CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Topweg 2c Genemuiden Toelichting (1)

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden15.743 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Topweg 2c, Genemuiden

bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

Bestemmingsplan

Topweg 2c, Genemuiden

Januari 2024

Status: Vastgesteld

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

BESTEMMINGSPLAN TOPWEG 2C, GENEMUIDEN

Plannaam:

Topweg 2c, Genemuiden

Plantype:

Bestemmingsplan

IMRO-nummer: NL.IMRO.1896.BP0089-VS01

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 PLANOLOGISCHE SITUATIE.............................................................................................................................. 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING ........................................................................................................................ 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 26 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 26 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 30 GEUR ...................................................................................................................................................... 33 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 37 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 38

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 40 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 40 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 42 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 42 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 42 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 45 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 46 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 46 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 46 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 46

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 47 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN................................................................................................................ 47 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 47 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 47 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld BIJLAGE 4

DIGITALE WATERTOETS ....................................................................................................................... 47

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen aan de Topweg 2c in Genemuiden, gelegen in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Genemuiden, sectie L, nummer 314 (hierna: plangebied). Op het perceel is een agrarisch bedrijf gevestigd waar rundvee en paarden worden gehouden. Bij het agrarisch bedrijf is in de huidige situatie een noodwoning gevestigd. Het agrarisch bedrijf wordt zelfstandig door de initiatiefnemer geëxploiteerd. Gezien de bedrijfsomvang en 24-uurs zorg voor de dieren is het niet langer reëel om een dergelijk bedrijf door één huishouden te exploiteren. De noodzaak bestaat om samen met een tweede familielid de bedrijfsvoering voort te zetten. Ten behoeve van een toekomstbestendige en efficiëntere bedrijfsvoering is het voornemen om ter plaatse een dubbele bedrijfswoning te realiseren op basis van de beleidsregel ‘Extra woning in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland’. Het realiseren van een dubbele bedrijfswoning ter plaatse van het plangebied is op basis van het geldend bestemmingsplan “buitengebied Zwartewaterland” niet toegestaan, aangezien ter plaatse slechts één bedrijfswoning is toegestaan Om de tweede bedrijfswoning planologisch toe te staan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.

In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied betreft het perceel aan de Topweg 2c in Genemuiden, gelegen in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland. De ligging van het plangebied in de directe en nabije omgeving is weergegeven in afbeelding 1.1. Het plangebied is hierin met de rode ster respectievelijk rode omlijning aangegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied (Bron PDOK, bewerkt)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Topweg 2c, Genemuiden” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1896.BP0089-VS01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Planologische situatie

1.4.1

Planologisch regime

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van bestemmingsplan ”Buitengebied Zwartewaterland” en het besluit “Voorbereidingsbesluit Wonen”. Deze plannen zijn respectievelijk op 10 oktober 2013 en 10 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Zwartewaterland vastgesteld. Ten aanzien van de planologische situatie zijn bij voorliggend initiatief de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan ”Buitengebied Zwartewaterland” van belang. Op basis van het geldend bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ met bouwvlak en functieaanduidingen ‘opslag’ (gedeeltelijk) en ‘paardenhouderij’ en de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’. In afbeelding 2.3 wordt via een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan de planologische situatie weergegeven. Hierbij is het plangebied met een rode omlijning aangegeven. Aansluitend wordt kort op de geldende bestemmingen en aanduidingen ingegaan.

Afbeelding 1.2

Uitsnede verbeelding “Buitengebied Zwartewaterland” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld 1.4.2

Strijdigheid met het bestemmingsplan

Het voornemen is om een dubbele bedrijfswoning te realiseren op het agrarische bedrijfsperceel aan de Topweg 2c. Op basis van het geldend bestemmingsplan mag op gronden bestemd voor ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ hoogstens één bedrijfswoning worden gebouwd. De noodwoning wordt gesloopt. Er is daarmee sprake van het toevoegen van één woning.

1.5

Leeswijzer • • • • • • •

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van rijk, provincie en de gemeente Zwartewaterland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, de inspraak en de zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied ligt ten noordwesten van Genemuiden aan de Topweg 2c, in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland. Hierna wordt de ruimtelijke functionele structuur van de omgeving kort uitgelicht. Het plangebied is gelegen in het open polderlandschap. De omgeving wordt gekenmerkt door open agrarisch weidelandschap met sloten als veekering. Het landschap is onregelmatig verkaveld met daarin verspreid liggende (boeren)erven met beplanting rondom het erf. Belangrijke ruimtelijke structuurdragers zijn het Zwarte Water en Zwarte meer ten noordoosten en noordwesten van het plangebied. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Topweg met aan de overzijde een woonperceel. Ten zuiden van het perceel is een agrarisch bedrijf gevestigd. Aan de overige zijden wordt het perceel begrensd door agrarische weidegronden. Het plangebied zelf bestaat uit een agrarisch bedrijfsperceel. Op het agrarisch bedrijf is een kalverhouderij en paardenopfokbedrijf gevestigd. Daarnaast wordt er paardentraining gegeven. Het agrarisch bedrijf wordt door initiatiefnemer geëxploiteerd, die woonachtig is een noodwoning op het erf. Het agrarisch bedrijfsperceel wordt omzoomd door een houtsingel. In afbeelding 2.1 en afbeelding 2.2 zijn respectievelijk met een luchtfoto en straatbeelden de huidige situatie weergegeven. In afbeelding 2.1 is het plangebied met een rode omlijning aangegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

Afbeelding 2.2

Straatbeeld plangebied (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Ruimtelijke ontwikkeling

Aan de Topweg 2c is een agrarisch bedrijfsperceel gevestigd. Op het agrarisch bedrijf is een kalverhouderij, en paardenopfokbedrijf gevestigd. Daarnaast wordt er paardentraining gegeven. Het agrarisch bedrijf wordt door initiatiefnemer geëxploiteerd, die woonachtig is een noodwoning op het erf. Gezien de omvangrijke bedrijfsomvang en 24-uurs zorg voor de dieren is het niet langer reëel om een dergelijk bedrijf door één persoon te exploiteren. De wens bestaat om met een familielid de bedrijfsvoering voort te zetten. Beide personen heb een bedrijfsmatige binding met het agrarische bedrijf (beide werkzaam in het bedrijf) en zijn nagenoeg gelijkwaardig en voor langere tijd met de bedrijfsvoering verbonden. Gezien de omvang van het agrarische bedrijf, met meerdere bedrijfstakken, kan minimaal één huishouden volledig in de levensbehoefte worden voorzien. Ten behoeve van een toekomstbestendige en efficiëntere bedrijfsvoering in combinatie met de omvangrijke omvang van het agrarische bedrijf is het voornemen om ter plaatse een dubbele bedrijfswoning te realiseren op basis van de beleidsregel ‘Extra woning in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland’. De noodwoning wordt gesloopt. Er is daarmee sprake van het planologisch toevoegen van één woning. Het voornemen is om de nieuwe woning in de vorm van een schuurwoning te realiseren.

De twee bedrijfswoningen zullen binnen hetzelfde bouwvolume worden gerealiseerd, waarmee de ruimtelijke impact wordt beperkt. In afbeelding 3.1 is een sfeerimpressie van de toekomstige schuurwoning weergegeven. Bij een positief besluit wordt dit nader uitgewerkt.

Afbeelding 3.1

Sfeerimpressie toekomstige dubbele bedrijfswoning (Bron: Tekenhuis)

Voor de voorgenomen ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan gemaakt. Initiatiefnemer is voornemens om de beoogde ontwikkeling op een landschappelijk verantwoorde wijze in te passen. Bij deze inpassing wordt rekening gehouden met de natuurlijke en landschappelijke elementen en waarden ter plaatse van het plangebied. Al met al worden verschillende kwalitatieve inspanningen gedaan om de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving te vergroten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld Ruimtelijk Kwaliteitsplan In het landschapsplan wordt op twee aspecten ingegaan, namelijk: de erfinrichting en de groenstructuren. De erfinrichting gaat in op de situering van de bebouwing op het erf en de groenstructuren gaat in op de passende beplanting op het erf. Erven en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar en hoe een erf ligt en hoe het eruit ziet, wordt bepaald door de bodem en het type landschap. Middels de voorgenomen ontwikkeling wordt aansluiting gezocht bij de karakteristieke erfindeling. Het woongedeelte (woningen) bevindt zich aan de voorzijde, het werkgedeelte (schuren) aan de achterzijde. De voorzijde is de representatieve kant van het erf, hier toont het erf zich met een mooi voorhuis en een siertuin. Hierbij is een duidelijk beeld op de woning met siertuin. Dit beeld is vanaf de weg voldoende zichtbaar. Deze zijde is vooral praktisch en naar eigen behoefte ingericht. De nieuwe schuurwoning wordt in verticale richting op het persceel gesitueerd. De dubbele woning wordt uitgevoerd in een landelijke stijl met een rechte kap en een inpandig bijgebouw. De dubbele schuurwoning wordt ontsloten via de huidige ontsluiting van het erf. Het blijft een centraal erf om te keren/parkeren. Het erf is van voldoende omvang om te voldoen aan de parkeernormen.

De keuze voor verharding en materialen van de woning en bijgebouw moet in gedekte kleurstelling sober worden toegepast en in afstemming met elkaar. Perceelafscheidingen in de vorm van schuttingen en hekwerken zijn ongewenst. De ambitie is het behouden van de kenmerken van het open polderlandschap. Het bestaande landschap rondom het projectgebied is open, hierbij is het van belang dat ondanks realiseren van een dubbele schuurwoning, het landschap zijn open karakter behoud. Op de perceelsgrenzen komt erfgrensbeplanting voor. De bestaande houtsingel die rond het erf staat blijft behouden. Op enkele plekken wordt deze een stuk verplaatst om tot een betere inrichting van het perceel te komen. Door het toevoegen van meerdere inheemse soorten bomen en heesters wordt de biodiversiteit verhoogt en wordt de houtsingel kwalitatief beter. Zichtlijnen vanaf de nieuwe woning naar het achterliggende open landschap moeten behouden blijven. Deze zichtlijnen dienen niet te worden geblokkeerd door bebouwing of groenstructuren. De voorzijde van het erf wordt omsloten door een gemengde haag met meerdere inheemse soorten. Ook dit zorgt voor meer biodiversiteit en een natuurlijk karakter van het erf. Om het agrarische bedrijf af te schermen van de dubbele schuurwoning wordt een rij bomen aangeplant.

Tot slot is het voornemen om het erf te vergroenen door middel van de aanplant van hoogstamfruitbomen en solitaire bomen. Daarbij wordt het huidige gras ingezaaid met kruidenrijk grasland. Met dit voorstel wordt het erf beter ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit toe. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van het ruimtelijke kwaliteitsplan weergegeven. Voor het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

Afbeelding 3.2

Landschappelijke inrichting toekomstige agrarische bedrijfsperceel (Bron: BJZ.nu)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Uitgangspunten

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. 3.2.2

Beoordeling

3.2.2.1 Parkeren In voorliggend geval bevindt het plangebied zich in een gebied aangewezen als ‘Buitengebied’. Daarnaast wordt uitgegaan van ‘Weinig stedelijk’ voor de gemeente Zwartewaterland (bron: CBS Statline). In een dergelijk gebied wordt voor vrijstaande woningen een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning aangehouden. Het erf is van ruimvoldoende omvang om te kunnen voorzien in deze parkeerbehoefte. In de erfinrichtingstekening is weergegeven dat aan de parkeerbehoefte kan worden voldaan. 3.2.2.2 Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de effecten op de verkeersgeneratie wordt gebruikgemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (oktober 2018)’ van het CROW. Op basis van de bedoelde publicatie is sprake van een feitelijke toename 16,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal (planologisch gezien 8,2 verkeersbewegingen) ten opzichte van de bestaande verkeersgeneratie. Wegens de inrichting van omliggende wegen wordt gesteld dat deze toename qua verkeersgeneratie eenvoudig en verkeersveilig kan worden afgewikkeld. Het plangebied wordt ontsloten via de Topweg. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.3

Conclusie

Gelet op het vorenstaande zijn er vanuit het aspect verkeer & parkeren geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de Ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld 4.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de ladder van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend geval gaat het om een bestemmingswijziging waarbij, planologisch gezien, één nieuwe (bedrijfs)woning mogelijk wordt gemaakt. Nadere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is daardoor niet noodzakelijk. 4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2.

Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld 3.

Hoe – gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld

Afbeelding 4.1

4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de volgende artikelen van belang: Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval wordt een twee-onder-een-kapwoning gerealiseerd in het buitengebied van Zwartewaterland. De gronden behoren tot een bestaand erf waar reeds gewoond wordt. Van nieuw ruimtebeslag op de groene omgeving is dan ook geenszins sprake. Samenvattend wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (lid 1, 2, 3 en 5)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken; 2. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd; 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd; 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan de artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Uit het erfinrichtingsplan blijkt dat de ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel.

In paragraaf 4.2.4.2 en 4.2.4.3 wordt nader ingegaan op het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie, de ontwikkelingsperspectieven en de vier-lagenbenadering. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1.

2. 3.

4.

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw; In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien; In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken; De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorgenomen ontwikkeling voorziet netto in het toevoegen van één nieuwe bedrijfswoning.. De nieuwe bedrijfswoning wordt gerealiseerd ten behoeve van een toekomstbestendige en efficiëntere bedrijfsvoering van het ter plaatse aanwezige bedrijf. Er is daarmee concreet sprake van behoefte. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.14.2: Waterbergingsgebieden Bestemmingsplannen die betrekking hebben op waterbergingsgebieden die als zodanig op de kaart Watergebiedsreserveringen zijn aangegeven, regelen de instandhouding van de waterhuishoudkundige werken en voorzien niet in ruimtelijke ontwikkelingen en nieuwe kapitaalintensieve functies die de rol van deze gebieden voor wateropvang belemmeren. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.14.2 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorliggende ontwikkeling heeft geen grootschalige gevolgen voor de waterhuishouding in en rondom het plangebied, gezien de kleinschaligheid. Daarnaast neemt het verhard oppervlak af als gevolg van de ontwikkeling. Voor een nadere beschrijving voor wat betreft het aspect water wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van deze toelichting.

De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.14.2 van de omgevingsverordening Overijssel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld 4.2.4.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt binnen in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ De ontwikkeling betreft het realiseren van een twee-onder-een-kapbedrijfswoning. De nieuwe bedrijfswoning wordt gerealiseerd ten behoeve van een toekomstbestendige en efficiëntere bedrijfsvoering van het ter plaatse aanwezige bedrijf.

De nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast zodat deze aansluit bij de bestaande bebouwing en omgeving. Daarbij wordt er nog een extra kwaliteitsimpuls gedaan op het bestaande erf in de vorm van nieuwe groenelementen en inrichting bedrijfsperceel. Omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd als gevolg van de voorliggende ontwikkeling. Gesteld wordt dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe – Gebiedskenmerken Met behulp van de gebiedskenmerken, de 'Natuurlijke laag', de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap', de 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving', wordt de doorwerking van het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de Omgevingsvisie op gebieds- en uitvoeringsniveau geborgd. Bij ieder nieuw ruimtelijk initiatief moet getoetst worden aan deze gebiedskenmerken. De ‘Stedelijke laag’ wordt in voorliggend geval achterwege gelaten omdat er voor deze laag geen geldende gebiedskenmerken van toepassing zijn voor het plangebied. 1.

De ‘Natuurlijke laag’

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Zeekleigebied en randmeren”. “Zeekleigebied en randmeren” Het zeekleigebied is een overgangsgebied van de zoetwaterdelta van de rivieren en de Zuiderzeekust. Het betreft een patroon van waaiers van rivierafzettingen en geulen met veenvorming er tussen. Door de invloed van de voormalige Zuiderzee ontstond verdere opslibbing in de vorm van kleiafzettingen. Vóór de bedijking wast het een dynamisch open gebied met een stevige kleiondergrond. Onder invloed van zee, wind en erosie ontstond hier een patroon van geulen wallen en platen. Langs de randen van de voormalige Zuiderzee liggen nu de zoete Randmeren en de Noordoost Polder.

Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van geulen en kreken, hogere oevers en kreekruggen en (voormalige) overstromingsvlaktes, dan dragen deze bij aan accentuering van het patroon en de hoogteverschillen en de beleefbaarheid daarvan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De ontwikkeling vindt plaats op een bestaand erf. De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is daarom op dit erf niet of nauwelijks meer aanwezig. Daarnaast vinden er geen grootschalige ontwikkeling plaats die de kenmerken van het zeekleigebied en de randmeren verder aantasten. Wel worden landschapsmaatregelen getroffen met ‘natuurlijke’ soorten, waarmee wordt verwezen naar de oorspronkelijke ‘Natuurlijke laag’. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’. 2.

De ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype “Zeekleilandschap”. “Zeekleilandschap” Het zeekleilandschap betreft een open landschap langs de voormalige Zuiderzeekust met verspreide terperven en boerderijen op natuurlijke hoogtes. Het terpenlandschap beslaat hier een relatief klein gebied, maar maakt deel uit van een serie van terpenlandschappen rond de voormalige Zuiderzee: Marken, polder Arkenheem, Schokland en Kampereiland. Kampereiland is al eeuwenlang in cultuur. Het stond bekend om de productie van superhooi, dat met scheepsladingen vol richting Amsterdam en andere Hollandse steden voor de stadspaarden ging; retour kwam de straatmest. Nu nog steeds is de polder hoofdzakelijk als grasland in gebruik. Dijken en wielen reflecteren het verleden en begrenzen de ruimte.

Erven liggen als eilanden in een open zee van ruimte. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het zeekleilandschap, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van bestaande erven, lintdorpen en voormalige Zuiderzeestadjes. Als ontwikkelingen plaats vinden op het Kampereiland, dan dragen deze bij aan het behoud van de mozaïekstructuur van de kavels. Als ontwikkeling plaats vinden in het Land van Kuinre, dan dragen deze bij aan het behoud van de bestaande structuur van lange opstrekkende kavels. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In het voorliggende geval vindt de ontwikkeling plaats op een bestaand erf. De nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast en draagt daardoor bij aan de versterking van de streekeigen kenmerkende erfstructuur. Geconcludeerd wordt dat de invulling van de locatie in overeenstemming is met de gebiedskenmerken van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.

De ‘Laag van de beleving’

In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het plangebied is volgens de laag van de beleving gelegen in het gebiedstype ‘Donkerte’ en ‘IJssellinie inundatieveld’. “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. “IJssellinie inundatieveld” Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de wordingsgeschiedenis van Overijssel. Geologische monumenten (bv pingo’s), archeologische monumenten en vindplaatsen, schansen, verdedigingslinies, kapelletjes, religieuze monumenten, historische wegen tot landschappelijke ensembles zoals De Kolonie.

Bakens zijn niet alleen (water)torens en andere hoge, kenmerkende bouwsels, ook patronen als de (ruil)verkavelingsstructuur vormen een baken in de tijd. De essentie van de bakens in de tijd is, dat ze de verhalende laag toevoegen aan het landschap. Het zijn belangrijke ingrediënten in de opbouw van gebiedsidentiteit. Het zijn plekken waar ‘tijdsdiepte’ tot intense indrukken leidt. Creëer verbindingen en verbanden tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn, maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen. Voeg bakens van deze tijd toe. Behoud monumenten, karakteristieke gebouwen en cultuurhistorische waarden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves. Maak de bakens meer zichtbaar en ontwikkel recreatieve routes langs deze bakens met uitleg over de ontstaansgeschiedenis. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van de beleving” In voorliggend geval wordt er netto één woning toegevoegd in het buitengebied. Deze toename is ondergeschikt van aard en bedraagt daarmee niet aan een significante verslechtering van de donkertebeleving. Daarnaast worden er geen grote lichtbronnen gerealiseerd op het perceel. Wat betreft het IJssellinie inundatieveld kan worden gesteld dat er in het plangebied geen bijzondere geologische danwel bouwkundige monumenten aanwezig zijn.

Geconcludeerd wordt dat de ‘Laag van de beleving” zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Zwartewaterland

4.3.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie Zwartewaterland is samen met veel inwoners en organisaties uit de gemeente ontwikkeld. De verschillende bijdragen weerspiegelen het karakter van Zwartewaterland: een plattelandsgemeente, maar met een sterk industrieel karakter. Dat is ook de kracht van Zwartewaterland. Die verscheidenheid is prachtig maar kan, bij het nemen van grote beslissingen, wel tot tegengestelde belangen en opvattingen leiden. De omgevingsvisie is dan ook geen blauwdruk, maar maakt het mogelijk om een afweging te maken tussen de verschillende belangen. In de omgevingsvisie staat welke opgaven en ambities de gemeente heeft. De omgevingsvisie loopt vooruit op de Omgevingswet, die vanaf 2024 in werking treedt. Tot het moment dat de Omgevingswet van kracht is en daarmee het instrument omgevingsvisie wettelijk geborgd wordt, is de Omgevingsvisie Zwartewaterland tevens aangemerkt als structuurvisie conform de Wro. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld De omgevingsvisie heeft een thematische opbouw. Het meest relevant voor dit bestemmingsplan is het thema ‘Wonen’. Dit heeft directe relatie met het thema ‘Landschap en natuur’. 4.3.1.2 Woningbouw Het beleid in de Omgevingsvisie ten aanzien van het wonen is afkomstig uit de Woonvisie Zwartewaterland 2017. Er wonen in verhouding veel gezinnen en maar weinig jonge eenpersoonshuishoudens. In Zwartewaterland staan veel koop-eengezinswoningen. Er zijn weinig (sociale) huurwoningen en appartementen. Het hoge aantal gezinnen zorgt in de gemeente Zwartewaterland voor groei van het aantal jonge kinderen. Het geboorteoverschot (verschil tussen het aantal geboortes en het aantal sterfgevallen) ligt bijna vijf keer hoger dan het landelijk gemiddelde. Het toekomstbeeld voor de gemeente is een gemeente met unieke en vitale kernen. In de kernen is een goed woon- en leefklimaat. Dit toekomstbeeld wil de gemeente bereiken met de volgende zes pijlers: • • • • • •

Pijler 1: Sterke positionering in de regio Pijler 2: Voldoende betaalbare huurwoningen beschikbaar Pijler 3: Duurzame woningvoorraad en leefomgeving Pijler 4: Wonen, services en zorg Pijler 5: Bouwen voor vitale kernen Pijler 6: Voldoende woningen voor jongeren en stimuleren eigen woningbezit starters

4.3.1.3 Landschap en natuur Het uitgangspunt is om zorgvuldig met de waardevolle landschapskwaliteiten om te gaan en deze te behouden en verder te ontwikkelen. Vanuit dit uitgangspunt is er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen om invulling te geven aan de ruimtebehoefte van inwoners en ondernemers. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied wordt zorgvuldig afgewogen of deze voldoende rekening houden met en bijdragen aan de bijzondere landschappelijke kwaliteiten en kenmerken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Catalogus Gebiedskenmerken Overijssel 2018 en de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Ook wordt het Landschapsontwikkelingsplan hiervoor gehanteerd, dat eerder samen met de gemeenten Zwolle en Kampen is ontwikkeld. Dit plan bevat een compleet overzicht van de karakteristieken van elk landschapstype, inclusief concrete aanbevelingen van welke ontwikkelingen en maatregelen hier wel bij passen en welke niet. Er wordt gestuurd op verbetering van de landelijke en recreatieve uitstraling van de gemeente. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Zwartewaterland’ Ten behoeve van een toekomstbestendige en efficiëntere bedrijfsvoering en de omvang van het agrarische bedrijf is het voornemen om ter plaatse een dubbele bedrijfswoning te realiseren op basis van de beleidsregel ‘Extra woning in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland’.

Hier wordt in subparagraaf 4.3.3 nader op ingegaan. De dubbele woning wordt vormgegeven als schuurwoning en zal passen bij de natuurlijke en landschappelijke kenmerken van de omgeving gerealiseerd worden. Door middel van landschappelijke inpassing wordt aangesloten bij de kernkwaliteiten van de omgeving. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ‘Omgevingsvisie Zwartwaterland’. 4.3.2

Beleidsregel ‘Extra woning in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland’

4.3.2.1 Algemeen Het kader beoogt meer duidelijkheid te gegeven over de mogelijkheden om een extra woning te realiseren op de bestaande erven in het buitengebied van Zwartewaterland. Behoud en bescherming van het agrarisch karakter van het buitengebied staan voorop. Ontwikkelingen moeten een positieve bijdrage leveren aan het gebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld De beleidsregel maakt onderscheid tussen het toevoegen van een reguliere woning en een bedrijfswoning. In voorliggend geval het toetsingskader voor een extra woning op een (agrarisch) bedrijfserf van toepassing. 4.3.2.2 Toetsingskader Voor het toevoegen van een extra bedrijfswoning in het buitengebied is een toetsingskader opgesteld. Hierna wordt het toetsingskader puntsgewijs beschreven. 1.

2. 3.

4. 5.

6.

Op een (agrarisch) bedrijfserf is het realiseren van een extra bedrijfswoning enkel toegestaan door het realiseren van een ‘twee-onder-één-dak’-woning, al dan niet door uitbreiden van de bestaande bedrijfswoning of vervanging hiervan. Er moet worden aangetoond dat beide huishoudens een bedrijfsmatige binding met het bedrijf hebben. Bij het realiseren van twee woningen binnen één bouwvolume: a. is het uitgangspunt dat het bouwvolume de uitstraling heeft van één woning; b. is vervanging en/of uitbreiding van de bestaande woning mogelijk. Er mag geen plattelandswoning aanwezig zijn die deel heeft uitgemaakt van het agrarisch bedrijf. Op het moment dat geen sprake meer is van bedrijfsmatige binding van één of beide huishoudens met het bedrijf moet de bewoning van de woning(en) gestaakt worden en wordt het eventueel toegekende huisnummer ingetrokken. Na beëindiging van bewoning in één van de twee woningen moet deze woning: a. bij de andere woning worden getrokken; b. worden ingezet voor een nevenfunctie welke ter plaatse is toegestaan; of c. worden gebruikt als aangebouwd bijgebouw, mits dit past binnen de bouwregels.

Naast het toetsingskader voor het toevoegen van een extra bedrijfswoning is er ook een algemeen toetsingskader waaraan voldaan moet worden. 1.

2.

3.

Om medewerking aan een plan voor het toevoegen van een extra woning te kunnen verlenen moet voldaan worden aan de volgende randvoorwaarden: a. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van: 1. de ervenstructuur; 1. de woonsituatie; 2. de verkeersveiligheid; 3. de parkeergelegenheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de natuur- en landschapswaarden van het buitengebied; 7. de waterhuishouding; 8. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. b. er mag geen sprake zijn van significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de betrokken Natura 2000-gebieden. c. een extra woning moet passen binnen de actuele woonbehoefte. Ontwikkelingen dienen te voldoen aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Compensatie van de ruimtelijke impact wordt aangetoond door: a. Advies van een ervenconsulent, en; b. Een beplantingsplan gebaseerd op het advies van de ervenconsulent; c. Indien sprake is van een aanvullende prestatie: een plan hoe deze op een passende wijze wordt uitgevoerd. Er dient te worden aangetoond dat een omgevingsgesprek is gevoerd.

4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Beleidsregel Extra woning in het buitengebied van de Gemeente Zwartewaterland’ Hierna wordt puntsgewijs aan het toetsingskader getoetst.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan Topweg 2c, Genemuiden Vastgesteld 1.

2.

3. 4. 5.

6.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een dubbele schuurwoning. In de schuurwoning is plaats voor twee bedrijfswoningen. Er is daarmee sprake van een ‘twee-onder-eendak-woning’. In afbeelding 3.1 is een sfeerimpressie weergegeven van de gewenste schuurwoning. Op het agrarisch bedrijf is een kalverhouderij, en paardenopfokbedrijf gevestigd. Daarnaast wordt er paardentraining gegeven. Het agrarisch bedrijf wordt door initiatiefnemer geëxploiteerd. Gezien de bedrijfsomvang en 24-uurs zorg voor de dieren is het niet langer reëel om een dergelijk bedrijf door één persoon te exploiteren. De noodzaak bestaat om samen met een familielid de bedrijfsvoering voort te zetten. Beide personen heb een bedrijfsmatige binding met het agrarische bedrijf en zijn nagenoeg gelijkwaardig en voor langere tijd met de bedrijfsvoering verbonden. Gezien de omvang van het agrarische bedrijf, met meerdere bedrijfstakken, kan minimaal één huishouden volledig in de levensbehoefte worden voorzien. Ten behoeve van een toekomstbestendige en efficiëntere bedrijfsvoering in combinatie met de omvang van het agrarische bedrijf is het van belang om ter plaatse een dubbele bedrijfswoning te realiseren. De nieuw te bouwen woningen worden gerealiseerd in een schuurwoning. De schuurwoning betreft één volume waar twee woonhuizen in zijn gevestigd.

Er is geen plattelandswoning aanwezig op het agrarisch bedrijf. De initiatiefnemer is woonachtig in een noodwoning die wordt verwijderd als de nieuwe woningen zijn gerealiseerd. Op het moment dat geen sprake meer is van bedrijfsmatige binding van één of beide huishoudens met het bedrijf wordt de bewoning van de woning(en) gestaakt worden en wordt het eventueel toegekende huisnummer ingetrokken. De dubbele schuurwoning wordt zo gebouwd dat deze relatief eenvoudig inpandig kan worden getransformeerd naar één woning. Na het beëindigen van bewoning van één van de twee woningen wordt invulling gegeven aan een van de opties onder a, b of c van lid 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13847595/1