CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota van beantwoording zienswijzen omgevingsvisie Zwartewaterland

Informatieavond 9 september 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland (beeldvormende bespreking)10.545 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland Augustus 2021

1. Inleiding De Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland is samen met inwoners en organisaties uit de gemeente ontwikkeld. De gemeente is met Reisbureau Kijk ’38 (voorjaar 2018) en tijdens de Ontmoetingen (voorjaar 2019) in gesprek gegaan met bewoners om hun ideeën, ambities en perspectief op te halen. Hoe zien bewoners de toekomst? Wat betekenen ontwikkelingen op het gebied van innovatie, digitalisering en duurzaamheid voor de inwoners van Zwartewaterland, voor bedrijven en organisaties en voor de gemeente? Wat vinden we belangrijk met elkaar in Zwartewaterland? Deze inbreng is verwerkt in de Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland. Oorspronkelijk was het idee om de Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland op verschillende locaties in de gemeente te presenteren aan de samenleving. Dit als afronding van het participatieproces. Het idee was om, voorafgaand aan de formele ter inzage leggingsperiode, de samenleving op informele wijze op de hoogte te brengen van hoe de resultaten van het participatietraject verwerkt zijn in de Ontwerp Omgevingsvisie. Op deze manier wordt de samenleving in deze fase betrokken en ronden we zo het gelopen participatieproces af. Echter door de coronamaatregelen was deze aanpak niet mogelijk. Als alternatief is op 25 mei 2020 de Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland online gepresenteerd aan de samenleving met de oproep om hierop te reageren.

Hierover is ook een persbericht uitgestuurd naar de lokale en regionale media. Op 27 mei is in De Stadskoerier een uitgebreid artikel geplaatst over de Omgevingsvisie. In deze informele ronde (die liep van 25 mei tot en met 8 juni) zijn in totaal 22 reacties ontvangen. De reacties die in deze periode zijn ontvangen zijn ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. De reacties zijn opgenomen in de bijlage bij het voorstel om de Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland formeel ter inzage te leggen. De formele terinzagelegging van de Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland omvat een periode van zes weken, namelijk vanaf donderdag 8 oktober tot en met woensdag 18 november 2020. De terinzagelegging en de mogelijkheid een zienswijze in te dienen zijn op 8 oktober 2020 digitaal via de Staatscourant, de gemeentelijke website en het weekblad De Stadskoerier bekend gemaakt. In deze periode kon iedereen schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. Er zijn toen 33 zienswijzen ontvangen, waarvan sommige dezelfde zijn als die tijdens de informele ronde zijn ingediend. Door het College is besloten om de 22 reacties die tussen 25 mei en 8 juni zijn ingediend in de informele ronde ook mee te nemen als officiële zienswijzen, voor zover deze zijn voorzien van contactgegevens, wat niet altijd het geval is. In totaal zijn er zo 55 zienswijzen ingediend.

Tijdens de ter inzageleggingsperiode organiseerde de gemeente Zwartewaterland vier informatieavonden over de Omgevingsvisie. Vanwege de coronamaatregelen waren deze avonden in tijdsblokken ingedeeld. In kleine groepjes van maximaal 4 personen konden vragen gesteld worden over de

Omgevingsvisie. De informatieavonden vonden plaats op 19, 20, 21 en 26 oktober 2020. Er zijn op deze avonden in totaal 17 gesprekken gevoerd.

2. Beantwoording zienswijzen In bijlage 1 van deze nota is een lijst opgenomen met alle zienswijzen, zowel die zijn binnengekomen tijdens de informele ronde als die zijn ingediend gedurende de officiële zienswijzeperiode. Dubbele zienswijzen (die door een indiener meerdere keren zijn ingediend) zijn eruit gefilterd en als één zienswijze meegenomen. Bij de beantwoording wordt naar de nummering in deze lijst verwezen. Vanuit privacyoverwegingen zijn de zienswijzen in de lijst, voor zover het natuurlijke personen betreft, geanonimiseerd. Allereerst wordt ingegaan op de zienswijzen die niet slechts één thema uit de Ontwerp Omgevingsvisie betreffen maar die van meer algemene aard zijn. Dit betreft een groot aantal zienswijzen die een oordeel geven over de visie in zijn geheel. Vervolgens worden de zienswijzen per thema beantwoord. Aangegeven is of de zienswijzen aanleiding geven om de Ontwerp Omgevingsvisie Zwartewaterland aan te passen en zo ja hoe.

2.1 Zienswijzen algemeen Zienswijze 1: “De visie geeft geen visie en maakt geen keuzen”

Meerdere zienswijzen gaan in op het ontbreken van een duidelijke visie, een keuze voor de richting die de gemeente in wil slaan. De doelstellingen en ambities zijn weinig concreet en niet SMART-geformuleerd. Het is veel beschrijven van de huidige situatie en wensdenken zonder dat er goed onderbouwde belangenafwegingen en keuzen voor de toekomst worden gemaakt. De economie staat voorop en met de gevolgen daarvan voor andere onderwerpen als natuur, landschap en cultuur moet worden omgegaan. De visie mist scherpte. Zienswijzen: 10, 15, 20, 23, 24, 28, 30, 32, 31, 35, 46, 52.

Beantwoording: De Ontwerp Omgevingsvisie is samen met veel inwoners en organisaties uit de gemeente ontwikkeld. De verschillende bijdragen weerspiegelen het karakter van Zwartewaterland: een plattelandsgemeente, maar met een industrieel karakter. Die verscheidenheid is prachtig maar kan bij het nemen van beslissingen tot tegengestelde belangen en opvattingen leiden. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk waarin alle keuzes voor de toekomst al vastliggen maar biedt richtinggevende ambities die dienst doen als het overkoepelende kader waaraan afwegingen en keuzen die de komende jaren worden gemaakt getoetst

worden. Dat kan zijn in het Omgevingsplan, in programma’s en projecten en in uitvoeringsplannen. In deze plannen, programma’s en projecten wordt de visie concreet uitgewerkt. De Omgevingsvisie gaat over ambities en doelstellingen en legt vast wat er op dit moment al vastligt. Door actualisaties van de Omgevingsvisie, die periodiek plaatsvinden, worden toekomstige keuzes toegevoegd. Naar aanleiding van deze algemene zienswijze heeft het College geconcludeerd dat er aanscherping van de visie nodig is op een aantal thematische onderwerpen in relatie tot behoud van de kwaliteiten van het landschap. Het gaat om de onderwerpen Wonen, Bedrijventerreinen, Energietransitie en Buitengebied. Onderstaand worden de aanscherpingen beschreven. De aanscherpingen worden verwerkt in de tekst van de betreffende thema’s in de visie, respectievelijk Wonen, Economie, Energie en Buitengebied en in de tekst van de verschillende deelgebieden.

Aanpassing van de Omgevingsvisie: Ja. Om de betekenis van de visie beter te duiden wordt bovenstaande tekst over het dynamische karakter van de visie verwerkt in de Ontwerp Omgevingsvisie. Tevens worden de thematische aanscherpingen die het College heeft geformuleerd verwerkt. Het gaat om onderstaande aanscherpingen: Wonen: 1. Zwartewaterland heeft de Regionale Woonagenda ondertekend en geeft gevolg aan de afspraken die hierin zijn gemaakt:  inzet om te voorzien in de lokale woningbehoefte tot 2030 (750 woningen), netto-plancapaciteit tot 2030 is 759 woningen. Tag-West in Genemuiden en Hasselt Om de Weede zijn de twee belangrijkste woningbouwlocaties die in de behoefte moeten voorzien. Tot en met 2025 ligt de focus op realisatie van de bestaande harde plancapaciteit en het versneld ontwikkelen van de zachte plancapaciteit. Voor de periode tot 2030 wordt gezocht naar extra plancapaciteit, mede in relatie tot de bestaande achterstanden in de woningbouw en de verstedelijkingsambities in de regio Zwolle.  versnelling in het realiseren van de woningbouwopgave. Tag-West 2e fase (status zacht plan) is een regionaal sleutelproject woningbouwimpuls (240 woningen vanaf 2022). 2. De nu bekende plancapaciteit in Zwartewaterland (hard en zacht) wordt in de visie aangegeven. 3.

Er wordt gezocht naar (extra) ontwikkellocaties voor Zwartsluis en Kamperzeedijk onder de volgende voorwaarden:  Zwartsluis: toevoeging aan de woningvoorraad is beperkt tot gemiddeld 10-15 woningen/jaar. Combinatie van in- en uitbreiding. Interfloor en locatie voetbalvelden worden onderzocht. Uitbreiding in kleinschalige projecten.  Kamperzeedijk: toevoeging aan de woningvoorraad is beperkt tot gemiddeld 1 à 2 woningen/jaar. Uitbreidingen in de vorm van kleinschalige eenheden (b.v. korte rijtjes, kleine hofjes e.d.). Doel is om de leefbaarheid en sociale cohesie in stand te houden.

4. Woningbouw in polder Mastenbroek is mogelijk op zeer beperkte schaal en onder voorwaarden: geen nieuwbouw in de vorm van clusters, en binnen bestaande lintstructuren. Voorkeur bestaat voor het faciliteren van woningbouw op agrarische erven en in de kern Mastenbroek, onder duidelijk gestelde ruimtelijke voorwaarden. Deze voorwaarden gelden in zijn algemeenheid voor het bouwen in het buitengebied waarbij het gaat om:  behoud van waardevolle gebouwencomplexen  behoud of versterking van landschappelijke kwaliteit en het karakter van het buitengebied  aantal en verschijningsvorm van toe te voegen woningen moet in verhouding staan tot de aard en omvang van aanwezige bebouwing en de grootte van percelen. Voorwaarde is ook dat de agrariër in het gebied moet kunnen doorgaan met zijn bedrijfsuitoefening. Bedrijventerreinen: 1. Voor de komende 10 jaar wordt verwacht in Genemuiden met Zevenhont Oost en Zuid in de behoefte te voorzien. De mogelijkheden voor grootschalige uitbreiding zijn beperkt in Genemuiden. Ingezet wordt op het zo efficiënt mogelijk benutten en intensiveren van beschikbare ruimte en combinatiemogelijkheden met Hasselt. 2. Ontwikkelruimte wordt geboden aansluitend bij bedrijventerrein Hasselt. 3. Ook voor bedrijvenlocaties geldt dat inbreiding en revitalisering nadrukkelijk vóór uitbreiding gaat.

We onderzoeken de haalbaarheid van het revitaliseren van Tapijtwijk in Genemuiden. In Zwartsluis doen we dit voor Kranerweerd en onderzoeken we waar er in Zwartsluis beperkte uitbreidingsmogelijkheden zijn zonder nadelige effecten op de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. Energietransitie: 1. Met de gebiedspartners worden de mogelijkheden voor de realisatie van grootschalige opwek in de gemeente in beeld gebracht in het kader van de RES en de visievorming op het buitengebied. We onderzoeken hierbij of grootschalige opwek in het Nationaal Landschap onder voorwaarden mogelijk is, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de bijzondere kenmerken van het landschap. Deze locaties komen pas in beeld wanneer er elders onvoldoende mogelijkheden worden gevonden. 2. De gemeente spant zich ervoor in om lokaal eigenaarschap van energie-opwek in zoekgebieden te stimuleren en werkt hiervoor de financiële en juridische kaders uit en legt dit vast in het duurzaamheidsbeleid. Hierbij is het streven minimaal 75% lokaal eigenaarschap per gebied. Buitengebied: 1. We zetten in op het behoud van de agrarische sector in ons buitengebied. Tegelijkertijd spelen er een aantal opgaven in het buitengebied. Samen met de regiogemeenten en andere partijen die deelnemen aan de Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest Overijssel beoordelen we hoe we hier een toekomstbestendige invulling aan kunnen geven.

De uitkomst hiervan leggen we vast in een eerstvolgende actualisatie van de Omgevingsvisie. 2. Het buitengebied zonder een duidelijk aanwezige agrarische sector verandert fundamenteel van karakter. Behoud van de agrarische sector en de beleefbaarheid daarvan is daarom uitgangspunt. Door alle andere ruimteclaims die ook op het buitengebied afkomen (wonen, energie, natuur, recreatie) betekent dat niet dat de agrarische sector de huidige omvang zal kunnen behouden. We houden er rekening mee dat behoud ook kan worden bereikt door (gedeeltelijke) transities in de sector. Van belang is dat het agrarisch ondernemerschap niet in gevaar wordt gebracht.

Zienswijze 2: Het thema Landschap en Natuur en de visie op het buitengebied. Meerdere zienswijzen geven aan dat het jammer is dat er in de Omgevingsvisie niet een visie wordt gegeven op de ontwikkeling van het buitengebied. Het buitengebied vormt 88 % van het oppervlak van de gemeente. Dan is het vreemd dat Landschap en Natuur als zelfstandig te beschouwen waarden ontbreken in de Omgevingsvisie. Want deze landschaps- en natuurwaarden vormen mede het kapitaal van Zwartewaterland en de gemeente ontleent voor een groot deel hieraan haar identiteit. Er wordt voor gepleit om een uitgewerkte visie op het buitengebied integraal op te nemen in de Omgevingsvisie en op die manier vanuit een brede afweging van belangen keuzen te maken over wat er wel en niet kan in het buitengebied. Zo geeft de gemeente de gewenste toekomstige ontwikkelrichting aan voor het buitengebied. Omdat dit nu in de Omgevingsvisie ontbreekt zijn er zorgen over het behoud van voldoende ruimte voor de landbouw en voor versterking en behoud van natuur en van de kwaliteiten van het landschap. Zienswijzen: 8, 14, 15, 18, 22, 29, 30, 32, 34, 35, 36, 37, 40, 41, 45, 46, 49, 51, 52. Beantwoording: De mening wordt gedeeld dat in de Omgevingsvisie de landschappelijke en natuurwaarden een volwaardige plek horen in te nemen.

De visie wordt daarom aangevuld met het thema Landschap en Natuur, waarin ook de waardevolle kenmerken van het cultuurlandschap worden benoemd. Ook wordt de behoefte aan een toekomstbestendige visie op het buitengebied erkend. Daarom is deze opgenomen in de uitvoeringsparagraaf bij ambitie 6 “Ons buitengebied is klaar voor de toekomst”. Er wordt voor gekozen om hierbij een zorgvuldig proces te doorlopen met alle betrokken partijen. Om die reden is de visie op het buitengebied niet nu op te nemen in de Omgevingsvisie. Dat is niet erg. Want de Omgevingsvisie is geen statisch document maar zal door de jaren heen moeten blijven aansluiten bij veranderende (maatschappelijke) omstandigheden en opgaven die deze met zich meebrengen. Daarvoor zijn actualisaties nodig. Het opnemen van een visie op het buitengebied is zo’n actualisatie. De visievorming op het buitengebied komt gefaseerd tot stand. Er wordt nu gewerkt aan de uitwerking van een veenweidestrategie voor NW Overijssel, de gebiedsgerichte aanpak stikstofdepositie en aan de Agenda Vitaal Platteland Noordwest Overijssel. Dit zijn bouwstenen voor de visie op het buitengebied. In de visievorming op het buitengebied zullen afwegingen gemaakt worden tussen enerzijds de bescherming van landschappelijke en natuurwaarden en anderzijds de ontwikkelmogelijkheden in het buitengebied.

Het buitengebied kan immers niet op slot worden gegooid, gezien de grote veranderingen die op ons afkomen en die ons voor verschillende opgaven stellen. Deze opgaven in het buitengebied kunnen alleen in onderlinge samenhang aan de orde komen omdat alleen dan verantwoorde en goed onderbouwde keuzen kunnen worden gemaakt. Het gaat om opgaven zoals het behoud van cultuurlandschappen, natuurgebieden en biodiversiteit, terugdringen stikstofdepositie, de veenweidebodem-daling, klimaatadaptatie, energietransitie en de ontwikkelingen in de agrarische sector (afname van het aantal agrarische bedrijven, vrijkomende agrarische bebouwing, biologische landbouw, functieverbreding en nieuwe verdienmodellen). De opgaven en ambities worden, waar relevant en mogelijk, verder uitgewerkt tot regels en meetbare criteria in het Omgevingsplan. Bij de verschillende bouwstenen die samen de visie op het buitengebied vormgeven zijn bewoners, agrariërs, overheidsinstanties en natuur- en landschapsorganisaties betrokken.

Aanpassing van de Omgevingsvisie: Ja, door toevoeging van het thema Landschap en Natuur.

3. Zienswijzen thematisch In het onderstaande zijn de ingekomen zienswijzen naar thema geordend. Binnen een thema zijn er meerdere zienswijzen die op inhoud vaak gelijkluidend zijn. Deze zijn bij de behandeling op inhoud samengenomen, waarbij er verwezen wordt om welke zienswijzen het gaat.

Thema Cultuur

Inhoud zienswijze Wat is visie van de gemeente op het behouden van het varend cultureel erfgoed (bruine vloot) en hoe wil de gemeente de bruine vloot verleiden om zich weer (deels) in Zwartsluis te vestigen, zoals past bij de historie van Zwartsluis? (zienswijze 10)

Reactie zienswijze Varend cultureel erfgoed hoort bij een gemeente als Zwartewaterland. Waar mogelijk faciliteren wij het behoud van en de faciliteiten voor dit erfgoed. In Zwartsluis hebben wij de restauratie en exploitatie van de ZS-13 ondersteund en het behoud van de ZS-5 en ZS-8 gefaciliteerd. Tevens bieden wij cultuurhistorische schepen gratis ligplaatsen aan. De Bruine Vloot ligt in de wintermaanden in Zwartsluis, echter een vestiging van de Bruine Vloot in Zwartsluis is van vele factoren afhankelijk (waaronder sluis- en brugbedieningstijden, ligplaatsruimte) die de gemeente Zwartewaterland niet allemaal in eigen hand heeft. De schippers van deze vloot bepalen zelf waar zij, met name in verband met een optimale klantrelatie, in de zomermaanden een ligplaats kiezen.

Aanpassing Omgevingsvisie Nee

Culturele activiteiten en instellingen meer onder 1 dak brengen. Veel ruimtes in de gebouwen staan leeg of worden niet maximaal gebruikt. Voorbeeld Olde Stadhuus/Overtoom en Teeuwland/Prinsenhof. Hasselt en

De gemeente bevordert onderlinge en kernoverstijgende samenwerking van culturele instellingen. We gaan hierbij uit van de kernpunten van de door de gemeente vastgestelde visie ‘Krachtig accommoderen’ en het daarbij horende uitvoeringsprogramma.

Nee

Genemuiden kunnen makkelijk met 1 gebouw toe. Daarnaast meer samenwerking op cultuurgebied tussen kernen. Met betrekking tot de gebouwen ook op personeel en facilitair gebied (zienswijze 16) Geen woord in de Omgevingsvisie over de eeuwenoude cultuurlandschappen en terpen met een hoge cultuurhistorische waarde. De polder Mastenbroek is immers de oudste geometrische polder in Nederland. (zienswijzen 30, 33, 36, 41)

Instellingen (besturen en hun vrijwilligers) moeten dit ook zelf willen en mogelijk maken.

Dit is een terecht aangehaald punt. De cultuurlandschappen worden weliswaar belangrijk onderdeel van de op te stellen visie voor het buitengebied maar verdienen ook in de Omgevingsvisie aandacht. Zij zijn van onschatbare waarde en bepalen mede de identiteit van de gemeente.

Ja. In de Omgevingsvisie wordt het thema Landschap en Natuur toegevoegd waarin ook de cultuurlandschappen hun plek krijgen.

In de uitvoeringsparagraaf die aan de visie wordt toegevoegd is aangegeven dat er een Cultuurhistorische waardenkaart wordt opgesteld (CHWK). De CHWK wordt vervolgens verwerkt in het nog op te stellen Omgevingsplan. Ook stellen we een cultuurhistorische beleidskaart (CHBK) op. Deze kaart geeft per zone/gebied richting aan het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen en het aanpassen van bestaande. Een CHBK maakt ook dat er makkelijker verbindingen gelegd kunnen worden tussen erfgoed en veranderingen in onze leefomgeving, zoals energietransitie en klimaatadaptatie. De CHBK wordt vervolgens verwerkt in het nog op te stellen Omgevingsplan. Economie

1. Wat verstaat de gemeente onder een goed vestigingsklimaat? 2. Is de huidige industrie toekomstbestendig? 3. Welk type industrie wil de gemeente aantrekken?

1. Een goed vestigingsklimaat is van verschillende factoren afhankelijk. In hoofdzaak worden drie thema’s onderscheiden: duurzaam & gezond, fysiekruimtelijk en sociaal-economisch. 2. Ten aanzien van het tapijtcluster: er kan onderscheid gemaakt worden in verschillende

Ja, tekstueel aanvullen: Van een goed vestigingsklimaat in de gemeente is sprake wanneer dit voldoet aan de uitgangspunten op het gebied van duurzaamheid en gezondheid (circulaire economie, energiebesparing en –transitie, milieunormen) en fysiek-ruimtelijke

4. Wat is de visie van de gemeente op de economie van Zwartsluis (zienswijzen 10, 17, 51)

marktsegmenten en hoe die zich ontwikkelen, maar mede dankzij de internationale oriëntatie is de vraag naar tapijt stabiel en toekomstbestendig te noemen. Het tapijtcluster Genemuiden/Hasselt werkt aan de verduurzaming van het product en het productieproces. Hierbij kan gedacht worden aan de projecten en activiteiten binnen de werkgroep duurzaamheid van het programma Topwerklocatie, waarin ondernemers, gemeente en provincie actief zijn. Onze gemeente wil ruimte bieden aan lokale ondernemers. Hierbij zetten we bij uitbreidingen, transformatie en nieuwbouw in op een duurzame ontwikkeling. Stikstofdepositie en het reduceren van de emissie van broeikasgassen is één van de doelstellingen van de op te stellen Veenweidestrategie voor Noordwest Overijssel. 3. De gemeente stuurt niet op het aantrekken van industrie omdat er weinig of geen uitbreidingsruimte is. Wel worden er (planologische) kaders gesteld zodat vanuit milieu-hygiënisch oogpunt voldoende afstand is tussen bedrijven en woningen. Hoe zwaarder het bedrijf, hoe groter de afstand. In Genemuiden en Zwartsluis zijn er in de bestemmingsplannen enkele accenten aangebracht. Zo is in Genemuiden in het bijzonder ruimte voor de tapijtindustrie. In Zwartsluis is watergebonden bedrijvigheid specifiek bestemd en is toerisme een belangrijke bron van inkomsten. 4. De industrie in de gemeente is gemêleerd.

Relatief gezien is er veel watergebonden

(bereikbaarheid, veiligheid) en sociaaleconomische voorwaarden (woon- en werkklimaat, werkgelegenheid, beroepsbevolking). Sterke en kansrijke bedrijvigheid in de gemeente zijn de tapijt- en textielindustrie, watergebonden industrie en bouw- en nijverheidsbedrijven. Deze bedrijven krijgen binnen de gemeente de ruimte binnen de gestelde kaders voor duurzaamheid en ruimtelijke inpassing.

industrie, bouw- en nijverheidsbedrijven en textielbedrijven. Voor Zwartsluis zijn in de bestemmingsplannen enkele accenten aangebracht. Zo is watergebonden bedrijvigheid specifiek bestemd.

Energie

Is de uitbreiding van industrie nodig? Iedereen heeft bijna een andere mening hierover, de crisis biedt in dit opzicht kansen. Oude industrieterreinen aanpakken. Bijvoorbeeld in Genemuiden het gebied rond de Industriestraat. Was ooit al eens sprake van om daar de Tapijtwijk te ontwikkelen. Misschien nu gewaagd, maar onderzoek waard. Geen uitbreiding van Zevenhont, gaat ten koste van Natuur en landbouw en is niet in lijn met de adviezen in de MER. (zienswijzen 16, 31, 36, 37, 39, 41, 42, 43)

Om de uitbreidingsbehoefte te peilen wordt gebruik gemaakt van verschillende methoden. In regionaal verband wordt aan de hand van prognoses en modellen op gemeenteniveau de behoefte bepaald. Daarnaast is voor de uitbreiding Zevenhont een concrete behoeftepeiling onder ondernemers uitgevoerd. Uit beide methoden blijkt dat er behoefte is aan extra ruimte. Onderzoek wijst verder uit dat op de bestaande bedrijventerreinen weinig ongebruikte ruimte is en een zeer laag leegstandsniveau. Indien door marktontwikkelingen dit beeld verandert en er ontstaat ruimte op de bestaande terreinen, dan dient hiervoor een goede invulling te worden gevonden.

Ja. De visie wordt zodanig aangescherpt dat duidelijk is waar uitbreiding mogelijk en gewenst is en waar de haalbaarheid van de revitalisering van bedrijventerreinen wordt onderzocht. Zie hiervoor de beantwoording bij de algemene zienswijze 1, onderdeel Bedrijventerreinen.

1. Heeft de gemeente al zoeklocaties aangewezen voor de opwekking van duurzame energie (zon en wind)? Bescherm het buitengebied tegen zonneparken. 2. Wat is de visie van de gemeente op het beperken van de energievraag (woningbouw en industrie)? 3. Wat is de visie van de gemeente op biogas en groen gas en energie uit water? 4. Wat bedoelt de gemeente met pilotprojecten zonnevelden? Ik neem aan dat het hier gaat om zon-PV, maar dat is mature technologie en parken staan er

1. De gemeenteraad heeft zich in januari 2021 uitgesproken over de zoeklocaties voor de opwekking van duurzame energie. Natuurgebieden (Natura2000, Natuurnetwerk Nederland) zijn geen onderdeel van de zoekgebieden. Grootschalige opwek in of grenzend aan het Nationaal Landschap wordt op voorhand niet uitgesloten. Wanneer er elders onvoldoende mogelijkheden worden gevonden onderzoeken we of grootschalige opwek hier onder voorwaarden mogelijk is, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de bijzondere kenmerken van het landschap. Niet de gemeente maar andere bestuursorganen

Ja, bij het thema Energie wordt toegevoegd dat in de loop van 2021 de zoekgebieden voor duurzame energie-opwek (zon, wind) door de gemeenteraad worden vastgesteld. Duurzame opwek van energie in of aan de randen van het Nationaal Landschap is onder nader te onderzoeken voorwaarden mogelijk. Deze locaties komen pas in beeld wanneer er elders onvoldoende mogelijkheden worden gevonden.

voor minimaal 20 jaar. Dus waarom spreekt de gemeente van pilotprojecten? 5. De gemeente wil PV op gebouwen stimuleren en heeft een doelstelling van 160.000 + 251.000 panelen op gebouwen. Verzekeraars keren zich echter steeds vaker tegen zon op dak. Welke maatregelen wil de gemeente inzetten om eigenaren (ook woningeigenaren) te stimuleren? (zienswijzen 10, 18, 21, 29, 30, 32, 33, 34, 36, 40, 41, 45, 47, 49, 51)

hebben zeggenschap over het Nationaal Landschap. In 2021 is het participatieproces gestart rond de aanwijzing van zoekgebieden in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES). De RES is opgesteld samen met de gemeenten in Noordwest Overijssel en de provincie Overijssel. Hierin zijn de doelstellingen ten aanzien van duurzame energie-opwek geformuleerd. De Handreiking zonnevelden van de provincie Overijssel van 21 april 2020 wordt hierbij betrokken, evenals andere rapporten die zijn uitgebracht op het onderwerp duurzame energie in relatie tot landschappelijke waarden. Rond het proces zoekgebieden wordt uitgebreide participatie en communicatie georganiseerd. 2. Het beperken van de energievraag is de eerste stap en belangrijk uitgangspunt voor de toekomstige energiebehoefte. Het beperken en besparen van energie is ook in het gemeentelijk Programma Energietransitie opgenomen. Ingezet wordt op een besparing ten opzichte van 2016 van 772 TJ (Terra Joule) in de periode 2030-2040. Dat wat aan energie bespaard wordt, hoeft niet opgewekt/geproduceerd te worden. Onder meer via de Warmtetransitie-visie, het Energieloket en de Topwerklocatie Tapijt zijn we als gemeente hiermee aan de slag. 3. Biogas en groen gas worden als mogelijke bronnen meegenomen in de energie- en warmtetransitie. Het is onderdeel van de energiemix. Wel blijkt deze vorm steeds meer ter discussie te staan.

Er vindt immers nog steeds CO2-uitstoot plaats. Energiealternatieven met behulp van water worden

meegenomen in het bronnenonderzoek voor de Warmtetransitie-visie en de Wijkuitvoeringsplannen. Inzet van waterkracht voor de opwek van elektriciteit speelt in Zwartewaterland geen rol omdat hiervoor een groter verval van water nodig is. 4. De technologie op zichzelf is volwassen maar het proces en de regie bij locatiekeuze, planontwikkeling, realisatie en exploitatie bevinden zich nog in een oriënterend stadium. Met de pilotprojecten wil de gemeente ervaring opdoen met de mogelijke ontwikkelingen van grondgebonden zonneparken. De pilotfase bestaat uit het proces om tot een zonneveld te komen. De gemeente probeert hiermee te kijken of het afwegingskader dat de gemeente heeft voldoende handvatten biedt voor de initiatiefnemer en voor de gemeente. 5. De gemeente zet in op bewustwording, voorlichting en gerichte individuele hulp via het Energieloket. In regionaal verband werkt de gemeente er aan mee om belemmeringen in de energietransitie weg te nemen. Verzoek om de benodigde infrastructuur voor de energietransitie in de Omgevingsvisie mee te nemen. Indiener werkt graag samen met de gemeente bij het op duurzame wijze opnemen van het hoogspanningsnet in omgevingsplannen. (zienswijze 44)

De benodigde infrastructuur voor de energietransitie krijgt haar uitwerking en verbeelding in het Omgevingsplan. De door indiener opgestelde staalkaart is hierbij uitgangspunt. De gemeente is blij met het aanbod tot samenwerking en blijft dit graag doen, onder meer in het kader van het Omgevingsplan en het Programma Energietransitie. Het is van groot belang dat er voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet is en blijft.

Nee

Gezondheid

Klimaat

De gemeente is er goed in geslaagd om in de Omgevingsvisie een verbinding te maken tussen ruimtelijke opgaves en lokaal gezondheidsbeleid. Indiener werkt graag hierin verder samen met de gemeente in het Omgevingsplan. (zienswijze 27)

De complimenten worden met dank in ontvangst genomen. De gemeente zal indiener blijven betrekken bij de verdere uitwerking van dit thema in het Omgevingsplan en de Regionale Omgevingstafel.

Nee

AED dekking beter in beeld brengen en coördineren( Rode Kruis, EHBO) (zienswijze 16)

Eén van de speerpunten van het lokaal gezondheidsbeleid is een hartveilig Zwartewaterland. Samen met de drie EHBOverenigingen uit de kernen is het AED-netwerk in Zwartewaterland in kaart gebracht. Bekeken wordt op welke punten dit netwerk nog kan worden versterkt. De gemeente onderschrijft het belang van een goed alarmeringssysteem en de opleiding van voldoende burgerhulpverleners.

Nee

Waarom is er in de visie geen aandacht voor de luchtkwaliteit? (zienswijze 30)

Ingezet wordt op gebiedsgericht milieubeleid voor het bepalen van normen in verschillende type gebieden (bijvoorbeeld centra en woongebieden). Zo wordt leefbaarheid nader gedefinieerd door het te koppelen aan normen voor lucht, bodem, water en geluid. Deze normen worden opgenomen in het omgevingsplan. Als de normen niet gehaald worden, kan een programma met maatregelen worden opgesteld om de normen te halen.

Ja, tekstueel aanvullen: De gemeente voert een gebiedsgericht milieubeleid. Door specifiek per type gebied de normen te bepalen voor lucht-, bodemen waterkwaliteit, wordt leefbaarheid per gebied nader gedefinieerd. De normeringen worden in het Omgevingsplan opgenomen.

1. De gemeente stelt dat “in de planvorming eisen gesteld worden aan nieuwbouw, herontwikkelingslocaties en ontwikkelingen op bedrijventerreinen”, zoals voldoende groen, opslaan van hemelwater, erfinrichting. Gaan deze

1. Om de gemeente klimaatadaptief in te richten zijn er maatregelen nodig in de openbare ruimte, op bedrijventerrein en ook bij het (particuliere) woningbezit. Landelijke afspraken stellen dat alle perceeleigenaren verantwoordelijk zijn voor de opvang van

Nee

eisen nu gelden voor bedrijventerreinen of ook voor nieuwbouw van woningen? 2. Is de gemeente ook van plan om woningeigenaren te stimuleren om hun erf groen in te richten? Steen eruit, groen erin regelingen? (zienswijzen 10, 30, 32, 34, 48)

hemelwater op het eigen terrein. Dat geldt zowel voor bedrijventerreinen, alsook voor de nieuwbouw van woningen. In het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie nemen we gerichte normen en streefpercentages op. 2. Er is in de bestaande omgeving veel winst te behalen door vergroening op particulier terrein. De gemeente stimuleert dit door gerichte voorlichting en communicatie naar de inwoners.

Wat zijn de visionaire maatregelen die bijdragen aan het voorkomen van hittestress en die moeten voorkomen dat we natte voeten krijgen in perioden dat er enorme hoosbuien over de gemeente trekken? (zienswijzen 30, 32)

Onder het thema Klimaat is dit in de Omgevingsvisie aangegeven. In het nog vast te stellen Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie nemen we gerichte normen en streefpercentages op.

Nee

Aandacht voor afkoppelen regenwater en vergroenen openbare ruimte, waterkwaliteit, resultaten stresstesten en opgaven klimaatadaptatie opnemen in Omgevingsvisie. Willen betrokken blijven. (zienswijze 48)

We trekken graag als partners samen op bij het inspelen op het veranderende klimaat, o.a. via de samenwerkingsorganisatie RIVUS en het gebiedsproces om te komen tot een Veenweidestrategie. Bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie tot omgevingsplan en programma’s werken wij deze thema’s samen verder uit.

Nee

Onderwijs

Op scholen educatie over natuur, landschap en cultuur in de IJsseldelta. (zienswijze 30)

Onderwijs en schoolprogramma’s zijn in beginsel een taak van de scholen. De gemeente ondersteunt waar nodig of gewenst.

Nee

Openbare ruimte

1. Wat is de (hogere) ambitie van de gemeente voor een openbare ruimte die schoon, heel en veilig is? Dit wordt niet verder uitgediept.

1. Het gaat hier niet alleen om het bereiken van hogere standaarden, maar ook om het behoud van bestaande kwaliteiten, beide onder veranderende omstandigheden. De visie beschrijft deze veranderende

Nee

2. Wat is de visie van de gemeente op huishoudelijk, grof en groen afval? Hoe gaat zij de inwoners en bedrijven stimuleren om verder te recyclen? En als de inwoners meer gaan recyclen, wat betekent dat voor de afvalstoffenheffing en -tarieven? 3. Wat doet de gemeente ertegen dat openbare vuilnisemmers en vangnetten gebruikt worden om huisvuil te dumpen? 4. De gemeente spreekt uit dat de leefomgeving en openbare ruimte in de wijk Nieuwe Sluis aandacht nodig heeft. Andere wijken glijden inmiddels ook af. Hoe gaat de gemeente voorkomen dat andere wijken (bijv. Prinsessenbuurt) zich in dezelfde richting ontwikkelen? (zienswijze 10)

omstandigheden en geeft daarmee het kader aan voor uitwerkingen en het maken van nadere keuzes, onder meer via het Omgevingsplan, in de Leefbaarheidsplannen voor elke kern en in het Buitenruimteplan. Deze uitwerkingen gaan onder meer over zwerfafval en hondenpoep. In het Uitvoeringsprogramma Werken zijn kwaliteitsbeelden en standaarden opgenomen die de gemeente jaarlijks vaststelt. 2. Zo veel mogelijk circulair grondstoffenbeleid, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van hogere overheden zoals het Rijk en de EU. Dit doet de gemeente in overleg met de afvalverwerkende partijen. Inwoners worden gestimuleerd tot afval scheiden door het gescheiden aanbieden voor hen zo makkelijk mogelijk te maken. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel deel (zogenoemde Diftarsysteem); hoe minder restafval een inwoner aanbiedt hoe minder deze hoeft te betalen. Ook de gemeente betaalt minder aan ROVA wanneer het aandeel restafval kleiner is. 3. Dit valt buiten de reikwijdte van de Omgevingsvisie. Via toezicht en handhaving wordt tegen deze overtredingen opgetreden. 4. Opgaven die de Omgevingsvisie stelt worden verwerkt en uitgewerkt in het Omgevingsplan, in beleids- en uitvoeringsplannen en waar nodig in programma’s. Dit geldt ook voor de onderwerpen leefomgeving en openbare ruimte.

Opgaven in de Omgevingsvisie zijn niet statisch; uit actualisaties van de visie kunnen andere opgaven voortkomen, naar gelang de situatie van dat moment.

Toerisme en recreatie

Buurt meer betrekken bij het onderhoud van het groen. Hiervoor middelen beschikbaar stellen. Het vereist ook regie, een beheerplan en een goed voorbeeld van beheer vanuit de gemeente. (zienswijzen 16, 30)

Het Groenbeleidsplan is opgesteld samen met inwoners. Via Samen Actief kunnen inwoners maximaal € 500,- euro aanvragen als ze samen in hun buurt iets willen. Dat geldt ook voor de aanpak van groenstroken.

Nee

1. Bij het obstakelvrij maken niet alleen aandacht voor de ouderen maar ook voor de mindervalide medemens. Bijvoorbeeld stoepen/stroken waar rolstoelgebruikers veilig overheen kunnen zonder te hoeven uitwijken voor auto's. (zienswijze 21)

1. In het Buitenruimteplan is opgenomen dat de openbare ruimte in de kernen zo ingericht wordt dat iedere inwoner van Zwartewaterland toegang heeft tot een passend aanbod om te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten en dat er gezorgd wordt voor voldoende rustpunten op wandelroutes. In Genemuiden en Hasselt zijn al beweegroutes gerealiseerd en zijn er speelplekken en ouderen-beweegtuinen aangelegd. De wandelmogelijkheden voor mindervaliden zijn beperkt. Binnen de leefbaarheidsplannen is voor Genemuiden en Zwartsluis opgenomen dat er veilige routes naar het centrum worden gerealiseerd. Verder wordt er in Zwartsluis in de buurt van De Schans een beweegpad (voor minder validen) aangelegd. Uit de gesprekken met inwoners en een enquête gehouden onder inwoners blijkt dat er behoefte is aan ontmoetingsplekken voor jong en oud in de buurt.

Nee

2. Combineer zoveel mogelijk beheer- en onderhoudswerkzaamheden (zienswijze 21)

2. Werkzaamheden worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd in de beheer- en onderhoudsplannen en in plannen als de Transitievisie Warmte. Sinds het begin van 2020 is de gemeente bezig om met vele Gaellemuuniger organisaties het thema recreatie en toerisme binnen het

Genemuiden:

Nee

Verzoek om een werkgroep te vormen die zich voor m.n. Genemuiden bezig gaat houden met het thema recreatie. (zienswijze 1)

Leefbaarheidsplan Genemuiden vorm te geven. Vanaf volgend jaar wordt een start gemaakt met de uitvoering. Binnen het proces om te komen tot het leefbaarheidsplan Genemuiden is ook een Werkgroep Recreatie & Toerisme actief. Hierin hebben onder andere de TIP Genemuiden en de VOG (ondernemersvereniging Genemuiden) zitting. Deze Werkgroep stemt waar nodig af met Gaellemuuniger organisaties die gerelateerd zijn aan recreatie en toerisme, zoals het Tapijtmuseum, het Historisch Centrum Genemuiden, en de beheersorganisatie van de (toeristische) haven. Of er tijdens de uitvoeringsfase een Werkgroep Recreatie en Toerisme blijft bestaan, en of dat de huidige werkgroep in de huidige samenstelling zal zijn, is op dit moment nog niet duidelijk. Dit is een onderwerp van nader overleg binnen de totstandkoming van het Leefbaarheidsplan Genemuiden, maar ook afhankelijk van de bereidheid tot deelname van Gaellemuuniger organisaties. De gemeente staat open voor initiatiefvoorstellen vanuit de Gaellemuuniger samenleving.

Watertoerisme Zwartsluis:

Op basis van regionale toeristische samenwerking willen de gemeenten Steenwijkerland en Zwartewaterland de aankomende jaren meer gaan afstemmen, dan wel samenwerken. Watertoerisme en aantrekkelijke aanlegplaatsen zijn daar onderdeel van. In het proces rond de leefbaarheidsplannen werd duidelijk dat er behoefte is aan extra ligplaatsen in het centrum van Zwartsluis. Met de betrokken partijen geven we hier uitwerking aan en kijken we naar de doelgroep passanten maar ook naar voorzieningen voor dagjesmensen. Ook via een

Gevraagd wordt om meer aanlegplaatsen te creëren langs de vaarroutes en ligplaatsen in Zwartsluis. Dit bevordert het watertoerisme in en rond Zwartsluis. Uitbreiding van aanlegplaatsen aan de Handelskade wordt niet door iedereen wenselijk gevonden omdat dit ten koste gaat van ruimte voor de bruine vloot en voor waterevenementen. (zienswijzen 2, 10)

Nee

Meer uitwerking en ambitie in de bevordering van het watertoerisme rond Zwartsluis. Zet Zwartsluis neer als bestemming of als een hub, en niet alleen als poort. Het moet een bestemming zijn met goede voorzieningen, goed onderhouden cultureel erfgoed, winkels, kwalitatieve horeca, een hotel, campings, havens en een goede bereikbaarheid met openbaar vervoer, leenfietsen e.d. (zienswijzen 10, 20, 24)

effectiever ligplaatsenbeleid van de St. recreatiecentrum Zwartewater streven we naar meer capaciteit in de zomermaanden. Wij zien de Handelskade, Kolksluis en omgeving als het toeristische hart van Zwartsluis. We gaan dit gebied opknappen en de toeristische voorzieningen optimaliseren. Sluuspoort zetten we neer als toeristisch startpunt voor een aantal arrangementen die worden ontwikkeld. De gemeenteraad heeft hiervoor middelen beschikbaar gesteld. Voor de uitvoering van wat daar mag en kan gaan we in overleg met de eigenaar van het gebied, Rijkswaterstaat. Voor ons is dit het toeristisch hart van Zwartsluis en een belangrijke bron van inkomsten voor ondernemers.

Wat is de visie van de gemeente op het behoud van het snelvaarwater tussen Zwartsluis en Hasselt? Hoe wil zij zich daarvoor inzetten? (zienswijze 10)

Rijkswaterstaat bepaalt met betrekking tot het ‘grote’ water Zwartsluis – Hasselt de beleidsmatige lijn. Op gezette tijden wordt dit RWS-beleid op provinciale dan wel regionale schaal afgestemd, en kunnen betrokken gemeenten hun bevindingen inbrengen. Zwartewaterland wil vooralsnog het door indiener bepleite ‘snelvaarwater’, met het oog op toeristisch gebruik, behouden.

Leg een meer aan tussen Zwartsluis en Genemuiden (buitendijks van Cellemuiden – Ringweg). (zienswijze 10)

Het aanleggen van een meer tussen Zwartsluis en Genemuiden is op dit moment beleidsmatig niet aan de orde. Niet bij de gemeente, en, voor zover bekend, ook niet bij andere beleidsmatige partners.

Belangrijk voor Zwartsluis en Hasselt zijn de nationale sleepbootdagen, Zwartsluis onder zeil en Hassailt. (zienswijze 11)

Vanuit recreatief-toeristisch oogpunt wordt dit standpunt onderschreven. Evenementen zijn van belang voor zowel de eigen inwoners als voor de toeristen. Door het houden van evenementen

ontstaat cultuur-toeristische en economische reuring en verbondenheid, die goed zijn voor de lokale economie en de leefbaarheid van Zwartsluis en Hasselt. De gemeente Zwartewaterland faciliteert daarom op diverse manieren (waaronder financieel) een behoorlijk aantal evenementen binnen haar gemeentegrenzen. Verzoek uitbreiding van de dierenweide naast het verzorgingshuis in Hasselt (zienswijze 9)

Een dergelijk verzoek is een goed voorbeeld van Inwoners die zelf met ideeën en initiatieven komen en die, passend bij de geest van de Omgevingswet, door de gemeente zoveel mogelijk worden gefaciliteerd. Advies aan de indiener is om hiervoor contact op te nemen met de kerncoördinator van Hasselt om het initiatief door te spreken.

Nee

Hoe wil de gemeente samenwerken met de grondeigenaren en andere relevante partners om natuur meer toegankelijk te maken voor toerisme en recreatie? (zienswijze 10)

De gemeente werkt in een duurzame relatie samen met betrokken partijen en vult haar (nieuwe) rol binnen het kader van de Omgevingswet in: een juiste balans brengen in loslaten, vertrouwen en samenwerken zoals verwoord in ambitie 1 ‘Samenwerkend Zwartewaterland bereikt meer’. De gemeente respecteert daarbij de zeggenschap van grondeigenaren. Met betrekking tot de toeristische ontwikkelingen werkt de gemeente veel met lokale en regionale natuurorganisaties en grondeigenaren samen. Dit doet zij in gebiedsgerichte verbanden. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking in het gebied De Oldematen, waar de gemeente samenwerkt met Staatsbosbeheer (grondeigenaar) en andere gebiedspartners. Partners werken hier aan het opstellen van een gedragen (toeristisch) Uitvoeringsplan voor de aankomende jaren.

Nee

Veiligheid

Meer overnachtingsmogelijkheden. Alleen in Zwartsluis is er een hotel. Mogelijkheden als Bed & Breakfast of Kamperen bij de boer zou zeker een mogelijkheid kunnen zijn. (zienswijze 21)

Er wordt al enige tijd ingezet op het aanjagen en faciliteren van uitbreiding van gebiedspassende (kleinschalige) verblijfsrecreatiemogelijkheden. Hierbij geldt: ‘niet meer van hetzelfde, maar diversiteit en hoogwaardige kwaliteit’. In de afgelopen periode heeft de gemeente een aantal initiatieven voor de realisatie van bijvoorbeeld een B&B, camperplaatsen, kamperen bij de boer mogen faciliteren. Daar komen in 2021 een aantal initiatieven bij. De gemeente is hierbij wel steeds afhankelijk van de initiatieven van de betreffende ondernemers.

Nee

Aangeboden wordt met de gemeente op te trekken bij bedrijfsbeëindiging en vrijkomende agrarische bebouwing, herbestemming en sloop. Sociale veiligheid en sociale cohesie in het buitengebied moeten behouden blijven. (zienswijze 40)

Dit aanbod wordt graag aangenomen bij de visievorming op het buitengebied.

Nee

ondernemers/agrariërs in het buitengebied worden meer weerbaar gemaakt tegen criminaliteit. Door het specifiek te benoemen van één groep worden de andere burgers daarin niet meegenomen, het probleem geldt evenzo voor andere bewoners in het buitengebied. Dus niet één groep benoemen. (zienswijzen 22, 52)

De doelgroep ondernemers/agrariërs in het buitengebied wordt specifiek benoemd omdat zij met hun bedrijf ook andere risico’s lopen. In het Integraal Veiligheidsplan staat beschreven wat de gemeente voor alle inwoners doet om hen weerbaarder te maken.

Nee

Het thema Veiligheid is vooral gericht op sociale veiligheid. Verbreden tot fysieke veiligheid (externe veiligheid, rampenbestrijding, crisisbeheersing, brandveiligheid en bouwveiligheid).

De gemeente heeft verschillende beleidskaders die de fysieke veiligheidsaspecten regelen. Deze zullen worden overgenomen en verwerkt in het omgevingsplan.

Nee

En hierbij kennis te nemen van de Strategische beleidsagenda 2019-2023 van indiener. (zienswijze 50) Verkeer

Wat is de visie van de gemeente op de aanwezigheid van Interfloor in de dorpskern van Zwartsluis met alle verkeershinder die dat met zich meebrengt (verkeersveiligheid, geluid en trilling). (zienswijze 10)

De locatie van Interfloor in de dorpskern is inderdaad niet ideaal. Op het moment dat het bedrijf te kennen geeft daar weg te willen zal de gemeente dat zoveel mogelijk faciliteren.

Nee

Verkeersveiligheid op de dijk bij Cellemuiden: voetgangers die niet rechts lopen en zich daarmee niet aan de regels houden, te hoge snelheden. Sluit de dijk af voor nietbestemmingsverkeer (alleen toegankelijk voor aanwonenden en voor fietsers en voetgangers) en zorg voor veilige voorzieningen voor fietsers en voetgangers (zienswijzen 13, 30, 32, 36)

Verkeersveiligheid is zowel afhankelijk van een veilige en duidelijk herkenbare weginrichting en van de mate waarin verkeersdeelnemers zich aan de verkeersregels houden. Dit laatste heeft de gemeente niet in de hand. Als wegbeheerder zorgt de gemeente ervoor dat de weg logisch en begrijpelijk en zo veilig mogelijk wordt ingericht, en wordt er aandacht besteed aan gedragsbeïnvloeding door communicatie en educatie. De suggestie tot het afsluiten van de dijk Cellemuiden zal worden meegenomen en beoordeeld in het op te stellen Gemeentelijk verkeer en vervoerplan (Mobiliteitsplan). Dit aanbod wordt graag aanvaard bij de ontwikkeling van het gemeentelijk verkeer en vervoerplan..

Nee

Bij het maken van plannen proberen we de belanghebbenden zoveel mogelijk te betrekken en gezamenlijk tot plannen te komen. Daarnaast is er een opgave om het verharde oppervlak zoveel mogelijk te gaan verminderen om (natuurlijke)

Nee

Aangeboden wordt mee te denken bij een veilige inrichting van wegen waarbij rekening gehouden wordt met de maatvoeringen en behoeften van landbouwverkeer. (zienswijze 40) Er wordt gesproken om het aantal blauwe zones uit te breiden. Als dit in de toekomst wordt gerealiseerd is een goede communicatie met inwoners belangrijk. Qua uitstraling voor de

Nee

Voorzieningen

parkeerplaatsen lijkt het mij goed om geen 'saaie' parkeerplaatsen te realiseren. Maar meer iets wat bij de locatie past. Ook kan hierbij rekening gehouden worden met het openbaar groen. Bijvoorbeeld om de parkeerplaats te ‘camoufleren’. (zienswijze 21)

infiltratie te bevorderen. We zijn terughoudend met het realiseren van extra parkeerplaatsen om zoveel mogelijk groen te behouden en de duurzame alternatieven als fiets en OV te bevorderen. De mening wordt gedeeld om parkeerplaatsen locatie-specifiek te maken met een inrichting die bij de omgeving past.

Verkeersonveiligheid op de Gennerdijk (zienswijze 22)

Het gevoel van verkeersonveiligheid wordt herkend. Gehele afsluiting is niet gewenst om wel de mogelijkheid te bieden aan de mensen die er wel moeten zijn. Om de snelheid van de fietsers te remmen is in overleg met de buurt ervoor gekozen om een soort wildroosters te plaatsen.

Nee

Bezwaar tegen de plannen en uitgangspunten m.b.t. de verkeerscirculatie in Hasselt centrum e.o. Door het verkeer nabij afslag Bodewes in twee-richtingen in te richten, komen er o.a. op de gehele van Nahuysweg vele malen meer verkeersbewegingen dan in de door u berekende modellen. We hebben het dan over het meervoud van 1000 voertuigen per etmaal, gedurende het gehele jaar! Op geen enkele wijze is er dan nog sprake van een gezonde leefomgeving. (zienswijze 38)

De verkeerscirculatie in Hasselt is onderdeel van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (Mobiliteitsplan). Dit wordt in samenspraak met inwoners en andere belanghebbenden opgesteld en in 2021 aan de gemeenteraad aangeboden. Een verantwoord evenwicht tussen bereikbaarheid en leefbaarheid is hierbij het uitgangspunt. In voorbereiding hierop heeft de gemeenteraad in december 2020 een principebesluit genomen over de verkeerscirculatie in Hasselt.

Nee

Combineer de opgaven om de leefbaarheid in kernen in stand te houden (woningbouw, scholen, zorg- en culturele voorzieningen, toerisme en recreatie) (zienswijze 49)

In de geest van de Omgevingswet werken we op een integrale wijze samen met alle betrokken partijen om de leefomgeving op peil te houden en te verbeteren. Hierbij maken we gebruik van alle beleidskaders en plannen die er in het ruimtelijke

Nee

en het sociaal domein zijn en brengen die samen en met elkaar in verband. Wonen

Zorg over de betaalbaarheid van woningen voor starters. Daarnaast zou er meer aandacht moeten zijn voor zorgconcepten voor het huisvesten van ouderen. Pas op met hoge dichtheden (kosten, leefbaarheid) en bouw klimaatadaptief en waterrobuust. (zienswijze 26)

Duidelijk beleidskader stellen voor de huisvesting van buitenlandse werknemers in de verschillende kernen. (zienswijze 4)

De betaalbaarheid van woningen voor starters is een onderwerp waar de gemeente nauwelijks invloed op heeft. Wat we wel kunnen is gunstige voorwaarden scheppen voor starters om een woning te kunnen kopen. Daarvoor heeft de gemeente de regeling ‘startersleningen’. De gemeenteraad heeft besloten om deze regeling te verlengen. Het streven is om voor iedere doelgroep voldoende woningen te kunnen aanbieden. Tweejaarlijks wordt onder andere hiervoor een woonbehoefteonderzoek gehouden. De Omgevingsvisie leent zich minder goed om specifiek in te gaan op verschillende zorgconcepten voor het huisvesten van ouderen. Deze zijn ook voortdurend in ontwikkeling. De gemeente heeft een positieve grondhouding ten aanzien van dergelijke concepten, met als voorbeeld de Knarrenhof. Het bouwen in lagere dichtheden heeft hogere (grond)kosten tot gevolg en staat daarmee haaks op de betaalbaarheid. Ook vraagt het om een grotere bebouwde oppervlakte bij hetzelfde aantal woningen. Het is ook een stedenbouwkundige afweging. Zie voor klimaatadaptief bouwen het antwoord bij het thema ‘Klimaat’ Bij het thema Wonen en het thema Verkeer wordt gesproken over arbeidsmigranten. De gemeente Zwartewaterland wil goede huisvesting voor arbeidsmigranten. Door hier nieuw beleid voor te maken wil de gemeente zorgen voor voldoende kwalitatieve huisvesting op de juiste locaties.

Ja, tekstueel aanvullen over wonen en zorg: Vanwege de toenemende vergrijzing is aandacht voor de bouw van levensloopbestendige woningen belangrijk bij de totstandkoming van nieuwbouwplannen. Bij nieuwe zorgconcepten voor het huisvesten van ouderen beziet de gemeente vanuit een positieve grondhouding of medewerking mogelijk en gewenst is.

Nee

Leefbaarheid van woonbuurten is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Met het nieuwe beleid zal er stringent worden gehandhaafd. Hasselt Overwaters gaat ten koste van natuur en landbouw. Men zit niet te wachten op dure woningen voor de rijkeren. Houd rekening met de continuïteit c.q. het voortbestaan van de ondernemingen in het buitengebied. Bouw meer binnen en aan de randen van stedelijk bebouwd gebied en zorg voor een goede landschappelijke inpassing van nieuwbouw in het algemeen. Wanneer een woningbouwontwikkeling niet past in het bestemmingsplan voor het buitengebied: hoe wordt dan de afweging gemaakt of de ontwikkeling wenselijk en mogelijk is? En wordt er daarbij naar alternatieven gekeken? (zienswijzen 6, 15, 29, 30, 31, 32, 40, 45, 51)

Hasselt Overwaters betreft een kleinschalige ontwikkellocatie (circa 17 woningen) in de vorm van landschappelijke woningbouwkavels. De ontwikkelvisie gaat uit van behoud en waar mogelijk versterking van de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Dat geldt voor zowel de landschappelijk inpassing als voor de bouwtypologie en bouwvolumes van de te realiseren woningen. Beleidskaders zoals het Groenbeleidsplan worden hierbij in acht genomen. De locatie past in de woningbouwafspraken die met de regio en de Provincie zijn gemaakt. Ontwikkelingsruimte (voor woningbouw en bedrijven) moet voldoen aan de ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’. Het is gebaseerd op het provinciale beleid dat ervanuit gaat dat nieuwe ontwikkelingen mogen als zij bijdragen aan het instandhouden van en versterken van de ruimtelijke kwaliteit (landschappelijke inpassing en landelijk beeld, groen, natuurontwikkeling, uiterlijke kenmerken bebouwing). Algemeen gesteld geeft de gemeente de voorkeur aan bouwen binnen de bestaande bebouwde omgeving (inbreiding) boven uitbreiding van het bebouwd gebied. Zo is er binnen de kernen Hasselt en Genemuiden nog ruimte beschikbaar voor woningbouw. In Zwartsluis en Kamperzeedijk is dit minder het geval en zal bekeken worden hoe en waar in de lokale woonbehoefte kan worden voorzien met zo weinig mogelijk druk op groen en landschap.

Hier ligt een dilemma tussen wonen en leefbaarheid

Ja, tekst aanvullen en aanscherpen: de koers bij woningbouwontwikkeling is erop gericht om zoveel mogelijk binnen de bestaande bebouwde omgeving te bouwen. Dit gaat vóór uitbreiding van het bebouwd gebied. Echter, bouwen buiten bestaand bebouwd gebied zal niet altijd te voorkomen zijn. In die gevallen zorgen we voor een zorgvuldige inpassing in groen en landschap volgens de ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ en het Groenbeleidsplan. Zie ook de beantwoording bij de algemene zienswijze 1, onderdeel Wonen.

enerzijds en behoud van groen en landschap anderzijds. Herbestemming van gebouwen en vrijkomende agrarische bebouwing kunnen hierbij een rol spelen.

Hoe ziet de demografische ontwikkeling eruit en wat is de woonbehoefte over 20 jaar? Is dit ook per kern en doelgroep bekend? Wat doet de gemeente eraan om meer sociale huurwoningen te ontwikkelen? (zienswijzen 10, 26)

De woonbehoefte wordt om de paar jaar geactualiseerd waarbij ook demografische ontwikkelingen een belangrijke rol spelen. De laatste actualisatie is bijna gereed. Tot 2030 zijn er in de gemeente in totaal 750 nieuwbouwwoningen nodig, in overeenstemming met de landelijke Pearl prognose. Het woningbouwprogramma dient zo goed mogelijk aan te sluiten op de ontwikkeling van de woningbehoefte, naar doelgroep en naar de locatie binnen de gemeente. Daarin hebben ook sociale huurwoningen een plaats. De wachttijden voor een sociale huurwoning zijn in de gemeente relatief kort, zodat daar geen grote opgave ligt. Via monitoring en door actualisatie van de woonbehoefte wordt ook de Omgevingsvisie actueel gehouden.

Ja, tekstueel aanvullen met de informatie over de verwachte woningbehoefte tot 2030.

Wat is visie van de gemeente op bodemdaling, de effecten op bestaande bouw (ook woningen, die op houten palen staan). Hoe gaat de gemeente woningeigenaren ondersteunen bij het oplossen van deze problemen. (zienswijze 10, 40)

Er is een samenhang tussen bodemdaling en waterpeilbeheer. Het waterschap is verantwoordelijk voor het nemen van peilbesluiten. Gemeente, waterschap, natuur- en landschapsorganisaties en de agrarische sector werken intensief samen bij het in beeld brengen van de problemen en het bepalen van een gezamenlijke strategie die zowel recht doet aan waterveiligheid, landbouw en natuur als gebouwde omgeving.

Nee

Meer ruimte bieden voor alternatieve woningplannen. Tiny Houses, Off Gritt bouwen en mogelijkheden bieden voor het vormen van woongroepen. Bijvoorbeeld oude boerderijen die geen functie hebben aanbieden aan mensen die een woongroep willen vormen, en duurzaamheid en zelfvoorzienend zijn hoog in het vaandel hebben en daarnaast ook een rol in de omgeving willen spelen. Geen Knarrenhof of zorgboerderij. Dus ook voor jonge mensen. Daarnaast starterwoningen voor laten gaan op de "duurdere woningen". Jongeren in Zwartewaterland gaan anders vertrekken. Hebben we nodig voor een levendige gemeente. (zienswijze 16)

Tiny houses en off-grid bouwen zijn nieuwe ontwikkelingen die de gemeente niet zelf realiseert maar die starten bij particulier initiatief. De gemeente staat er niet negatief tegenover maar realiseert zich ook dat het gaat om kleine, op zichzelf staande projecten die hooguit voor een beperkt deel invulling kunnen geven aan de woningbehoefte. Woongroepen die een oude boerderij of iets dergelijks op het oog hebben zijn van harte welkom bij de gemeente om over de plannen te praten om te zien welke mogelijkheden er zijn om tot realisatie te komen. Het vertrek van jongeren is voor een deel niet te beïnvloeden: zij verlaten de gemeente voor studie, werk of de liefde. Maar andersom komt gelukkig ook voor. Het bouwen van voldoende woningen voor starters is één van de doelstellingen in de woonvisie en de gemeente zet zich daar ook voor in.

Nee

Advies om voor sociale koopwoningen een zelfbewoningsplicht vast te leggen en uit te gaan van een prijs rond de twee ton. Dit biedt ook starters een kans op de lokale woningmarkt. (zienswijze 26)

De gedane suggestie kan inderdaad helpen om woningen beter bereikbaar te maken voor starters, want het komt ook in Zwartewaterland voor dat woningen worden opgekocht door investeerders die de koopwoningen vervolgens te huur aanbieden. Samen met corporaties en projectontwikkelaars wordt bekeken wat de mogelijkheden hierin zijn. Regelgeving kan worden vastgelegd in het omgevingsplan. Het Rijk heeft met haar Nationale Omgevingsvisie (NOVI) de landelijke doelstellingen geformuleerd binnen welk kader medeoverheden (Provincies, waterschappen en gemeenten) hun eigen Omgevingsvisie opstellen. Op een aantal thema’s/doelen neemt het Rijk de regie, zoals het terugdringen van het woningtekort. De (regionale en lokale) uitwerking legt zij in handen van de

Nee

Hoe verhoudt het woonbeleid van Zwartewaterland zich tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI en PlanMER). (zienswijze 39)

Ja. Tekstueel aanvullen: De gemeente formuleert het woonbeleid in het kader van de provinciale Woonagenda. Hierin is terugdringen van het woningtekort één van de belangrijke thema’s.

medeoverheden die hierbij hun eigen ruimtelijke afwegingen maken. Overig

Wat is de visie op Kamperzeedijk, hoe zorgt de gemeente ervoor dat de gemeenschap daar levend wordt gehouden? (zienswijze 12)

Ambitie 1 “Samenwerkend Zwartewaterland bereikt meer” biedt maatschappelijke initiatieven ruimte om zelf initiatieven te nemen als die er voor Kamperzeedijk en buitengebied zijn. De gemeente werkt mee aan het mogelijk maken van nieuwbouw van woningen bij de locatie Kamperzeedijk, passend bij de schaal van het dorp. Het is de gemeenschapszin van de inwoners zelf die de levendigheid van de lokale samenleving bepaalt. Dat is iets wat de gemeente kan ondersteunen, maar waarvoor de mensen zelf de belangrijkste factor zijn.

Ja. De tekst over woningbouw in de beschrijving van het gebied Kamperzeedijk wordt aangevuld met de visie op uitbreiding zoals deze is beschreven bij de beantwoording van algemene zienswijze 1, onderdeel Wonen.

Deze Omgevingsvisie wordt voor meerdere jaren vastgesteld. Als op bepaalde punten iets gewijzigd wordt zou een inspraakmogelijkheid goed zijn. Dit om de inwoners erbij te betrekken. (zienswijze 21)

Deze Omgevingsvisie heeft de gemeente Zwartewaterland samen met veel inwoners en organisaties uit de gemeente ontwikkeld. Deze manier van werken zetten we ook voort bij de actualisatie van de Omgevingsvisie Zwartewaterland in de toekomst.

Nee

Wanneer is uw omgevingsplan klaar? Wie zijn er betrokken bij de ontwikkeling van het omgevingsplan? (zienswijze 30)

Het Plan van aanpak wordt in 2021 aan de raad aangeboden. Het Omgevingsplan komt vervolgens gefaseerd tot stand. Bij het omgevingsplan worden dezelfde belanghebbenden betrokken als bij de Omgevingsvisie.

Nee

Hoe is het Rijk betrokken in deze Omgevingsvisie? (zienswijzen 30, 52)

Het Rijk heeft in principe de mogelijkheid om op Omgevingsvisies van lagere overheden te reageren maar vanuit de decentralisatiegedachte binnen de Omgevingswet doet zij dit meestal niet.

Nee

De Omgevingsvisie heeft geen kaart die aangeeft waar de ambities gerealiseerd worden. Komt dit nog op de kaart Omgevingsplan? (zienswijze 52)

Niet alle doelstellingen zijn op kaart aan te geven. Waar dit wel kan is dat gedaan met de zogenoemde markers.

Nee

4. Verwerking van het Omgevingseffectrapport (OER) In het OER (anteagroup, 29 september 2020) zijn de zes integrale ambities van de Omgevingsvisie beoordeeld op hun impact op de leefomgeving van Zwartewaterland. Kansen en risico’s die voortkomen uit de Omgevingsvisie zijn in beeld gebracht. Daarnaast is beoordeeld hoe concreet de uitwerking van de doelstellingen gewaarborgd wordt in de Omgevingsvisie. Biedt de Omgevingsvisie voldoende aanknopingspunten voor de uitwerking van de visie in programma’s en/of het omgevingsplan of zijn er aanbevelingen te geven, zodat de visie ook daadwerkelijk een positieve impact op de leefomgeving teweeg kan brengen. De beoordeling helpt bij het verder uitwerken van de visie in bijvoorbeeld programma’s of in het omgevingsplan. Het OER oordeelt in hoofdzaak positief over de Ontwerp Omgevingsvisie. De visie brengt voor het merendeel van de ambities goed in beeld wat de impact ervan is op de leefomgeving en geeft voldoende aanknopingspunten voor nadere uitwerking en regulering van de leefbaarheidsaspecten. Het OER doet aanbevelingen op die aspecten in de Ontwerp Omgevingsvisie die als (ruim) onvoldoende zijn beoordeeld. De kwalificatie van (ruim) onvoldoende luidt in het OER als volgt: 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10484424/2