CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Rapport Gevolgen Bodemdaling Koekoekspolder - 9-1 redeneerlijn hoeverder def 220224 (1)

Informatieavond 29 september 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: 19.30 uur Koekoekspolder4.018 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting en aanbevelingen

Een geschiedenis van het probleem Het gebied van de polder Mastenbroek is ontstaan als veengebied in de delta van de IJssel en de Vecht naar de Zuiderzee. Voor de ontginning van de polder in de 14e eeuw was het gebied moerasbos. De bodem bestond uit een metersdikke laag veen met een dun laagje klei er op. Het in cultuur brengen van de polder leidde tot ontwatering en bodemdaling waardoor de polder langzaam begon te zakken. In de 18e eeuw is het deel van de polder dat nu polder de Koekoek heet, uitgegraven voor de winning van turf. Het besluit om het gebied te gaan bemalen begin 20e eeuw leidde tot wegzijging uit de rest van de Mastenbroek en een versnelling van de bodemdaling. Eind jaren 50 is in Nederland en de rest van Europa de basis gelegd voor een gemeenschappelijk landbouwbeleid. Deze ontwikkeling ging gepaard met schaalvergroting en leidde tot ruilverkavelingen. De schaalvergroting en ruilverkavelingen hadden tot

gevolg dat het fijnmazig slotennetwerk van voor 1950 verdween. Sloten werden gedempt en de slootafstanden werden groter. Deze ontwikkeling zorgde voor een grote versnelling van de bodemdaling in de polder Mastenbroek, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Door de bodemdaling, veroorzaakt door de schaalvergroting, was het waterschap genoodzaakt om de peilen nabij de Koekoekspolder te verlagen, met als gevolg dat de gronden verder van de Koekoekspolder af meer zijn gaan wegzijgen naar de Koekoekspolder. Hierdoor ontstond ook hier weer bodemdaling, waardoor het waterschap weer peilaanpassingen moest doen. Niet alleen houdt deze ontwikkeling zichzelf in stand, ook verspreidt het zich steeds meer van de Koekoekspolder af de polder Mastenbroek in. Het gebied dat wegzijgt richting de Koekoekspolder wordt steeds groter. Onderstaand schema illustreert deze ontwikkeling # figuurtje schema

Behalve deze ontwikkeling op polderschaal, is ook binnen de percelen een ongewenste ontwikkeling ontstaan. Deze laat zich het beste toelichten met de doorsnede van de daadwerkelijke situatie, zoals gepresenteerd in hoofdstuk 6-2:

Door de droge middens van de percelen en de natte delen nabij de sloot is het midden veel meer weggezakt dan de zijkant van de percelen. Een hoogteverschil tot 40 cm tussen de rand en het midden van een kavel is inmiddels zeer gangbaar in de polder Mastenbroek, en dan vooral in de randzone van de Koekoekspolder. Dit heeft tot gevolg dat een overstroming van een watergang tot een enorme inundatie leidt die niet snel zal wegstromen maar weggepompt zal moeten worden. Dit kan tot grote schade leiden. Dat een overstroming vanuit de watergangen niet zeldzaam is, bewijst de grote waterbergingsopgave (zie 6.1), maar ook feitelijke constateringen in de praktijk. Het feit dat door het dalen van de bodem de watergangen boven maaiveld komen te staan, kan ook tot instabiele situaties leiden van de oevers, die naar de binnenzijde kunnen bezwijken met alle gevolgen van dien. Het probleem

In de huidige situatie kan het waterschap het vigerend peilbesluit nauwelijks uitvoeren. Delen van de percelen in de randzone van de Koekoekspolder staan bij de minste bui al onder water en agrariërs voeren kunstgrepen uit om delen van hun land in bedrijf te houden. Denk hierbij aan het dichtstoppen van duikers, en het aanleggen van afvoerbuizen door de grond van het ene naar het andere peilvak. Deze tijdens deze studie in de praktijk waargenomen feiten versterken het beeld dat ingrepen in het watersysteem nodig zijn in de randzone van de Koekoekspolder. Nietsdoen is dus geen optie Op korte termijn moet de bodemdaling geremd; op langere termijn moet de polder Mastenbroek toe naar een robuust watersysteem. Hierbij hoort ook de urgentie van het beperken van de uitstoot van broeikasgassen door veenoxidatie, waarbij deze uitstoot landelijk 1megaton/jaar in 2030 verminderd moet zijn. De Mastenbroek moet daar ook haar steentje aan bijdragen. De onderzoeken leren ons dat het remmen van de bodemdaling goed mogelijk is. Op dit moment kan de infiltratie uit de sloten niet de wegzijging naar de Koekoekspolder en verdamping in droge zomers bijhouden. Dit komt door de grote slootafstanden in de Mastenbroek, die het resultaat zijn van eerdergenoemde schaalvergrotingen.

De noodzaak tot het verkleinen van de afstand tussen sloten of het toepassen van infiltrerende drains of infiltrerende greppels is de kritieke factor in de polder. Dit kan op verschillende manieren. Zo is het terugbrengen van het slotennetwerk van voor de schaalvergroting onderzocht. Dit maakt de slootafstand tot soms 4x zo klein als in de huidige situatie. Vernatting tot aan de afdekkende kleilaag is daarmee mogelijk, zeker in combinatie met enige zomerpeilverhoging. Dezelfde vernatting kan worden bereikt met de aanleg van drukdrainage. Waterschap Drents Overijsselse Delta acht onderwaterdrainage uit de sloten als een minder kansrijke oplossing. Dit komt door resultaten van pilots in de afgelopen jaren. Een laatste optie is het vernatten van de bodemdalingsgevoelige gebieden tot aan of boven maaiveld. Dit werkt ook, maar heeft grote ruimtelijke en economische implicaties. Vernatten kan dus, maar is zeker in de randzone geen sinecure. Door de wegzijging naar de naburige Koekoekspolder bleek het in de onderzochte bouwstenen niet mogelijk om tot 20 cm onder maaiveld te vernatten, tenzij open water wordt gecreëerd. Vanwege een afdekkende kleilaag van 40 cm in de Mastenbroek (zie doorsnede) lijkt het ook niet absoluut nodig om meer te vernatten dan 40 cm onder maaiveld en toch de bodemdaling te remmen.

De berekeningen leerden ons dat het goed mogelijk is om de gewenste vernattende effecten te beperken tot de percelen zelf. Er vinden geen nadelige effecten naar de omgeving plaats. De toename van de watervraag in droge perioden en de toename van de afvoeropgave in natte perioden zijn een aandachtspunt, maar is relatief gezien klein ten opzichte van de totale watervraag en afvoeropgave. Vernatting voor bodemdaling kost veel en levert weinig op

De onderzochte bouwstenen hebben alle een ongunstige kosten-baten verhouding; investeren om te vernatten en de bodemdaling te remmen betaalt zich niet terug in economische zin. Nietsdoen is echter ook geen oplossing. Het huidige agrarische gebruik functioneert in principe, maar de melkveehouderij in het algemeen is een bedrijfstak die (landelijk) economisch onder druk staat, door toenemende regelgeving en hoge grondprijzen. De marges zijn klein, waardoor de bedrijfstak snel schade ondervindt van veranderingen in de bedrijfsvoering (zie bijvoorbeeld de NOBV-studie “bedrijfsvoering en betaalbaarheid (Stowa, 2021)). Het feit dat het waterbeheer eigenlijk niet meer goed mogelijk is, gaat bij een volgende peilbesluit zeer waarschijnlijk leiden tot veranderingen in droogleggingen en daarmee tot grote economische risico’s voor de agrariërs in de randzone. De oplossing bestaat in het toevoegen van waarde aan het gebied. Dit kan door de bestaande agrarische functie te herwaarderen. Bijvoorbeeld door de subsidieregelingen te verruimen en een betere prijs te kunnen krijgen voor het reduceren van emissie van broeikasgassen. Dit zijn echter politieke keuzes die buiten het bereik van de gebiedspartners liggen. Een andere, meer kansrijke optie lijkt het toevoegen van rendabele, bij de nieuwe waterwerkelijkheid passende, functies aan het gebied.

Ruimtelijke keuzes voor een wenkend perspectief De maatregelen die de bodemdaling remmen veranderen de ruimtelijke mogelijkheden in de randzone van de Koekoekspolder. Elke keuze heeft gevolgen voor dan wel de aanwezige functies, dan wel biedt deze meer of minder kansen voor aanwezige opgaven. Keuzes voor oplossingen voor het waterbeheer kunnen dan ook niet los worden gezien van keuzes voor het ruimtelijke ontwikkelingsbeeld. Bodem en water moeten daarin samen leidend zijn. Uit dit onderzoek zijn een aantal principiële te maken keuzes naar voren gekomen. De principiële keuze voor een natuurlijker insteek of een meer technische insteek voor de randzone Koekoek en wellicht ook voor de gehele polder Mastenbroek moet nog gemaakt worden, hoewel op hoofdlijnen al in de omgevingsvisie van de Provincie Overijssel al gekozen is om het veenweidegebied van de Mastenbroek te behouden. Dat biedt echter nog veel ruimte voor verdere invulling en deze keuze is essentieel om tot een verstandig pad naar een robuuste toekomst te komen. Het is een principiële keuze of ruimtelijk gezien de randzone volledig onderdeel blijft van de huidige ruimtelijke waarden en belevingswaarden van de polder Mastenbroek of dat er nieuwe lagen worden toegevoegd, met nieuwe lagen en functies die contrast creëren. In dat licht is het goed om te bedenken dat de polder feitelijk altijd in beweging is geweest.

Van natuurlijk moerasbos, tot polder met akkerbouw, tot drooggemalen Koekoekspolder met tuinbouw als functie, tot de schaalvergroting van de landbouw in een veenweidepolder. Alles heeft impact gehad op de uitstraling en wording van het gebied. Hieronder zijn de beschouwde bouwstenen per scenario samengevat:

Scenario 1a/1b

2a/2b

3b

Oplossing korte termijn Kansrijk voor de korte termijn, remt de bodemdaling op de plek waar de maatregel is aangelegd. Voor de randzone blijkt het niet mogelijk om met deze slootafstanden de bodemdaling geheel te stoppen, maar wel te remmen. Snel uitrolbaar, levert tijdwinst op voor verdere transitie. Huidig ruimtegebruik kan worden voortgezet. Biedt ruimte voor nieuwe intensieve functies als zonneweiden. Hierbij de aantekening dat kapitaalintensieve investeringen met lange afschrijvingstermijnen de toekomst “vast” kunnen zetten en daarmee ontwikkeling voor de lange termijn kunnen belemmeringen. Kansrijk voor de korte termijn, maar slootafstanden moeten veel kleiner dan nu (80-120m), eerder in de orde van 40 - 60 meter. Voor de randzone blijkt het niet mogelijk om met deze slootafstanden de bodemdaling geheel te stoppen, maar wel te remmen. Huidig ruimtegebruik van melkveehouderij moet extensiever vanwege hogere grondwaterstanden en minder ruimte door de extra sloten. Zonneweiden kunnen ook worden toegepast, maar minder intensief dan bouwsteen 1a/1b, aangezien de beschikbare ruimte minder is door de veel hogere slootdichtheid. Hierbij de aantekening dat kapitaalintensieve investeringen met lange afschrijvingstermijnen de toekomst “vast” kunnen zetten en daarmee ontwikkeling voor de lange termijn kunnen belemmeringen.

Niet kansrijk voor korte termijn, in verband met grootschalige verandering ruimtegebruik, verwerving gronden, proceduretijd en de tijd die het kost om draagvlak te krijgen voor een dergelijke grote ingreep in de ruimte. Bodemdaling wordt geheel gestopt ter plaatse van het bekken. Wegzijging uit rest polder Mastenbroek vermindert, maar vooral uit de watergangen.

Samenvatting aspecten van de beschouwde bouwstenen (1) Oplossing lange termijn Vermindering broeikasgassen en stikstof Niet kansrijk voor de lange termijn want: niet Op korte termijn uitrollen, betekent op korte termijn duurzaam, remt de bodemdaling in de rest van de een reductie van CO2-emissies, echter remmen lukt Mastenbroek niet, vervanging elke 15 jaar en moeilijk alleen op die plekken waar je de drains uitrolt. Nabij te beheren op de grotere schaal van de Mastenbroek. de Koekoekspolder lukt het niet om het grondwater Intensief landgebruik blijft mogelijk met deze tot boven de klei-veen-grens te houden: CO2-emissies maatregel. blijven (verminderd) bestaan.

Kansrijk voor de lange termijn, hoewel bodemdaling in de randzone niet geheel wordt gestopt, door wegzijging uit de Koekoekspolder. Mogelijk wel in andere delen van de Mastenbroek. Relatief weinig onderhoud aan sloten, dat bij perceeleigenaren kan worden ondergebracht. Extensivering van gebruik is bij deze bouwsteen onvermijdelijk, tenzij natte teelten een vlucht nemen.

Het behoud van de huidige bedrijfsmodellen leidt niet tot een reductie van stikstofemissies. Er zijn geen Natura2000 van betekenis in de nabijheid van de randzone koekoek, niettemin is er een landelijke opgave tot stikstofreductie. Vernatting van de percelen betekent remmen van broeikasgasemissie (CO2). Remmen lukt alleen effectief op die plekken waar je de slootafstand vermindert tot <= 60 meter. Stoppen van bodemdaling en daarmee de emissie lukt met deze slootafstanden niet helemaal, met name in de randzone. Toename van andere broeikasgassen is niet aan de orde, behalve direct nabij de nieuwe bestaande sloten; het effect hiervan op de totale broeikasgasemissie wordt klein geacht.

Meerlaags-veiligheid Draagt niet bij aan meerlaags-veiligheid.

Draagt niet bij aan meerlaags-veiligheid

Extensivering van de agrarische bedrijven leidt tot een vermindering van de stikstofuitstoot door agrarisch gebruik en draagt daarmee bij aan de landelijke opgave tot stikstofreductie. Kansrijk voor de lange termijn. Duurzame oplossing, draagt bij aan tegengaan bodemaling rest Mastenbroek door vermindering wegzijging naar Koekoekspolder, hoewel in de rest Mastenbroek ook maatregelen nodig zijn. Relatief weinig onderhoud, behalve aan het dijklichaam. Biedt kansen voor duurzaam ruimtegebruik en combinatie van functies als zoetwatervoorziening en water kwaliteit. .

Vernatten leidt tot stop CO2-emissies in de randzone, methaanemissies blijven beperkt bij voldoende diepte waterbekken/plas. Emissies van broeikasgassen stoppen feitelijk in de randzone en de ingreep draagt bij aan het vinden van een oplossing in de rest Mastenbroek omdat wegzijging naar Koekoek minder wordt. Emissies van stikstof reduceren in de randzone, dus dragen potentieel bij aan de landelijke opgave tot reductie van stikstofemissie. Afhankelijk van toekomstig gebruik van de randzone/waterbekken is deze reductie blijvend.

Biedt mogelijkheden tot compartimenteren tussen een intensieve (koekoek/IJsselmuiden en extensieve zone (rest Mastenbroek) tweede laag meerlaagsveiligheid. Draagt in die zin bij aan waterveiligheid van de IJssel-Vecht-Delta, die bij een toekomstig hoger IJsselmeerpeil door zeespiegelstijging weer een opgave kan worden.

Scenario 1a/1b

Agrarisch perspectief In randzone kan huidig intensieve melkveehouderij doorgaan. Dit geldt ook voor de rest van de Mastenbroek, maar investeringen in onderwaterdrains blijven nodig, waardoor het de vraag is of dit op de lange termijn houdbaar is. Extensivering i.c.m. ecologische functies liggen bij dit scenario minder voor de hand, maar kunnen wel.

2a /2b

De randzone, waar de slootdichtheid is toegenomen, is minder geschikt voor intensieve melkveehouderij. De grondwaterstanden leiden tot minder draagkracht voor vee en machines en de percelen zijn kleiner. Extensivering van de veehouderij ligt voor de hand. Dit biedt mogelijkheden voor een combinatie van functies als weidevogelbeheer, recreatieve invulling en eventueel zelf een vorm van bebouwing (landgoedregeling). De business case/economische haalbaarheid en randvoorwaarden van deze extensivering met combinatie van weidevogels wordt ten tijde van dit schrijven onderzocht.

3a/b

Randzone Mastenbroek is niet meer geschikt voor grondgebonden landbouw. Rest van de Mastenbroek (ook direct tegen het bekken of de openwaterplas (3a) aan) wel. Afhankelijk van keuzes aldaar kunnen zowel intensief (vooral bij 3b), extensief als in combinatie plaatsvinden.

Samenvatting aspecten van de beschouwde bouwstenen (2) Economisch perspectief overige functies Zoetwater-beschikbaarheid De drukdrains bieden de mogelijkheid de grond in Toename zoetwatervraag in droge tijden. Op klein ieder geval voor de korte tot mogelijk middellange schaalniveau (randzone) is deze watervraag termijn intensief te gebruiken. Bijvoorbeeld voor beheersbaar; op groot schaalniveau (hele zonneweiden, maar ook bijvoorbeeld voor Mastenbroek) is dat nog een vraag. De verwachting uitplaatsing van niet-glasbouw-functies uit de is dat uitrollen op grote schaal veel impact zal Koekoekspolder om ruimte voor glasbouw te hebben op de watervraag in droge tijden, maar creëren in de Koekoekspolder zelf. Een uitdaging is dient nader te worden uitgezocht. om nieuwe (kapitaalintensieve) investeringen zodanig in te passen dat realisatie van de door het gebied gewenste lange termijn oplossing niet wordt belemmerd. Kenmerkend voor deze bouwsteen is de gemiddeld De noodzaak tot peilhandhaving van veel meer hogere grondwaterstand in combinatie met minder sloten leidt tot een toenemende watervraag in grote percelen en daardoor ook een verminderde droge tijden, omdat er veel meer verdampend bereikbaarheid van de percelen. Overige functies wateroppervlak is.

De extra waterschijf in de sloten zullen in het algemeen in combinatie met (door meer sloten en een iets hoger peil) is niet extensieve weidebeheer moeten worden gezocht, bruikbaar voor zoetwaterbuffering omdat de zie ook de kolom “agrarisch perspectief”. optelsom van al deze “waterschijfjes” te klein is om Uitplaatsing van functies vanuit de Koekoekspolder aan extra watervraag in andere gebieden te om ruimte te maken voor glastuinbouw is voldoen. waarschijnlijk beperkt mogelijk. Een uitdaging is om nieuwe (kapitaalintensieve) investeringen zodanig in te passen dat realisatie van de door het gebied gewenste lange termijn oplossing niet wordt belemmerd.

In de randzone ontstaat een nieuwe ruimtelijke situatie, die vele mogelijkheden biedt voor nieuwe economische functies, die samenhangen met het gebruik maken van het open water dat bij scenario 3a en 3b hoort. Bijvoorbeeld door drijvende constructies, maar zelfs gebruik makend van “eilanden” in het bekken. Een uitdaging is om nieuwe (kapitaalintensieve) investeringen zodanig in te passen dat realisatie van de door het gebied gewenste lange termijn oplossing niet wordt belemmerd.

Biedt mogelijkheid tot bufferen van zoetwater, dat kan worden gebruikt binnen de polder Mastenbroek bij extreme droogte. Bij 3b is meer waterschijf te bufferen dan bij 3a, vanwege de aan te leggen kades. Gaat wegzijging uit sloten rest Mastenbroek tegen, waardoor watervraag in droge tijden vermindert

Kosten/baten Investeringskosten zijn lager dan bij andere bouwstenen, baten zijn meteen zichtbaar. Echter kosten blijven terugkomen terwijl op de lange termijn probleem niet wordt opgelost en alsnog een andere ingreep nodig lijkt. Kosten van onderwaterdrains liggen in beginsel bij private eigenaren, tenzij anders overeen gekomen met overheden (bijvoorbeeld door subsidiering). Baten komen voort uit vermindering van de broeikasgasemissie en de exploitatie van eventuele nieuwe functies (bv zonneweiden).

De investeringskosten voor de aanleg van de nieuwe sloten zijn hoger per hectare dan bij de aanleg van drains, hoewel dit ook afhangt van de hoeveelheid verdichting van de sloten. Belangrijk is dat de holheid van de percelen betekent dat je niet zomaar een nieuwe sloot kunt aanleggen, omdat het waterpeil vaak hoger ligt dan maaiveld. Egaliseren van de percelen maakt daardoor ook deel uit van het kostenplaatje. Hoeveel dit is, verschilt in de polder Mastenbroek, maar in de randzone is dit veel. De kosten hiervan zullen gedeeltelijk voor rekening van bedrijven/agrariërs komen en gedeeltelijk overheid. Dit geldt ook voor het onderhoud. Baten moeten, naast vermindering van de broeikasgasemissies, worden gevonden in een nieuw businessmodel voor extensief agrarisch gebruik i.c.m. nieuwe functies. Rijksgeld voor het landelijk gebied (stikstofgelden) zal de komende jaren vertaald worden naar financieringsinstrumenten. Subsidies en landbouwregelingen liggen ook voor de hand. Investeringskosten van scenario 3b zijn hoog en komen voor rekening van de overheid. Voor 3a is dit minder, maar rekening moet hier ook worden gehouden met infrastructurele aanpassingen. Baten zijn lastig geldelijk te kwantificeren en zijn – vanwege de fundamentele verandering van het systeem- voor een lange periode.

Vermindering van broeikasgasemissie is een duidelijke baat met het hoogste rendement per hectare voor 3a en 3b van de beschouwde bouwstenen. Exploitatie van de nieuwe situatie is nog ongewis, meekoppelkansen met andere opgaven als waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid liggen voor de hand. Rijksgeld voor de aanpak van het landelijk gebied (stikstofgelden) en bijdragen vanuit deltaprogramma zoet water en veiligheid (of HWBP) kunnen hier van toepassing zijn.

Strategie en adaptatiepad De realiteit van de huidige wereld is dat deze snel verandert. De zeespiegelstijging zal leiden tot een verhoging van het IJsselmeerpeil, de toenemende afvoer over de rivieren leidt tot hogere waterstanden. De Mastenbroek komt relatief gezien steeds lager te liggen, zeker als de bodemdaling voortgaat. Tegelijkertijd zien we dat nieuwe wetenschappelijke inzichten over elkaar heen buitelen. Niemand weer precies met hoeveel de temperatuur en de zeespiegel zullen stijgen. Daarnaast verandert ook de waardering van onze ruimte. Illustratief is dat in de gebiedsvisie op de dorpsrand IJsselmuidenKoekoek (Paridon en de Groot, 2011) met geen woord wordt gerept over zonne-energie, terwijl dit thema nog geen 10 jaar later een van de meest serieuze ruimtelijke ontwikkelingen behelst zijn die Nederland bezig houden. De veranderende wereld is de primaire reden dat het gebied is altijd in beweging is geweest, en dat het logisch is om deze beweging voort te zetten naar een nieuw, robuust systeem. Verstandig beleid betekent daarom het inbouwen van een grote mate van adaptiviteit. Maar hoe voorkom je dat je geen stap vooruit zet en alleen maar de veranderingen afwacht? Wij stellen voor adaptatiepaden te gebruiken.

Geen-spijt-investeringen te doen op de korte termijn die de bodemdaling remmen, maar ook, juist, nu al de blik verder vooruit te werpen naar mogelijke duurzame en robuuste ontwikkelbeelden voor de polder Mastenbroek, beginnend bij de randzone. Daarnaast is het belangrijk om te bepalen hoe de korte termijn met de lange termijn kan worden verbonden. De ontwikkelbeelden zijn onzeker, maar het oefenen hiermee gaat wel leiden tot het vinden van de belangrijkste leidende principes, die de route naar de toekomst gaan begeleiden. De leidende principes zijn een afspiegeling van wat de gebiedspartners echt belangrijk vinden gecombineerd met de mogelijkheden, die de Mastenbroek en de omgeving bieden. Met de adaptatiepaden onderzoek je welke stappen er in de tijd moeten worden gezet om tot het gewenste beeld te komen, maar ook welke keuzes een toekomstig beeld onlogisch maken of uitsluiten. Het is bijvoorbeeld niet logisch om open water in de randzone te creëren, terwijl je op langere termijn een gebied wil met een fijnmazig slotennetwerk. Drukdrainage lijkt vanwege de korte levensduur en relatief kleine impact op de omgeving zeer geschikt als kortetermijnmaatregel, met een aanloop naar ingrijpender ruimtelijke beelden zoals open water of verdubbeling van het aantal watergangen.

Hierbij moet wel worden afgewogen hoe wenselijk het is om op enig moment de ondergrond vol kunststofbuizen te hebben liggen, die dan geen functie meer hebben. Voor de randzone zelf vindt een afweging plaats, maar vooral moet ook worden bezien hoe een ontwikkeling zich verhoudt tot het gewenste beeld van de toekomst van de polder Mastenbroek. Figuur # geeft een indicatie wat mogelijke adaptatiepaden zijn, kijkend naar de in dit onderzoek beschouwde werkscenario’s. De figuur laat bij [1] zien dat een initiële keuze voor drukdrainage in de randzone opties open houdt voor een robuuste toekomstige invulling met meer sloten of een openwater bekken/buffer of een combinatie van beide. De keuze voor de ruimtelijke invulling is wel bepalend voor de toekomstmogelijkheden. Nu inzetten op

intensivering van de randzone, maakt het minder waarschijnlijk om te extensiveren in de toekomst. Bij [2] zien we dat op de korte termijn verdichten van het slotennetwerk in de randzone, het minder waarschijnlijk maakt om over twintig jaar een bekken aan te leggen. Immers, de investeringen in een fijnmaziger slotennetwerk en de veranderingen in gebruik en beheer die daarbij horen zijn dan nog niet aan het einde van hun levensduur, waardoor een verandering naar een ander systeem op dat moment inefficiënt zou zijn. Het op korte termijn kiezen voor optie [3] maakt de toekomst van de randzone het meest duidelijk. Teruggaan naar een invulling met andere bouwstenen is dan niet meer aan de orde.

Figuur Adaptatiepaden De regio is aan zet De gebiedspartners moeten stappen zetten om te bepalen wat een gewenst eindbeeld is. En bedenken welke “bouwstenen”of gebiedsontwikkelingen in de tijd horen om tot het eindbeeld te komen. De beweging moet zijn naar een polder Mastenbroek waar de interactie tussen veenbodem, watersysteem, waterbeheer, gebruiksfuncties en gebiedskwaliteiten toekomstvast en robuust zal zijn De weg ernaar toe is onvoorspelbaar, maar de leidende principes die de weg gaan begeleiden moeten wel duidelijk worden. Het ligt voor de hand om drukdrainage niet tot in lengte der dagen elke 15 jaar te vervangen om het veen te behouden, terwijl dit voor de aanloop naar genoemd eindbeeld een heel goed middel kan zijn. Tegelijkertijd is het niet mogelijk om op korte termijn grote veranderingen in de ruimte zoals weergegeven in scenario’s 3a en 3b te realiseren, terwijl deze op den duur juist kunnen helpen om tot de gewenste integrale robuuste Mastenbroek te komen. De eerste stapjes kunnen worden gezet door het omarmen van nieuwe initiatieven en kansen, zoals de zeer actuele interesse van investeerders in zonneenergie en de mogelijkheden die extensivering naar agrarisch natuurbeheer biedt, zoals beschreven in het aanvalsplan Grutto.

Een initiatief als de zonnevelden kan tijdelijk van aard zijn en als eenmaal het eindbeeld van de polder helderder wordt, en zonneweiden passen niet in dit eindbeeld, dan kunnen deze weer worden verwijderd. De aanbeveling is om alle nieuwe initiatieven toetsen aan adaptiviteit en deze indien mogelijk te omarmen. Nieuwe initiatieven kunnen de trigger zijn voor de transitie van deze polder. Gebied en gebiedspartners moeten zo een helder beeld opstellen van waar men heen wil.

Een voorstel voor een realisatiestrategie (kader) Stap 1: voorjaar 2022 - Bespreken van rapportage met de deelgebiedscommissie en de bijbehorende regiegroep - Dan: instemming gevraagd van B&W en gemeenteraad op deze constateringen en voorstel om gebiedsproces te starten (gebruikers meenemen in het ontstane probleem en vragen mee te denken over de oplossingen) - Opstellen toegankelijke notitie met ‘wenkende perspectieven’ met als boodschap ‘ruimtelijke kansen en economische ontwikkelpotentie voor polder Mastenbroek en specifiek de randzone Koekoek’. Stap 2: start informeren gebied (zomer 2022) - Boodschap, doorgaan met huidige peilbesluit is geen optie

- Keukentafelgesprekken en informeren regiegroep en gebiedscommissie Stap 3: besluit regiegroep en gebiedscommissie om met een brede verkenning aan de slag te gaan (najaar 2022) Stap 4: doorwerken naar daadwerkelijke realisaties van maatregelen en starten van pilots (20232025)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11865927/1