CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Samen werken aan weerbaarheid en veerkracht VRIJ

Raadsvergadering 18 juni 2026, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Project Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht4.384 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Documentgegevens Documentnaam

Samen werken aan weerbaarheid en veerkracht

Versie

4

Datum

26-02-2026

Auteur

Noor Bomhof

Corsanummer

X

1

Inhoud Inleiding ............................................................................................................................... 3 1| Reguliere werkzaamheden veiligheidsregio .................................................................. 5 Crisisorganisatie ......................................................................................................... 5 Vitale voorzieningen ................................................................................................... 6 Zelfredzaamheid ......................................................................................................... 7 2| Weerbaarheid en veerkracht vraagt om ontwikkeling en innovatie ............................. 8 Continuïteit veiligheidsregio ........................................................................................ 8 Pilot noodsteunpunten ................................................................................................ 8 Project noodcommunicatie ......................................................................................... 9 3| Risicocommunicatie: lokaal verankerd, regionaal geregisseerd ................................10 Regierol veiligheidsregio...........................................................................................

10 Regionaal Netwerk Risicocommunicatie ................................................................... 10 Doorontwikkeling en verbreding................................................................................ 11 4| Lokaal, provinciaal of de functionele keten ..................................................................12 Eigen continuïteit ...................................................................................................... 12 Crisisorganisatie ....................................................................................................... 12 Vitale voorzieningen ................................................................................................. 13 Sociaal weefsel ........................................................................................................ 13 Zelfredzaamheid ....................................................................................................... 14 Samenleving als overkoepelend systeem ................................................................. 14

2

Inleiding De afgelopen periode is de wereld om ons heen in een hoog tempo veranderd. Daarmee staat Nederland momenteel voor de meest complexe veiligheidsopgave sinds de Koude Oorlog.1 Toenemende geopolitieke spanningen, de gevolgen van klimaatverandering, hybride dreigingen en het verhoogde risico op langdurige uitval van vitale voorzieningen benadrukken de noodzaak om de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht van de samenleving te versterken. Omdat de gevolgen van een (langdurige) crisis vooral lokaal merkbaar zijn, vervullen gemeenten een sleutelrol bij het versterken van deze weerbaarheid en veerkracht; zij staan immers het dichtst bij de inwoner. Tegen deze achtergrond heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een handreiking2 uitgebracht, waarin de uitwerking van 41 maatregelen op lokaal niveau centraal staat. Deze handreiking is opgebouwd uit zes pijlers: 1. Eigen continuïteit 2. Crisisorganisatie 3. Vitale voorzieningen 4. Sociaal weefsel 5. Zelfredzaamheid 6. Samenleving als overkoepelend systeem Deze pijlers en onderliggende onderwerpen vertonen op veel punten overeenkomsten met het document ‘De basisnormen’3, dat in de zomer van 2025 is opgesteld in samenwerking tussen de gemeenten en Veiligheidsregio IJsselland.

In het nu voorliggende document wordt de VNG-handreiking als uitgangspunt gehanteerd, om op die manier aan te sluiten bij een landelijke taal en indeling. Leeswijzer Het doel van dit document is tweeledig. Enerzijds geeft dit document duidelijkheid aan de medewerkers en teams van de veiligheidsregio waar onze taken en opdrachten liggen ten aanzien van de gezamenlijke opgave. Dit maakt ook dat het voor gemeenten en partners duidelijk is op welke onderwerpen vanuit de veiligheidsregio het voortouw genomen zal worden. Anderzijds maakt dit document ook duidelijk voor welke taken en opdrachten het primaat niet bij de veiligheidsregio licht en derhalve elders dient te worden opgepakt. De primaire doelstelling van dit document is daarmee het verbeteren van de samenwerking en het zetten van concrete stappen op het gebied van weerbaarheid en veerkracht door een duidelijke taakverdeling. Om de leesbaarheid van dit document te verbeteren wordt deze nog voorzien van een grafische weergave. Na vaststelling zal er voor het dagelijks gebruik worden voorzien in een aanvulling van de handreiking van de VNG. Basispositie weerbaarheid en veerkracht in IJsselland - De inwoner en het noaberschap in de regio staan centraal bij het formuleren van de aanpak.

Daarbij spreken we als één overheid en maken we in het netwerk gebruik van elkaars sterke punten en zijn we transparant in onze communicatie en aanpak; - Daar waar mogelijk sluiten we aan op de landelijke lijn, daar waar nodig leveren we maatwerk en blijven we dicht bij regionale en gemeentelijke normen en waarden; 1 Kamerbrief weerbaarheid en militaire paraatheid tegen hybride en militaire dreigingen 2 Handreiking weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau 3 Weerbaarheid en veerkracht – De basisnormen

3

-

Netwerken bouwen en versterken is een centraal thema dat bij alle onderwerpen van belang is, waarbij we werken vanuit de ‘whole of society’ benadering; We investeren in zowel inrichting als bewustwording en waken voor betutteling, slechts een deel van weerbaarheid is te ontwerpen, de rest is leren; Er wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij faciliteiten en processen die al bestaan, zo min mogelijk nieuwe dingen, zo min mogelijk ‘anders doen’ tijdens grootschalige verstoringen. Weerbaarheid en veerkracht zijn het best te bestendigen zodra deze worden ‘ingebakken’ in dat wat al bestaat.

Het proces Op basis van de VNG-handreiking en het eerder opgestelde document ‘De basisnormen’ is vanuit de kring van gemeentesecretarissen de behoefte uitgesproken voor nadere uitwerking en een duidelijke taakverdeling. Deze vraag is op 12 november 2025 teruggekoppeld en geaccordeerd door het algemeen bestuur, waarbij de koers en ambitie van het regionale programma zijn bevestigd. Op 9 december 2025 heeft er een gezamenlijke inventarisatie plaatsgevonden tussen de gemeenten en de veiligheidsregio. Tijdens deze bijeenkomst gaven de gemeenten aan op welke maatregelen uit de VNG-handreiking zij willen samenwerken en welke zij lokaal willen uitvoeren. De uitkomsten zijn verwerkt in de hoofdstukken die volgen. Weerbaarheid en veerkracht in vier blokken Dit document is opgebouwd uit vier blokken en beschrijft per blok de opdracht en positie van de veiligheidsregio. Daarmee wordt duidelijk welke taken de veiligheidsregio de komende tijd heeft op te pakken, evenals de taken waarvoor het primaat bij de gemeenten of andere partijen ligt. De vier blokken bouwen voort op eerdere verkenningen en sluiten aan bij de VNG-handreiking: 1. Reguliere werkzaamheden: een overzicht van de lopende taken van de veiligheidsregio, door een bril van weerbaarheid bekeken; 2. Nieuwe projecten: beschrijving van de nieuwe projecten die lopen binnen het programmateam Weerbaarheid en Veerkracht; 3.

Risicocommunicatie: het creëren van bewustwording en het delen van handelingsperspectieven aan de voorkant van de veiligheidsketen. Een rol van zowel de veiligheidsregio als de gemeenten; 4. De overige maatregelen: dit zijn de maatregelen waarbij de eindverantwoordelijkheid niet bij veiligheidsregio ligt, maar bijvoorbeeld bij de gemeenten, Provincie Overijssel of de functionele keten.

4

1| Reguliere werkzaamheden veiligheidsregio Veel werkzaamheden die bijdragen aan weerbaarheid en veerkracht maken al onderdeel uit van het dagelijks werk waarmee we de gemeenten regulier ondersteunen. Veel van de onderwerpen uit de VNG-handreiking zijn daarmee geen nieuwe taken, maar vragen mogelijk wel om een meer integrale aanpak of een andere bril. Dat geldt zowel voor de gemeenten als de veiligheidsregio. Denk voor de veiligheidsregio aan planvorming, crisisvoorbereiding en samenwerking met partners. Binnen drie van de zes pijlers uit de handreiking worden werkzaamheden genoemd die passen binnen de reguliere taken van de veiligheidsregio. Vanzelfsprekend blijven we deze uitvoeren, waar nodig opnieuw bekeken vanuit de huidige maatschappelijke opgave.

Crisisorganisatie Een groot deel van de maatregelen die vallen onder de pijler crisisorganisatie behoort tot de kerntaken van de veiligheidsregio. Wij zorgen voor een crisisorganisatie die 24 uur per dag en zeven dagen per week paraat staat. En dit blijven wij ook onverminderd doen. De weerbaarheidsbril waardoor wij als veiligheidsregio nu kijken naar onze risico's vraagt op een aantal thema's om intensivering of aanpassing: Communicatieplan richting inwoners (Crisisorganisatie, maatregel 1) Grootschalige en langdurige stroomuitval kan het communiceren met en naar inwoners bemoeilijken. Dit vraagt om een intensievere en andere voorbereiding vanuit het vakgebied crisiscommunicatie, zowel lokaal als regionaal. Daarbij is de verbinding van de in te richten noodsteunpunten met de crisisorganisatie op het gebied van informatieverstrekking, betekenisgeving en schadebeperking (IBS) een belangrijke aanvulling op het bestaande takenpakket. De regionale component hiervan wordt opgepakt vanuit de reguliere structuur: de kolom crisiscommunicatie vanuit team crisisbeheersing. Ook op het gebied van risicocommunicatie, de communicatie voorafgaand aan incidenten om mensen aan te zetten tot eigen voorbereiding, wordt geïntensiveerd. Zie daarvoor Hoofdstuk 3.

Test en borg de werking van de NCV en crisisnoodlijn (Crisisorganisatie, maatregel 3) De Nood Communicatie Voorziening (NCV) geldt al jaren als een terugvaloptie oplossing voor het geval reguliere communicatiemiddelen tijdens een crisis uitvallen. Het halfjaarlijks testen van de werking hiervan, alsmede het op de voet volgen van landelijke ontwikkelingen rondom robuustheid en beschikbaarheid van dit systeem, vallen onder de basistaken van team crisisbeheersing. Daartoe wordt ook onderzocht of de bijbehorende faxen opnieuw operationeel kunnen worden gemaakt. Afspraken in het kader van bevolkingszorg (Crisisorganisatie, maatregel 4) Binnen het programma Vandaag voorbereid op morgen zijn naar aanleiding van eerdere langdurige crises afspraken gemaakt over de inzet van regionale- en lokale (crisis)functionarissen, waaronder bevolkingszorg, op het moment dat een inzet langer van 72 uur dreigt te duren. Deze afspraken rondom een Regionaal Coördinatie Team (RCT) zijn vastgesteld, geborgd in de crisishandboeken en maken onderdeel uit van de reguliere oefencyclus.

5

Het verzorgen van een situationeel en actueel beeld (Crisisorganisatie, maatregel 5) Informatiemanagement is een standaard onderdeel van de crisisorganisatie. Daarnaast is een informatiemanager niet meer weg te denken uit crisisteams. In IJsselland kan gebouwd worden op een goed gevuld team van enthousiaste, opgeleide en geoefende informatiemanagers. Dit team leunt op goed functionerende communicatielijnen en wordt daarom nauw betrokken bij het project Noodcommunicatie. De veiligheidsregio is dé netwerkpartner op het gebied van risico- en crisisbeheersing, waarbij de GHOR deze rol specifiek verzorgd binnen de zorg. Elkaar weten te vinden en dan ook dezelfde taal spreken is essentieel in crisistijd. In dit netwerk zowel multidisciplinair, binnen de brandweer, als binnen de zorg is de afgelopen jaren dan ook al veel geïnvesteerd. De huidige geopolitieke en klimatologische ontwikkelingen vragen om een versteviging van dit netwerk. Er is daarom geïnvesteerd in formatie voor intensiever netwerkbeheer. We willen (deels via Oost-5 samenwerking) als spin in het netwerk zichtbaar zijn. Dat vraagt energie en capaciteit maar dat achten we noodzakelijk om ons goed voor te bereiden en indien nodig tijdens een crisis goed in verbinding te zijn. Zo halen we de vitale infrastructuur en de zorg veel dichterbij.

Maar ook heel veel andere bedrijven kunnen een cruciale rol gaan spelen tijdens een grote crisis. Veel van deze partners delen we met de collega's in Oost-5. Versterking van het netwerk vindt dan ook veel op dat niveau plaats, waarbij het betrekken van de gehele samenleving ‘whole of society’ een belangrijk element is van de huidige intensivering. Multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen Het multidisciplinair opleiden, trainen en oefenprogramma (MOTO) is een bestaand programma dat al jaren wordt uitgevoerd. Vanaf 2026 zijn er twee grote wijzigingen doorgevoerd. De eerste betreft het centraal stellen van drie lange termijn doelen die de crisisorganisatie op proces, procedure en persoonsniveau moeten gaan versterken. Daarnaast zal MOTO een bijdrage gaan leveren aan de pilots voor de noodsteunpunten. Het kan niet anders dan dat dit in het MOTO programma gaat leiden tot een nieuwe groep te trainen en oefenen mensen in de komende jaren.

Vitale voorzieningen Binnen de pijler vitale voorzieningen vallen ook meerdere kerntaken van de veiligheidsregio. Zo behoren het onderhouden van contact met crisispartners, waaronder partijen binnen de vitale sectoren, en het opstellen en actualiseren van planvorming tot de basistaken van team crisisbeheersing, incidentenbestrijding en de GHOR. Contact met crisispartners (Vitale voorzieningen, maatregel 2) Bekeken door de huidige bril van klimaatverandering en geopolitieke dreiging, waarbij uitval van vitale voorzieningen een steeds reëler risico is geworden, worden de contacten met de crisispartners de komende periode geïntensiveerd. Dit zien we breder dan alleen een protocol in het geval van uitval van de drinkwatervoorziening (maatregel 2). Dit houdt in dat planvorming wordt herzien, de horizon van deze plannen wordt verlengd en verschillende partijen intensiever worden betrokken bij oefeningen. De rol van de veiligheidsregio hierbij is om het voortouw te nemen bij de afstemming met de (boven)regionale partners. Waar mogelijk gebeurt dit in Oost-5 verband, met in achtneming van de landelijk zich ontwikkelende planvorming, maar daar waar nodig doen we dat voor IJsselland. De GHOR zal dit specifiek binnen de zorg oppakken.

6

Mobiliteits- en verkeersplannen (Vitale voorzieningen, maatregel 7) Het adviseren van gemeenten op vraagstukken rondom bereikbaarheid en toegankelijkheid van gebieden voor de brandweer en andere hulpdiensten behoort tot de basistaken van team risicobeheersing. Ook het meedenken over veilige vluchtwegen voor inwoners bij de inrichting van bijvoorbeeld nieuwe woonwijken maakt reeds onderdeel uit van de advisering, beide zijn essentieel in de afweging van meerdere belangen rondom inrichting, zoals verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. De relevantie van deze onderwerpen in relatie tot de weerbaarheidsopgave wordt opnieuw onder de aandacht gebracht bij team risicobeheersing. Bij een eventuele herziening van een gemeentelijk mobiliteits- en/of verkeersplan is het team beschikbaar om hierover te adviseren.

Zelfredzaamheid Tot slot de pijler zelfredzaamheid. Ook onder deze pijler vallen een aantal maatregelen die behoren tot de kerntaken van de veiligheidsregio. Brede maatschappelijke oefening en voorbereiding (Zelfredzaamheid, maatregel 3) Binnen het standaard oefenprogramma van de crisisorganisatie, de brandweer en de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) is aandacht voor het oefenen met bedrijven en instellingen. Dit gebeurt door oefening op locatie in samenwerking met bijvoorbeeld afvalverwerkers, zorginstellingen of penitentiaire inrichtingen. Deze aanpak versterkt de samenwerking met partners en stimuleert betrokken organisaties hun interne crisisplannen te evalueren en waar nodig aan te passen. Het oefenprogramma biedt daarnaast aanknopingspunten voor het in de toekomst betrekken van inwoners en noodsteunpunten. Vergroten digitale weerbaarheid (Zelfredzaamheid, maatregel 4) De meest risicovolle bedrijven, zogenaamde Seveso-inrichtingen, worden periodiek geïnspecteerd door een team van risicospecialisten wat is samengesteld vanuit verschillende veiligheidsregio’s uit Gelderland en Overijssel (Oost-5). Tijdens die inspecties wordt er aandacht besteed aan digitale weerbaarheid en bedrijfscontinuïteit. Ook worden de procedures rondom veilige afschaling van bedrijfsprocessen besproken, die mogelijk noodzakelijk zijn bij verstoring of andere dreiging.

Afspraken met maatschappelijke organisaties (Zelfredzaamheid, maatregel 6) Bevolkingszorg en de GHOR hebben vanuit hun reguliere processen goede contacten met het Rode Kruis in de vorm van convenantafspraken voor ondersteuning bij crises. Deze afspraken zullen dienen als basis voor gespreken over aanvullende ondersteuning bij langdurige crisis en grootschalige uitval.

7

2| Weerbaarheid en veerkracht vraagt om ontwikkeling en innovatie Een aantal aspecten van de weerbaarheidsopgave zijn zodanig nieuw of intensief dat ze projectmatig moeten worden opgepakt. Dit geldt onder andere voor het hele concept noodsteunpunten. Dit vraagt om een geheel nieuwe manier van kijken naar zelf- en samenredzaamheid in buurtschappen, inclusief vraagstukken over mobiele stroomvoorziening, communicatie tussen noodsteunpunten en samenwerking tussen inwoners en crisisdiensten. Voor de veiligheidsregio betreft dit drie verschillende projecten. Deze projecten zijn verankerd binnen het programmateam Weerbaarheid en Veerkracht. Het programma wordt aangestuurd vanuit de veiligheidsregio en werkt nauw samen met de gemeenten.

Project continuïteit veiligheidsregio De eerste pijler uit de VNG-handreiking richt zich op de eigen continuïteit van de organisatie. Dit houdt in dat de veiligheidsregio, gemeenten en partners zelf verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van hun eigen continuïteit (Eigen continuïteit, maatregel 1 t/m 7). Zo heeft de veiligheidsregio een wettelijke taak om te allen tijde paraat te staan voor incidenten, rampen en crises. Juist bij crises of grootschalige verstoringen, zoals cyberaanvallen, stroomuitval of maatschappelijke onrust, rekenen inwoners en partners op de overheid als stabiele factor. De continuïteit van de veiligheidsregio is daarmee van direct maatschappelijk belang. Binnen het project Continuïteit Veiligheidsregio IJsselland brengt de veiligheidsregio haar kritische processen in kaart en zorgt het voor continuïteitsmanagement van deze processen, voor zover het gaat over de veiligheidsregio als organisatie. Hieronder vallende regionale brandweerzorg, crisisorganisatie en de ondersteunende processen van de veiligheidsregio. Aan de hand van oefeningen worden de maatregelen uit het continuïteitsplan getoetst en aangescherpt.

Het uitgangspunt is om ervoor te zorgen dat de regionale brandweerzorg en de crisisorganisatie bij ernstige verstoringen minimaal vijf dagen operationeel kunnen blijven op basis van eigen voorraden en voorzieningen (Vitale voorzieningen, maatregel 1).

Project pilot noodsteunpunten Binnen de tweede pijler van de VNG-handreiking, de crisisorganisatie, wordt gesproken over het inrichten van noodsteunpunten door gemeenten in samenwerking met de veiligheidsregio. Vanuit de bestuurlijke tafel weerbaarheid, bestaande uit het ministerie van Justitie en Veiligheid, de VNG en het Veiligheidsberaad, hebben gemeenten en veiligheidsregio’s de opdracht4 gekregen om in een pilotfase te starten met de ontwikkeling van noodsteunpunten en coördinatiepunten (Crisisorganisatie, maatregel 2). Binnen deze pilot dragen de gemeenten en de veiligheidsregio een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij de rollen nadrukkelijk te onderscheiden zijn. Gemeenten hebben (en houden) een regierol, met ruimte voor lokaal maatwerk zoals het benutten van plaatselijke initiatieven. De rol van de veiligheidsregio is faciliterend en verbindend, met toegevoegde waarde in onderlinge kennisdeling, gezamenlijk leren en het formuleren van gedeelde basisuitgangspunten en opgaven. Tegen deze achtergrond ligt een gezamenlijke 4 Start pilots noodsteunpunten | WeerbaarNL

8

aanpak, gezien de aard van de opgave, voor de hand. Deze gezamenlijke aanpak en uitgangspunten zijn uitgewerkt door de projectgroep Noodsteunpunten en staan beschreven in de position paper.5 Naast de gezamenlijke aanpak en uitgangspunten is er binnen de pilot noodsteunpunten ook aandacht en ruimte voor experimenteren en oefenen. Op verschillende plekken zal dit in de loop van de pilot leiden tot meerdere oefeningen, waarbij ook inwoners en maatschappelijke partners kunnen aanhaken. Het toetsen van samenwerking en inzet van lokale inwoners kan daarmee, mede op basis van voorkeuren en keuzes van gemeenten, een integraal onderdeel van de pilot zijn (Zelfredzaamheid, maatregel 3 & Crisisorganisatie, maatregel 8). Binnen het project is daarnaast ook aandacht voor de rol die maatschappelijke partners als het Rode Kruis en het Leger des Heils kunnen vervullen (Zelfredzaamheid, maatregel 6).

Project noodcommunicatie In de VNG-handreiking wordt ook gesproken over alternatieve en analoge (crisis)communicatiemiddelen voor de situaties waarin zowel de reguliere als de noodcommunicatievoorzieningen niet meer functioneren (Crisisorganisatie, maatregel 6). Het project Noodcommunicatie is volledig gericht op het realiseren van basale communicatie tussen hulpdiensten, noodsteunpunten en coördinatiepunten, tussen coördinatiepunten en het Regionaal Crisis Centrum (RCC), en op de verbinding tussen het RCC en Den Haag wanneer zowel de reguliere verbindingen als de Nood Communicatie Voorziening (NCV) uitvallen. In de komende periode wordt gewerkt aan een projectopdracht, inventarisatie van mogelijkheden (waaronder partijen zoals DARES of 27MC, satelliettelefoons) en reeds lopende testen in het land. In een later stadium volgt besluitvorming voorafgaand aan eventuele investeringen.

5 Samenwerken aan noodsteunpunten in IJsselland

9

3| Risicocommunicatie: lokaal verankerd, regionaal geregisseerd Risicocommunicatie is een taak van de veiligheidsregio en gemeenten. Deze taak wordt regionaal aangestuurd en gezamenlijk geven we uitvoering aan risicocommunicatie. Gemeenten benutten hun nabijheid en lokale netwerken, terwijl de veiligheidsregio zorgt voor samenhang, ondersteuning en regionale coördinatie via de werkgroep risicocommunicatie (Crisisorganisatie, maatregel 1). Risicocommunicatie is wettelijk verankerd in Artikel 46 van de Wet veiligheidsregio’s en richt zich op het vooraf informeren van inwoners en ondernemers over risico’s, maatregelen en handelingsperspectieven bij rampen en crises, met als doel bewustzijn, weerbaarheid en handelingsbekwaamheid te vergroten. Risicocommunicatie is breder dan het programma Weerbaarheid en Veerkracht; communicatie over weerbaarheid vormt daarbinnen een belangrijk onderdeel en is nauw verweven met de programmadoelstellingen. Binnen IJsselland hanteren wij risicocommunicatie als een samenhangende aanpak waarin programma’s zoals brandveilig leven, GHOR, crisiscommunicatie, weerbaarheid en risicogericht werken samenkomen.

We positioneren risicocommunicatie, en dus ook weerbaarheid, als een gedeelde verantwoordelijkheid en stimuleren inwoners, professionals, bedrijven en crisispartners om voorbereid te zijn op onverwachte situaties, verantwoordelijkheid te nemen voor continuïteit en om te kijken naar elkaar. Daarmee versterken we vertrouwen in eigen kunnen, samenwerking binnen het netwerk en de veerkracht van onze regio.

Regierol veiligheidsregio De veiligheidsregio vervult een regierol in de risicocommunicatie. Op basis van bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten voor risicocommunicatie wordt regiobreed richting gegeven aan prioriteiten, samenhang en samenwerking. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de uitvoering en sluiten waar passend aan op landelijke lijnen, maar bieden ruimte voor regionale en lokale accenten. De veiligheidsregio: - Stelt inhoudelijke kaders en prioriteiten vast; - Bewaakt samenhang tussen thema’s en campagnes; - Ontwikkelt en deelt toepasbare communicatiemiddelen; - Stemt inzet af op actuele ontwikkelingen; - Faciliteert structurele samenwerking met gemeenten. Gemeenten en de veiligheidsregio geven gezamenlijk uitvoering aan risicocommunicatie. Gemeenten vertalen de regionale lijn naar hun eigen context en benutten hun nabijheid, netwerk en informatiepositie om inwoners en ondernemers effectief te bereiken, terwijl de veiligheidsregio regiobrede ondersteuning, middelen en afstemming verzorgt.

Regionaal Netwerk Risicocommunicatie Om deze samenwerking structureel te versterken, is halverwege 2025 het Regionaal Netwerk Risicocommunicatie ingericht. Dit netwerk wordt gefaciliteerd en gecoördineerd door de veiligheidsregio en brengt communicatieadviseurs van gemeenten en provincie samen. Het netwerk heeft als doel: - Kennis en behoeften uit te wisselen; 10

-

Lokale ondersteuningsvragen regionaal te agenderen; Campagnes gezamenlijk te plannen via een risicocommunicatiekalender; Landelijke campagnes regionaal en lokaal te versterken.

Hiermee vervult de veiligheidsregio expliciet de brugfunctie tussen landelijke campagnes, zoals de Denk vooruit-campagne, en de lokale doorvertaling binnen IJsselland. Door structureel samen te werken ontstaat een regionaal herkenbare aanpak die lokaal effectief wordt ingevuld. Van gemeenten vraagt dit actieve deelname aan het netwerk en het opnemen van weerbaarheid en risicocommunicatie in lokale communicatieplannen, inclusief bijbehorende budgettering (Zelfredzaamheid, maatregel 2).

Doorontwikkeling en verbreding De Denk vooruit-campagne richt zich momenteel op inwoners en wordt vanaf het tweede kwartaal van 2026 uitgebreid met een gerichte campagne richting het bedrijfsleven. Dit biedt kansen om ondernemers bewuster te maken van risico’s, uitval van vitale processen en hun rol in maatschappelijke continuïteit. Binnen het Regionaal Netwerk Risicocommunicatie geven we, op basis van landelijke plannen, samen met gemeenten invulling aan de regionale en lokale doorvertaling richting bedrijven in IJsselland. Ook de communicatieaanpak richting inwoners wordt continu doorontwikkeld. Op basis van landelijke en regionale inzichten werken we aan een effectieve, samenhangende aanpak en een passende vertaling van landelijke lijnen naar regionale en lokale aanpak (Zelfredzaamheid, maatregel 1).

11

4| Lokaal, provinciaal of de functionele keten In dit laatste hoofdstuk worden de maatregelen uit de VNG-handreiking behandeld waarvoor het initiatief logischerwijs niet bij de veiligheidsregio ligt, maar bij gemeenten, de provincie of andere partners. Op verzoek kan de veiligheidsregio bij deze maatregelen wel voorzien in regionale afstemming. Daar waar bovenregionale en bovenlokale afstemming wenselijk is, kan de provincie ook een rol vervullen in de regionale coördinatie. Denk hierbij aan afstemming over schaarste, mobiliteit, vitale voorzieningen en afstemming met het Rijk.

Eigen continuïteit Binnen de pijler eigen continuïteit is iedere organisatie, met aandacht voor onderlinge afhankelijkheden, zelf aan zet. De bedrijfscontinuïteit van de afzonderlijke gemeenten en partners, evenals de beoefening daarvan, behoort tot de verantwoordelijkheid van iedere zelfstandige organisatie en valt daarmee buiten de scope van het programma Weerbaarheid van de veiligheidsregio (Eigen continuïteit, maatregel 1 t/m 7). Het regionale oefenprogramma voor de crisisorganisatie biedt de komende jaren echter wel aanknopingspunten op het gebied van scenariodenken en organisatievorm. Gemeenten en partners kunnen deze kaders, indien gewenst en in onderlinge afstemming, benutten om in eigen beheer oefeningen uit te breiden in omvang, reikwijdte en duur. Dit om zodoende hun eigen bedrijfscontinuïteitsmanagement te kunnen beoefen.

Crisisorganisatie Binnen de pijler crisisorganisatie hebben gemeenten ook een eigen verantwoordelijkheid, met name ten aanzien van de inrichting van noodsteunpunten. Gemeenten voeren de regie over de realisatie van noodsteunpunten binnen hun gemeentegrenzen. De belangrijkste reden hiervoor is dat zij als geen ander bekend zijn met de lokale infrastructuur, wijknetwerken, bewonersinitiatieven, maatschappelijke partners en bestaande voorzieningen.6 De rol van de veiligheidsregio is hierin vooral faciliterend en verbindend (Crisisorganisatie, maatregel 2). Op basis van de landelijke vereisten dient ieder noodsteunpunt te beschikken over een aantal basisvoorzieningen om een basisniveau van ondersteuning te kunnen waarborgen. Naast de landelijke kaders bestaat op regionaal niveau de ruimte om gezamenlijke basisfunctionaliteiten toe te voegen. Deze zijn uitgewerkt in de position paper noodsteunpunten.7 Als laatste punt hebben gemeenten de mogelijkheid om aanvullende functionaliteiten lokaal toe te voegen. Dit maatwerk wordt per gemeente bepaald en niet automatisch gestandaardiseerd. Hierdoor kunnen gemeenten inspelen op specifieke lokale behoeften en bestaande initiatieven benutten. Zo kunnen zij bijvoorbeeld verkennen of bepaalde sleutelfiguren ook in een lijn van crisiscommunicatie kunnen worden opgenomen, zoals door inzet via noodsteunpunten (Crisisorganisatie, maatregel 7).

6 Start pilots noodsteunpunten | WeerbaarNL 7 Samenwerken aan noodsteunpunten in IJsselland

12

Vitale voorzieningen Binnen de pijler vitale voorzieningen zijn er een aantal maatregelen waarbij de oplossing te vinden is bij andere overheden, netwerken, organisaties of een combinatie hiervan. Denk daarbij aan de gemeenten met lokale partners, netwerken rondom economie, de provincie of het waterschap. Het initiatief voor regionale samenwerking op het gebied van deze onderwerpen ligt logischerwijs niet bij de veiligheidsregio. Dit betreft de volgende maatregelen: - Gemeenten hebben met de afvalketen afspraken gemaakt over continuering van afvalinzameling en verwerking (Vitale voorzieningen, maatregel 3); - Gemeenten hebben bij uitval van het rioolstelsel of waterdruk alternatieve sanitaire voorzieningen beschikbaar en weten wat de kwetsbaarheden zijn bij langdurige uitval (Vitale voorzieningen, maatregel 6); - Gemeenten houden in hun mobiliteits- en verkeersplannen rekening met noodsituaties waarbij voldoende ruimte moet zijn voor aanrijroutes voor hulpdiensten en meerdere uitvalswegen (evacuatiemogelijkheden) per wijk voor inwoners (Vitale voorzieningen, maatregel 7); - Vitale infrastructuur zoals wegen, bruggen en dijken wordt versterkt (Vitale voorzieningen, maatregel 8); - Gemeenten werken samen met provincies en vervoerspartners om de continuïteit van het openbaar vervoer te waarborgen tijdens langdurige crisissituaties (Vitale voorzieningen, maatregel 9); - Gemeenten

maken afspraken met vervoersbedrijven op lokaal en regionaal niveau, voor crisisbestendige plannen, inclusief scenario’s voor personeelstekort, brandstofschaarste en verstoring van dienstregelingen (Vitale voorzieningen, maatregel 10). Het is aan de gemeenten om nog vast te stellen op welke wijze en via welk gremium deze samenwerking wordt vormgegeven. Daarbij wordt afstemming gezocht met partners zoals de provincie, het waterschap en/of buurgemeenten. Team Risicobeheersing van de veiligheidsregio is vanzelfsprekend beschikbaar om te ondersteunen en te adviseren, vooral op het gebied van aanrijroutes voor hulpdiensten en uitvalswegen voor inwoners. Daarnaast blijkt uit de inventarisatie dat de gemeenten het contact met woningcorporaties over energievoorziening en het contact met maatschappelijke partners over het borgen van voedselvoorziening aan kwetsbaren bij voorkeur lokaal oppakken (Vitale voorzieningen maatregel 4 & 5).

Sociaal weefsel Alle maatregelen die vallen onder de pijler sociaal weefsel, zoals het inzetten van de informele netwerken in de gemeente, het faciliteren van participatie, het versterken van bestaanszekerheid en het organiseren van het gesprek over weerbaarheid met inwoners, passen volledig onder de lokale invloedsfeer van de gemeenten (Sociaal weefsel, maatregel 1 t/m 7). De veiligheidsregio is wel bereid om op verzoek ondersteuning te bieden op specifieke maatregelen. Denk hierbij aan het verzorgen van een ‘Roadshow', om het gesprek over weerbaarheid op gang te brengen.

13

Zelfredzaamheid Ten aanzien van de pijler zelfredzaamheid staan de gemeenten het dichtst bij de inwoners en het lokale bedrijfsleven. Het betrekken van de lokale ambtenaren economie bij de campagne richting ondernemers is essentieel om deze partijen te bereiken en ook aan te zetten tot daadwerkelijke voorbereidingen en oefeningen (Zelfredzaamheid, maatregel 1). Daarnaast sluit de digitale weerbaarheid van inwoners en ondernemers in IJsselland aan op het onderwerp 'digitale veiligheid', een punt van aandacht waarop wordt samengewerkt in een regionale werkgroep binnen het netwerk Regionale Coördinatie Integrale Veiligheid (RCIV) (Zelfredzaamheid, maatregel 4). Verder is het verzorgen van trainingen voor inwoners en verenigingen, op basis van de uitgevoerde inventarisatie, een verantwoordelijkheid voor iedere afzonderlijke gemeente. Op verzoek kan de veiligheidsregio ondersteunen of adviseren, bijvoorbeeld via de GHOR waar het gaat om trainingen op het gebied van eerste hulp (Zelfredzaamheid, maatregel 5).

Samenleving als overkoepelend systeem Bij de maatregelen die vallen onder de laatste pijler ligt samenwerking met andere partijen logischerwijs voor de hand. Dit houdt in dat de veiligheidsregio hierin geen rol speelt. Wat betreft de samenwerking kan gedacht worden aan provinciale samenwerking rondom democratische processen en samenwerking met de GGD waar het gaat om publieke gezondheid en de continuïteit en capaciteit van de regionale uitvaartbranche (Samenleving, maatregel 1 t/m 3).

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16901882/1