a. TOE BP Zevenhont Zuid, Genemuiden vastgesteld
Tekst van het document
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de Regeling basisnet; • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Situatie in en bij het plangebied
Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 8 bij deze toelichting. Uit het onderzoek volgt dat: •
Nabij het plangebied vervoer plaatsvindt van gevaarlijke stoffen (alleen LPG en propaan (stofgroep GF3)). Deze route betreft geen doorgaand route. Uit de vuistregels van de Handleiding risicoanalyse transport blijkt dat het niet nodig is om het PR en GR met het voorgeschreven rekenprogramma RMBII te berekenen, omdat er geen PR 10-5 of 10-6 -contour aanwezig is. De oriënterende waarde van het GR en 10% van die waarde worden niet overschreden. • In en nabij het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over het vaarwater. • In en nabij het plangebied geen buisleidingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) met de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). • De projectie van de tapijtfabriek (en de zonneweide) geen effecten heeft op de externe veiligheid in de omgeving van het plangebied. Wat betreft overstromingsrisico wordt verwezen naar paragraaf 6.2.2 van deze toelichting.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Veiligheidsregio IJsselland heeft geadviseerd om bij de realisatie van het plan de volgende maatregelen toe (te) laten passen. • gebruik drukbestendige gevels (vooral beperken van het glasoppervlak) tot 190 meter van de N759; • gebruik brandwerende materialen voor de gevels tot en met de 2e ring; • bij de indeling van de tapijtfabriek ruimtes met een kantoorfunctie of kantine op een zo groot mogelijke afstand van de N759 te realiseren; • (Nood)uitgangen en vluchtroute van de tapijtfabriek van de N759 af richten tot en met de 2e ring; • pas risicocommunicatie toe om risicobewustzijn van de aanwezigen in het plangebied te vergroten en ze handelsperspectieven te geven bij een aanstaande BLEVE en overstromingen. Er is een concept landelijke handreiking handelingsperspectief gevaarlijke stoffen; 5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.
5.5.1.1 Gebiedstypen Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Hierna zijn de richtafstanden voor beide gebieden opgenomen. In dit geval wordt voor wat betreft de omgeving een rustige woonwijk nagestreefd en hierdoor derhalve de daarbij behorende richtafstanden aangehouden. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.2
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzoneringen’ valt VEBE onder ‘Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken’. Een dergelijk bedrijf wordt aangemerkt als 4.1 inrichting met een grootste richtafstand van 200 meter. Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een onderzoek milieuzonering uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 9 bij deze toelichting.
Uit het onderzoek volgt dat binnen de afstand van 200 meter uit de grens van bestemming voor VEBE geen milieugevoelige bestemmingen aanwezig en geprojecteerd zijn. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. Nu de richtafstanden in acht worden genomen, is in beginsel sprake van een goede ruimtelijke ordening in de zin van artikel 3.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Binnen het plangebied zijn geen nieuwe milieugevoelige objecten voorzien. Van enige vorm van hinder van de in de omgeving aanwezige functies is dan ook geen sprake. 5.5.3
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.6
Geur
5.6.1
Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit
Veehouderijen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odour units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv.
Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit staan milieuregels, vooral voor bedrijven. Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit, behalve als ze geen ‘inrichting’ zijn. Veel van de voorschriften van het Activiteitenbesluit zijn verder uitgewerkt in de Activiteitenregeling. In het Activiteitenbesluit staan regels per soort milieubelastende activiteit (bijvoorbeeld metaalbewerking) en per soort milieubelasting (bijvoorbeeld geluid). Soms is het mogelijk om met 'maatwerkvoorschriften' af te wijken van de regels van het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit kent verschillende regels voor verschillende typen inrichting. Het Activiteitenbesluit maakt een onderscheid tussen inrichting type A, B en C. Een bedrijf dat onder het Activiteitenbesluit valt moet soms een melding doen als het begint of verandert. 5.6.2
Situatie plangebied
Uitwaartse werking Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een geuronderzoek uitgevoerd in het kader van de MER (bijlage 1). Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van Zevenhont, en dus ook Zevenhont Zuid, op het gebied van geur inpasbaar is en niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.11 en de uitgevoerde MER.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Inwaartse werking In de omgeving van het plangebied bevinden zich een aantal grondgebonden veehouderijen. Bedrijfsgebouwen kunnen in sommige gevallen worden aangemerkt als geurgevoelige objecten. Het meest nabijgelegen agrarisch bedrijf is gevestigd aan de Cellemuiden 21/23. Het betreft een grondgebonden bedrijf waarvoor, uitgaand dat het plangebied binnen de bebouwde kom is gelegen, een afstand van 100 meter moet worden aangehouden. In voorliggend geval bedraagt de afstand tussen het agrarisch bouwvlak en de bedrijfsbestemming meer dan 200 meter. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de vaste afstand en is derhalve een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe bebouwing te verwachten. Daarnaast wordt opgemerkt dat omliggende veehouderijen als gevolg van de ontwikkeling, gezien de ruime onderlinge afstand, niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Tot slot wordt opgemerkt dat in de nabijheid een RWZI is gelegen. Voor deze inrichting dient minimaal 100 meter te worden aangehouden. De nieuwe bedrijfsbebouwing is op voldoende afstand gelegen (>200 meter). 5.6.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor dit plan.
5.7
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.1
Gebiedsbescherming
5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwartewater en Vecht’ is gelegen op circa 300 meter afstand. Daarnaast zijn op grotere afstand een drietal andere Natura 2000-gebieden gelegen. In verband met het voornemen is onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk naar de effecten op de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000gebied, waardoor deze significante gevolgen kan hebben waarvoor het gebied is aangewezen. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 10 bij deze toelichting. Uit het onderzoek is gebleken dat de verstoringsfactoren geluid en stikstofdepositie mogelijk relevant zijn. Ter bepaling van de geluideffecten is het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein berekend op de grens van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied.
Uit de rekenresultaten blijkt dat het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege het plangebied lager is dan 42 dB(A). Nu het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) ruim lager is dan de grenswaarde van 47 dB(A) zijn negatieve effecten van geluid niet te verwachten. Ter bepaling van de stikstofdepositie is een berekening gemaakt in Aerius Calculator. Significante gevolgen zijn uit te sluiten ingeval (geheel of gedeeltelijk) gesaldeerd wordt met het huidig gebruik van agrarische gronden, vergund gebruik van de bestaande productielocatie van Vebe alsmede met vergund gebruik van een agrarische inrichting met handhaving van het agrarisch gebruik in afgeslankte en aangepast vorm.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld In aanvulling op de gebruiksfase is tevens een AERIUS-berekening gemaakt ten aanzien van de aanlegfase. Hieruit blijkt dat op geen enkele hexagoon sprake is van een relevante toename, rekeninghoudend met de saldering zoals hiervoor reeds beschreven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 11 bij deze toelichting. 5.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De locatie is niet gelegen binnen concreet begrensde NNN. Het dichtstbijzijnde gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN is gelegen op 300 meter afstand, samenvallend met de begrenzing van Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwartewater en Vecht’. Gezien de afstand van het plangebied tot aan het gebied en het feit dat van areaalvermindering geen sprake is, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Een ontheffing in het kader van het NNN is niet noodzakelijk. 5.7.1.3 Weidevogelleefgebieden Door de provincie Overijssel zijn weidevogelleefgebieden aangewezen.
Deze leefgebieden zijn gekozen op basis van het voorkomen van bepaalde weidevogelsoorten en de kansrijkheid voor beheer. De omgeving Genemuiden en Hasselt kenmerkt zich door uitgestrekte weilanden die van grote betekenis zijn voor weidevogels. De provincie heeft dit gebied, waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt, aangewezen als leefgebied ‘open grasland met weidevogelbeheer kritische soorten’. Door het plan Zevenhont Zuid zal sprake zijn van kwantitatief verlies van weidevogelleefgebied. Het provinciaal beleid stelt dat bij gebiedsontwikkelingen waarbij weidevogelleefgebied wordt aangetast dit gecompenseerd moet worden. Compensatie moet volgens het provinciale beleid plaatsvinden door kwaliteitsverbetering van al bestaande (weide)gebieden, omdat het niet mogelijk is in Nederland een vergelijkbaar gebied met dezelfde oppervlakte te vinden voor compensatie. In bijlage 15 is de compensatieopgave inzichtelijk gemaakt. VEBE werkt samen met betrokken overheden aan invulling van deze compensatie en zorgt dat daar tijdig invulling aan wordt gegeven. Over dit weidevogelbeheer zijn –via een externe uitvoerder - langjarige afspraken gemaakt, waarbij de uitvoering van de maatregelen wordt gefinancierd door VEBE. 5.7.2
Soortenbescherming
5.7.2.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 5.7.2.2 Onderzoeksresultaten Quickscan soortenbescherming RHDHV heeft in voorliggend geval in 2019 een quickscan soortbescherming uitgevoerd voor de hele omgeving van bedrijventerrein Zevenhont (ten zuiden, oosten en westen). Hierna is de conclusie uit de quickscan opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 12 bij deze toelichting. Voor de ontwikkeling van Zevenhont Zuid gaan geen gebouwen of bomen verloren, wel worden watergangen gedempt en gaat er agrarisch grasland verloren. De watergangen in het plangebied zijn beoordeeld als geschikt leefgebied voor de beschermde soorten grote modderkruiper, kwabaal en gestreepte waterroofkever. Bij uitbreiding naar het zuiden toe wordt nader onderzoek naar mogelijke effecten op grondgebonden zoogdieren BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld (otter) noodzakelijk geacht. Otter heeft mogelijk vaste voortplantings- of rustplaatsen nabij de Roebolligekreek. Overige beschermde soorten worden voor deelgebied Zevenhont Zuid niet verwacht, afgezien van soorten welke in Overijssel zijn vrijgesteld van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 van de Wnb, zoals gewone pad en veldmuis, en zijn algemene vogelsoorten broedend te verwachten, waarvan de nesten tijdens het broedseizoen zijn beschermd. Nader ecologisch onderzoek Ecogroen heeft in voorliggend geval het nader ecologisch onderzoek uitgevoerd voor deelgebieden Zevenhont Zuid en Oost. Voorafgaand aan het onderzoek is de onderzoeksopgave aangescherpt, in het licht van wijzigingen in de vrijstellingslijst van provincie Overijssel (ook egel en kleine marterachtigen zijn beschermd per november 2019) en wijzigingen in de lijst van soorten met jaarrond beschermde nesten van vogels in Overijssel. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 13 bij deze toelichting. Voor Zevenhont Zuid zijn de onderzoeken naar vissen en ongewervelden, otter en broedgevallen van buizerd en weidevogels van belang. Hieronder zijn de uitkomsten kort samengevat. Otter Uit onderzoek langs de Roebollige kreek zijn geen sporen of vaste rust- of voortplantingsplaatsen van otter aangetroffen.
Daarnaast is - zoals aanbevolen in de quickscan - de faunapassage onder de N759 beoordeeld op geschiktheid voor otter en zijn aanbevelingen gedaan voor verbetering. De ontwikkeling van Zevenhont Zuid heeft echter geen relatie met deze faunapassage, ook heeft het plan geen effect op de Roebolligekreek als potentiële verbindingszone voor otter. Jaarrond beschermde nesten In de omgeving van Zevenhont Zuid zijn twee broedlocaties van buizerd vastgesteld: één ten zuidoosten, langs de Roebolligekreek en één ten zuidwesten, nabij het RWZI terrein. Deze bevinden zich op ruime afstand (>200 meter) van Zevenhont Zuid, waardoor er geen sprake is van verstoring en er evenmin sprake is van verlies van essentieel foerageergebied voor deze jaarrond beschermde nesten. In de omgeving van het plangebied zijn enkele vogelsoorten bekend waarvan de nesten in bepaalde gevallen jaarrond beschermd zijn, zogenaamde categorie 5 soorten. Dit betreft de weidevogels grutto, tureluur en wulp. Alle drie de soorten zijn in tijdens de inventarisatierondes in 2020 in of nabij plangebied Zevenhont Zuid aangetroffen. De nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd wanneer er onvoldoende uitwijkmogelijkheid beschikbaar is, wat moet blijken uit een omgevingscheck.
In 2021 is deze omgevingscheck uitgevoerd in de vorm van een weidevogelkarting volgens de richtlijnen van Sovon, waarbij territoria van grutto, tureluur en wulp zijn vastgesteld. Dit onderzoek en de uitkomsten zijn weergegeven in bijlage 14 bij deze toelichting. In 2021 is binnen de invloedsfeer van Zevenhont Zuid één territorium van grutto vastgesteld. In 2017 is in hetzelfde gebied (en de rest van de IJsseldelta) een weidevogelinventarisatie uitgevoerd, waarbij in dit gebied drie territoria van grutto zijn vastgesteld (Heinen & Schermerhorn, 2017). In geen van beide onderzoeken zijn in dit gebied territoria van tureluur en wulp aangetroffen. Variatie in het aantal broedparen tussen de jaren is een normaal verschijnsel. Het gebied ten zuiden van de Roebolligekreek bevat een hoge dichtheid aan weidevogels. Het onderzoek toont aan dat er sprake is van uitwijkmogelijkheid voor grutto, wat maakt dat de aangetroffen nestplaats(en) van grutto niet jaarrond beschermd zijn. Om met zekerheid te kunnen stellen dat er sprake is van uitwijkmogelijkheid worden er afspraken gemaakt over verbetering van het weidevogelgebied ten zuiden van de Roebolligekreek. Als gevolg van de ontwikkeling van Zevenhont Zuid is er is geen sprake van negatieve effecten op nesten van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten.
Vissen en ongewervelden Uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat de ontwikkeling van Zevenhont Zuid effect heeft op de grote modderkruiper: De aanwezigheid van de soort is vastgesteld op basis van eDNA analyse. Als gevolg van de plannen gaat leefgebied van grote modderkruiper verloren. De watergangen zijn beoordeeld op hun geschiktheid als zomer/voortplantingshabitat en overwinteringshabitat voor grote modderkruiper. Voor deze soort is een ontheffing soortbescherming nodig en deze is in aanvraag. De voorschriften uit de ontheffing worden vertaald in een ecologisch werkprotocol, welke vervolgens (tijdig) uitgevoerd dient te worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Onderzoek naar overige beschermde vissen en ongewervelden is uitgevoerd middels schepnetonderzoek, hierbij zijn geen overige beschermde soorten (zoals kwabaal, gestreepte waterroofkever of platte schijfhoren) vastgesteld. Tot slot wordt opgemerkt dat te allen tijde de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming geldt. 5.7.3
Conclusie
De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, mits de noodzakelijke vervolgstappen (o.a. ontheffing/maatregelen grote modderkruiper) worden genomen.
5.8
Archeologie & Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Beoordeling De locatie is getoetst aan de Archeologische Waarderingskaart Zwartewaterland. Het volledige plangebied valt binnen het 10%-gebied. In een 10% gebied zijn de verwachtingen onbekend en geldt er geen onderzoeksplicht in het kader van archeologie. 5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Binnen het plangebied zijn geen monumenten, karakteristieke bouwwerken of andere cultuurhistorische waarden aanwezig. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 5.8.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
5.9
Niet-gesprongen explosieven
5.9.1
Beoordeling
De gronden ter plaatse van het plangebied zijn betrokken in een vooronderzoek naar niet gesprongen explosieven. Het is gebleven bij een vooronderzoek, waardoor verwacht mag worden dat er geen niet gesprongen explosieven te verwachten zijn. 5.9.2
Conclusie
Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
5.10
Besluit milieueffectrapportage
5.10.1 Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.11.2 Situatie plangebied In het kader van de plannen Zevenhont-Oost en Zuid is gekozen voor een m.e.r.
met het karakter van een gecombineerde plan/projectm.e.r (bijlage 1). De Commissie m.e.r. heeft in het advies op de NRD in algemeen geadviseerd om de begrenzing van het plangebied nader te onderbouwen en in het bijzonder een onderbouwing van de ruimte tussen het bestaande bedrijventerrein Zevenhont en de uitbreiding ZevenhontZuid. Naar aanleiding daarvan is geconstateerd dat de invulling van het tussengebied als groene/agrarische zone niet logisch is en geen toekomstperspectief heeft, immers zal het plangebied nagenoeg volledig omgeven zijn door bedrijventerrein. Het vorenstaande heeft uiteindelijk erin geresulteerd in het betrekken van dit gebied (Zevenhont-Midden genaamd) bij de aanvulling op de MER (bijlage 2).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld In onderstaand tabel worden de bevindingen van het MER samengevat voor de alternatieven, waarbij wordt opgemerkt dat de varianten de verschillende inrichtingsvarianten voor Zevenhont Oost betreffen. De alternatieven zijn voor het vaststellen van de effecten vergeleken met de referentiesituatie waarin de autonome ontwikkelingen zijn meegenomen.
Op basis van bovenstaand tabel wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van Zevenhont tot positieve effecten leidt voor wat betreft het aspect geur. Op bepaalde criteria, te weten verkeer, geluid, natuur en landschap, cultuurhistorie en archeologie treden (mogelijk) licht negatieve effecten op. Geen van deze negatieve effecten maakt echter dat de voorgenomen uitbreiding van bedrijventerrein Zevenhont geen doorgang kan vinden. Voor de volledige MER wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting evenals de aanvulling daarop in bijlage 2. 5.11.3 Conclusie Het Besluit m.e.r. vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van Zevenhont Zuid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Waterparagraaf
6.1.1
Europees- en rijksbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen.
De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 6.1.2
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.3
Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDO)
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft de taken vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021. Hieronder volgt een toelichting op de doelen in het waterbeheerplan. •
•
•
Overstromingen, wateroverlast of droogte te voorkomen of beperken. Inwoners kunnen hierdoor op een goede manier wonen en werken. Boeren en natuurbeheerders kunnen goed gebruik maken van de grond. Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte. Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het (oppervlakte)water is belangrijk. Het water is schoon en gezond en inwoners kunnen hiervan genieten. Ook de doelen voor waterkwaliteit die voortvloeien uit Europese wetgeving; de Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van het plan. Afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. We proberen niet alleen schadelijke stoffen uit het water te halen. Ook willen we van deze stoffen nieuwe producten maken en nieuwe toepassingen zoeken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
6.2
Watertoets
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
In het kader van voorliggend bestemmingsplan heeft SWECO het aspect waterhuishouding nader bekeken. Hierna is de waterparagraaf opgenomen. Voor de volledige notitie wordt verwezen naar bijlage 16 bij deze toelichting, waarbij wordt opgemerkt dat is uitgegaan van een volledige invulling van de bedrijfskavel.
Invloed op waterhuishouding De ontwikkeling van nieuwe gebouwen en verhardingen zorgen voor een toekomstig netto verhard oppervlak van circa 189.160 m². De toename in verhard oppervlak leidt tot een bergingsopgave van 15.133 m³. De berging wordt gerealiseerd in nieuw aan te leggen bergingsvijvers en watergangen en op het terrein van het zonnepark. Voor het realiseren van de berging worden enkele stuwen aangebracht die voorzien zijn van een geknepen afvoer. In verband met de aanwezigheid van de grote modderkruiper dienen stuwen vispasseerbaar te zijn. Door de ontwikkeling van het plangebied gaat een wateroppervlak (zowel primaire-, secundaire- en tertiaire watergangen) verloren van ca. 12.260 m2 op waterlijn. Totaal komt er ca. 20.730 m2 water terug bij een waterpeil van NAP -1,0 m. Voorkeursbeleid hemel- en afvalwater In de toekomstige situatie zal het regenwater vertraagd afvoeren volgens de trits ‘vasthouden, bergen, afvoeren’. Daarbij gaat, waar mogelijk, de voorkeur uit gaat naar bovengrondse afvoer. De bergingsvoorzieningen zorgen voor een vertraagde afvoer van water naar het omliggende oppervlaktewater. Afvalwater vanuit de gebouwen zal via een eigen pompput lozen op het rioleringsstelsel in De Blokmat. Het water- en rioleringssysteem zal in een uit te werken ontwerp nader gedetailleerd worden.
Wateroverlast Wateroverlast wordt voorkomen door de inrichting van het plangebied af te stemmen op de (geo)hydrologische situatie binnen het plangebied. Op basis van de ingewonnen informatie ligt de GHG rond NAP -0,60 m. Om te voldoen aan de ontwateringeis dient de bebouwing minimaal op NAP +0,40 m aangelegd te worden. Om aan te sluiten op het bestaand industrieterrein is het advies om een minimum wegpeil aan te houden van NAP+0,50 m. Om wateroverlast te voorkomen dient de buitenruimte zo ingericht te worden dat water altijd naar het omliggend gebied kan afstromen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Beheer en onderhoud De westelijke vijver en watergang wordt varend onderhouden. Hiervoor is een maaibootinlaatplaats voorzien op het terrein van VEBE. De locatie van de maaibootinlaatplaats is afgestemd met het waterschap. Het terrein is voor onderhoud van de watergang toegankelijk na aanmelding bij de poort. Op werkdagen is de toegang 24 uur per dag bemand. De overige watergangen kunnen rijdend worden onderhouden. Beschermingszone Aan de noord-, west- en de zuidkant liggen primaire watergangen met een beschermingszone. Werkzaamheden binnen deze zone zijn vergunning- of meldingsplichtig. Het plaatsen van bomen binnen deze zone dient afgestemd te worden met waterschap en gemeente. De primaire watergang aan de noordzijde langs het plangebied komt te vervallen en wordt omgelegd langs de oostzijde. Overstromingsrisico Het plangebied bevindt zich in Dijkring 10, Mastenbroek. Op basis van de risicokaart komt onderstaand kaartbeeld naar voren bij overstromingen met een kleine kans (1/1.000 jaar). Voor het plangebied is bij overstromingen met een kleine kans sprake van een maximale waterdiepte van 2,0 tot 5,0 meter.
Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de dijktrajecten is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Voor onderhavige ontwikkeling kan worden gedacht aan navolgende voorzieningen/maatregelen: • • • •
•
Voldoende sheltercapaciteit in de buurt; Voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, eventueel verhoogde drempels; Aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft; Zowel te voet als per fiets of auto kan het gebied daarmee snel verlaten worden; zodanig inrichten gebouw zodat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt beperkt (bijvoorbeeld materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond); Opstellen van evacuatieplan.
De veiligheidsregio IJsselland heeft in haar vooroverlegreactie het volgende advies gegeven als aanvullende maatregel met betrekking tot het overstromingsrisico: •
Richt de tapijtfabriek zodanig in, zodat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt beperkt (bijvoorbeeld materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten op de begane grond).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.);
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld • • •
Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels en bestemming. Omgevingsvergunningenstelsel
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. • Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. • Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. • Overige regels (Artikel 11) In dit artikel zijn nadere bepalingen opgenomen ten aanzien van parkeren, laden en lossen. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. “Agrarisch" (Artikel 3) Verantwoording Het terrein, gelegen tussen het bedrijfsperceel en het landschappelijk raamwerk, evenals de zonneweide zijn bestemd tot ‘Agrarisch’. Deze gronden zullen met name in gebruik zijn als grasland, maar ook als tijdelijk gronddepot en zonneweide.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Beschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Daarnaast zijn ter plaatse van de betreffende aanduidingen een tijdelijk gronddepot (max. 2 jaar) en een tijdelijke zonneweide (cf verleende vergunning) toegestaan, waarbij dubbelgebruik met begrazing en waterberging mogelijk is. Ook mogen er fiets-, bromfietsen wandelpaden binnen deze bestemming worden aangelegd. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en/of bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan, met inachtneming van de aangegeven maatvoeringseisen. “Bedrijventerrein" (Artikel 4) Verantwoording De uitbreidingslocatie en de ontsluitingswegen hebben net als de bedrijfspercelen en wegen op Zevenhont de bestemming ‘Bedrijventerrein’ gekregen, conform de gemeentelijke systematiek. Beschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - tapijtindustrie' uitsluitend bestemd voor bedrijfsactiviteiten behorend bij tapijt-, kokos-, kunstgras-, vloermatten- en vloerenfabrieken. Ondergeschikt zijn ook wegen, fiets-, bromfiets- en wandelpaden toegestaan. Het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 70%.
Gebouwen moeten ten minste 3 meter van de bouwperceelgrenzen worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte van gebouwen niet meer dan 16 meter mag bedragen. Voor overkappingen geldt dat de bouwhoogte ten hoogste 8 meter bedraagt, tenzij het gaat om overkappingen die aan een gebouw vast worden gebouwd. Dit soort overkappingen mogen ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van dat gebouw bedragen, vermeerderd met 0,25 meter. Daarnaast zijn tevens bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan, met inachtneming van de gestelde maatvoeringseisen. Voorwaardelijke verplichting In voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een zogenoemde ‘voorwaardelijke verplichting’ voor zowel de uitvoering van de landschapsvisie ter inpassing van Zevenhont Zuid als de verplichte waterberging. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat in een bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting, zoals hierboven beschreven, kan worden opgenomen. De voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging opdat verzekerd is dat de maatregelen om te komen tot een aanvaardbare ruimtelijke situatie. Deze maatregelen zijn (mits ruimtelijk relevant, niet geheel geborgd middels sectorale wetgeving of middels de privaatrechtelijke overeenkomst welke is gesloten) als voorwaardelijke verplichting in de regels van het plan opgenomen.
“Groen” (Artikel 5) Verantwoording Aan de landschappelijk inpassing en overig groen is de bestemming ‘Groen’ toegekend. Beschrijving Dergelijke gronden zijn onder meer aangewezen voor groenvoorzieningen, verkeer- en verblijfsvoorzieningen, fiets-, bromfiets- en wandelpaden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming zijn gebouwen ten behoeve van openbaar nut of verkeer en verblijf toegestaan met een hoogte van maximaal 3 meter. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan tot een hoogte van 3 meter. “Verkeer” (Artikel 6) Verantwoording Aan de nieuwe rotonde is de bestemming ‘Verkeer’ toegekend.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld Beschrijving Dergelijke gronden zijn onder meer aangewezen voor gebiedsontsluitingswegen, fiets-, bromfiets- en wandelpaden met daaraan ondergeschikt nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en water, parkeervoorzieningen en straatmeubilair. Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 12 meter. “Water” (Artikel 7) Verantwoording Aan de bergingsvijvers en watergangen is de bestemming ‘Water’ toegekend. Beschrijving Dergelijke gronden zijn onder meer aangewezen voor water(berging), waterhuishoudkundige en waterstaatkundige voorzieningen, oeverstoken en onderhoudspaden, steigers en groenvoorzieningen. Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 3 meter.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Zwartewaterland. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Het plan is in het kader van het vooroverleg naar de provincie toegezonden. De provincie is akkoord met de voorgenomen ontwikkeling. 9.1.3
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Het plan is in het kader van het vooroverleg naar het waterschap toegezonden. Het waterschap is akkoord met de inhoud van het bestemmingsplan. 9.1.4
Veiligheidsregio IJsselland
Het plan is in het kader van het vooroverleg naar de veiligheidsregio toegezonden. De veiligheidsregio heeft een advies uitgebracht. Het advies is overgenomen in het bestemmingsplan. Voor het advies wordt verwezen naar de inspraaknota, opgenomen in bijlage 17 van deze toelichting.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of en hoe inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Van 20 mei tot en met 30 juni 2021 heeft het voorontwerpbestemmingsplan voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende de ter inzage periode heeft een ieder zijn of haar mening en/of opmerkingen in de vorm van een mondelinge of schriftelijke inspraakreactie kenbaar kunnen maken. Binnen de hiervoor genoemde periode zijn twee inspraakreacties ingediend, waarvan één nadien is ingetrokken. In de inspraaknota is de inspraakreactie samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. Voor de nota wordt verwezen naar bijlage 17 van deze toelichting. De inspraakreactie heeft niet geleidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
9.3
Zienswijzen
Vanaf 6 januari 2022 tot en met 16 februari 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan voor een ieder ter inzage gelegen. De papieren versie lag in de genoemde periode, op afspraak, ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis in Hasselt tijdens openingstijden. Pdf-documenten van het bestemmingsplan waren in te zien op de website van de gemeente. Tevens was het bestemmingsplan te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl, het planidentificatienummer is NL.IMRO.1896.BP0073-OW01. Gedurende de ter inzage periode heeft een ieder zijn of haar mening en/of opmerkingen in de vorm van een mondelinge of schriftelijke inspraakreactie kenbaar kunnen maken. Binnen de hiervoor genoemde periode zijn op het bestemmingsplan een tweetal zienswijzen ingediend waarvan er één nadien is ingetrokken. Voor de samenvatting van de zienswijze en de gemeentelijke reactie hierop wordt verwezen naar de zienswijzennota opgenomen in bijlage 18 bij deze toelichting.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 1
Plan-MER
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 2
Aanvulling Plan-project-MER
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 3
Landschapsvisie Zevenhont Zuid
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 4
Notitie duurzaamheid
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
68
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 7
Aanvullend bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
69
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 8
Onderzoek externe veiligheid
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
70
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 9
Notitie milieuzonering
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
71
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 10
Voortoets Wet natuurbescherming
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
72
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 11
AERIUS-berekening aanlegfase
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
73
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 12
Quickscan flora en fauna
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
74
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 13
Nader onderzoek ecologie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
75
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 14
Nader onderzoek weidevogels
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
76
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 15
Aanvulling weidevogelcompensatie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
77
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 16
Waterparagraaf
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
78
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 17
Inspraaknota
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
79
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Vastgesteld
Bijlage 18
Zienswijzennota
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
80