Bijlage 1 - Zienswijzennota
Tekst van het document
Zienswijzennota Zienswijze 1 Bestanddeel 1 ln het plan 'Beleidsregel voor kleine zonnestroomsystemen in de gemeente Zwartewaterland' wordt gesproken over het plaatsen van kleine zonnestroomsystemen van maximaal 100 m2. Deze worden geplaatst op eigen terrein van een initiatiefnemer. Voor het toestaan van zonnepanelen/-systemen enzovoort nabij ons hoogspanningsnet is het van belang dat binnen de belemmerde strook aanvullende voorwaarden door TenneT moeten worden gesteld. TenneT adviseert om tijdig contact op te nemen bij de voorbereiding van plannen voor de aanleg van zonnesystemen. Door vooraf de ontwikkelplannen te bespreken, kan worden beoordeeld of de verwezenlijking ervan mogelijk is. Dit is mede afhankelijk van de afstand tussen de hoogspanningsverbinding van TenneT en het te realiseren zonnesysteem. Wij verzoeken u daarom in het beleidsplan onder Artikel 4 Locaties waar zonnestroomsystemen zijn toegestaan op te nemen onder lid 1 dat: c. met de plaatsing en aanwezigheid van een zonnesysteem geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de hoogspanningsinfrastructuur (bovengrondse en ondergrondse hoogspanningsverbinding alsmede opstijgpunten en hoogspanningsstations). d.
het verboden is om zonder een omgevingsvergunning werken en/of werkzaamheden uit te voeren aan het zonnestroomsysfeem indien deze zich bevindt binnen een dubbelbestemming Leiding-Hoogspanningsverbinding en Leiding-Hoogspanning. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: 1. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsverbinding en 2. vooraf schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder.
Antwoord Het plaatsen van een zonnestroomsysteem vormt een afwijking van het bestemmingsplan. Er is dus altijd een omgevingsvergunning nodig waarbij deze beleidsregel als afwegingskader dient. In het bestemmingsplan worden de punten die u aandraagt al voldoende geregeld. Dit kunt u vinden in artikel 25 en 26 van het ‘Bestemmingsplan buitengebied Zwartewaterland’. Afwijken van het bestemmingsplan kan bijvoorbeeld alleen worden toegestaan als geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig en veilig functioneren van de bovengrondse hoogspanningsleiding. Bij het afwijken van het bestemmingsplan moet tevens vooraf advies worden ingewonnen bij de netbeheerder. Het opnemen van de voorwaarden in de beleidsregel is om bovenstaande redenen overbodig volgens ons. Wel zullen we deze punten betrekken bij het nog op te stellen Omgevingsplan.
Bestanddeel 2 ln het plan 'Beleidsregel voor erfmolens in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland' wordt gesproken over het plaatsen van erfmolens zijnde kleine windturbines die op of rondom een erf worden geplaatst. Doel is het opwekken van energie ten behoeve van het erf.
Kleinschalige windturbine
Wij waarderen het zeer dat u in Artikel I Verboden locaties erfmolens rekening houdt met de aanwezige hoogspanningsverbinding. Graag verzoeken wij u om aan lid b naast Leiding-Hoogspanning ook de bestemming Leiding- Hoogspanningsverbinding op te nemen.
Antwoord
Het plaatsen van een erfmolen is, net als een zonnestroomsysteem, ook een afwijking van het bestemmingsplan. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt getoetst op veiligheid en daarom zal een erfmolen nooit te dicht bij een hoogspanningsverbinding worden geplaatst zonder overleg met de netbeheerder. Daarnaast worden de bestemmingen ‘leiding-hoogspanning’ en ‘leidinghoogspanningsverbinding’ in het Omgevingsplan samengevoegd tot één bestemming. Om deze reden is het niet nodig om de bestemming leiding-hoogspanningsverbinding op te nemen in de beleidsregel.
Zienswijze 2 Bestanddeel 1 Ten eerste wil ik benadrukken dat het opstellen van regelgeving betreft boerenerfmolens een super goed initiatief is om agrariërs financieel te helpen en te helpen verduurzamen. In de opgestelde kaders staan echter 2 punten waar ik een zienwijze op wil indienen. In uw beleidsregels geeft u aan dat erfmolens tot een rotordiameter van 11 meter zijn toegestaan. Echter valt alleen de aanbieder van erfmolens EAZ onder dit beleid. Hierdoor worden 3 andere aanbieders met een grotere rotordiameter uitgesloten, terwijl lange wieken zorgen voor exponentieel meer energieproductie. Door deze beperking krijgen de agrariërs niet de kans om voor alternatieve molens te kiezen, die meer opwekken, misschien beter aansluiten bij het verbruiksprofiel van het bedrijf, en financieel beter rond te rekenen zijn. Daarom wil ik u verzoeken om molens tot een maximale rotordiameter van 20 meter toe te staan. Ter indicatie, een erfmolen met een rotordiameter van 20 meter levert ongeveer net zoveel energie als 4 tot 5 molens met een rotordiameter van 11 meter. Hierdoor zijn er minder erfmolens nodig om aan de energievraag van het agrarisch bedrijf te voldoen en wordt het landschappelijk hinder erg beperkt. Tevens valt deze rotordiameter beter in verhouding op een 22.5 meter mast dan een erg kleine rotor.
Antwoord De gemeenteraad van Zwartewaterland heeft door middel van een amendement bepaalt dat de maximale ashoogte van erfmolens wordt verhoogd van 22,5 naar 25 meter. De maximale tiphoogte is vastgesteld op 31 meter. Dit betekent ook dat de maximale rotordiameter is bijgesteld van 11 naar 12 meter. Deze maximale rotordiameter geldt vanaf een ashoogte van 18 meter. Wanneer een erfmolen een lagere as dan 18 meter heeft, is een grotere rotordiameter ook toegestaan. Bij het opstellen van het beleid is gekeken naar een aantal typen erfmolens om te voorkomen dat slechts één leverancier toegestaan wordt. Uit deze verkenning is gebleken dat er naast de EAZ molens ook andere erfmolens geplaatst kunnen worden op basis van ons beleid. Daarnaast is contact gezocht met een buurgemeente waar overwegend erfmolens staan met een ashoogte van 25 meter. Deze gemeente gaf aan dat de rotordiameter van deze erfmolens meestal zo’n 10-11 meter is. Dit zijn niet alleen EAZ molens. Het kiezen voor een maximale rotordiameter houdt ook verband met een onderzoek naar landschappelijke inpassing dat is uitgevoerd door Het Oversticht. Een grote rotordiameter wordt als niet passend in het landschap gezien. Een kleinere rotor maakt dat de ‘top’ van de molen minder zwaar oogt en meer opgaat ‘in de lucht’. Dit draagt ook positief bij aan de verhouding van molen met het erfensemble.
Met dit beleid gaan we zelfs al iets over de geadviseerde afmetingen heen. De gemeente Zwartewaterland heeft dus een weloverwogen besluit genomen om een maximale rotordiameter toe te staan vanaf een ashoogte van 18 meter. Om deze reden zullen wij uw punt niet opnemen in de beleidsregel.
Bestanddeel 2 Ten tweede staat in de voorgestelde regelgeving dat windmolens 3 wieken moeten hebben. Hiermee wordt echter ook een erfmolenproducent uitgesloten die molen met 2 wieken levert. Bovendien is dit de molen met de grootste productie en de beste prijs per opgewekte kWh binnen de erfmolenproducten. Verder is bewezen door een onafhankelijk onderzoek van Rom3d in opdracht van provincie Zuid-Holland dat molens met 2 en 3 wieken dezelfde rotaties per minuut maken, waardoor 2-wiekers op het oog niet onrustiger draaien dan 3-wiekers. Bovendien zorgen langer bladen, oftewel een grotere rotordiameter, voor een op het oog rustigere ‘draai’ zorgt.
Antwoord De gemeenteraad heeft nadrukkelijk gekozen voor erfmolens met drie wieken. Hiermee sluiten we ook aan bij het beleid van omliggende gemeenten. We willen zo een rustig en eenduidig beeld vormen. Om deze reden nemen we ook dit punt niet op in de beleidsregel.