CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Memo vragen na raadsvergadering lokaal eigendomsbeleid

Raadsvergadering 4 december 2025, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Herziening beleid Lokaal eigendom, zeggenschap en participatie opwek duurzame energie 20251.979 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmemo

Aan: gemeenteraad Van: wethouder H. Rietman Datum: 24 november 2025 Onderwerp: Beantwoording vragen raadsvergadering 6 november 2025 over Herziening beleid Lokaal eigendom, zeggenschap en participatie opwek duurzame energie 2025

Aanleiding Tijdens de raadsvergadering van 6 november 2025 is de herziene “Beleidsregel lokaal eigendom, zeggenschap en participatie rond opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windturbine(s)” behandeld. Tijdens deze vergadering zijn er meerdere vragen gesteld die wij bij deze van een antwoord voorzien. De vragen worden weergegeven in volgorde van spreken tijdens de vergadering. Vervolgens wordt het antwoord dat de wethouder tijdens de raadsvergadering heeft gegeven weergegeven met, indien nodig, een aanvulling. Deze memo sturen wij ter voorbereiding op de raadsvergadering van 4 december. Context Op de dag van de raadsvergadering heeft de provincie bekend gemaakt dat coöperatie DuurSaam BuurtWint voor alle turbines in gebied Genne-Holten-Haerst de beste score heeft behaald. In principe betekent dit dat zij het proces voor een vergunningsaanvraag mogen beginnen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag. Wij krijgen als gemeente echter wel een rol in dit proces en de provincie neemt het lokaal eigendomsbeleid van de gemeente hierin mee. 1. Wanneer gaan andere gemeenten hun beleid herzien? Antwoord van de wethouder: Gemeenten mogen zelf bepalen wanneer zij hun beleid herzien. De afspraken in de oplegnotitie zijn daarvoor leidend.

Aanvulling: Tijdens het bestuurlijk overleg van de Zwolle, Staphorst, Dalfsen, Zwartewaterland (ZSDZ) en de provincie van 8 oktober is het volgende afgesproken: Conform de afspraak hebben alle gemeenten hun beleid ten aanzien van Lokaal Eigendom met elkaar afgestemd. Op hoofdlijnen hebben we uniformiteit in beleid met ruimte voor lokale wensen. 2. Kan dit leiden tot verschillen in interpretatie? Antwoord van de wethouder: Er blijft ruimte voor eigen maatwerk. Er is altijd risico op verschil in interpretatie, dit kan niet worden uitgesloten. Met deze oplegnotitie proberen wij de verschillen te minimaliseren, onder andere door gemeentegrens ontkennend te werken. Aanvulling: Er is ambtelijk meermaals overlegd met de collega’s van de ZSDZ-gemeenten over het herzien van ons beleid. Daarnaast hebben deze gemeenten en de provincie zienswijzen ingediend die terug te vinden zijn in de reactienota. Door deze afstemming hopen wij de kans op interpretatieverschil te minimaliseren. 3. Een klankbordgroep besluit niet, dat is verkeerd verwoord in de stukken. Antwoord van de wethouder: Klankbordgroepen horen aan en adviseren maar besluiten niet. Dat staat in deze tekst en dat had mij niet mogen ontgaan. Vanaf nu mag u lezen: “de klankbordgroep heeft geadviseerd”. 4. De Beleidsregels zijn bijzonder flexibel en moeilijk toetsbaar.

Dit geeft te veel ruimte en is bestuurlijk lastig te verantwoorden. Antwoord van de wethouder: BGZ noemt het beleid te flexibel en lastig toetsbaar. Wij hebben hiermee in ieder geval een toetsingskader dat niet te star is. Dit toetsingskader laat ruimte voor onbillijkheden voor

1

Raadsmemo woningen die bijvoorbeeld op 1501 meter wonen bij een grens van 1500 meter. Dit soort interpretatie moet mogelijk zijn. 5. Waarom is nergens benoemd of doelgroepen in participatie inspraak hebben of in aanmerking komen voor financiële compensatie. Antwoord van de wethouder: geen antwoord Aanvulling: Vergoedingen moeten worden betaald aan de directie omgeving zoals beschreven in de definities in artikel 1E:

“E. directe omgeving: een inwoner of bedrijf binnen ongeveer 1500 meter van een turbine of 500 meter van een zonnepark. Deze afstand is het uitgangspunt maar mag, indien noodzakelijk voor maatwerk, met enige flexibiliteit worden toegepast;” In Artikel 9B wordt verder uitgelegd hoe dit vorm gegeven dient te worden. Hieronder ziet u een deel van het artikel, voor het complete artikel verwijs ik u naar de beleidsregel:

“B. de opbrengsten van een windturbinepark of zonnepark worden verdeeld volgens een verdeelsleutel: door een coöperatieve of sociale grondaanpak voor de directe omgeving van de windturbine of het zonnepark wordt de grondvergoeding billijk en rechtvaardig verdeeld. Dit betekent dat de verdeelsleutel door de direct omgeving (grondeigenaren en bewoners) transparant en gemeenschappelijk wordt vastgesteld. De verdeelsleutel wordt voorafgaand aan de exacte locatie van de windturbines of zonnepanelen bepaald. Onderdeel van deze verdeelsleutel is;” 6. Waarom is in het beleid een minimumhoogte voor turbines opgenomen maar geen maximale. Antwoord van de wethouder: geen antwoord. Aanvulling: lokaal eigendomsbeleid is niet het beleid dat bepaalt hoe hoog windturbines mogen zijn. In de definities in artikel 1A staat:

A. grootschalige opwek: de opwek van hernieuwbare energie via zonneparken van ten minste 2 hectare en de opwek van windenergie bij windturbines met een tip-hoogte van ten minste 100 meter; De minimale hoogte is opgenomen omdat deze beleidsregel gaat over grootschalige energieopwekking. Bijvoorbeeld een erfmolen hoeft niet aan deze beleidsregel te voldoen. Een maximale hoogte wordt niet bepaald in lokaal eigendomsbeleid. Hierdoor is er geen maximale hoogte opgenomen in de beleidsregel.

2

Raadsmemo 7. Waarom zijn de doelgroepen en eisen waaraan moet worden voldaan in participatie wezenlijk anders verwoord dan in de regionale afspraken? Voorbeeld: Punt 4 van de oplegnotitie eindigt met: “Het doel is dat omwonenden vanaf het eerste moment van initiëren inspraak krijgen.” Dit staat in artikel 1G minder strak verwoord. Antwoord van de wethouder: Ik geloof niet dat de oplegnotitie scherper is verwoord dan de beleidsregel. Deze zijn naast elkaar gehouden zoals te zien is in de was-wordt tabel. Aanvulling: Hier wordt verwezen naar punt 4 van de oplegnotitie:

Inspraak omwonenden: omwonenden binnen 10 x tiphoogte bij een windpark en binnen één kilometer van een zonnepark moeten inspraak krijgen. Deze afstanden zijn indicatief en flexibel toe te passen. De inspraak is in principe vorm vrij. De Zwolse participatieaanpak Hanza kan een leidraad zijn voor het opstellen van dit participatieplan. Het doel is dat omwonenden vanaf het eerste moment van initiëren inspraak krijgen. Deze wordt vergeleken met artikel 1G uit de definities:

zeggenschap: de democratische invloed die inwoners en/of lokaal gevestigde bedrijven uit kunnen oefenen op (het realiseren van) een energieproject. Evenals de invloed op de besteding van de baten vanuit het energieproject; Deze verwoording is anders omdat in de definities van de beleidsregel feitelijk wordt weergegeven wat wij onder een term als zeggenschap verstaan. In de beleidsregel staat beschreven hoe de gemeente graag wil dat zeggenschap wordt vormgegeven in artikel 10 en in punt 5 van het toetsingskader in Bijlage 1. Naar onze mening is de verwoording in de beleidsregel daar strakker dan in de oplegnotitie. Bovenstaande uitleg geldt naar ons idee voor alle doelgroepen en eisen. 8. De provincie blijft bevoegd gezag in Genne-Holten, is deze beleidsregel nodig? Op korte termijn staan er geen andere zoekgebieden voor windenergie op de planning. Antwoord van de wethouder: De provincie is bevoegd gezag maar wij worden als gemeente bij de procedure betrokken en kunnen op die manier invloed uitoefenen. Ook als het gaat om lokaal eigendom. Op dit moment hebben wij inderdaad 1 zoekgebied waar deze beleidsregel op van toepassing is. In de toekomst zou dit echter kunnen veranderen. Door bijvoorbeeld een nieuwe energievisie of de resultaten van de provinciale staten verkiezingen. Om voorbereid te zijn op een nieuwe situatie is het wenselijk om de beleidsregel te herzien. 9.

Lokaal eigendom is niet afdwingbaar dus welke rol heeft deze beleidsregel? Antwoord van de wethouder: geen antwoord. Aanvulling: Lokaal eigendom mag juridisch niet als resultaatverplichting op worden genomen in de gunningscriteria, tenzij het gaat over uitvoering op eigen grond. In het geval dat de provincie bevoegd gezag is wordt lokaal eigendom meegenomen als een inspanningsverplichting. Voldoen aan deze plicht maakt het vergunningsproces aanzienlijk makkelijker. Zoals eerder genoemd wordt het beleid van de gemeente hierin meegenomen. Wanneer de gemeente bevoegd gezag is verandert dit niet wezenlijk. Deze beleidsregel heeft daarnaast de rol om kaders te bieden voor wanneer gemeente Zwartewaterland initiatiefnemers van projecten rond grootschalige energieopwekking financieel of anderzijds ondersteunt. Dit gaat zeer waarschijnlijk een rol spelen in het proces rond Genne-Holten.

3

Raadsmemo 10. Op het moment dat de turbines 300 meter hoog worden, komt hij dan terug in de raad om te besluiten over de hoogte? Antwoord van de wethouder: Ik bespeur zorg voor extreme gevallen. Dit is nu ingeperkt door het maximale vermogen dat geplaatst mag worden in het zoekgebied. Als de provincie bevoegd gezag is hebben wij geen directe invloed op hoe hoog de turbines mogen zijn. Indirect kunnen wij hier wel op sturen. Het college zal de raad op de hoogte houden van de ontwikkelingen de komende jaren. Aanvulling: Wij hebben contact gehad met de provincie. Zij geven aan dat de projecten die zijn ingediend een indicatie van de hoogte van de turbines geven, zoals ook te vinden is in de indieningsvereisten van de provincie. Deze hoogte is echter op dit moment geen openbare informatie. In het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) staat echter het volgende over de hoogte van turbines:

“….De gestelde maxima zijn namelijk gebaseerd op wat we als provincie (samen met de gemeente) ruimtelijk acceptabel vinden qua aantal grote windturbines (200-280 meter tiphoogte) in een gebied….” De kans is groot dat de turbines van DuurSaam BuurtWint hierdoor niet hoger dan 280 meter kunnen worden. Daarnaast mogen de turbines gemiddeld maximaal 20 GW/h opwekken wat leidt tot turbines met een hoogte in dezelfde range. Indien wenselijk kan de gemeenteraad invloed uitoefenen op de hoogte van de turbines op het moment dat er bijvoorbeeld een garantstelling of lening aan de initiatiefnemer wordt verstrekt. De hoogte kan dan worden opgenomen in de voorwaarden. Daarnaast krijgt in het lokaal eigendomsbeleid van de provincie en van de gemeente de omgeving inspraak in de ontwikkeling van het project en daarmee op de hoogte van de turbines. Daarnaast kan de gemeente bezwaar en beroep inzetten op het moment dat de turbines hoger zijn dan wenselijk. De provincie zegt het volgende over het vervolg:

“Vervolgproces Van de geselecteerde windaanvragen is momenteel nog niet bekend of de windturbines in die gebieden daadwerkelijk worden geplaatst. De aanvragers moeten eerst verdere onderzoeken uitvoeren en omwonenden betrekken. De eerste stap in dit proces is het afsluiten van een overeenkomst tussen de provincie en de betreffende initiatiefnemer(s). Zodra dit is gebeurd, gaat de procedure voor vergunningverlening van start met een startbijeenkomst voor inwoners, georganiseerd door de ontwikkelaar. Daarna onderzoekt de ontwikkelaar de gevolgen voor de omgeving, zoals milieu- en gezondheidseffecten, en doorlopen een uitgebreid participatieproces. Dit alles bij elkaar duurt een aantal jaar. Vervolgens wordt door de provincie een zogenaamd projectbesluit genomen. In de projectprocedure wordt gekeken of het project (volgens de geldende weten regelgeving) in de omgeving past en welke vergunningen nodig zijn. Zodra het projectbesluit afgegeven is, kan de bouw van de turbines beginnen. Het proces is dan zo’n vijf tot zes jaar bezig.”

https://www.overijssel.nl/nieuws/provincie-overijssel-selecteert-twee-windaanvragen-voor-de-gemeentenzwolle-en-zwartewaterland/

4

Raadsmemo 11. Kan er een motiveringsplicht op worden genomen voor wanneer er afgeweken wordt van de normen in het kader van flexibiliteit? Antwoord van de wethouder: Voor elke afwijking een motivatieplicht instellen lijkt niet productief, ik adviseer dat niet te doen. Aanvulling: projecten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader in Bijlage 1. Afwijkingen worden hieraan getoetst. Als bijvoorbeeld zonder overleg de straal van 1500 meter voor vergoedingen verkleind wordt naar 1200 meter wordt er niet voldaan aan punt 3 van het toetsingskader:

“Er is een financieel participatieplan, waaruit blijkt hoeveel procent van de opbrengsten terugvloeit naar de omgeving. Het plan omvat ook een sociale verdeelsleutel, opgesteld ‘door en voor’ de inwoners en grondeigenaren van het projectgebied (art. 9 en artikel 10)” Als deze straal in goed overleg met de omgeving wordt aangepast levert dit geen problemen op en is de aanpassing in lijn met de herziene beleidsregel. 12. Kan er scherp gekeken worden naar hoe inspraak is geregeld in deze beleidsregel? Zie het antwoord op vraag 7. Conclusie Ik ga ervan uit dat ik u met bovenstaande informatie voldoende heb geïnformeerd. Mocht u vragen hebben over deze memo of over de nieuwe beleidsregel voor lokaal eigendom dan kunt u contact opnemen met Marnix Idema via de contactgegevens hieronder. Marnix Idema Beleidsadviseur duurzaam T: 06 27011846 M: m.idema@zwartewaterland.nl

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16280102/1