Bijlage 5 Overzicht adviezen maatschappelijke partners
Tekst van het document
Advies
Verwerking advies
Zienswijze energiecooperaties, februari 2020 1) Gemeenten hebben duidelijke kaders met eisen waaraan initiatiefnemers voor grootschalige Kaders grootschalige opwek is geen RES-aangelegenheid en is daarmee des gemeentes. opwek aan moeten voldoen Voor het onderdeel lokaal eigendom is op regionaal niveau afgesproken dat elke gemeente de doelstellling voor lokaal eigendom uiterlijk bij de RES 2.0 geborgd heeft in lokaal beleid. De Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom faciliteert deze borging. 2) De gemeente werkt proactief samen met het LEI om het energie project te realiseren
In de RES 1.0 zijn afspraken gemaakt over rollen en verantwoordelijkheden bij het realiseren van lokaal eigendom, inclusief de samenwerking en ondersteuning van de LEI's. Richting de RES 2.0 wordt gekeken welke aanvullende afspraken nodig zijn. 3) De provincie hanteert -door Provinciale Staten vooraf vastgesteld- eenduidige en realistische Het inspiratiedocument gaat hier op in. Enerzijds is het van belang dat de projecten kwaliteitskaders (per landschapstype) voor de RES, waardoor een LEI de gewenste ruimtelijke binnen de kaders van tijd en geld tot realisatie komen. Anderzijds zijn er meerdere kwaliteit kan realiseren bij het energieproject. De gemeenten hanteren binnen dit kader factoren die een businesscase beinvloeden. Het inspiratiedocument Ruimte, biedt eenzelfde uitgangspunt voor eventuele aanvullende regels zoals bijvoorbeeld in een handreikingen voor een betere ruimtelijke kwaliteit. Dit kan de businesscase ook positief beeldkwaliteitsplan. Deze kaders bieden ruimte voor maatwerk met o.a. onderscheid voor beinvloeden, zowel op korte als lange termijn. kleine en grote initiatieven. Zij mogen een gezonde business case niet in de weg staan. 4) Gemeenten communiceren met grote regelmaat naar inwoners en ondernemers over het RES-proces en zorgen ervoor dat ‘het bod’ niet een verrassing is.
Gemeenten zorgen voor het vergroten van het draagvlak bij inwoners onder andere door het verstrekken objectieve informatie over de klimaatverandering (m.b.v. Expertisecentrum Energietransitie).
De werkgroep communicatie werkt gezamenlijk communicatiemiddelen uit over de RES, o.a. door verstrekken objectieve info (bijv via rubriek F&F). Informatie verstrekken is echter een klein deel van het draagvlak vergroten: voor draagvlak zijn meer zaken nodig, waaronder participatie, lokaal eigendom etc.
5) Oprichten van onwikkelfonds voor LEI's
In de RES 1.0 is opgenomen dat het bestaande ontwikkelfonds voor de LEI's ook opengesteld wordt voor windprojecten. 6) Het realiseren van een onafhankelijke ondersteuningsfaciliteit binnen de RES West Overijssel In het HLA en de RES 1.0 is opgenomen dat 'De RES-regio, het provinciale programma met expertise/professionals en capaciteit om beschikbaar te stellen aan elk LEI en daarmee Nieuwe Energie Overijssel en Natuur en Milieu Overijssel (blijven) samenwerken aan de kennis en ervaring te delen met en tussen de LEI’s en de LEI’s (waar nodig) te professionaliseren ondersteuning, versterking en professionalisering van de lokale energie-initiatieven in en te verzelfstandigen. West-Overijssel, zodat zij de rol die zij op willen pakken in het realiseren van lokaal eigendom, ook op kunnen pakken.' Bovendien is in de RES 1.0 opgenomen dat er een werkplaats ingericht wordt voor lokaal eigendom (samenwerking RES en NEO). 7) Een organisatievorm en juridische structuur voor een LEI wordt niet vanuit de RES of door Organisatievorm en juridische structuur voor LEI is niet voorgeschreven in de RES. Wel is een gemeente voorgeschreven.
Voorwaarden waaraan LEI moet voldoen om in aanmerking te een definitie opgenomen wanneer er sprake is van lokaal eigendom: ' Lokaal eigendom kunnen komen voor punten 5 en 6 wil zeggen dat een collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojecten.' 8) De gemeente en het LEI leggen in een (anterieure)overeenkomst vooraf afspraken vast over Een anterieure overeenkomst is niet verplichtend vastgelegd in de RES, maar wordt wel onder andere de samenwerking en bijbehorende rol/taakverdeling, de planning, communicatie besproken en geadviseerd in de Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom. en kosten. 9) De gemeenten binnen de RES West Overijssel hanteren een uniform traject en procedure Deze voorwaarde van de LEI's is opgenomen in de Bouwsteen Lokaal Eigendom bij de RES voor de vergunningen die werkbaar is voor de LEI en een gezonde businesscase niet belemmert 1.0. Afspraak is dat er richting RES 2.0 gekeken wordt welke aanvullende afspraken op regionaal niveau nodig zijn. 10) De gemeenten binnen de RES West Overijssel hanteren een uniforme en werkbare Deze voorwaarde van de LEI's is opgenomen in de Bouwsteen Lokaal Eigendom bij de RES reductieregeling (via verordening) voor de leges en de OZB. De verplichting tot betaling van 1.0.
Afspraak is dat er richting RES 2.0 gekeken wordt welke aanvullende afspraken op leges voor de vergunningen worden door gemeenten uitgesteld tot de financiering van het regionaal niveau nodig zijn. project voor de LEI beschikbaar is.
Zienswijze Adviesgroep RES West-Overijssel, 4 maart 2020 Bod meer duiding en context geven, zodat ambitie van onze regio ook voor buitenstaanders duidelijker wordt
Opgenomen in onze communicatie het afgelopen jaar: zie F&F, duiding concept-RES en HLA op website, persmeeting concept-RES en HLA en de reeks Energiemakers in de regio (www.reswestoverijssel.nl). Deze communicatiemiddelen zijn verspreid onder de 11 gemeenten, zodat zij deze kunnen gebruiken en opnemen in hun eigen communciatie.
Geen regionaal samenhangende visie: afweging op kwadrant moet plek krijgen in vervolgproces Zit in gemaakte vervolgafspraken: Bestuurlijk Platform 23-10-2021 Regie regio op energie-ontwikkeling vanuit perspectief van gebiedsontwikkeling
Het benutten van meekoppelkansen (vanuit de energietransitie in andere gebiedsopgaven en omgekeerd) is een van de leidende ontwerp-principes voor het inspiratiedocument dat gebruikt wordt in de totstandkoming van RES 1.0. Naast het koppelen van vraag en aanbod maakt dit dat het advies van de regio hier nadrukkelijk op ingaat. Op basis van de zoekgebieden in de RES 1.0 zullen gebiedsontwikkelingsprocessen worden geinitieerd waarin de energie-opgave wordt verbonden met de andere opgaven in dat gebied. Sommige gebiedsprocessen lopen nu al. Dit kan soms binnen een gemeente zijn en soms bovengemeentelijk. In principe ligt de regie bij de gemeente respectievelijk de gemeentelijke samenwerking in een gebied dat bovengemeentelijk is. Vanuit de RES-regio zal daar in principe geen regie op plaatsvinden tenzij daar door de betreffende gemeenten uitdrukkelijk om wordt gevraagd. De uitvoering vindt plaats in het kader van de omgevingswet en de daarbij bestaande procedures. Bestuurlijke afstemming over de RES zal wel plaatsvinden in de vorm van een proces naar een RES 2.0 en verder. Bestuurlijke afstemming over de RES zal wel plaatsvinden in de vorm van een proces naar een RES 2.0 en verder. in gezamenlijkheid nadenken over uniforme regelgeving en het tegengaan van perverse Deze voorwaarde van de LEI's is opgenomen in de Bouwsteen Lokaal Eigendom bij de RES prikkels.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan afstemming over procedures en leges. 1.0. Afspraak is dat er richting RES 2.0 gekeken wordt welke aanvullende afspraken op regionaal niveau nodig zijn. Duidelijke uitvoeringsstrategie voor Zon op Dak met juiste prikkels om daken daadwerkelijk vol Onderdeel in de RES 1.0 zal de omschrijving en aanpak van de zon op de daken zijn. te krijgen Ondanks het feit dat de verdeling in de concept-RES indicatief was, zullen wij voor zon op de daken een voorstel doen voor de aanpak vanwegen de omvang van deze categorie in de totale ambitie en het algemeen draagvlak dat er voor deze oplossing bestaat. Is onderdeel RES 1.0 / Bouwsteen
1
Bij grootschalige opwek aandacht voor aandacht voor zorgvuldig ruimtegebruik, meekoppelkansen voor ander maatschappelijk opgaven en het bodemecosysteem van belang.
Het benutten van meekoppelkansen (vanuit de energietransitie in andere gebiedsopgaven en omgekeerd) is een van de leidende ontwerp-principes voor het inspiratiedocument dat gebruikt wordt in de totstandkoming van RES 1.0. Het is vanuit het ontwerpprincipe 'benutten van meekoppelkansen' een van de centrale thema's binnen het hoekpunt Ruimte. In de RES 1.0 maken wij de verdieping naar de potentie en operationaliseringskansen voor de verschillende warmtebronnen zoals in de concept-RES benoemd. De diepgang hiervan is afhankelijk van de huidige toepassing in de markt en het ontwikkelstadium van die bron. Indien mogelijk zullen wij ook de verdieping maken op het operationaliseren van een bron zodat niet alleen de potentie, maar ook op hoofdlijnen wordt aangegeven wat er nodig is om een bron daadwerkelijk toegepast te krijgen. Hierbij is het ook belangrijk een breed scala aan stakeholders te betrekken. Dit uiteraard met de wetenschap dat de werkelijke uitwerking van een project een lokale maatwerkoplossing vraagt. Tevens brengen wij de informatie uit de Transitievisies Warmte van gemeenten bij elkaar. Dit levert input voor een gezamenlijke regionale strategie op bovenlokale onderwerpen, waaronder het verdeelvraagstuk van duurzame bronnen in de RES 1.0 (bv groengas) en de vooruitblik voor andere bronnen (bv waterstof) op hoofdlijnen.
Dit krijgt verdere uitwerking in een volgende RES waarbij wisselwerking plaatsvindt met de steeds verder uitgewerkte gemeentelijke warmteplannen. Voor het onderdeel groengas is de eerste verdieping gemaakt. Voor de andere bronnen is, zoals ook de RSW aangeeft, dis aan de gemeenten zelf of is er in de RES 1.0 een procesafspraak over gemaakt (vb mogelijkheden regionaal Warmtebedrijfanalyseren)
Warmte behoeft uitwerking op zowel de vraag naar warmte als de potentiele warmtebronnen in het gebied met de daarbij behorende technieken en expertise en op De theoretische potentie van geothermie en/of de winning van warmte uit oppervlaktewater (potentie lijkt groot, maar niet realistisch)
Duidelijke strategie op besparen voor huishoudens, bedrijven en mobiliteit: RES zou hier ook uitvoeringsprogramma op kunnen formuleren
Besparen is als eerste stap opgenomen, maar de invulling is aan de gemeenten zelf. De kennisdeling hiervoor zal regionaal worden opgepakt (o.a. In energieloket 3.0). In de lokale TVW's en WUP's zal dit worden geborgd. Communicatie is gericht op bewustwording op wat energietransitie gaat betekenen voor West-Overijssel. Participatie inwoners en bedrijven is aan de gemeenten.
Uitvoerigere participatie van bewoners en bedrijven in ontwikkelfase naar RES 1.0, zodat bewustwording bij bewoners en bedrijven ontstaat wat de energietransitie voor West Overijssel gaat betekenen. Dit om het draagvlak voor de gestelde ambitie en acceptatie van bijbehorende maatregelen te optimaliseren Meer helderheid over de bijbehorende uitvoeringsstrategie: de maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd in de adviesraad leveren graag een bijdrage aan deze strategie.
In de uitvoering ligt de nadruk op de gebiedsgerichte ontwikkeling van de opwek van energie resp. in de wijkgerichte aanpak van de warmtetransitie. Hierbij is het nuttig en nodig om kennis en capaciteit voor de uitvoering te delen daar waar dit nodig is. Door de RES'en en het huidige programma NEO te verbinden bijvoorbeeld door een ondersteuningsaanbod in de vorm van werkplaatsen in de beide RES-regio's in Overijssel te organiseren kan dit vorm worden gegeven. Hierbij is het aan de gemeenten om de vraag naar welk type ondersteuning nodig is te formuleren.
Groene organisaties 1) Besparen
In de RES 1.0 uitwerking RSW de aanbeveling opnemen om in de WTV's van de gemeenten een strategie voor besparing / isolatie te bepalen. De zonneladder is als provinciaal beleidskader vastgesteld. Initiatieven zullen aan de hand van dit kader worden getoetst. Wij zien echter ook dat in de transitie door een combinatie van het tempo waarin de techniek ontwikkelt, de snelheid waarmee ervaringen met verschillende projecten wordt opgedaan als ook de spanning op de combinatie van aansluiting op het netwerk, omvang van projecten en verschillen in doorlooptijd van die projecten het noodzakelijk is om ruimte te houden voor een parallelle aanpak, zodat de ambities ook daadwerkelijk gerealiseerd zijn in 2030. In combinatie hiervan met de, in elk geval gedeeltelijke, afhankelijkheid van initiatiefnemers voor de realisatie maakt vraagt ons inziens om een proces waarin wij een helder doel hebben gesteld en waarin wij periodiek (in een cyclus van 2 jaar) blijven actualiseren om alle ontwikkelingen in de transitie een goede plaats te kunnen geven. Het proces van de RES, naar een 1.0 2.0 etc. lijkt ons hiervoor gepast. Participatie met inwoners en bedrijven is aan de gemeenten. Wel is in de RES 1.0 een doelstelling opgenomen voor lokaal eigendom en voor een gebiedsgerichte en grensontkennende participatie.
Voor lokaal eigendom is de Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom zijn voorbeelden opgenomen hoe lokaal eigendom geborgd kan worden in lokaal beleid. Dit advies sluit goed aan bij de ontwerpprincipes die binnen de RES centraal staan: 1. Het combineren van opgaven en meervoudig ruimtegebruik, 2. Aansluiten bij gebiedsspecifieke kenmerken en 3. Efficiënt koppelen van vraag en aanbod. De (financiele) impulsen voor de meekoppelkansen in natuur, landschap en omgeving, zijn afhankelijk van de businesscase per situatie en vragen om nadere uitwerking. Ook een omgevingsfonds, onafhankelijke beheerder en / of een ontwikkelingsmaatschappij vragen om nadere verkenning. Dit is passend in de fase na RES 1.0
2) Prioriteer no-regretmaatregelen conform zonneladder
3) Voer regie op grootschalige opwekking (participatie op beste locaties, voorwaarden stellen: beleidstraject met een integrale benadering waarin alle belangen worden afgewogen).
4) Werk middels groene ontwerpprincipes: locatiekeuze op basis van kwaliteit landschap en natuur (zie kaart in het advies) en werken volgens 5 ontwikkelprincipes (clustering, impulsgelden voor natuurontwikkeling, ruimtelijke inpassing en omgevingsfonds, onafhankelijke organisatie beheert impulsgelden, Faciliteren van een regionale Overijsselse ontwikkelingsmaatschappij).
5) Organiseer participatie op gebiedsniveau / streef naar minimaal 50% lokaal eigendom
In de RES 1.0 is een doelstelling opgenomen voor een gebiedsgerichte en grensontkennende participatie voor de projecten zon en wind. Ook is doelstelling voor minimaal 50% lokaal eigendom in de RES 1.0 opgenomen.
LTO, 12 maart 2020 Staat niet achter de samenstelling van het bod waar het zonnevelden op landbouwgrond Dit advies sluit aan bij zowel de doelen in de verdeling tussen zon en wind en de betreft. Landelijk is breed inzicht dat opwek uit zon op restgronden of in combinatie met ontwerpprincipes . Vanuit deze afspraken leidt dit tot de oproep aan de netwerkbedrijven andere bestemmingen plaats moet vinden. Daar is de zonneladder voor ontwikkeld. om vesneld over te gaan tot aansluiten van zon-op-dak De huidige situatie kent veel belemmeringen op no-regret opties. We zien dat de overheid de Dit wordt door de betrokken overheden herkend en erkend. De actie die hieruit volgt is sleutels in handen heeft om die belemmeringen weg te nemen. Nu al neerleggen bij beperkte gericht op het versnellen van de aansluitingscapaciteit voor zon-op-dak. Dit realisatiemogelijkheden op no-regret locaties komt neer op het opgeven van ambitie. Hechten aandachtspunt speelt op regionale schaal. De belemmeringen komen voort uit nationale er daarom belang aan om bij de concept RES een dringende oproep aan de overheid te doen op wetgeving. dit punt.
2
Zet een forse kanttekening bij de gevolgen van zonnevelden op landbouwgrond voor de In het realiseren van zonneparken vinden voortdurend innovaties plaats. Die innovaties bodembiodiversiteit. Het ontnemen van zonlicht aan de begroeiing, in de mate waarin dat bij zijn er onder andere op gericht om meer functiecombinaties met zonneparken mogelijk te zonnevelden speelt, heeft forse gevolgen voor die bodemecologie. Er zal best wel wat zichtbare maken. Dit sluit daarmee aan op de ontwerpprincipes én op de zonneladder. Daaruit begroeiing ontstaan maar niet in de intensieve mate waarin volgt dat zon-op-land in monofunctionele vorm niet goed past bij deze ontwerpprincipes dat het geval is op duurzaam beheerde landbouwgrond. Is van mening dat een dergelijk effect en slechts als laatste trede in de zonneladder wenselijk is. zo voor de hand liggend is, en zulke verstrekkende gevolgen heeft, dat er eerst grondig onderzoek moet plaats vinden en mogelijk mitigerende maatregelen uitgewerkt moeten worden. BESTUURLIJKE CONFERENTIE 18 DECEMBER 2020 LTO Gebiedsgerichte aanpak met ondernemers, netwerkleveranciers, energiecoöperaties, terreinbeherende organisaties en specialisten van gemeenten en provincie geeft snel resultaat Sterkere regie op de ontwikkelmethode: Ontwikkelaars pakken ieder sprankje ruimte dat gegeven wordt richting zon op landbouwgrond omdat dit de beste verdiensten oplevert.
Afgrendelen van die mogelijkheid prikkelt ontwikkelaars en resulteert aantoonbaar in initiatieven op de onderste treden van de zonneladder BEON Regelbaar vermogen, zowel voor elektriciteit als warmte
Gemeenten zijn in de ontwikkeling naar de RES 1.0 aan zet om (in samenwerking met buurgemeenten) vorm te geven aan een gebiedsgerichte en grensontkennende aanpak. Dat is ook het niveau om de procesparticipatie vorm te geven. In lokaal duurzaamheidsbeleid voor zon op land moeten gemeenten aangeven waar en onder welke randvoorwaarden zij dit kunnen toestaan.
Dit is wel genoemd in de RES onder inzet duurzame gassen. De daadwerkelijke invulling zal in een latere (ontwikkel) fase nog vorm moeten krijgen Bij o.a. waterstof en groengas is er de stap gemaakt naar operationalisering. Over buffering en opslag is afgesproken dat we die ontwikkelingen in de gaten houden en mogelijk opnemen in de RES 2.0 Is niet als zodanig opgenomen in de RES De RSW is een omvangrijk hoofdstuk in de RES 1.0 met vele procesafspraken, omdat vaak technologie, maar ook wetsontwikkeling in afwachting is. Hierover is opgenomen dat we juist de innovaties samen in beeld houden, om indien kansrijk voor West-Overijssel op te nemen in een volgende RES.
Meer aandacht nodig voor flexibilisering, buffering, opslag, etc.
Via tarieven is ook sturing mogelijk (deels) Veel meer aandacht voor warmte nodig Met versnelde innovatie kunnen veel problemen worden geadresseerd Lokale Energie Initiatieven Vasthouden aan 50% lokaal eigendom belangrijk Volop inwoners betrekken bij proces vaststellen locaties
In de RES 1.0 is een doelstelling opgenomen voor minimaal 50% lokaal eigendom. In de RES 1.0 is een doelstelling opgenomen voor een gebiedsgerichte en grensontkennende participatie voor de projecten zon en wind.
Sportvisserij Aandacht voor ecologie en biodiversiteit onder water bij zon op water
De kennis voor de effecten van zon op water voor de onderwaterecologie is volop in ontwikkeling. In een project zullen ook deze effecten moeten worden afgewogen. De kennis voor de effecten van waterkracht voor de visstand is volop in ontwikkeling. In een project zullen ook deze effecten moeten worden afgewogen.
Waterkracht levert niets op en is schadelijk voor de visstand. Verlaat dit idee OPG Effecten voor landbouwareaal goed monitoren
Deze monitoring is nog geen onderdeel van RES 1.0. Het voorstel is om dit mee te nemen in RES 2.0 In juni organiseert RES West-Overijssel in samenwerking met LTO Noord en Stimuland een webinar voor grondeigenaren in het buitengebied van West-Overijssel.
Communiucatie met omgeving en landeigenaren vraagt aandacht Jong RES Zorg dat de kosten van de mix wind en zon die in de RES wordt vastgelegd niet onevenredig verdeeld zijn richting generatie van de toekomst
Het huidige bod bestaat voor een groot deel uit zon(64%) Er zijn in de RES afspraken gemaakt om in de fase naar de RES 2.0 te kijken naar de mogelijkheden om de mix regionaal naar 60% wind en 40% zon te krijgen. Dit is opgenomen in de RES 1.0.
Vraagt expliciet een alinea te wijden in de RES 1.0 aan de rol van jongerenparticipatie in het vervolg van de RES VNO-NCW Ruimte houden: Planologisch (niet alles dichttimmeren in de RES) en in tijd (ondernemers willen In de RES West-Overijssel staan zowel de opbouw van onderop, als het benutten van de ontwikkelen, innoveren en ondernemen in een tempo dat bij hun past) regionale potentie centraal. De planologische ruimte wordt voor de grootschaliger projecten gekoppeld aan de zoekgebieden. Voor projecten op kleine schaal gelden lokale planologische afwegingen binnen provinciale kaders als de zonneladder. Warmte: level playing field. Niet aandacht voor woningen maar ook bedrijven Zowel bedrijven als woningen zijn in de analyse voor de RSW wel meegenomen en komen bijvoorbeeld in de analyse betreft de mismatch LT-HT goed naar voren. Aandacht voor betaalbaarheid Maatschappelijke kosten vormen nu een van de hoekpunten in het afwegingskader voor de RES. De financiele effecten in termen van betaalbarheid voor de burgers en bedrijven zijn nog niet voldoende in beeld gebracht. Dit vraagt om een landelijke aanpak. DE ACM gaat zich richten op de gevolgen voor consumenten en de rol en taken van energiebedrijven. Oversticht Aandacht voor focus op ruimtelijke kwaliteit: 1. culturele identiteit centraal 2.
niet opvreten De lijn via de ontwerpprincipes gaat in op de landschappelijke kenmerken die een sterk maar toevoegen 3. Landschappelijke grenzen boven bestuurlijke grenzen verband hebben met de culturele identiteit. In lijn daarmee wordt het inspiratiedocument opgesteld. Daarin zijn voorbeelden opgenomen van hoe de ontwerpprincipes in de verschillende landschapstypen het beste kunnen worden toegepast. Daarnaast ontstaan er in subregionale samenwerkingen, cluster van zoekgebieden die sterk gebaseerd zijn op de landschapskenmerken. Een uitwerking naar een energielandschap in dat verband wordt aangemoedigd en gefaciliteerd vanuit de RES organisatie. Kwaliteitsteams oprichten om proces van begin tot eind te borgen
Deze suggestie past bij de aandachtspunten na RES 1.0. Op dat moment ontstaan er nadere uitwerkingen waar deze kwaliteitsborging opportuun is.
MKB Beperken ruimtebeslag door gebouwde omgeving intensiever te combineren met energie- en warmteopwekking
Dit past bij de ontwerpprincipes: 1. Het combineren van opgaven en meervoudig ruimtegebruik, 2. Aansluiten bij gebiedsspecifieke kenmerken en 3. Efficiënt koppelen van vraag en aanbod. De uitwerking vindt plaats na RES 1.0 Geothermie is in de RES 1.0 verdiept naar kansrijke gebieden en gebieden die wellicht op termijn kansen krijgen. In het kader van de haalbaarheid is dit een basisuitgangspunt dat zeker gezamenlijke oplossingen van belang is. Maatschappelijke kosten vormen nu een van de hoekpunten in het afwegingskader voor de RES. De financiele effecten in termen van betaalbarheid voor de burgers en bedrijven zijn nog niet voldoende in beeld gebracht. Dit vraagt om een landelijke aanpak. DE ACM gaat zich richten op de gevolgen voor consumenten en de rol en taken van energiebedrijven.
Aandacht voor geothermie Opwek zo dicht mogelijk bij gebruiker Beslissingen nemen op basis van kosten gedurende hele gebruikerstermijn
3
Meer gebruik maken van denkkracht ondernemers
Op regionaal niveau hebben VNO-NCW en MKB-kringen hun inbreng op diverse manieren ingebracht in het RES-proces. De participatie met lokale ondernemers is aan de gemeenten.
NMO Kies voor integrale oplossingen die bijdragen aan de biodiversiteit, voedseltransitie etc.
Een integrale benadering heeft zeker de voorkeur en zal in het kader van de omgevingsvisie en -plannen van gemeenten en provincie zijn beslag moeten krijgen. In de RES 1.0 is een doelstelling opgenomen voor minimaal 50% lokaal eigendom voor wind- en zon-op-landprojecten. Een eerlijke verderling van de lusten en lasten is een van de onderliggende doelstellingen. In deze doelstelling in de RES 1.0 is ook opgenomen dat lokale initiatieven blijvend ondersteund worden. Ook is opgenomen onder rollen en verantwoordelijkheden wie daarbij waarvoor aan de lat staat. In de fase van de RES 1.0 naar 2.0 zal veel meer aandacht komen voor de uitvoering. Hierover worden de doelstellingen en afspraken in de RES 1.0 vastgelegd en zal door een gezamenlijke aanpak vanauit RES en NEO gewerkt worden aan een stevige ondersteuning van de uitvoering.
Verdeel lusten en lasten eerlijk en ondersteun de lokale initiatieven
Ga van denken naar doen
STARTCONFERENTIE 26 JUNI 2020 Rode draad Behoefte aan structuur en duidelijkheid m.b.t. taken en rollen, einddoel, procedures, terugkoppeling resultaten.
De RES is een nieuwe vorm van horizontale bestuurlijke samenwerking. De taken, rollen en verantwoordelijkheden van de bestuurlijke partners in de RES worden daardoor niet gewijzigd maar men zoekt elkaar juist op om de energietransitie met elkaar vorm te geven. Soms geeft dat onduidelijkheid omdat in de samenwerking de procedures gedurende de rit tot stand komen. Tegelijk geeft dat meer mogelijkheden om flexibel in te spelen op de ontwikkelingen die in een dergelijke transitieperiode haast per definitie onzeker zijn. De RES 1.0, 2.0 etc. zullen steeds vanuit een gezamenlijke visie worden opgesteld. De RES'en zijn bij uitstek geschikt om op regionaal niveau doelstelingen te formuleren en afspraken te maken. De lokale participatie met inwoners en bedrijven is aan de gemeenten. Op regionaal niveau ondersteunen we die participatie, o.a. via de werkgroep Participatie en de ParticipatieTafel. In de RES 1.0 is daarnaast een doelstelling opgenomen voor een gebiedsgerichte en grensontkennende participatie.
Behoefte aan gezamenlijke, integrale en samenhangende visie Meer aandacht voor integrale, regionale afweging Meer aandacht voor participatie, lokale betrokkenheid
Ruimtegebruik Maak regionaal afspraken over wat belangrijke ruimtelijke uitgangspunten/ontwikkelprincipes zijn, zodat ze lokaal kunnen worden gebruikt.
Dit komt terug bij de ontwerpprincipes in RES 1.0 en de uitwerking daarvan in het inspiratiedocument. Het toepassen van deze ontwerpprincipes is als doelstelling opgenomen. De wijze waaroip dit kan worden uitgevoerd kan worden, is opgenomen in het inspiratiedocument Ruimte. Het zorgen voor voldoende voortgang is de reden dat de opbouw van onderop juist wordt gecombineerd met het benutten van de regionale potentie. Dus met oog voor de regionaal belangrijke aspecten zorgen voor voortgang in het realiseren van projecten die van onderop ontstaan. Het integraal afwegen op projectniveau blijft daarbij belangrijk, maar mag de voortgang in realisatie niet in de weg (gaan) staan.
Een integrale afweging van opgaven die ruimte vragen is van belang, ook vanwege de betaalbaarheid van het geheel. Tegelijkertijd wordt de integrale afweging soms gebruikt om niet over te gaan tot realisatie. Het advies is daarom: breng de grote onderwerpen van de komende jaren die vragen om een aanpassing van de ruimte in beeld en betrek deze in de afweging, maar blijf vaart maken en ga door met de projecten die nu lopen, zet niet alles on hold. Mogelijke onderwerpen: ontwikkeling landbouw, wateropgave/watersystemen, Deze onderwerpen komen terug bij de meekoppelkansen. Die meekoppelkansen komen natuurontwikkeling, stikstof, klimaatadaptatie, woningbouw, recreatie & toerisme, mobiliteit voort uit het iontwerppriincipe combineren van opgaven en meervoudig ruimtegebruik. (infrastructuur, maar vooral laadpunten), gezondheid, groenbeleving, biomassa hubs, biobased Daarbij is in het inspiratiedocument opgenomen welke voorbeelden er zijn. economy/circulaire economie). Denk na over een landinrichting 3.0 die verder gaat dan de RES 1.0, 2.0 etc. waarin alle opgaven Vanuit de RES is voorgesteld om de uitwerking van zoekgebieden op gebiedsniveau vorm regionaal verbonden worden. te geven. Afhankelijk van de opgaven in een betreffend gebied kan dit leiden tot een integrale ontwerpopgave in de lijn met een landinrichting 3.0.
Dit wordt op gebiedsniveau verder vormgeven, na RES 1.0 Zorg dat het collectief van agrariërs goed betrokken is, zodat we gezamenlijk Op regionaal niveau vertegenwoordigd LTO de agrarische sector. In juni organiseert de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de juiste vormgeving van de transitie (en RES-regio een webinar voor grondeigenaren in het buitengebied van West-Overijssel. De voorwaarden). participatie met agrariers op lokaal niveau is aan de gemeenten. Maak aparte afwegingslagen voor zowel zon als wind. Wind is voor regionale afstemming meer Er is nog een doorlopende discussie of de huidige bestaande ruimtelijke instrumenten van belang dan zon, vanuit het ruimtelijk perspectief. niet al voldoende zijn voor regionale afstemming van windprojecten. In de RES 2.0 wordt in ieder geval de balans opgemaakt van de doelstelling 60% wind. Vooralsnog is er nog geen behoefte gebleken aan uitbreiding van het bestaande beleid. Inhoudelijke afweging is wat anders dan de bestuurlijke: organiseer bestuurlijke sessies op dit De RES heeft in de ontwikkeling van de RES 1.0 gezamenlijke bestuurlijke sessies met specifieke onderwerp. zowel de portefeuillehouders energie/duurzaamheid en de portefeuillehouders ruimte georganiseerd. In het proces naar de RES 2.0 zal dit worden doorgezet waarbij wellicht meer nadruk komt te liggen op de gebiedsgerichte / subregionale samenwerking.
Kijk niet alleen lokaal en regionaal, maar ook subregionaal: zoek elkaar als gemeenten op, zeker In het Hoofdlijnenakkoord voor de RES 1.0 is de nadruk op de subregionale samenwerking in de grensgebieden. onderkend en heeft tot afspraken geleid. Energemix en bundeling De energiemix staat nog niet vast. De nadere uitwerking van de zoekgebieden in combinatie Met de kennis van nu hebben de gemeenten de verdeling van zon en wind voor zichzelf met bijvoorbeeld de maatschappelijke kosten, zal de mix steeds meer helder maken. Flexibiliteit ingevuld. Op weg naar de RES 2.0 zijn er procesafspraken gemaakt om te bekijken hoe zal wel steeds nodig blijven, weliswaar steeds in mindere mate. regionaal de mix naar 60% win d en 40% zon kan verschuiven. Bundeling is van belang om de maatschappelijke kosten lager/optimaler te krijgen. Dit moet Bundeling is als een van de knoppen voor maatschappelijke kosten opgenomen in het echter wel handen en voeten krijgen, zodat het mee kan wegen in de besluitvorming voor de hoofdstuk voor maatschappelijke kostenefficiency. Gemeenten hebben inmiddels zoekgebieden. ervaring opgedaan met bundeling in projecten, dit brengt lokaal nieuwe mogelijkheden met zich mee, ook daar waar netwerkschaarste speelt.
Leg heel goed uit aan de samenleving wat de impact kan zijn/is van de verschillende mixen en Dit zal worden opgenomen in de RES 1.0 en is in het proces naar de RES 1.0 al vaak in bundeling op landschap, maar ook op kosten voor iedereen. Wind krijgt dan ook een andere presentaties voorbij gekomen. waardering en kan wellicht toenemen in de mix. Organiseer ook het inzicht op dit thema voor de raden, Staten en ab’s Door middel van webinars is aandacht besteed aan de opgave in de RES en de energiemix in het bijzonder. Maatschappelijke kosten hebben een rechtstreeks verband met maatschappelijk draagvlak. Dit is in de RES 1.0 opgenomen, maar dit zal tegelijkertijd nog moeten blijken hoe dit uitvalt in de praktijk. Houd de ontwikkelingen voor opslag in de gaten, de mix is van belang voor balanceren net nu Dit is in de RES 1.0 opgenomen opslag nog te duur is.
4
Dit in in processen als in de RES 1.0 opgenomen
Het netwerk is geen leidend principe, maar wel een belangrijke randvoorwaarde voor de realisatie die integraal moet worden meegenomen. Bekijk ook waar nog ruimte is en blijft. Zoekgebieden Een regionaal beeld van concrete zoekgebieden met zachte randen heeft de voorkeur.
De zoekgebieden op schaal van de regio zijn globaal weergegeven. Op schaal van de regio zijn deze niet scherp weergegeven. Voor de viewer bij RES 1.0 nemen we deze zachte randen op. In het Hoofdlijnenakkoord voor de RES 1.0 is de nadruk op de subregionale samenwerking onderkend en heeft tot afspraken geleid.
Het ophalen van informatie van de gemeenten is hierin de eerste stap. Vanuit het overzicht kunnen dan vervolgstappen worden gezet. Bijvoorbeeld het (sub)regionale gesprek over optimalisatie of eventueel aanvulling van gebieden waar nodig. Zorg voor de combinatie met andere grote (ruimtelijke) thema’s, maak hierbij gebruik van alles Deze functiecombinaties zien we vanuit de RES nadrukkelijk als realisatiekans. Hieraan wat er in de afgelopen jaren al is gedaan. Ga die onderzoeken vooral niet opnieuw doen. geven we invulling met de ontwerpprincipes. Het inspiratiedocument geeft aan welke kansen er in deze functiecombinaties liggen. Integreer werkgroepen ruimte en zoekgebieden in het proces. Het ontwikkelen van zoekgebieden en/of uitsluitingsgebieden is de bevoegdheid van de gemeenten. Hierbij worden de inzichten bij elkaar gebracht op het niveau van gebieden (subregio's), regio en provincie. Dat zijn tevens verschillende schaalnibeaus waarin de organisatie van de RES naar de RES 2.0 op basis van het model "opgave gericht werken" zal worden ingericht. Of hierbij al bij voorbaat zoekgebieden en ruimte in een werkgroep toegevoegde waarde hebben horen valt daarbij te bezien Houd rekening met verschillende lagen in zoekgebieden.
Zon en wind vragen om andere Deze suggestie nemen we mee naar de uitwerking van de zoekgebieden informatie en die moet gebundeld terug te vinden zijn om keuzes te kunnen begrijpen Warmte We pakken het warmtevraagstuk via een iteratief proces aan: bij de vervolgstappen wisselen regionaal en lokaal elkaar af. Zorg daarbij voor een goede wisselwerking: kijk altijd eerst lokaal wat er nodig is en waar regionaal afstemming nodig is. De regionale meerwaarde zal vooral tot uiting komen rondom gezamenlijke netwerken (bv biogas, mestverwerking). Deze grote opgaven kunnen gemeenten alleen niet optimaal oppakken Er moet meer focus op warmte komen in het regionale proces, zodat deze gelijkwaardig wordt met elektriciteit. Warmte en elektriciteit moeten gekoppeld worden en integraal worden bezien. Voor de verdeling van warmtebronnen moeten regionale uitgangspunten worden gemaakt die dan lokaal worden gebruikt en nader uitgewerkt. Begin bij de plannen die er al zijn (bestaande initiatieven) en werk vandaaruit verder. Houd rekening met lokaal eigendom: mensen (ook bedrijven) willen zelf eigenaar zijn. Men wil invloed kunnen uitoefenen.
Zorg voor bestuurlijk draagvlak. Maak keuzes, maar betrek ook bestuurders daarbij: gaan we voor een grootschalig warmtenet of kiezen we voor oplossingen op individueel niveau (zeggenschap). Voordeel van grootschalig is dat er meer invloed ligt bij de gemeenten, maar mogelijk is er dan wel veel minder draagvlak. Het financiële vraagstuk is onderbelicht: de kosten voor de eindgebruikers.
Dit is in de verdeelafspraken en in de rest van de RSW ook uitgangspunt
Als zodaning in de RSW opgenomen
De RSW is een uitgebreid hoofdstuk in de RES 1.0 De link tussen de elektrificatie als gevolgd van de warmtetransitie is opgenomen en geanalyseerd in de RES 1.0 Dit is opgenomen in de regionale verdeelafspraken die in de RSW zijn opgenomen Uitgangspunt van de RES West-Overijssel is de opbouw van onderop en de aansluiting bij de bestaande initiatieven en plannen. In de RES 1.0 is een doelstelling voor minimaal 50% lokaal eigendom voor wind- en zon-oplandprojecten opgenomen, inclusief een definitie wanneer er sprake is van lokaal eigendom: ' Lokaal eigendom wil zeggen dat een collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojecten.' De verkenning naar de warmteopgave is primair belegd bij de gemeenten en in West Overijssel ziet men vooral meerwaarde in de verkenning op groen gas en in de toekomst op geothermie en waterstof.
In de knoppen voor maatschappelijke kostenefficiency hebben we hier invulling aangegeven vanuit het perspectief netwerk. Voor warmte zal dat voor een belangrijk deel in de lokale TVW en WUPS plaatsvinden. Maak keuzes voor de lange termijn opgaven en toon hierin bestuurlijk lef. De RES focust op de lange termijn (2030) en met het bod in de RES wordt een forse ambitie getoond door de bestuurlijke partners. Zorg dat alle informatie onder besluiten goed te herleiden is en zorg voor een duidelijke Voor de fase van de RES 1.0 zijn cijfers verder herleidbaar en herkenbaar toegepast. onderbouwing van de visie aan inwoners en bedrijven (informeren, kennis delen, verbinden en Indien noodzakelijk is een verwijzing naar documenten bij de concept-RES gemaakt. Deze terugkoppeling). informatie kan ik lokale communicatie worden ingezet. Lokaal Eigendom Zowel ambtelijk als politiek is er in West-Overijssel groot draagvlak voor lokaal eigendom. Het streven is om een zo hoog mogelijk aandeel lokaal eigendom te realiseren. Het streven van minimaal 50% lokaal eigendom uit de concept-RES wordt niet als een vrijblijvendheid gezien.
In de RES 1.0 is een doelstelling voor minimaal 50% lokaal eigendom voor wind- en zon-oplandprojecten opgenomen, inclusief een definitie wanneer er sprake is van lokaal eigendom: ' Lokaal eigendom wil zeggen dat een collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojecten.'
Tegelijkertijd zijn er zorgen over het realiteitsgehalte van dit streven. De zorgen richten zich met In de bouwsteen Lokaal Eigendom is een paragraaf opgenomen met een financiele name op financiële haalbaarheid en draagkracht energiecoöperaties. onderbouwing voor lokaal eigendom. Ook zijn bepalingen opgenomen over de ondersteuning van energiecooperaties. Vanuit de RES is bovendien aandacht voor samenwerking tussen de energiecooperaties om de gezamenlijke slagkracht te vergroten: zie ook de webinar Samenwerking energiecooperaties (terug te zien onder Nieuws op onze website: www.reswestoverijssel.nl). Er is behoefte aan een duidelijke afbakening van wat lokaal eigendom is en hoe je dat vast In de RES 1.0 is een doelstelling voor minimaal 50% lokaal eigendom voor wind- en zon-opkunnen leggen in beleidskaders. landprojecten opgenomen, inclusief een definitie wanneer er sprake is van lokaal eigendom: ' Lokaal eigendom wil zeggen dat een collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojecten.' Zowel in het rapport Keuzes en Scenario's Lokaal Eigendom als in de Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom (beide onderdeel van de bouwsteen Lokaal Eigendom bij de RES 1.0) is aangegeven hoe lokaal eigendom geborgd kan worden in lokaal beleid.
Het is duidelijk dat de overheid vooral een kaderstellende en faciliterende rol heeft. De uitvoering is in de eerste plaats een taak van de commons (coöperaties) en de markt. Als dat niet werkt, kan de overheid zelf een rol pakken. Er is de suggestie gedaan om een ladder te ontwikkelen voor lokaal eigendom: eerst inwoners, dan bedrijven dan een lokale overheid
In de RES 1.0 is een doelstelling voor minimaal 50% lokaal eigendom opgenomen. In het rapport Keuzes en Scenario's Lokaal Eigendom is opgenomen welke rol gemeenten daarin kunnen nemen. In de Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom is per scenario aangegeven hoe lokaal eigendom geborgd kan worden in lokaal beleid. Beide rapporten zijn onderdeel van de bouwsteen Lokaal Eigendom. Binnen de gestelde kaders (inclusief de definitie van wat West-Overijssel onder lokaal eigendom verstaat), heeft elke gemeente de keuze hoe men dat lokaal eigendom wil realiseren.
5
Er is behoefte aan een gemeenschappelijk/regionaal kader waarin lokaal eigendom geduid wordt, uitgezocht wordt of lokaal eigendom ook leidt tot meer draagvlak, hoe gebruik kan worden gemaakt van de expertise en het vermogen van commerciële ontwikkelaars en met advies aan gemeenten hoe je eisen kunt stellen aan lokaal eigendom en participatie en hoe je dat vastlegt.
Zie bovenstaande antwoorden: duiding is opgenomen in de doelstelling lokaal eigendom in de RES 1.0, inclusief belang ervan voor maatschappelijke acceptatie en in bouwsteen lokaal eigendom is opgenomen hoe eisen gesteld kunnen worden. Binnen de gestelde kaders, inclusief de definitie van wat onder lokaal eigendom wordt verstaan, kan elke gemeente zelf bepalen welke rol commerciele ontwikkelaars spelen. Dit kan o.a. door samen te werken met een energiecooperatie binnen een wind- of zon-op-landproject.
Participatie Bij de keuze hoe samen te werken kiezen ambtenaren overwegend voor kennisdelen en maatschappelijke organisaties kiezen voor gezamenlijk doelen stellen. Bij ambtenaren gaat het om kennis en ervaringen delen in alle fases (zoekgebieden, voorwaarden en projecten). Bij maatschappelijke organisaties gaat het om het vaststellen van een gezamenlijk ambitieniveau op participatie en werken vanuit dezelfde inhoudelijke basis en eenduidige informatie.
De keuze voor een aanpak van onderop per gemeente wordt breed gedragen. De tempoverschillen en verschillen in aanpak per gemeente leveren wel risico’s op, omdat ze het speelveld van de gemeente die minder ver is kunnen beïnvloeden en er het risico is dat inwoners gemeenten tegen elkaar uitspelen. Op RES-niveau is het van belang dat er duidelijkheid gecreëerd wordt en inzicht gegeven wordt in de tempoverschillen en werkwijzen: welke gemeente doet wanneer wat en hoe? Ook is er behoefte aan duidelijkheid over de RES-structuur en het proces, zodat de lokale participatie-activiteiten daar goed op aangesloten kunnen worden.
Men ziet een duidelijke meerwaarde van de samenwerking met maatschappelijke partners op regionaal niveau. Daarbij moet het maatschappelijk middenveld pro actief vanuit de RES-regio benaderd worden. Samenwerking en sturing De rol kan per gemeente verschillen en kan ook afhankelijk zijn van waar je in het proces zit. Wat vooral belangrijk is, is om als overheden bewuste keuzes te maken over welke rol je gaat innemen.
Er is inderdaad een verschil waar te nemen tussen de overheden en de maatschappelijke organisaties. Binnen West-Overijssel hanteren we het uitgangspunt dat gemeenten aan zet zijn voor de lokale participatie met inwoners en bedrijven. Door kennis en ervaring te delen en door subregionaal samen te werken, zien we wel een nadere behoefte aan dat vaststellen van een gezamenlijke ambitie. Dat heeft zich in de RES 1.0 vertaald in de regionale doelstelling van een gebiedsgerichte en grensontkennende participatie. Het uitgangspunt voor de bestuurlijke partners in de RES is : we doen het samen. Dat biedt hopelijk vertrouwen dat het "tegen elkaar uitspeken" van inwoners niet aan de orde is. De doelstelling voor een gebiedsgerichte en grensontkennende participatie vermindert bovendien deze risico's. Door middel van monitoring op proces en resultaat wordt inzichtelijk waar welke gemeente staat. De RES-partners zijn steeds goed op de hoogte van structuur en proces in de RES. Binnen de adviesgroep worden de maatschappelijke partners steeds bijgepraat. Tijdens de bestuurlijke werkconferenties zijn ook een bredere kring van maatschappelijke organisaties bijgepraat over structuur en proces van de RES. Door middel van de adviesgroep en het organiseren van bestuurlijke werkconferenties worden de maatschappelijke organisaties actief betrokken bij het RES-proces.
Het uitgangspunt van de RES West Overijssel is de opbouw van onderop vanuit gemeenten de verschillende keuzes maken in tempo, rol en aanpak en tegelijk in (sub)regionaal verband de samenwerking zoeken en waarin de uitvoering ondersteund gaat worden vanuit de regio in een samenwerking tussen de RES en NEO.
Men ziet geen uitvoerende rol voor de overheid, wel ziet men dat de regisserende rol De rol van de overheid kan verschillen per onderwerp. Voor de opwek van elektriciteit is belangrijker wordt om de gestelde doelen te kunnen halen. deze anders dan in de warmtetransitie of de laadinsfrastructuur. Men pleit niet voor samenwerking op het vlak van sturing (autonomie moet bij gemeenten eens. De sturing moet altijd democratisch gelegitimeerd en gecontroleerd kunnen liggen) maar wel voor samenwerking op het vlak van organisatie (kennis delen, samenwerken worden. De energietransitei vraagt tegelijk om gebiedsgerichte samenwerrking en op bovenlokale dossiers etc.). Door kennis en ervaringen (bijvoorbeeld met een bepaalde rol) te kennisdeling op verschillende niveaus (landelijk-provinciaal-regionaal en delen kunnen gemeenten sneller en bewuster keuzes maken en kan tijd en geld bespaard intergemeentelijk en wijkgericht). Ieder vraagstuk kan het beste vanuit het juiste worden aan onderzoeken. schaalniveau benaderd worden. Bovendien is er afstemming nodig over de rollen die gemeenten kiezen. Dit is belangrijk voor Afstemming over rollen is een goede zaak en tegelijk is het ook een bestuurlijke soms partijen die met meerdere gemeenten samenwerken. zelfs politieke keuze. Breng de raden in positie / kader stellende rol.
Ofwel: zorg dat er keuzes gemaakt worden over Door de samenwerking met de werkgroep RSAB en het organiseren van bijeenkomsten welk rol een gemeente wenst in te nemen. met raden, staten en AB-leden en het organiseren van input aan de voorkant van de besluitvorming in 2 rondes (Hoofdlijnenakkoord en RES 1.0) wordt de rol van de raden versterkt. Maak de energie opgave SMART. Hoe, waar en wanneer moet energie opgewekt worden? Maak In de RES 1.0 hebben we met de kennis van nu veel handvatten voor de lokale en het commitment concreet. regionale invulling opgenomen. Het doel (als zijnde bod) is bepaald. Gemeenten zelf en de regio als geheel is aan zet om deze ambitie in te vullen. Maak een goede koppeling met de omgevingsvisie en omgevingswet. Dit zorgt voor juridische de juridische borging vindt in beginsel op gemeentelijk niveau plaats. Afhankelijk van de borging van het commitment. gemeenten en de onderlinge samenwerkingen, kan voor de RES een MER opgesteld worden. de afspraken uit de RES kunnen worden opgenomen in lokale omgevingsvisies. Omgekeerd zijn een aantal lokale omgevingsvisies de basis geweest voor de opgenomen zoekgebieden in RES 1.0
Vogelbescherming Nederland, 9 april 2021 Sluit belangrijke natuurgebieden, zoals Natura2000 en weidevogelkerngebieden uit in de zoekgebieden van de RES 1.0.
In RES 1.0 zijn de de N2000 gebieden uitgesloten. Weidevogelgebieden zijn niet expliciet uitgesloten, maar zullen via de ruimtelijke vergunningverlening moeilijk te realiseren zijn.
Beoordeel de effecten op natuur en landschap niet alleen op regionaal niveau, maar ook op landelijk niveau.
Deze oproep overstijgt het invloedsgebied van RES west Overijssel. Dit advies kan meegenomen worden in de communicatie met het Nationaal programma
Volg bestaande richtlijnen, stimuleer win-winoplossingen en benut de kennis bij natuur- en soortenorganisaties. Dat komt ook het draagvlak ten goede. - Volg de zonneladder - Buiten kwetsbare vogelgebieden zijn er win-win oplossingen mogelijk om natuurontwikkeling en de klimaatopgave aan elkaar te koppelen - Benut natuur en landschap voor versterking van het draagvlak - Wij ondersteunen de oproep van de Werkgroep Energie, Natuur en Landschap tot meer onderzoek naar de impact van de RESsen op natuur - Opwekking van energie is ook te combineren met klimaatadaptatie en natuurherstel door middel van nieuwe klimaatbuffers
Dit advies sluit grotendeels aan bij de volgende punten: De zonneladder is vigerend beleid en is onderdeel van RES 1.0. meervoudig ruimtegebruik, waarbij natuur en energieopweeking gecombineerd worden en het benutten van meekoppelkansen is een van de ontwerpprincipes en uitgewerkt in de RES en de bouwsteen ruimte. Onderzoek van de impact van RES op natuur (als onderwerp met potentieel cumulatieve effecten) kan opgenomen worden in de onderzoeksagenda die de regio dit najaar vormgeeft.
Sportvisserij Oost-Nederland
6
Recreatief medegebruik projectlocaties: De RES ziet in mindere mate toe op de uitvoering van projecten. Dit is belegd bij de • Lokale hengelsportverenigingen en Sportvisserij Oost-Nederland worden door provinciale uitvoeringsorganisatie NEO en bij de gemeenten. Op deze plek komen de initiatiefnemers vroegtijdig betrokken bij planvorming, realisatie en monitoringsonderzoek van belangen van de sportvisserij dan ook aan bod projectlocaties • Rechten (vis- en looprechten) blijven behouden • Sportvisserijgebruik en de bevisbaarheid blijven behouden.
Zonnepanelen op water Er is nog maar weinig bekend van de effecten van zonneparken op de onderwaterecologie en vissen. Standpunten: • Stop vanuit het voorzorgbeginsel met het grootschalig realiseren van zonneparken op water totdat praktijkonderzoek uitwijst welke opstellingen in welke typen water geen tot nauwelijks negatieve effecten hebben op het onderwatermilieu • Bij het ontwerp en beheer van zonneparken op water is aandacht voor natuur (ecologie en vis) en wordt onderzoek verricht naar de effecten op het onderwatermilieu • Bij het ontwerp en beheer van zonneparken op water wordt rekening gehouden met het sportvisserijgebruik.
Op verschillende plekken wordt onderzoek gedaan naar de effecten van zon op water. RES West Overijssel volgt deze onderzoekenen neemt indien relevant de conclusies mee in de doorontwikkeling naar RES 2.0. De RES ziet in mindere mate toe op de uitvoering van projecten. Dit is belegd bij de provinciale uitvoeringsorganisatie NEO en bij de gemeenten.
Aquathermie Thermische energie opwekking uit Oppervlaktewater (TEO) kan leiden tot afname of toename van temperatuur oppervlaktewater. Daarmee kunnen effecten op vis optreden. Er is nog maar weinig bekend van de effecten van het benutten van TEO. Standpunt: • Eerst middels praktijkonderzoek(en) effecten bekijken alvorens het grootschalig uit te rollen.
Op dit onderwerp wordt bij de waterschappen onderzoek gedaan naar de ecologische effecten. RES West-Overijssel volgt deze onderzoeken C146en neemt indien relevant de conclusies mee in de doorontwikkeling naar RES 2.0.
Waterkracht Waterkracht is geen onderwerp in RES West-Overijssel. Door de geringe hoogteverschillen brengen waterkrachtcentrales (WKC’s) in Nederland weinig op en leveren slechts een beperkte bijdrage aan de verduurzaming. Standpunten: • Het opwekken van energie door WKC’s in rivier/ beeksystemen weegt niet op tegen de hoge kosten, de structurele systeemschade, de negatieve impact op vismigratie en (het risico op) vissterfte van onder andere zeldzame trekvissen • De aanleg van WKC’s bemoeilijkt het halen van natuurdoelen (o.a. Natura2000- en KRW doelen) • Herintroductieprogramma’s- en investeringen in rivier/ beekherstel maatregelen t.a.v. habitat en vispaseerbaarheid (b.v. vismigratierivier Afsluitdijk) worden teniet gedaan • Vanwege de geringe opbrengst is er geen potentie voor WKC’s in Nederlandse rivieren.
Stichting Landschapsbelangen Harculo – Herxen - Windesheim, 20 april 2021 Missen aandacht voor de gezondheidseffecten van windturbines en voor de weerstand die windturbines op veel plaatsen oproepen.
Dit aspect is opgenomen in RES 1.0. Nadere onderzoeken kunnen meegenomen worden in de onderzoeksagenda die in het najaar van 2021 wordt vormgegeven.
Terecht stelt RES West-Overijssel dat landschappen niet ophouden bij gemeentegrenzen (grensontkennende participatie) en dat zou ook van toepassing moeten zijn bij provinciegrenzen zoals het IJsselgebied.
In RES West-Overijssel staat subregionale en gebiedsgerichte samenwerking voor de uitwerking van plannen centraal. Daarbij is grensontkennend samenwerken belangrijk. Verder is in de Bouwsteen Ruimte het advies opgenomen dat er op verschillende plekken een grensoverschrijdende (ruimtelijke) opgave ligt.
Verbaasd dat er in het Hoofdlijnenakkoord niets gezegd wordt over het vervallen van de militaire laagvliegroute. De gebieden onder deze route zijn tot nu toe buiten beschouwing gelaten bij het vinden van mogelijke zoeklocaties voor windturbines. Dit zou o.i. alsnog opgenomen moeten worden in de RES 1.0
In de uitwerking naar zoekgebieden en/of uitsluitingsgebieden wordt rekening gehouden met de mogelijke verruiming die het opheffen van de laagvliegroute met zich meebrengt. Op dit moment is die uitwerking nog niet zichtbaar maar zal naar de RES 2.0 zichtbaar worden gemaakt.
Advies adviesraad op Hoofdlijnenakkoord De adviesraad vindt het van het grootste belang dat er fors wordt ingezet op de componenten besparing en zon-op-dak. Dit moet niet slechts een loze kreet blijven maar omgezet worden in stevige actieprogramma’s vanuit Rijk, provincie en gemeenten in samenwerking met maatschappelijke partners.
In de RES 1.0 is ten opzichte van de concept RES al sprake van een forse toenmae van zonop-dak. In de Bouwsteen Elektriciteit is een uitgebreide beschrijving opgenomen van alle acties die al plaatsvinden op stimulering van zon-op-dak.
In de afweging rond grootschalige opwekking vinden wij het essentieel dat de vier hoekpunten van het afwegingskader op een goede wijze worden betrokken. Van belang om maatschappelijke organisaties nauw te betrekken bij de verdere invulling en gebruik van het afwegingsvierkant, ook op lokaal niveau.
In de RES 1.0 is hierover in par. 1.2 een aparte passage opgenomen. In het kader van de uitwerking van het organisatiemodel naar de RES 2.0 zal een overleg plaatsvinden met de maatschappelijke organisaties over de wijze waarop zij een bijdrage willen en kunnen leveren aan de uitvoering van de RES.
We denken dat het belangrijk is om ook kleinschalige lokale projecten mogelijk te (blijven) maken en lokaal eigendom goed te verankeren in grootschalige projecten.
In het hoofdstuk over Lokaal eigendom en de Randvoorwaarden in de RES 1.0 wordt aandacht gevraagd voor de (financiering van) kleinschaligere energieprojecten. Deels hangt dit samen met de financieringsmogelijkheden van SDE++. De doelstelling voor minimaal 50% lokaal eigendom gaat ook over grootschalige projecten. Daarom wordt er o.a. ook aandacht besteed aan de samenwerking tussen de LEI's, om hun slagkracht te vergroten. Zie ook de webinar Samenwerking energiecooperaties (terug te zien onder Nieuws op onze website: www.reswestoverijssel.nl).
Wij dringen er met klem op aan dat toekomstige zoekgebieden ook op regionale schaal bezien worden.
In de RES is opgenomen dat bij de RES 2.0 de zoekgebieden en/of uitsluitingsgebieden bestuurlijk zijn vastgelegd. De introductie van een gebiedsgerichte aanpak naast de lokale en regionale samenwerking is vooralsnog voldoende om de inrichting van zoekgebieden en plaatsing van projecten lop diverse schaalniveaus te bekijken. De Bouwsteen Ruimte RES 1.0 is een belangrijke onderlegger waarin de energeprojecten op verschillende niveaus worden geanalyseerd en voorzien van aanbevelingen.
Wel vinden wij de afspraken clustering en de verhouding zon en wind zacht en adviseren om monitoring en evaluatie als standaard onderdeel in te brengen op weg naar RES 2.0.
In de RES wordt, met name op het onderdeel elektriciteit de eigen monitor gehanteerd zoals opgenomen in de Bouwsteen Elektriciteit RES 1.0. Op het gebeid van energiebesparing wordt de landelijke monitor gebouwde omgeving gevolgd.
7
We onderstrepen het belang om de eerder toegestuurde ontwerpprincipes door groene organisaties ten aanzien van landschap en biodiversiteit mee te nemen in de verdere uitwerking.
Deze hebben mede input gevormd voor de Bouwsteen Ruimte RES 1.0.
Graag zien wij voor het vervolg verdere uitwerking van instrumentarium op het gebied van lokaal eigendom. Naast goed beleid op dit onderwerp is het belangrijk dat lokaal initiatief aangejaagd en ondersteund wordt.
In de Bouwsteen Lokaal Eigendom RES 1.0 is het Rapport Keuzes en Scenario's Lokaal Eigendom en de Menukaart Beleidskaders Lokaal Eigendom opgenomen. Bij de doelstelling voor minimaal 50% lokaal eigendom in de RES 1.0 is ook opgenomen dat de lokale energie-initiatieven blijvend ondesteund worden. Ook is in de RES 1.0 opgenomen wie daarbij waarvoor aan de lat staat.
Voor huishoudens geldt dat de warmtetransitie letterlijk achter de voordeur komt. We vinden het belangrijk dat ook hier snel de uitvoering op het gebied van besparing en isolatie wordt opgepakt. Daarvoor is het belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over alternatieven voor gas in bestaande woonwijken. Dat tempo zien we nu nog niet ontstaan. Ook hier kan regionale aanpak en ondersteuning meerwaarde bieden.
De lokale overheid is leidend in de Transitievisie Warmte en de Wijkuitvoeringsplannen Warmte. Vanuit de RES gaan we aan de slag met groen gas, geo- en aquathermie en waterstof (op de langere termijn). Door tevens in de uitvoering werkplaatsen vanuit NEO te gebruiken wordt vormgegeven aan de ondersteuning van het proces van warmtetransitie.
We vragen extra aandacht voor de warmtetransitie bij bedrijven, omdat een grote groep bedrijven in onze regio (zeer veel) warmte nodig heeft voor haar productie
Dit is eveneens gesignaleerd door de gemeenten.
Hiertoe adviseren wij om in de realisatie van de RES 1.0 reeds een onderzoek te starten naar de Het initiatief hiervoor ligt primair bij de gemeenten en het is een goede suggestie om daar warmtetransitie bij bedrijven en de ruimtebehoefte die ontstaat uit de elektrificatie van een waar dit nuttig is dit gezamenlijk te doen. deel van deze warmtevraag. Daarbij is het van belang om afspraken te maken over betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de totstandkoming van de lokale warmtevisies. Zowel voor warmte als voor elektriciteit is regelbaar vermogen essentieel. Het is belangrijk om Dit advies sluit goed aan bij de inzet van met name de versleepbare bronnen. In overleg de komende tijd te zoeken naar slimme combinatie voor opwek en opslag. Dit kan op met gemeenten en maatschappelijke partners zal hier nader gekeken worden in het verschillende schaalniveaus spelen. We stellen voor hier in de uitvoering extra aandacht aan te traject naar de RES 2.0 geven. Ook willen we in het bijzonder aandacht vragen voor de mogelijkheden van geothermie als vorm van duurzame warmte in de regio West-Overijssel, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat de condities in delen van onze regio gunstig zijn.
Dit is opgenomen in de RSW 1.0
Wij vinden het belangrijk dat de regionale manier van samenwerken zoals die zich de afgelopen De gekozen samenwerking zal worden versterkt vanuit het organisatiemodel twee jaar gevormd heeft gecontinueerd wordt. Zowel bestuurlijk als ambtelijk. Het werken op 'opgavegericht werken' waarbij op verschillende schaalniveaus afhankelijk van de opgave het regionale schaalniveau zorgt voor een efficiënte kennisdeling en draagt bij aan wederzijds een organisatie wordt vormgegeven. Hierin wordt tevens gehecht aan een belangrijke rol begrip voor elkaars opgave. voor de maatschappelijke organisaties en bedrijven . Wij pleiten voor behoud van de kracht van het programma NEO (sterk gericht op uitvoering) door deze te koppelen aan de winst van de RES (inbedding in gemeentelijke organisaties). Dit moet wat ons betreft leiden tot een krachtige uitvoeringsorganisatie waar naast de overheden ook het maatschappelijke middenveld haar bijdrage kan leveren.
De verbinding van de (governance van) RES West-Overijssel met NEO is opgenomen in de RES 1.0. Wel zal nog verder uitwerking worden gegeven aan hoe dit praktisch gaat functioneren waarbij het concept van de werkplaatsen nu al een prominente plaats krijgt.
8