CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 1.d Gennerdijk 6, Hasselt Toelichting (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Gennerdijk 6, Hasselt14.234 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bestemmingsplan zijn deze onderdelen echter niet relevant.

Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om aan de eisen voor een ontheffing te voldoen. De noodzaak voor een ontheffing belemmert de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dus niet.

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) HNT U >

Conclusie ecologie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor het project is geen vergunning in het Kader van de Wet Natuurbescherming nodig. Wel is ontheffing nodig voor boerenzwaluw, huismus en kerkuil. Aangezien het bestemmingsplan voldoende

ruimte biedt om aan de eisen voor een ontheffing te voldoen vornt dit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

Aardkundige,

archeologische

en cultuurhistorische waarden

moeten

zoveel

mogelijk

worden

behouden.

Archeologie Op basis van het Verdrag van Malta en de Wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologische erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke

niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische

onderzoek en de mogelijke waarden bedreigen, moeten

betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn.

De gemeente Zwartewaterland heeft haar archeologische waarden beschermd middels een bestemming in het bestemmingsplan "Buitengebied Zwartewaterland 2013”. Voor de locatie aan de Gennerdijk komt dit tot uiting door de gedeeltelijke aanwezigheid van de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie’. In de regels, behorend tot deze bestemming, wordt benoemd dat naast

de andere bestemmingen op deze grond niet anders mag worden gebouwd of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd, indien deze dieper gaat dan 0,5 meter. Dit is wel toegestaan indien

de bouw of werkzaamheden een omvang hebben van minder of evenveel als 100 m’.

Om bouwwerken voeren dient een

of werkzaamheden groter dan de bovengenoemde afmetingen uit te mogen archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Aan de omgevingsvergunning

kunnen tevens aanvullende regels worden verbonden. Dit omvat de verplichting tot het nemen van technische maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te behouden, de

verplichtingte voorzien in opgravingen en de uitvoering van de ontwikkeling te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Relatie tot voorgenomen ontwikkeling De

voorgenomen

ontwikkeling

omvat

de

bouw

van

twee

nieuwe

woningen,

de

sloop

van

agrarische schuren en de sanering van verharding. Echter wordt op de totde dubbelbestemming

“Waarde

- Archeologie’

bestemde grond

alleen een schuur gesloopt.

Deze heeft een omvang

groter dan de aangewezen 100 m? en voor de sloop dient dieper te gaan dan 0,5 m?. Om uit te sluiten dat er archeologische waarden in het geding zijn, is door KSP Archeologie het Archeologisch bureauonderzoek Gennerdijk 6 te Hasselt uitgevoerd. Op grond van de resultaten

is in het toegekend.

bureauonderzoek lage archeologische verwachting aan het onderzoeksgebied Vanwege de lage verwachting adviseert KSP Archeologie geen archeologisch

vervolgonderzoek voor de ontwikkeling van de nieuwbouwkavels

Cultuurhistorie

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) BNS 1 °5

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te

verwachten meegewogen

monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden bij ruimtelijke ontwikkelingen die met een nieuw bestemmingsplan planologisch

mogelijk worden gemaakt. Met het voorliggende plan worden

geen cultuurhistorische waarden

gesloopt of aangetast.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het erf aan de Gennerdijk behoort tot twee verschillende cultuurhistorische deelgebieden, namelijk het Vechtdal en het Zwarte water. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de eultuurhistorische waarden van deze gebieden. Voorliggend plan sluit aan op de kwaliteiten en kernwaarden van het cultuurhistorisch landschap.

Conclusie archeologie en cultuurhistorie Het aspect archeolgie vormt geen belemmering voor de Cutuurhistorische waarden worden binnen het plan gewaarborgd.

4.4

voorgenomen

onwikkeling.

Water

Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke

plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen

expliciet

waterhuishoudkundige

en

op

een

evenwichtige

doelstellingen

wijze

betreffen

in het plan

zowel

de

worden

afgewogen.

waterkwantiteit

Deze

(veiligheid,

wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

Waterbeleid

De

Europese

Kaderrichtlijn

Water

is

richtinggevend

voor

de

bescherming

van

de

oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een

stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau richtinggevend voor

zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening ruimtelijke plannen. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft de

beleidskaders van rijk en provincie Waterbeheerprogramma 2022-2027. De belangrijkste Klimaatverandering

nader

uitgewerkt

ruimtelijk relevante thema's (klimaatadaptatie). Daarnaast

is

zijn de

in

de

Watervisie

en

het

de Kaderrichtlijn Water Keur van het waterschap

en een

belangrijk regelstellend instrument waar in ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. De legger toont de posities van waterstaatswerken, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoenen

wie onderhoudsplichtig is. Doorgaans is voor watervergunning van het waterschap benodigd.

ingrepen

betreffende waterstaatswerken

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) BNS 1 se

een

Figuur19: Uitsnede Legger primaire en regionale waterkeringen 2015 Waterschap Groot Saland

De Keur en Legger

Uit de Leggerkaart, behorende bij de Keur waterschap Drents Overijsselse Delta, volgt dat er aan de (noord)westelijke zijde van het plangebied een ‘beschermingszone A' loopt en het plan valt binnen een ‘beschermingszone B'. Deze bestaat ten behoeven van het waterstaatwerk, genaamd

de Gennerdijk. In de met ‘beschermingszone’ aangeduide zones watervergunning gebruik te maken of werkzaamheden uit te

is het verboden om zonder voeren op of rondom het

waterstaatswerk. Een watervergunning dient dan ook aangevraagd te worden bij het waterschap Drents Overijsselse Delta om de gewenste werkzaamheden uit te voeren.

Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026 In het gemeentelijk rioleringsplan van Zwartewaterland wordt aangegeven op welke wijze de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten rondom afval, hemel- en grondwater. Voor het buitengebied stelt de gemeente het volgende.

Waterafvoer

en infiltratie

Voor afvalwater van nieuwbouw van een of enkele woningen en bestaande bebouwingen

buiten

de bebouwde kom geldt meestal dat deze worden aangesloten op drukriolering, bestaande uit pompunits en persleidingen. Voor nieuwe aansluitingen op drukriolering wordt gewerkt met het ‘Aanvraagformulier

rioolaansluiting’.

Via

dit

formulier

worden

voorwaarden waaronder kan worden aangesloten, geregeld.

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) BNS 1 27

de

aansluitkosten

en

de

Hemelwater van nieuwe woningen

mag niet op drukriolering worden geloosd. Hemelwater dient

lokaal te worden benut of geïnfiltreerd in de bodem of geloosd op oppervlaktewater. De perceeleigenaar heeft op eigen gebied zelf de verantwoordelijkheid voor het afkoppelen van hemelwater.

Het grootste deel van de sloten gelegen in het buitengebied zijn in eigendom en beheer van de gemeente Zwartewaterland. De functie van deze sloten omvat voornamelijk de opvang van hemelwater vallend op wegen. Sloten met een bredere functie vallen onder het peilbeheer van waterschap Drents Overijsselse Delta. De sloten binnen en rondom het plangebied maken geen

deel uit van het oppervlaktewater (primaire of secundaire watergangen) waterschap Drents Overijsselse Delta of gemeentelijke wateren. Zij behoren tot de percelen. De afwatering van deze sloten is daarentegen plangebied.

wel

op een

primaire

watergang,

circa

300

meter

ten zuiden

van

het

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De nieuw te bouwen woningen wordt aangesloten op het drukriool en het hemelwater wordt afgekoppeld op het eigen terrein. Tevens neemt in het plan de totale verharding op en rond het ef af. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de voorwaarden uit het gemeentelijk rioleringsplan en de uitgangspunten van het waterschap Drents Overijsselse Delta, onder andere beschreven

in het Waterbeheerplan 2022-2027.

Watertoets

Er is een digitale watertoets voor de voorgenomen ontwikkeling uitgevoerd. Uit deze watertoets blijkt dat de normale procedure wordt doorlopen bij Waterschap Drents Overijsselse Delta.

In het kader van de watertoets heeft afstemming plaats gevonden met Waterschap Drents Overijsselse Delta. Uit het overleg is naar voren gekomen dat nieuwe beplanting en bomen het liefst buiten zone A en anders minimaal 10 meter uit de teen van de waterkering moet worden

geplant. Hier wordtin het plan aan voldaan. Daarnaast geeft het waterschap aan dat het plan een verbetering is ten opzichte van de huidige situatie.

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) HNT U >

Hoofdstuk

5.1

5

Milieutoets

Inleiding

Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten

zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk

wordt achtereenvolgens ingegaan op:

«bodem;

*

geluid;

«luchtkwaliteit;

«externe veiligheid;

5.2 Sinds

*_

bedrijven en milieuzonerin

*_

vormvrije me.r.-beoordelin

«_

verkeer en parkeren.

Bodem 1 januari

2008

is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd

hoe we

in Nederland

omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de gewenste ontwikkeling.

Om te bepalen of het toekomstige gebruik past bij de bodemkwaliteit is in opdracht van Provincie Overijssel door Tauw een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is te vinden in de Bijlagen bij toelichting behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Op basis van de beoordeling van het onderzoek door de omgevingsdienst

heeft in november 2023 gevonden. Dit onderzoek

een actualiseren verkennend bodem- en asbestondezoek plaats is eveneens te vinden als Bijlage bij dit bestemmingsplan. De

belangrijkste conclusies zijn in dit hoofdstuk

weergegeven.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In

de

werktuigenberging

en

ter

achtergrondwaarde overschrijvingen verontreiniging van de bodem.

plekke

van

gemeten.

de

tank

en

Deze

hebben

niet tot

olieopslag

zijn

nauwelijks

maximaal

geleid

tot

Ter plekke van de buis van de vacuümpomp zijn zowel in de grond als het grondwater sterk verhoogde gehalten / concentraties aan minerale olie gemeten. In zowel de grond als het grondwater wordt de interventiewaarde overschreden. De verontreiniging is horizontaal en verticaal afgeperkt. De grond- en grondwaterverontreinigingen blijven beperkt tot de directe

omgeving van de vacuümpomp.

De omvang van de grondverontreiniging wordt geschat op 21

mè. De omvang van de grondwaterverontreiniging wordt geschat op 98 m?. De minerale olie verontreiniging is vermoedelijk veroorzaakt door de lekkende buis van de vacuümpomp, het betreft daardoor een nieuw geval van bodemverontreiniging. Deze verontreiniging valt onder de

zorgplicht (artikel 13 Wet bodembescherming) en dient verwijderd te worden. Op het onverdachte terreindeel van de locatie aan de Gennerdijk, is betonpuin aangetroffen. Er is niet uit te sluiten dat deze asbesthoudend

materiaal

bevat. Een verkennend

asbestonderzoek

dient, na verwijdering van de duurzame verharding, uitgevoerd te worden om dit uit te sluiten. Ook dient er een asbestonderzoek uitgevoerd te worden bij twee dammen.

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) HNT 12°

Onderzoek naar het onderliggend materiaal van de de kuilvoerplanten is benodigd. Tevens is vereist om de peilbuizen, in opdracht van waterschap Drents Overijsselse Delta, te verwijderen.

Bodemverontreiniging DJ onbekend B

voldoende onderzocht (VOLDO)

[B voldoende gesaneerd (VOLDS) EE Hbb-cluster-inactief (HBB) DD uitvoeren historisch onderzoek {UHO) DJ uitvoeren oo (VOO) DD Uitvoeren aanvullend 00 {UA00) DD Utvoeren aanvullend onderzoek (UOA)

guur 20: vitsnede koort bodemverontreiniging (bron: geo overijssel)

Met het aanvullend onderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie, inclusief verachte deellocaties, aan de Gennerdijk 6 te Hasselt

geactualiseerd. Tevens is de locatie onderzocht op het voorkomen van asbest. Uit de resultaten wordt ter plaatse van de onverdachte terreindelen geconcludeerd dat:

*__Op de locatie maximaal

lichte verontreinigingen aan zware metalen en minerale

olie gemeten zijn.

*_

Het grondwater maximaal licht verontreinigd is aan minerale olie en barium.

*_Op

delocatie geen aanvullend asbestonderzoek noodzakelijk is. Alleen in één

mengmonster is asbest gemeten in een gehalte van 3,5 mg/kg d.s. Dit gehalte ligt ruim beneden de toetsingsnorm voor nader asbestonderzoek. Ter plaatse de verdachte deellocaties wordt geconcludeerd dat:

*

In de werktuigenberging een lichte tot matige verontreiniging aan zware metalen aanwezig is. De lichte tot matige verontreiniging aan kobalt, nikkel en koper is te

relateren aan de waargenomen kooldeeltjes in dat specifieke monster. Op basis

(geanonimiseerd) co Gennerdijk 6, Hasselt NTH

van de resultaten uit onderhavigen voorgaand onderzoek wordt aanvullend

onderzoek niet noodzakelijk geacht *_

Ter plaatse de voormalige dieseltank een lichte verontreiniging aan minerale olie aanwezig is. De verontreiniging betreft vermoedelijk een nieuw geval van

bodemverontreiniging en dient formeel gezien verwijderd te worden *_

Ter plaatse de voormalige olieopslag geen verontreiniging aanwezig is

«Ter plaatse de voormalige vacuümpomp is een grond- en

grondwaterverontreiniging met minerale olie aanwezig van respectievelijk 6 m? en 54 m°. De verontreiniging betreft een nieuw geval van bodemverontreiniging en dient formeel gezien verwijderd te worden

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering in het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, wel is het formeel nodig om de verontreiniging met minerale olie te

verwijderen.

5.3

Geluid

Wet Geluidshinder

Bij het aspect geluid is de Wet geluidshinder (Wgh) van toepassing. Deze wet heeft als doel het

terugdringen van hinder als gevolg van geluid. De wet stelt bepaalde eisen aan de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Op basis van deze wet dient bij de vaststelling of herziening van een

bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid door

de akoestische situatie te

beoordelen.

De geluidsbronnen

die de Wet geluidhinder behandelt

zijn industrielawaai, verkeerslawaai en railverkeerslawaai. Railverkeerslawaai en industrielawaai is bij deze locatie niet van toepassing, omdat er geen spoorwegen en industrie in de nabije

omgeving gelegen zijn.

De mate waarin

geluid, veroorzaakt door

het wegverkeer,

het woonmilieu

mag

belasten,

is

geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat in principe de geluidsbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB), dan wel een nader

bepaalde waarde (hogere grenswaarde). Onder verkeerslawaai geen aandacht te worden besteed.

deze

waarde

hoeft

wettelijk

gezien

aan

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het erf aan de Gennerdijk ligt op minimaal 135 meter van de Verkavelingsweg. Dit is een gemeentelijke weg. Het geluid afkomstig van deze weg valt binnen de 45 - 50 dB. Verder zijn er in

de nabije omgeving van geen objecten die ernstige geluidshinder kunnen veroorzaken. Er loopt geen spoorweg langs of in de buurt van het plangebied en de dichtstbijzijnde provinciale weg ligt op 1,8 km van het plangebied af. Geluid producerende gebouwen en industrieterreinen zijn evenmin in de omgeving van het erf aan de Gennerdijk te vinden. Dit is te zien op de kaart

geluidsbelasting, in figuur 21. Gezien de woonbestemmingen van de omliggende erven is het aannemelijk dat deze ook geen geluidshinder veroorzaken en zeker niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De voorgenomen ontwikkeling is hiermee uitvoerbaar binnen de Wet geluidhinder.

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) BNS U <:

ij

ni

Armenen, Legenes: Gewia

alte bronnen

aaa

45-50

ae aoe

50-55

a8

ree

55 - 50 8

mai

60-65

eco

65

aB

- 70 a8

70-75

(zeer slech

ae

75e

Fguur21 itsnede koort geluidsbelasting, plangebied binnen geblokt kader (bron:

atlosleefomgeving)

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling

5.4

Luchtkwaliteit

Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’

van de Wm programma

(Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM

is het Nationaal staat onder

(Regeling NIBM). In titel 5.2

Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van de

luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt.

In

het

programma

wordt

rekening

gehouden

met

nieuwe

ruimtelijke

ontwikkelingen.

Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. _ Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan

luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Voor een woningbouwlocatie geldt bijvoorbeeld dat deze niet in betekenende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan 1.500 woningen omvat (met de bijbehorende verkeersbewegingen).

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) MTN <2

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen KGO-regeling.

ontwikkeling

Daarbij

voorziet

in het toevoegen

van

twee woning

komt de agrarische functie te vervallen, waardoor

in het kader

van

er sprake is van een

afname van het aantal verkeersbewegingen van het agrarisch bedrijf. Er is daarom sprake van een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Conclusie

Gezien het vorenstaande, vormt het aspect luchtkwaliteit in voorliggend plan geen belemmering.

5.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving door onder andere productie, opslag, verlading en gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Vanaf 1 januari bestemmingsplannen

2010 zijn er moeten worden

strikte risicogrenzen die in milieuvergunningen en vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden

getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Dit gaat concreet om bedrijven die risicovol zijn, vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water, en transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. ingedeeld worden: *_

Externe veiligheid

kan op twee manieren

Transportrisico behandelt de externe veiligheid langs transportassen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zoals spoorlijnen, buisleidingen en

snelwegen. *__Risico bij inrichtingen gaat over externe veiligheid rond bedrijven waar gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, bijvoorbeeld tankstations met LPG-verkoop.

met

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) verplicht gemeenten om afstand te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. Er wordt gewerkt met een plaatsgebonden risicocontour (PR) en een groepsgebonden risico (GR): *__In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare

objecten

(zoals

woningen,

scholen,

ziekenhuizen,

grootschalige

kantoren) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen, kleinere kantoren) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. *__Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsgebonden risico (GR). Het groepsgebonden risico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor

mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm, maar is een zogenaamde oriënterende waarde. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is vanaf 1 januari

2011 het toetsingskader

bij planontwikkeling in de nabijheid van

en overige leidingen

hogedrukaardgasleidingen

gevaarlijke stoffen. De afweging van de externe veiligheidssituatie van grondslag in de Wet Milieubeheer (Wm) en in de Wro.

buisleidingen

met

heeft

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De externe veiligheid van het erf aan de Gennerdijk is getoetst aan de hand van de risicokaart.

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) BNS 1 <>

Een uitsnede van deze kaart is te zien in figuur 22. Het erf is aangegeven met een blauw vierkant.

De locatie ligt op ruime afstand van factoren met een risicovolle waarde. Op 1,8 km ligt een gasontvangstation met daar naartoe lopende gasleidingen van de GasUnie. Ook deze bevinden zich op een afstand groter dan 1,8 km. Deze afstanden zijn dermate groot dat zij geen gevolgen hebben voor de voorgenomen ontwikkeling.

Figuur 22:

Uitsnede risicokaart, plangebied aangeduid

met blauw vierkant (bron:

risicokaart}

Conclusie

Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.6

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder tussen

milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als

wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:

*_

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

*__het

bieden

van

voldoende

zekerheid

aan

bedrijven

Gennerdijk 5, Hasselt | (geanonimiseerd) BTI <2

dat

zij

hun

activiteiten

duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden

kunnen

uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.

Bij de toetsing aan de richtafstanden gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Rondom het erf aan de Gennerdijk liggen meerdere wooneenheden. Op een afstand groter dan 170 meter en 230 meter van de oude boerderijwoning aan de Gennerdijk 6, liggen twee agrarische bedrijven. Op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een milieuzonering van 50 meter voor de aspecten geur en geluid van toepassing. De voorgenomen

ontwikkeling ligt ruim buiten deze belemmerd in hun bedrijfsvoering.

milieuzonering.

Op

gesteld

basis

van

vorenstaande

wordt

onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. beperktin hun bedrijfsvoering.

dat

aan

Daarnaast

Daarmee

worden

de Gennerdijk

worden

de nabij

beide

geen

bedrijven

sprake

gelegen

niet

is van

een

bedrijven

niet

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.7 Op

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

1 april

2011

is het gewijzigde

Besluit milieueffectrapportage in

werking getreden.

Een

belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de me.r-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke

milieugevolgen kunnen

hebben ook wel genoemd de ‘vergewisplicht’. Het komt er

op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, deze aangeeft of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden

uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije me-beoordeling vormvrije me.r „beoordeling kan tot twee conclusies leiden: *

gehanteerd.

Deze

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk;

«belangrijke

nadelige gevolgen

voor

het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een

me.r-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor mer. De

toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand

van de selectiecriteria in bijlage Ill van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria

centraal:

*__de kenmerken van het project;

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) BNS 1 <5

*_

deplaats van het project;

*_

de kenmerken van de potentiële effecten.

Drempelwaarden Besluit mer.

Het

gehele

plangebied

wordt

voorzien

in

directe

eindbestemmingen

waardoor,

indien

activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit mer. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake kan zijn van een

m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage me.r-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit me.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier sprake van is,

dient te worden getoetst of sprake is van me.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1._een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2.

_een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of

3.

_een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m? of meer.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Als voorliggend plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-ijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.er-beoordelingsplichtige activiteit. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook, wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden jjven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke

milieugevolgen kunnen hebben. Indien hierbij

de drempelwaarden

uit de D-lijst voor deze activiteit wordt vergeleken

met de

omvang van ontwikkeling (toevoegen van twee nieuwe woningen), wordt geconcludeerd sprakeis van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleiner is.

dat

Gelet op de kenmerken van het plan (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit mer), de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de aan bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten in Hoofdstuk 5 en de daarvoor, indien van

toepassing, uitgevoerde onderzoeken.

Conclusie

Op

basis

van

voorgenomen daarom

de

beschikbare

ontwikkeling

geen

informatie

kan

nadelige

milieueffecten

de

conclusie met

worden zich

getrokken

dat

de

Dit

plan

is

gehouden

met

de

meebrengt.

niet m.e.r.- (beoordelings-\plichtig.

5.8 Verkeeren parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling.

worden

Het toevoegen van twee nieuwe woningen heeft minimale wijzigingen in de verkeersgeneratie tot gevolg. De parkeerplaatsen die behoren bij de nieuwe woningen worden op eigen terrein aangelegd. De voorgenomen ontwikkeling resulteert niet in een toename van de parkeerbehoefte. Op eigen erf is ruim voldoende ruimte voor het parkeren van auto's.

Daarnaast worden de nieuwe woningen ontsloten via een bestaande inrit op de dijk.

Conclusie

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) HNT U <6

Gelet op het vorenstaande

levert de gewenste ontwikkeling geen

aspect ‘verkeer en parkeren’.

(geanonimiseerd) <7 Gennerdijk 6, Hasselt MTN

belemmeringen

op voor

het

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording

6.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de juridische regeling (de regels en de verbeelding) van dit bestemmingsplan is vormgegeven. In paragraaf 1.3 van deze toelichting is reeds aangegeven dat het voorgenomen plan niet past binnen de geldende bestemmingen. Daarom is voor de locatie een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Wanneer

dit bestemmingsplan

rechtskracht heeft verkregen, zal het als zelfstandig

plan vigeren. Er zijn vier typen regels opgenomen: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en een slotregel. Deze regels sluiten waar mogelijk en relevant aan op het bestemmingsplan

"Buitengebied Zwartewaterland’ uit 2013 (en de daarop volgende herziening van de regels) van de gemeente Zwartewaterland. Daartoe zijn de regels omgezet naar de nu geldende SVBP2012-standaarden en is aangesloten op de meest recente wetgeving.

6.2

Inleidende regels

In Artikel

1 is

omschreven

wat

met

de gebruikte

begrippen

wordt

bedoeld.

Het

gaat

om

begrippen die van het ‘normale’ spraakgebruik afwijken of een specifieke juridische betekenis hebben. Bij toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

In Artikel 2 is aangegeven

hoe de maten die bij het bouwen

in acht moeten worden genomen,

gemeten dienen te worden.

6.3

Bestemmingsregels

“agrarisch' Deze bestemming is van toepassing op de gronden welke agrarisch in gebruik blijven. bouwmogelijkheden zijn in dit geval wel beperkt omdat er geen bouwwlak meer aanwezig is.

De

‘Tuin!

Deze bestemming is nieuw op deze locatie en komt rondom/tegen de woonbestemmingen aan te liggen. De gronden zijn bestemd voor opritten en als groenvoorziening. De bouwmogelijkheden zijn vrij beperkt vanwege de impact op het omliggend landschap. Landschapsstructuren, bedoeld als verkavelingsstructuren, groenstructuren, en waterstructuren, dienen behouden en

hersteld te worden zoals aangegeven in het inrichtingsplan (Ontwikkelplan Gennerdijk 6).

‘Wonen’

In

voorliggend

Zwartewaterland’

geval

zijn

grotendeels

de

geldende

regels

uit

overgenomen

in

bestemmingsplan.

voorziet in de realisatie van twee woningen

dit

het

bestemmingsplan Dit

‘Buitengebied

bestemmingsplan

in het kader van de KGO-regeling én het omzetten

Gennerdijk 6, Hasselt (geanonimiseerd) MNT Hs

van een agrarische bedrijfswoningen

gronden

zijn

hoofdzakelijk

naar een burgerwoningen.

bestemd

voor

woon

De voor ‘Wonen'

activiteiten.

Daarnaast

aangewezen

zijn

enkele

nevenactiviteiten toegestaan.

“Waarde - Archeologie! De gronden met deze bestemming zijn aangewezen ter behoud van archeologische monumenten

en/of waarvan het verwachting is dat er archeologische waarde in de ondergelegen grond aanwezig is. De bouwmogelijkheden zijn hier dan ook zeer beperkt. Dit bestemmingsplan voorziet, in het kader van de KGO-regeling, in het slopen van een landschapsontsierende schuur op de met ‘Waarde - Archeologie’ aangewezen gronden.

"Waterstaat - Waterkering De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg, de.

verbetering en het onderhoud van waterkeringen. Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming

samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen en vooraf advies is ingewonnen van de waterstaatsbeheerder.

Naast deze dubbelbestemming blijft de keur van het waterschap onverkort van kracht. Op grond van de keur is voor een aantal werken en werkzaamheden een Watervergunning van het waterschap nodig. ‘Ter voorkoming van dubbele regelgeving en bevoegdheidsconflicten en ter voorkoming van een onnodig star en bij een wijziging van de keur snel verouderen bestemmingsplan zijn de

voorschriften van de keur niet in het bestemmingsplan opgenomen.

6.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevatde algemene regels. Dit zijn regels die niet specifiek aan een bestemming zijn gekoppeld, maar die altijd voor elke

locatie gelden. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd:

Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen.

Deze

verdichting kan zich voornamelijk voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwings percentage.

Algemene bouwregels In dit artikel worden bestaande afmetingen

de algemene en afstanden

bouwregels beschreven. Hierin is opgenomen dat de die afwijken van de afmetingen en afstanden in het

bestemmingsplan en die rechtmatig tot afmetingen en afstanden zijn toegestaan.

stand

zijn

gekomen

als

minimum

of

maximum

Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

Algemene wijzigingsregels

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) HNT 1 <9

In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken

het mogelijk

‘om ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan te wijzigen.

6.5 Het

Overgangs-en slotregels overgangsrecht

Overgangsrecht.

ten

aanzien

Uitbreiding van

van

bouwen

de bebouwing

en

gebruik

die onder

het

is

opgenomen

in

Artikel

14

overgangsrecht valt is slechts

mogelijk met afwijking van het bevoegd gezag.

Het laatste artikel is Artikel 15 Slotregel. Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

Gennerdijk 5, Hasselt | (geanonimiseerd) BTH! so

Hoofdstuk

7.1

7

Uitvoerbaarheid

Inleiding

In artikel art. 3.1.6 lid 1, Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of

een bestemmingsplan uitvoerbaar is en beschreven moet worden hoe burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Overleg

In artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de gemeente bij de voorbereiding van

een bestemmingsplan overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en de diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke raakvlakken hebben met het plan. Deze partijen worden gezamenlijk ook wel de overlegpartners genoemd. Het bestemmingsplan is aan de overlegpartners van gemeente Zwartwaterland toegestuurd. De overlegpartners is verzocht om een eventuele overlegreactie kenbaar te maken. Er zijn vier

overlegreacties binnengekomen. Van de binnengekomen overlegreacties is in een overlegnota een samenvatting weergegeven, voorzien van een inhoudelijke beantwoording. De volledige overlegnota is als Bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd.

Provincie Overijssel Uit de reactie van de provincie biljkt dat het plan in overeenstemming is het met het provinciale

beleid. Wel wordt aandacht gevraagd voor het aspect stikstof. In paragraaf 4.2 Ecologie wordt hierop ingegaan en wordt geconcludeerd dat het plan niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden.

Waterschap Drents Over Het plan

is afgestemd

met het waterschap

Drents

Overijsselse Delta.

De resultaten

van deze

afstemming zijn weergegeven in paragraaf 4.4 Water. Uit het overleg blijkt dat het plan in overeenstemming is met het waterschapsbeleid, mits voldoende rekening wordt gehouden aanwezige waterkering. In het voorliggende plan beschermingszone van de waterkering. Ook worden geen

wordt bomen

niet gebouwd binnen de geplant. Daarmee is het plan

voor het waterschap akkoord.

Veiligheidsregio IJsselland

De veiligheidsregio ziet geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Gennerdijk 6, Hasselt | (geanonimiseerd) BNS 1 5:

7.2.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Gezien de relatief beperkte

planologische

betekenis

wordt

het bestemmingsplan

direct als

ontwerp

ter inzage

gelegd. Initiatiefnemer heeft wel alle omwonenden door middel van een brief op de hoogte gebracht van de voorgenomen ontwikkeling. Samen met de brief is het inrichtingsplan opgestuurd. Aan

omwonenden is de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van de brief en het inrichtingsplan contact op te nemen en vragen te stellen. Hier is door twee omwonenden gebruik van gemaakt. De vragen zijn hebben niet voor aanpassingen in het plan gezorgd.

7.2.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 21 december 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze leidt niet tot

een aanpassing van het bestemmingsplan.

7.3

Economische

Artikel

6.12 van

uitvoerbaarheid

de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad

gelijktijdig met de

vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan.

Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie

anderszins

is

verzekerd

of

het

stellen

van

nadere

eisen

ontwikkeling

zal

tussen

initiatiefnemer

en

regels

niet

noodzakelijk is.

Ten

aanzien

van

de

beoogde

en

de

gemeente

Zwartewaterland een anterieure overeenkomst worden gesloten. Hierin zal tevens het risico van planschade worden opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente Zwartewaterland

volledig verzekerd is.

Gennerdijk 6, Hasselt

(geanonimiseerd) MTN

52

(geanonimiseerd)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14757191/1