Bijlage 2 -Reactienota zienswijzen ontwerpbeleidsregel lokaal eigendomsbeleid grootschalige energieopwekking Zwartewaterland
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen ontwerpbeleidsregel “lokaal eigendom, zeggenschap en participatie rond opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windturbine(s) gemeente Zwartewaterland 2025” Versie 1.0
Gemeente Zwartewaterland Reactienota ontwerp-beleidsregel “lokaal eigendom, zeggenschap en participatie rond opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windturbine(s) in gemeente Zwartewaterland 2025” Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Participatie ontwerp-beleidsregel 3. Beantwoording Zienwijze 4. Conclusie
BLZ 3 4 5 18
2
1. Inleiding In 2022 is de “Beleidsregel zeggenschap en lokaal eigendom opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windmolen(s) in gemeente Zwartewaterland 2022” in werking getreden. Deze beleidsregel zou na 2 jaar herzien worden. De herziening is uitgesteld in afwachting van het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) die op 1 november 2024 gepubliceerd is. Vervolgens is er afstemming geweest tussen de gemeenten Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland (ZSDZ) over het harmoniseren van het lokaal eigendomsbeleid. Het beleid en input van de ZSDZ-gemeenten en de provincie is naast elkaar gelegd en hier is een gemene deler in gezocht. Daarnaast is er input geleverd door lokale energie coöperaties die een windpark in beheer hebben. Het resultaat hiervan is een oplegnotitie die op 23 april 2025 is goedgekeurd. Deze oplegnotitie gebruiken de ZSDZ-gemeenten bij het herzien van hun lokaal eigendomsbeleid. Vervolgens is er door Zwartewaterland gewerkt aan een concept herzien beleid. Hier is onder andere de “Modelverordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek” van de Regionale Energie Strategie (RES), de ZSDZ-oplegnotitie en ambtelijke input van ZSDZ-gemeenten en provincie als input voor gebruikt.
Dit conceptbeleid is op 3 juli 2025 voorgelegd aan een klankbordgroep van de gemeenteraad, samen met een tabel waarin de veranderingen ten opzichte van het oude beleid wordt weergegeven. Hier is besloten dat er een participatietraject gestart zou worden voor inwoners en voor (overheids-)instanties. In deze reactienota worden de zienswijzen over de ontwerpbeleidsregel “lokaal eigendom, zeggenschap en participatie rond opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windturbine(s) gemeente Zwartewaterland 2025” samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. In hoofdstuk 2 wordt de procedure van de terinzagelegging besproken. Daarna wordt in hoofdstuk 3 aangegeven welke zienswijzen zijn ingediend en wordt de beoordeling van de zienswijze van de gemeente gegeven. Als de beoordeling positief is dan wordt die groen gemarkeerd er wordt er aangegeven hoe de zienswijze is verwerkt in het beleid. Als deze negatief wordt beoordeeld wordt deze rood gemarkeerd met uitleg waarom. Hoofdstuk 45 sluit af met de conclusie.
3
2. Participatie ontwerp-beleidsregel De ontwerpbeleidsregel “lokaal eigendom, zeggenschap en participatie rond opwek duurzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windturbine(s) in gemeente Zwartewaterland 2025” is ter inzage voorgelegd aan twee doelgroepen. Voor de inwoners van Zwartwaterland is er op 02 september 2025 een inloopavond gehouden. De uitnodiging voor deze avond is meermaals gedeeld in de stadskoerier. Verder hebben de inwoners van het zoekgebied windenergie Genne-Holten op adres een uitnodiging ontvangen. Tijdens deze avond konden zij doormiddel van een feedbackformulier hun aandachtspunten meegeven aan de gemeente en kregen zij de kans in gesprek te gaan over het ontwerpbeleid met de verantwoordelijke ambtenaren. Er zijn 8 inwoners langsgekomen voor een gesprek tijdens de inloopavond. Deze gesprekken waren zeer waardevol, en wij willen de inwoners die met ons in gesprek zijn gegaan van harte bedanken. Onderwerpen zoals de procedure bij de provincie, lokaal eigendom en de invulling daarvan zijn besproken. Er zijn echter geen zienswijzen naar voren gebracht tijdens de inloopavond. In hoofdstuk drie worden daardoor alleen de zienswijzen behandeld van (overheids-)instanties. Daarnaast is het conceptbeleid op 18 juli 2025 via e-mail gedeeld met verschillende (overheids-)instanties.
De instanties hebben tot 10 september 2025 de tijd om hun zienswijze in te dienen via e-mail. 6 instanties hebben gereageerd op het conceptbeleid. Hiernaast is er ook intern naar de beleidsregel gekeken en zijn er verschillende aanpassingen gedaan in de opmaak. Alle zienswijzen worden anoniem verwerkt en met de data wordt vertrouwelijk omgegaan. Hierdoor worden de zienswijzen anoniem weergegeven.
4
3. Beantwoording Zienwijze Zoals in vorig hoofdstuk genoemd zijn er geen zienswijzen ingediend door inwoners, daardoor worden hier alleen zienswijzen van (overheids-)instanties behandelt. Verder worden de zienswijzen per indiener weergegeven. Per zienswijze wordt eerst kort weergegeven wat de strekking is, vervolgens volgt de gemeentelijke reactie op het betreffende deel van de zienswijze gegeven en in hoeverre de zienswijze aanleiding geeft tot een aanpassing van de ontwerpbeleidsregel. Zienswijzen (overheids-)instanties (overheids-)instantie 1. 1. 2.
3. 4.
Inhoud zienswijze Artikel 1 B: “deze groep krijgt financiële compensatie” “Dit zou ik bij de uitwerking beschrijven niet bij de definities.” Artikel 1 C: “Het gaat wel om een collectief:” Staan inwoner en collectie hier niet op gespannen voet met elkaar als het gaat om lokaal? Hier lopen volgens mij twee termen door elkaar heen; Lokaal en Lokaal Eigendom. Hier noem je volgens mij iets dat bij Lokaal Eigendom thuishoort. Misschien het ook een idee om de term Lokaal Eigendom te definiëren.
beoordeling De zin is uit de definitie verwijderd.
Artikel 1 E: “Deze groep krijgt inspraak.” Dit zou ik bij de uitwerking beschrijven, niet bij de definities. Artikel 1F: “zeggenschap: de invloed…” Invloed kan positief of negatief (bijv. manipuleren) zijn. Hier zit in mijn beleving de grootste waarde van lokaal eigendom; zeggenschap op basis van democratisch waarden, zoals gelijkheid, vrijheid van meningsuiting, deliberatie, exclusiviteit, transparantie en verdeling van macht.
Het wordt verderop benoemd en de zin is uit de definities verwijderd. Het woord democratisch is toegevoegd ter verduidelijking.
Het stuk is aangepast naar de meervoudsvormen “inwoners” en “organisaties”.
5
5.
6.
7.
8. 9.
10. 11.
Artikel 1F: “lokaal geworteld” Wat is dit? Zij dit bedrijven die in Zwartewaterland zijn ontstaan? Hiermee voeg je volgens mij een voorwaarde toe zonder deze te definiëren. Of bedoel je gewoon lokale bedrijven. Artikel 2: en de rol van de gemeenteraad hierin. Ik begrijp deze toevoeging vanuit de Reikwijdte niet. De rol van de gemeenteraad is iets wat je aan de gemeenteraad toebedeeld (dit kan meer of minder zijn). De reikwijdte is een beperking/begrenzing. Artikel 3C: vast te leggen hoe de gemeenteraad omgaat met situaties waarin er geen gebiedsproces vanuit de bevolking tot stand komt Wanneer is dit in het proces? Zoals het er nu staat lijkt het alsof de gemeenteraad is ingrijpt in het geval een proces vastloopt en het proces stagneert. Dit wordt versterkt door de regel over snelheid. Is dit ook het idee achter deze tekst? Artikel 4: “volgende fases” Ik zou de fasen duidelijke benoemen. Nu wordt gesproken over A, B en C. Dit gebeurt in het vorige artikel ook en dit zijn geen fasen. Artikel 4/A: “gemeente/Gemeenteraad Twee vragen: Hier wordt onderscheid gemaakt tussen gemeente en gemeenteraad als bevoegd gezag. Is dit bewust? 2.
Waar duidt dit bevoegd gezag op? Bevoegd gezag over wat? Artikel 4A: gebiedsadviseur aan te stellen Door wie wordt deze gebiedsadviseur aangesteld? Artikel 4B: “aanbestedingsprocedure” Is aanbesteden hier de juiste term of is het, het uitzetten van een tender?
Ter verduidelijking is “lokaal geworteld” veranderd naar “lokaal gevestigd” De reikwijdte van dit beleid is ook het beschrijven van de rol van de gemeenteraad in het proces. Deze zienswijze wordt niet overgenomen. In het artikel “doel” wordt de precieze invulling van de doelen nog niet beschreven. Hoe dit doel wordt bereikt wordt verderop beschreven. De zienswijze wordt niet overgenomen. Anders verwoordt als “wordt als volgt vormgegeven” Geharmoniseerd naar “gemeenteraad”. Ter verduidelijking is aangevuld: “voor de vergunningverlening:” Tekst is aangepast om duidelijk te maken dat de gemeenteraad dit doet. Aanbestedingsprocedure is veranderd naar tender.
6
12.
13.
14. 15. 16. 17. 18.
Artikel 5B: “Indien wenselijk kan de gemeenteraad dan één initiatief selecteren, op basis van de hoogste scoring op de criteria in bijlage 1, waar zij steun aan geven.” Hoe kan dit als PS bevoegd gezag is? Kan de gemeenteraad dan ook steun verlenen aan een project dat bij PS lagere scoort? Artikel 7Ci: i. er is aantoonbaar en verifieerbaar contact geweest met een georganiseerde vorm van partijen zoals de wijk- of dorpsraad of een bestaande lokale energie coöperatie. Hiermee creëer je in mijn ogen een nieuwe definitie van Lokaal Eigendom. De vraag is ook hoe de democratische waarden hierin geborgd zijn. Kan een wijk- of dorpsraad bijvoorbeeld over voldoende steun van de samenleving rekenen? Spreken zij echt namens de samenleving? Artikel 9A: “lokale gemeenschap” Wat is de lokale gemeenschap? Dit is niet gedefinieerd. Artikel 10: “gemeenteraad” Of college van B&W? Artikel 10 iv: de energiecoöperatie Dit duidt op een specifieke entiteit. Bijlage 1 toetsingskader: “•Voldoende: een project voldoet minimaal aan de voorwaarde; verbetering is echter wenselijk.” Echter weghalen. Bijlage 1 toetsingskader: “3 Zonnepark(en) en/of windturbine(s) worden voor minimaal 50% met een streven naar 75 tot 100% coöperatief ontwikkeld en geëxploiteerd. (art. 7 lid C)” Hier wordt de term coöperatief geïntroduceerd, terwijl dit in de artikelen niet terugkomt.
Lokaal eigendom betekend niet automatie een coöperatie. Is het niet verstandig hier in de artikelen dan iets op te nemen?
Toelichting is toegevoegd dat er geen garantie op succes is voor gekozen initiatieven omdat de provincie bevoegd gezag is. Deze eis past binnen de huidige formulering van lokaal eigendom. Partijen spreken nooit namens de hele samenleving maar zijn wel nodig om lokaal eigendom te realiseren. De zienswijze wordt niet overgenomen. Veranderen naar “lokale inwoners en organisaties”. De gemeenteraad heeft budgetrecht dus beslist hierover in de basis. “de” is veranderd naar “een”. “echter” is weggehaald. Coöperatief is inderdaad geen doel op zich. Herschreven naar: “vanuit een samenwerkingsvorm met voldoende lokaal eigendom.”
7
(overheids-)instantie 2: Inhoud zienswijze: 1. Artikel 1A: “grootschalige opwek: de opwek van hernieuwbare energie via zonneparken van ten minste 2 hectare en de opwek van windenergie bij windturbines met een as-hoogte van ten minste 100 meter;” Wij gebruiken de tiphoogte i.p.v. de as-hoogte (50m) 2. Artikel 1B: “800 tot ongeveer 1500” Waarom deze range? Waar is dat van afhankelijk? 3. Artikel 1E: “10 x de tiphoogte” Lijkt mij logisch om óf tiphoogte, óf as-hoogte aan te houden. 4. Artikel 3A: “zeggenschap over” Over wat? 5. Artikel 5A: “als de provinciale staten bevoegd gezag zijn” Beetje dubbelop met hierboven
6.
Artikel 9B: “De opbrengsten van windturbine of zonnepark” Een
7.
Artikel 9B: “Onderdeel van deze verdeelsleutel is;” Zou een inspringing verwachten bij de volgende alinea Artikel 9Bi: “Deze Straal is”
8.
Beoordeling: “As-hoogte” is veranderd in “tiphoogte”.
Zie ook opmerking 11, wordt veranderd naar 1500 meter. Hier wordt tiphoogte aangehouden. Zie ook opmerking 1. “over” is verwijderd. Het is van belang om te beschrijven wat de rol van de gemeente is wanneer de provincie bevoegd gezag is. Tot zekere hoogte is dat dubbel op maar dat lijkt nodig te zijn. Veranderd naar: “De opbrengsten van een windturbinepark of zonnepark wordt verdeeld volgens een verdeelsleutel” Inspringing is toegevoegd. Aangepast 8
9. 10.
11.
Hoofdletter Bijlage 1 toetsingskader: “voorwaarden zoals in het beleid staan.” Deze? Over de definitie van lokaal eigendom: De regel “deze afstand is indicatief en mag flexibel toegepast worden” is te vrijblijvend. Ook is een ‘’collectief’’ niet specifiek genoeg. Voorgestelde nieuwe definitie: “Met eigendom wordt het juridische en economische bezit bedoeld. Een inwoner of bedrijf is lokaal als die gevestigd is in de gemeente(n) waarin het project zich bevindt of als de inwoner of het bedrijf zich binnen 5 kilometer van het project bevindt. Deze afstand is het uitgangspunt maar mag, indien noodzakelijk voor maatwerk, met enige flexibiliteit worden toegepast. Om onder de noemer lokaal eigendom te vallen dient een project of initiatief vanuit een collectief te worden aangegaan, zoals bijvoorbeeld een groep omwonenden of belanghebbenden. Een project in eigendom van één of enkele grondeigenaren of bewoners voldoet niet aan deze definitie.” Over de afstanden tot windturbines en zonneparken Zijn nu 800 – 1500 en 250 – 500. Opmerking: Grootste range gebruiken (dus 1500 en 500).
Aangepast De zin: “Deze afstand is het uitgangspunt maar mag, indien noodzakelijk voor maatwerk, met enige flexibiliteit worden toegepast.” Wordt overgenomen.
1500 en 500 meter worden aangehouden. Zie ook opmerking 2.
9
(overheids-)instantie 3: 1.
2.
Inhoud zienswijze: Je haalt twee onderwerpen door elkaar: Lokaal eigendom is iets anders dan participatie- en communicatievoorwaarden. Ik zou het knippen, Of een apart ‘hoofdstuk’ met een duidelijke knip. Of een apart document. Nu loopt het door elkaar en dat is verwarrend. Althans, voor mij. Zonneparken zijn nagenoeg kansloos. Dus waarom opnemen? Alleen kleintjes mogen nog. Die zou ik vrijlaten van allerlei extra regels.
3.
Verwachtingsmanagement: gemeenten hebben niet zoveel macht om LE af te dwingen. Er is slechts een inspanningsplicht. Het is geen ruimtelijk onderwerp.
4.
De definitie zou ik verhelderen. Bijvoorbeeld lokaal gewortelde maatschappelijke gemeente brede entiteit. Of vinden jullie een groepje rijke ondernemers of boeren ook prima? Het scoresysteem snap ik niet. De meeste zijn randvoorwaarden dus geen onderscheid. Alleen bij het percentage eigendom kun je verschillen krijgen. Hoe hoger hoe meer punten. Wat is de kans op een onrealistische wapenwedloop?
5.
Beoordeling: De titel is aangepast naar “Beleidsregel lokaal eigendom, zeggenschap en participatie…”. Daarnaast zijn de artikelen in hoofdstuk 2 opnieuw ingedeeld en vernoemd naar de thema’s lokaal eigendom, participatie, vergoedingen en zeggenschap. Zonneparken zijn de komende jaren inderdaad weinig kansrijk. Voor de volledigheid worden die toch in het beleid meegenomen. Ook om voorbereid te zijn voor de toekomst. De zienswijze wordt niet overgenomen. Voorlopig is lokaal eigendom inderdaad een inspanningsverplichting. Hier zijn wij ons van bewust. Wij kiezen ervoor om die kanttekening niet op te nemen in ons beleid om het beleid niet af te zwakken. Commerciële partijen zijn toch al op de hoogte van de inspanningsverplichting. De definitie van lokaal eigendom is al verhelderd op basis van voorgaande opmerkingen: instantie 1 opmerking 2, instantie 2 opmerking 10, Het percentage lokaal eigendom is inderdaad onderscheidend. Het financieel participatieplan, ondernemingsplan en procesparticipatieplan worden ook beoordeeld op onvoldoende, voldoende of goed. Op deze vier punten kan er dus onderscheid worden gemaakt. Deze zienswijze leidt daardoor niet tot aanpassingen. 10
6.
Wie A zegt moet ook B zeggen. Coöperaties hebben geen geld en kunnen amper geld lenen bij de bank. Dus zullen ze bij de gemeente aankloppen voor een risicovolle lening. Is jullie gemeente bereid om bijvoorbeeld 1 miljoen voor te financieren? Zijn jullie onderliggende financiële verordeningen op orde en hebben jullie leges een realistisch maximum?
Op het moment zijn wij ons aan het oriënteren op manieren waarop wij als gemeente een coöperatie financieel willen steunen. In dit specifieke geval geeft de provincie de vergunning dus zijn onze leges niet van belang. Voor de toekomst is het van belang om de lege verordening in de gaten te houden. Dit heeft geen consequenties voor het lokaal eigendomsbeleid grootschalige energieopwekking.
11
(overheids-)instantie 4: 1.
2.
Inhoud zienswijze: Artikel 1C: definitie lokaal eigendom. De zin ‘Het gaat wel om een collectief: één of enkele lokale partijen tellen niet als lokaal eigendom tenzij het om overheden gaat;’ past hier niet en het geeft geen duidelijkheid over wat een collectief wel (positief i.p.v. negatief geformuleerd) is. Het is logischer en geeft meer duidelijkheid als de term collectief een eigen definitie krijgt. Tekstsuggestie: Collectief: is een samenwerking van meerdere lokale partijen (meer dan één of enkele) dat erop gericht is brede betrokkenheid, zeggenschap en eigendom van inwoners en andere partijen te bewerkstelligen in de directe of lokale omgeving. Het is vervolgens wel van belang dat de term collectief verderop in de beleidsregel terugkomt en te borgen dat het om breed gedragen initiatieven moet gaan. Artikel 4A: hele artikel tekstsuggestie: als de gemeenteraad bevoegd gezag is kan ervoor worden gekozen een gebiedsadviseur aan te stellen die inwoners, grondeigenaren, lokale energiecoöperatie(s) en bedrijven in een aangewezen zoekgebied bij elkaar brengt. De adviseur onderzoekt samen met inwoners, energiecoöperatie(s) en bedrijven of zij gezamenlijk tot een collectief initiatief willen en kunnen komen om één of meerdere windturbines en/of zonneparken te realiseren.
De adviseur zorgt voor voldoende kennis en ondersteuning om in het gebied binnen een jaar tot een besluit te komen over het wel of niet starten van een gezamenlijk (maak er collectief van, geeft weer relatie met definitie) project dat voldoet aan de voorwaarden in deze beleidsregel.
Beoordeling: Een definitie voor een collectief is toegevoegd. De term collectief wordt aan andere artikelen toegevoegd.
Coöperatie en collectief zijn toegevoegd aan het artikel.
12
3.
4.
Artikel 5A: hele artikel tekstsuggestie: als de provinciale staten bevoegd gezag zijn bepaald de provincie de randvoorwaarden per gebied. De gemeente kan in een dergelijk proces in mindere mate sturen op het eigen beleid rond lokaal eigendom. Ook in dit proces is het een optie om een gebiedsadviseur aan te stellen om verschillende partijen, waaronder de lokale energiecoöperaties, bij elkaar te brengen en te sturen op een zo hoog mogelijk percentage lokaal eigendom zoals beschreven in artikel 4.1; Artikel 10 iv: “de rol van de energiecoöperatie in de ontwikkeling;” Dit criterium komt niet of nauwelijks terug in bijlage 1 (toetsingskader). Daarmee wordt onvoldoende de mogelijke rol van de lokale energiecoöperatie geborgd. Het zou als volgt ondervangen kunnen worden in voorwaarde 3 van het toetsingskader: Verder laat het in detail zien hoe deze coöperatie is opgezet en functioneert en hoe de lokale energiecoöperatie hierin betrokken is en een rol speelt.
Verschillende partijen is vervangen door: inwoners, grondeigenaren, lokale energie coöperaties, en bedrijven
Bij toetsingskader voorwaarde 3 is toegevoegd: samenwerking met een lokale energie coöperatie is hierin een pre. Bij toetsingskader voorwaarde 6 is “lokale energie coöperaties toegevoegd”
13
(overheids-)instantie 5: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Inhoud zienswijze: Artikel 1 definities Ik mis de definitie van coöperatief Artikel 5 Proces bevoegd gezag provincie: “provinciale staten” GS Artikel 5A: “provinciale staten” Gedeputeerde Staten Artikel 5A: “bepaald” Bepaalt Artikel 5B: Provinciale staten” “Gedeputeerde Staten” Artikel 7C iii en iv Hoe wordt dit beoordeeld? En wat is dan de weigeringsgrond als dat niet het geval is?
Beoordeling: Er is, op basis van instantie 4 opmerking 1, nu de definitie “collectief” gehanteerd die ook de lading dekt. Aangepast Aangepast Aangepast Aangepast Het is moeilijk hard te maken wat een “reële termijn” is of wat een “economisch realistisch bod” is. Dit is namelijk afhankelijk van de businesscase van een project en de tijdsplanning van een project. Op voorhand kan niet worden gesteld hoe dit wordt beoordeeld maar blijft nuttig om op te nemen als richtlijn.
14
15
(Overheids-)instantie 6: 1.
2.
3.
4.
Inhoud zienswijze: Overweging vooraf: Is een grootschalig batterijpark niet ook grootschalig en onderhevig aan bepaalde voorwaarden die hierin opgenomen kunnen worden? Zeker met het risico dat dat er mogelijk aan gaat komen: Beleidsregel zeggenschap en lokaal eigendom opwek en opslag duurzame energie. Definities Wenselijk is om niet de termen lokaal en eigendom apart te definiëren, maar het begrip lokaaleigendom als geheel te definiëren. Dat verduidelijkt wat de gemeente onder lokaal eigendom verstaat. Het document hanteert veel impliciet taalgebruik. Daarmee wordt weliswaar ruimte voor de toekomst gelaten, maar dit leidt ook tot (ongewenste) onduidelijkheid. Een aantal voorbeelden. Bij artikel 4a. Hier wordt gesproken over het aanstellen van een gebiedsadviseur. Maar onduidelijk is in welke situatie deze adviseur wordt aangesteld.
Beoordeling: Op dit moment heeft de gemeente geen beleid voor grootschalige energieopslag. Die gaat in de toekomst wel opgesteld worden. Dit wordt een separate beleidsregel.
Bij artikel 4b Onduidelijk in welke volgorde dit bepaald wordt? Wordt er altijd eerst een gebiedsadviseur aangesteld en hoelang mag zo'n proces duren. Het woord kan is
Aan artikel 4A is “indien nodig” toegevoegd. Er wordt niet altijd een gebiedsadviseur aangesteld. De definitie voor “collectief” is op basis van instantie 4 opmerking 1 toevoegt en verwijst naar lokale partijen.
De termen “lokaal” en “eigendom” zijn bewust uit elkaar gehaald om een lange onoverzichtelijke definitie te voorkomen. Deze termen zijn duidelijk geformuleerd en geven op die manier weer wat de gemeente verstaat onder lokaal eigendom. Artikel 4A wordt bewust opengelaten om de gemeenteraad zoveel mogelijk vrijheid te geven in hun keuze. Elk gebiedsproces is anders dus voorwaarden voor een gebiedsadviseur opnemen is erg lastig en kan de vrijheid van de raad inperken.
16
5. 6.
7.
8.
verwarrend. Beter is een duidelijke volgorde te bepalen en aan te geven dat een lokaal initiatief altijd de voorkeur heeft. Wat gebeurt er wanneer bijv. een coöperatie plus ontwikkelaar gezamenlijk een initiatief ontwikkelen met een voorgestelde aandelenverhouding 80% EC en 20% ontwikkelaar. Bij Artikel 4, c Op basis van welke telling wordt de winnaar bepaald? Bij artikel 5b Het is onduidelijk waar de verantwoordelijkheid ligt en wat de rol van de gemeente hierin is. Het is vaag omschreven. Ook is onduidelijk of dit proces ook betrekking heeft op de ingediende verzoeken per 1 september 2025. Hierin bepaalt de Provincie toch wie de winnaar is. Artikel 7b Hier wordt gesproken over een toetsingskader, de Provincie hanteert ook een toetsingskader voor de ingediende voorstellen die 1 september moeten worden ingeleverd (vanuit ruimtelijk perspectief) Vraag: hanteert de Gemeente dit toetsingskader voor de ingediende voorstellen voor 1 september 2025. Dit is niet uit de tekst op te maken.
Bij 80% lokaal eigendom en 20% commercieel eigendom zal de gemeenteraad waarschijnlijk medewerking verlenen tenzij er een initiatief is met meer lokaal eigendom.
Artikel 9 B ii Hier wordt gesproken over een gebiedsfonds. Vraag: wie stelt het fonds in en wie beheert dit fonds?
De precieze invulling van een gebiedsfonds staat voor gemeente Zwartewaterland nog niet vast. Hier wordt met
Scoring wordt gedaan op basis het toetsingskader. Dit toetsingskader is verhelderd. De rol van de gemeente is het ondersteunen van het initiatief dat het beste scoort volgens deze beleidsregel. Zoals beschreven is Gedeputeerde Staten bevoegd gezag voor vergunningverlening. De ingediende initiatieven tot 1 september zijn op een vergelijkbare manier behandeld. Deze vraag heeft betrekking op de inwerkingtreding van de beleidsregel. Niet zozeer op de inhoud daarvan. De gemeente zal publiceren wanneer de beleidsregel inwerking treedt.
17
9.
Heeft de afdracht naar het fonds betrekking op het buurgemeenten in breder verband aan gewerkt. De afdracht opgesteld of het opgewekt vermogen? heeft betrekking op opgewekt vermogen. Artikel 10, x Samen met de omgeving in de invloedssfeer Participatieplan wordt gezamenlijk vastgesteld. Wie zijn dat? Wie stellen vast?
18
4. Conclusie In totaal hebben de zes (overheids-) instanties 54 zienswijzen ingediend. Hiervan zijn er 39 verwerkt in het beleid en 15 niet. Deze schriftelijke zienswijzen zijn zeer waardevol en wij willen de instanties die de tijd hebben genomen om deze in te dienen danken voor hun tijd. De zienswijzen hebben geleid tot een aanscherping van de tekst en de opmaak. De aard en filosofie van het beleid is echter intact gebleven. In het uitvoeren van het beleid is er geen wezenlijk verschil na de zienswijzen anders dan dat deze duidelijker is verwoord en weergegeven.
19