CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a motivering

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: TAM-omgevingsplan m.b.t. dr. H.A.W. Van der Vechtlaan 11410.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • • • •

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee.

19 januari 2026 | TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Buitengebied Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 114’ | Buro Stedenbouw 24

4.13.2 Motivering Gebiedsbescherming De voorgenomen activiteiten leiden niet tot (significante) negatieve effecten op beschermde natuurgebieden als gevolg van directe verstoring (licht, geluid, trillingen en/of stikstofemissie en depositie). Wettelijk beschermde houtopstanden zijn niet aanwezig. Soortenbescherming De voorgenomen activiteiten leiden niet tot (significante) negatieve effecten op eventueel aanwezige beschermde plant- en diersoorten. Zorgplicht In artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), is de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende planten en dieren vastgelegd. Lid 1 van het artikel luidt als volgt: 1. “Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: a. “alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c.

als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.” Deze zorgplicht wordt nader geconcretiseerd omdat initiatiefnemers op grond van lid 2 verplicht zijn zich ervan dienen te vergewissen dat op de locatie van de voorgenomen activiteit, geen in het wild levende dieren van beschermde soorten of hun belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats aanwezig zijn (BIJ12, 2024). 4.13.3 Conclusie Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het omgevingsplan.

4.14 Waterbelangen 4.14.1 Inleiding In deze paragraaf worden de waterbelangen van het project afgewogen. Hiertoe is een watertoets uitgevoerd. 4.14.2 Watertoets Het doel van de watertoets is om in een vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. Hiertoe is een watertoets uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat er geen waterschapsbelang is. De voorgenomen functiewijziging heeft geen invloed op de waterhuishouding. Het resultaat van de watertoets is als bijlage 1 opgenomen in de ruimtelijke motivering. 4.14.3 Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen in het geding. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het omgevingsplan.

19 januari 2026 | TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Buitengebied Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 114’ | Buro Stedenbouw 25

4.15 Duurzame fysieke leefomgeving 4.15.1 Beoordelingskader In artikel 1.3 van de Omgevingswet (zie paragraaf 1.2) zijn maatschappelijke doelen opgenomen met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en bescherming en verbetering van het leefmilieu. Uit deze maatschappelijke doelen komt naar voren dat de wet draait om het bereiken van een duurzame balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het realiseren van een duurzame fysieke leefomgeving vormt de invulling van de maatschappelijke doelen. 4.15.2 Motivering De initiatiefnemer wil functie ‘Bedrijf' van de huidige aangeduide bedrijfswoning omzetten in de functie ‘Wonen’. Hiermee is beoogd het planologische regime in overeenstemming te brengen met huidige gebruik van het perceel. Daarnaast wil de initiatiefnemer het bouwvlak van een bestaande schuur uitbreiden zodat de schuur gerenoveerd kan worden. Binnen het plangebied zijn geen bouwactiviteiten voor het realiseren van nieuwe gebouwen voorzien. Uit de motivering van de verschillende omgevingsaspecten die van invloed zijn op een duurzame fysieke leefomgeving, denk aan bodem, ecologie en waterhuishouding, komt naar voren dat de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten hebben op de leefomgeving, maar ook niet leiden tot een duurzamere fysieke leefomgeving.

4.15.3 Conclusie Het aspect 'duurzaamheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het omgevingsplan.

4.16 Gezonde leefomgeving 4.16.1 Beoordelingskader In artikel 1.3 van de Omgevingswet (zie paragraaf 1.2) zijn maatschappelijke doelen opgenomen met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en bescherming en verbetering van het leefmilieu. Uit deze maatschappelijke doelen komt naar voren dat de wet draait om het bereiken van een duurzame balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het realiseren van een duurzame fysieke leefomgeving vormt de invulling van de maatschappelijke doelen. De gezondheid van de mens wordt bepaald door verschillende factoren, waaronder erfelijkheid, leefstijl, toegang tot de gezondheidszorg en de sociale en fysieke leefomgeving. Bij het bieden van bescherming gaat het om bescherming tegen invloeden vanuit het milieu, zoals geluid en luchtverontreiniging, maar ook tegen ziekteverwekkers uit de veeteelt, elektromagnetische straling en de gevolgen van klimaatverandering. Dit krijgt in het omgevingsplan onder meer vorm door te voorzien in een scheiding tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies (milieuzonering) en het stellen van regels voor activiteiten over aspecten als geur, geluid, luchtkwaliteit, trillingen, bodemkwaliteit en hittebestendigheid/verkoeling. Op (een aantal van) deze aspecten is ingegaan in de voorgaande paragrafen van deze motivering.

Bij het bevorderen van gezondheid en faciliteren van een gezondere leefstijl gaat het om een aantrekkelijke en veilige inrichting en om maatregelen die bijdragen aan een gezondere leefstijl. Het gaat dan om mogelijkheden tot bewegen, spelen, sporten en ontspanning en om de aanwezigheid van dagelijkse voorzieningen in de buurt. Maar ook om mogelijkheden van het maken van gezonde keuze als het gaat om voeding, ontmoeten, sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Verder gaat het om gedragsbeïnvloedende maatregelen, zoals rookvrije openbare locaties. De fysieke omgeving kan op verschillende manieren positieve dan wel negatieve invloed hebben op de gezondheid van inwoners. Daarom wordt de invloed van het initiatief op gezondheid van gebruikers en de directe omgeving (naast de verschillende onderdelen) ook in totaliteit bekeken en

19 januari 2026 | TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Buitengebied Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 114’ | Buro Stedenbouw 26

afgewogen. Een negatief effect op gezondheid vanuit één aspect wordt niet automatisch gecompenseerd door een positief effect op een ander aspect. Dit hangt van de situatie en de betrokken aspecten af. 4.16.2 Motivering Uit de motivering van de omgevingsaspecten in de vorige paragraven blijkt dat er sprake is van een gezonde leefomgeving. De voorgenomen activiteiten hebben geen gevolgen voor de gezonde leefomgeving. 4.16.3 Conclusie Het aspect 'gezondheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het omgevingsplan.

4.17 Conclusie fysieke leefomgeving De milieu- en omgevingsaspecten van de fysieke leefomgeving vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het omgevingsplan.

19 januari 2026 | TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Buitengebied Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 114’ | Buro Stedenbouw 27

5 Toelichting op de regels 5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten van de fysieke leefomgeving. Op basis van de informatie uit deze hoofdstukken wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze informatie is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het TAMomgevingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het TAM-omgevingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het TAM-omgevingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de functies aan locaties. Met het omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Buitengebied Dr. H.A.W.

van der Vechtlaan 114' worden de huidige bestemmingen gewijzigd, zodat de functie van de bedrijfswoning wordt gewijzigd in een 'reguliere' woning en het bouwvlak van een schuur in beperkte mate wordt vergroot ten behoeve van de renovatie van die schuur. De regels van het TAM-omgevingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • • • •

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen; Hoofdstuk 2 Functies en gebiedsaanwijzingen; Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen; Hoofdstuk 4 Overgangsregels.

5.2 Opzet van de regels Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. In verband met de publicatievereisten van een TAM-omgevingsplan wordt er op de verbeelding nog gewerkt met ‘bestemmingen’ in plaats van ‘functies’. 5.2.1 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 bevat de inleidende bepalingen, deze regels gelden voor het gehele plangebied en bestaan uit: •

• •

Artikel 1 Toepassingsbereik: dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 2 Toepassing begripsbepalingen: in dit artikel is opgenomen dat de begripsbepalingen uit de wet van toepassing zijn op dit omgevingsplan. Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen: in dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voorzover niet zijn vastgelegd in de wet en specifiek van toepassing zijn op dit omgevingsplan, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen.

19 januari 2026 | TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Buitengebied Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 114’ | Buro Stedenbouw 28

• •

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen: dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod: het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies.

5.2.2 Functieregels In hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. In paragraaf 5.3 van de toelichting worden de verschillende bestemmingen nader toegelicht. 5.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

•

Artikel 10 Algemene bouwregels: in de algemene bouwregels zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van het voorzien in de noodzakelijke parkeerbehoefte en het laden en lossen. Daarbij wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernormennota, die als bijlage bij de regels is opgenomen; Artikel 12 Algemene afwijkingsregels: op basis van de algemene afwijkingsregels kan in bepaalde gevallen, wanneer sprake is van kleine overschrijdingen van functie- en/of bouwvlakken of de beoordelingsregels voor het bouwen, worden afgeweken van de functieregels uit hoofdstuk 2 van de regels.

5.3 Nadere toelichting op de functies Het omgevingsplan voorziet voor het plangebied in de functies 'Bedrijf', 'Tuin' en 'Wonen'. De functie 'Bedrijf' is bedoeld voor het huisvesten van het bestaande bouwbedrijf in de bestaande bebouwing. Door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - afwijkend gebruik' is de vestiging van het bouwbedrijf binnen het plangebied expliciet toegestaan. Bebouwing moet plaats vinden binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. De functie 'Tuin' is bedoeld voor tuinen behorend bij de aangrenzende woning. Binnen deze functie is uitsluiten het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde toegestaan. De functie 'Wonen' is bedoeld voor de huisvesting van een huishouden in een woonhuis. Het woonhuis mag uitsluitend worden gebouwd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak.

19 januari 2026 | TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Buitengebied Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 114’ | Buro Stedenbouw 29

6 Financiële uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.

6.2 Economische uitvoerbaarheid In deze motivering is onderbouwd dat met het verlenen van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. De kosten voor het opstellen van deze ruimtelijke motivering (inclusief de uitgevoerde onderzoeken), de realisatie van het project en de eventuele nadeelcompensatie als gevolg hiervan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd.

6.3 Kostenverhaal en nadeelcompensatie Afdeling 13.6 Kostenverhaal bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen van de Omgevingswet gaat ervan uit dat bij het wijzigen van het omgevingsplan met mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving het kostenverhaal verzekerd is. In dit geval vinden de kostenverhaalplichtige activiteiten (bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen) op gronden die in het bezit zijn van de initiatiefnemer. De voor het verlenen van de omgevingsvergunning te maken kosten, waaronder nadeelcompensatie, zijn daarmee voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente en de initiatiefnemer hebben dit vastgelegd in een overeenkomst.

19 januari 2026 | TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Buitengebied Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 114’ | Buro Stedenbouw 30

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een wijzigingsbesluit op het Omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb.

7.2 Participatie De gemeente Zwartewaterland heeft participatiebeleid voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving vastgesteld. In het beleid is vastgelegd op welke manier initiatiefnemer omwonenden en anderen betrekken bij de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente heeft hiervoor de participatiewijzer ontwikkeld. Aan de hand van het beantwoorden van vragen wordt het impactniveau van de ontwikkeling bepaald. Voor het omzetten van de functie ‘Bedrijf’ van de bedrijfswoning in de functie ‘Wonen’ is het impactniveau 0. Dit betekent dat er geen participatie met de omgeving nodig is om het omgevingsplan in procedure te brengen. De initiatiefnemen heeft desondanks de direct omwonenden geïnformeerd over het planvoornemen.

7.3 Overleg Het TAM-omgevingsplan wordt in het kader van het overleg toegestuurd aan bevoegde instanties. Eventuele reacties worden in deze paragraaf opgenomen.

7.4 Zienswijzen Het ontwerp van het TAM-omgevingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens de inzage termijn kon een ieder schriftelijk dan wel mondeling zienswijzen naar voren brengen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan ingebracht.

19 januari 2026 | TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Buitengebied Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 114’ | Buro Stedenbouw 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16805603/1