Bijlage 2 - Afweging gemaakte keuzes
Tekst van het document
Keuzes te maken in de verordening leerlingenvervoer Onderwerp Artikel 3, lid 4. Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan “Om de leerling in staat te stellen zelfstandig naar en van school te reizen kan het nodig zijn om de leerling aanvullende vaardigheden aan te leren. Het hiervoor op te stellen plan is het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan, dat door het college, waar nodig op basis van deskundig advies, wordt opgesteld.”
Artikel 9. Afwijzingsgronden Drempel afstand: “Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan [(6)] km” Artikel 11. Opstapplaats “Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer.” Artikel 14. Verblijf buiten gemeente “Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de
Advies Dit is een nieuwe optie die de modelverordening biedt. Wij adviseren hem wel in te voeren, want het past goed bij onze visie. Wel intern nog lastig uit te voeren momenteel wegens capaciteit, wel als optie aanbieden in de verordening. De VNG suggereert een leeftijd van 9 aan te houden (om zelfstandig met het OV of fiets te reizen), wij zouden 11 jaar adviseren. Hiermee samen hangt de vervoerstraining > artikel 18. (“Het college kan, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling, waardoor deze na de training niet langer zal zijn aangewezen op een vervoersvoorziening, of door de training gebruik leert te maken van een goedkopere vervoersvoorziening.) Afstand van 6 km aanhouden, zoals we het ook in de huidige verordening hebben en de VNG adviseert. Dit aantal kilometers heeft invloed op artikel 24. Het drempelbedrag. De optie om een opstapplaats aan te wijzen in de verordening opnemen. Dat hoeft niet te betekenen dat we ook daadwerkelijk een opstapplaats gaan aanwijzen, maar we houden deze mogelijkheid dan wel open voor het college. In de huidige verordening hebben we deze optie ook staan. Wel opnemen, we passen dit in de praktijk nu ook al toe (ondanks dat het niet in onze huidige verordening staat).
Alternatief We nemen de mogelijkheid voor het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan niet op in de verordening. Leerlingen blijven dus gebruik maken van leerlingenvervoer, zonder zich te ontwikkelen voor alternatief vervoer (zoals een (elektrische) fiets of openbaar vervoer).
Lager aantal kilometers opnemen in de verordening.
Leerlingen alleen vanaf het huisadres te vervoeren.
Niet toepassen. Echter, wanneer de leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, bijvoorbeeld in verband met noodzakelijke opvang, is het niet praktisch dat die andere
ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan (…)” Artikel 16. Vervoer naar stageadres “Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar school kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.” Artikel 17. Buitenschoolse opvang “Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening van de woning [of de opstapplaats] naar een school en terug kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer van de buitenschoolse opvang naar de school of terug.” Artikel 24. Drempelbedrag “Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan het in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs genoemde bedrag van €31.500, de op de zone-indeling van het openbaar vervoer gebaseerde kosten over de in artikel 9 bepaalde afstand van 6 kilometer zelf.” Artikel 25.
Draagkrachtafhankelijke bijdrage “Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt die als gevolg van een keuze van de ouders verder is gelegen dan
gemeente de vervoerskosten moet dragen.
Vervoer naar stageplaatsen is op zich verplicht, maar er kunnen verschillende definities worden gehanteerd. Wij adviseren de volgende definitie: “het stageadres is gelegen op de route van de woning [dan wel de opstapplaats] naar de school].”
Andere optie qua definitie: “het stageadres is gelegen [binnen een door het college te bepalen maximaal aantal kilometers van de woning[ dan wel de opstapplaats] of de school”.
We bieden ook leerlingenvervoer aan tussen de school en de buitenschoolse opvang.
We bieden alleen vervoer aan tussen de woning en de school. Er wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de leerling vóór aanvang en/of na afloop van de schooldag elders wordt opgevangen.
Het drempelbedrag voor reguliere basisscholen te handhaven, maar het drempelbedrag voor leerlingen van speciale scholen voor basisonderwijs (SBO) te halveren.
Er zijn twee alternatieven: 1. Het ook voor speciale scholen voor basisonderwijs handhaven van het volledige drempelbedrag. 2. Het zowel voor reguliere als speciale scholen voor basisonderwijs afschaffen van het drempelbedrag.
Huidige bijdrage (berekend aan de hand van het inkomen van de ouders) overnemen van de VNG.
VNG: Dit is een “kan” bepaling vanuit de wet (elfde lid van artikel 4 Wpo). We hebben dit artikel toch niet facultatief gemaakt omdat uit de praktijk blijkt dat alle gemeenten deze bepaling in hun verordening hebben opgenomen. De gemeente kan zelf bepalen vanaf welk inkomen een eigen bijdrage wordt geheven. Aan ouders van een gehandicapte
20 kilometer van de woning, overeenkomstig artikel 4, elfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.” Artikel 29. Hardheidsclausule
leerling mag de gemeente geen draagkrachtafhankelijke bijdrage opleggen.
Wel opnemen. Als je dit niet opneemt en eens maatwerk wilt bieden voor een uitzonderlijke casus, is dit zonder hardheidsclausule moeilijk, wegens gebrek aan uitzonderingsgrond.
Niet opnemen (zoals de VNG adviseert wegens werkdruk uitvoer). Echter, we kunnen dan niet afwijken van de bepalingen in deze verordening waardoor we niet de juiste maatwerk oplossing voor uitzonderlijke situaties kunnen bieden.