a. Bijlage - Kadernota 2023 - 2026
Tekst van het document
INWONERS MAKEN ZWARTEWATERLAND MOGELIJK Kadernota 2023 - 2026
Aanbiedingsbrief Voorwoord Voor u ligt de eerste kadernota van deze bestuursperiode. Nu we dachten de Corona crisis te hebben gehad zijn we in een volgende crisis beland, namelijk de oorlog in Oekraïne. De impact van deze crisis is op dit moment nog niet te overzien, zeker nog niet in financiële zin. Dit risico benoemen we dan ook in deze kadernota. In deze bestuursperiode moet er gewerkt worden aan de woningbouw, de kansen om mee te doen in de samenleving, de verkeersveiligheid in de gemeente, de duurzame ambities op het vlak van klimaatadaptatie en de energietransitie en niet in de laatste plaats de opgaven in het sociaal domein als het gaat om de zorg voor kwetsbare inwoners en kansengelijkheid. En ook dan zijn er ongetwijfeld weer onzekerheden over de middelen die de rijksoverheid wel of niet beschikbaar stelt. Op het moment van schrijven van deze kadernota is de Meicirculaire 2022 nog niet bekend. De verwachting is dat er een bijstelling zal komen voor loon- en prijscompensatie mede door de hoge inflatie. Ondanks dat we deze bedragen niet in kunnen schatten hebben we hier toch op geanticipeerd. Wanneer de Kadernota aan u wordt aangeboden, is de Meicirculaire 2022 wel bekend en wordt de informatie hieruit aan u ter beschikking gesteld zodat een totale afweging voor de uitgangspunten voor de begroting van 2023 en verder gemaakt kan worden.
Rol van de kadernota in de cyclus
De door de raad vastgestelde Planning en Control cyclus bestaat uit de Kadernota, Programmabegroting, Zomernota, de Najaarsnota en de Jaarverantwoording. Via deze Kadernota stelt de raad in hoofdlijnen vast wat zij wil bereiken en wat dit mag kosten. In de Kadernota gaan we in op veranderingen in het financiële perspectief, trends en ontwikkelingen, wijzigingen in het bestaande beleid en de invulling van nieuw beleid. Binnen deze hoofdlijnen stellen wij de Programmabegroting op. Hierin staat wat wij concreet doen om de doelstellingen te bereiken. De Programmabegroting bieden wij in het najaar aan. De Kadernota en straks de meerjarenbegroting wordt volgens één set van uitgangspunten opgesteld. Deze set is achter deze Kadernota gevoegd, waarmee voor iedereen goed is terug te vinden hoe is omgegaan met loon- en prijsstijgingen en welk beoordelingskader is gehanteerd voor onvermijdelijke ontwikkelingen en te maken keuzes. De Kadernota en de Zomernota (die informatie bevat over het lopende begrotingsjaar) bieden wij de raad gelijktijdig aan. Structurele effecten die voortkomen uit de Zomernota nemen we hierdoor direct al mee in de Kadernota. Ook de effecten die al zichtbaar werden in de jaarrekening 2021 zijn in de Kadernota verwerkt.
De raad beschikt op deze wijze over een centraal moment in het jaar waarin een integrale afweging gemaakt kan worden ten aanzien van het voorgestane beleid en de bijbehorende budgetten. Solide financieel beleid staat voorop, maar de rijksoverheid heeft hierin ook een belangrijke rol. Voor een aantal vraagstukken geldt dat deze echt op het niveau van het kabinet en de Tweede kamer moeten worden beantwoord. In een goede uitvoering kan de gemeente wel het verschil maken, maar als er sprake is van een veel te krappe budgettaire inpassing kan de gemeente dit niet uit eigen middelen goed maken of bijpassen.
Kadernota 2023 - 2026
2
Hoofdlijnen In de voorliggende Kadernota hebben wij de onontkoombare mutaties verwerkt. Er is nog geen inschatting gemaakt van de effecten van de Meicirculaire over de uitkering uit het gemeentefonds. Wel hebben wij een voorschot genomen op de verwachte tegemoetkoming van loon- en prijsstijgingen. Zodra de effecten zijn doorgerekend komen wij hier separaat op terug. In december van 2021 is het regeerakkoord gepresenteerd. Opvallende financiële zaken hieruit zijn: • • • •
De doorrekening van de jeugdgelden op basis van de uitspraak van de commissie van wijzen, maar wel met een korting De bevriezing van de opschalingskorting tot en met 2025 (vanaf 2026 komt deze in zijn volle omvang terug) Het vastzetten van het lagere accres in 2026, waarbij de mogelijkheid voor een eigen belastingheffing nog zal worden onderzocht Instellen van specifieke uitkeringen waarbij de voorwaarden nog onduidelijk zijn
Over bovenstaande zaken wordt nog door de verschillende partijen gesproken. Onduidelijk is op het moment van het schrijven van deze nota, welke gevolgen dit heeft voor de financiën van de gemeente. Bij de uitgangspunten Kadernota 2023-2025 komen we hier uitgebreider op terug.
Speerpunten Regeerakkoord Rutte IV
Uit het in december 2021 gepresenteerde Regeerakkoord blijkt dat het nieuwe kabinet fors investeert in de aanpak van de klimaattransitie, stikstof, woningbouw, bereikbaarheid, bestaanszekerheid en de arbeidsmarkt. Hieronder gaan wij in op een aantal zaken uit het regeerakkoord die een raakvlak hebben met de gemeentelijke taakuitoefening. De recent ontstane oorlog in Oekraïne en hiermee gepaard gaande vluchtelingencrisis, de energieprijzen die wereldwijd sterk onder druk staan en de reeds aanwezige gevolgen voor de koopkracht, kunnen effect hebben op de hieronder genoemde ambities en bedragen uit het regeerakkoord.
Woningbouw
Het kabinet wil de woningbouw versnellen tot 100.000 woningen per jaar. In de hernieuwde Nationale Woon- en Bouwagenda komen (afdwingbare) afspraken over de nieuwbouwaantallen te staan. Op 1 oktober moet per provincie zijn vastgesteld hoeveel en welk type woningen de komende jaren worden gebouwd. Deze prestatieafspraken worden vertaald naar concrete aantallen per gemeente. Vanaf 2024 moet de productie op 100.000 woningen per jaar liggen. Ook komt er de komende tien jaar € 7,5 miljard vrij voor een goede ontsluiting van de woningen in de 14 verstedelijkingsgebieden waarvan de Spoorzone Zwolle er een is. Op dit proces wil onze gemeente goed aangehaakt blijven. De verhuurdersheffing wordt volledig afgeschaft waardoor woningbouwcorporaties meer financiële armslag krijgen. Er komen bindende prestaties met corporaties zodat het geld dat vrijkomt gebruikt wordt voor de bouw van flexwoningen, betaalbare huurwoningen, renovatie, verduurzaming en de leefbaarheid van wijken. Voor onze gemeente wordt het zaak deze landelijke woningbouwambities goed te koppelen met de eigen strategie en investeringsplannen. Onze gemeente heeft niet de behoefte om grootschalig te bouwen voor de Regio Zwolle. Wij hebben uitgesproken de komende 10 jaar 750 woningen te realiseren om hiermee met name in de eigen behoefte te voorzien.
Door de raad is financiële ruimte beschikbaar gesteld om een woonaanjager aan te stellen. Mogelijk kunnen wij bij onze woningbouwplannen aanspraak maken op een Specifieke Uitkering (SPUK) van het landelijke Woningfonds. De nadere regels die hierop van toepassing zijn, zijn nu nog niet bekend.
Kadernota 2023 - 2026
3
Klimaat en Energie Energietransitie
De doelstelling voor CO-reductie voor 2030 is aangescherpt van 49% naar 55% en zelfs met een streefdoel van 60%. Het kabinet maakt voor de komende tien jaar een bedrag van € 35 miljard vrij om de energietransitie uit te voeren en de energie-infrastructuur te moderniseren. De druk op het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen wordt nog eens vergroot door de recente oorlogscrisis in Oekraïne. Nederland wil samen met andere Europese landen snel onafhankelijk zijn van de levering van Russisch gas. Ook de wereldwijd onzekere energiemarkt speelt hierin een rol. Onze gemeente heeft onze opgave voor grootschalige opwek zon en wind in 2019 reeds vastgesteld en verwerkt in het bod voor de Regionale Energiestrategie (RES). Het vaststellen de locaties, het beleid voor het lokaal eigendom en de ruimtelijke randvoorwaarden is in 2022 aan de orde. In 2023 volgt besluitvorming over het plan uit het eerste zoekgebied. Om de opgave voor 2030 te halen moeten in 2025 de vergunningen zijn verleend voor de windmolens. De Ondernemers Kring Genemuiden wil met windenergie de industrie toekomstbestendig maken. Dit initiatief vergt een integrale afweging van onze gemeente. Windmolens, maar ook zonnevelden, hebben een grote impact op de omgeving. Naast inwoners en bedrijven hebben we bij grootschalige opwek ook te maken met buurgemeenten en het beleid van de Provincie.
Met Zwolle en Kampen stemmen we af over (grootschalige) opwek in het Nationaal Landschap. Met Zwolle, Staphorst en Dalfsen werken we samen in het energielandschap ZSDZ. Voor ons is het economisch en strategisch van belang betrokken te zijn bij deze ontwikkeling. Hierbij valt te denken aan het aansluiten op een waterstof netwerk of rechtstreekse levering van duurzame energie. Met de netbeheerder voeren we koersgesprekken over de benodigde aanpassingen in het energienetwerk. Tevens heeft onze gemeente recent de transitievisie warmte vastgesteld. In de komende jaren gaan we wijk- en buurtgericht aan de slag met het afstappen van aardgas als fossiele bron voor warmte. Hierbij starten we met de wijken waar nog onduidelijkheid is over de alternatieve warmtebron én met wijken die relatief gemakkelijk kunnen overschakelen naar lage temperatuur verwarming. Het kabinet heeft nog niet aangegeven welke middelen elke gemeente krijgt voor deze nieuwe decentrale taak. Dat maakt het vooralsnog onzeker hoe de uitvoering van de wijkuitvoeringsplannen zijn beslag krijgt. Betaalbaarheid van de plannen voor de gemeente en huiseigenaren blijft belangrijk. Voor gebouweigenaren is het Nationaal Isolatieprogramma beschikbaar met subsidie tot 2030 en de Energie-bespaarlening voor financiering.
Stikstofreductie
Stikstof is al lang een probleem voor de agrarische sector, de woningbouw en infrastructuur. Het kabinet gaat fors investeren in duurzame landbouw en een robuust natuurareaal. Dit wordt gecombineerd met gebiedsgerichte opgaven van waterkwaliteit, bodem, klimaat en biodiversiteit. Er komt een grondbank die grond uitgeeft voor het extensiveren, omvormen en verplaatsen van bedrijven van boeren die graag door willen en voor natuur. Voor deze ambities komt een Nationaal Programma Landelijk Gebied waarin vanaf 2023 tot 2035 € 25 miljard beschikbaar is. Over de gebiedsgerichte aanpak worden afspraken gemaakt met de provincies. We vinden het belangrijk de nationale strategie te koppelen met de eigen strategie voor het landelijk gebied. Gronden die vrijkomen willen we weer benutten voor agrariërs om de extensivering (minder vee per hectare) mogelijk te maken. We streven naar het behoud van het agrarisch karakter van het landschap. Deze visie wordt gedeeld binnen de Deelgebiedscommissie Polder Mastenbroek.
Water en bodem
Toegewerkt wordt naar vernieuwde deltabeslissingen voor een water-veilig land met voldoende zoetwater en een toekomstbestendige inrichting. Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming. Dit uitgangspunt krijgt ook een plaats in de provinciale Omgevingsvisie die momenteel
Kadernota 2023 - 2026
4
wordt vernieuwd. De gebiedsgerichte uitwerking voor ons veenweidegebied vindt plaats via de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). We hebben wel enige zorg hoe het GGA zich gaat verhouden tot de verstedelijkingsambities van de Regio Zwolle en de totstandkoming van de nieuwe Omgevingsvisie van de provincie Overijssel. Het gaat om drie grote trajecten met elk een eigen tempo en fasering. Het is belangrijk dat deze processen en de uitspraken die daarbinnen worden gedaan onderling goed afgestemd blijven. Grootschalige woningbouw in de polder Mastenbroek, waaronder het grondgebied van Zwolle en Kampen vinden wij niet wenselijk. Onze positie en inzet houden wij blijvend onder de aandacht in het proces van de verstedelijkingsstrategie.
Verkeer en mobiliteit
Het kabinet trekt structureel € 1,25 miljard uit om de achterstanden in beheer en onderhoud van (rijks)infrastructuur in te lopen en extra te investeren in de uitbreiding van de infrastructuur voor Openbaar Vervoer, fiets, auto en water tussen stad en regio. Ook zijn er plannen om mobiliteitshubs te ontwikkelen waar reizigers makkelijker kunnen overstappen naar (deel)auto, (deel)fiets of trein. Tevens worden in deze kabinetsperiode voorbereidingen getroffen voor het invoeren van een systeem van betalen naar gebruik in de automobiliteit in 2030. Het tarief van de motorrijtuigenbelasting wordt afhankelijk van het jaarlijks gereden aantal kilometers. Elektrisch vervoer wordt gestimuleerd, duurzame stadslogistiek en de uitrol van de laadinfrastructuur wordt versneld. Samen met gemeenten wordt bezien waar binnen de bebouwde kom de maximumsnelheid verlaagd kan worden naar 30 kilometer per uur. Wij beoordelen of dit consequenties heeft voor onze gemeente. Hier ligt ook een relatie met het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan dat wij dit jaar opstellen. In het GVVP besteden wij onder andere aandacht aan fietsknelpunten, ongevallenlocaties of locaties die gevaarlijk worden gevonden. Verkeersveiligheid is de basis van het GVVP. Aan het GGVP koppelen wij een uitvoeringsprogramma.
Regionale Economie en Human Capital
Het kabinet zet in op een sterk Midden en Kleinbedrijf (MKB). De regeldruk wordt aangepakt. Het Nationaal Groeifonds wordt gecontinueerd via investeringen in projecten gericht op kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie. De Regio Deals worden voortgezet. Het kabinet wil samen met de lokale overheden aan de slag om leegstand tegen te gaan in de winkelstraten en de samenwerking tussen retail, horeca en cultuur te stimuleren. Toerisme krijgt een volwaardige plek in het economisch beleid, waarbij ingezet wordt op spreiding. In de Regio Deals gaan veel middelen om. Wij hechten aan een goede governance van deze deals. Ook de VNG ziet dat verbeteringen nodig zijn. Zij ziet deze deals graag als opmaat naar een meer structurele, programmatische en interbestuurlijke samenwerking in de regio. Voor de investeringsagenda van de Regio Zwolle is de potentiële subsidieomvang door de Regio Zwolle op 800 miljoen euro geschat. Het is verstandig hier goed op aangehaakt te blijven. In subregionaal verband willen wij verkennen of het versterken van het toeristisch recreatief product in 1 van de programmalijnen van de Investeringsagenda ingebracht kan worden. Voor onze gemeente ligt de focus op cultuurhistorisch interessante bezienswaardigheden. Het kabinet wil meer mensen (van werk) naar werk begeleiden en beroepsopleidingen stimuleren die aansluiten op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.
Er komt meer ruimte voor iedere inwoner om zich een leven lang te ontwikkelen. Een sterker middelbaar en hoger beroepsonderwijs wordt gestimuleerd. Onze gemeente participeert in de Human Capital Agenda (HCA) van de Regio Zwolle. Tot en met 2023 hebben wij hiervoor jaarlijks € 40.000 opgenomen in onze begroting. Door de Coronacrisis zijn nieuwe uitdagingen ontstaan. Daarom wordt binnen de HCA agenda versneld ingezet op onder andere de volgende doelen: • De ontwikkeling van een Covid-19 aanpak voor de verschillende doelgroepen op de arbeidsmarkt, zowel gericht op werkgevers als werknemers en werkzoekenden, waaronder kwetsbare groepen zoals jongeren Kadernota 2023 - 2026
5
•
Het bieden van perspectief aan inwoners aan werk en opleiding (via onder andere het ontwikkelfonds) • beter regionaal arbeidsmarktbeleid • het ondersteunen van ondernemers (verbeteren sectorale samenwerking, betere afstemming tussen onderwijs, overheid en ondernemers). Wij proberen daarbij werkgevers zo goed mogelijk te ondersteunen, onder andere als het gaat om een goede relatie met het onderwijs. Het ondernemersloket en de adviseur werkgeversdienstverlening vervullen hierin een belangrijke rol.
Digitalisering
De speerpunten in de digitalisering zijn voor het kabinet onder andere: het verbeteren van de toegankelijkheid van digitale overheidsdiensten, het controleren van het gebruik van algoritmes op transparantie, discriminatie en willekeur en bestrijden van digitale dreigingen en aanvallen. Via onze Digitale Agenda Zwartewaterland werken wij aan drie belangrijke doelstellingen: 1. burgers en bedrijven passend digitaal bedienen 2. de organisatie duurzaam voorbereiden op digitale ontwikkelingen 3. uitvoering geven aan digitaal wettelijke producten en diensten. Hierbij besteden wij in het bijzonder aandacht aan de al ingezette ontwikkelingen rondom de publieksdienstverlening en burgerzaken en de verbetering van de integrale informatievoorziening van de gemeente. Ook staat de implementatie van een aantal ingrijpende wetten op het gebied van de informatievoorziening op stapel: de Wet open overheid, de Wet digitale overheid, de Nieuwe archiefwet en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Daarnaast besteden wij aandacht aan het adequaat en kosteneffectief beheersen van beveiligingsrisico's. Het samenwerkingsverband SSC ONS speelt hierin ook een belangrijke rol.
Covid Door alle andere perikelen zou je bijna vergeten dat we twee jaar van Covid-19 crisis achter de rug hebben. Veel van onze inwoners zijn persoonlijk geraakt door deze ziekte en hebben geliefden verloren. De ondernemers krabbelen weer op en kijken weer vooruit. Nagenoeg alle maatregelen zijn verdwenen, maar Covid-19 is nog niet weg. Afhankelijk van hoe het zich gaat ontwikkelen zullen we daarop anticiperen. Financieel is het Rijk de gemeente voldoende tegemoet gekomen, waardoor de crisis geen directe financiële impact heeft gehad op de gemeentelijke financiën.
Het Sociaal Domein In het regeerakkoord staat dat de nieuwe coalitie o.a. de bestaanszekerheid van kwetsbare groepen wil versterken, het minimumloon wil verhogen en een lastenverlichting wil toepassen voor lage en middeninkomens. Daarnaast wil het kabinet investeren in het vergroten van de kansengelijkheid voor alle kinderen, jongeren en studenten en daarnaast in preventie en gezondheid, vanuit de ambitie: een gezonde generatie in 2040. In Zwartewaterland willen we het thema kansengelijkheid verankeren in ons beleid en inzetten als vertrekpunt (basis) voor alle beleidsvelden: Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. Om die kansengelijkheid te optimaliseren willen de middelen effectief inzetten die het Rijk daarvoor beschikbaar stelt. De afzonderlijke (deel)budgetten die we ontvangen voor de uitvoering van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet kennen wel de nodige onzekerheden voor de langere termijn (vanaf 2024 en verder). Door de invoering van het abonnementstarief is de vraag naar huishoudelijke ondersteuning (Wmo) toegenomen, waardoor de discussie over een reële eigen bijdrage opnieuw zal worden gevoerd. In 2023 vindt nog een compensatie plaats van de verwachte tekorten, maar vanaf 2024 boekt het Rijk een besparing in op de verwachte uitgaven (budget). Dezelfde trend zien we bij de meerjarige budgetten voor de Jeugdzorg.
in 2023 zijn er nog extra middelen en vanaf 2024 volgt een korting op het budget door aanpassing van de behandelduur en de invoering van een eigen bijdrage. Ook de meerjarige budgettaire ruimte voor de uitvoering van de onderwijsroutes van de Wet Inburgering is
Kadernota 2023 - 2026
6
nog onzeker; voor 2022 en 2023 is er sprake van een specifieke uitkering (SPUK), vanaf 2024 is dat onzeker. Zwartewaterland heeft in 2021 en 2022 actief en participatief (met maatschappelijke partners) beleid ontwikkeld rondom het thema gezondheid en preventie. Vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid is een overkoepelende ambitie gekozen; in 2024 ervaart 88% van de inwoners van Zwartewaterland de gezondheid als goed of zeer goed. Om die opdracht waar te kunnen maken is het van belang om de beleidsvelden sport, cultuur en onderwijs met elkaar te verbinden en te versterken. Naast slimme verbindingen is daarvoor ook budget nodig. In 2022 ontvangen we nog middelen van het Rijk hebben voor de uitvoering van de doelstellingen van ons Sportakkoord (2020-2022), vanaf 2023 niet meer. Het Sportakkoord wordt gezien als een belangrijke pijler voor het preventie en gezondheidsbeleid. Na de totstandkoming van het regeerakkoord hebben er, onvoorzien, mondiale ontwikkelingen plaatsgevonden, zoals de oorlog in Oekraïne, die onze samenleving in alle opzichten raakt. De grote vluchtelingenstroom die inmiddels ook Zwartewaterland heeft bereikt doet een extra en stevig beroep doet op ons sociale vangnet in termen van opvang, onderdak, onderwijs, leefgeld, medische voorzieningen en welzijn.
We zien een grote bereidheid van de samenleving als het gaat om de eerste opvang van de oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne. Voor die extra opvang en maatschappelijke voorzieningen zijn aanvullende financiële middelen noodzakelijk die het Rijk naar verwachting zal vergoeden/compenseren. Verder heeft deze oorlog direct en merkbaar gevolgen voor onze economie zoals de prijsstijging van levensmiddelen in de winkelschappen en een forse stijging van de energielasten en brandstofkosten. Deze snelle koopkrachtdaling raakt vooral de kwetsbare groepen en huishoudens in onze samenleving; de inwoners met een uitkering, een laag of midden inkomen, maar ook inwoners met een kwetsbare gezondheid.De verwachting is dan ook dat in 2022 meer inwoners en huishoudens een beroep zullen doen op ons sociale voorzieningen, vooral als deze koopkrachtdaling (inflatie) voor langere tijd aanhoudt. Kortom, de geschetste autonome en actuele ontwikkelingen doen een extra beroep op ons huidige sociale voorzieningenniveau. Dat vraagt enerzijds om de ontwikkeling van een stevige sociale basis, die uitgaat van kansengelijkheid voor alle inwoners en nieuwe inwoners in Zwartewaterland en anderzijds om een bijpassend financieel kader, dat vanuit het Rijk dat meebeweegt met meerjarige autonome en actuele ontwikkelingen. Dus, vinger aan de pols!
Omgevingswet
De invoering van de Omgevingswet gaat nog steeds gepaard met onzekerheden over de planning en over de effecten op de begroting. Momenteel is de invoeringsdatum gesteld op 1 januari 2023. Voor de invoeringskosten geldt dat deze in Zwartewaterland 100% zijn afgedekt met direct beschikbare middelen en dat daardoor geen sprake is van een situatie waarin wij onze inzet weer "moeten terugverdienen". Wat we wil willen bereiken is een soepele invoering en een structurele situatie waarin de aanpassingen in het overleg en de intensiteit van het overleg mogelijk is met een dichte portemonnee. Dus ook voor wat betreft het effect op de leges voor de omgevingsvergunningen. Wij werken nu aan de laatste punten op dit gebied.
Schuldquote
De schuldquote is gedurende de afgelopen bestuursperiode steeds een belangrijk meetpunt geweest. De schuldquote bedroeg in de jaarrekening 2021 77,3%. In de komende periode zijn de volgende elementen van invloed op de hoogte van de schuldquote: • de investeringen in de grondexploitaties kunnen zorgen voor een tijdelijk hogere quote en daarna lagere quote; • investeringen in o.a. de riolering zorgen de komende jaren voor een geleidelijke verhoging van de quote; Deze elementen samen zorgen ervoor dat de schuldquote zich niet exact laat prognosticeren. We verwachten dat ook de komende vier jaar de quote zich tussen de 70% en 80% zal bewegen. Het is belangrijker om de ontwikkeling van de quote goed te volgen dan dat een exacte waarde wordt
Kadernota 2023 - 2026
7
gehaald. Over een langere periode gemeten, willen wij een trend die laat zien dat de schuldquote verder daalt.
Onzekerheden Inleiding De afgelopen 2 jaar en in het begin van dit jaar is veel tijd en aandacht uitgegaan naar het zo goed mogelijk opvangen van de gevolgen van de Corona-crisis voor inwoners en ondernemers in onze gemeente en in onze eigen organisatie voor de ambtelijke organisatie en het bestuur. Corona is het land niet uit, maar de huidige variant zorgt voor minder ziekenhuisopnamen en minder slachtoffers. De maatregelen zijn nagenoeg allemaal afgebouwd en de draad wordt weer opgepakt. Hoe Corona zich zal ontwikkelen dit jaar is onduidelijk en we zullen daar dan ook alert op blijven. In de samenleving worden sommige gevolgen van de coronacrisis ook pas de komende tijd zichtbaar nu landelijke ondersteuningsregelingen weggevallen zijn. Dit betreft bijvoorbeeld de meer structurele gevolgen in het sociaal domein op zorgvraag, de cultuur sector en (categorieën) ondernemers die zwaar getroffen zijn tijdens de coronacrisis en nu proberen de normale bedrijfsvoering weer op te pakken. We gaan dit jaar kijken hoe we de Corona slachtoffers kunnen herdenken en of we een plek of plekken kunnen inrichten ter nagedachtenis aan deze periode. Met de inval van Rusland in Oekraïne op 24 februari 2022 zijn de geo-politieke verhoudingen in de wereld op scherp komen te staan. Voor het eerst sinds de 2e Wereldoorlog is op het Europese continent weer sprake van een oorlog tussen staten.
In de eerste plaats heeft de oorlog een ongekende crisis in Oekraïne teweeggebracht, met een enorme vluchtelingenstroom tot gevolg
Opvang vluchtelingen Oekraïne
Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is de stroom vluchtelingen op gang gekomen. Onze gemeenschap heeft de opvang van deze vluchtelingen ruimhartig op zich genomen. Op dit moment worden ruim 100 vluchtelingen opgevangen waarbij een deel wordt opgevangen in de opvang aan de Kamperzeedijk met 75 slaapplaatsen. Daar kunnen gezinnen worden opgevangen, tot rust komen en worden ze voorzien van de basisbehoeften. De kinderen kunnen naar school in de buurt. Inmiddels is een 2e grote opvanglocatie geopend met 75 slaapplaatsen in Hasselt in een kantoorpand op het industrieterrein. Onduidelijk is hoe lang de oorlog duurt en hoe lang we deze vluchtelingen dus op moeten vangen. Vanuit het Rijk komt een financiële vergoeding voor de opvanglocaties met de bijbehorende kosten. Daarnaast is een landelijke regeling opgesteld voor de huisvesting en verzorging van Oekraïners (Regeling opvang ontheemden Oekraïne). Zodra de inschrijving in de Basisregistratie Personen geregeld is, kunnen de Oekraïense vluchtelingen een bankrekening aanvragen en mogen ze ook werken in Nederland. Met de arbeidskrapte zijn er genoeg banen aanwezig. De taal vormt hier natuurlijk nog wel een barrière. Wanneer deze vluchtelingen in ons land blijven, bestaat ook de kans dat ze een beroep doen op de gemeentelijke voorzieningen, zoals educatie, sport, bijstand, participatie, wmo en jeugdhulp.
Met deze uitbreiding in aantallen is nog geen rekening gehouden in onze begroting, zeker omdat op dit moment te vroeg is om een inschatting te maken. Tussen de verschillende departementen en het VNG lopen ook gesprekken over het bekostigen van deze voorzieningen.
Economische gevolgen van de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne Naast de sociale gevolgen van de oorlog in Oekraïne hebben de beide crisissen ook grote economische gevolgen. We zien dat bijvoorbeeld terug in de prijsstijgingen van olie/benzine en gas ook met alle gevolgen voor ondernemingen en (maatschappelijke) voorzieningen die een hoog energieverbruik kennen. Beide crisissen dragen ook bij aan meer dan normale prijsstijgingen in de Kadernota 2023 - 2026
8
bouwsector. Met het inschatten en ramen van deze prijsstijgingen in onze Programmabegroting en de aanhoudende onduidelijkheid vanuit het Rijk over adequate structurele financiering van gemeenten ontstaat daardoor een ingewikkeld vraagstuk om onze ambities te realiseren binnen een sluitende begroting.
Ontwikkelingen Sociaal Domein
Voor het Sociaal Domein blijven er onzekerheden en risico's. Dit is voor een deel inherent aan de maatschappelijke ontwikkelingen waarop het Sociaal Domein antwoord moet geven of de maatschappelijke vraag behoort te faciliteren. Echter waar het gaat om de regelgeving en voorwaarden van de rijksoverheid wensen wij een andere situatie. De volgende zaken spelen: • Het nieuwe kabinet heeft de uitspraak van de commissie van Wijzen met betrekking tot de jeugdwet geaccepteerd, maar had wel een korting oplopend naar € 500 miljoen toegepast. Op basis hiervan is de VNG uit het hervormingsoverleg gestapt. De eerste Kamer heeft het kabinet opgeroepen om de uitspraak volledig te honoreren. Vooruitlopend op de Meicirculaire hebben we de verwachte bedragen al opgenomen. • De exacte uitwerking van het Woonplaatsbeginsel per 2022 moet nog blijken. Het gewijzigde Woonplaatbeginsel betekent dat de gemeente waar een jongere oorspronkelijk stond ingeschreven, dus voorafgaand aan de zorg met verblijf, financieel verantwoordelijk is/blijft voor de financiering van het zorgtraject. Dat zou betekenen dat er in 2022 niet langer sprake is van extra kosten voor Zwartewaterland als gevolg van de groei van de jeugdzorg voor de meerkosten van residentiële voorzieningen (zorg met verblijf) die worden ingezet voor jongeren van buiten de gemeente.
In de begroting 2022 is vooruitlopend op deze wetswijziging, de verwachte kostenbesparing (voordeel): € 300.000 al verwerkt. Door dit overgangsjaar en de verwachte herbeoordelingen zijn de exacte financiële gevolgen voor 2022 en verder nog onzeker. • In het kader van de WMO ontwikkelingen zijn er diverse oorzaken die de volumegroei en daarmee de kostenstijging van de Wmo bepalen. Bij de voorziening Hulp bij het huishouden (HH) heeft de invoering van het abonnementstarief tot gevolg gehad dat het voor meer huishoudens financieel aantrekkelijker werd om een beroep te doen op deze Wmo voorziening. Ook relatief jongere gezinnen/huishoudens maken nu gebruik van de huishoudelijke ondersteuning. Het kabinet wil de verwachte tekorten voor gemeenten voor deze voorziening compenseren, dat wil zeggen tot en met 2023. Vanaf 2024 wordt zelfs rekening gehouden met een korting op het HH budget. Tegelijkertijd wordt onderzocht of de komende jaren een reële eigen bijdrage voor HH (opnieuw) ingevoerd kan worden om de kosten voor gemeenten te beperken. Bij de Wmo voorziening Begeleiding zien we dat de gemiddelde zorgzwaarte is toegenomen, waardoor ook de uitgaven stijgen (de zorgzwaarte bepaalt de kostprijs van de voorziening). Volumegroei in de Wmo wordt ook bepaald door de toenemende vergrijzing, het langer thuis wonen en door bijzondere omstandigheden als bijv.
de Corona crisis, waardoor in bepaalde huishoudens/gezinnen de zorg van een ouder plotseling (tijdelijk) wegviel. De VNG heeft een model ontwikkeld om het aantal gebruikers van Wmo voorzieningen voor de komende 5 jaar te voorspellen per gemeente en per wijk/kern. Voor Zwartewaterland zien we een verwachte groei van 19% in 2025 (1.394) in vergelijking met het aantal Wmo gebruikers in 2020 (1.175) het jaar van de invoering van het abonnementstarief voor de Wmo voorzieningen.
Financieel perspectief
In onderstaande tabellen zijn de gevolgen voor de begroting van de voorstellen uit deze Kadernota weergegeven en per onderdeel voorzien van een toelichting.
Kadernota 2023 - 2026
9
KADERNOTA
2023
Uitgangspunt MJB 2022-2025
614
2024 320
2025 377
2026
Toelichting mutatie
377
Structurele mutaties uit Zomernota 2022
Autonome ontwikkelingen: 1a
Decembercirculaire 2021
1b
Accres gemeentefonds obv maartbrief 2022
2
3
CAO salarisverhoging 2,4% per jaar (ingaande 1 april 2022)
Ontwikkeling OZB obv werkelijke opbrengst 2022
286
287
1.688
2.650
2.977
2.493 Zie algemene toelichting
-1.140
Vorig jaar is de CAO gemeenten 2021-2023 vastgesteld met een loonsverhoging van 1,5% per -1.460 1-11-2021 en 2,4% per 1-4-2022. Structureel rekenen we op een jaarlijkse loonstijging vanaf 2023 van 2,4%.
-520
-825
287
Verwerking van de decembercirculaire in de jaren 2022 en verder
251
50
65
80
Door areaaluitbreiding en hogere WOZ-waarden realiseren we een meeropbrengst OZB. We gaan 95 vanaf 2024 uit van 50 gerealiseerde woningen per jaar (met een gemiddelde waarde van € 3 ton).
Governance en bedrijfsvoering 5
Verlaging rentevergoeding uitgezette leningen
-48
-49
-50
-70
Vanwege de lage rente zijn de ambtenarenhypotheken sneller afgelost
6
Bijdrage Staphorst uitvoering Wet WOZ
-75
-75
-75
-75
Actualisatie bijdrage aan Staphorst voor uitgevoerde werkzaamheden
7
Budget voor uitbetaling verlofuren
-50
-50
-50
-50
Jaarlijks worden verlofuren uitbetaald. We nemen hiervoor nu een structureel budget op.
8
Meerkosten accountant
-15
-15
-15
-15
Toename van het aantal te controleren SiSaregelingen
-50
De afgelopen jaren bleek het budget niet meer toereikend te zijn mede vanwege krapte op de -50 arrbeidsmarkt. Hierdoor is ophoging van het budget noodzakelijk.
-196
Noodzaak tot uitbreiding en professionalisering van functioneel beheer door o.a. toegenomen -196 eisen informatiebeveiliging en afhankelijkheid van informatievoorziening.
9
10
Werving en selectie
Professionalisering functioneel beheer ZWL
-50
-196
-50
-196
Sociaal domein en onderwijs N.a.v. raadsbesluit van 3/3 en historie stijging kosten BB
11a Armoede en schulden
-87
-93
-68
-68
11b WMO
-387
-387
-387
Gebaseerd op historie en volume % en -387 verwachting vanuit WMO voorspelmodel. Volumestijging gaat in va 2022
521
De rijksbijdrage is gebaseerd op de Uitwerking overgangsregeling integratie-uitkering Beschermd 829 wonen versie september 2021 waarbij de financiering verandert in 2024.
12
Rijksbijdrage beschermd wonen WMO
142
13
0,5 fte uitvoering beschermd wonen
-50
-50
Er is meer inzet binnen beleid nodig omdat beschermd wonen wordt overgedragen en -50 getransformeerd naar beschermd thuis. Zie raadsvoorstel: lokale beleidsagenda gemeenten Staphorst en Zwartewaterland 2021-2025
14
Lasten lokaal beschermd wonen
-220
-480
De verwachte uitgaven zijn gebaseerd op de -780 huidige aantallen, verwachte instroom: 24 pers. in 2026 (BC) en een looptijd van gemiddeld 3 jr.
-230
De vaste vrijval BW lokale gemeenten vervalt na 2022, conform het BO besluit van 24 juni 2021. Het huidig convenant me de financiele afspraken loopt tot eind 2022 en moet dus worden verlengd. Daarin kan opnieuw de afspraak worden -230 vastgelegd dat bij tekorten of overschotten het bedrag naar rato wordt verdeeld. Dit is ook afhankelijk van de meicirculaire, waarin we hopen meer duidelijkheid te krijgen over de financiën 2023.
15
Vervallen regionale bijdrage beschermd wonen
-230
-230
16
17
Minder kosten Peuterspeelzalen
Lagere kosten leerlingenvervoer
42
30
42
30
42
De afgelopen jaren zien we een structurele daling van de uitgaven op dit budget, waardoor het redelijk is om dit budget naar beneden bij te stellen. De belangrijkste verklaring voor deze bijstelling is de gemeentetoeslag. Dit is een 42 toeslag voor ouders die gebruik maken van de peuterspeelgroepen en niet in aanmerking komen voor een landelijke kinderopvangtoeslag. Het is dus afhankelijk van het aantal ouders dat gebruik maakt van de regeling en van hun inkomen. Dat zijn vooral de eenverdieners gezinnen.
30
Op basis van de ontwikkelingen vanuit het afgelopen schooljaar verwachtten we dat in het schooljaar 2022 en verder jaren een aanzienlijk lager aantal leerlingen gebruik gaat maken van het taxivervoer.Het grootste deel van de kosten van het leerlingenvervoer wordt bepaald door een 30 vast bedrag per leerling voor gebruik van het taxivervoer. In januari 2022 maakten 139 leerlingen gebruik van het taxivervoer, ten opzichte van 151 leerlingen begin 2021. Het afgelopen jaar zijn er dus al meer leerlingen uitgestroomd dan ingestroomd. Wij verwachten dat deze lijn zich doorzet in de komende jaren.
Beheer openbare ruimte en leefbaarheid -50
Ruimingskosten en herplant schade storm Eunice en extra onderhoudskosten en herplant i.v.m. Essentaksterfte
18b Inzet algemene reserve stormschade en essentaksterfte
50
Zowel storm Eunice als de extra kosten i.v.m. ziekte aan bomen (Essentaksterfte) zijn incidentele zaken die niet zijn voorzien in het reguliere groenbudget. Daarom het voorstel om deze kosten eenmalig t.l.v. de algemene reserve te dekken.
19
-15
18a Stormschade en Essentaksterfte
Japanse duizendknoop
-15
-15
Toename onderhoudskosten voor bestrijding -15 invasieve exoot die biodiversiteit bedreigt en schade aan infrastructuur aanricht
Externe dienstverlening 20
Verlaging pachtopbrengsten
-85
-85
-85
-85 Verlaging pachtprijzen
21 22
Verkiezingen Omgevingsdienst (begrotingswijziging en kosten milieu)
-31 -64
-61 -64
-61 -64
-61 Kosten voor verkiezingen vallen hoger uit -64 GR-bijdrage
23a Inhaalslag huren en recht van opstal, beleidsregels
-53
-78
23b Inkomsten uit verkoop reststroken
53
78
100
24
-23
-23
-23
-23
800
1.047
1.375
474
Volkshuisvesting arbeidsmigranten
Saldo Zomernota 2022
Voor het uitvoeren van de beleidsregels voor verkoop reststroken is extra budget nodig Verwachte inkomsten door uitgifte reststroken n.a.v. collegevoorstel beleidsregels reststroken We zetten het beleid en de handhaving op huisvesting arbeidsmigranten voort
Mutaties Kadernota 2023-2026 Autonome ontwikkelingen: 25
Prijsindexatie belastingen (OZB)
80
161
243
408
We rekenen met een prijsindexatie van 3% (in de vorige Kadernota was dit 1,5%)
26
Prijsontwikkeling (lopende prijzen)
-240
-240
-240
-240
Voor de prijsndex gaan we uit van 3% (in de vorige Kadernota was dit 1,5%)
27
Prijseffect Sociaal Domein (OVA boven inflatie)
-107
-118
-129
Verschil inflatie en OVA toekenning. Was 2,9% in -140 2022 wordt 3,87%.Vanaf 2023 was dit 2,9% en wordt 3% (verschil 0,1%).
28
Prijsindexatie subsidies (obv loonstijging)
-22
-33
-44
-55
29
Prijsstijgingen investeringen openbare ruimte
-8
-8
-8
Extra prijsstijging bovenop reguliere inflatie op -8 vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte (gemiddeld 10%) exclusief GRP
30
Prijsstijgingen onderhoud openbare ruimte
-150
-150
-150
Extra prijsstijging bovenop reguliere inflatie op -150 onderhoudsbudgetten openbare ruimte (gemiddeld 10%) excl. GRP
31
Verwachte dekking prijsindexatie in Meicirculaire
185
185
185
185
Onontkoombare mutaties:
Prijsindex was 1,5% en wordt 2,4% obv loonstijgingen
We verwachten in de Meicirculaire 2022 een compensatie voor prijsstijgingen
Verhogen van de bijdrage door groei en toename van het aantal gebruikers
32
SSC ONS-bijdrage
-241
-241
-241
-241
33
Verlaging dividend Rendo
-23
-23
-23
-23 Verwachte lagere dividend uitkeringen
34
IHP actualisatie en toename investeringskosten (kap.last)
-2
-21
-51
Door vertraging en flinke inflatie op -31 bouwmaterialen zijn de investeringskosten gestegen
35
Areaaluitbreiding openbare ruimte
-48
Cultuurcoach
36
Saldo Kadernota 2023 - 2026
-20
-20
-20
De gemeente Zwartewaterland participeert al vele jaren in de regeling voor de aanstellingen van buurtsportcoaches en de cultuurcoach. De cultuurcoach richt zich specifiek op de afstemming met de basisscholen voor het cultuur-educatief aanbod. In de Cultuurnota 2021-2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met een uitbreiding van -20 het aantal lokale coaches, zodat deze functionarissen breder ingezet worden. In de jaren 2021 en 2022 werden deze kosten incidenteel gedekt vanuit het corona cultuurfonds. Voor de jaren 2023 en verder dienen deze kosten nog structureel opgevangen te worden vanuit de begroting.
252
540
897
111
Keuzes
A
Genemuiden 750 jaar
B
Opleidingen en training
-43
-43
C
Procesoptimalisatie organisatie
-100
-100
-43 -100
-100
-143
-143
-153
-143
109
397
744
-32
Saldo Kadernota 2023 – 2026 incl. keuzes
Toevoeging jaarschijf 2026 raming areaaluitbreiding
-10 -43
Toelichting op keuzes
A. Genemuiden 750 jaar
In 2025 bestaat de stad Genemuiden 750 jaar. We verwachten dat er festiviteiten ontwikkeld worden, waarbij ook een financieel beroep zal worden gedaan op onze gemeente. Vooruitlopend hierop willen we hiervoor een bedrag ramen. We zijn uitgegaan van € 1 per inwoner van Genemuiden.
B. Opleidingen en training
Onze medewerkers krijgen veel taken uit te voeren en ook in de huidige taken zijn er veel ontwikkelingen. Het is van belang dat de kennis en opleiding van de medewerkers op niveau blijven. Daarnaast wordt er ook veel gevergd van de digitale vaardigheden. Tien jaar geleden was de digitale wereld compleet anders dan heden. Daarom zal vanuit HR nu meer gestuurd worden op deze ontwikkelingen. Vanuit de benchmark is gebleken dat ons budget ook onder niveau is. Wij hebben nu een budget van 1% van de totale loonsom, terwijl uit de personeelsmonitor van het A&O fonds blijkt dat voor een gemeente van onze omvang 1,3% passend is.
C. Procesoptimalisatie organisatie
De afgelopen jaren is hard gewerkt om alle (nieuwe/wettelijke) taken uit te voeren en door te laten gaan. De druk op de organisatie is hiermee toegenomen, niet alleen op menskracht, maar ook op ondersteunende tools. Het zaakgericht werken is nog niet doorgevoerd in onze organisatie, waardoor onvoldoende beheersing is op de documenten. Mede in het kader van de Wet open overheid die dit jaar ingaat en ook de andere relevante wetten die daar betrekking op hebben, zoals: • • • • • •
Wet hergebruik overheidsinformatie Archiefwet Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Wet digitale overheid Wet elektronische publicaties Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid
Het is van belang dat alle informatie goed is ontsloten en toegankelijk is en de processen goed zijn ingericht. Daarom worden alle processen binnen de organisatie de komende jaren doorlopen, waarbij daarnaast aandacht is voor efficiëntie, effectiviteit, rechtmatigheid, juridische juistheid en dergelijke. Hiervoor is een extra budget noodzakelijk van € 100.000 voor externe ondersteuning bij deze processen.
Budget neutrale wijzigingen Hieronder volgen de budget neutrale mutaties in de Kadernota 2023. Dit betreft veelal verschuivingen van budgetten en verhogingen in verband met prijsindexaties, welke uit de stelpost prijsindex worden afgedekt. Budget neutrale wijzigingen a b c d
2023
2024
2025
2026
Kosten jaarlijkse audits: centraal budget vormen
-17
-17
-17
-17
tlv budgetten hardware/sofware Implementatie IMBOR (beheer objecten openbare ruimte)
17
17 -11
17 -11
17 -11
11
11
11
Inzet stelpost Digitale Agenda
Mutaties tlv stelpost prijsindex: e f g h i j k l m n o p q r s t
iNzicht belastingen en kostendekkendheid.nl Afboeken vergoeding AM
-16 -8
-16 -8
-16 -8
-16 -8
Prijsindexatie bijdrage SSC ONS Openbaar groen (aanbesteding Rova) tlv prijsindex
-38 -36
-38 -36
-38 -36
-38 -36
Brandstof Onderhoud tractiemiddelen buitendienst
-15 -50
-15 -50
-15 -50
-15 -50
Onderhoud kunstwerken in openbare ruimte Archief HCO Zwolle
-5 -5
-5 -5
-5 -5
-5 -5
Beheer: uitvoeringsprogramma Kunstwerken (update) GGD stijging bijdrage vanaf 2023
-103
-7 -103
-7 -103
-27 -103
Schoonmaakkosten Informatisering: hosting en licentiekosten
-22 -89
-22 -89
-22 -89
-22 -89
Inzet stelpost prijsindex Vrijval kapitaallasten in programma's
387 159
394 159
394 159
414 159
naar stelpost prijsindex Vrijval kapitaallasten: nr. stelpost afschrijvingen
-38 -121
-159
-159
-159
0
0
0
0
Kadernota 2023 - 2026
16
Uitgangspunten Kadernota 2023 en meerjarenbegroting 2023 Inleiding Bij het opstellen van de Kadernota 2023-2026 worden financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting geformuleerd. Mede door de vele onzekerheden (Oekraïne oorlog, inflatiecijfers, energieprijzen en onduidelijkheid Algemene Uitkering) is het lastig om deze uitgangspunten te formuleren. Toch is op basis van de bekend zijnde gegevens een poging gedaan. Graag willen we deze uitgangspunten aan u voorleggen ter bespreking en informatie. Deze opstelling bestaat uit twee delen, ten eerste de ‘reguliere’ financiële uitgangspunten, zoals we gewend zijn deze te formuleren in de Kadernota en ten tweede een voorzichtige inschatting van de verwachte stijging van de Algemene Uitkering
'Reguliere' financiële uitgangspunten Voor het opstellen van de Kadernota 2023-2026 en de meerjarenbegroting 2023-2026 hanteren we de volgende technische uitgangspunten: •
•
•
•
•
De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de CAO. Voor het jaar 2023 houden we rekening met 2,4%. Voor de jaren 2024-2026 rekenen we eveneens met dit percentage. Dit percentage sluit niet aan op de verwachting van de algemene inflatie, maar de CAO loopt tot 2023, waardoor onzeker is met welk percentage we wel rekening moeten houden. Elk jaar wordt bij de kadernota bekeken of bijstelling nodig is. Dit is inclusief de ontwikkeling van de werkgeverspremies. Een afwijkende ontwikkeling als gevolg van bijvoorbeeld hogere pensioenpremies komt dus pas terug in de volgende kadernota. Het Centraal Planbureau verwacht een inflatie van tussen de 2-3% voor 2023. Voor de subsidies houden we rekening met een ontwikkeling gelijk aan de ambtelijke salarissen. Deze indexatie vindt plaats bij de verleningsbeschikking voor het subsidie jaar t+1. Het bedrag zal worden gereserveerd op de stelpost prijsindex. Op deze wijze kan per subsidie worden afgewogen of een verhoging nodig is. Voor de tarieven binnen de WMO en Jeugd hanteren we een afwijkende indexering. Voor beide sectoren geldt dat er een koppeling is met een landelijk berekende prijscompensatie, de zogenaamde OVA. Deze compensatie zorgt voor een tijdelijke prijsstijging van 3,87% per jaar. Op de langere termijn moet dit afvlakken. Voor de jaren 2024-2026 geldt de gemiddelde stijging van 3%.
Jaarlijks kan dit bij de kadernota worden bijgesteld De kosten van derden zijn goederen en diensten die aan de gemeente worden geleverd. Deze zijn ook aan prijsstijgingen onderhevig. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kosten van energie, kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties. In afwijking van de CBS-indexering gaan we uit van een jaarlijkse groei van 3,0%. Dit is namelijk het negatieve verwachte scenario van het Centraal Planbureau voor 2023. Hiermee anticiperen we op de verwachte stijging. In afwijking hiervan passen we voor de onderhoud- en reconstructieprojecten van wegen, riolering en gebouwen een prijsstijging van 10% toe. De reden hiervoor is dat het afgelopen jaar is gebleken dat de grondstofprijzen behoorlijk zijn gestegen, zo zijn de prijzen voor hout verdubbeld. De CBS index van deze onderdelen laat een prijsstijging zien van tussen de 5 en 20%. In de budgetten en kredieten is de groei niet functioneel verwerkt. Voor excessieve stijgingen kan, met onderbouwing, aanspraak worden gemaakt op de collectieve stelpost. Voor verbonden partijen gaan we uit van dezelfde financiële uitgangspunten als voor de eigen begroting. Dit geven we dus mee bij het beoordelen van de begroting van de verbonden partijen.
De budgetten worden gebaseerd op de aangeboden (meerjaren)begroting van deze gemeenschappelijke regelingen. Deze budgetten worden dus ook geïndexeerd. Het betreft de Veiligheidsregio, de GGD, de Omgevingsdienst, de RSJ en het shared service centrum (SSC) ONS.
Kadernota 2023 - 2026
17
• • •
•
•
We gaan nagenoeg voor alle onderdelen uit van kostendekkende tarieven voor heffingen en leges. Voor de grondexploitaties geldt dat voorgeschreven is dat het eigen vermogen niet mag meetellen. Hierdoor geldt voor de grondexploitaties vanaf 2023 een rente van 0,62%. De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordening. De afschrijvingen starten in het jaar na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. Investeringen kleiner dan € 1.000 kapitaalslasten nemen we rechtstreeks in de exploitatie op, uitgezonderd de jaarlijkse vervanging van kleinere auto's die samen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. De belastingen stijgen jaarlijks nominaal met de consumentenprijsindex (CPl) zoals gepubliceerd door het CBS in januari van het jaar voorafgaand aan de begroting, tenzij een tarief door de Rijksoverheid wordt voorgeschreven. Voor 2022 bedraagt de indexering 2,7% (CPl januari 2022). In de meerjarenraming gaan we voor de jaren na 2023 uit van 3%. Uitzondering hierop is de rioolheffing, dit omdat zoals eerder al is aangegeven dat de prijsstijgingen voor onderhoud- en reconstructie zoveel hoger zijn dan de reguliere prijsstijging. Bij het berekenen van de rioolheffing zal worden bepaald op welke wijze dit zal worden verrekend.
De omslagrente voor 2023 en volgende jaren bedraagt 0,9%.
Risico’s Bovenstaand zijn de uitgangspunten waar op dit moment rekening mee wordt gehouden. Door de afgelopen corona crisis, de oorlog in de Oekraïne en de onzekerheden in het regeerakkoord is het lastig te voorspellen wat er in de toekomst gaat gebeuren en of de genoemde percentages toereikend zijn. Een aantal (niet limitatieve) risico’s die wij op dit moment zien, lichten we hierna toe. Het Centraal Planbureau heeft in maart van 2022 een Centraal Economisch Plan voor 2022 opgesteld. Daarin hebben ze getracht de gevolgen van de oorlog in de Oekraïne te verwerken en inzichtelijk te maken. Uit dat plan blijkt dat voor 2022 een inflatie van 5,2% en voor 2023 van 2,4% wordt verwacht. Het blijven voorspellingen. Door de oorlog in Oekraïne gaan we in Nederland en dus ook in onze gemeente te maken krijgen met de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Het Rijk heeft aangegeven de kosten voor de opvang en onderhoud te vergoeden. Onzeker is op dit moment nog hoe en in welke mate. Er is sprake van een vast bedrag per opvangplek per dag. Er bestaat een kans dat niet alle kosten vergoed worden, waardoor deze kosten ten laste van de gemeentebegroting komen. Daarnaast zal, wanneer deze vluchtelingen langer in ons lang blijven, gezocht moeten worden naar een permanente woonlocatie, gaan de kinderen naar school en gaan ze gebruik maken van onze sociale voorzieningen.
Op welke wijze de financiering hiervan geregeld gaat worden en of dit haalbaar is met de bestaande ambtelijke capaciteit is nu nog onduidelijk. Ook voor de verbonden partijen als de GGD en de Veiligheidsregio heeft de oorlog in Oekraïne impact. Als laatste hebben we te maken met de huidige prijsstijgingen van energie en grondstoffen. In de uitgangspunten is getracht hierop te anticiperen, maar de ontwikkelingen gaan snel. De vraag is of het genoeg is en of we alle werkzaamheden die we gepland hebben uit kunnen voeren. Deze prijsstijgingen hebben invloed op de tarieven voor rioolheffing en afvalstoffenheffing, aangezien deze zijn gebaseerd op kostendekkende tarieven. Dit kan betekenen dat deze tarieven met meer stijgen dan de consumentenprijsindex.
Autonome en niet-autonome ontwikkelingen De volgende ontwikkelingen zien we als autonome ontwikkelingen en zijn direct verwerkt in het financieel kader: • Dalende of stijgende cliëntenaantallen (bijvoorbeeld: participatie wet, WMO-voorzieningen) leiden tot navenante aanpassing van de ambtelijke formatie. • Uitbreiding of krimp van het areaal (in beheer zijnde wegen, straten, groen, meubilair en kunstwerken) zodat het bestaande beheer niet in kwaliteitsniveau hoeft te worden aangepast.
Kadernota 2023 - 2026
18
• • •
Leerlingenprognoses met een effect op de benodigde hoeveelheid. Dit geldt onder andere voor het leerlingenvervoer en onderwijshuisvesting. Ontwikkelingen (af- en/of toename) uitkering uit het gemeentefonds (areaal/accres). Vervanging van voertuigen en installaties via vervangingsinvesteringen.
De hiervoor genoemde risico’s zijn nog niet verwerkt, aangezien het lastig is om hiervoor een goede inschatting te maken. Niet-autonome ontwikkelingen zijn: • Wijzigingen in de kostentoerekening voor wat betreft het effect op de tariefsverhogingen. Tariefswijzigingen zijn (afgezien van aanpassing aan de inflatie) altijd een keuze. • Voorstellen waarin het beleid wordt gewijzigd of wanneer nieuwe initiatieven ten opzichte van de meerjarenbegroting 2023-2026 worden gedaan. • Dalende rijksinkomsten voor specifieke taken. Het uitgangspunt bij rijksinkomsten is dat het gemeentelijk aandeel in de kosten niet stijgt. Bij een dreigende stijging wordt een bezuiniging als keuze aan de raad voorgelegd. Een voorstel voor de niet-autonome ontwikkelingen doen we bij de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026.
Samenvatting 'reguliere' uitgangspunten • • • • • • • • •
Loonontwikkeling: 2023-2026 (conform CAO): 2,4% Subsidies gesubsidieerde instellingen: 2023-2026: 2,4% Tarieven WMO en Jeugd: 2023: 3,87% en 2024-2026: 3% Kosten van derden: algemeen: 3% voor infrastructurele werken en onderhoud gebouwen: 10% Verbonden partijen: 3% Omslagrente: 0,9% Rente grondexploitaties: 0,62% Gemeentelijke belastingen: 2023 (CBS-CPI januari 2022): 2,7% voor 2024-2026: 3% Gemeentelijke heffingen en leges 2023 (maar niet meer dan kostendekkend) 2,7% en voor 2024-2026 3%
Kadernota 2023 - 2026
19
Uitgangspunten voor de berekening van de Algemene Uitkering voor de jaren 2022-2026 o.b.v. Regeerakkoord
Op dit moment is nog steeds onduidelijk hoe wordt omgegaan met de cijfers uit het regeerakkoord. De verwachting is dat deze worden verwerkt in de Meicirculaire. Toch moeten we wel iets opnemen in de Zomer- en Kadernota over de ontwikkeling van de Algemene Uitkering. Op basis van een uitwerking van concerncontrollers van 100.000+ gemeenten en de eigen inschatting hanteren we de volgende uitgangspunten. Hierbij noemen we de bedragen op macro niveau, welke via de verschillende maatstaven over de gemeenten worden verdeeld. Op 6 april 2022 is de maartbrief 2022 van BZK verschenen. Daardoor zijn enkele bedragen duidelijker geworden. Daar waar dat niet het geval is, rekenen we voorzichtigheidshalve voor ons aandeel met een percentage van 0,5‰ van het macro bedrag.
1. Accressen 2023-2025 De uitwerking van het Regeerakkoord (ook wel de Startnota genoemd) presenteert relatief hoge accressen voor de periode 2022-2025. Dat wil dus zeggen dat de regering verwacht veel uitgaven te doen, die gekoppeld zijn aan de omvang van het Gemeentefonds. De afgelopen jaren hebben we gezien dat zeker in het eerste jaar het niet haalbaar is om al deze uitgaven te doen. Daarnaast is op dit moment sprake van krapte op de arbeidsmarkt en ook krapte voor een aantal grondstoffen. De verwachting is dus dat deze uitgaven niet geheel worden gerealiseerd. In de maartbrief 2022 zijn de bedragen voor de accressen benoemd. We nemen daarom de volgende accressen mee voor 20232025:
2. Accres jaarschijf 2026 In de uitwerking van het Regeerakkoord daalt het accres voor de jaarschijf 2026 sterk. Dit komt doordat de regering heeft bedacht dat er vanaf dat jaar een nieuwe of andere belasting kan worden geheven door gemeenten. Oftewel een andere bekostigingssystematiek voor gemeenten en een verruiming van het belastinggebied. Dat zou dus betekenen dat we ergens anders inkomsten vandaan halen en dat de inkomsten dus minimaal gelijk zouden blijven en dus niet dalen, zoals het nu lijkt. Op basis hiervan trekken we het accres van 2025 door naar 2026. Dit behelst wel een risico, want het is een aanname. Daarnaast is nog niet duidelijk hoe de provincie hiermee omgaat in het kader van het toezicht. De provincie doet hier (en ook over de andere eventuele afwijkingen) pas een uitspraak over als de Meicirculaire bekend is.
3. Opschalingskorting
In een vorig kabinet is de opschalingskorting ingevoerd. De bedoeling was dat de gemeenten zouden fuseren en daardoor goedkoper kunnen werken en dus minder geld nodig hebben. Om dit te stimuleren is een oplopende opschalingskorting ingevoerd. Achteraf blijkt dat gefuseerde gemeenten niet goedkoper kunnen werken en ook de druk vanuit het rijk om te fuseren is komen te vervallen. Toch is de opschalingskorting in stand gebleven en deze loopt op tot € 975 miljoen in 2026. De afgelopen jaren, tijdens corona, is de opschalingskorting bevroren op € 300 miljoen en ook voor de regeerperiode tot en met 2025 is deze korting bevroren op de genoemde € 300 miljoen. Deze bevriezing geldt dus tot en met 2025, vanaf 2026 is de korting van € 975 wel verwerkt. Hierdoor is er een lagere Algemene Uitkering beschikbaar. De verwachting is dat deze opschalingskorting toch wordt geschrapt. We houden daarom rekening met het in stand houden van de korting van € 300 miljoen. Het bovenliggende dat wel is meegenomen in de Decembercirculaire 2021 corrigeren we dus voor ons aandeel. De cijfers zijn gebaseerd op de maartbrief 2022.
Kadernota 2023 - 2026
20
4. Herijking gemeentefonds In de brief aan de kamer van 6 april 2022 en ook in de maartbrief 2022 geeft de minister aan dat vanaf 1 januari 2023 de herijking van het gemeentefonds wordt doorgevoerd. Dit ondanks de bezwaren van de ROB (Raad Openbaar Bestuur) en de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten). Op basis van de doorrekening 2019 zou er een klein voordeel zijn. We verwachten dan ook dat de doorvoering hiervan budgettair neutraal is voor de gemeente Zwartewaterland.
5. Compensatie jeugdhulp Het Rijk heeft de arbitragezaak omarmd, maar wel met een korting van € 100 miljoen in 2024 en structureel € 500 miljoen vanaf 2025. Na protest van de gemeenten, de VNG en ook de Eerste Kamer heeft het kabinet de korting teruggedraaid. Op het moment van het opstellen van de begroting 2022 zijn wij, in overleg met de Provincie, uitgegaan van 75% van de bedragen die uit de arbitrage komen. Op dat moment had het Rijk zich namelijk nog niet achter de arbitrage geschaard. Dat is inmiddels wel het geval. Vooruitlopend hierop en de verwachte verwerking in de Meicirculaire hebben wij de resterende 25% wel opgenomen.
6. Woningbouw In de nieuwe kabinetsplannen is een woningbouwimpuls en een volkshuisvestingsfonds opgenomen. Deze middelen van € 250 miljoen structureel per jaar worden onttrokken aan het gemeentefonds. Wij kunnen hier via een SPUK (Specifieke Uitkering) aanspraak op doen, mits we voldoen aan de gestelde eisen. Op dit moment gaan we ervan uit dat wij hier geen gebruik van kunnen maken. Dat laat onverlet dat wanneer de regels voor de SPUK duidelijk zijn en wij daar wel een beroep op kunnen doen, we dat zeker niet na zullen laten. De onttrekking aan het gemeentefonds is al verwerkt in het accres.
Totaaloverzicht verwerking Algemene Uitkering Op basis van de voorgaande uitgangspunten ramen we de volgende extra bedragen voor de algemene uitkering. Deze bedragen zijn dan ook meegenomen in de financiële mutaties.
Zodra de Meicirculaire bekend is, rekenen we deze door en beoordelen we welke aanpassingen nodig zijn. Dan zal ook duidelijk zijn of de door ons opgenomen loon- en prijsstijgingen worden gecompenseerd conform hetgeen wij hebben berekend.
Kadernota 2023 - 2026
21