Bijlage 1 - Septembercirculaire gemeentefonds 2021
Tekst van het document
Gemeentefonds
Septembercirculaire 2021
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 27 september 2021 Kenmerk 2021-0000478671
Onderwerp Doelstelling
septembercirculaire gemeentefonds 2021 bekendmaking van beleid en het geven van informatie
Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
meicirculaire 2021 (2021-0000287810); aanvullende brief maart 2021 (2021-0000171770); decembercirculaire 2020 (2020-0000733001); septembercirculaire 2020 (2020-0000534509); aanvullende brief juni 2020 (2020-0000366640); meicirculaire 2020 (2020-0000304330) 27 september 2021 1 juli 2022
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
Voorwoord Via de meicirculaire 2021 zijn gemeenten over de financiële kaders voor hun begrotingen geïnformeerd. De septembercirculaire 2021 geeft zoals gebruikelijk een geactualiseerd beeld, gebaseerd op de Miljoenennota 2022 van het Rijk.
In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook.
De politiek-bestuurlijke zaken zijn in hoofdstuk 1 uitgelicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten.
Ik wens u veel wijsheid toe bij de uitvoering van uw taken.
Mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
drs. K.H. Ollongren
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
Inhoudsopgave
1
2
Hoofdpunten .........................................................................................................1 1.1
Inleiding.......................................................................................................1
1.2
Algemene uitkering .......................................................................................1
1.3
C ompensatiepakket coronacrisis medeoverheden..............................................2
1.4
Herijking verdeling gemeentefonds .................................................................3
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.........................................................5
Algemene uitkering ...............................................................................................7 2.1
Inleiding.......................................................................................................7
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering........................................7
1.
Accres..........................................................................................................8
2.
Plafond BTW-compensatiefonds .................................................................... 10
3.
Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) ................................................. 11
4.
Jeugdzorg................................................................................................... 11
5.
Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden ........................ 12
6.
a en b) Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten ...................................... 12
7.
Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz ....................................................... 12
8.
Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) ..................................... 12
9. a en b) Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden.......................................................................................... 13 10.
a en b) Extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand 13
11. Uitvoering en implementatie Breed offensief ..................................................... 13
3
12.
Landelijke structuur interventieteams ............................................................ 14
13.
a en b) Lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen............................................. 14
14.
Toezicht en handhaving gastouderopvang ...................................................... 14
15.
Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen ........................................................ 14
16.
Europese richtlijn energieprestatie gebouwen ................................................. 14
17.
Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen ................................... 15
18.
Logisch ontwerp GBA ................................................................................... 15
19.
Beheer persoonskaartenarchief ..................................................................... 15
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering .......................................................... 15
2.4
Veranderingen in het verdeelstelsel ............................................................... 16
2.5
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen.......... 16
Decentralisatie- en integratie- uitkeringen.............................................................. 21 3.1
Inleiding..................................................................................................... 21
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen........................ 21
1.
Beschermd wonen ....................................................................................... 23
2.
Gezond in de Stad....................................................................................... 24
3.
Participatie: no risk polis banenafspraak/beschut werk .................................... 24
4.
Regionale Energie Strategieën ...................................................................... 25
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
5.
Handhaving quarantaine .............................................................................. 25
6.
Faciliteitenbesluit opvangcentra .................................................................... 25
7.
C entrale stemopneming ............................................................................... 26
8.
Vrouwenopvang .......................................................................................... 26
3.3 Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ........................................................................................................ 26 3.3.1 Maatschappelijke opvang ............................................................................. 26 3.3.2 Aanpak laaggeletterdheid ............................................................................ 27 3.3.3 Uits tapprogramma’s voor prostituees ............................................................ 27 3.3.4 Landelijke vreemdelingenvoorzieningen......................................................... 27 4
Overige mededelingen ......................................................................................... 29 4.1
Inleiding..................................................................................................... 29
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen................ 29
4.3
Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in begroting en meerjarenraming ...... 30
4.4
Evaluatie normeringssystematiek .................................................................. 31
4.5
Klimaat en energie ...................................................................................... 31
4.6
Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2022.............................. 32
4.7
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ..................................................... 32
4.8
Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 33
4.9
Herverdeling wegenbeheer ........................................................................... 34
Bijlagen ................................................................................................................... 35 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 ...................... 36 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2021, gegroepeerd naar cluster ............................ 46 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid 2022, gegroepeerd naar cluster ............................ 49 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2021 – 2026........................................... 52 Bijlage 2.5.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten ........................ 53 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2021 – 2026 ....................................................... 61 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad ........................................... 63 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Regionale Energie Strategieën .......................... 65 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Handhaving quarantaine .................................. 66 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering C entrale stemopneming ................................... 67 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang.................................. 68 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid .................................
69 Bijlage 4.6 Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2022......................... 70
Septembercirculaire gemeentefonds 2021
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire.
Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota . De mededelingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring.
De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefo nds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
1.2
Algemene uitkering
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af ) hebben wijzigingen in de ARU direct invloe d op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. Zoals gemeld in de meicirculaire 2020 is het accres voor 2021 – net als voor het jaar 2020 - in overleg met de VNG en het IPO bevroren. De accrestranche 2021 wijzigt om die reden niet. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de huidige normeringssystematiek. Voor alle jaren vanaf 2022 is sprake van een opwaartse bijstelling van het accres. Met name in 2022 is sprake van een forse stijging. Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2 -1. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt.
Verder informeert deze circulaire over de ruimte onder het plafond van het BTW -compensatiefonds. De ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds en het bijbehorende plafond leiden sinds 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering. De ruimte onder het plafond is voor het jaar 2021 ten opzichte van de raming van de septembercirculaire 2020 licht gestegen. Voor 2021 bedraagt de ruimte onder het plafond voor gemeenten € 215,959 miljoen, wat bij deze circulaire aan de algemene uitkering van het gemeentefonds is toegevoegd. Naar analogie van het accres is het plafond van het BC F voor het jaar 2021 – net als in 2020 - bevroren. Het plafond is in deze circulaire voor 2021 alleen aangepast voor taakmutaties. Ook voor de jaren 2022 tot en met 2026 is sprake van ruimte onder het plafond. Wel is er een afname van de ruimte onder het plafond ten opzichte van de vorige raming bij de septembercirculaire 2020. De daling van de ruimte onder het
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
1
plafond wordt veroorzaakt doordat gemeenten en provincies meer zijn gaan declareren bij het BTW-compensatiefonds. Daardoor gaan de uitgaven van het fonds omhoog en de ruimte onder het plafond omlaag. De meerjarenraming van het plafond van het BC F is nog niet meegenomen in de tabellen van de algemene uitkering. Het is de werkwijze van de circulaire om jaarlijks bij de septembercirculaire enkel het huidige jaar op te nemen in de ramin g van de algemene uitkering.
Daarnaast bevat de circulaire informatie over de definitieve verdeling van de € 1,314 miljard die het kabinet voor 2022 extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG. Het overige deel van de € 1,314 miljard is toegevoegd aan de algemene uitkering.
Tot slot is in deze circulaire verwerkt dat de oploop van de opschalingskorting ook voor het jaar 2022 is geschrapt.
1.3
Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden
Op het gebied van de coronacompensatie is te melden dat de definitieve verdeling bekend is van de € 60 miljoen voor lokale cultuur en de buurt- en dorpshuizen en de aanvullende € 195 miljoen voor de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Daarnaast is de beschikbaarheidsvergoeding voor het ov verlengd tot en met september 2022. 1 Het kabinet heeft verder besloten om € 35 miljoen beschikbaar te stellen voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021 voor de SW-bedrijven. Het bedrag zal bij de decembercirculaire 2021 worden toegevoegd aan het budget 2021 van de integratie-uitkering Participatie. Daarnaast is een bedrag van € 10 miljoen gereserveerd voor een eventuele aanvullende tegemoetkoming voor de periode 1 juli tot 1 oktober 2021. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen. 2
Voor de volledigheid worden de overige lopende afspraken hieronder ook gemeld.
Op dit moment wordt gewerkt aan het vaststellen van de inkomstenderving per gemeente over 2020. Het streven is dat voor zoveel mogelijk gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is. In het steun- en herstelpakket voor het derde kwartaal van 20213 is bekend gemaakt dat het kabinet de voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde € 60 miljoen overhevelt naar het gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven. De voorlopige verdeling was al als bijlage bij de meicirculaire 2021 gedeeld. Deze circulaire bevat de definitieve verdeling.
ve rle nging-beschikbaarheidsvergoeding-ov.pdf Kam erbrief+steun-+en+herstelpakket+vanaf+het+4e+kwartaal+2021.pdf 3 Kam erbrief steun- en herstelpakket 3e k wartaal 2021 | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 1 2
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
2
Tevens is in dit steun- en herstelpakket medegedeeld dat het beschikbare budget van de TONK verdubbeld is van € 130 miljoen naar € 260 miljoen om gemeenten meer ruimte te geven in de uitvoering van de TONK. De eerste tranche van € 65 miljoen is al bij de aanvullende brief maart 2021 over gemeenten verdeeld. De overige € 195 miljoen wordt op dezelfde wijze verdeeld, zie paragraaf 2.2-8 van deze circulaire.
Verder heeft het kabinet besloten om ook de inkomstenderving over het gehele kalenderjaar 2021 te compenseren. Daarnaast heeft het kabinet voor het derde kwartaal 2021 € 51,5 miljoen voor de regionale en lokale cultuur gereserveerd, waarvan € 36,5 miljoen voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur en € 15 miljoen ter compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen. Op sommige terreinen zijn eerder al specifieke afspraken voor heel 2021 gemaakt.4 Zo is voor geheel 2021 volledige compensatie afgesproken voor de meerkosten van jeugd en Wmo en voor de extra kosten van GGD-en en veiligheidsregio’s op basis van declaratie van de daadwerkelijke uitgaven. Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet C OVID-19, onder andere op het gebied van Toezicht en Handhaving, is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Voor het ov 5 is afgesproken de beschikbaarheidsvergoeding te verlengen tot en met september 2022.
Met het vorig jaar gepresenteerde aanvullend sociaal pakket is voor heel 2021 en gedeeltelijk ook voor 2022 extra geïnvesteerd in infrastructuur en middelen om mensen naar (nieuw) werk te begeleiden, om- en bijscholing te faciliteren en armoede - en schulden te bestrijden, zie paragraaf 2.2-9 en 2.2-10 van deze circulaire voor de verdeling van deze middelen.
Gezien de economie naar verwachting weer opengaat in de tweede helft van dit jaar zijn voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. Mochten toch weer coronamaatregelen getroffen moeten worden die tot extra kosten voor medeoverheden leiden in het derde kwartaal voor de reeds in kaart gebrachte dossiers dan zal tijdig met de medeoverheden overlegd worden met betrekking tot de reële compensatie .
1.4
Herijking verdeling gemeentefonds
Op 9 juli jl. hebben de fondsbeheerders een aangepast voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds voor advies naar de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en ter consultatie aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gestuurd. De aanleiding om het verdeelvoorstel op onderdelen nader tegen het licht te houden was onder meer gelegen in vragen van de Tweede Kamer, ROB en gemeenten over het oorspronkelijke voorstel.6 De adviesaanvraag en de
Kam e rstuk 35 420, nr.314 Kam erstuk 35 420, nr.134 6 Kam erstuk 35570 B, nr. 16: Detail 2021D12374 | Twe ede Kamer der Staten -Generaal en Adviesaanvraag ve rde elvoorstel herijkt gemeentefonds | Twe ede Kamer der Staten -Generaal 4 5
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
3
(achterliggende berekening van de) voorlopige uitkomsten van het aangepaste verdeelvoorstel zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid.7
In de brief aan de ROB van 9 juli jl. is de actualisatie van de verdeling naar een recenter peiljaar (2019) aangekondigd. Het verdeelvoorstel van 9 juli was gebaseerd op peiljaar 2017. Deze actualisatie is afgerond op 12 augustus jl. en eveneens aangeboden aan de ROB en de VNG, met het verzoek deze informatie mee te nemen in de advisering en consultering.8 De ontwikkeling van de netto-lasten geeft geen aanleiding om het verdeelvoorstel voor de verdeling van de middelen in het gemeentefonds te herzien. Van 2017 op 2019 stijgen de netto lasten van gemeenten over de hele linie, maar relatief sterker op de clusters Individuele voorzieningen Jeugd en Individuele voorzieningen Wmo. Dit patroon wordt gevolgd door de verdeling.
Het is van belang te benadrukken dat er sprake is van voorlopige effecten. Na definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelv oorstel zal met de dan bekende gegevens nog een actualisatie plaatsvinden naar 1 januari 2023, het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling. Deze laatste actualisatieslag zal inzicht geven in de definitieve herverdeeleffecten voor gemeenten.
Zoals in de brief van 9 juli jl. reeds gemeld, gelden voor de invoering van het verdeelvoorstel de volgende randvoorwaarden:
De nieuwe verdeling wordt stap voor stap ingevoerd, zodat gemeenten voldoende tijd hebben om zich aan de nieuwe financiële situatie aan te passen. Gezien de ontwikkelingen in de gemeentelijke financiën, kiezen de fondsbeheerders ervoor de herverdeeleffecten te maximeren op € 60 per inwoner over een periode van vier jaar, oftewel € 15 per inwoner per jaar. Dit geldt zowel voor gemeenten met een negatief herverdeeleffect als voor gemeenten met een positief herverdeeleffect.
De ontwikkeling van de kosten van gemeenten en de invloed daarvan op de verdeling wordt nauwgezet in de gaten gehouden. Als opvallende effecten optreden, voeren de fondsbeheerders onderzoek uit naar verdere verbetering van het model. Vier jaar na invoering (per 1 januari 2027) zal bekeken worden of bijstelling van de verdeling nodig is.
De adviesaanvraag aan de ROB en VNG omvat ook een voorstel voor een nieuw object ief verdeelmodel voor beschermd wonen, met bijbehorend ingroeipad. De taak en de bijbehorende middelen gaan, conform de afspraken die Rijk en VNG hebben gemaakt, over van centrumgemeenten naar alle gemeenten. Er is sprake van een geleidelijke invoering; de doordecentralisering beperkt zich tot nieuwe cliënten en er is sprake van een ingroeipad van 10 jaar.
Tot slot, gezien het feit dat de grootste effecten van de actualisatie van het verdeelvoorstel onder
7 8
Kam erbrief over antwoorden op tussenbericht R OB herijk ing gemeentefonds | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl Docum enten actualisatie ve rdeelvoorstel gemeentefonds naar 2019 | Rapport | R ijk soverheid.nl
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
4
meer op Jeugd zitten, zal te zijner tijd in samenha ng worden bezien hoe om te gaan met de middelen voor Jeugd in het gemeentefonds.
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Belangrijke wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen:
-
Er is sprake van een aanvullende uitname uit de integratie-uitkering Beschermd wonen omdat er meer cliënten dan oorspronkelijk geraamd zijn over gegaan van Wmo beschermd wonen naar de Wet langdurige zorg. De aanvullende uitname bedraagt € 50 miljoen in 2021 en vanaf 2022 structureel € 149 miljoen. Eerder is voor 2021 en verder reeds een bedrag van € 495 miljoen uitgenomen, zie paragraaf 3.2-2 van de meicirculaire 2020;
-
De voortzetting van het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad: € 19,4 miljoen in 2022 via de gelijknamige decentralisatie-uitkering;
-
De verlaging van de integratie-uitkering Participatie vanaf 2021 conform de bestuurlijk overeengekomen rekenregel. Het UWV voert de no -riskpolis uit voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk . Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de no-riskpolis hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Dit wordt gefinancierd via een verlaging van de integratie -uitkering Participatie: het betreft een extra uitname van € 5,459 miljoen in 2021, oplopend tot € 17,141 miljoen in 2026.
Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2021 en verder ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
5
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
6
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor ). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 zijn de mededelingen over de wijziginge n in het verdeelstelsel opgenomen.
Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.3, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren . Paragraaf 2.5 gaat in op de berekening van de algemene uitkering met die gegevens en licht de gehanteerde termen toe.
De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkeri ng over de periode 2021 tot en met 2026 ten opzichte van de meicirculaire 2021. Het betreft achtereenvolgens: 1.
Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten , zonder veranderingen in het takenpakket.
2.
Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2021 en verder en worden onder de
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
7
tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.
Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2021 (in duizenden euro's) 2021 stand meicirculaire 2021
2022
2023
2024
2025
2026
28.496.874 28.282.613 28.526.142 29.082.173 29.860.138 30.780.114
algemene mutaties 1) 2) 3)
Accres Plafond BTW-compensatiefonds Lagere apparaatskosten (opschalingskorting)
583.263
650.661
666.829
757.397
860.175
-12.000
-11.000
-11.000
-11.000
2.500
2.500
2.500
2.500
2.500
6.400
6.400
6.400
6.400
6.400
2.778
2.778
2.778
2.778
2.778
50
50
50
50
50
215.959 270.000
taakmutaties
4) 5) 6a)
cluster Jeugd Jeugdzorg Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten
6b) 7)
cluster Maatschappelijke ondersteuning Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz
8) 9a) 9b) 10a) 10b) 11) 12)
cluster Inkomen & participatie Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) Aanvullend pakket re-integratie Impuls re-integratie Gemeentelijk schuldenbeleid Bijzondere bijstand Uitvoering en implementatie Breed offensief Landelijke structuur interventieteams
13a)
cluster Cultuur en ontspanning Lokale cultuur
13b) 14)
cluster Samenkracht en burgerparticipatie Buurt- en dorpshuizen Toezicht en handhaving gastouderopvang
15)
cluster Volksgezondheid Rijksvaccinatiepgrogramma HPV mannen
16)
cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Europese richtlijn energieprestatie gebouwen
1.797
17) 18)
cluster Bestuur en algemene ondersteuning Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Logisch ontwerp GBA
-3.264 483
19)
cluster Overig Beheer persoonskaartenarchief stand deze circulaire
1.305.000 51.825 -7.163
-15.500
-19.979 -13.500
195.000 14.740 43.438 30.000 15.000 15.503
50.000 10.000
50
29.018.727 30.515.140 29.176.531 29.749.730 30.618.263 31.641.017
Toelichting 1.
Accres
Na het uitbreken van de coronacrisis is in overleg met de VNG en het IPO besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. De accrestranches voor die jaren zijn om die reden niet gewijzigd en bedragen respectievelijk € 1.240 miljoen en € 1.030 miljoen.
Voor de jaren vanaf 2022 wordt het accres conform afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek. Deze accrestranches zijn dus gebaseerd op de actuele groei van
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
8
de accresrelevante uitgaven en grondslag in de betreffende jaren. Meer informatie over de berekeningswijze van het accres is te vinden in de jaarlijkse Miljoenennota -bijlage over de normeringssystematiek. Uitgaven aan nood- en steunmaatregelen als gevolg van corona lopen niet mee in de accresberekening. Het reguliere uitgavenplafond waar het kabinet op stuurt geldt niet voor de uitgaven uit de noodpakketten. Deze uitgaven leiden daarom ook niet tot een effect op het accres. Om de gevolgen van de coronamaatregelen op te vangen hebben gemeenten en provincies extra middelen ontvangen. Tabel 2.2.3 en 2.2.4 laat de actuele raming van de accressen zien voor de jaren 2022-2026, zowel in duizenden euro’s als in procenten. Tabel 2.2.3 A ctuele raming accressen gemeentefonds 2022-2026 (in duizenden euro’s)
Stand m eicirculaire 2021 Mutatie jaarlijkse tranches
2022
2023
2024
2025
2026
909.796
673.924
694.840
919.735
923.999
16.168
90.568
102.778
583.263
67.398
Stand septembercirculaire 2021
1.493.059
741.322
711.008 1.010.303 1.026.777
C um ulatief accres vanaf 2022
1.493.059 2.234.381
2945.389 3.955.692 4.982.469
Tabel 2.2.4 A ctuele raming accressen gemeentefonds 2022-2026 (in procenten) Stand m eicirculaire 2021
2022 3,09%
2023 2,30%
2024 2,36%
2025 3,06%
2026 3,00%
Mutatie jaarlijkse tranches
1,95%
0,05%
0,00%
0,23%
0,25%
Stand septembercirculaire 2021
5,04%
2,36%
2,36%
3,29%
3,26%
Het geraamde accres 2022 wordt ten opzichte van de meicirculaire 2021 met € 583,263 miljoen opwaarts bijgesteld en komt daarmee voorlopig uit op 5,04%. Ook de accrestranches in de jaren na 2022 worden opwaarts bijgesteld. Dit komt zowel door een hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling in de Macro Economische Verkenning (MEV-raming) van het C entraal Planbureau als door een positieve volumeontwikkeling. Het kabinet heeft daarnaast vanaf 2022 aanvullende middelen uitgetrokken voor een aantal beleidsterreinen, waaronder voor klimaatmaatmaatregelen. Daarnaast zijn de kosten voor het compenseren van de gedupeerden van de kinderopvangtoeslag opwaarts bijgesteld. Ook andere uitgaven zoals die in de zorg en de EU -afdrachten zijn opwaarts bijgesteld. Voor al deze uitgaven geldt dat dit ramingen betreft. Op het moment dat de daadwerkelijke uitgaven lager blijken te zijn, zal dit ook leiden tot een lager accres.
Tabel 2.2.5 maakt de mutaties van de accrestranches per jaar inzichtelijk. De totaalregel in de tabel correspondeert met de accresregel in tabel 2.2.1. Tabel 2.2.5 Mutaties accres tranches gemeentefonds 2022-2026 ten opzichte van de meicirculaire 2021 (jaartranches, x € 1 duizend) 2022 2023 2024 2025 2026 Tranche 2022
583.263
Tranche 2023
583.263
583.263
583.263
583.263
67.398
67.398
67.398
67.398
16.168
16.168
16.168
90.568
90.568
757.397
860.175
Tranche 2024 Tranche 2025 Tranche 2026 Totaal gewijzigde tranches
102.778 583.263
650.661
666.829
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
9
2.
Plafond BTW-compensatiefonds
Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BC F) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BC F. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BC F.
In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2021 tot en met 2026 opgenomen. De ruimte onder het plafond is voor 2021 geraamd op € 243,168 miljoen, iets hoger dan geraamd bij de septembercirculaire 2020. Het aandeel van de gemeenten daarin bedraagt € 215,959 miljoen, wat bij deze circulaire is toegevoegd aan de algemene uitkering. Naar analogie van het accres is het plafond van het BC F voor het jaar 2021 – net als in 2020 - bevroren. Het plafond is in deze circulaire voor 2021 alleen aangepast voor taakmutaties.
De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BC F. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BC F-plafond. Wel is vanaf 2022 sprake van een daling van de ruimte onder het plafond ten opzichte van de raming bij de septembercirculaire 2020. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat gemeenten en provincies meer zijn gaan declareren bij het BC F. Daardoor gaan de uitgaven van het fonds omhoog en gaat de ruimte onder het plafond omlaag.
De meerjarenraming is nog niet meegenomen in de tabellen van de algemene uitkering. Het is de werkwijze van de circulaire om jaarlijks bij de septembercirculaire enkel het huidige jaar op te nemen in de raming van de algemene uitkering (zie paragraaf 2.2.2 van de meicirculaire 2018). Over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BC F door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate staat in de meicirculaire 2021 (paragraaf 4.8) een advies opgenomen. Voor de begroting 2022 is het advies de raming te baseren op de realisatie 2020 zoals in de meicirculaire 2021 is opgenomen.
Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van het plafond BC F.
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
10
Tabel plaf ond BCF (bedragen x € 1.000) Raming 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Plaf ond
3.905.197
4.001.909
4.093.885
4.193.766
4.331.829
4.472.638
W.v. grondslag
3 .8 12.354
3 .9 53.710
4 .0 62.880
4 .1 76.655
4 .3 07.762
4 .3 07.762
9 2 .843
2 .6 68
381
384
329
72
-
4 5 .531
3 0 .624
1 6 .727
2 3 .738
1 6 4.804
Uitgaven
3.662.029
3.663.678
3.661.856
3.661.856
3.661.856
3.661.856
W.v. gemeenten
3 .2 52.267
3 .2 53.916
3 .2 52.094
3 .2 52.094
3 .2 52.094
3 .2 52.094
Ruimte onder plaf ond
243.168
338.231
432.029
531.910
669.973
810.782
W.v. gemeenten
2 1 5.959
3 0 0.402
3 8 3.685
4 7 2.389
5 9 5.003
7 2 0.055
W.v. overhevelingen i.v.m taakmutaties W.v. ac c res
3.
Lagere apparaatskosten (opschalingskorting)
Het kabinet heeft besloten de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten in het jaar 2022 incidenteel te schrappen. Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 270 miljoen in 2022.
4.
Jeugdzorg
Per brief van 29 juni jl. zijn gemeenten geïnformeerd dat het kabinet voor 2022 incidenteel € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met de VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG. Het overige deel is toegevoegd aan de algemene uitkering. Vanwege de kosten voor de uitvoering van de hervormingsagenda valt de toekenning aan de algemene uitkering per gemeente in deze circulaire iets lager uit dan het gepresenteerde indicatiebedrag uit de brief van 29 juni jl.9
Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel en de structurele financiën. Het oordeel van de C ommissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng. Het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (o nder andere cliënten, aanbieders en professionals), committeren zich aan het opstellen van een hervormingsagenda, die bestaat uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze hervormingsagenda omvat zowel afspraken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel, als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving. Het is aan een nieuw kabinet om over de hervormingsagenda te besluiten. 9
Brie f+Verdeelwijze+incidentele+middelen+je ugdzorg+2022 (6).pdf
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
11
5.
Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden
In paragraaf 2.2-7 van de meicirculaire 2021 bent u geïnformeerd over de € 613 miljoen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Hiervan is een bedrag van € 255 miljoen beschikbaar gesteld met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. In totaal € 55 miljoen van de € 255 miljoen is in de meicirculaire 2021 nog niet verwerkt in de verdeling van het algemene uitkering omdat het Rijk en de VNG een klein d eel hiervan wilden inzetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg. Inmiddels hebben de VNG en het Rijk deze kosten begroot op € 3,175 miljoen waardoor bij deze circulaire het resterende deel (€ 51,825 miljoen) kan worden toegevoegd aan de algemene uitkering.
6.
a en b) Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten
Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGB trekkingsrechten is voor 2022 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag van € 27,142 miljoen uit de algemene uitkering te nemen, waarvan € 19,979 miljoen uit het subcluster Wmo 2015 en € 7,163 miljoen uit het subcluster Jeugdhulp.
7.
Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz
Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz -instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 (paragraaf 2.2-5) middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn het ministerie van VWS en de VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2-4) is de nacalculatie over 2020 ad € 16,9 miljoen verwerkt. In deze circulaire is de nacalculatie structureel vanaf 2021 verwerkt. C onform bestuurlijke afspraak is de nacalculatie gebaseerd op realisatiegegevens van 2020, zoals die worden aangeleverd bij de Nederlandse Zorgautoriteit.
8.
Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK)
De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Maar ook burgers die al in 2020 ingestro omd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
12
uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming vo or noodzakelijke kosten. Voor deze tijdelijke ondersteuning wordt het bestaande instrument van de bijzondere bijstand gebruikt. Voor de eerste drie kwartalen van 2021 is een bedrag van € 260 miljoen beschikbaar gesteld voor de TONK. De eerste tranche van € 65 miljoen is reeds toegevoegd aan de algemene uitkering (zie paragraaf 2.2-1 van de aanvullende brief maart 202110). Deze tweede en laatste tranche voor de periode tot en met 30 september bedraagt € 195 miljoen, en wordt eveneens beschikbaar gesteld via de algemene uitkering. Voor de verdeling over de gemeenten wordt - net als in de aanvullend brief maart 2021 - de eerder afgesproken verdeelsleutel gehanteerd.
9.
a en b) Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden
Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen beschikbaar voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden (€ 14,740 miljoen in 2022). Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Daarnaast ontvangen gemeenten in 2022 een tijdelijke impuls voor reintegratie (€ 43,438 miljoen) die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Voor 2020 en 2021 zijn reeds middelen toegekend in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2-1).
10. a en b) Extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 30 miljoen in 2022) en de bijzondere bijstand (€ 15 miljoen in 2022) beschikbaar. Gericht op het bieden van snelle hulp en ondersteuning aan mensen die vanwege de crisis te maken krijgen met (dreigende) schulden- en armoedeproblematiek. Voor 2020 en 2021 zijn reeds middelen toegekend in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2 -2).
11. Uitvoering en implementatie Breed offensief Het wetsontwerp Breed offensief beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Dit wetsontwerp is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Een deel van de activiteiten is echter niet afhankelijk van een wetswijziging en kan toch worden uitgevoerd. Voor de implementatie van de voorstellen uit Breed offensief heeft het ministerie van SZW in totaal € 53 miljoen aan incidentele middelen beschikba ar gesteld voor 2020 en 2021. De verdeling van deze middelen vindt plaats via bestuurlijke afspraken met de VNG. Op basis van die bestuurlijke afspraken ontvangen gemeenten in 2021 € 15,503 miljoen via de algemene uitkering voor de implementatie van de onderdelen van Breed offensief die géén wetswijziging vereisen en sowieso
10
https://www.twe e de kamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2021Z05028&did=2021D11097
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
13
zullen worden doorgezet. De maatregelen richten zich veelal op het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen. Het gaat onder andere om het stroomlijnen van de administratieve werkprocessen rondom loonkostensubsidie, het uniformeren van de loonwaardebepaling en werkgeversdienstverlening.
12. Landelijke structuur interventieteams In de Landelijke Structuur Interventieteams (LSI) werken gemeenten samen met andere overheidsorganisaties ter voorkoming en terugdringing van belasting - en premiefraude, toeslagenfraude, uitkeringsfraude, overtredingen van arbeidswetgeving en daarmee samenhangende misstanden zoals door de LSI aangeduid. Voor de ondersteuning v an gemeenten bij de uitvoering van projecten binnen de LSI zal het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 2,5 miljoen beschikbaar stellen via de algemene uitkering.
13. a en b) Lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen Voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen heeft het kabinet € 60 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 50 miljoen voor cultuur en € 10 miljoen voor buurt- en dorpshuizen, ter compensatie van de extra uitgaven als gevolg van de coronacrisis. Een indicatie van het te ontvangen bedrag is reeds bij de meicirculaire 2021 (zie paragraaf 1.3) bekend gemaakt. Inmiddels is ook de definitieve verdeling bekend en opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
14. Toezicht en handhaving gastoude ropvang Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 6,4 miljoen extra ter beschikking via de algemene uitkering.
15. Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Met ingang van 1 januari 2022 worden naast meisjes ook jongens in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen het Humaan Papillomavirus (HPV-virus). Daarnaast wordt de vaccinatieleeftijd verlaagd naar 10 jaar. Ten behoeve van deze taakuitbreiding wordt de algemene uitkering vanaf 2022 structureel opgehoogd met € 2,778 miljoen. De middelen zijn toegevoegd aan de eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma.
16. Europese richtlijn energieprestatie gebouwen De algemene uitkering wordt in 2021 met € 1,797 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de ener gie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
14
documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Informatie over de jaren 2022 en verder volgt in een volgende circulaire. Meer informatie over EPBD III is beschikbaar via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.11
17. Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is er in 2021 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Gemeenten dragen € 1,965 miljoen bij i n de meerkosten. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten van € 1,299 miljoen voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2020. De bedragen zijn zoals afgesproken met de VNG in 2021 ten laste gebracht van de algemene uitkering.
18. Logisch ontwerp GBA Op korte termijn treedt het Logisch Ontwerp GBA 3.14 in werking ten behoeve van enkele wijzigingen in de Basisregistratie Personen. In verband met aanpassingen in de systemen en de bijbehorende kosten ontvangen gemeenten voor 2021 in totaal € 0,48 3 miljoen via de algemene uitkering.
19. Beheer persoonskaartenarchief De gemeente Den Haag ontvangt een jaarlijkse bijdrage voor het beheer van het persoonskaartenarchief van geëmigreerden (van voor de invoering van de GBA/BRP) (zie paragraaf 2.2-16 van de meicirculaire 2018). In 2019 is het archief gedigitaliseerd en op basis van de ervaringen in het eerste jaar heeft Den Haag de jaarlijkse kosten die gemaakt worden voor het uitvoeren van de taak opnieuw berekend. De bijdrage wordt op basis daarvan opgehoogd met € 0,050 miljoen per jaar. Daarmee komt het totaalbedrag uit op € 0,070 miljoen per jaar. In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2-12) is de ophoging voor 2020 verwerkt. In deze circulaire vindt de verwerking via de algemene uitkering voor 2021 en verder plaats.
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
11
Ene rgy Performance of Building Directive | RVO.nl | Rijksdienst
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
15
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering NummerMutatie
Verdeelwijze
1) 2) 3)
uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor
Accres Plafond BTW-compensatiefonds
Lagere apparaatskosten (opschalingskorting) taakmutaties
4) 5) 6a)
cluster Jeugd Jeugdzorg Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten
maatstaven subcluster jeugdhulp maatstaven subcluster jeugdhulp maatstaven subcluster jeugdhulp
6b) 7)
cluster Maatschappelijke ondersteuning Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz
maatstaven subcluster Wmo2015 maatstaven subcluster Wmo2015
8) 9a) 9b) 10a) 10b) 11) 12)
cluster Inkomen & participatie Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) Aanvullend pakket re-integratie Impuls re-integratie Gemeentelijk schuldenbeleid Bijzondere Bijstand Uitvoering en implementatie Breed offensief Landelijke structuur interventieteams
maatstaven subcluster minimabeleid maatstaven subcluster re-integratie klassiek maatstaven subcluster re-integratie klassiek maatstaven subcluster minimabeleid maatstaven subcluster minimabeleid maatstaven subcluster overig maatstaven subcluster overig
13a)
cluster Cultuur en ontspanning Lokale cultuur
maatstaven subclusters kunst, oudheid en ontspanning
13b) 14)
cluster Samenkracht en burgerparticipatie Buurt- en dorpshuizen Toezicht en handhaving gastouderopvang
maatstaven subcluster overig maatstaven subcluster overig
15)
cluster Volksgezondheid Rijksvaccinatiepgrogramma HPV mannen
maatstaf jongeren
16)
cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Europese richtlijn energieprestatie gebouwen
maatstaf bedrijfsvestigingen
17) 18)
cluster Bestuur en algemene ondersteuning Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Logisch ontwerp GBA
maatstaf inwoners maatstaf inwoners
19)
cluster Overig Beheer persoonskaartenarchief
vast bedrag gemeente Den Haag
2.4
Veranderingen in het verdeelstelsel
Er hebben zich geen veranderingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering ten opzichte van de meicirculaire 2021 voorgedaan.
2.5
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
16
Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2021 12.
De achterliggende berekening van de maatstaf re-integratie klassiek, de maatstaf medicijngebruik en de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen is niet te herleiden uit de betaalspecificaties gemeentefonds die de gemeenten maandelijks ontvangen. Bij deze circulaire vindt de actualisatie van de maatstaven re -integratie klassiek en medicijngebruik plaats. De achterliggende berekening van de maatstaven (uitkeringsjaar 2021) is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op het internet13. In de berekening zijn ook de herindelingen verwerkt die per 1 januari 2021 hebben plaatsgevonden. In de meicirculaire 2021 (paragraaf 2.6) zijn gemeenten geïnformeerd over de achterliggende berekening van de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen.
Begin augustus 2021 zijn actuele gegevens van het C BS ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huish oudens). Deze zijn opgenomen in bijlage 2.5.1 en zullen voor uitkeringsjaar 2020 en 2021 worden toegepast. Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2021 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer.
Bedragen per eenheid De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2021-2026 ten opzichte van de meicirculaire 2021 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2021 en 2022. In deze tabellen wordt de stand van de meicirculaire 2021 vergeleken met de stand septembercirculaire 2021.
Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berek end door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaf en de overige uitkeringsonderdelen (circa € 32 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa € 18 miljard). De – landelijke - uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor bedraagt nu ongeveer 1,6 à 1,9. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.6.1 van de meicirculaire 2021.
De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang:
https://www.rijk sove rheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/24/toelichting-op-de-berekening-van-deuitk e ringen-uit-het-gemeentefonds 13 https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 12
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
17
-
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties;
-
de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen. Bijlage 2.5.2 bevat informatie over de raming van de maatstaven met een groot aandeel in de uitkeringsbasis.
De uitkeringsfactor van 2019 blijft ongewijzigd op 1,538. Ten opzichte van de meicirculaire 2021 daalt de uitkeringsfactor van 2020 van 1,623 naar 1,622. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door de actualisatie van de gegevens over het aantal huishoudens naar (oudere) leeftijdsgroep. De ontwikkeling van de uitkeringsfactor voor 2022 en verder is hieronder onder de verticale toelichting nader toegelicht.
De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2021-2026 is vermeld in tabel 2.5.1.
Tabel 2.5.1 Uitkeringsfactor 2021-2026
Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (x € 1000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
1,690 18.622
1,754 18.824
1,762 17.989
1,782 18.122
1,820 18.226
1,864 18.349
De uitkeringsfactoren in tabel 2.5.1 zijn in lopende prijzen.14 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het C PB onderscheidt. Op basis van de Macro Economische Verkenning 2022 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, al s service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het C PB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen.
Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikke ling van de uitkeringsfactoren volgen hieronder twee tabellen. Daarin is de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2021 (verticale toelichting) en van het ene naar het andere uitkeringsjaar (horizontale toelichting).
Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand meicirculaire 2021, de verticale toelichting.
De algemene uitkering is via het accre s afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijk suitgaven (accre sre levante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden m et loon- en prijsontwik kelingen. Daarmee is de alge mene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwe l in lopende prijzen. 14
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
18
Tabel 2.5.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2021-2026 ten opzichte van de meicirculaire 2021 2021 2022 2023 2024 2025
2026
stand meicirculaire 2021
1,676
1,704
1,721
1,741
1,774
1,815
mutaties deze circularie algemene mutaties uitkeringsbasis/OZB overig
0,012 0,002 0,000
0,047 0,003 0,000
0,036 0,005 0,000
0,037 0,004 0,000
0,042 0,004 0,000
0,047 0,003 -0,001
uitkeringsfactor stand deze circulaire
1,690
1,754
1,762
1,782
1,820
1,864
De uitkeringsfactoren vallen voor de jaren 2021 – 2026 hoger uit. Deze stijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de algemene mutaties die in deze circulaire zijn verwerkt (de nieuwe accresstanden in 2022-2026, de ruimte onder het plafond BC F in 2021 en het incidenteel schrappen van de oploop van de opschalingskorting in het jaar 2022). Verder stijgen de uitkeringsfactoren ook door aanpassingen in de ramingen van de volumina van de verdeelmaatstaven.
Vooral de ontwikkelingen in het aantal bijstandsontvangers en in de omvang van de OZBmaatstaven hebben een sterke invloed op de uitkeringsfactoren. De nieuwe raming van de OZB maatstaven leidt tot een stijging van de uitkeringsfactor van 1 punt. Op basis van de Marco Economische Verkenning 2022 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers (en uitkeringsontvangers) in deze circulaire geactualiseerd. De nieuwe raming leidt voor alle bijstandsgerelateerde maatstaven tot lagere aantallen, wat zorgt voor een stijging van de uitkeringsfactor van 2 punten in 2021 oplopend tot 6 punten in 2024 en 3 punten in 2026.
Hieronder staat een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2021 en stand van deze circulaire.
Bijstandsontvangers
stand meicirculaire 2021 stand deze circulaire
2021
2022
2023
2024
2025
2026
396.312 392.814
401.997 388.547
414.687 392.395
421.054 397.474
422.451 405.840
423.363 413.029
Horizontale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de uitkeringsfactoren voor de jaren 2021 tot en met 2026 (de horizontale toelichting). In tabel 2.5.3 is te zien dat de accressen (onderdeel van de algemene mutaties) de belangrijkste factor zijn in de ontwikkeling en van de uitkeringsfactoren van jaar op jaar.
Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis spelen de gewijzigde ramingen v an de OZB-maatstaven, de stijging over de jaren in het aantal bijstandsontvangers en de demografische ontwikkelingen (met name inwoners) de belangrijkste rol.
Septemberci rculai re gemeentefonds 2021
19
In de mutatie van jaar op jaar is tevens de verdeelreserve opgenomen. De verdeelreserve wordt aangehouden voor onvoorziene omstandigheden. Tot slot zijn er nog overige ontwikkelingen in de uitkeringsfactor, hier vallen onder andere de overige uitkeringsonderdelen onder (zoals de herindelingsmaatstaf ), en afrondingsverschillen.
Tabel 2.5.3 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2021-2026 van jaar op jaar
uitkeringsfactor, jaar t verschil ten opzichte van jaar t-1
2021
2022
2023
2024
2025
2026
1,690
1,754
1,762
1,782
1,820
1,864
0,064
0,008
0,020
0,038
0,044
w aarvan:
- algemene mutaties - verdeelreserve - ontw ikkeling uitkeringsbasis (inclusief OZB) - overige ontw ikkelingen
0,066
0,019
0,032
0,048
0,056
-0,001
-0,001
-0,001
-0,001
-0,001
-0,003
-0,010
-0,012
-0,009
-0,011
0,002
0,000
0,001
0,000
0,000
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: -