijn er op dossiers als klimaat, woningbouw en mobiliteit. Door de neveneffecten voor luchtkwaliteit en gezondheid nóg explicieter mee te nemen bij deze dossiers, kan meer gezondheidswinst worden behaald. En wordt voorkomen dat beleid wordt gemaakt dat het ene dossier vooruit helpt, maar het andere dossier juist niet. Anderzijds zijn er specifiek op luchtkwaliteit gerichte beleidsopties. De GGD adviseert in die gevallen in te zetten op verminderen van luchtverontreiniging aan de bron en geeft hiervoor concrete beleidsopties. Bronmaatregelen in de landbouw zijn onder meer minder vee, stalmaatregelen en maatregelen in de bedrijfsvoering.

Gemeenten kunnen houtstook tegen gaan door het stimuleren van houtrookvrije (nieuwbouw)wijken en door subsidies voor het verwijderen van rookgaskanalen. Ook kunnen gemeenten voorlichting geven over het minder of niet stoken van hout en in (nieuwbouw)woningen niet stoken. Bronmaatregelen in wegverkeer zijn onder meer het faciliteren van de overstap naar de fiets en lagere maximum snelheden. Gezonde lucht is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. De GGD adviseert gemeenten om mee te doen met het Schone Lucht Akkoord en zo met andere overheden in Nederland samen te werken aan gezonde lucht. De GGD beschikt over veel aanvullende gegevens over luchtkwaliteit en gezondheid. Deze kunnen, samen met de binnen de GGD beschikbare expertise over luchtverontreiniging en gezondheid en kennis op het brede terrein van gezondheid worden ingezet. Het Team Milieu en Gezondheid van GGD Twente en GGD IJsselland kan zo bestuurders en ambtenaren van Overijsselse gemeenten, op het gebied van luchtkwaliteit, volksgezondheid of verwant thema, ondersteunen bij het werken aan gezondere lucht met een advies op maat.

Verantwoording Dit rapport is tot stand gekomen in opdracht van de DPG van GGD IJsselland en het Bestuur van Samen Twente. De blootstellingsberekeningen van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen zijn uitgevoerd door adviesbureau Lichtverkeer, in opdracht van de provincie Overijssel. De analyses en interpretatie van gegevens zijn uitgevoerd door de auteurs van dit rapport. Er is hierbij gebruik gemaakt van de ‘Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid’ (2021) van GGD, Universiteit Utrecht en RIVM. Ook is er gebruik gemaakt van de analyse en rapportage ‘Luchtkwaliteit en Gezondheid in Gelderland’ (2022) van dezelfde auteurs. De aanbevelingen zijn tot stand gekomen in samenwerking tussen de auteurs, GGD Twente en GGD IJsselland.

Pagina

5

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Samenvatting

4

Verantwoording

5

Inhoudsopgave

6

Leeswijzer

7

1.

Inleiding

8

1.1

Aanleiding

8

1.2

Inleiding gezondheidseffecten van luchtkwaliteit

8

1.3

Wat is luchtverontreiniging

10

1.4

Afbakening en vergelijkbaarheid

12

2.

3.

4.

5.

Blootstelling Overijsselse bevolking aan luchtverontreiniging

14

2.1

Blootstelling per gemeente

14

2.2

Blootstelling per buurt

17

2.3

Ontwikkeling in de tijd

21

2.4

Hoe is het elders in het land?

23

Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging in Overijssel

25

3.1

Ziekte en sterfte door luchtverontreiniging in Overijssel

25

3.2

Verschillen in gezondheidseffecten tussen gemeenten

29

3.3

Ontwikkeling van gezondheidseffecten door de tijd

31

Bronnen van luchtverontreiniging in de Overijsselse regio’s

32

4.1

Bronnen van stikstofdioxide (NO2)

32

4.2

Bronnen van PM10

34

4.3

Bronnen van PM2,5

35

4.4

Nationale trends in emissies

37

Conclusies en advies

40

Conclusies

40

Advies voor gezonde lucht in Overijssel

40

5.1

Gezondheid meewegen in beleid

40

5.2

Bronbeleid

45

5.3

Gevoelige bestemmingenbeleid

46

5.4

Gezonde lucht is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid: Schone Lucht Akkoord

47

Pagina

6

6.

Bibliografie

Bijlage 1: Onderzoeksmethode

50 51

Bepalen blootstelling van de Overijsselse bevolking

51

Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging

52

Emissies van bronnen in Overijssel

53

Bijlage 2: Meer blootstellingsdata per gemeente

55

Bijlage 3: Afbeeldingenregister

56

Kaarten 56 Figuren

57

Tabellen 58

Leeswijzer Hoofdstuk 1 geeft een algemene inleiding op deze rapportage. De context wordt geschetst, en enkele veelgebruikte begrippen worden nader toegelicht. Tevens komen aanleiding en afbakening van de rapportage aan de orde. Hoofdstuk 2 beschrijft de blootstelling van inwoners van Overijssel aan fijn stof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2) per gemeente en buurt in 2019. In dit hoofdstuk beschrijven we ook de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in de tijd en een vergelijking met de landelijke context. In Hoofdstuk 3 komen de gezondheidseffecten van deze blootstelling aan de orde. We beschrijven de mate van ziekte en sterfte in Overijssel die kan worden toegeschreven aan luchtverontreiniging. Hoofdstuk 4 beschrijft de belangrijkste bronnen (sectoren) van luchtverontreiniging per Overijsselse regio. Ook wordt de trend in emissies van verschillende bronnen besproken. In hoofdstuk 5 wordt ten slotte ingegaan op conclusies die we uit onze analyses trekken, en de daaruit volgende beleidsopties voor gezondere lucht in Overijssel. Ook lichten we hier toe hoe deelname aan het Schone Lucht Akkoord hierbij ondersteunend kan zijn. In de bijlagen geven we meer informatie over de gebruikte onderzoeksmethoden (bijlage 1) en geven we meer gegevens over luchtverontreiniging per gemeente (bijlage 2).

Pagina

7

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Dit rapport beschrijft de luchtkwaliteit in Overijssel, de effecten hiervan op de gezondheid en geeft handvatten aan gemeenten hoe zij kunnen bijdragen om te zorgen dat inwoners van Overijssel minder vervuilde lucht inademen. Luchtverontreiniging is één van de grootste risico’s voor de gezondheid. Ook voor de inwoners van Overijssel. GGD’en hebben (onder meer) tot taak dergelijke risico’s te signaleren bij hun gemeenten en erover te adviseren (Wet Publieke Gezondheid). De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) van GGD IJsselland (9 december 2021) en het Bestuur van Samen Twente (16 december 2021) hebben GGD IJsselland en GGD Twente opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de gezondheidsimpact van luchtverontreiniging in Overijssel. Aanleiding hiervoor zijn het toenemend besef dat de leefomgeving wezenlijk bijdraagt aan de (positieve) gezondheid van haar inwoners en de toenemende behoefte aan kennis en handelingsperspectief in verband met de taken die op gemeenten afkomen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (2023).

1.2

Inleiding gezondheidseffecten van luchtkwaliteit

De luchtkwaliteit in Nederland is de afgelopen jaren, mede dankzij inspanningen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, verbeterd. Toch veroorzaakt luchtverontreiniging nog steeds veel schade aan de gezondheid en zorgt voor vroegtijdige sterfte. Luchtverontreiniging veroorzaakt en verergert aandoeningen aan luchtwegen en longen (inclusief longkanker) en aandoeningen aan hart en bloedvaten. Iedereen kan ziek worden door luchtverontreiniging, maar kinderen, ouderen en mensen met luchtweg- of hart- en vaatziekten zijn hier extra gevoelig voor en lopen een hoger risico. Blootstelling aan luchtverontreiniging veroorzaakt ook vroegtijdige sterfte. De Gezondheidsraad concludeerde dat de levensverwachting in Nederland in 2014 gemiddeld bijna een jaar korter was dan in een situatie zonder luchtverontreiniging (Gezondheidsraad, 2018).

DE INVLOED VAN CORONA Impact van coronamaatregelen op de luchtkwaliteit In dit rapport wordt de luchtkwaliteit van 2019 bekeken, dat was nog voor corona en de bijbehorende maatregelen. Dus corona heeft geen invloed op de cijfers in dit rapport. Het RIVM concludeerde in december 2021 dat de luchtkwaliteit in 2020 in Nederland is verbeterd ten opzichte van 2019 (RIVM, 2021). In het rapport wordt genoemd dat de coronamaatregelen daar aan bijgedragen hebben en dat dit effect waarschijnlijk tijdelijk zal zijn. Impact van corona op gezondheidseffecten door luchtverontreiniging Slechte luchtkwaliteit is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. Mensen met deze aandoeningen hebben een groter risico om zieker te worden door een corona-infectie. Hoe groot de bijdrage van luchtverontreiniging is aan ziekte en sterfte door het coronavirus is nog niet bekend. In Nederland wordt daar door de RIVM, in samenwerking met onder meer GGD GHOR Nederland, onderzoek naar gedaan (www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/onderzoek/luchtkwaliteit).

De wettelijke normen voor luchtverontreiniging in Nederland zijn hoger (minder streng) dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In 2021 heeft de WHO deze advieswaarden bovendien fors aangescherpt, zie ook Figuur 1). Het grote aantal onderzoeken uit de

Pagina

8

WETTELIJKE GRENSWAARDEN

PM2,5: 25 µg/m3

PM10: 40 µg/m3

NO2:

Figuur 1.

40 µg/m3

WHO advieswaarden (Bron infographic: WHO 2021) en de in Nederland geldende wettelijke grenswaarden

afgelopen vijftien jaar laat zien hoe verstrekkend en veelomvattend de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging zijn. Het heeft bovendien aangetoond dat deze effecten ook optreden op plekken met relatief schone lucht. Een belangrijke boodschap van de WHO in aanvulling op de advieswaarden is dat iedere vermindering van luchtverontreiniging tot gezondheidswinst zal leiden, zelfs op plekken met relatief schone lucht. Hoe schoner de lucht, hoe gezonder! Het RIVM berekende in 2018 dat luchtverontreiniging verantwoordelijk is voor 3,5% van de ziektelast in Nederland1. Na roken (9,4%) behoort luchtverontreiniging daarmee tot één van de belangrijkste vermijdbare risicofactoren, in dezelfde orde van grootte als overgewicht (RIVM, 2021). Volgens de recente inzichten van de WHO is de ziektelast waarschijnlijk nog groter, omdat deze effecten ook

SCHONE LUCHT AKKOORD Begin 2020 is het Schone Lucht Akkoord gesloten tussen Rijk, provincies en een groeiend aantal gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Met de aanpak van de binnenlandse bronnen streven de deelnemers naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. De GGD’en dragen met expertise en ervaring bij aan verschillende themagroepen van het Schone Lucht Akkoord. Voor meer informatie: www.schoneluchtakkoord.nl 1

De ziektelast wordt berekend aan de hand van de verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte, het aantal jaren dat we leven met gezondheidsproblemen en de ernst daarvan.

Pagina

9

optreden bij zeer lage blootstellingen (WHO, 2021). Deze grote gezondheidsschade door luchtverontreiniging in Nederland treedt op terwijl de luchtkwaliteit bijna overal aan de wettelijke normen voldoet (RIVM, 2020). Dit komt omdat iedereen, levenslang vervuilde lucht inademt en er geen drempel lijkt te zijn waaronder geen gezondheidseffecten optreden. Dit rapport betreft de eerste GGD-analyse van luchtkwaliteit en gezondheid in Overijssel. Het rapport is gebaseerd op de rapportages van de GGD’en in Gelderland, en door dezelfde auteurs opgesteld.2 In dit rapport wordt de luchtkwaliteit voor het jaar 2019 beschreven. Hiervoor is gekozen omdat het recentste beschikbare jaar, 2020, in verband met corona weinig representatief is. De benodigde luchtkwaliteitsdata komen altijd met enige vertraging beschikbaar. Dit komt omdat de data pas na afloop van het jaar volledig zijn, en deze pas aan het eind van het daarop volgend jaar worden gepubliceerd. Daarna kunnen de analyses en beschrijving door de GGD pas beginnen. Een voorzichtige vooruitblik naar 2021, waarvoor op het moment van schrijven slechts beperkte data beschikbaar zijn, laat globaal een vergelijkbaar beeld als 2019 zien. Desgewenst is het mogelijk om in 2023 over 2021 te rapporteren.

1.3

Wat is luchtverontreiniging

Luchtverontreiniging bestaat uit een complex mengsel van allerlei gassen en deeltjes in de lucht. Een deel van deze gassen en deeltjes hebben een natuurlijke oorsprong, maar zij worden vooral door menselijke activiteiten veroorzaakt. De best bestudeerde stoffen in het luchtverontreinigingsmengsel zijn het gas stikstofdioxide (NO2), dat voornamelijk vrijkomt bij verbrandingsprocessen, en fijn stof (deeltjes).

Stikstofdioxide (NO2) Stikstofdioxide (NO2) is een gas dat ontstaat bij verbrandingsprocessen door oxidatie van stikstof uit de lucht. NO2 is een belangrijke indicator voor de uitstoot van wegverkeer. Daarnaast is NO 2 zelf ook schadelijk voor de gezondheid. Wanneer stikstof neerslaat in de natuur (stikstofdepositie) kan het natuurschade veroorzaken.

Fijn stof Afhankelijk van de deeltjesgrootte (zie Figuur 2) wordt fijn stof uitgedrukt in PM10 en PM2,5. Met PM10 wordt die fractie stofdeeltjes bedoeld die kleiner zijn dan 10 µm. Bij PM2,5 gaat het om de stofdeeltjes die kleiner zijn dan 2,5 µm. Ultrafijn stof zijn deeltjes die kleiner zijn dan 0,1 µm. In Figuur 2 is inzichtelijk gemaakt hoe groot deze deeltjes zijn ten opzicht van elkaar en een menselijke haar. Fijn stof varieert sterk in herkomst. Een deel ontstaat ten gevolge van menselijk handelen, zoals verbrandingsprocessen in de industrie en het verkeer, houtstook en sigarettenrook. Ook bij andere activiteiten, zoals het overslaan van bulkgoederen (bijvoorbeeld het verladen van graan van vrachtwagen naar silo), door slijtage van banden en wegdek en in de veehouderij (stallen) ontstaat fijn stof. Een ander deel ontstaat van nature; denk hierbij aan opwaaiend (zand)stof en zeezout. De chemische samenstelling van fijn stof kan sterk variëren en is afhankelijk van de aanwezige bronnen.

De GGD’en in Gelderland hebben sinds 2015 om het jaar rapportages uitgebracht over de Gelderse luchtkwaliteit en de invloed daarvan op de volksgezondheid: Naar een Gezonde Lucht in Gelderland (2015); Naar een gezonde lucht in Gelderland - update 2017 (2017); Luchtkwaliteit in Gelderland (2019); Luchtkwaliteit en Gezondheid in Gelderland - rapportage februari 2022 over de luchtkwaliteit in 2019 (2022). Voor volledige referenties, zie Bibliografie 2

Pagina

10

Figuur 2.

Grootteverdeling van verschillende vormen van deeltjesvormige luchtverontreiniging in verhouding tot een menselijke haar en zandkorrels (Bron: (Gezondheidsraad, 2021))

De fijnere fractie (PM2,5) is vooral afkomstig van verbrandingsprocessen en bevat daarnaast een groter aandeel secundair gevormde deeltjes dan PM10. Secundaire gevormde deeltjes ontstaan door reactie van verschillende gasvormige verontreinigingen in de lucht, waaronder stikstofoxiden en ammoniak (zie ook Figuur 3). Verkeer en landbouw (veeteelt) stoten beide stikstofverbindingen uit. De stikstofoxiden (NOx, waaronder NO2) uit o.a. het verkeer, en de ammoniak (NH3) uit de landbouw (afkomstig uit dierlijke mest) reageren in de lucht met elkaar tot zogenaamde ammoniumzouten.

Figuur 3.

Vorming van secundair fijn stof uit gasvormige uitstoot van verkeer en landbouw (veeteelt) (Bron: (RIVM, 2018)

Pagina

11

Ammoniumzouten zijn kleine deeltjes: fijn stof. Dit in de lucht gevormde fijn stof wordt ook wel secundair gevormd fijn stof genoemd. (NB. Vergelijkbare processen vinden ook op veel kleinere schaal plaats tussen ammoniak en zwaveldioxide (SO2) vooral uitgestoten door industrie en scheepvaart). Deze processen vinden over grote afstanden (tientallen kilometers) plaats. Het secundair fijn stof draagt daarmee bij aan de deken van fijn stof die over Nederland heen ligt. Het secundair fijn stof draagt in Nederland gemiddeld 35-40% bij aan de concentratie van PM10 en 45-50% van PM2,5 (RIVM, 2013). In de GGD Richtlijn Veehouderij (RIVM, 2020) is in Hoofdstuk 3.2 een nadere analyse en beschouwing opgenomen. Omdat de stikstofhoudende deeltjes fijn stof uiteindelijk neerslaan (depositie), spelen ze een belangrijke rol in vermesting (stikstofproblematiek). Maar ammoniak is zo dus ook van belang voor de gezondheid vanwege de bijdrage aan de fijn stofproblematiek. Deeltjes met een diameter kleiner dan 10 µm (PM10) kunnen in de bovenste luchtwegen terechtkomen. Deeltjes kleiner dan 2,5 µm (PM2,5) bereiken ook de lagere luchtwegen. Zowel PM10 als PM2,5 wordt uitgedrukt in gewicht per volume lucht (µg/m3), de fijnere fractie (PM2,5) van het fijn stof maakt deel uit van PM10.

ULTRAFIJN STOF Ultrafijn stof (UFP) in de buitenlucht bestaat uit een mengsel van deeltjes die kleiner zijn dan 0,1 µm en die vrijkomen bij allerlei verbrandingsprocessen. Deze deeltjes zijn zo klein (zie ook Figuur 2) dat ze na inademing diep in de longen terechtkomen, waarna ze via de bloedbaan elders in het lichaam invloed kunnen hebben. De Gezondheidsraad concludeerde in 2021 dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat ook langdurige blootstelling aan ultrafijn stof een negatieve invloed heeft op de gezondheid. En dat deze boven op de effecten van andere componenten van luchtverontreiniging komt (Gezondheidsraad, 2021). De Gezondheidsraad heeft daarom geadviseerd ultrafijn stof in Nederland structureel te gaan monitoren. Op dit moment is monitoring zeer beperkt beschikbaar en doorrekeningen zijn daarom niet mogelijk. Wel is duidelijk dat de UFP-concentratie sterk verhoogd is in de buurt van lokale bronnen, zoals wegverkeer, vliegverkeer en industrie (Gezondheidsraad, 2021). De Gezondheidsraad adviseert voorts om een zo groot mogelijke afstand aan te houden tot drukke (snel)wegen om de blootstelling aan ultrafijn stof te beperken.

1.4

Afbakening en vergelijkbaarheid

Afbakening In dit rapport wordt alleen gekeken naar stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5), zie ook paragraaf 1.3. Lokaal kunnen ook andere luchtverontreinigende stoffen uitgestoten worden en een risico vormen voor de gezondheid. Bij industrie kunnen bijvoorbeeld zogenaamde ‘zeer zorgwekkende stoffen’ (‘ZZS’) vrijkomen. Bij veehouderij spelen naast fijn stof ook micro-organismen en endotoxinen een rol in gezondheidsrisico’s. Dit rapport gaat hier niet op in. Alleen voor stikstofdioxide en fijn stof zijn betrouwbare berekeningen mogelijk van de blootstelling voor heel Overijssel en kan de blootstelling doorgerekend worden naar gezondheidseffecten. Voor wegverkeer en veehouderij hanteert de GGD ook een afstandsadvies om rekening te houden met de uitstoot van andere stoffen, zie ook paragraaf 5.3. Voor industrie is een algemeen afstandsadvies niet mogelijk. Door grote verschillen in onder meer warmte van de pluim uit de schoorsteen en de hoogte van de schoorsteen, is er een groot verschil in afstanden tot waar de luchtverontreinigende stoffen terechtkomen.

Pagina

12

Vergelijkbaarheid met andere berekeningen In dit rapport kijken we naar de blootstelling aan luchtverontreiniging. Dat is de concentratie op de woonadressen van de inwoners van Overijssel. Dit verschilt van de wijze waarop overheden over het algemeen de luchtkwaliteit presenteren. In rapportages in het kader van onder andere het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), het Schone Lucht Akkoord (SLA), of trendrapportages van PBL, RIVM of de ministeries gaat het over concentraties van luchtverontreiniging. Dit komt omdat het hoofddoel van die analyses toetsing aan wettelijke normen is. In dit rapport bekijken we de gezondheidseffecten van de luchtverontreiniging in Overijssel en daarvoor is het van belang om te kijken naar de luchtkwaliteit op plekken waar mensen wonen: de blootstelling. Het RIVM publiceert in het kader van onder meer de Volksgezondheidtoekomstverkenning (VTV) en het Schone Lucht Akkoord (SLA) doorrekeningen van de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Hierin wordt berekend welke gezondheidswinst er te behalen is met luchtbeleid. In deze berekeningen wordt aangenomen dat er een achtergrondconcentratie van 5 µg/m³ is (voor NO2 en PM10) die niet beïnvloed kan worden door beleid, deze achtergrondconcentratie komt van nature voor. De exacte hoogte van de achtergrondconcentratie is onbekend en is geschat.

Het RIVM neemt deze achtergrondconcentratie niet mee in de berekeningen van de gezondheidsimpact van luchtverontreiniging. In onze rapportage willen we de totale effecten van luchtverontreiniging op gezondheid laten zien, inclusief de paar µg/m³ die door natuurlijke bronnen wordt veroorzaakt. De getallen over gezondheidseffecten kunnen in onze rapportage dus afwijken van de rapportages van het RIVM. In de GGD-rapportages voor Gelderland (van de Weerdt, Zuurbier, Willems, & Dijkema, 2022)3 en Brabant (Denissen, 2022)4, die eerder dit jaar zijn verschenen, is dezelfde rekenmethode gehanteerd als in dit rapport.

3 4

beschikbaar via www.ggdgm.nl/luchtkwaliteitgelderland beschikbaar via www.ggdhvb.nl/milieu-en-veiligheid/luchtkwaliteit-en-gezondheid/

Pagina

13

2. Blootstelling Overijsselse bevolking aan luchtverontreiniging SAMENGEVAT • In Overijssel voldoet de luchtkwaliteit op geen enkel woonadres volledig aan de gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). • De luchtkwaliteit verschilt binnen de provincie: in de stedelijke gemeenten in Twente is de luchtkwaliteit het slechtst, de luchtkwaliteit in het noorden van de provincie is beter. • Ook binnen gemeenten treden grote verschillen in luchtkwaliteit op, veelal groter dan gemiddeld tussen de Overijsselse gemeenten. • De luchtkwaliteit verbetert in alle Overijsselse gemeenten. Met name voor stikstofdioxide is deze verbetering in Zwolle en Deventer de afgelopen jaren (veel) groter dan in de Twentse steden.

In dit hoofdstuk behandelen we de blootstelling aan luchtverontreiniging in Overijssel per gemeente en per buurt. De blootstelling is weergegeven voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Luchtkwaliteitskaarten geven over het algemeen de concentratie van deze componenten aan. In dit rapport kiezen we nadrukkelijk voor blootstelling. Bij blootstelling wordt meegenomen waar mensen wonen. Daarmee is blootstelling een betere maat voor gezondheid dan de concentratie. In Bijlage 1: Onderzoeksmethode is beschreven hoe deze blootstelling, gebruik makend van het nationaal rekenmodel, is bepaald. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van een deel van de gegevens voor de landelijke luchtkwaliteitsmonitoring in het kader van het NSL (Nationale Samenwerking Luchtkwaliteit; www.nsl-monitoring.nl). Alleen de gemeente Zwolle heeft dit jaarlijks gedaan, veel andere gemeenten doen dit eens in de 2, 3 of 5 jaar. In die gevallen is er gebruik gemaakt van een ophogingsmethode volgens een lokaal bepaalde factor (zie Bijlage 1). Een aantal Overijsselse gemeenten (Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst en Zwartewaterland) hebben echter nooit lokale wegen in de NSLmonitoringstool opgenomen. Dit betekent dat de bijdrage van verkeer op gemeentelijke wegen voor deze gemeenten niet meegenomen kon worden bij het bepalen van de blootstelling.

Dit leidt tot een onderschatting van de gemiddelde blootstelling in deze gemeenten, welke het meest duidelijk tot uiting komt voor stikstofdioxide. In de bespreking van de blootstelling besteden we hier nader aandacht aan. De kaarten zijn ook digitaal beschikbaar, voor een betere herkenbaarheid met geografische referentie (tevens inzoomen mogelijk), en het aflezen van de precieze blootstelling. Ga hiervoor naar de Kaartviewer Gezonde Leefomgeving (voor Oost Nederland ontsloten via GGD Gelderland-Midden: https://kaarten.vggm.nl/viewer/app/VGGM_leefomgeving). Zoek bij het thema ‘luchtverontreiniging’ de kaart naar keuze op: NO2, PM10 of PM2,5. Klik vervolgens op de gemeente (voor de kaarten uit paragraaf 2.1) of buurt (voor de kaarten uit paragraaf 2.2) naar keuze, en lees in het pop-up scherm dat dan verschijnt onder meer de gemiddelde, laagste en hoogste blootstelling af.

2.1

Blootstelling per gemeente

Kaarten 1, 2 en 3 beschrijven de jaargemiddelde blootstelling aan respectievelijk stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) per Overijsselse gemeente in 2019. Deze gemiddelden zijn berekend uit de blootstellingen per woonadres.

Pagina

14

Kaart 1.

Jaargemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) per Overijsselse gemeente in 2019 De bijdrage van verkeer op gemeentelijke wegen mist in de gemeenten Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst en Zwartewaterland. Dit leidt tot een onderschatting van waarschijnlijk maximaal enkele tienden µg/m³ van de werkelijke blootstelling.

De variatie in blootstelling aan NO2 in Overijssel is aanzienlijk (Kaart 1). De hoogste gemiddelde blootstellingen aan NO2 treden op in de gemeenten Enschede (gemiddeld 16,7 µg/m3), Borne (gemiddeld 16,5 µg/m3) en Hengelo (gemiddeld 16,8 µg/m3), terwijl deze in de landelijke gemeenten aanmerkelijk lager zijn (11,5-13 µg/m3). De gemeente Steenwijkerland heeft met 11,1 µg/m3 de laagste gemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (Kaart 1). Voor de gemeenten Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst en Zwartewaterland geldt dat de blootstelling onderschat wordt, omdat de bijdrage van lokaal verkeer niet kan worden meegenomen. We schatten in dat de onderschatting van de gemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide voor deze gemeenten maximaal enkele tienden µg/m3 bedraagt.

De gemiddelde blootstelling aan PM10 (Kaart 2) is het hoogst in de stedelijke gemeenten in Twente (Enschede, Hengelo, Borne en Almelo, alle net boven de 17 µg/m3), en wederom het laagst in Steenwijkerland (14,8 µg/m3). De PM10 concentratie wordt voor een groot deel bepaald door de achtergrondconcentratie. De bijdrage van lokale bronnen op de lokale luchtverontreiniging is klein. De verschillen in PM10 concentraties over de provincie zijn daarom klein. Het overgrote deel van de gemeenten in de provincie Overijssel heeft een gemiddelde blootstelling aan PM10 van 15 tot 17 µg/m 3, net boven de WHO advieswaarde (15 µg/m3). Ook hier kan het niet meenemen van de bijdrage van verkeer op gemeentelijke wegen in een aantal gemeenten (zie eerder in dit hoofdstuk) in potentie leiden tot een onderschatting. Echter, lokaal verkeer draagt in dergelijke plattelandsgemeenten slechts in geringe mate bij aan de blootstelling van PM10 (inschatting: minder dan 0,1 µg/m3).

Pagina

15

Kaart 2.

Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM10) per Overijsselse gemeente in 2019 De bijdrage van verkeer op gemeentelijke wegen mist in de gemeenten Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst en Zwartewaterland. Dit leidt tot een onderschatting van waarschijnlijk minder dan 0,1 µg/m³ van de werkelijke blootstelling.

Net als voor PM10, valt in Kaart 3 op dat de variatie in de blootstelling aan PM2,5 tussen gemeenten beperkt is. Dit is verklaarbaar door het veelal grootschalige karakter van PM2,5 (lokale bronnen dragen relatief weinig bij aan de lokale concentratie, dat geldt ook voor secundair gevormd fijn stof van onder andere de landbouw– voor meer toelichting zie www.rivm.nl/dossier-fijn-stof > Hoofdstuk 3). Daarnaast is de landelijk optredende noord-zuid gradiënt duidelijk te herkennen. Het RIVM schrijft hierover ‘de concentratie neemt in grote lijnen vanuit het noorden naar het zuiden toe door de toenemende invloed van bronnen in Nederland en het aangrenzende buitenland’. De hoogste blootstellingen treden opnieuw op in de stedelijke gemeenten in Twente (ruim 10 µg/m3). Ook in de buurgemeente Haaksbergen is de gemiddelde blootstelling aan PM2,5 hoger dan 10 µg/m 3. De laagste blootstellingen zijn in gemeenten in het noorden van de provincie (Kampen, Zwartewaterland, Staphorst, Steenwijkerland) en hebben een PM2,5 blootstelling tussen 8 en 9 µg/m3.

Pagina

16

Kaart 3.

2.2

Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM2,5) per Overijsselse gemeente in 2019

Blootstelling per buurt

Binnen gemeenten kan grote variatie optreden in de mate van blootstelling. In Figuur 4 is de blootstelling aan NO2 per gemeente weergegeven. (Voor PM10 en PM2,5 geven we dit figuur niet, omdat de verschillen minder groot zijn.) De gemiddelden (ruitjes) zijn gelijk aan de cijfers uit paragraaf 2.1, ook de minimale en maximale blootstelling per gemeente zijn weergegeven (uiteinden van de stok). (Een tabel met de cijfers uit Figuur 4 per gemeente is opgenomen in Bijlage 2: Meer blootstellingsdata per gemeente. Hierin vindt u ook de gemiddelde, laagste en hoogste blootstelling aan PM10 en PM2,5) Uit Figuur 4 blijkt dat de variatie binnen een gemeente veelal groter is dan die tussen de gemeenten in Overijssel gemiddeld. Deze grote variatie in blootstelling werkt door in de optredende gezondheidseffecten (Hoofdstuk 3). In deze paragraaf zoomen we daarom nader in op deze verschillen binnen gemeenten.

Pagina

17

Figuur 4.

Jaargemiddelde blootstelling NO2 per Overijsselse gemeente in 2019 (min/max/gemiddeld). In het figuur zijn ook de wettelijke norm (EU grenswaarde, 40 µg/m 3) en de gezondheidskundige advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO advieswaarde, 10 µg/m 3) aangegeven. * in deze gemeenten mist de bijdrage van verkeer op gemeentelijke wegen, wat leidt tot een onderschatting van mogelijk enkele tienden µg/m³ van de werkelijke blootstelling.

In Figuur 5 staat hoeveel woningen er zijn op plekken met een bepaalde hoeveelheid luchtverontreiniging. Zo staan er in Overijssel ruim 147.000 woningen (28,5%5) op plekken met een NO2 concentratie tussen de 14 en 16 µg/m³. Figuur 4 en Figuur 5 laten verder zien dat er in Overijssel op geen enkel woonadres volledig aan de WHO advieswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan. De advieswaarde voor PM2,5 is hierbij het meest kritiek. Hieraan wordt op geen van de woonadressen voldaan. Op bijna 14.000 adressen (gelegen in Zwartewaterland, Kampen en Steenwijkerland) wordt voldaan aan de WHO advieswaarde voor PM10. Op slechts 1012 adressen (gelegen in de gemeente Steenwijkerland) wordt voldaan aan de WHO advieswaarde voor NO2.

5

in totaal zijn er 516.723 woonadressen in Overijssel

Pagina

18

Figuur 5.

Verdeling van de blootstelling voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) over de woningen in Overijssel in 2019.

Nader inzicht in de variatie binnen een gemeente biedt mogelijk aanknopingspunten voor (lokaal) beleid. Om deze reden geven we in deze paragraaf ook kaarten op buurtniveau (kaarten 4, 5 en 6). Ook voor deze kaarten geldt dat voor de gemeenten Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst en Zwartewaterland de blootstelling onderschat wordt, omdat de bijdrage van lokaal verkeer niet kan worden meegenomen. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op opties voor beleid, de GGD adviseert de gemeenten graag nader. (NB: We verwijzen naar de digitale versie van de kaarten op buurtniveau voor een betere herkenbaarheid van de buurt (geografische referentie, tevens inzoomen mogelijk), en het aflezen van de precieze blootstelling. Zie inleiding van dit hoofdstuk voor nadere toelichting.)

Pagina

19

Kaart 4.

Jaargemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) per Overijsselse buurt in 2019

Kaart 5.

Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM10) per Overijsselse buurt in 2019

Pagina

20

Kaart 6.

2.3

Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM2,5) per Overijsselse buurt in 2019

Ontwikkeling in de tijd

Dit rapport beschrijft voor het eerst de blootstelling en gezondheidseffecten in Overijssel. Om ook iets over de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in de tijd te kunnen zeggen, is het adviesbureau wat de databewerkingen heeft uitgevoerd (LichtVerkeer) gevraagd ook de blootstelling in 2013 vast te stellen. Hiervoor zijn deels schattingen gebruikt, zie voor methode Bijlage 1.

Figuur 6. Jaargemiddelde blootstelling in Overijssel voor PM2,5, PM10 en NO2 in µg/m3, in 2013 en 2019. Uitgezet tegen de wettelijke grenswaarden van de EU en de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO van 2021 .

Pagina

21

Gemiddeld is de blootstelling aan luchtverontreiniging op het woonadres voor inwoners van Overijssel afgenomen in de periode 2013-2019. Dit komt overeen met het landelijk beeld. De afname geldt voor elk van de onderzochte componenten, zie ook Figuur 6. De eerder genoemde verbetering is niet overal in Overijssel even sterk. De per gemeente gemiddelde afname in blootstelling aan NO2, PM10 en PM2,5 in 2019 ten opzichte van 2013 is weergegeven in Bijlage 2: Meer blootstellingsdata per gemeente. Zoals weergegeven in Kaart 7, is in 2019 de blootstelling aan NO2 ten opzichte van 2013 met ruim 2 µg/m³ afgenomen in de gemeenten Deventer en Zwolle. Grote verbeteringen in NO 2 blootstelling hebben in het algemeen te maken met het terugdringen van de uitstoot van het wegverkeer, bijvoorbeeld door het verkeersluwer maken van woonwijken. In het oosten van de provincie (Kaart 1) is de verbetering veel beperkter. In Oldenzaal is de blootstelling vrijwel gelijk gebleven, voor de overige gemeenten in Oost-Twente is de verbetering 0,3 (Enschede) tot 0,9 µg/m 3 (Tubbergen). Ook in de plattelandsgemeenten in het noorden en midden van de provincie zijn de verbeteringen in deze ordegrootte. Hengelo (1,7 µg/m3), Almelo (1,3 µg/m3) en Olst-Wijhe (1,5 µg/m3) wijken hier in positieve zin in af.

Kaart 7.

Verschil jaargemiddelde blootstelling aan NO2 per Overijsselse gemeente in 2019 ten opzichte van 2013. Hoe donkerder de kleur, des te kleiner het verschil.

Ook de fijn stof blootstelling is in 2019 ten opzichte van 2013 in heel Overijssel afgenomen. Deze afname is sterker dan bij NO2. Tegelijkertijd zijn de verschillen tussen gemeenten minder groot dan bij NO2. Uit Kaart 8 blijkt dat bij het overgrote deel van de gemeenten de blootstelling aan PM10 in 2019 ten opzichte van 2013 is afgenomen met 2,8 tot 3,5 µg/m 3.Voor PM2,5 is dat 2,5 tot 3 µg/m3 (qua ruimtelijk

Pagina

22

patroon zeer vergelijkbaar met PM10 en daarom niet weergegeven op kaart, desgewenst kunnen de cijfers worden nagekeken in Bijlage 2: Meer blootstellingsdata per gemeente). Voor zowel PM10 als PM2,5 is er een mild ruimtelijk patroon: de fijn stof concentraties zijn in het zuiden iets meer afgenomen dan in het noorden van Overijssel. In het noorden waren (en zijn) de concentraties ook al lager dan in het zuiden. De grootste afname voor PM10 blootstelling (2019 ten opzichte van 2013) is 3,5 µg/m 3 (Hof van Twente), de kleinste 2,6 µg/m3 (Zwartewaterland, Steenwijkerland). Voor PM2,5 is de grootste verbetering gezien in Deventer, Zwolle, Hof van Twente, Hengelo en Haaksbergen (3 µg/m 3), en de kleinste in Ommen, Hardenberg en Zwartewaterland (2,6 µg/m 3).

Kaart 8.

2.4

Verschil jaargemiddelde blootstelling aan PM10 per Overijsselse gemeente in 2019 ten opzichte van 2013. Hoe donkerder de kleur, des te kleiner het verschil.

Hoe is het elders in het land?

Ruimtelijke vergelijking Ter vergelijking van Overijssel met andere provincies in Nederland zijn kaarten opgenomen met de bevolkingsgewogen gemiddelde concentratie (oftewel: blootstelling) aan NO2 en PM10 per gemeente (zie Figuur 7) uit de NSL-Monitoringsrapportage over 2019 (RIVM, 2020). (De gegevens van PM2,5 zijn niet beschikbaar.) Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit in de plattelandsgemeenten heel vergelijkbaar is met veel plattelandsgemeenten in Gelderland, Flevoland en Noord-Holland. De luchtkwaliteit in de meer verstedelijkte regio’s in Overijssel is minder goed, maar is wel beter dan in de meeste stedelijke regio’s elders in het land. In Hoofdstuk 4. Bronnen van luchtverontreiniging in de Overijsselse regio’s komt dit nader aan bod.

Pagina

23

Figuur 7.

Bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 per gemeente in 2019 (Bron: (RIVM, 2020).

Trend concentraties luchtverontreiniging in Nederland sinds 1990 De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit in Nederland flink verbeterd door luchtbeleid van Europa, Nederland, provincies en gemeenten. Nederlanders leven door de tussen 1980 en 2015 genomen maatregelen ongeveer zes jaar langer (Velders G.J.M., 2020). Maatregelen hebben dus een groot effect gehad op de luchtkwaliteit. Met nieuwe maatregelen kunnen we ook de huidige, nog steeds grote, ziektelast (volgens cijfers van het RIVM vergelijkbaar met overgewicht) verminderen. In Figuur 8 is te zien dat de concentraties stikstofoxide (NOx, in dit geval alleen in de bebouwde kom) en fijn stof (PM10) de afgelopen decennia enorm zijn afgenomen. De concentratie ammoniak (NH 3) is vrij constant gebleven. Ammoniak draagt in belangrijke mate bij aan de concentraties fijn stof door de vorming van secundair fijn stof (met name PM2,5), zie paragraaf 1.3.

Figuur 8.

Ontwikkeling concentraties ammoniak, fijn stof (PM10) en NOx (NOx: concentraties in de bebouwde kom) 1990-2017. (Bron: Compendium voor de leefomgeving/RIVM)

Pagina

24

3. Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging in Overijssel SAMENGEVAT • Inwoners van Overijssel sterven gemiddeld ruim 10 maanden eerder dan dat zij dat zouden doen als er geen luchtverontreiniging zou zijn. • De ziektelast ten gevolge van luchtverontreiniging is gemiddeld in Overijssel te vergelijken met het meeroken van 4,1 sigaret per dag. • Van de longkankerpatiënten in Overijssel is bij bijna 1 op de 7 de longkanker toe te schrijven aan luchtverontreiniging. • Van de Overijsselse kinderen met astma zou bijna 1 op de 6 geen astma hebben wanneer er geen luchtverontreiniging was. • Van de volwassen met een hartvaatziekte in Overijssel is dat bij ruim 1 op de 5 toe te schrijven aan luchtverontreiniging. • We zien een langzame maar gestage verbetering. Versnellen van de aanpak van luchtverontreiniging levert veel gezondheidswinst op.

Luchtverontreiniging veroorzaakt verschillende gezondheidseffecten. De belangrijkste effecten zijn harten vaatziekten en luchtwegaandoeningen. Door het inademen van luchtverontreinigende stoffen kunnen de luchtwegen blijvende schade oplopen, uiteenlopend van astma tot longkanker. Door reacties in het lichaam kunnen de ingeademde deeltjes ook leiden tot gezondheidseffecten op andere plekken in het lichaam, waaronder hart- en vaatziekten als hartritmestoornissen en vernauwing of verstopping (infarct) van de bloedvaten. Voor nadere toelichting verwijzen we naar de GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid (RIVM, 2018) en ‘Gezondheidswinst door Gezonde Lucht’ (Gezondheidsraad, 2018). Luchtverontreiniging veroorzaakt nog veel meer gezondheidseffecten. Er is bijvoorbeeld steeds meer wetenschappelijke kennis over de invloed van luchtverontreiniging op bijvoorbeeld het ontstaan van neurologische aandoeningen (ziekte van Parkinson en Alzheimer) en stofwisselingsziekten (diabetes). Deze effecten kunnen op basis van de huidige wetenschappelijke kennis momenteel echter (nog) niet met voldoende zekerheid worden gekwantificeerd.

In dit rapport zijn alleen gezondheidseffecten berekend waarvan Universiteit Utrecht, RIVM en GGD hebben geconcludeerd dat voldoende (wetenschappelijk) zeker is dat er een verband is met luchtverontreiniging en deze met stevige wetenschappelijke onderbouwing kan worden gekwantificeerd (zie ook Bijlage 1: Onderzoeksmethode). Dat zijn de volgende gezondheidseffecten: hartvaatziekten, luchtwegaandoeningen en vroegtijdige sterfte.

3.1

Ziekte en sterfte door luchtverontreiniging in Overijssel

De gezondheidseffecten van blootstelling aan stikstofdioxide en fijn stof voor de Overijsselse bevolking in 2019 zijn berekend met de in 2021 vernieuwde GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid (van de Weerdt, Gehring, & van der Zee, 2021). Op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten over de effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid, in onder meer recente publicaties van de US-EPA en de WHO, is met onder meer Universiteit Utrecht en RIVM nagegaan voor welke gezondheidseffecten een causale of een waarschijnlijk causale relatie met componenten van luchtverontreiniging met voldoende wetenschappelijke zekerheid kan worden vastgesteld. De effectschattingen in de GGD Rekentool (beschikbaar via https://awgl.nl/projecten/ggd-rekentool-luchtkwaliteit-en-gezondheid-update2021), waarmee de sterkte van de relatie tussen de blootstellingsindicator en gezondheidseffect wordt

Pagina

25

weergegeven, zijn ontleend uit recente epidemiologische meta-analyses. Voor meer details over de gezondheidsberekeningen wordt verwezen naar Bijlage 1: Onderzoeksmethode.

Figuur 9:

Samengevat: de ziektelast door luchtverontreiniging in Overijssel (in 2019).

Vroegtijdige sterfte De vroegtijdige sterfte ten gevolge van gelijktijdige blootstelling aan PM10 en NO 2 (Tabel 1) bedraagt in Overijssel gemiddeld 310 dagen (ruim 10 maanden). Een inwoner van Overijssel sterft dus gemiddeld ruim 10 maanden eerder dan wanneer er geen luchtverontreiniging zou zijn. Dit betreft een gemiddelde, voor alle inwoners van Overijssel. De ene persoon zal door luchtverontreiniging meer dan 20 jaar eerder overlijden, de andere slechts één of enkele maanden eerder. Voor toelichting over deze berekening zie Tekstvak ‘Vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging: verschillende cijfers’ en Bijlage 1. De rekentool biedt verschillende dosis-effectrelaties waarmee het verlies aan levensdagen per inwoner op het gehele leven kan worden vastgesteld. Het kan worden berekend op basis van de blootstelling aan ofwel PM10, ofwel PM2,5, ofwel NO2, ofwel door een gelijktijdige blootstelling aan PM10 en NO2. Uit iedere dosis-effectrelatie volgt een eigen effectschatting. Zie tekstvak ‘Keuze indicatoren

VROEGTIJDIGE STERFTE DOOR LUCHTVERONTREINIGING: VERSCHILLENDE CIJFERS Voor vroegtijdige sterfte hanteren verschillende organisaties verschillende berekeningen. Het is belangrijk om naar de definities en gebruikte methodes te kijken bij het vergelijken van verschillende berekeningen. Wij rapporteren hier het effect van sterfte door PM10 en NO2 samen. Dat doet de Gezondheidsraad ook (Gezondheidsraad, 2018). De Gezondheidsraad heeft voor heel Nederland berekend dat de vroegtijdige sterfte in 2013 9 maanden was door fijn stof plus 4 maanden door NO2, dus samen 13 maanden. Dat is iets hoger dan de 358 dagen die wij hebben berekend voor Overijssel in 2013 (zie Tabel 6). De GGD en de Gezondheidsraad rapporteren de vroegtijdige sterfte van de totale hoeveelheid luchtverontreiniging. Het RIVM rekent in het Schone Lucht Akkoord ook met vroegtijdige sterfte door PM10 en NO 2 samen, maar rapporteert de vroegtijdige sterfte van door beleid te beïnvloeden luchtverontreiniging. Zij tellen de natuurlijke achtergrondconcentratie (ingeschat op zo’n 5 µg/m³) niet mee (zie ook paragraaf 1.4).

Pagina

26

Gezondheidseffecten’ voor toelichting. Effectschattingen kunnen niet zonder meer opgeteld worden. In dit rapport kiezen we ervoor de indicator ‘gelijktijdige blootstelling aan PM10 en NO2’ toe te passen (zie voor toelichting het Tekstvak ‘Vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging: verschillende cijfers’) 6. Tabel 1.

Gezondheidsimpact van luchtverontreiniging, onder inwoners van de provincie Overijssel in 2019 (totale populatie: 1.162.439), op basis van berekeningen met de GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid en de in Hoofdstuk 2 beschreven blootstelling. berekend voor

Gezondheidseffect

blootstelling aan

(leeftijdscategorie in jaren) Verloren levensdagen

(maanden)

310

10,2

Aantal gevallen 47

(aandeel$) 7,3%

PM2,5

Incidentie astma kinderen (0-18)

327

16,2%

NO2

Incidentie hartvaatziekten (40+)

2605

8,0%

PM2,5

5997

18,5%

NO2

Longkanker (50+)

107

13,4%

PM2,5

Ziekenhuisopname astma (alle leeftijden)

11

2,2%

PM2,5

10

2,0%

NO2

53

2,4%

PM2,5

75

1,7%

NO2

Vroegtijdige sterfte (30+)

Laag geboortegewicht# (0-1)

Ziekenhuisopname COPD (alle leeftijden) Ziekenhuisopname ischemische hartziekte (40+)

component* PM10+NO2

Afname longfunctie (FEV1) in % Afname longfunctie kinderen (0-18)

*

$ #

1,6%

PM2,5

1,0%

NO2

deze zijn geselecteerd op basis van kracht van de wetenschappelijke onderbouwing van de dosiseffectrelatie. Ook voor andere componenten zijn er relaties, maar is de wetenschappelijke basis onvoldoende sterk om deze te kwantificeren. aandeel: van het totaal aantal gevallen van deze aandoeningen in Overijssel is genoemd percentage toe te schrijven aan luchtverontreiniging laag geboortegewicht is gedefinieerd als een gewicht bij geboorte kleiner dan 2.500 gram bij een zwangerschapsduur van minimaal 37 weken

6 De uitkomsten voor de ‘single-polutant’-blootstelling zijn 92 dagen (NO ), 209 dagen (PM10) en 242 dagen (PM2,5). 2

Pagina

27

KEUZE LUCHTKWALITEITSINDICATOREN GEZONDHEIDSEFFECTEN De GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid (van de Weerdt, Gehring, & van der Zee, 2021) beschrijft voor de componenten fijn stof en NO2 welke gezondheidseffecten er bij welke blootstelling optreden. Voor enkele gezondheidseffecten (incidentie hartvaatziekten bij volwassenen, ziekenhuisopnamen door astma, vermindering longfunctie bij kinderen en vroegtijdige sterfte) kan je de gezondheidseffecten met zowel fijn stof als NO2 doorrekenen. De studies waaruit de effectschattingen komen, berekenen doorgaans het effect van één component op een gezondheidseffect en daarbij wordt gecorrigeerd voor blootstelling aan andere componenten. Uit deze studies blijkt dat na correcties voor de aanwezigheid van de andere component, zowel NO 2 als fijn stof een effect hebben op de gezondheid. Door de correlatie tussen de verschillende componenten (op plekken waar meer fijn stof voorkomt, komt vaak ook meer NO2 voor en andersom) is het niet mogelijk om deze effecten helemaal uit elkaar te trekken. We verwachten daarom dat als je de gezondheidseffecten die berekend zijn met de afzonderlijke componenten bij elkaar optelt, er enige dubbeltelling zal zijn. Daarom presenteren we de berekeningen voor de verschillende componenten apart.

Ziekte In Tabel 1 is voor de ziektelast zowel de bijdrage gegeven van de blootstelling aan luchtverontreiniging in absolute aantallen (het aantal ziektegevallen in de populatie) als het procentueel aandeel (het percentage van het totale aantal ziektegevallen). Oftewel: van het totaal aantal kinderen dat wordt geboren met een laag geboortegewicht is 7,3% toe te schrijven aan blootstelling aan fijn stof in Overijssel, dit zijn 47 kinderen. Luchtverontreiniging in Overijssel levert een aanzienlijke bijdrage aan de incidentie van astma bij kinderen (16%), hartvaatziekten (18,5% door NO2 en 8% door PM2,5) en longkanker (13,4%). Dat betekent dat bij bijna 1 op de 7 longkankerpatiënten (boven de 50 jaar) in Overijssel de ziekte is toe te schrijven aan luchtverontreiniging. En bijna 1 op de 6 Overijsselse kinderen met astma zou, wanneer er geen luchtverontreiniging was, geen astma hebben. En ruim 1 op de 5 volwassenen in Overijssel met hartvaatziekten heeft deze ziekte als gevolg van de luchtverontreiniging. In Tabel 1is de afname van de longfunctie bij kinderen gegeven ten gevolge van de blootstelling aan NO2 en PM2,5. Ook hiervoor geldt dat de effecten van NO2 en PM2,5 naast elkaar optreden, maar dat je als je de getallen bij elkaar optelt, de effecten wel enigszins overschat (zie Tekstvak Keuze indicatoren Gezondheidseffecten).

In de epidemiologische studies naar de afname van longfunctie wordt voor zowel NO2 als PM2,5 een effect gevonden. In Overijssel bedraagt de gemiddelde afname van de longfunctie van kinderen bij elkaar genomen 1,5 tot 2%. Op groepsniveau lijkt een dergelijke afname niet veel, maar het is goed te realiseren dat bij dit gemiddelde voor álle kinderen in Overijssel, er ook kinderen zullen zijn met een veel grotere – en merkbare – afname. Bij een deel van de kinderen is de longfunctievermindering bovendien blijvend. Een verlaagde longfunctie, zelfs in milde vorm, werkt door op latere leeftijd en leidt tot meer vroegtijdige sterfte, hartvaatziekten en ziekenhuisopnames voor luchtwegaandoeningen. Verminderde longfunctie is dus een belangrijke gezondheidsdeterminant.

Pagina

28

Ziekte en vroegtijdige sterfte uitgedrukt in meegerookte sigaretten We drukken de blootstelling aan luchtverontreiniging ook uit in het aantal passief gerookte sigaretten per dag. Hiermee wordt de verontreiniging van de buitenlucht vertaald in een beleidsmatig en communicatief beter vergelijkbare en begrijpelijke risicofactor, namelijk inhalatie van omgevingstabaksrook (passief roken). In Tabel 2 is het effect van het aantal sigaretten gegeven dat per dag passief wordt meegerookt als equivalent voor ziektelast door blootstelling aan luchtverontreiniging weergegeven. De berekening is gebaseerd op de zogenaamde meerookmethode, zie Bijlage 1: Onderzoeksmethode. De gezondheidseffecten die inwoners van Overijssel ondervinden ten gevolge van het inademen van luchtverontreiniging komen overeen met de gezondheidseffecten van het dagelijks meeroken van ruim vier sigaretten. Tabel 2.

Aantal passief meegerookte sigaretten per dag door de Overijsselse bevolking als equivalent van de luchtverontreiniging in Overijssel in 2019

Gezondheidseffect (leeftijdscategorie in jaren)

Aantal per dag

Totale ziektelast uitgedrukt in aantal

4,1 sigaretten

meegerookte sigaretten (alle leeftijden)

3.2

Verschillen in gezondheidseffecten tussen gemeenten

Er zijn verschillen in de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging tussen gemeenten. Dit is afhankelijk van de blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen, het aantal inwoners en de leeftijdsopbouw van de bevolking in die gemeente. In Kaart 9 wordt de bijdrage van NO2 aan de incidentie (procentueel) van astma bij kinderen per Overijsselse gemeente weergegeven voor het jaar 2019. Dit percentage is onafhankelijk van de bevolkingsomvang en is voor de vergelijking tussen gemeenten een betere maat dan de absolute aantallen kinderen met astma. De bijdrage van NO2 aan de incidentie van astma kent een aanzienlijke variatie tussen gemeenten van 13% tot 19%. In gemeenten met hoge NO2 blootstelling (gemeenten met veel wegverkeer) is het aantal kinderen dat astma krijgt door luchtverontreiniging het hoogst. De incidentie voor aandoeningen ten gevolge van fijn stof blootstelling kent een veel minder duidelijke ruimtelijke variatie. De bijdrage van fijn stof aan longkanker bijvoorbeeld, varieert tussen gemeenten van 11,4% tot 14,2%. De fijn stof blootstelling kent immers een kleinere variatie over Overijssel (vergelijk Kaart 3). Dat komt omdat fijn stof veel meer beïnvloed wordt door grootschalige atmosferische processen (vaak samengevat als ‘er is een hoge achtergrondconcentratie’). Verschillen in vroegtijdige sterfte tussen gemeenten worden gegeven in Kaart 10.

Hierin is de gemiddelde vroegtijdige sterfte van inwoners van gemeenten gegeven voor de gecombineerde blootstelling aan de indicatoren NO2 en PM10. Deze varieert van 265 tot 331 dagen. In paragraaf 2.2 kwam aan de orde dat binnen gemeenten een grote variatie in blootstelling bestaat, met name wat betreft NO2. Dit werkt door in de gezondheidsrisico’s: gezondheidsrisico’s zijn in buurten met een hogere blootstelling groter dan in buurten met een lagere blootstelling.

Pagina

29

Kaart 9.

Het aandeel van het totaal aantal nieuwe gevallen* van astma bij kinderen tussen 0 en 18 jaar dat veroorzaakt wordt door luchtverontreiniging (NO2) per Overijsselse gemeente in 2019 * van het totaal aantal gevallen van deze aandoening in Overijssel, is genoemd percentage toe te schrijven aan luchtverontreiniging

Kaart 10.

Vroegtijdige sterfte (verloren levensdagen per inwoner) bij de inwoners van 30 jaar en ouder ten gevolge van de gecombineerde blootstelling aan NO2 en PM10, per Overijsselse gemeente in 2019

Pagina

30

3.3

Ontwikkeling van gezondheidseffecten door de tijd

Om inzicht te kunnen hebben in de trend van de gezondheidseffecten in relatie tot luchtkwaliteit over de voorgaande jaren, zijn de gezondheidseffecten ook met de vernieuwde GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid (van de Weerdt, Gehring, & van der Zee, 2021) berekend over 2013. In Tabel 3 is de trend in vroegtijdige sterfte (in dagen) en de procentuele bijdrage van gezondheidseffecten aan de totale ziektelast over de jaren 2013 en 2019 in Overijssel gegeven. Voor alle gezondheidsuitkomsten treedt een verbetering op. Dat vloeit logischerwijs voort uit de afnemende blootstelling aan luchtverontreiniging in deze periode (zie ook paragraaf 2.3).

Tabel 3.

Ontwikkeling in de ziektelast in Overijssel door luchtverontreiniging in 2013 en 2019 (berekend met Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid 2021).

Gezondheidseffect (leeftijdscategorie in jaren)

2013

2019

indicator

Vroegtijdige sterfte (30+)

358

310

PM10+NO2

Laag geboortegewicht (0-1)

9,3%

7,3%

PM2,5

Incidentie astma kinderen (0-18)

17,3%

16,2%

NO2

Incidentie hartvaatziekten (40+)

10,2%

8,0%

PM2,5

19,7%

18,5%

NO2

Longkanker (50+)

16,9%

13,4%

PM2,5

Ziekenhuisopname astma (alle leeftijden)

2,8%

2,2%

PM2,5

2,2%

2,0%

NO2

Ziekenhuisopname COPD (alle leeftijden)

3,0%

2,4%

PM2,5

Ziekenhuisopname ischemische hartziekte

1,9%

1,7%

NO2

in dagen

(40+)

Naarmate de luchtkwaliteit verbetert, treedt er minder vroegtijdige sterfte op. Waar in 2013 nog sprake was van bijna een jaar levensduurverlies, was dat in 2019 nog ruim 10 maanden. In zes jaar tijd is het levensduurverlies met 48 dagen (1,5 maand) verkort. In Figuur 10 is de trend in het aantal passief meegerookte sigaretten per dag gegeven in 2013 en 2019. De ontwikkeling laat een daling zien van 4,9 meegerookte sigaretten per dag in 2013 tot 4,1 meegerookte sigaretten per dag in 2019.

Figuur 10.

Ontwikkeling van het aantal passief meegerookte sigaretten per dag door inwoners van Overijssel als equivalent voor de blootstelling aan luchtverontreiniging

Pagina

31

4. Bronnen van luchtverontreiniging in de Overijsselse regio’s SAMENGEVAT • De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in Overijssel zijn landbouw en houtstook. Ook industrie en wegverkeer zijn nog steeds belangrijke bronnen. • De bijdrage van de landbouw (met name veeteelt) aan primair en secundair gevormd fijn stof is groot en is de afgelopen jaren weinig tot niet afgenomen. Ook de bijdrage van houtstook is niet afgenomen. • De bijdragen van industrie en wegverkeer zijn de afgelopen jaren flink omlaag gegaan. In dit rapport beschrijven we de emissies (uitstoot) per regio in Overijssel, zoals beschikbaar in de nationale emissieregistratie (zie verder Bijlage 1: Onderzoeksmethode). Op de kaarten staan taartdiagrammen per regio. De omvang (grootte) van de taart komt overeen met de totale omvang van de emissie in die regio (in Megakilo, Mkg, zie de cirkels in de legenda - 1 Megakilo is gelijk aan 1000 ton of 1 miljoen kilogram). De verdeling (stukjes van de taart) representeert de bijdrage van de verschillende bronnen (kleuren in de legenda, zie voor nadere toelichting op de bronnen Bijlage 1: Onderzoeksmethode). In juni 2022 heeft het RIVM een zogenaamde GCN-tool uitgebracht (https://gcn-app.rivm.nl/) waarin ook de cijfers van zowel emissies als concentraties per gemeente beschikbaar zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12593262/1