Bijlage 2. Projectplan Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht
Tekst van het document
Projectplan Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................3 1.2 Context .................................................................................................................................3 1.3 Kansen & bedreigingen ..........................................................................................................4 2. Resultaat ...................................................................................................................................5 2.1 Beoogd projectresultaat .........................................................................................................5 2.2 Afbakening ...........................................................................................................................6 3. Aanpak ......................................................................................................................................7 4. Participatie en communicatie .....................................................................................................
10 4.1 Belanghebbenden................................................................................................................ 10 4.2 Communicatieaanpak .......................................................................................................... 10 5. Organisatie .............................................................................................................................. 11 5.1 Projectinrichting .................................................................................................................. 11 5.2 Inzet capaciteit ................................................................................................................... 13 6. Financiën ................................................................................................................................. 14
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Landelijk is het versterken van weerbaarheid een expliciete prioriteit. In de kamerbrief van 6 december 2024 benadrukte de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) de dreiging van militaire en hybride aanvallen en de noodzaak van een weerbare samenleving. De Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) heeft gemeenten daarbij nadrukkelijk aangesproken op hun verantwoordelijkheid, zowel voor de eigen organisatie als richting inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. In de kamerbrief van 11 juli 2025 is bevestigd dat de dreiging verder toeneemt en dat de weerbaarheidsopgave groot en complex is. Met de meerjarige publiekscampagne Denk Vooruit wordt ingezet op bewustwording en voorbereiding van inwoners. De zogenoemde “hoe brief” van 12 december 2025 concretiseert deze opgave. Hierin worden maatregelen benoemd zoals het beschermen van vitale voorzieningen, het voorbereiden op langdurige verstoringen, het verbeteren van crisisstructuren en het inrichten van lokale noodsteunpunten. Voor gemeenten raken deze maatregelen direct aan het dagelijks werk, zoals ruimtelijke keuzes, beheer van infrastructuur, voorbereiding op crises, ondersteuning van kwetsbare inwoners, versterking van de eigen bedrijfscontinuïteit en samenwerking met lokale partners.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft gemeenten een aanzet gegeven met de handreiking Weerbaarheid en Veerkracht op lokaal niveau, inclusief een 41 punten lijst als bouwstenen voor een uitvoeringsplan. Deze handreiking maakt duidelijk dat het versterken van weerbaarheid geen losse actie is, maar een samenhangende en structurele opgave die meerdere beleidsvelden raakt. Veiligheidsregio IJsseland vertaalt de handreiking van de VNG in een regionale aanpak in het rapport Samen werken aan weerbaarheid en veerkracht. Dit rapport benoemt de gezamenlijke verantwoordelijkheden en taken van veiligheidsregio en gemeenten. Voor de gemeente Zwartewaterland betekent dit dat de weerbaarheidsopgave vraagt om een integrale, projectmatige aanpak in het licht van een grootschalige en langdurige verstoring van de samenleving waarin: ● ● ●
De continuïteit van het functioneren van lokaal bestuur en de ambtelijke organisatie worden geborgd. De lokale crisisorganisatie wordt versterkt en noodsteunpunten worden ingericht. Het sociaal weefsel en de samenredzaamheid in de gemeente Zwartewaterland worden vergroot.
1.2 Context De wereld om ons heen is onrustiger en minder voorspelbaar geworden. Internationale spanningen nemen toe en ook hybride dreigingen, digitale verstoringen en risico’s rond vitale infrastructuur worden reëler. Tegelijkertijd zien we de gevolgen van extreem weer, langdurige droogte en wateroverlast steeds vaker terug in de praktijk. Recente voorbeelden laten zien hoe groot de impact kan zijn. De grootschalige stroomstoringen in Spanje, Portugal en Frankrijk in 2025 tonen aan hoe kwetsbaar samenlevingen zijn bij uitval van energie. Het is daardoor voorstelbaar dat zich een crisis voordoet die ook Zwartewaterland direct raakt en het dagelijks leven langdurig kan ontregelen.
3
1.3 Kansen & bedreigingen In dit hoofdstuk zijn de kansen en bedreigingen voor het project maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht beschreven. Kansen: 1. Landelijke beleidsaandacht en bestuurlijke prioriteit: De VNG biedt een concreet kader met 41 acties rond de maatschappelijke weerbaarheidsopgave. Dit biedt kansen om: a. lokale ambities te legitimeren met een landelijk gedragen agenda; b. Interne prioritering te versnellen, met een duidelijke actielijst; c. Financiering te onderbouwen; d. Regionale samenwerking te structureren. 2. Position paper “Samen werken aan weerbaarheid en veerkracht” Veiligheidsregio IJsselland: de position paper benadrukt onder meer de netwerksamenwerking en de integrale benadering van fysieke en digitale dreigingen. Voor de gemeente biedt dit de volgende kansen: a. Aansluiten bij regionale prioriteiten om capaciteit en expertise te delen; b. Gebruikmaken van regionale communicatiecampagnes; c. Lokale pilots positioneren als voorbeeldproject binnen de regio; 3. Klimaatadaptatie en energietransitie: deze transities vragen om aanpassingsvermogen en risicobewustzijn. De kansen hierin zijn: a. Weerbaarheid integreren in klimaatbeleid en ruimtelijke plannen; b. Samenwerking met woningcorporaties en energiecoöperaties; c. Bewoners betrekken bij fysieke aanpassingen in de leefomgeving. Zo wordt weerbaarheid onderdeel van bredere maatschappelijke opgave.
Bedreigingen: 1. Bestuurlijk/procesmatig risico: strak gedefinieerd projectkader kan snel achterhaald raken in een dynamisch dreigingsbeeld en voortschrijdend inzicht. 2. De opgave kan vele beleidsterreinen raken, waardoor het geheel te groot wordt. Een heldere scope is van belang. 3. Het project binnen Zwartewaterland staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van de brede regionale en nationale initiatieven rondom het versterken van maatschappelijke weerbaarheid. Lokale uitkomsten en keuzes zullen in lijn moeten zijn met regionale en nationale ontwikkelingen. Regionale samenwerking is noodzakelijk om samen verder te komen, terwijl je alleen sneller gaat.
4
2. Resultaat 2.1 Beoogd projectresultaat Het project Maatschappelijke Weerbaarheid en Veerkracht bevat 3 doelen te weten: 1. De continuïteit van bestuur en organisatie waarborgen; 2. Het versterken van de lokale crisisorganisatie en noodsteunpunten; 3. Het versterken van het sociaal weefsel en samenredzaamheid. Elk doel levert een of meerdere effecten en/of producten op. Hierbij is de relatie gelegd met de 41 maatregelen uit de VNG handreiking. In bijlage 1. zijn de maatregelen nader geprioriteerd. 1. Continuïteit van bestuur en organisatie De gemeente kan bij langdurige verstoringen haar kernprocessen blijven uitvoeren en bestuurlijk blijven functioneren. (VNG handreiking 1. Eigen continuïteit 1 t/m 7, 2. Crisisorganisatie 1, 6. Samenleving als overkoepelend systeem 1, 2). Hoe meten we dat: a. Aanwezigheid en kwaliteit van continuïteitsplannen voor organisatie en bestuur ● Inzicht in kritieke processen met een actueel en vastgesteld continuïteitsplan. ● Beschikbaarheid van een bestuurlijk crisisdraaiboek. ● Periodieke toetsing aan de VNG 41 punten lijst. b. Oefenen en testen ● Tenminste één georganiseerde oefening per jaar in het kader van bedrijfscontinuïteit, inclusief scenario langdurige stroomuitval. ● Evaluatie van oefeningen. ● Aantal verbeterpunten dat binnen afgesproken termijn is opgepakt. c.
Operationele paraatheid ● Tijd die nodig is om alternatieve werkplekken operationeel te hebben. ● Mate waarin kritieke functies dubbel bezet of vervangbaar zijn. Effectmeting ● Onafhankelijke audit of zelfevaluatie op basis van de VNG pijlers. Looptijd ● april 2026 - december 2027 2. Versterken lokale crisisorganisatie en noodsteunpunten Inwoners kunnen bij een langdurige en grootschalige verstoring terecht bij toegankelijke en functionerende noodsteunpunten. (VNG handreiking 2. Crisisorganisatie 2, 3, 4, 5, 7, 3. Vitale voorzieningen 2, 3, 6, 7, 8, 4. Sociaal weefsel 3, 5, 5. Zelfredzaamheid inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties 2, 3). Hoe meten we dat: a. Inrichting en dekking ● Gedragen visie binnen de gemeente van wat noodsteunpunten in Zwartewaterland zijn en welke steun zij voor de inwoners betekenen. ● Uitgewerkt plan voor het instellen en in stand houden van noodsteunpunten conform de visie. b. Organisatie en samenwerking ● Vastgestelde draaiboeken en bemensingsplannen. ● Aantal samenwerkingsafspraken met maatschappelijke partners. ● Aantal getrainde medewerkers en vrijwilligers. ● Beschikbaarheid van noodcommunicatiemiddelen. c. Oefenen en testen ● Praktijktest van minimaal één noodsteunpunt per jaar. ● Evaluatie van inzet tijdens oefeningen. Effectmeting ● Tijd tot operationeel zijn van een noodsteunpunt bij testscenario. 5
● Evaluatie van inwoners en betrokken partners na oefening of inzet. Looptijd ● april 2026 - december 2027 3. Sociaal weefsel en samenredzaamheid Inwoners en maatschappelijke partners zijn beter voorbereid en weten wat zij zelf kunnen doen bij een langdurige en grootschalige verstoring. (VNG handreiking 2. Crisisorganisatie 8, 3. Vitale voorzieningen 3, 4, 5, 9, 10, 4. Sociaal weefsel 1, 2, 4, 6, 7, 5. Zelfredzaamheid inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties 1, 4, 5, 6, 6. Samenleving als overkoepelend systeem 3). Hoe meten we dat: a. Bewustwording ● Bereik van communicatiecampagnes, bijvoorbeeld aantal bereikte huishoudens. ● Resultaten van een korte inwonersenquête over crisis voorbereiding, bijvoorbeeld percentage inwoners met noodpakket. b. Netwerkvorming ● Aantal actieve netwerken per kern, zoals dorpsbelangen of vrijwilligersgroepen. ● Aantal samenwerkingsafspraken met maatschappelijke organisaties. ● Betrokkenheid van ondernemers bij weerbaarheidsinitiatieven. c. Initiatieven vanuit de samenleving ● Aantal lokale initiatieven gericht op weerbaarheid. ● Mate waarin inwoners deelnemen aan bijeenkomsten of trainingen. Effectmeting ● Kwalitatieve evaluatie met dorpsbelangen en partners. Looptijd ● april 2026 - december 2027
2.2 Afbakening Het project beperkt zich tot de 41 punten uit de VNG handreiking weerbare samenleving en de regionale vertaling daarvan in het rapport Samen werken aan weerbaarheid en veerkracht van Veiligheidsregio IJsselland. De 41 punten zijn onderverdeeld in drie hoofddoelen. In de bijgevoegde tabel zijn alle actiepunten gekoppeld aan deze drie doelen. De gemeente is actiehouder op 38 van de 41 punten en is daarmee primair verantwoordelijk voor de uitvoering en voortgang. Veiligheidsregio IJsselland vervult een ondersteunende en adviserende rol. De veiligheidsregio levert inhoudelijke expertise, denkt mee over aanpak en samenhang en ondersteunt waar nodig bij regionale afstemming.
6
3. Aanpak 1. Eigen continuïteit Doel
1. Zorgen dat de gemeentelijke organisatie blijft functioneren tijdens verstoringen. Kritieke processen gaan door, medewerkers weten wat ze moeten doen en de dienstverlening aan inwoners en bedrijven blijft zo veel mogelijk op peil. 2. De gemeente heeft in 2026-2027 een interne organisatie die ook onder langdurige verstoringen blijft functioneren. 3. Zorgen dat basisvoorzieningen van het functioneren bij langdurige verstoringen.
Aanpak
gemeentelijk
apparaat
blijven
1. We brengen kritische bedrijfsprocessen in kaart, actualiseren continuïteitsplannen en oefenen met scenario’s waarbij ICT en stroom uitvallen. Teams werken met alternatieve werkprocessen en papieren procedures. 2. We werken vanuit een realistisch worst-case scenario en sluiten aan op de regionale inzet van Veiligheidsregio IJsselland. 3. We brengen de kwetsbaarheden van de vitale infrastructuur in kaart, richten back-upvoorzieningen in en maken praktische afspraken over wat er gebeurt bij langdurige uitval.
Impact
1. De gemeente valt niet stil bij een crisis. Medewerkers kunnen doorwerken, belangrijke processen blijven draaien en inwoners en bedrijven merken minder hinder. De organisatie heeft meer grip, minder afhankelijkheid van digitale systemen en herstelt sneller na een verstoring. 2. Het gemeentelijk apparaat blijft bestuurbaar en bereikbaar. Het risico op ontregeling daalt.
7
2. Lokale crisisorganisatie en noodsteunpunten Doel
1. Gedragen visie binnen de gemeente van wat noodsteunpunten in Zwartewaterland zijn en welke steun zij voor de inwoners betekenen. 2. Uitgewerkt plan voor het instellen en in stand houden van noodsteunpunten conform de visie, inclusief nood communicatiemiddelen, het vaststellen van draaiboeken en bemensingsplannen. 3. We hebben samenwerkingsafspraken gemaakt met maatschappelijke instanties in de regio over de noodsteunpunten.
Aanpak
1. We organiseren een gezamenlijk traject met bestuur, betrokken afdelingen en externe partners waarin nut, noodzaak en uitgangspunten van noodsteunpunten worden verkend en vastgelegd. 2. We richten noodsteunpunten in, in samenwerking met de veiligheidsregio. De noodsteunpunten voorzien in informatieverstrekking, ook worden de mogelijkheden verkend in het kader van noodstroom en maatschappelijke initiatieven. 3. Om de uitvoerbaarheid en effectiviteit te toetsen, wordt een praktijktest uitgevoerd met alle samenwerkingspartners waarbij één noodsteunpunt daadwerkelijk wordt ingericht en operationeel wordt gemaakt.
Impact
1. Sociale partners weten welke noodsteunpunten voor hun wijk relevant zijn. Er zijn afspraken gemaakt over de taakverdeling tussen noodsteunpunten en hulpdiensten. 2. Inwoners kunnen bij een crisis terecht op toegankelijke en goed georganiseerde noodsteunpunten voor informatie, opvang en praktische ondersteuning.
8
3. Sociaal weefsel Doel
1. Inwoners en maatschappelijke partners zijn beter voorbereid en weten wat zij zelf kunnen doen bij een langdurige en grootschalige verstoring. 2. Gemeente maakt afspraken met bedrijven en maatschappelijke partners en versterkt hiermee de samenwerkingsverbanden.
Aanpak
1. Gemeente faciliteert in het kader van burgerhulpverlening de samenwerking met partners, zoals trainingen in eerste hulp- en benodigde (crisis)vaardigheden voor inwoners, vrijwilligers en leden van (sport)verenigingen. 2. Gemeente en de veiligheidsregio integreren burgerhulpverlening in de planvorming en benutten indien mogelijk burgerinitiatieven in de warme fase van een crisis op een gecoördineerde wijze. 3. Gemeenten faciliteren participatieprojecten / burgerinitiatieven in de wijken en buurten (leer je buren beter kennen/ samenredzaamheid).
Impact
1. Inwoners zijn veerkrachtiger en zelfredzamer bij langdurige of grootschalige verstoringen, waardoor zij sneller en adequater kunnen handelen. 2. Hulpverlening en gemeentelijke inzet worden versterkt door goed georganiseerde burgerhulp en sterke samenwerkingsverbanden met maatschappelijke partners en bedrijven. 3. In wijken en buurten ontstaat meer onderlinge verbondenheid en samenredzaamheid, waardoor de impact van een crisis op de gemeenschap wordt beperkt.
9
4. Participatie en communicatie 4.1 Belanghebbenden De belanghebbenden zijn: Intern - College van B&W - Gemeenteraad - Eenheden (lijnorganisatie) - Projectteam Extern -
Inwoners en wijkraden Bedrijven en ondernemersverenigingen Maatschappelijke organisaties (zorg, onderwijs, milieu) Provincie, waterschappen, Rijksoverheid Vitale organisaties (NUTS-bedrijven, afvalverwerkers) Veiligheidsregio IJsselland
4.2 Communicatieaanpak De projectorganisatie werkt vanuit een vooraf op te stellen communicatie- en participatieplan waarin de inen externe communicatie voor het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid zijn uitgewerkt. Medewerkers, college en raad, inwoners en maatschappelijk middenveld worden regelmatig geïnformeerd over en betrokken bij de projectmatige ontwikkelingen en consequenties van het project en worden geënthousiasmeerd om te participeren bij het versterken van de opgaven.
10
5. Organisatie 5.1 Projectinrichting Bestuurlijke en ambtelijke sturing De bestuurlijke en ambtelijke sturing wordt belegd bij een stuurgroep. De stuurgroep bestaat uit de bestuurlijk opdrachtgever, de ambtelijk opdrachtgever en de projectleider. De stuurgroep is verantwoordelijk voor de strategische aansturing van het project. Zij bewaakt de voortgang op hoofdlijnen, stelt kaders, neemt besluiten over richting en middelen en zorgt voor bestuurlijke en organisatorische borging. De projectleiders rapporteren periodiek aan de stuurgroep. Projectleiding De dagelijkse aansturing van het project ligt bij de projectleider. De projectleider is verantwoordelijk voor de voortgang, samenhang tussen de verschillende onderdelen, planning en rapportage aan de stuurgroep. Gezien de breedte van het project wordt per afzonderlijk doel een werkgroep aangewezen. In de werkgroepen zijn trekkers die verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke uitwerking en uitvoering binnen hun eigen onderdeel en leggen verantwoording af aan de projectleider. De projectleider is tevens trekker van de werkgroep ‘versterken lokale crisisorganisatie en noodsteunpunten’, omdat binnen dit onderdeel input en afstemming nodig is vanuit de andere werkgroepen. Door deze rol te combineren kan snel worden geschakeld, wordt samenhang geborgd en kunnen afhankelijkheden tijdig worden opgepakt.
Werkgroepen Het project wordt uitgevoerd door multidisciplinaire werkgroepen. In de werkgroepen zijn in ieder geval de volgende disciplines vertegenwoordigd: ● ● ● ● ● ● ●
Openbare Orde en Veiligheid Bedrijfsvoering Sociaal domein Leefbaarheid Duurzaamheid Communicatie Facilitaire zaken
Overigens hoeven niet alle disciplines in alle werkgroepen vertegenwoordigd te worden. Zo hebben bijvoorbeeld facilitaire zaken en bedrijfsvoering een cruciale rol in spoor 1, eigen continuïteit. Maar niet of nauwelijks in spoor 3, sociaal weefsel. Communicatie dient wel betrokken te zijn met alle werkgroepen. Door deze brede samenstelling wordt zowel beleidsmatig als uitvoerend perspectief geborgd en kan integraal worden gewerkt aan maatschappelijke weerbaarheid. Werkgroep
Betrokken afdelingen
Trekkende afdeling
Betrokken portefeuillehouder
1. Eigen continuïteit
Gebouwbeheer, facilitair,ONS, HR, Burgerzaken, SD, Communicatie, Veiligheid, BOR, Buitendienst, Duurzaamheid
Interne dienstverlening/bedrijfsvoering
M. Slingerland
2. Versterken lokale crisisorganisatie en noodsteunpunten
Veiligheid, Communicatie, SD, Leefbaarheid, Buitendienst/BOR, EZ, Duurzaamheid
Team Veiligheid
J. Compagner
3. Sociaal Weefsel
Leefbaarheid, SD, EZ, Communicatie, Duurzaamheid
Team Leefbaarheid (participatie)
J. van der Poel
11
12
5.2 Inzet capaciteit De projectleiding en werkgroepen blijven zolang nodig om de doelen van het projectplan te behalen. De verwachte looptijd van het project is van april 2026 tot en met december 2027 Daarna worden taken en verantwoordelijkheden opgenomen in de staande organisatie, zodat het inzetten op weerbaarheid en veerkracht (na 2027) meer structureel onderdeel wordt van de gemeentelijke werkzaamheden. Voor de projectleiding en communicatie is in de periode tot en met december 2027 de volgende capaciteit nodig: ● ● ●
Projectleiding: 0,5 fte Drie aanjagers / trekkers: per spoor 0,25 fte (totaal 0.75 fte) Communicatie: 0,25 fte voor ondersteuning van programmamanager en alle sporen.
Per spoor zal er een werkgroep ingesteld worden met deelnemers uit de staande organisatie om afzonderlijk, maar in samenhang met de andere werkgroepen, te werken aan de beoogde doelen. De capaciteit van de leden van de werkgroep is niet nader uitgewerkt, omdat verwacht wordt dat veel werkzaamheden in de staande organisatie uitgevoerd kunnen worden.
13
6. Financiën Geef hier aan hoe het project wordt bekostigd en hoe middelen worden verdeeld. Het onderscheid tussen structurele en incidentele middelen is daarbij essentieel. Totale budget
Voor de start van de uitvoering van het project is een budget benodigd voor projectleiding, de inhoudelijke uitwerking van de drie pijlers, afstemming met partners, communicatie en participatie. In totaal is voor de hele projectperiode in 2026 en 2027 € 125.000 nodig. Hiervan is naar verwachting € 50.000 benodigd in 2026 en € 75.000 in 2027. Het voorstel is om het bedrag voor 2026 te betrekken wij bij de Zomernota 2026. Daarnaast wordt voorgesteld het bedrag voor 2027 van € 75.000 te betrekken bij de Programmabegroting 2027-2030. Voor de dekking van deze middelen wordt voorgesteld om een beroep te doen op de Algemene reserve.
Structurele middelen
Vanuit het Rijk is aan de Veiligheidsregio IJsselland 580.000 EUR in 2026 beschikbaar gesteld. Vanaf 2027 krijgt de Veiligheidsregio structureel 829.000 EUR. Er zijn binnen het Algemeen Bestuur nog geen afspraken gemaakt over de verdeling.
Incidentele middelen
De raad wordt voorgesteld voor de uitvoering van het project Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht voor de hele projectperiode in 2026 en 2027 een budget van in totaal € 125.000 beschikbaar te stellen en dit budget te dekken uit de algemene reserve. De raad wordt voorgesteld de integrale financiële afweging voor het budget in 2026 te betrekken bij de Zomernota 2026 en de integrale afweging voor het budget in 2027 te betrekken bij de Programmabegroting 2027-2030. Vanuit de Veiligheidsregio Ijsselland is dit jaar per gemeente 25.000 EUR (op declaratiebasis) beschikbaar gesteld. Dit budget mag uitsluitend worden ingezet ten behoeve van de pilot Noodsteunpunten. Daarnaast stelt de Veiligheidsregio per gemeente een aggregaat t.w.v. 11.000 EUR beschikbaar.
Verdeling per jaar en project
Vanuit de Veiligheidsregio komen vanaf 2027 structurele middelen beschikbaar. De verdelingen hiervan per jaar onder de gemeenten is nog niet duidelijk.
14
Bijlage 1 – Actiepunten (geprioriteerd) LEGENDA Hoge prioriteit. Ondergrens/wettelijke taak. Kan in de tijd worden weggezet/onderdeel uitmaken van bestaande overlegstructuren/samenwerkingsverbanden. Eindverantwoordelijkheid ligt bij een andere partner of moet binnen de Veiligheidsregio gezamenlijk worden opgepakt.
Gemeentelijke doelen en samenwerkingspartners
Continuïteit
Versterken lokale Sociaal weefsel en Samenwerkingspartner crisisorganisatie samenredzaamheid
Onderwerp
VNG punten
1. Eigen continuïteit
X 1. Gemeenten brengen de kritieke bedrijfsprocessen, zoals uitkeringen, betalingen en taken op het gebied van openbare orde en veiligheid in beeld en leggen duidelijke waarborgen vast voor de continuïteit ervan.
Gemeente zelf oppakken.
2. Gemeenten zorgen ervoor dat er in hun Business Continuity Management een prioritering komt voor de meest kritieke bedrijfsprocessen.
X
Gemeente zelf oppakken.
3. Gemeenten zorgen ervoor dat de gemeentelijke informatievoorziening robuust en bereikbaar is, zowel online als offline. Denk hierbij aan combinaties van digitale en fysieke informatiekanalen.
X
Gemeente zelf oppakken.
4. Gemeenten versterken de digitale infrastructuur door X afspraken met ICT-leveranciers en cloud-aanbieders met aandacht voor: bescherming tegen cyberaanvallen en hacks, inclusief detectie- en responsprocedures; opslag van gevoelige data op dataservers binnen Europees grondgebied, conform de
Primaat gemeenten (ONS), samen met BZK, JenV (NCSC)
15
Europese privacy- en veiligheidsrichtlijnen. Gemeenten hebben hiervoor een standaard gemeentelijk Service Level Agreement (SLA) met eisen rondom beschikbaarheid, herstelcapaciteit en communicatie bij incidenten ontwikkeld. X 5. Gemeenten oefenen op langdurige crises met een brede vertegenwoordiging uit de gemeentelijke organisatie (dus breder dan de veiligheidskolom en MTniveau).
Gemeente zelf oppakken. Oefenen van BCM.
X
Gemeente zelf oppakken.
6. Gemeenten hebben afspraken over interne communicatie: wie is waarvoor aan zet? Wie moet wat weten? Daarbij is een inschatting gemaakt van de gevoeligheid van de informatie: gedetailleerde informatie over voorbereidingshandelingen van de gemeente kan ook misbruikt worden.
2. Crisisorganisatie
X 7. Gemeenten hebben oog voor de continuïteit onder eigen personeel, waarbij een deel persoonlijk betrokken zal zijn bij crises. Denk bijvoorbeeld aan het samenstellen van een gemeentelijk kernteam, het inventariseren van reservisten en mantelzorgers binnen de gemeentelijke organisatie.
Gemeente zelf oppakken. Grotendeels gereed via het BNP.
X
Gemeenten gezamenlijk met Veiligheidsregio
1. Gemeenten ontwikkelen een duidelijk communicatieplan richting inwoners in tijden van crisis maar ook in de voor- en nafase. 2. Gemeenten richten noodsteunpunten in, in samenwerking met veiligheidsregio's. De noodsteunpunten voorzien in informatieverstrekking, ook worden de mogelijkheden verkend in het kader van noodstroom en maatschappelijke initiatieven. Sociale partners weten welke noodsteunpunten voor hun wijk relevant zijn. Er zijn afspraken gemaakt over de taakverdeling tussen noodsteunpunten en hulpdiensten.
X
Primaat gemeente. Betrokken partners: Veiligheidsregio, politie en maatschappelijke partners
16
3. Test en borg de werking van de Nood Communicatie Voorziening (NCV) en de crisisnoodlijn binnen de gemeente en sluit deze aan op de noodstroomvoorziening.
X
Gemeente test al stuctureel. Borgen is landelijk.
4. Gemeenten hebben afspraken gemaakt met veiligheidsregio's in het kader van bevolkingszorg, ook na 72 uur.
X
Regionale afstemming met de 11 gemeenten noodzakelijk via VR.
5. Gemeenten ondersteunen de veiligheidsregio's bij het geven van een situationeel en actueel beeld (overzicht van wat er aan de hand is, waar, wie etc.). Contacten en verbindingen met de relevante partners zijn op orde zodat alle relevante informatie in beeld komt.
X
Gemeente samen met de Veiligheidsregio. Opzetten CP.
Veiligheidsregio
6. Veiligheidsregio's ontwikkelen met hulpdiensten alternatieve en analoge (crisis)communicatiemiddelen, bijvoorbeeld DARES en satellietcommunicatie. 7. Gemeenten verkennen of bepaalde sleutelfiguren ook in een lijn van crisiscommunicatie kunnen worden opgenomen zoals het inzetten via noodsteunpunten.
X
X
8. Gemeenten en veiligheidsregio's integreren burgerhulpverlening in de planvorming en benutten indien mogelijk burgerinitiatieven in de warme fase van een crisis op een gecoördineerde wijze. 3. Vitale voorzieningen
Gemeente zelf oppakken.
Veiligheidsregio
1. Gemeenten hebben een back-up en/of alternatieven voor stroomvoorziening zoals batterijen en aggregaten (en dan ook voor de daarvoor benodigde diesel) en weten waar die zich bevinden en hoeveel er nodig zijn voor bedrijfskritische processen (onder meer afvalverwerking en crisisvoorzieningen in het kader van bevolkingszorg).
X
Gemeente zelf oppakken. Afspraken maken met o.a. ROVA
2. Gemeenten en veiligheidsregio's hebben een protocol in geval van uitval van de drinkwatervoorziening. Bij
X
Veiligheidsregio’s, IenW, drinkwater17
bedrijven
uitval van waterzuiveringsinstallaties zijn er nood(drink)waterpunten ingericht om de watervoorziening in samenwerking met drinkwaterbedrijven tijdelijk te waarborgen. 3. Gemeenten hebben met de afvalketen afspraken gemaakt over continuering van afvalinzameling en verwerking.
X
Onderdeel van bestaande overleggen met ROVA maken.
4. Gemeenten gaan in gesprek met hun corporaties over autonome energievoorziening voor en in corporatiewoningen.
X
Onderdeel van bestaande overleggen met Wetland Wonen maken.
5. Gemeenten gaan in gesprek met maatschappelijke partijen over het borgen van voedselvoorziening aan kwetsbaren in tijden van crisis.
X
EU en rijk komen mogelijk met nationale voedselstrategie en kader voor voedseldistributie
6. Gemeenten hebben bij uitval van het rioolstelsel of waterdruk alternatieve sanitaire voorzieningen beschikbaar en weten wat de kwetsbaarheden zijn bij langdurige uitval. Gemeenten stemmen af met het verantwoordelijke waterschap op welke manier deze kwetsbaarheden weggenomen kunnen worden.
X
Gemeente samen met Waterschap oppakken.
7. Gemeenten houden in hun mobiliteits- en verkeersplannen rekening met noodsituaties waarbij voldoende ruimte moet zijn voor aanrijroutes voor hulpdiensten en meerdere uitvalswegen (evacuatiemogelijkheden) per wijk voor inwoners.
X
Primaat Nationale Politie
8. Vitale infrastructuur zoals wegen, bruggen en dijken wordt versterkt. De gemeente brengt in kaart welke infrastructuur in eigen beheer is en zoekt de samenwerking met Rijkswaterstaat en waterschappen om bestand te zijn tegen extreme
X
Rijkswaterstaat, waterschappen, veiligheidsregio’s
18
(weers)omstandigheden (evacuatieroutes) of langdurige of bovenmatige belasting in crisistijd.
4. Sociaal weefsel
9. Gemeenten werken samen met provincies en vervoerspartners om de continuïteit van het openbaar vervoer te waarborgen tijdens langdurige crisissituaties.
X
Provincies, vervoerspartners
10. Gemeenten maken afspraken met vervoersbedrijven op lokaal en regionaal niveau, voor crisisbestendige plannen, inclusief scenario’s voor personeelstekort, brandstofschaarste en verstoring van dienstregelingen.
X
Eindverantwoorde-lijkheid ligt bij provincie en vervoersbedrijven
1. De gemeente brengt lokale maatschappelijke en (in)formele netwerken in kaart en versterkt de netwerken/ sociale infrastructuur in de wijken met extra aandacht voor verminderd zelfredzame doelgroepen zoals alleenstaande ouders, mindervaliden, ouderen, statushouders, vluchtelingen, etc.
X
Gemeente zelf oppakken, maar grotendeels al in kaart.
2. Gemeenten faciliteren participatieprojecten / burgerinitiatieven in de wijken en buurten (leer je buren beter kennen/ samenredzaamheid).
X
3. In een crisissituatie mobiliseert de gemeente sleutelfiguren, (getrainde) vrijwilligers en netwerken, zoals Bondgenoten.
X
X
4. Gemeenten bieden dienstverlening om de bestaanszekerheid van hun inwoners te versterken. 5. Gemeenten zorgen dat er in iedere wijk of buurt een wijkagent en een sociaal werker is die herkenbaar en bereikbaar is en/of zet sleutelfiguren in. Betrek hen bij het opzetten en inrichten van de lokale noodsteunpunten.
Kerken, bondgenoten etc.
X
Maakt onderdeel uit van BMC. Politie, welzijnsorganisaties
19
6. Burgemeester (en college) organiseert het gesprek met inwoners en ondernemers over wat zij nodig hebben om weerbaar en veerkrachtig te worden of dit te versterken, bijvoorbeeld via de gesprekstool van de NCTV.
X
Structuren bestaan, maar thema moet geagendeerd worden.
7. Gemeenten zorgen voor laagdrempelige en goed functionerende (zorg-, veiligheid en openbare ruimte) meldpunten, luister- en gespreksinitiatieven, en monitoren spanningen in de samenleving actief, zodat escalatie kan worden voorkomen en vertrouwen behouden blijft.
X
Gemeente zelf oppakken, maar doen we al.
1. Gemeenten en veiligheidsregio's bevorderen zelf- en samenredzaamheid door voorlichting (risicocommunicatie) en bieden inwoners en bedrijven heid inwoners, handelingsperspectief over hoe zij zich kunnen bedrijven en voorbereiden op en wat ze kunnen doen bij langdurige maatschapverstoringen. Gemeenten sluiten hierbij aan op
X
Samen met de Veiligheidsregio, vraagt actieve participatie vanuit afd. communicatie
5. Zelfredzaam-
pelijke organisaties
landelijke campagnes, zoals Denk vooruit. 2. Gemeenten informeren inwoners en ondernemers over de lokale noodsteunpunten in hun wijk en over handelingsperspectieven, bijvoorbeeld met een meterkastkaart.
X
Zie punt hierboven.
3. Gemeenten en veiligheidsregio's stimuleren brede maatschappelijke oefening en voorbereiding, waarbij zowel inwoners, maatschappelijke verenigingen als ondernemers actief deelnemen. Interne crisisoefeningen worden aangemoedigd binnen bedrijven en instellingen, om de respons bij verstoringen te verbeteren.
X
Eindverantwoordelijkheid ligt bij de maatschappelijke partners en bedrijven.
4. Gemeenten vergroten de digitale weerbaarheid van inwoners en ondernemers en zijn voorbereid op digitale ontwrichting onder andere door aansluiting bij programma’s zoals het VNG-programma Agenda Digitale
X
Regionale veiligheidsNetwerken/PVO
20
Veiligheid. Voorzie in laagdrempelige voorlichting, trainingen en bewustwordingscampagnes over cyberrisico's en digitale veiligheid. 5. Gemeenten faciliteren in het kader van burgerhulpverlening de samenwerking met partners, zoals trainingen in eerste hulp- en benodigde (crisis)vaardigheden voor inwoners, vrijwilligers en leden van (sport)verenigingen.
X
Rode Kruis/EHBOverenigingen
6. Gemeenten ondersteunen en maken afspraken met organisaties zoals het Rode Kruis en Leger des Heils, die bij kunnen dragen aan de ontlasting van de reguliere zorg- en hulpverleningsketen in tijden van crisis.
X
Maatschappelijke organisaties, veiligheidsregio
6. Samenleving 1. Gemeenten zorgen ervoor dat democratische als processen (o.a. beraadslaging, besluitvorming, overkoepelend verkiezingen en demonstraties) kunnen doorgaan, systeem ondersteund door doordachte en goed geoefende scenario’s voor uiteenlopende situaties.
X
BZK
2. Gemeenten hebben de publieke gezondheidszorg op X orde, waarbij GGD's structureel zijn ingericht om ook onder druk hun taken te blijven uitvoeren, en Wmo- en jeugdtaken ook ten tijde van crisis geborgd zijn. 4. Gemeenten gaan (samen met GGD) in gesprek met de regionale uitvaartbranche over de continuïteit
X
GGD, BZK, VWS
5. en capaciteit van regionale crematoria en mortuaria bij langdurige crisis in het kader van de Wet op de lijkbezorging, publieke gezondheidszorg en hygiëne.
21
22
23