CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 1.e - Gennerdijk 6, Hasselt Bijlagen bij toelichting (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Gennerdijk 6, Hasselt19.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

periode van

storen, tenzij

alsook op het wegnemen de

vogelsoort.

verstoring

1 maart tot 15

juli

wordt

zijn mogelijk

over

het

dat

beschouwd dat

een

ontheffing

daarnaast dient

1

men

In het kader van de Wet broedgeval verstoord

een

Wet

buiten

het broedseizoen

deze

verbodsbepaling.

deze werkzaamheden

geen nesten

natuurbescherming zijn

echter alle bewoonde

vogelnesten

er

voor

bij de werkzaamheden rekening

van

kerkuil, boerenzwaluw

te houden

met

is

van

met

natuurbescherming

natuurbescherming wordt, ongeacht de

strijd

met

Daarnaast

is op de staat

als broedseizoen! Werkzaamheden

beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid Conclusie:

invloed

werkzaamheden wordt in

vogels.

nesten van

van

wezenlijke

van

gehandeld

algemeen

indien is vastgesteld

worden verstoord. Voor de Wet

niet

Door verstorende

situaties worden voorkomen

binnen het broedseizoen

broedvogels

beschadigen,

de desbetreffende

kan in veel

uit te voeren

te

en

van

de soort.

huismus

(in gebruik zijnde)

is

noodzakelijk,

nesten van

vogels.

wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.

Erfontwikkelingen Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

belang

is of

| | (geanonimiseerd) [23

Reptielen

5.4

functie

Voorkomen

en

Beschermde

reptielen, gladde slang, levendbarende hagedis

terreinen.

bekend

Effecten

en

Op

van

basis

aan

specifieke

reptielen

van

in en rondom

afwezigheid

de

reptielen zijn

reptielen

reptielen

Voorkomen Soorten

niet

niet

aanwezig.

kunnen

beschermde

reptielen worden uitgesloten. Negatieve ontheffing Wet natuurbescherming is

of een

Nader onderzoek

de orde.

aan

of het aanvragen

van

een

ontheffing

pad

kunnen

is in het kader

van

de Wet

natuurbescherming

noodzakelijk.

functie

en

waarvoor

provinciale vrijstelling geldt

een

Een aantal soorten zoals te

soorten

verplaatsen. afwezig.

binnen het

bruine

Gezien de

Geschikt

Soorten

waarvoor

Beschermde

aanwezigheid

om

plangebied,

waarvoor

plangebied

rondom

het

plangebied gebruiken

het erf is landbiotoop

zich

om

voor

genoemde

of waterelementen

aanwezig, zijn geen poelen plangebied, aan de westkant, zijn mogelijk wel er

buiten het

planten.

vergraafbare grond afwezig. het

plangebied.

Effecten

en

ontheffing

Soorten

waarvoor

Er

zijn

geen

vrijstelling geldt, zoals

ongeschikt

vanwege

daarnaast is geschikt

een

verhardingen is ook niet

De waterelementen

zich voort te

sporadisch

provinciale vrijstelling geldt

geen

in het

van

voortplantingsbiotoop

soorten amfibieën

niet verwacht

rondom

kikker of gewone

plangebied aanwezig.

geschikt voor deze soorten

in het

plangebied.

Amfibieën

5.5

langs

het

geschikt biotoop

van

dan ook niet

Conclusie: nader onderzoek voor

wel in de

ontheffing

effecten op voor

komen

hazelworm, zijn gebonden

uiterwaardengebieden van Nederland voor, maar ontbreken in de directe omgeving van het plangebied (NDFF, 2020). In het plangebied ontbreekt dergelijk geschikt biotoop zoals heideterreinen, goed ontwikkelde waterlopen en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens (NDFF, 2020)

Ringslangen

en

landbiotoop

ook geen

habitat in de

voor

vorm

deze

van

verspreidingsgegevens

kamsalamander soorten.

of

kruidenrijk grasland bekend

van

rugstreeppad,

Zo ontbreken ,

bosschages

beschermde

worden

waterele menten en

goed

amfibieën

provinciale vrijstelling geldt

ingreep (de herinrichting van het terrein) zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende amfibieën met het beschermingsregime “andere De

soorten”. Na de Daarnaast

zijn

vrijstelling van Soorten

ontwikkelingen blijft het plangebied deze beschermde

voor

de

waarvoor

geen

amfibieën

uitgesloten,

waardoor

natuurbescherming

de

vrijgestelde

amfibieën nog steeds beschikbaar.

ruimtelijke inrichting door

de

provincie Overijssel

een

provinciale vrijstelling geldt waarvoor er

geen

niet

geen

sprake

vrijstelling geldt, is van

is voor amfibieën niet

Conclusie: nader onderzoek

amfibieën

bij

voor

een

ontheffingsplicht opgesteld.

Beschermde

voor

soorten

of het aanvragen

op basis

aanwezige biotoop onderzoek of een ontheffing van

de

effecten.

Nader

ontheffing

is in het kader

negatieve

aan

kunnen

worden Wet

de orde.

van

een

van

de Wet

natuurbescherming

noodzakelijk.

Erfontwikkelingen Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) | 24

Vissen

5.6

Voorkomen

en

functie

plangebied zijn geen watervoerende elementen (sloten, poelen, enzovoort) aanwezig. ontbreekt geschikt leefgebied voor vissen en zijn deze dan ook niet aanwezig. Binnen het

Effecten

en

ontheffing

Beschermde

plangebied aanwezig. Er worden dan ook geen effecten op beschermde Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming voor vissen is niet aan de orde.

vissen

vissen verwacht.

zijn

niet in het

Conclusie: nader onderzoek voor

beschermde

vissen niet

of het aanvragen

van

Voorkomen

en

Van de groep soorten als

de Wet

natuurbescherming

weekdieren)

worden beschermde

van

functie

ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen

gevlekte

witsnuitlibel

verspreidingsgegevens

2020).

en

platte schijfhoorn

Wel komen

er

een

bekend

aantal

Effecten

en

algemeen en

niet verwacht.

goed

ontwikkelde

ongewervelden

en

Dit door het ontbreken

waterlopen

en

in en rondom

het

voorkomende

ongewervelden

voor

dagpauwoog.

Dit betreffen alle

algemene

van

venranden.

geschikt

zijn ook plangebied (NDFF,

zoals klein

Er

koolwitje, viervlek,

soorten.

ontheffing

plangebied

effecten op

beschermde

van

lantaarntje, oranjetipje, icarusblauwtje

ontbreekt

beschermde

ongewervelden

niet

aan

beschermde

geschikt

habitat

ongewervelden.

beschermde

voor

Nader onderzoek of

ongewervelden een

ontheffing

.

Er is geen

Wet

sprake

van

natuurbescherming

negatieve is voor

de orde.

Conclusie: nader onderzoek voor

is in het kader

noodzakelijk.

habitat dat onder andere bestaat uit heideterreinen,

In het

ontheffing

een

Ongewervelden

5.7

geen

Derhalve

of het aanvragen

ongewervelden

niet

van

een

ontheffing

is in het kader

van

de Wet

natuurbescherming

noodzakelijk.

Erfontwikkelingen Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) |25

6 Conclusie

6.1

Beschermde

6.1.1

Soorten

De

ontwikkeling zal

soorten

waarvoor

ingreep

heeft geen

tijdelijke, en

een

soorten

waarvoor naar

verwachting

leiden tot

invloed op de

gunstige

6.1.2

Soorten

waarvoor

Jaarrond

beschermde

broedvogels

soorten

leefgebied

van

van

aantal

een

algemene zoogdieren

beschermde

amfibieën. De

en

ontwikkelingen

provinciale vrijstelling geldt boerenzwaluw is

voor

verloren.

blijken wat de

staat van

geen

ontheffing Wet natuurbescherming

onderzoek moet

verlies

Het betreft diverse

instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene

betreft.

voorgenomen

beperkt

een

provinciale vrijstelling geldt.

een

soorten

Een

provinciale vrijstelling geldt

een

Nader onderzoek

omvang

van

de

noodzakelijk. huismus

naar

populatie

is en wat de

en

De 8

nestplaatsen

kerkuil is

noodzakelijk,

mogelijke negatieve

de

gaan met

uit dit nader

effecten op de

zijn.

Broedvogels Voor alle beschermde

inheemse

(ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een

die

opzettelijk nesten, rustplaatsen

van

vogels.

Daarnaast is het verboden

is op de staat

van

instandhouding

worden door verstorende

6.1.3

iedereen

geldt.

redelijkerwijs

een

soorten,

en

Het betekent andere

vogelsoort.

buiten het broedseizoen?

als ook op het wegnemen van

handelingen van

nesten

wezenlijke

invloed

In veel situaties kan dit voorkomen uit te voeren.

oplossing

omschrijving

een

opgenomen

zorg!

in acht neemt

voor

hun directe

leefomgeving.

Dit is een

bijvoorbeeld voor

dat

er

niet

is, bijvoorbeeld

over

de

algemene zorgplicht.

alle in het wild levende dieren

onnodig dieren de dieren te

planten,

en

algemene verantwoordelijkheid en

planten

verplaatsen

worden naar

een

gedood, ander

Deze

die

wanneer

gebied.

Bescherming gebieden stikstof-gerelateerde

effecten

Het

plangebied grenst

het Natura

werkzaamheden eromheen

en

aan

ontwikkeling

beperkt blijven.

gerelateerde

Een

2000-gebied

Zwarte

Water

en

Vecht.

maakt dat de effecten uitsluitend tot het

toetsing op grond

effecten wordt daarom

In het kader van de Wet broedgeval verstoord

een

storen, tenzij de storing niet

te

de desbetreffende

‘voldoende

Niet

2

vogels opzettelijk

is in artikel 1.11

in dat iedereen

dus ook niet-beschermde

6.2

beschadigen,

werkzaamheden

natuurbescherming

zorgplicht houdt

er

van

verbod op

eieren vernielen of

Algemene zorgplicht

In de Wet

voor

en

niet

natuurbescherming wordt, ongeacht de

van

de Wet

De aard

van

plangebied

natuurbescherming

voor

de voorgenomen

of de

zeer

directe

zone

niet stikstof-

noodzakelijk geacht.

wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.

Erfontwikkelingen Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

belang

is of

| | (geanonimiseerd) | 26

Stikstof-gerelateerde effecten

6.2.1 Een

precieze uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen 2000-gebieden te bepalen (AERIUS, 2020). De gegevens die voor deze berekening

AERIUS-berekening

daarvan op Natura

noodzakelijk zijn, zijn bekend

is over de

geen onderdeel

is altijd

in deze

noodzakelijk

fase

de

van

om

de

ontwikkeling

nog niet beschikbaar.

Een

berekening dient

zodra

ontwikkeling (type materieel, rijbewegingen, draaiuren, etc.) te worden uitgevoerd

uit

deze

van

en

meer

maakt

natuurtoets.

Bescherming houtopstanden

6.3

Er worden

binnen

het

plangebied

bomen

geen

gekapt.

Een

nadere

toetsing van houtopstanden

is daarom

niet

noodzakelijk.

Natuurnetwerk

6.4 Het

plangebied

maakt geen onderdeel

effecten verwacht

negatieve

Nederland

beleid wordt daarom

niet

op de

uit van

het NNN.

Met de voorgenomen

wezenlijke

waarden

en

Vanuit de eisen

plan

uitvoerbaar met

niet

voor

betrekking tot de

het onderdeel

de

van

het natuurbeleid NNN

van

werkzaamheden

het NNN.

van

Een

worden geen

toetsing

het NNN-

aan

noodzakelijk geacht.

Uitvoerbaarheid

6.5

kenmerken

is het

plan

onderdelen Een

soortenbescherming.

plannen

uitvoerbaar. Ook vanuit de Wet

gebiedenbescherming ontheffing

voor

natuurbescherming

houtopstanden.

en

kerkuil, boerenzwaluw

Dit geldt echter huismus

en

is het

is

noodzakelijk. Voor

verblijfplaatsen van jaarrond

verkregen. staat van

algemeenheid

instandhouding

aanbieden

e

nieuwe

in stand houden

e e

In zijn

_

voorkomen

en

te

beschermde

moeten

garanderen

worden

regelmatig ontheffingen aangevraagd

daarbij

de

volgende maatregelen

en

de

zorgplicht

aan

genomen worden

de

om

en

gunstige

te voldoen:

meer verblijfplaatsen vóór verwijderen huidige;

voldoende

functioneel

aantasten/doden

van

broedvogels

leefgebied (foerageergebied

dieren

bij uitvoering, bijvoorbeeld

dergelijke);

en

door uit te

buiten de

voeren

gevoelige

periodes. Door

bovengenoemde maatregelen

omgeving)

voor

de

wegnemen

van

verblijfplaatsen.

Ten slotte moet

dieren in stand

aangetoond

te nemen

gehouden.

worden

dat

er

wordt de functionaliteit In dat

geen

geval

kan

een

alternatieven

hiervoor is geen alternatief. Alternatieven in het kader van de

opstellen van echter niet

het

activiteitenplan en

de

ontheffing.

van

het

ontheffing

plangebied (en/of directe worden

aangevraagd voor

het

zijn. De ontwikkeling

is locatie

specifiek,

werkwijze

worden

ingevuld bij het

In het kader

en

planning

van

het

bestemmingsplan zijn deze onderdelen

voor

een

ontheffing te voldoen.

relevant.

Het

bestemmingsplan

voor

een

ontheffing

biedt voldoende

belemmeren

ruimte

om

aan

de uitvoerbaarheid

de eisen van

het

bestemmingsplan

De noodzaak

dus niet.

Erfontwikkelingen Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) [27

6.6

Geldigheid rapportage

Dit rapport gaat in op de effecten

aanpassingen soorten

in de

ontwikkeling

van

de

ontwikkeling zoals

beschreven

in hoofdstuk

kunnen tot andere conclusies ten aanzien

van

2.

Wijzigingen

of

de effecten op beschermde

leiden.

Erfontwikkelingen Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) | 28

Literatuurlijst -

AERIUS Calculator (2020). Datum van raadplegen: 24-06-2020. https://calculator. aerius. nl/calculator/?locale=nl#

-

Bij12 (2017). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Bij12, versie 1. 0, Utrecht.

-

Bij12 (2017). Kennisdocument Kerkuil Tyto alba. Bij12, versie 1. 0, Utrecht.

-

ESRI Nederland (2020, maart 24). ESRI.

-

-

-

-

Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1. 3. NDFF (2020, juni 24). Nationale Databank Flora en Fauna. Opgehaald van NDFF- ecogrid: https://ndffecogrid. nl/ Van Aalst, J. (2020, maart 24). Imeris. Opgehaald van www. imeris. nl Vergeer J. W. van Dijk A. J. Boele A. van Bruggen J. & Hustings F. 2016. Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. ,

,

,

Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving Bescherming van soorten Zorgplicht De Wet natuurbescherming erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende planten- en diersoorten, of de soort nu beschermd is of niet (= zorgplicht). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes Op het onderdeel soortbescherming deelt de Wet natuurbescherming soorten in drie beschermingsregimes in: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle vogels cf. artikel Vogelrichtlijn 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten uit Bijlage IV Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.3 3. Beschermingsregime “andere soorten” Soorten die uit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes heeft zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. 1.

Verbodsbepalingen De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. In de wet worden ten aanzien van de beschermde soorten een aantal verbodsbepalingen genoemd (figuur 1). De verbodsbepalingen zijn gekoppeld aan het beschermingsregime van de soort (resp. Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of de groep ‘Overige soorten’). Dat betekent dat deze verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij voor de soort(en): • Een vrijstelling geldt; • Er gewerkt wordt met een goedgekeurde Gedragscode (feitelijk een collectieve ontheffing); • Een ontheffing is verkregen.

3 De brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1. 3. Ministerie van EZ, december 2016 impliceert dat de bescherming uit de Vogelrichtlijn prevaleert boven de bescherming van vogels uit de verdragen van Bonn en Bern

Figuur 1. Overzicht verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming (bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1. 3. Ministerie van EZ, december 2016).

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen (en deze toch te mogen overtreden) via een ontheffing of een vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling (=alternatievenafweging); 2. De afwijking is gebaseerd op een in de wet genoemd belang (b. v. openbare veiligheid of volksgezondheid); 3. De ingreep of handeling mag geen afbreuk doen aan en/of verslechtering betekenen voor de staat van instandhouding van de soort. Als aan (alle) drie deze vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk in de vorm van een provinciale verordening of een (goedgekeurde) gedragscode. Voorgaand figuur geeft een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. De verbodsbepalingen voor de groep van overige, ‘nationale’ soorten zijn geïnspireerd op de Habitatrichtlijn en op een aantal punten versoepeld. Zo is het opzettelijk verstoren van beschermde soorten (en hun verblijfplaatsen) uit deze groep van overige soorten niet langer verboden. Wel is het nog steeds verboden om vaste verblijfplaatsen van dieren onder dit beschermingsregime opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Voor vogels geldt dat verstoren niet verboden is als de verstoring maar niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort (artikel 3.

1, lid 4 en lid 5). Het beschadigen van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen blijft verboden, maar het verstoren dus niet meer, tenzij er sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de specifieke soort(en). Het is aan de initiatiefnemer om zich op de hoogte te (laten) stellen, en waar nodig aan te tonen, dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

Tot slot geldt het opzettelijk doden of vangen en het verbod om vaste verblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of beschadigen, niet voor bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis in of op gebouwen of de daarbij behorende erven of roerende zaken (artikel 3. 10 lid 3). Zie kader – Opzettelijkheid. Kader - Opzettelijkheid In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora en faunawet het opzetvereiste

toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (artikel 10). Hierdoor was de Flora en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet-opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daar is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant…. ”.

Andere bevredigende oplossing(en) De initiatiefnemer moet aantonen en beargumenteren dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn waardoor overtreding van de verbodsbepaling(en) kan worden voorkomen, bijvoorbeeld door planaanpassing of het aanpassen van de uitvoeringsperiode. Het is aan het bevoegd gezag (doorgaans dus de provincie) om de alternatieve oplossingen te beoordelen en hierover te besluiten. De onderbouwing moet gebaseerd zijn op objectieve en controleerbare gegevens. Belangen Voor de soorten die beschermd zijn onder de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de in deze richtlijnen genoemde belangen. Voor de groep van overige, nationaal beschermde soorten wordt uitgegaan van de in de Habitatrichtlijn genoemde belangen, plus een aantal aanvullende belangen. In het Kader - Wettelijk Belang wordt een overzicht gegeven van deze belangen. Staat van instandhouding van de soort Tot slot moeten de effecten van de voorgenomen handeling(en) worden beoordeeld aan de staat van instandhouding (SvI) van de soort. Zie ook kader – Staat van instandhouding. De SvI varieert per soort en per handeling, en is niet vastgelegd in de wet. Een handeling op een zeldzame beschermde soort zal eerder leiden tot een negatief effect op de SvI dan bij een algemene soort.

Belangrijk is ook de trend (aantalsontwikkeling) en de ruimtelijke verspreiding van de soort. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met cumulatieve (versterkende) effecten, bijvoorbeeld door andere handelingen of ontwikkelingen in de omgeving en met reeds verleende ontheffingen voor dezelfde populaties van deze soort(en). Bij de beoordeling mogen compenserende en mitigerende (verzachtende) maatregelen worden betrokken. Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime. Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moet inzicht worden gegeven in: 1. 2.

De SvI (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijke verspreidingsgebied). Het effect van de handeling of ontwikkeling op de soort.

Kader - Staat van instandhouding •

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van

•

instandhouding van de betreffende soort”.

Beschermingsregime soort Habitatrichtlijn: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van

de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding

te laten voortbestaan”. •

Beschermingsregime Overige soorten: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan”.

Voorkomen van overtreding verbodsbepalingen In sommige situaties kunnen maatregelen worden getroffen waardoor negatieve effecten en overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kunnen worden voorkomen. Bijvoorbeeld door de kap van bomen met broedende vogels uit te stellen tot na de broedtijd. Al kan de boom ook een nest bevatten van een vogelsoort waarbij het nest jaarrond beschermd is, waardoor overtreding niet kan worden voorkomen. Het plannen van werkzaamheden buiten de kwetsbare periode(n) van beschermde soorten is een veel toegepaste maatregel. Andere mogelijkheden om overtreding te voorkomen zijn wellicht het aanpassen van de werkvolgorde, gebruik te maken van andere apparatuur of de werkzaamheden te faseren in ruimte en tijd (zoals in het voorbeeld). Vrijstellingen Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen die leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen in de wet. Dit zijn bijvoorbeeld de provinciale vrijstellingen en de gedragscodes. Ook kan er sprake zijn van een vrijstelling als de handeling is opgenomen in een beheerplan voor een Natura 2000gebied of programma in het kader van een programmatische aanpak. Tot slot kan het Rijk voor handelingen en activiteiten waarvoor zij bevoegd gezag is een vrijstelling geven in de vorm van een Ministeriële Regeling.

Vrijstellingen kunnen alleen gelden voor de verbodsbepalingen en de voorwaarden zoals genoemd bij de verschillende beschermingsregimes. Provinciale verordening Provinciale Staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Zo zijn met een provinciale verordening een aantal vooral algemeen voorkomende en beschermde zoogdieren als egel en rosse woelmuis vrijgesteld van de ontheffingsplicht. Door deze mogelijkheid ontstaan echter wel verschillen in de bescherming van soorten tussen de verschillende provincies.

Kader - Wettelijk Belang Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de

volgende belangen: •

in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

•

in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

•

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

•

ter bescherming van flora en fauna;

•

voor

onderzoek en onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende

teelt; •

om

het vangen, onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine

hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of

vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •

in het belang van de bescherming van wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

•

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren

of andere vormen eigendom; •

in het belang van volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten;

•

voor

onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde

kweek, met inbegrip van kunstmatige vermeerdering van planten, of •

om

onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde

grenzen een

beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de

aangewezen soort te vangen,

onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of

vrijstelling vastgesteld aantal planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Voor andere ‘nationaal’ beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de

volgende belangen: •

de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd;

•

in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

•

ter voorkoming van schade en overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen,

industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; •

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in

het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; •

ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;

•

in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;

•

in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

•

in het kader van bestendig beheer of onderhoud van landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied;

•

in het algemeen belang van de betreffende soort.

Programmatische aanpak De Wet natuurbescherming biedt de mogelijkheid om een programmatische aanpak toe te passen. Een dergelijk programma kan zowel door het Rijk als door provincies worden opgesteld. Onder de Flora en faunawet is reeds ervaring opgedaan onder de ‘Generieke’ of ‘Gebiedsgerichte aanpak’. Tevens is voor een aantal grootschalige ontwikkelingen en plangebieden een Generieke ontheffing verleend zoals voor de gemeente Tilburg, het Havengebied Rotterdam en Vliegveld Twente. Het biedt de mogelijkheid om door middel van een actieve leefgebiedenbenadering te streven naar een betere verbinding tussen economie en ecologie. Beheerplan Natura 2000-gebied Tot slot zijn handelingen die onderdeel uitmaken van een beheerplan voor een Natura 2000-gebied of een programmatische aanpak (zoals stikstof) vrijgesteld, mits de handelingen zijn getoetst aan de criteria voor afwijking van de soortenbeschermingsregimes.

Bijlage fauna

3

Nader

onderzoek flora en

Gennerdijk 6, Hasselt

Gennerdijk 6, Hasselt

|| (geanonimiseerd) [70

(geanonimiseerd) Nader onderzoek flora

en

fauna

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk Hasselt

(geanonimiseerd)

Eelerwoude werkt met en

passie groen

aan

een

Nederland

mooi

en

Boerweg,

Opdrachtgever:

(geanonimiseerd) Opdrachtnemer:

(geanonimiseerd) Onze

vestigingen

(geanonimiseerd) Projectgegevens: Projectnummer:

_ 10003

Datum:

16-8-2022

Projectleider:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

opgesteld:

—

Gecontroleerd:

Status:

Definitief

Versie:

1

(geanonimiseerd) Dit

rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1

Inleiding.

2

Huidige

ontwikkelingen nnn ennen

situatie:en

2.1

Huidige

2.2

Voorgenomen ontwikkeling

3

situatie'z:znmrnerrnvennnenmenmmermenumenmeennmenmnnmmenmmernnmmnnn

Natuurwetgeving.

3.1

Inleiding

3.2

Bescherming

4

…

…

nanne

an

an

oane

Method@

van

soorten

norse

vennen

nennen

…

onee

se

venverven

venen

venneenen

venne

annen

vereerenrserivenve

oneven

vene

rene

ven

enenee

ene

venneenenvennvenenneenvenvenvenvenenneenvenvenvenvenvenveneenvenn

reen

venvervenvenvenneenenvereeenenteeneenenevenveneneeenvenennvenveneenvenvenvenven

enen

venneverenenveeneenenneverenenveenvenennvenvenenee

teng

Beschermdesoortensamnmmnnnmenmnnmonnen nennen

functie

5,11

Voorkomen

en

5.1.2

Effecten

ontheffing

51.3

Te

5.2

en

maatregelen

nemen

Overige

beschermde

functie

5.2.1

Voorkomen

en

5.2.2

Effecten

ontheffing

6

en

ennen

ee

senenen

verevenen

nme

mem

onno

en

serenenvennvenenvenneenenveenvenenneenvenenneenvenenvenvenvenveneenennveneeneenn

nenenen enen

nnen venenenevenenenenenenenvenenenevenevenenenenenenvenenn

……

…

…

…

soorten

venen venen venen

……nunennenennenennenenneerenenenen enenvenenvenenenvenenenvenenvenenvenen

nennen

…

nsrsrerr

serveren

eenn

vsearseeerverve

enenn

ennn

enveneenvenennennvenvenveneenvenvenvenvenvenveneeneeneenen

asearverensvenennseanrsernmeenennsaneenneernnsenivennne

memmen

veteOrITEvee

onno

Soortenbescherming

6.2

Ontheffing noodzakelijk

6.3

Uitvoerbaarheid

6.4

Geldigheid

Bijlage 1 Wettelijk

van

onderzoek

kader

…

nan

de

…

huismus

Bijlage:3; Soortkaart

kerkuil

voneeonen

venne

nnn

plannen

…

Natuurwetgeving

Bijlage 2. Soortkaart

11 14 14 14 16 16 17

…

LE

Conclusierscnnennnennmmmenmennn

6.1

10

din vendsvenveenee vindend neveneinainsennondni veertien 11

Meldonderzoek:nnmmvernennennmnnnenngmenneme

…

10

ovorsversreredvevenweniueeenserdindeedeanweenner

4.2

Vogels

7

enteren venveneenvenvenvenven 10

Bureauonderzoek

5.1

5

envenveneeneneeenvenvenvenvenvenvenvenvenveneeecenven

41

5

5

venen

…

ono

venne

enen

venne

anneer

unne

nnn

…

enen

nnornnnertn

venne

nennen

naven

enen

eenn

venne

enenn

se

enen

eene

enenneneenrenennvenenvennvenvenvenenvenvenvenvenvenvenen

enenen

eenen

erven

venen

reneneevereneneeverenenn

venne

eneen

venen

enenvenenenvenenenvenenvenennenen

senteren

enteren

venvenvenvenvenvenven

eerenennenenvennvenrenennvenvenvenvenvenveneenvenvenvenen

eenvenveneeneenvenvenvenvenvenvenvenvenvenvenvenvenvenvenven

„enerverende

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

17 18 18 18 18 19 21

27

| | (geanonimiseerd) [3

1

Inleiding

Op

de locatie

dat

voornemens

aan

opstallen

worden

In verband

met

Gennerdijk 6 te Hasselt (hierna genoemd: Gennerdijk) is een agrarisch bedrijf gevestigd bedrijfsactiviteiten te verplaatsen. Voor deze ontwikkelingen zullen een aantal agrarische

gesloopt.

plannen is er reeds een toetsing uitgevoerd aan de natuurwetgeving en aan het (zie quickscan “erfontwikkeling Gennerdijk en Boerweg, Hasselt | (geanonimiseerd) 2020”). Uit deze

natuurbeleid

toetsing

de is de

deze

kwam

naar

voren

dat nader onderzoek

aangetroffen. vormen

De

nestplaatsen

in die zin geen onderdeel

functie hebben

soort{en)

en

onderzoek beschermde

als verblijfplaats

aantallen het gaat

komt

naar voren

natuurwaarden

en

en

voor

vastgesteld

de kerkuil

noodzakelijk

zijn

braakballen

en

er

is.

Tijdens

de

de kerkuil

van

in de

broedperiode van vogels nestelende boerenzwaluw worden in een ontheffingsaanvraag apart behandeld, en

wat

om

aan

beschermde

te

tonen, dan wel uit te sluiten dat aanwezige bebouwing soorten.

de eventuele functie

of de voorgenomen

hier verder op

van

Duidelijk deze

moet

dan ook worden

bebouwing

ontwikkelingen consequenties

in het kader van de Wet

zijn. Voorliggende rapportage gaat

en

dit nader onderzoek.

van

Nader, gericht veldonderzoek is noodzakelijk een

de huismus

boerenzwaluw

voor

de huismus

naar

uitgevoerde quickscan zijn nestplaatsen aangetroffen. Daarnaast zijn tijdens de quickscan van

natuurbescherming

en

is voor deze hebben

welke

voor

om

welke

soort{en). de

Uit het

aanwezige

vervolgstappen noodzakelijk

in.

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) [4

2

Huidige

situatie

2.1

Huidige situatie

Het erf is

gevestigd

ten zuiden

Hasselt

van

ligging van

het

plangebied getoond.

kader

het

Natura 2000

van

agrarische

activiteiten

project verplaatsen

ligt in de gemeente

en

Het voormalige Zwarte Water naar

een

220

Het erf

aan

Gennerdijk betreft een agrarisch

Vecht.

Deze uitwaarden

dijk gevormd.

behoren

Het erf bestaat uit

tot de een

opstallen, kuilplaten, tuinbeplanting dijk aangebouwd. 2020).

De

De schuren kenmerkt

omgeving (buitendijks) liggen grote

liggen

Natura

erf

Zwartewaterland.

bedrijf is door Vecht.

en

ander

(geanonimiseerd) BEN de

ontwikkeling

en

provincie Overijssel aangekocht in het Het huidige bedrijf op deze locatie gaat haar

de rand

van

2000-gebieden.

een

wat

mestsilo.

De oude

in het

landschap

lager

zich tot de

waterelementen.

deze

de

de uiterwaarden

met

de

boerderij

uiterwaardegebieden. Rondom

aan

Boerweg

van

8 te Hasselt

het Zwartewater

en

Het erf heeft zich door de

boerderijwoning (deze blijft en

de

agrarisch bedrijf gelegen

aan

In afbeelding 1 wordt de

en

zijn

jaren heen langs de ontwikkeling behouden), een aantal

en

het

onderaan

huidige de

woonhuis

zijn tegen

de

dijk gebouwd (geanonimiseerd) |

dijken aanwezig en in het laagland waterelementen is begroeiing van bomen en struiken Er zijn

aanwezig.

Op het erf is erfbeplanting aanwezig. Ter hoogte van de entree van het erf staat rijbeplanting van berk, de ondergroei bestaat veelal uit gazon. Aan de voorzijde van het erf is aangeplant tuingroen aanwezig met hagen en vaste planten. Centraal op het erf is een ruigteveldje aanwezig, op het moment van de veldbezoeken waren hier veel voedselzoekende

vogels aanwezig (o.a. de huismus).

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) [5

Holten

& p

a kik

Haverslag

Est Nederland, Jap

\ilem

St

Afbeelding

1.

Ligging plangebied.

Boven

met

topografische kaart (van Aalst, 2020),

onder met

van Aalst

-

wwwimergis.nl

luchtfoto 2018 (ESRÍ, 2020).

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) [6

Voorgenomen ontwikkeling

2.2

De voorgenomen

ontwikkeling

Met deze

sloop

is

betreft het

Gennerdijk. bedrijfsbebouwing

en

worden

afbeelding 3 worden

er

ruimte

slopen

voor

van

twee

bedrijfsbebouwingen

de

bouwkavels

op de locatie

verhardingen

en

van

de

aan

de

voormalige

verharding. Op het erf wordt voor 1.675 m? aan landschap ontsierende schuren en opstallen gesloopt (Afbeelding 2). Daarnaast wordt verharding verwijderd. Na deze ontwikkelingen worden twee nieuwe woningen op de Gennerdijk gerealiseerd (geanonimiseerd) 2020). Een deel van het erf zal opnieuw

TE

verhard. In

Uitgangspunt bij de ontwikkeling manier wordt ontwikkeld

(afbeelding 4)

met

een

is dat het erf met meerwaarde

schetst het nieuwe erf

woningen

worden

Afbeelding

2. Te

gebouwd

buiten de

PE

enkele foto’s

aan

de

van

twee

voor

bestemming

woningen

mens

Gennerdijk

het erf getoond.

en

waar

op

een

natuurinclusieve

natuur.

Het

voorliggende inrichtingsplan

ook de twee

‘Waterstaat

—

nieuwe

en

krijgen. Waterkering’ (geanonimiseerd) 2020). |

slopen objecten (geanonimiseerd) 2020. Stippellijn geeft de te slopen opstallen

woningen

duurzame

vorm

De

weer.

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) 7

(geanonimiseerd)

Afbeelding

3. Foto's van

het

plangebied. Foto’s zijn gemaakt tijdens het onderzoek

in 2022.

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) [8

Bestaande

boerderij met schuren, erfinrichting, verharding en tuin Bestaande groene

beplanting handhaven: inpassing erf

Bestaande greppel: oever versterken met ecologische meerwaarde

_

Nieuwe woning: moderne uitstraling, gebiedseigen kenmerken

"

Nieuwe

bijgebouwen: gebiedseigen kenmerken, hout en zwart potdeksel

Erfverharding aansluiten op bestaande) ontsluitling: klinkers of halfverharding

A

eg

Nieuwe

knotwilgen

op insteek greppels

Magen nieuw: groene _

RE]

_£

uitstraling erf aan weg

Privé siertuin bij woningen

Nieuwe erfbomen:

solitair, le ordegrootte, inheems sortiment Struweel nieuw: inheems, groene afronding erf en als windsingel

Fruitgaard nieuw: inheems,

hoogstam, groene afronding erf

Afbeelding 2022.

4.

Inrichtingsplan Gennerdijk 6: 2 nieuwe woningen en herstel van landschap- en erfstructuur. Bron: | (geanonimiseerd) uitgebreide beschrijving van het ontwikkelingsplan zie rapport “Ontwikkelplan Gennerdijk 6 Hasselt”

Voor een

(geanonimiseerd)

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) [9

3

Natuurwetgeving

3.1

Inleiding

De Wet

natuurbescherming

gebieden en

de

bescherming

Natuurnetwerk

bevoegd

is het

natuurbeleid

Rijk het

bevoegd

het

plangebied;

voor

gezag.

dieren of

Habitatrichtlijn nesten

Voor ieder

jaarrond

beschermd.

ruimtelijk plan

verbodsbepalingen. vrijstelling geldt. Bijlage

is het

Wanneer

Indien

Elk

bij ruimtelijke ingrepen

er

geen

1 gaat verder in op het

is dat geen

soorten

“andere soorten”.

te toetsen

is van

een

vrijstelling geldt, wettelijk

gevormd

waarmee

door het

provincies zijn het grote nationale belangen De

kader

schade mag worden De wet kent

een

Daarnaast

heeft

leiden tot dient

kan het aanvragen

bij toetsing

aan

van

aan

soorten

aantal

een

vogelsoorten

zijn eigen verbodsbepalingen.

of deze

overtreding

zijn landelijk

gedaan

drietal

Vogelrichtlijn, beschermingsregime

beschermingsregime

sprake

wordt

natuurgebieden.

van

van

soorten

verplicht om

er

het natuurbeleid

van

dit uitdrukkelijk is toegestaan.

beschermingsregime

en

soorten, de bescherming

ingegaan op de relevante wetgeving en natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming.

de Wet

beschermingsregimes; beschermingsregime

van

In dit hoofdstuk wordt kort

van

planten, tenzij

bescherming

netwerk vormt

uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming

beschermde

de

de

De kern

samenhangend

een

Bescherming

3.2 Het

Nederland,

houtopstanden.

van

dat

onderdelen:

gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals

zijn gemoeid, het

bestaat uit drie

de Wet

er van

de betreffende

overtreding van

onderzocht te worden een

of er

een

ontheffing noodzakelijk zijn.

natuurbescherming,

onderdeel

soortenbescherming. Gevolgen plangebied De wet

Natuurbescherming

of ontwikkelingen

ingegaan

op de

op deze

soorten.

is een

is een nationale wet.

toetsing aan

aanwezigheid

van

de

wet

Indien

negatieve effecten

worden verwacht door activiteiten

Natuurbescherming noodzakelijk.

beschermde

soorten

en

welke

In hoofdstuk

effecten de voorgenomen

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

5 wordt verder

ontwikkeling heeft

Hasselt

| | (geanonimiseerd) | 10

4 Methode

De

aanwezige

natuurwaarden

inventarisatiegegevens

4.1

zijn in beeld gebracht op

gericht

en

onderzoek

basis

van

vleermuizen,

naar

verkenning

een

bestaande

van

huismus

en

gierzwaluw.

landelijke, provinciale

en

indien

Bureauonderzoek

Voor het bureauonderzoek

is gebruikgemaakt

van

beschikbaar

regionale

verspreidingsinformatie; _de NDFF

e

(Nationale

honderd

Databank

Flora

Fauna)

en

NDFF

heeft

door heel

is daarnaast

Nederland.

Deze database

bevat

algemeen

voorkomende

plant- en

miljoen gevalideerde waarnemingen

beschermde,

zeldzame

Nederland. Voor dit

zeldzame

tot zeer

plangebied

is

een

en

breder

geraadpleegd.

dan het

gebied getrokken

De

meer

diersoorten in

huidige plangebied

gevalideerde waarnemingen uit het gebied opgeroepen tot 5 jaar terug. _ Uit de landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen moet blijken of nabij de

dan

en

zijn

er

e

verleden strikt beschermde

e

waarnemingen zijn daarbij atlasblokken (5x5 kilometer),

en

_erisin februari 2021 contact

gelegd

Staatsbosbeheer heeft

omgeving

Op

van

een

Deze gegevens de

goed

betrekking op

met

beeld

aantal veldbezoeken

het voorkomen

is het

leefomgeving van vogels.

plangebied

De onderzoeken

onderzocht

en

de

betrekking op

specifiek

niet

organisatie

op het

plangebied.

Staatbosbeheer.

broeden

en

datering van

vaak

de kerkuil

van

in de

zijn ecologische

deskundige).

1 zijn de onderzoeksdata weergegeven.

adviseur

en

op de

aanwezigheid

verblijfplaatsen

van

en

zijn uitgevoerd door (geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd) kader (zie bij | (geanonimiseerd) — ecologisch

Betreffende personen In tabel

regio

terreinbeherende

van

hebben

Hasselt.

van

Veldonderzoek

basis

Exacte locaties of

veelal

een

4.2

de functionele

zijn aangetroffen.

soorten

veelal niet bekend.

locaties in het

werkzaam

Hierbij zijn tevens

de onderzoekers,

starttijd en

weersomstandigheden genoteerd.

Kader De

-

Ecologisch deskundige

veldmedewerkers

van

van

aanzien

waarvan

hij of zij gevraagd

soortspecifieke ecologie. =

r

(geanonimiseerd) beschikken |

‘ecologisch deskundige’.

criteria

op HBO- dan op

De

MBO-niveau

als ecoloog

een

is te adviseren

ervaring

uitgebreide ervaring

de betreffende

met

een

persoon

en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring

en

soortgroepen

en

die voor de situatie

voldoen en

aan

soorten

kennis heeft op het gebied

de

ten

van

een

heeft

opleiding heeft genoten

afgerond

met

met

als zwaartepunt (Nederlandse)

ecologie; en/of

de

soortenherkenning

als zwaartepunt

Wet

natuurbescherming,

en

opzichte van die soorten; en/of

ten

werkzaam

een

kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:

en

opleiding

een

over

ecologisch deskundige wordt bedoeld

wel universitair niveau

zorgvuldig handelen a

Met

is

voor

een

ecologisch

adviesbureau, zoals bijvoorbeeld

bureau

een

welke

is

aangesloten

bij het

Netwerk Groene Bureaus; en/of =

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied in

Nederland

bestaande

Vogelbescherming

a

van

(zoals

organisaties

de soortenbescherming

bijvoorbeeld

Vogelonderzoek Nederland,

Natuur

en

STONE,

Staatsbosbeheer,

is aangesloten

Zoogdiervereniging,

Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch

Sovon

en

Genootschap,

Stichting

RAVON,

KNNV,

Natuurmonumenten,

bij en werkzaam voor de daarvoor

De

NN,

IVN

EIS

Landschappen

Das

Nederland, en

en

Boom, FLORON,

Stichting Beheer

Landelijk Gebied; en/of

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied

van

de soortenmonitoring

en/of -bescherming.

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) 111

B eindtijd

Type onderzoek

Zon

Onderzoeker

Weersomstandigheden

op:

07:36 24-02-2022

Nader onderzoek

Startijd:

kerkuil

09:30

(dagbezoek)

(geanonimiseerd)

10-13

°C, droog, half bewolkt,

windkracht 1 Bft

Eindtijd: 12:00

Zon

op:

06:15 28-04-2021

Huismusonderzoek

Starttij

10-13

(geanonimiseerd)

°C, droog, half bewolkt,

windkracht 1 Bft

8:30 Eindtij 10:30

Zon

op:

05:47 14-05-2021

Huismusonderzoek

Starttijd: 08:30

(geanonimiseerd)

10-14

°C, droog, betrokken,

windkracht 1 Bft

Eindtijd: 10:30

Tabel 1.

Type onderzoek, datum,

start- en

eindtijd, onderzoeker(s)

en

de

weersomstandigheden genoteerd

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

per veldbezoek.

| | (geanonimiseerd) 112

Vogels Huismus

Bij broedvogelinventarisaties van huismus is gewerkt volgens het Kennisdocument Huismus (Bij12, 2017). Hierbij worden waarnemingen die op broedgevallen of een territorium duiden in verschillende inventarisatierondes territoria

genoteerd

kaart

met

plaatsgevonden tijdens gunstige weersomstandigheden. Tijdens zingende mannetjes en nestindicatieve waarnemingen zoals nestbouw,

het

op

kaart.

Vervolgens wordt

op basis

van

deze

waarnemingen

een

vastgesteld.

Het onderzoek

naar

veldmedewerker.

huismus

is uitgevoerd

De bezoeken

bezoek is onder andere

bezoeken

in twee

in de

periode april

—

mei

met

één

hebben

gelet op

voedseltransport en alarmroepen. Kerkuil

Bij broedvogelinventarisaties

van

kerkuil

is gewerkt

volgens

het Kennisdocument Kerkuil

(Bij12, 2017). Hierbij

worden

waarnemingen die op broedgevallen of een territorium duiden in verschillende inventarisatierondes genoteerd op kaart. Tevens is voor nestlocaties en geschikt leefgebied in de omgeving navraag gedaan bij terreinbeherende

Overige In

en

voor.

beschermde

Staatsbosbeheer.

soorten

rond het

plangebied

Voor

groot deel zal het gaan

ook de dient

organisatie

een

aanwezigheid

gedacht

komen

mogelijk om

nog

een

algemeen

van

een

aantal beschermde

te worden

aan

bijvoorbeeld

uitgevoerd tijdens en/of

na

afloop

van

aantal andere

beschermde

voorkomende

soorten

steenmarter.

de veldbezoeken

en

vrijgestelde

kan niet op voorhand

Het veldwerk naar

soorten

naar

dan eerder beschreven

beschermde

worden

de groep

van

soorten,

maar

uitgesloten. Hierbij overige

soorten

is

Hasselt

| | (geanonimiseerd) [13

vogels.

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

5 Beschermde Dit hoofdstuk

beschrijft

de

uit de literatuur

gegevens

gevolg van

tijdens

Vogels

5.1.1

Voorkomen

Tijdens

het

het veldonderzoek

soorten, al dan niet aangevuld

waargenomen

andere informatiebronnen.

en

de voorgenomen

5,1

soorten

Vervolgens

met

eventuele effecten beschreven

worden

als

ontwikkeling.

functie

en

vogelonderzoek zijn binnen het plangebied twee soorten vastgesteld waarvan de verblijfplaatsen jaarrond zijn beschermd;

huismus

soort

op hoe

ingegaan

worden

deze

kerkuil. Hieronder wordt

en

het

zij

gebied gebruiken,

waarnemingen

in de

bijlagen op

per

daarnaast kaart

weergegeven.

Huismus

(afbeelding 5) zijn bijzonder vindingrijk

Huismussen

gaat in

nestplaats. stenige ruimten, bij voorkeur in huizen,

een

om

het vinden

van

jaarrond-soort,

huismus

is een

ontbreken

wat

echte één

van

zoals onder

inhoudt dat de soort

cultuurvolger en

toch geen huismussen

voorkeur in

van

straal

een

Geschikt huismussenhabitat

paar honderd

bestaat uit de

veelzijdig, wel

aanwezig zijn. Al

is het

dat ondanks

deze elementen

dakgoot. De huismus de verblijfplaatsen.

een

veeleisende

soort.

de

aanwezigheid

van

volgende

elementen:

omgeving

Voldoende

nestgelegenheid. eiwitrijk voedsel voor de jongen. in hagen of gevelbegroeiing. plant) groenblijvende

inheems

_Zandbad. Water.

komt

zeer

algemeen

voor

of

de

waarnemen, en

de

dakplaten.

De huismussen

Het is dan ook

logisch

nestplaatsen

de

20

huismussen

waren

van

plangebied. In de veeschuur ten zuiden van het plangebied zijn vastgesteld (zie bijlage 2 voor het kaartbeeld). Drie huismus territoria zijn

vanaf de beide

in de schuur

huismus

van

woning

De

grond duidelijk

zijden

moeten

waren

nestplaatsen zichtbaar.

duidelijke sporen

het vooral hebben

verklaarbaar dat in deze

broedparen op de

Aan

dekking.

in het

nestplaatsen van de huismus aangetroffen ten noorden en buiten het plangebied. nesten

van

groen als leverancier van

Evergreens (bladhoudende

*

Het veel

meter.

e

_

De

liggen dichtbij elkaar, bij

_Ruim voldoende

e

is

van

Continu voedsel in de directe

circa 20

De circa

jaar gebruik

kan betekenen

maakt

e

De huismus

stro.

of ruimten onder de

e

e

balken

het hele

uitermate

elementen

geschikte nestplaatsen een

Afbeelding 5. Huismus.

dakpannen

gedurende

bovendien

de onderstaande

van

als het

Ze nestelen meestal

een

schuur,

waar

van

in de veeschuur

De meeste van

nesten

nesten

veevoer

en

waren

eenvoudig

bevonden

zich

te

tussen

zichtbaar, zoals uitwerpselen

vliegen die op

voldoende voedsel

en

het

vee

de en

afkomen.

dekking voorradig is, 20

aanwezig zijn. de huismus

ten

noorden

er op het erf circa 40 huismussen

vormen

het

een

zelfstandige populatie. Aangenomen

plangebied aanwezig (mannetjes en vrouwtjes). van

ook behoren

tot

deze

kan worden dat de 3

populatie.

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Naar

Hasselt

schatting zijn

| | (geanonimiseerd) [14

Kerkuil De kerkuil

is een

boerenland

en

standvogel die leeft in (half) open landschappen.

dan vooral

roestplaats overdag kerkuil

in schuren

in de

en

zolderruimten.

en

nacht als

nestplaats.

Daarbij

wordt veelal aangetroffen in het

De soort

zoekt de kerkuil

De kerkuil rust in de buurt

rustige, vaak donkere

een

het nest, het aantreffen

van

van

rustige donkere plek wijst vaak ook op een broedplaats van de soort. Ze hebben een teruggetrokken levenswijze en worden pas actief in het donker/ nacht. Kerkuilen jagen vooral op veldmuizen. een

op

een

De soort is zeer honkvast

voedselaanbod.

In de

zijn gevoelig voor winters met langdurige vorstperioden en perioden legsels van de kerkuil is zeer afhankelijk van het aanwezige

maar

Het broedsucces

sneeuw.

muizenrijke jaren

In

kapschuur aan

de noordkant

kan de kerkuil 2 tot maximaal

van

(verse)

het

plangebied

quickscan zijn

hier meerdere

rustend

kapschuur aangetroffen (afbeelding 6).

in de

met

het aantal

en

braakballen

is de kerkuil

3

legsels hebben.

meerdere

keren

krijtsporen aangetroffen.

en

vastgesteld. Tijdens de

Niet veel later is de kerkuil al

(geanonimiseerd)

Afbeelding

6. Aangetroffen

de kerkuil deze

Met

behulp

plek gebruikt

van

een

kerkuil de schuur steeds alleen daarom

niet

broedpaar kan

broedplaats

gebruikt

in de

is deze kerkuil

als vaste

rustplaats,

Een tweede

aanwezig zijn. een broedplaats van in de

Aan de voor

regio noordzijde

van

aanwezig. Aan

de braakballen is te zien dat

gedurende of als

Waarschijnlijk

betreft het

De kans is groot dat het dier

plateau aanwezig die

in relatie tot het

leefgebied

Staatsbosbeheer.

hebben

Onderzocht

het onderzoek

niet

vastgesteld.

een

kerkuil

uiteindelijk

de schuur is een

van

geobserveerd.

mogelijke broedplek. Tijdens

kerkuil is tijdens het onderzoek

de kerkuil.

Hasselt.

het onderzoek

in potentie

bleek de

vogel

Het gaat hier

afkomstig van

in de

is of de

kapschuur

geschikt

kan

ander

een

tot broeden

zijn als

de kerkuil. van

terreinbeherende

kerkuil

wildcamera

de schuur

van

rustplaats.

om

Om zeker te zijn

bij

als vaste

te

elders

komen.

kerkuil. Het dier is al rustend in de nok

de

omgeving

organisatie

omgeving

van

Zij

Hasselt. Vanuit deze informatie

en een

broedgebied

van

de kerkuil is navraag

beeld

van

het aantal

goed

blijkt er een broedpaar

kerkuil

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

gedaan

broedparen

aanwezig

Hasselt

te

zijn bij

| | (geanonimiseerd) [15

het

vogelringstation

van

het

De Kooi

broedpaar

is een

en

kerkuil bekend

ter

hoogte van

de eendenkooi,

noorden

ten

plangebied.

Effecten

5.1.2

ontheffing

en

Verblijfplaatsen van

huismus

kerkuil

kerkuil gaat het

niet. Van de

kerkuil

en

opzettelijk nesten, rustplaatsen Daarnaast is het verboden staat van

zijn jaarrond

om

vaste

een

te

beschadigen,

storen, tenzij

de desbetreffende

De huismus

verblijfplaats.

en

eieren vernielen of te

en

vogels opzettelijk

instandhouding van

beschermd.

rust-

de

storing

is broedend

vastgesteld,

Er geldt

een

verbod

of nesten

van

vogels

niet

wezenlijke

van

de

handelingen

op

weg te

die

nemen.

invloed is op de

vogelsoort.

nestplaatsen van huismus en 1 verblijfplaats van kerkuil voor. Als gevolg van ontwikkelingen (sloop) kan een tijdelijk effect ontstaan en treedt verstoring op beide soorten verblijfplaatsen op.

Binnen het

plangebied

komen

20

de voorgenomen en

hun

Maatregelen zijn noodzakelijk om negatieve effecten te voorkomen of te beperken en om te allen tijde een verblijfplaats voor huismus en kerkuil aan te bieden. Ook na de erfontwikkeling dienen weer verblijfplaatsen voor

deze soorten

aangeboden

(inbouwneststenen) het

bepalen van

ingeschakeld

Na het

nemen

van

kerkuil

in het

geding

tijdelijk vernietigen een

Voor huismus

woningen.

de exacte nestlocatie

kerkuil

Hiervoor dient

te worden.

in de nieuwe

de kerkuil

voor

worden

Voor de kerkuil dient dient

een

hiervoor een

speciale voorzieningen aangebracht

kerkuilenkast

ecologisch

te worden.

Voor

kundige op

het

gebied

van

instandhouding

van

huismus

ter zake

geplaatst

te worden.

maatregelen komt.

wordt niet verwacht dat de

De huismus

of

en

gunstige

de kerkuil komen

verblijfplaatsen beschadigen ontheffing Wet natuurbescherming, van

in de

omgeving

huismus

van

onderdeel

staat van

en

en

Hasselt

van

algemeen voor. Het ontheffing plichtig.

kerkuil is wel

soortenbescherming aangevraagd

te

worden.

5.1.3 Om

Te

maatregelen

nemen

negatieve

maatregelen

effecten op huismus te worden.

genomen

_huismuskasten

e

_ plaatsen

van

kerkuil te voorkomen

Op hoofdlijnen

ophangen

(compensatiefactor e

en

een

2 per

of te

betreffen

als alternatieve

beperken dienen

aantal

een

aanvullende

dit:

verblijfplaats voorafgaand

de werkzaamheden

aan

verblijfplaats);

kerkuilkast als alternatieve

verblijfplaats voorafgaand

aan

de werkzaamheden

(compensatiefactor 1); e

_ werken buiten de kwetsbare periode van huismus. In deze situatie betreft dit de broedperiode. De broedperiode

e

van

huismus

loopt globaal

1 maart tot eind augustus;

_ werken buiten de kwetsbare periode van kerkuil. In deze situatie betreft dit de voortplantingsperiode.

Deze

e

ongeschikt

de

e

nieuwe

e

van

maken

duurzame

van

periode loopt van

1 maart

tot half

december;

huidige verblijfplaatsen;

verblijfplaatsen aanbieden;

_ ecologisch werkprotocol opstellen;

e

Conclusie: Als

begeleiding tijdens gevolg van

niet uit te sluiten. Een

de werkzaamheden.

de voorgenomen

werkzaamheden

ontheffing dient aangevraagd

te

(sloop) zijn negatieve effecten op huismus/kerkuil

worden, ook dienen

een

aantal

maatregelen

genomen

te

worden.

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) | 16

5.2

Overige beschermde

5.2.1

Voorkomen

en

functie

Tijdens

het veldonderzoek

is ook

gelet op

dan

hierboven beschreven.

gebruikmaakt

als

In

plangebied

en

rond het

aanwezigheid van

Uitzondering hierop

leefgebied.

Er

zijn echter

geen

kunnen verschillende

koolmees, pimpelmees

soorten

de

en

soorten

andere

is de steenmarter

die

(niet-vrijgestelde) (mogelijk)

verblijfplaatsen vastgesteld algemene vogelsoorten

roodborst. Deze

soorten

kunnen

van

van

beschermde

soorten

plangebied

de steenmarter.

voorkomen.

in en rond

het

het

Het gaat

plangebied

hierbij o.a. om

de

broeden

tot

komen.

Effecten

5.2.2

en

ontheffing

Negatieve effecten zijn niet te verwachten op de groep overige beschermde soorten. Vaste rust- en verblijfplaatsen van deze beschermde soorten, zoals steenmarter, ontbreken. Het plangebied maakt mogelijk onderdeel

uit van

verblijfplaatsen

het

leefgebied van Wel

waargenomen.

broedvogels.

Alle

beschermde

inheemse

vogelsoorten

periode

van

binnen

het broedseizoen

beschermd, moet

daarom

15 maart tot 15

ongeacht

deze soort

zijn geen

te worden

vaste

met

de

rust-

en

aanwezigheid

van

de

beschadigen,

of nesten

juli wordt

over

zijn mogelijk indien

het

storen, tenzij

de

van

vogels

weg te nemen.

wezenlijke invloed is op de storing niet desbetreffende vogelsoort. Deze verbodsbepalingen worden kunnen in veel te

voorkomen door verstorende

worden

van

tijde rekening gehouden

eieren vernielen of

en

vogels opzettelijk

instandhouding van

broedvogels

ook

zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor alle (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die

Daarnaast is het verboden

situaties worden

maar

in Nederland

opzettelijk nesten, rustplaatsen staat van

de steenmarter, dient te allen

van

werkzaamheden

algemeen

buiten het broedseizoen

beschouwd

is vastgesteld dat

er

met

als broedseizoen. deze

uit te voeren.

De

Werkzaamheden

werkzaamheden geen

nesten van

verstoord. Voor de Wet het

tijdstip

van

het

natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. De genoemde termijn

niet al te strikt worden toegepast.

Conclusie:

Negatieve effecten op overige beschermde soorten zijn niet te verwachten. Het aanvragen van een ontheffing is voor overige beschermde soorten niet noodzakelijk. Wel dient te allen tijde rekening gehouden te worden

met

het broedseizoen

van

vogels.

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) 117

6 Conclusie

Op

basis

vogelonderzoek (huismus

het

van

Uit het nader onderzoek is de beschermde

Als

gevolg van

op

voor

soorten:

de

deze

naar

voren

huismus

en

geplande

is het

betreffende

of te

te allen

beperken

en

komt, vooral

verblijfplaatsen aangevraagd

niet

plangebied

onderdeel

uitmaakt

het

van

leefgebied

belang

tijdelijk negatieve effecten

dat in de nieuwe

verwacht

gebouwen

situatie

weer

treedt

verstoring geschikt zijn als en

Maatregelen zijn noodzakelijk om negatieve effecten te voorkomen verblijfplaats voor de beschermde soorten aan te bieden. Met de

een

wordt dan ook niet verwacht dat de

gunstige

staat van

genoemde

het

Het verstoren en

vernietigen

na

van

nemen

enkele

van

huismus

en

maatregelen.

kerkuil is wel

ontheffing plichtig.

Hiervoor dient

soorten

in

van

ontheffing

een

te worden.

kerkuil dient

en

ontheffing aangevraagd te worden. Deze soorten kunnen gezamenlijk een ontheffing Wet natuurbescherming te verkrijgen voor huismus en

een

ingediend

worden.

e

de

staat van

e

invulling

aanvraag

kerkuil

Om

in

moet:

e

_

e

gunstige

_er

geen

moeten

worden

wanneer,

van

de noodzaak

het

Een

ontheffingsaanvraag

van

indienen

van

bezwaar

maken.

Concrete

maatregelen

en

op welke

in

wijze

moet

worden er

een

die genomen

staat concreet

welke

ingediend bij de provincie Overijssel.

Maximaal

twintig weken

besluit genomen. te vinden

moeten

worden

huismus

en

kerkuil

tijdens

eveneens

van worden

de

daarbij

volgende maatregelen

en

aan

zorgplicht

van

de

een

onderbouwing

belanghebbenden

na

het

nog

provincie.

de werkzaamheden

dienen

de aanvullende voorwaarden

vastgelegd

te worden

verwerkt te worden

die

plannen

regelmatig ontheffingen aangevraagd

garanderen

de

Op

dat besluit kunnen

op de website

de

moeten te

uitgevoerd.

projectplan

aangevuld

Uitvoerbaarheid

instandhouding

worden

In het

project.

ecologisch werkprotocol. Hierin dienen voortvloeien uit de ontheffingsaanvraag.

algemeenheid

projectplan.

met

termijnen zijn terug

van

een

Dit wordt

een

verblijfplaatsen

zorgplicht;

bij de wet

een

uitgewerkt

de aanvraag wordt Deze

de

aan

genoemd belang; beter/minder schadelijke alternatieven zijn. aan

mogen

werkzaamheden,

instandhouding gegarandeerd blijven;

worden

gegeven

voldaan worden

Deze gegevens

Voor

dat het

soorten.

nestplaatsen van

en

Voor de huismus

6.3

getrokken.

Ontheffing noodzakelijk

6.2

in

conclusies

kerkuil.

van

tijde

werkzaamheden

voorgenomen

geding

om

gekomen

werkzaamheden worden

Hierbij

soorten.

verblijfplaats voor de

een

de onderstaande

Soortenbescherming

6.1

het

kerkuil) worden

en

genomen

worden

om

de

gunstige

en

verkregen.

In

zijn

staat van

te voldoen:

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) | 18

e

aanbieden

e

in stand

_

e

nieuwe

houden

voorkomen

van

en

verblijfplaatsen vóór verwijderen huidige nest-/verblijfplaats;

meer

voldoende functioneel

aantasten/doden

leefgebied (foerageergebied

dieren

bij uitvoering, bijvoorbeeld

en

dergelijke);

door uit te voeren

buiten de

gevoelige periodes. Ten slotte moet

aangetoond

worden

dat

er

geen

alternatieven

hiervoor is geen alternatief. Alternatieven in het kader

opstellen

van

echter niet

het

activiteitenplan

bestemmingsplan

voor

een

ontheffing

biedt voldoende

uitgevoerd

definitie

kwalitatieve

voor

de

ruimte

conform de

geldigheid

van

het

bestemmingsplan zijn deze

om

aan van

de eisen

voor

een

ontheffing

het

bestemmingsplan

landelijk geldende richtlijnen.

van

mogen maximaal

onderdelen

te voldoen.

De noodzaak

dus niet.

onderzoeken

3 jaar oud

veranderingen zijn opgetreden recenter zijn.”

in de

naar

Het

beschermde

bevoegde

gezag hanteert de

soorten:

zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt,

de gegevens

Dit rapport gaat in op de effecten

aanpassingen soorten

In het kader

belemmert de uitvoerbaarheid

“Onderzoekgegevens moeten

ontheffing.

zijn. De ontwikkeling is locatie specifiek, werkwijze en planning worden ingevuld bij het

Geldigheid onderzoek

Dit onderzoek is

volgende

de

de

relevant.

Het

6.4

en

van

in de

ontwikkeling

van

de

ontwikkeling

zoals beschreven

in hoofdstuk

kunnen tot andere conclusies ten aanzien

van

2.2.

Wijzigingen

de effecten op

of

beschermde

leiden.

Bestemmingsplanwijziging Gennerdijk en Boerweg,

Hasselt

| | (geanonimiseerd) | 19

Literatuurlijst . . e e

fauna (geanonimiseerd) (2020). Quickscan flora TE (geanonimiseerd) (2022. Ontwikkelplan Gennerdijk 6 Hasselt TN en

_ ESRI Nederland (2019). https://www.esri.nl/nl-nl/home _ Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming Ministerie

van

Economische

Zaken, versie 1.3.

bij ruimtelijke ingrepen.

Bijlage 1 Wettelijk kader Natuurwetgeving Bescherming van soorten Zorgplicht De Wet natuurbescherming erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende planten- en diersoorten, of de soort nu beschermd is of niet (= zorgplicht). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes Op het onderdeel soortbescherming deelt de Wet natuurbescherming soorten in drie beschermingsregimes in: 1.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle vogels cf. artikel Vogelrichtlijn 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten uit Bijlage IV Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd 1 3. Beschermingsregime “andere soorten” Soorten die uit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes heeft zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

.

Verbodsbepalingen De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. In de wet worden ten aanzien van de beschermde soorten een aantal verbodsbepalingen genoemd (figuur 1). De verbodsbepalingen zijn gekoppeld aan het beschermingsregime van de soort (resp. Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of de groep ‘Overige soorten’). Dat betekent dat deze verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij voor de soort(en): Een vrijstelling geldt; Er gewerkt wordt met een goedgekeurde Gedragscode (feitelijk een collectieve ontheffing); Een ontheffing is verkregen.

1

De brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1. 3. Ministerie van EZ, december 2016 impliceert dat de bescherming uit de Vogelrichtlijn prevaleert boven de bescherming van vogels uit de verdragen van Bonn en Bern 1

Figuur 1: Overzicht verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming (bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1. 3. Ministerie van EZ, december 2016).

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen (en deze toch te mogen overtreden) via een ontheffing of een vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling (=alternatievenafweging); 2. De afwijking is gebaseerd op een in de wet genoemd belang (b. v. openbare veiligheid of volksgezondheid); 3. De ingreep of handeling mag geen afbreuk doen aan en/of verslechtering betekenen voor de staat van instandhouding van de soort. Als aan (alle) drie deze vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk in de vorm van een provinciale verordening of een (goedgekeurde) gedragscode. Voorgaand figuur geeft een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. De verbodsbepalingen voor de groep van overige, ‘nationale’ soorten zijn geïnspireerd op de Habitatrichtlijn en op een aantal punten versoepeld. Zo is het opzettelijk verstoren van beschermde soorten (en hun verblijfplaatsen) uit deze groep van overige soorten niet langer verboden. Wel is het nog steeds verboden om vaste verblijfplaatsen van dieren onder dit beschermingsregime opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Voor vogels geldt dat verstoren niet verboden is als de verstoring maar niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort (artikel 3.

1, lid 4 en lid 5). Het beschadigen van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen blijft verboden, maar het verstoren dus niet meer, tenzij er sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de specifieke soort(en). Het is aan de initiatiefnemer om zich op de hoogte te (laten) stellen, en waar nodig aan te tonen, dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

Tot slot geldt het opzettelijk doden of vangen en het verbod om vaste verblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of beschadigen, niet voor bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis in of op gebouwen of de daarbij behorende erven of roerende zaken (artikel 3. 10 lid 3). Zie kader – Opzettelijkheid. Kader - Opzettelijkheid In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14757196/3