CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Kadernota 2022 - 2025 - Versie Raad 2-6-2021

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 2022-2025 (https://zwartewaterland.pcportal.nl/)5.336 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INWONERS MAKEN ZWARTEWATERLAND MOGELIJK Kadernota 2022 - 2025

Aanbiedingsbrief Voorwoord Voor u ligt de laatste kadernota van deze bestuursperiode. Uit de laatste kadernota blijkt hoe wij de gemeentefinanciën willen doorgeven aan de volgende bestuursperiode. Er zijn goede stappen gemaakt volgens de afspraken uit het collegeakkoord 2018-2022. De gemeentefinanciën staan er beter voor dan vier jaar geleden. De schuldquote is gedaald en we hebben een sluitende meerjarenbegroting. Daarmee is het werk niet klaar, maar we laten wel een financieel mindere periode achter ons. Ook in de volgende bestuursperiode moet er gewerkt worden aan de woningbouw, de kansen om mee te doen in de samenleving, de verkeersveiligheid in de gemeente, de duurzame ambities op het vlak van klimaatadaptatie en de energietransitie en niet in de laatste plaats de opgaven in het sociaal domein als het gaat om de zorg voor kwetsbare inwoners en kansengelijkheid. En ook dan zijn er ongetwijfeld weer onzekerheden over de middelen die de rijksoverheid wel of niet beschikbaar stelt. Het college is verheugd over de ontwikkeling die de gemeentefinanciën heeft doorgemaakt. We geven aan de nieuwe bestuursperiode een structureel sluitende begroting mee, met een schuldquote die lager is dan 100% en de komende periode verder kan dalen. In de begroting 2022 en volgende jaren kan beschikt worden over de reserve grondbedrijf zoals die nu is opgebouwd: incidenteel € 2 miljoen.

Uit de lopende grondexploitaties zullen voldoende winsten komen om de reserve weer aan te vullen met meer dan 2 miljoen. In deze kadernota stellen we, naast een aantal kleinere zaken, voor om de zwembaden en vooral de gebruikers van de zwembaden een mooi perspectief te bieden. Hiervoor zijn verschillende scenario's uitgewerkt. Wij kunnen kiezen voor het scenario openhouden van drie zwembaden en toekomst gericht verbeteren. In de kadernota laten wij zien dat we ons dit kunnen veroorloven. De keuze zelf wordt in een later debat gemaakt. Tot slot stellen wij voor om uit te gaan van een bijstelling van de financiële systematiek voor het gemeentelijk rioleringsplan. In het huidige en lopende GRP heeft uw raad vastgesteld dat jaarlijks een bedrag van € 1 miljoen geïnvesteerd wordt in vervanging van de riolering. Dit bedrag wordt direct doorberekend in het tarief voor rioolheffing. Wij stellen voor om bij het nieuwe GRP dat vanaf 1 januari 2022 ingaat, weer over te gaan op het activeren en afschrijven gedurende 40 jaar van vervangingsinvesteringen. Hiermee brengen we de systematiek (weer) in overeenstemming met de landelijk meest gangbare systematiek bij gemeenten. Het gevolg van de wijziging in systematiek is dat alleen de kapitaallasten (afschrijving en rente) van de investeringen in het riooltarief worden doorberekend en niet het bedrag van de investering zelf.

Hierdoor verlagen we in 2022 de lasten voor de rioleringsheffing structureel met € 39 voor een persoonshuishouden en € 45 voor een meerpersoonshuishouden.

Rol van de kadernota in de cyclus

De door de raad vastgestelde Planning en Control cyclus bestaat uit de Kadernota, Programmabegroting, Zomernota en de Jaarverantwoording. Via deze Kadernota stelt de raad in hoofdlijnen vast wat zij wil bereiken en wat dit mag kosten. In de Kadernota gaan we in op veranderingen in het financiële perspectief, trends en ontwikkelingen, wijzigingen in het bestaande beleid en de invulling van nieuw beleid. Binnen deze hoofdlijnen stellen wij de Programmabegroting op. Hierin staat wat wij concreet doen om de doelstellingen te bereiken. De Programmabegroting bieden wij in het najaar aan. De kadernota en straks de meerjarenbegroting wordt volgens één set van uitgangspunten opgesteld. Deze set is achter deze kadernota gevoegd, waarmee voor iedereen goed is terug te vinden hoe is omgegaan met loon- en prijsstijgingen en welk beoordelingskader is gehanteerd voor onvermijdelijke ontwikkelingen en te maken keuzes. De Kadernota en de Zomernota (die informatie bevat over het lopende begrotingsjaar) bieden wij de raad gelijktijdig aan. Structurele effecten die voortkomen uit de Zomernota nemen we hierdoor direct al mee in de Kadernota. Ook de effecten die al zichtbaar werden in de jaarrekening 2020 zijn in de Kadernota verwerkt. De raad beschikt op deze wijze over een centraal moment in het jaar waarin een

Kadernota 2022 - 2025

2

integrale afweging gemaakt kan worden ten aanzien van het voorgestane beleid en de bijbehorende budgetten. Solide financieel beleid staat voorop, maar de rijksoverheid heeft hierin ook een belangrijke rol. Voor aantal vraagstukken geldt dat deze echt op het niveau van het kabinet en de Tweede kamer moeten worden beantwoord. In een goede uitvoering kan de gemeente wel het verschil maken, maar als er sprake is van een veel te krappe budgettaire inpassing kan de gemeente dit niet uit eigen middelen goed maken of bijpassen.

Hoofdlijnen In de voorliggende Kadernota hebben wij de onontkoombare mutaties verwerkt. Daarbij is zowel rekening gehouden met de groei van het aantal woningen als met de noodzakelijk uitgaven voor het beheer van de openbare ruimte. Er is nog geen inschatting gemaakt van de effecten van de meicirculaire over de uitkering uit het gemeentefonds. Zodra de effecten zijn doorgerekend komen wij hier separaat op terug. Wat we wel weten is dat er het afgelopen jaar een aantal grote dossiers op het terrein van de gemeentefinanciën is besproken en de gemeenten via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hierin duidelijk stelling heeft genomen. De VNG heeft het Rijk gevraagd om:  een passende structurele verhoging van de vergoeding voor de jeugdzorg waarvan is vastgesteld dat de meerkosten landelijk € 1,6 miljard bedragen;  een onderzoek naar de gevolgen van het abonnementstarief Wmo;  een passende vergoeding voor de effecten die voortvloeien uit de invoering van de Omgevingswet;  het ongedaan maken van de opschalingskorting in de begroting van het gemeentefonds;  een reëel bedrag voor de nieuwe taken waarin de gemeenten een belangrijke rol spelen, denk aan de klimaatadaptatie en de energietransitie.

Al deze ontwikkelingen zijn in de basis door het kabinet erkend als reële vraagstukken, maar de omvang van de structurele vergoeding is vooralsnog wel doorgeschoven naar de kabinetsformatie en daarmee schuift de duidelijkheid over het zomerreces heen. Wij vinden dit jammer en zijn de mening toegedaan dat het Kabinet dit reeds lang heeft zien aankomen en eerder richting de gemeenten had moeten acteren. Bij het "regeren is vooruitzien" hoort ook dat de mede overheden in hun kracht worden gezet en niet dat de rijksoverheid de onzekerheden laat overheersen. Dit laatste is de afgelopen jaren wel het geval geweest en dat maakt het moeilijk om keuzes te maken vanuit een kwalitatieve afweging. Ons college hoopt dat de komende bestuursperiode er weer meer ruimte zal zijn voor die kwalitatieve afweging en er minder bestuurd moet worden vanuit de "budgettaire angst". Voor de gemeentelijke inzet op Klimaatadaptatie en de Regionale Energietransitie betekent dit dat zonder nieuwe middelen de gemeentelijke inzet stil kan komen te liggen. Gunstig voor onze gemeente is dat er dit voorjaar meer duidelijkheid is gekomen over het verwachte effect van de herziening van de verdeling van het gemeentefonds.

Uit de adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) bleek dat Zwartewaterland helemaal geen negatief herverdeeleffect krijgt van 100 euro per inwoner, maar mogelijk een positief effect van 19 euro. Dit is nog geen definitieve uitkomst. Allereerst niet omdat het effect hoort bij de gegevens van 2017 en er verschuivingen kunnen optreden als dit wordt geactualiseerd naar 2020. Ten tweede heeft de ROB geadviseerd om de verdeling nogmaals kritisch te bezien en mogelijk aan te passen omdat op onderdelen de uitkomst onvoldoende logisch is. Deze aanpassing kan in zijn effect Zwartewaterland raken. Wat echter overeind blijft, is dat er niet op korte termijn draconische ingrepen hoeven te worden voorgesteld om voldoende perspectief te hebben op een structureel sluitende begroting.

Covid

Bij de opstelling van de kadernota zitten we nog midden in de Corona-crisis met alle beperkingen vervelende effecten voor inwoners, instellingen en bedrijven. We zien dat de rijksoverheid de verantwoordelijkheid op financieel vlak goed oppakt en poogt de gemeenten volledig te compenseren. Tot op heden geldt voor Zwartewaterland dat de compensatie voldoende is. Hoelang we nog effecten gaan ondervinden van de Corona-crisis kunnen wij niet voorspellen. Wij hopen natuurlijk dat na de

Kadernota 2022 - 2025

3

zomer de beperkingen verder afgebouwd gaan worden en wij langzaam weer over kunnen gaan naar "normaal'. Financieel houden wij geen rekening met bijzonderheden.

Het Sociaal Domein

Voor het sociaal domein gold steeds dat de financiële risico's als een forse bedreiging werden gezien. Medio 2021 is de bedreiging nog niet weg, maar is het beeld voor Zwartewaterland wel relatief gunstig. Het woonplaatsbeginsel wordt in 2022 zo ingevoerd dat de schoksgewijze hogere uitgaven in Zwartewaterland niet langer voor onze rekening blijven komen. Daarmee ontstaat meer stabiliteit in de begroting. Bovendien hebben we de kans om de hogere uitgaven 2020 en 2021 nog eenmalig op te voeren voor compensatie. Als dat lukt, kan het te ontvangen bedrag worden toegevoegd aan de reserve sociaal domein en ontstaat daarmee weer een buffer voor het opvangen van verschillen in de komende bestuursperiode. Wat nog wel blijft, is het onbekende effect van de doorwerking van het abonnementstarief. Hoewel het niet goed is te onderbouwen, mede door de corona crisis, lijkt er sprake te zijn van een sterkere groei van de WMO uitgaven door de invoering van het abonnementstarief. Vooralsnog ontvangen gemeenten hier geen compensatie voor. Specifiek voor Zwartewaterland geldt dat de in 2018 afgesproken taakstelling op het Sociaal Domein nog concreet moet worden ingevuld met maatregelen. Het nog in te vullen bedrag van oorspronkelijk structureel € 400.000 bedraagt nog € 300.000 in deze kadernota. Voor de invulling hiervan zullen wij direct na het zomerreces een aantal maatregelen voorleggen.

Maatregelen met een geringe impact en die ons inziens toereikend zijn om de taakstelling volledig in te vullen. Op 27 mei jl. heeft de arbitragecommissie Jeugdzorg een uitspraak gedaan in het conflict tussen gemeenten en het Rijk over de financiële verhoudingen in het jeugddomein. De commissie heeft bepaald dat het Rijk structureel extra middelen moet vrijmaken voor de uitvoering van de Jeugdzorg door gemeenten. Voor 2022 is 1,9 miljard extra nodig. Het huidige demissionaire kabinet heeft laten weten voor 2022 met een standpunt te komen en een structurele afspraak en systeemwijziging over te laten aan een nieuw kabinet. Mogelijk ontvangt de gemeenten naar aanleiding hiervan nog extra middelen van het Rijk.

Omgevingswet

De invoering van de Omgevingswet gaat nog steeds gepaard met onzekerheden over de planning en over de effecten op de begroting. Momenteel is de invoeringsdatum gesteld op 1 juli 2022. Voor de invoeringskosten geldt dat deze in Zwartewaterland 100% zijn afgedekt met direct beschikbare middelen en dat daardoor geen sprake is van een situatie waarin wij onze inzet weer "moeten terugverdienen". Wat we wil willen bereiken is een soepele invoering en een structurele situatie waarin de aanpassingen in het overleg en de intensiteit van het overleg mogelijk is met een dichte portemonnee. Dus ook voor wat betreft het effect op de leges voor de omgevingsvergunningen. Helaas hebben we hier nog steeds een onvoldoende duidelijk beeld. De tweede helft van 2021 willen wij proberen de situatie zodanig helder in beeld te krijgen dat de effecten en de te maken keuzes kunnen worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

Schuldquote

De schuldquote is gedurende deze bestuursperiode steeds een belangrijk meetpunt geweest. In het Collegeakkoord is opgenomen dat deze moet dalen naar minder dan 120%. In de laatste twee jaarrekeningen, 2019 en 2020, is dit ruimschoots het geval. De schuldquote bedraagt op dit moment 95%. In de komende periode zijn de volgende elementen van invloed op de hoogte van de schuldquote:  de investeringen in de grondexploitaties kunnen zorgen voor een tijdelijk hogere quote (circa +7%) en daarna lagere quote(circa -12%);  het begrotingstotaal stijgt en als gevolg daarvan daalt de quote bij een gelijke schuld (circa3%);  de portefeuille met uitstaande leningen neemt geleidelijk af met zo'n 5 miljoen over vier jaar (circa -7%);  investeringen in o.a. de riolering zorgen de komende jaren voor een geleidelijke verhoging van de quote (circa 12%);

Kadernota 2022 - 2025

4

groei van de algemene reserve via het rekeningresultaat zorgt voor een geleidelijke afname van de quote. Deze elementen samen zorgen ervoor dat de schuldquote zich niet exact laat prognosticeren. Over vier jaar zal de quote zich tussen de 90% en 100% bewegen. Zoals gedurende 2020 aan u ook is gepresenteerd, is het belangrijker om de ontwikkeling van de quote goed te volgen dan dat een exacte waarde wordt gehaald. Over een langere periode gemeten, willen wij een trend die laat zien dat de schuldquote verder daalt.

Ambtelijke organisatie

Zwartewaterland heeft een kleine en compacte organisatie. In het verleden is gekozen voor een zogenaamd "platte organisatie". Er zijn hier eenheden met elk één manager. De afgelopen periode is gebleken dat dit in een aantal opzichten onvoldoende goed werkt. In het Sociaal Domein is vorig jaar binnen de bestaande formatie zo geschoven dat er een functie van teamleider kon worden vrijgemaakt. Hiermee is het voor zowel de medewerkers als de eenheidsmanager makkelijker en vooral soepeler om tijdig aan alle aspecten en processen aandacht te geven en bij te sturen. Ook in de eenheid Externe dienstverlening is er meer aandacht nodig om goed in te kunnen spelen op zowel de inhoudelijke als personele ontwikkelingen. De eenheid is verantwoordelijk voor alle zaken rondom publieke dienstverlening zoals burgerzaken, het klantcontactcenter, ruimte, verkeer, cultuur, economie, vastgoed, de omgevingswet, klimaatadaptatie, energietransitie. Om deze onderdelen goed aan te sturen en coachen is er een tweede leidinggevende nodig. De middelen hiervoor zijn in deze kadernota opgenomen als onvermijdelijke ontwikkeling.

Incidentele ruimte

Bij het opstellen van de kadernota voor de begroting 2021 is nadrukkelijk gekeken naar de jaarlijks terugkerende incidentele middelen in de begroting. Dit betrof de leefbaarheidsplannen, de fietsknelpunten en de middelen voor extra groen onderhoud. Voor een structureel sluitende begroting zijn deze stelposten afgebouwd. Voor incidentele uitgaven en projecten gaan we daarom kijken naar nieuwe incidentele middelen. Deze middelen zijn op de balans beschikbaar in de vorm van de reserve gronden waarin de winstnemingen uit grondexploitaties zijn gestort. Deze reserve kan worden aangesproken voor nieuwe initiatieven in het ruimtelijk domein en ook als dekkingsmiddelen voor uitgaven die door de gemeenteraad nuttig worden geacht. In de kadernota wordt voorgesteld de reserve gronden aan te spreken voor de dekking van een incidentele bijdrage aan de IJsseldelta en als cofinanciering voor subsidies op het terrein van de verkeersveiligheid en fietsers. Voor de komende bestuursperiode kan dit ook gebruikt worden als dekkingsmiddel voor initiatieven met een incidenteel karakter. In de kadernota worden verder geen voorstellen voor nieuw beleid gedaan terwijl er wel initiatieven zijn die bij de begroting 2022 betrokken kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is de nadere verkenning van het Zwartewatersklooster/Oldematen.

Hier kan nader onderzoek gedaan worden met het oog op verdere ontwikkelingen. Het college doet hierover en over andere zaken mogelijk aanvullende voorstellen bij de meerjarenbegroting. Daarbij wordt dan als dekkingsmiddel gebruik gemaakt van de vrije ruimte in de reserve gronden. Overigens blijft het belang staan van verdere schuldreductie, de middelen hoeven niet zo snel mogelijk op gemaakt te worden.

Kostendekkende tarieven/aanpassing tarief voor de rioleringsheffing

Als basisregel geldt voor tarieven dat de gemeente een kostendekkend tarief hanteert. Voor de kadernota is nog eens nadrukkelijk stil gestaan bij de toerekeningen aan de tarieven. Voor een tweetal tarieven geldt dat de door de gemeente betaalde BTW ook wordt meegenomen bij het bepalen van het tarief. Dit betreft de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor de afvalstoffenheffing geldt dat de toerekening ongeveer 100% is. Voor de rioolheffing is dat niet het geval. In de rioolheffing wordt sinds jaar en dag gerekend met € 116.000. Dit is een deel van de BTW op de jaarlijks uitgaven zonder rekening te houden met de BTW in de investeringen. Kritisch beschouwd is er ruimte om ruim € 300.000 meer BTW toe te rekenen aan het tarief. Als de investeringsruimte elk jaar volledig wordt benut, is dit zelfs € 500.000 tot € 600.000. Het extra toerekenen van BTW heeft direct effect op het tarief voor de inwoners en bedrijven. In de kadernota stellen wij voor om de BTW toerekening met een vast bedrag te verhogen, namelijk € Kadernota 2022 - 2025

5

300.000. Hiermee wordt ruimte gemaakt voor algemene uitgaven op andere terreinen. We doen deze stap in combinatie met het voortaan activeren van de vervangingsinvesteringen in de riolering. Zoals in het voorwoord is aangegeven leidt deze wijziging in de financiële systematiek er toe dat voortaan niet het nominale bedrag van de vervangingsinvesteringen, maar alleen de kapitaallasten van daadwerkelijk gerealiseerde vervangingsinvesteringen in het tarief worden doorberekend. Per saldo kan het tarief voor 2022 en volgende jaren (fors) dalen. Het activeren van de vervangingsinvesteringen zorgt ook voor een rem op het tarief. Het tarief kan niet meer stijgen dan de geraamde kapitaallasten. Het bovenstaande is een belangrijke wijziging van de nu gehanteerde werkwijze en behoeft daarom expliciet de instemming van de raad. Het college ziet nog als voordeel dat met deze werkwijze het tarief voor de riolering voor de inwoners gedurende lange tijd fors lager kan en daarmee meer in overeenstemming komt met de tarieven zoals elders in Nederland.

Onzekerheden Bij de opstelling van de Kadernota heeft het college stil gestaan bij de grotere onzekerheden. Dit zijn:  de uitgestelde herverdeling van het gemeentefonds  de ontwikkelingen in het Sociaal Domein  de effecten van de Covid-19 crisis op de gemeentefinanciën  de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet Voor deze ontwikkelingen geldt dat we in de Kadernota nu geen financiële effecten ramen en dat we de ontwikkelingen op deze terreinen op de voet volgen. De drie onzekerheden hebben elk hun eigen dynamiek.

Herverdeling gemeentefonds

De herverdeling van het gemeentefonds is officieel uitgesteld. Begin 2021 is duidelijk geworden dat er geen directe dreiging meer is voor Zwartewaterland. Het eerdere nadelige effect is voor ons niet van toepassing. Er mogelijk zelfs sprake van een voordeel. Alvorens wij hierover meer kunnen melden is het belangrijk dat de regering voor de zomer komt met de eventuele bijstelling van het model dat begin dit jaar werd voorgelegd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Ontwikkelingen Sociaal Domein

Voor het Sociaal Domein blijven er onzekerheden en risico's. Dit is voor een deel inherent aan de maatschappelijke ontwikkelingen waarop het Sociaal Domein antwoord moet geven of de maatschappelijke vraag behoort te faciliteren. Echter waar het gaat om de regelgeving en voorwaarden van de rijksoverheid wensen wij een andere situatie. De volgende zaken spelen:  nog steeds is er geen standpunt ingenomen over de structureel noodzakelijke extra middelen voor de Jeugd wet. Er is voor 2021 wel een aanvullend incidenteel bedrag van € 613 miljoen beschikbaar gesteld. Echter voor jaren 2022 en verder blijft er een grote onzekerheid. In Haagse termen wordt aangegeven dat het volgende kabinet hierover moet oordelen  de exacte uitwerking van het woonplaatsbeginsel per 2022 moet nog blijken. Beleidsmatig mag verwacht worden dat vanaf 2022: a. er niet langer sprake is van extra kosten voor Zwartewaterland als gevolg van groei van de jeugdzorg voor de meerkosten voor residentiële voorzieningen die worden gebruikt voor jongeren van buiten de gemeente niet langer op de begroting van Zwartewaterland drukken. Dat is een goede ontwikkeling want het haalt de opwaartse druk op het budget voor de jeugd weg  het abonnementstarief voor de Wmo lijkt door te werken in een sterkere toename van de uitgaven voor zorg.

Op het moment van schrijven van de kadernota kunnen we dit nog niet voldoende precies duiden. Vooralsnog volgen we de ontwikkelingen en kijken we naar het effect. Landelijk is door de gemeenten in VNG verband aangegeven dat als gevolg van de introductie van het abonnementstarief de uitgaven sterker zijn gaan stijgen.

Kadernota 2022 - 2025

6

Covid-19 virus

De effecten van de Covid-19 crisis op de begroting voor volgend jaar en de jaren daarna kunnen op dit moment niet goed worden ingeschat. Op het moment van afronden van de kadernota is er sprake van een duidelijk dalende trend in de besmettingen en de ziekenhuiszorg. Ook neemt het aantal gevaccineerden gestaag toe. In 2020 en 2021 zijn er door de rijksoverheid voldoende financiële middelen beschikbaar gesteld om de gemeenten te compenseren voor extra uitgaven. Datzelfde geldt voor de gevolgen voor onze verbonden partijen zoals de Veiligheidsregio en de GGD. Voor het herstel van de economie en het inlopen van achterstanden worden nu ook maatregelen voorbereid of zijn inmiddels middelen beschikbaar gesteld, denk met name aan het onderwijs. Voor de kadernota nu zien wij geen directe dreiging, al blijft de aandacht de komende periode nog flink liggen op de Corona-crisis en het omgaan met de effecten hiervan.

Invoering Omgevingswet

Voor de Omgevingswet geldt dat de invoering hiervan een paar keer opnieuw is uitgesteld. Deze keer is de beoogde invoeringsdatum gesteld op 1 juli 2022. Dit uitstel werkt ook door op de werkzaamheden die de gemeente hiervoor doet. In de begroting 2021 zijn voldoende middelen opgenomen om technisch klaar te zijn voor de invoering. Er is er echter een aantal afhankelijkheden met landelijke afspraken en samenwerkingen die mee bepalen of de gemeenten ook daadwerkelijk op 1-7-2022 helemaal klaar zijn. Naast deze activiteiten voor de invoering is er ook aandacht nodig voor de impact op de organisatie en de begroting als de Omgevingswet eenmaal is ingevoerd. De impact op de werkzaamheden en de impact op de mogelijke opbrengst uit een kostendekkend tarief bevatten nog onzekerheden. Wij proberen dit najaar deze onzekerheden weg te nemen in die zin dat duidelijk wordt welke consequenties er nu echt op de gemeente afkomen. Vooralsnog blijven wij uitgaan van een neutraal effect op de gemeentebegroting.

Langere termijn Met de Kadernota wordt een structureel sluitende begroting mogelijk gemaakt die in het laatste twee jaren (2024 en 2025) een overschot toont. Dit overschot is beperkt van omvang als het wordt afgezet tegen de omvang van de begroting en de nog bestaande onzekerheden. Tegelijkertijd werken we door aan de afgesproken ambities en zijn er ook tal van mooie successen die met de bestaande middelen kunnen worden bereikt. We noemen enkele voorbeelden:  het versterken van vitale kernen  het op niveau houden van het onderhoud van de openbare ruimte  het zo goed mogelijk faciliteren van het lokale bedrijfsleven in de eigen kernen  het faciliteren van de woonbehoefte door verder te gaan met de geplande woningbouw  uitvoering geven aan de actuele Visie op het Sociaal Domein  het leveren van een concreet aandeel in het Regionale Bod voor de Energietransitie en bij de planontwikkeling en uitvoering rekening houden met het veranderende klimaat  het oppakken van diverse initiatieven op maatschappelijke en economische thema’s die voortkomen uit onze krachtige en sociale samenleving  het oppakken van diverse initiatieven op maatschappelijke en economische thema’s die voortkomen uit onze krachtige en sociale samenleving  het versterken van de bedrijfsvoering en informatievoorziening van de organisatie  het versterken van de financiën tot een financieel gezonde gemeente.

In de programmabegroting 2022 werken wij dit zo concreet mogelijk uit.

Financieel perspectief

In onderstaande tabellen zijn de gevolgen voor de begroting van de voorstellen uit deze Kadernota weergegeven en per onderdeel voorzien van een toelichting.

Kadernota 2022 - 2025

7

KADERNOTA Uitgangspunt MJB 2021-2024

2022 92

2023

2024 2

2025

Toelichting

164

164

251

De algemene uitkering groeit via de september- en decembercirculaires 2020 structureel. Dit is het gevolg van aanpassing van de score's op de 740 maatstaven in heel Nederland. In 2025 is er een stijging met € 489.000 als gevolg van de geraamde stijging van de prijzen met 1,5%.

Mutaties Kadernota

Mutaties uit Zomernota

1a

Algemene uitkering gemeentefonds

1b

Groei areaal meer woningen = meer uitkering

168

252

336

Per woning met 2 inwoners neemt de uitkering toe met 2.500 euro. Plus 300 euro opbrengst OZB. Ten 420 opzichte van de begroting wordt een extra groei voorzien van 30 woningen per jaar.

2

Prijseffect en ontwikkelingen Sociaal Domein

-325

-325

-325

-458

3

Aanpassing afschrijvingstermijn onderlaag Kunstgrasvelden

76

76

76

Restantboekwaarde wordt in 19 jaar afschreven, 76 effect rekening 2020, ook opgenomen in de Zomernota 2021.

4

Uitbreiding formatie met een teamleider Externe dienstverlening i.v.m. span of control

-94

-94

-94

Voor de eenheid Externe Dienstverlening is een uitbreiding nodig omdat de span of control voor de -94 eenheidsmanager de afgelopen jaren telkens verder vergroot is.

5

Arbeidsmigranten in Zwartewaterland

-16

-16

-16

-16 Zie raadsvoorstel 448.

6

Opbrengst verkoop vastgoed en grond

10

10

10

-

11

113

238

668

Saldo mutaties Zomernota

Mutaties Kadernota Onontkoombare mutaties:

192

210

Verschil inflatie en OVA toekenning (3,09% 2021 en 2,9% 2022) en overige kostenontwikkelingen.

Meerjarige incidentele opbrengst uit verkoop van kleinere stukjes grond.

7

Prijsindexaties en loonontwikkeling

-67

-82

-107

In de mjb 2021 is gerekend met een prijsindex van 1,5% voor 2022 en 2% structureel. Dit verlagen we o.b.v. de huidige inzichten naar resp. 1,3% en -395 1,5%. Voor het Sociaal Domein geldt een index van 1,5%. De loonontwikkeling passen we aan aan de lagere inflatie van 1,3%.

Governance en bedrijfsvoering

8

Rente effecten

-34

15

-55

De rente die aan grondexploitaties mag worden toegerekend is lager dan begroot (0,66% i.p.v. -98 1%) en het voordeel op afkoopsom Hasselt Overwaters loopt langzaam uit de begroting (€ 15.000 per jaar).

9

Dividend

-39

-24

-24

-24

Rekening houden met 10% ontwikkeling prijspeil -30 (van 2019 naar 2022 (3 jaar), plus de kapitaallasten van de investering 2024.

Dividend ingehouden agv corona-crisis (Wadinko, enexis en BNG), structureel lager dividend Rendo.

Maatschappelijke opgaven 10

Indexering en jaartranche IHP

-3

-6

11

toekomstscenario Zwembad

-100

-200

-200

Structurele lasten indien gestart wordt met investeringen in 2022.

-112

-112

-112

Actualisatie van het areaal 2017 naar het areaal 2021.

Leefbaarheid 12a

Areaaluitbreiding openbare ruimte sinds 2017

12b Areaaluitbreiding vanaf 2021

-112

-48

-96

-144

Geleidelijke uitbreiding met 800 euro gekoppeld aan de omvang van het aantal woningen (2 -192 inwoners per woningen), groei 60 woningen per jaar.

-2

-10

-18

-25 Scenario 2A

12c

Onderhoudsplan Openbare Verlichting

13a

Cofinanciering rijkssubsidie verkeersknelpunten

-100

-100

Uitwerking noodzakelijk waarom dit niet inpasbaar -100 is, een andere optie is deels afzien van de subsidie.

13b Inzet reserve grondexploitaties

100

100

100

14a Bijdrage aan SPLIJ

-50

14b Inzet reserve grondexploitaties

50

Saldo Kadernota 2021 - 2024

-199

Ten last van de reserve grondexploitaties, uit te keren ineens of gedurende 5 jaar (10.000 per jaar).

-297

-264

-244

Oplossingsrichtingen

a

kostendekkendheid tarieven: BTW volledig toerekenen aan riool

Saldo Kadernota 2021 - 2024

300

300

300

De BTW uitgaven voor het riool mogen betrokken worden in het tarief. De werkelijke BTW ligt ruim € 300.000 hoger dan nu meegenomen in het tarief. Tegelijkertijd kunnen de investeringen ook worden geactiveerd en afgeschreven, dit duwt het tarief omlaag. Door beiden zaken te combineren wordt enerzijds ruimte gemaakt in de algemene middelen en kan tegelijkertijd het tarief voor de burgers dalen. Deze schuif past ook bij de reguliere werkwijze van het gemeentefonds en de spelregels 300 BBV. Voor de burger en de bedrijven is de uitkomst dan per saldo een lasten verlichting van zo'n 39 euro voor een eenpersoonshuishouden en 45 euro voor een meerpersoonshuidhouden. In volgende jaren ontstaat er een geleidelijke groei van de last met 1% per jaar door toenemende kapitaallasten bovenop de jaarlijkse inflatie. Het effect zal zijn dat de lokale lastendruk meer in overeenstemming komt met de gemiddelden in Nederland.

101

3

36

56

Uitgangspunten Kadernota 2022 en meerjarenbegroting 2022 Voor de opstelling van de kadernota en de meerjarenbegroting 2022 hanteren we de volgende technische uitgangspunten:  De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de CAO. Voor het jaar 2022 houden we rekening met 1,3 %. Voor de jaren 2023-2025 rekenen we eveneens met dit percentage. Dit percentage sluit aan op de verwachting van de algemene inflatie. Elk jaar wordt bij de kadernota bezien of bijstelling nodig is. Dit is inclusief de ontwikkeling van de werkgeverspremies. De personeelsformatie is gebaseerd op het organogram per 1 mei 2021. Een afwijkende ontwikkeling als gevolg van bijvoorbeeld hogere pensioenpremies komt dus pas terug in de volgende kadernota.  Nieuwe ambtelijke functies begroten we tegen het maximum van de functionele schaal.  Voor de subsidies houden we rekening met een ontwikkeling gelijk aan de ambtelijke salarissen. Deze indexatie vindt plaats bij de verleningsbeschikking voor het subsidie jaar t+1.  Voor de tarieven in de WMO en Jeugd hanteren we een afwijkende indexering. Voor beide sectoren geldt dat er een koppeling is met een landelijk berekende prijscompensatie, de zogenaamde OVA. Deze compensatie zorgt voor een tijdelijke prijsstijging van 3% per jaar. Op de langere termijn moet dit afvlakken. Voor 2021 en 2022 wordt de hogere prijsstijging opgenomen.

Voor de jaren 2023-2025 geldt de gemiddelde stijging van 1,5%. Jaarlijks kan dit bij de kadernota worden bijgesteld.  De kosten van derden zijn goederen en diensten die aan de gemeente worden geleverd. Deze zijn ook aan prijsstijgingen onderhevig. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kosten van energie, kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties. ln afwijking van de CBS-indexering gaan we uit van een jaarlijkse groei van 1,0%. Hiermee onderstrepen we de blijvende inzet om goedkoper en met een hogere kwaliteit in te kopen. ln de budgetten is de groei niet functioneel verwerkt. Voor excessieve stijgingen kan, met onderbouwing, aanspraak worden gemaakt op de collectieve stelpost. Voor verbonden partijen gaan we uit van dezelfde financiële uitgangspunten als voor de eigen begroting. Deze budgetten worden dus ook geïndexeerd. Het betreft de Veiligheidsregio, de GGD, de Omgevingsdienst, de RSJ en het shared service centrum (SSC) ONS. De meerjarenbegrotingen van de verbonden partijen hebben we verwerkt zoals aangegeven in de zienswijze die door u is vastgesteld.  We gaan uit van kostendekkende tarieven voor heffingen en leges.

 De belastingen stijgen jaarlijks nominaal met de consumentenprijsindex (CPl) zoals gepubliceerd door het CBS in januari van het jaar voorafgaand aan de begroting, tenzij een tarief door de Rijksoverheid wordt voorgeschreven. Voor 2022 bedraagt de indexering 1,3% (CPl januari 2021). ln de meerjarenraming gaan we voor de jaren na 2022 uit van 1,5%. De omslagrente voor 2022 en volgende jaren bedraagt 1%.  Voor de grondexploitaties geldt dat voorgeschreven is dat het eigen vermogen niet mag meetellen. Hierdoor geldt voor de grondexploitaties vanaf 2022 een rente van 0,8%.  De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordening. De afschrijvingen starten in het jaar na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. lnvesteringen kleiner dan € 25.000 nemen we rechtstreeks in de exploitatie op, uitgezonderd de jaarlijkse vervanging van kleinere auto's die samen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.  Voor meerjarig afgesproken investeringsprogramma’s houden we rekening met een jaarlijkse prijsstijging van 1,5%.

Autonome ontwikkelingen en niet-autonome ontwikkelingen

De volgende ontwikkelingen zien we als autonome ontwikkelingen en zijn direct verwerkt in het financieel kader:  Dalende of stijgende cliëntenaantallen (bijvoorbeeld: participatie wet, WMO-voorzieningen) leiden tot navenante aanpassing van de ambtelijke formatie.  Uitbreiding of krimp van het areaal (in beheer zijnde wegen, straten, groen, meubilair en kunstwerken) zodat het bestaande beheer niet in kwaliteitsniveau hoeft te worden aangepast. Kadernota 2022 - 2025

11

  

Leerlingenprognoses met een effect op de benodigde hoeveelheid. Dit geldt onder andere voor het leerlingenvervoer en onderwijshuisvesting. Ontwikkelingen (af- en/of toename) uitkering uit het gemeentefonds (areaal/accres). Vervanging van voertuigen en installaties via vervangingsinvesteringen.

Niet-autonome ontwikkelingen zijn:  Wijzigingen in de kostentoerekening voor wat betreft het effect op de tariefsverhogingen. Tariefswijzigingen zijn afgezien van aanpassing aan de inflatie altijd een keuze.  Voorstellen waarin het beleid wordt gewijzigd of wanneer nieuwe initiatieven ten opzichte van de meerjarenbegroting 2021-2025 worden gedaan.  Dalende rijksinkomsten voor specifieke taken. Het uitgangspunt bij rijksinkomsten is dat het gemeentelijk aandeel in de kosten niet stijgt. Bij een dreigende stijging wordt een bezuiniging als keuze aan de raad voorgelegd.

Samenvatting uitgangspunten 2022-2025

Loonontwikkeling: 2022-2025: 1,5% Subsidies gesubsidieerde instellingen: 2022: 1,3%, 2023-2025: 1,5% Tarieven Wmo en Jeugd: 2021 en 2022: 3% (al verwerkt is 1,5%), 2023-2025: 1,5% Materiële uitgaven: 2022-2025: 1% Meerjarige investeringsprogramma’s: 1,5% Omslagrente: 2022-2025: 1% Rente voor grondexploitaties: 2022-2025: 0,66% Gemeentelijke belastingen: 2022 (CBS-CPl januari 2021): 1,3% Gemeentelijke heffingen en leges 2022 (maar niet meer dan kostendekkend): 1,3% Gemeentelijke heffingen, leges en belastingen 2023-2025: 1,5%

Kadernota 2022 - 2025

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10266578/1