a. Bijlage - Gemeentelijk Rioleringsplan Zwartewaterland 2022 - 2026
Tekst van het document
Het is aan de gemeente om kosten en baten van maatregelen af te wegen en gemotiveerde keuzes te maken. Deze woorden weerspiegelen de kern van de gemeentelijke autonomie in dit dossier. G. Voor zover het niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. Met name het peilbeheer door het waterschap heeft invloed op de grondwaterstanden. In het buitengebied is het waterschap het meest bepalend voor de grondwaterstanden, eventueel aangevuld met particuliere sloten en drainage. In stedelijk gebied speelt het oppervlaktewater dat in beheer is bij het waterschap ook een belangrijke rol voor de grondwaterstanden. In de praktijk is vaak sprake van een historisch gegroeide situatie. Maatregelen van waterschap en gemeente kunnen elkaar versterken of tegenwerken. De wetgever stelt in de toelichting dat het de bedoeling is dat gemeente en waterschap samen op trekken, onderling goede afspraken maken en eventueel kosten delen. H. Verwerking van het ingezamelde grondwater. Het is aan de gemeente te beoordelen of een apart stelsel voor afvoer van het grondwater wordt aangelegd of dat de hoeveelheden zodanig gering zijn dat afvoer via de riolering doelmatig is. I. De wet ziet niet toe op oude gevallen maar is gericht op nieuwe situaties.
19
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
De kern van het grondwaterbeleid wordt in gemeente Zwartewaterland als volgt geformuleerd: De gemeente pakt haar grondwaterzorgplicht in stedelijk gebied op, voor zover dat redelijkerwijs van de gemeente mag worden verwacht en voor zover maatregelen doelmatig zijn. Verder gaat de gemeente in gesprek met bewoners en bedrijven over hun eigen verantwoordelijkheid en helpt hen met advies. De concrete uitwerking van dit beleid staat in het volgende kader. Concrete uitwerking van het grondwaterbeleid. 1. Kelders en souterrains horen waterdicht te zijn, zodat ze geen last hebben van hogere grondwaterstanden. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 2. Kruipruimten horen ondiep te zijn. Een redelijke maat is 100 cm vanaf vloerpeil, dus vanaf de bovenzijde van de vloer van de begane grond. Diepe kruipruimten waarin grondwater voorkomt, kunnen beter worden opgevuld. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 3. Woningen horen voorzieningen te hebben waardoor vocht vanuit de fundering niet optrekt in de muren. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 4. Vochtoverlast in de woning wordt soms veroorzaakt door onbewust bewonersgedrag, zoals te weinig ventileren, geen afzuigkap gebruiken of de was drogen in huis. Dit is een verantwoordelijkheid van de bewoner. 5.
Bij bovengenoemde punten kan de gemeente voorlichtingsmateriaal verstrekken of op maat adviseren of doorverwijzen naar een deskundig bureau. Gemeente Zwartewaterland kiest voor maatwerk als zich klachten voordoen. 6. Om de wegconstructie te beschermen kan de gemeente drainage toepassen. 7. Bij het opstellen van plannen voor rioolvervanging is de gemeente alert op mogelijke verhoging van de grondwaterstand door het wegvallen van de drainerende werking van de oude lekke riolen en huisaansluitingen en legt zo nodig drainage aan.
8. Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming is aan de orde als: ° De overlast vrijwel jaarlijks voorkomt, ° De overlast niet tijdelijk is, dus nog zeker 4 jaar zal aanhouden, ° De overlast niet van afnemende aard is, ° De overlast optreedt gedurende minstens 4 aaneengesloten weken, ° De overlast doorwerking heeft in de woonruimten, ° Bouwkundige ingrepen onmogelijk of onredelijk kostbaar zijn. 9. In dergelijke gevallen ligt in de rede dat de gemeente maatregelen in de openbare ruimte treft of mede mogelijk maakt. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van drainage. Een bijzondere categorie wordt gevormd door problemen die ontstaan na vernattende maatregelen in het watersysteem of na stopzetting van een grondwateronttrekking. Dergelijke gevallen dienen in goed overleg tussen waterschap, vergunninghouder van de grondwateronttrekking en gemeente te worden opgelost. Uitkomst van dit overleg kan bijvoorbeeld een lokale extra ontwatering of grondwateronttrekking zijn. 10. Tijdens werkzaamheden wordt soms grondwater onttrokken. Het waterschap is bevoegd gezag voor de hiertoe benodigde watervergunning. Speciale aandacht verdienen bomen die kwetsbaar zijn voor grote veranderingen van grondwaterstand. 11. Tijdens de komende GRP periode zal onderzocht worden en of er meer handvaten nodig zijn voor beheer van het grondwater.
Tevens zal nader onderzoek gedaan worden naar het grondwaterbeleid ten aanzien van de gemiddeld laagste grondwaterstand.
20
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
4 – Wie doet wat? Het beheren van de rioleringsvoorzieningen en het uitvoeren van het geformuleerde beleid is mensenwerk. In dit hoofdstuk wordt dit mensenwerk vanuit enkele invalshoeken belicht. Als eerste wordt een berekening gegeven van de benodigde personeelsformatie. Daarna wordt ingegaan op samenwerking met andere disciplines in de gemeentelijke organisatie en met andere gemeenten en het waterschap. 4.1 – Beherende organisatie. Rioleringsbeheer is een veelomvattende aangelegenheid en vraagt inzet van menskracht. Bijgaand een overzicht van de belangrijkste taken. Het overzicht volgt de indeling van de Leidraad Riolering module D2000 en maakt gebruik van de kengetallen uit deze module. Dit geeft een onafhankelijke globale check op de omvang van de beherende organisatie van de gemeente. In gemeente Zwartewaterland wordt ruim de helft van de taken uitbesteed. Dit betreft met name de uitvoering van maatregelen, werkzaamheden waarvoor speciaal materieel / gereedschap nodig is en diverse onderzoeken (milieukundig, asfalt en grondonderzoek, landmeetkundig, hydraulische berekeningen etc). Op basis van analyse en interviews is gebleken dat de organisatie kwetsbaar is bij de voorbereiding en advies en de rioolploeg. Hierdoor is er vertraging ontstaan rondom de programmering van rioolaanleg, renovatie en onderhoud.
Door professionalisering omtrent de projectleiding bij de uitvoering van nieuwe aanleg en vervanging van riolering in integrale projecten is in 2021 een stevige slag gemaakt in de programmering. De voorbereiding en adviesfunctie binnen het rioolbeheer blijft echter kwetsbaar en het is wenselijk om de organisatie aan te passen aan de opgave. Zeker nu de komende jaren deze beheeropgave in combinatie met klimaatadaptatie groter zal worden en daarmee risico’s groter worden ten aanzien van de programmering. Gewenst is dat deze kwetsbaarheid zoveel mogelijk opgelost wordt. De, in dit GRP, voorgestelde concrete programmering voor de komende jaren helpt daar ook bij. Bij de rioolploeg zijn tevens personele kwetsbaarheden. Het is gewenst om op korte termijn tot een goede invulling van het takenpakket en de personele invulling te komen.
Personele aspecten van het rioleringsbeheer en de watertaken. Rioleringsbeheer, inclusief de gemeentelijke watertaken, brengt een omvangrijk takenpakket met zich mee, dat de nodige personele inzet vereist. Met behulp van de Module D2000 uit de Leidraad Riolering is een inschatting te maken van de benodigde personele inzet. Het is gebaseerd op inwoneraantal, areaalgrootte en geplande investeringen. Het gaat uit van landelijke gemiddelden en houdt geen rekening met lokale bijzonderheden. Het is een hulpmiddel om de lokale personeelsformatie te bespreken.
De taken zijn te verdelen in 3 hoofdgroepen: 1. Algemene taken bij het beheer van de riolering: a. GRP opstellen, jaarprogramma’s, overleg beheerders, afstemming andere vakgebieden, terugkoppeling, regelen middelen. b. Uitvoeren van inspecties, controles, metingen en berekeningen. c. Ingaan op klachten, verwerken van revisie en vergunningverlening. d. De personele inzet voor deze algemene taken is gerelateerd aan het inwoneraantal. 2. Onderhoud van de bestaande voorzieningen: a. Onderhoud van riolen, aansluitleidingen en kolken. b. Onderhoud van gemalen en de drukriolering buitengebied. c. Onderhoud van drainage en infiltratievoorzieningen. De personele inzet voor deze onderhoudstaken is gerelateerd aan de areaalgrootte. 3. Maatregelen voorbereiden: a. Aanleg van nieuwe voorzieningen. b. Reparaties aan bestaande voorzieningen. c. Renovatie of vervanging van bestaande voorzieningen. d. Verbeteringsmaatregelen. De personele inzet voor deze maatregelen is gerelateerd aan de investeringslijst. Een gemeente kan kiezen om alle taken met eigen mensen te doen of om meer uit te besteden. Bij de “algemene taken” kan de gemeente zelf het GRP schrijven en hydraulische berekeningen uitvoeren of deze taken uitbesteden aan een adviesbureau. Bij “onderhoud” kan ze zelf kolken reinigen en een eigen gemalenploeg hebben of dit uitbesteden aan gespecialiseerde bedrijven.
Bij “maatregelen voorbereiden” kan de gemeente zelf het ontwerp en bestek maken of dit uitbesteden aan een ontwerpbureau. Onderstaand worden twee uitersten gegeven. Bij “zelf doen” doet de gemeente alle taken met eigen mensen. Bij “regie” wordt zoveel mogelijk uitbesteed, maar de gemeente blijft verantwoordelijk en moet coördinerende en aansturende taken wel blijven doen. De volgende kolommen tonen de situatie in de gemeente aangevuld met eventuele opmerkingen. Hoofdgroep taken 1. Algemene taken 1. Onderhoud 1. Maatregelen Totaal fte's
“zelf doen” 3,1 fte 4,2 fte 2,3 fte 9,5 fte
"regie" 1,4 fte 0,5 fte 0,9 fte 3,4 fte
ZWL 2,15 fte 3,0 fte 0,5 fte 5,65 fte
opmerkingen
Voor meer info: spreadsheet module D2000 Leidraad Riolering.
21
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
4.2 – Interne samenwerking. Het invullen van de rioleringszorg is een eigen vakgebied, maar zeker geen volstrekt sectorale aangelegenheid. Op diverse punten bestaan raakvlakken met andere afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie. In het overzicht staan de belangrijkste verwoord. De gemeente vindt dat het belangrijk om de verschillende beheer-, verkeers- en leefbaarheidsopgaven integraal op elkaar af te stemmen. Dat geldt ook voor de afstemming met onze stakeholders. Het voordeel is dat er dan werk met werk gemaakt kan worden en efficiënter gewerkt wordt en dat de overlast voor de inwoners van Zwartewaterland dan beperkt blijft. Jaarlijks wordt het Uitvoeringsprogramma Werken & Projecten door het college vastgesteld en ter informatie naar de gemeenteraad gestuurd waarin de integrale programmering vermeld staat.
Relaties van rioleringsbeheer met aanpalende gemeentelijke vakgebieden: • Wegbeheer. ° Riolering, kolken en aansluitleidingen liggen in en onder de weg. Werkzaamheden aan de één beïnvloeden de ander. • Inrichting openbare ruimte. ° Hemelwaterafvoer wordt sterk beïnvloed door de inrichting van de openbare ruimte. Vooral bij extreme buien speelt het spel van hoog en laag een cruciale rol, het vormt het verschil tussen gereguleerde afvoer of overlast. • Schoonhouden openbare ruimte. ° Straatvegen en kolken zuigen hebben met elkaar te maken. Een schonere straat leidt tot minder vuil in de kolken. Maar kolken zuigen is goedkoper dan straatvegen, dus de relatie is beperkt. • Beheer gemeentelijke waterlopen. ° Rioleringsbeheer raakt aan waterbeheer. Denk aan peilen, kwaliteit, capaciteit en dergelijke. In Zwartewaterland zijn veel waterpartijen in beheer bij de gemeente. • Ontwikkelingsprojecten (woningbouw en herstructurering). ° Deze projecten vormen een kans om de gemeentelijke zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater in één keer goed in te vullen. Soms sluit je aan om het naastliggende bestaande systeem, soms kies je voor iets nieuws dat optimaal past in de nieuwe situatie. • Uitvoeringsprojecten.
° Tijdens het ontwerp en de uitvoering van rioleringswerken is het van belang dat de kwaliteit wordt geborgd zodat de rioleringsbeheerder goede objecten krijgt overgedragen. • Omgevingsvergunningen. ° Wateraspecten vormen onderdeel van de vergunning. • Opsporen foutieve aansluitingen en handhavend optreden. ° Foutieve aansluitingen zijn een lastig punt binnen het rioleringsbeheer. Bij het opsporen en herstellen treed je in het domein van de particulier. • Gemeentelijk vastgoedbeheer i.v.m. gemaalbehuizingen. ° Grotere rioolgemalen zijn geplaatst in speciale behuizingen. Daarnaast hebben kleinere pompen vaak schakelkasten. • Duurzaamheid en milieubeleid. ° Keuzes inzake beleid en beheer van riolering hebben effecten in termen van duurzaamheid en milieu. • Financiën en belasting. ° Rioleringsbeheer kost geld. Dit punt wordt verderop in dit GRP uitgewerkt.
22
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
4.3 – Samenwerking met de waterbeheerders. De gemeentelijke zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwateroverlast heeft meerdere raakvlakken met de taken van de waterbeheerders. Voor gemeente Zwartewaterland gaat het om waterschap Drents Overijsselse Delta en om Rijkswaterstaat. Samenwerking met het waterschap is van groot belang en zelfs verwoord in de Waterwet. In bijgaand overzicht staan de meest relevante aspecten van samenwerken met het waterschap verwoord. Artikel 3.8 Waterwet: • Waterschappen en gemeenten dragen zorg voor de met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer benodigde afstemming van taken en bevoegdheden waaronder het zelfstandige beheer van inname, inzameling en zuivering van afvalwater. Daarnaast zijn in het landelijke Bestuursakkoord Water van 2011 afspraken gemaakt over de samenwerking tussen de betrokken partijen om te komen tot doelmatiger waterbeheer (waaronder de waterketen). Het gaat er hierbij wel om dat we als overheden op zoek gaan naar de juiste maatregelen waarmee de burger het meest gebaat is. Dit vraagt om samenwerking, overleg en over onze eigen grenzen heen kijken, om te komen tot maatschappelijk de beste afspraken.
Om de samenwerking verder te verbeteren zal er een brede werksessie georganiseerd worden tussen de gemeente en het waterschap over het afvoer van hemelwater naar het landelijk gebied bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Aspecten van de samenwerking tussen de gemeente en de waterbeheerder(s): • Watertoets. Dit is het proces van overleg met de waterbeheerder waardoor inzichten over het water al vroegtijdig worden meegenomen in het ruimtelijke ontwerp. ° Locatiekeuze – ruimtelijke ordening. ° Het gaat om de vraag of de plek geschikt is voor de gewenste ontwikkeling of dat het beter elders kan. Andersom kan ook, namelijk dat de waterbeheerder ruimte voor water zoekt en de gemeente nodig heeft. ° Peilbeheer – ruimtelijke ordening. ° Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer. Het bedient daarmee de ruimtelijke functies zo goed mogelijk. Het beleid van beide overheden moet daarom op elkaar afgestemd zijn. ° Systeemkeuze – ruimtelijke inrichting. ° Het gaat bijvoorbeeld om de keuze voor een wadi omdat dit retentie geeft gecombineerd met zuivering van straatvuil en ontlasting van de RWZI.
• Waterketen. De waterketen is het geheel van drinkwater via riolering tot de zuivering RWZI, dus grofweg alles in een buis ten behoeve van onze kraan in huis en bedrijf. ° RWZI. ° Het waterschap is beheerder van de RWZI. Het aansluitende rioolstelsel is in beheer bij één of meerdere gemeenten. Afstemming is van groot belang. ° Persleidingen en gemalen. ° Gemeente en waterschap hebben persleidingen en gemalen in beheer die van invloed kunnen zijn op de werking van elkaars afvoersysteem. ° Riooloverstorten. ° De riooloverstort is een noodzakelijk kwaad. De waterkwaliteitsbeheerder oppervlakte water dringt aan om maatregelen om de effecten te minimaliseren, maar de gemeente moet kostbare maatregelen afwegen tegen andere zaken. ° Rioolvreemd water. ° De RWZI is bedoeld voor afvalwater, niet voor grondwater en oppervlaktewater dat onbewust door intreding in de riolering wordt afgevoerd. ° Afkoppelen. ° Afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering leidt in eerste instantie tot minder wateroverlast. Daarnaast tot minder aanvoer naar de RWZI en dus tot enige besparing. Tevens zullen de riooloverstorten minder vaak werken waardoor er minder vuillast is op het oppervlakte water. Het waterschap heeft dus belang bij afkoppelen, maar de kosten liggen bij de gemeente. Die zal moeten afwegen wanneer en op welke wijze afkoppelen doelmatig is. ° Lozing op de riolering.
° De gemeente is bevoegd gezag voor lozing op de riolering, terwijl dit mede effect heeft op de werking van de RWZI. Afstemming van beleid en handhaving is daarom nodig. • Waterlopen. De waterschappen en Rijkswaterstaat voeren beheer over enkele grote waterlopen. Water in stedelijk gebied en sloten in het buitengebied vallen onder gemeentelijk of particulier beheer. Onderwerpen van afstemming zijn ondermeer peilbeheer, oeverbeheer, baggeren, afvoer van maaisel en eventuele toekomstige herinrichting. • Waterkeringen. Voor de veiligheid zijn waterkeringen van groot belang. Soms is er sprake van medegebruik, denk aan dijkwoningen, wegen, fietspaden, kabels en leidingen en begrazing. • Waterloket en watervergunning. De gedachte van het waterloket is dat burgers en bedrijven niet heen en weer worden gestuurd tussen verschillende instanties, maar goed antwoord krijgen op al hun vragen over water en bij dit loket terecht kunnen voor een vergunning. • Onkruid en plaagdieren bestrijding. Residuen van bestrijdingsmiddelen vormen een risico voor de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en drinkwater. Terughoudend gebruik is gewenst.
23
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
4.4 – RIVUS. De status van en de opdracht voor RIVUS zijn bekrachtigd door een bestuurlijk ambitie akkoord. RIVUS is een samenwerkingsverband in de afvalwaterketen in West-Overijssel tussen de gemeenten Dalfsen, Deventer, Kampen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Zwartewaterland, Zwolle en waterschap Drents Overijsselse Delta; en richt zich op nauwere contacten in het afvalwaterketenbeheer tussen alle overheden in West-Overijssel. Voortvloeiend uit het nationaal Bestuursakkoord Water hebben de bovengenoemde partijen in 2013 een ambitieverklaring ondertekend. De ambities / doelstellingen van RIVUS waren toen: • • • •
Samen € 6 miljoen per jaar besparen in 2020 (minder meerkosten); Vergroten van de professionaliteit in het operationele beheer van de afvalwaterketen; Realiseren van een duurzamere waterketen; De organisatie van het beheer van de afvalwaterketen minder kwetsbaar maken.
Inmiddels zijn deze doelstellingen grotendeels gehaald en in het voorliggende GRP is invulling geven aan elementen uit de RIVUS-visie zoals volksgezondheid, klimaatbestendigheid en risicogestuurd beheer. In 2018 is het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie opgesteld voor de uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie inclusief financiering hier van. RIVUS is als werkregio West Overijssel aangewezen binnen het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie (DPRA). De provincie is daarmee ook toegetreden in het samenwerkingsverband. Via de werkregio’s worden de gelden van de Impulsregeling verdeelt. De Impulsregeling is bedoeld om de versnelling en intensivering van de aanpak klimaatadaptatie door decentrale overheden te ondersteunen. Door de nieuwe taak op het gebied van klimaatadaptatie en door dat de bestaande doelen uit het oude nationaal Bestuursakkoord Water grotendeels gehaald zijn is zal er een nieuw regionaal bestuursakkoord opgesteld worden om een goede invulling te geven aan het samenwerkingsverband RIVUS voor de komen de jaren. Verwachting is dat het nieuwe bestuursakkoord begin 2022 aan de besturen van de gemeente, waterschap en provincie die participeren in de samenwerkingsverband voorgelegd wordt.
4.5 – Wat verwachten we van inwoners en bedrijven? Vanuit de werkvelden riolering, groen, biodiversiteit, klimaatadaptatie en leefbaarheid neemt de gemeente maatregelen om de leefomgeving meer toekomstbestendig te maken. Veel grond in de gemeente is in private eigendom. Ook hier zijn vanuit het publieke belang maatregelen wenselijk. Door meer minder verharding en meer groen en meer berging op privaat eigendom zal er minder of vertraagde afvoer van hemelwater
zijn naar de riolering. Dit levert minder wateroverlast op bij stevige buien maar ook een betere bereikbaarheid voor o.a. hulpdiensten. Maar ook minder vervuilt water zal dan via overstorten in het oppervlakte water komen. Hoe zorgen we dat inwoners, bedrijven, instellingen ed. verder gaan vergroenen? Sturen op het vergroenen van de private ruimte kan grofweg op twee manieren. Door inwoners te verleiden om maatregelen te nemen, of door maatregelen te verplichten. De trend in Nederland is dat gemeenten in de ‘bestaande omgeving’ geen aanvullende verplichtingen willen opleggen aan bewoners. Een gebrek aan draagvlak en handhaving zijn hierbij de meest belangrijke argumenten. Bij nieuwbouw is vaker sprake van een combinatie van verplichten en verleiden. Ontwikkelaars moeten aan bepaalde eisen voldoen. Daarnaast krijgen bewoners informatie of advies over het nut van een groen perceel. Deze werkwijze wordt bijvoorbeeld toegepast bij de ontwikkeling van Hasselt om de Weede. Bij het verleiden om maatregelen te nemen gaat het om informeren, adviseren, bewustwording en stimuleren tot het vergroenen van private eigendommen.
Dit kan door bijvoorbeeld door gemeentebrede communicatie, participatie of subsidie: • Gemeentebrede communicatie: Dit gebeurd al vanuit de communicatiestrategie ‘Duurzaamheid’ Onder dit thema wordt vallen onder andere de energieen warmtetransitie maar ook thema’s zoals leefbaarheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Vanuit de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie zijn middelen geraamd om hier tot en met 2023 verdere invulling aan te geven. • Participatie/communicatie bij planontwikkelingen: Hier vinden contacten met bewoners en bedrijven ed. plaats op ingeven vanuit de ontwikkelprojecten en benodigd voor het verkrijgen van vergunningen. Kosten voor deze participatie komen ten laste van het projectbudget. • Participatie/communicatie bij gemeentelijke projecten. Onder gemeentelijke projecten vallen bijvoorbeeld de omgevingsvisie en bijbehorende participatie, of (onderhouds)projecten in de openbare ruimte. Vanuit het GRP beredeneerd is het meest logisch om participatie te koppelen aan projecten. Voordelen van deze aanpak zijn: o Gemeente geeft in de openbare ruimte al het goede voorbeeld, en vraagt aanwonende inwoners hetzelfde te doen; o De aanpak kan zich specifiek richten op locaties die vanuit het oogpunt van groen of water kwetsbaar zijn voor overlast; o Participatie kan meeliften in de projecten, dat is efficiënt.
• Subsidie: Door het verstrekken van subsidie wordt getracht om inwoners en ondernemers te stimuleren om op private eigendom de verharding zoveel mogelijk te verwijderen en te vergroenen.
24
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
Advies Zwartewaterland heeft korte lijnen naar bewoners. Er lopen verschillende initiatieven gericht op vergroening. Aanvullende inspanningen zijn wenselijk vanuit leefbaarheid en de waterhuishouding. Voor gemeentebrede communicatie zijn tijdelijk middelen beschikbaar. Participatie bij gebiedsontwikkelingen mag steviger worden neergezet, maar dat moet ten laste komen van de projecten zelf. Vanuit het GRP zit meerwaarde in het meenemen van maatregelen bij inwoners en bedrijven bij onderhoudsprojecten. Dat is meer dan alleen communicatie, maar gaat ook over het bieden van ondersteuning in advies of uitvoering. Het moet ook pragmatisch zijn. We denken aan: • Erfcoach / afkoppelcoach (bijvoorbeeld hoveniers, adviseurs) • Ambassadeurs die we bewust in de schijnwerpers zetten om het goede voorbeeld en een ‘olievlekwerking’ uit te dragen • Het ophalen van stoeptegels in ruil voor planten.
5 – Wat hebben we nu? In dit hoofdstuk staan de voorzieningen centraal die we in beheer hebben om invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken. Eerst wordt een kort overzicht gegeven van het areaal. Daarna wordt de strategie beschreven om het systeem in goede staat te houden. Tot slot volgt aandacht voor monitoring om het systeem goed te laten functioneren. 5.1 – Areaal. Voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater in de bebouwde kom maken we gebruik van vrijverval riolering. In het buitengebied zamelen we afvalwater in met pompunits, die het afvalwater via drukriolering verder transporteren. Op sommige locaties zijn systemen aangelegd voor individuele behandeling van afvalwater (IBA).
Steeds meer gemeente starten met subsidieverlening op het vergroenen van private eigendommen. Dit gaat dan vaak op basis van een bedrag per m2 verharding dat ‘afgekoppeld’ wordt van het rioolstelsel tot een maximaal bedrag per aanvraag. Voor de gemeente Zwartewaterland worden de kosten op € 100.000 per jaar ingeschat. Voorgesteld wordt om deze vorm van stimulering vooralsnog niet toe te passen dan wel toe te passen als voor een ambitieuzer beheerprogramma gekozen wordt dan het in hoofdstuk 6 voorgestelde pragmatisch programma. Maar vooral in eerste instantie in te steken op het informeren, adviseren en bewustwording.
Riolering
De kosten voor deze participatie worden ingeschat op € 15.000 per jaar en zijn betrokken bij de totale financiering (zie hoofdstuk 7).
Aansluitingen
9.120
stuks
Kilometer vrijverval gemengde riolering in de kernen
91
km
Kilometer vrijverval gescheiden riolering in de kernen
46,5
km
Kilometer huisaansluitingen in de kernen
71
km
Drukriool in het buitengebied
148
km
Rioolgemalen
68
stuks
Pompunits voor drukriolering
398
stuks
Kolken en bijbehorende aansluitingen
7.150
stuks
Bijzondere voorzieningen zoals bergbezinkbassins, overstorten en stuwputten
384
stuks
Kilometer persleiding
21
km
Kilometer drainage
6
km
Kilometer infiltratie / drainageriool
1
km
25
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
5.2 – Degradatie-analyse. In de jaren ’80 van de vorige eeuw ontstond het besef dat verouderde riolen kunnen leiden tot gaten in het wegdek en tot disfunctioneren van de riolering. Er kwam meer aandacht voor beheer en onderhoud van de riolering. De rioolheffing (toen nog rioolrecht) moest omhoog om de benodigde middelen te vergaren om verouderde riolen te kunnen vervangen door nieuwe. Gemeenten hanteren in toenemende mate een bewuste strategie voor rioolvervanging, waarbij de afweging om een riool te vernieuwen plaatsvindt op basis van de afweging tussen de kans op falen, de gevolgen hiervan en de kosten die met dit falen zijn gemoeid. Onderstaande figuur illustreert mogelijke strategieën voor het vervangen van riolering.
De meest eenvoudige strategie is niets doen. Wachten tot het misgaat en dan in actie komen. Een groot nadeel van deze strategie is dat je niet weet wat je kunt verwachten. Het sturen op leeftijd gaat uit van de generieke aanname dat een riool een x-aantal jaar meegaat en dan vernieuwd moet worden. Inmiddels onderkent men dat dit een wel erg kort door de bocht benadering is. Er is niet één levensduur. Dit blijkt ook uit de steeds frequenter uitgevoerde degradatieanalyses. Een andere strategie is die van kwaliteitgestuurde rioolvervanging. Hierbij wordt louter gekeken naar de kwaliteit van de individuele rioolleiding. We hanteren hiervoor wel de zogenaamde ingrijpmaatstaven, vaak in combinatie met een omvangmaatstaf. Als er ook gekeken wordt naar de gevolgen van falen (in termen van ontwrichting en kosten) dan beschouwen we dit als een risicogestuurde strategie. In deze strategie is de absolute minimale kwaliteit van een rioolleiding bepaald en is deze gekoppeld aan de gevolgen van falen. De risicokosten strategie koppelt de kosten van het falen van een rioolleiding vermenigvuldigd met de faalkans van die leiding aan de vernieuwingskosten van die leiding. Als de kosten van falen keer de faalkans hoger worden dan de vernieuwingskosten, dan is het moment van daadwerkelijk vernieuwen aangebroken.
In deze benadering wordt gestuurd op de minimale kosten van de asset als moment voor vervangen.
Het besluit om een rioolbuis-, streng of putten te vervangen staat niet op zichzelf. Gezien de consequenties van de rioolvervanging qua omvang van de werkzaamheden (straat open, brede sleuf en wegdek vervangen) hangt het besluit samen met andere aspecten die spelen in de openbare ruimte, zoals de kwaliteit en ouderdom van de weg, plannen om openbare ruimte anders in te richten, toegankelijkheid en mogelijk toekomstige opgaven (o.a. aanleg warmtenet of uitbreiding elektriciteitsnet). Onderstaande figuur illustreert het proces om te komen tot een besluit over het vervangen van riolering.
In de praktijk is dus sprake van een besluit dat is gebaseerd op een meervoudige optimalisatie van aspecten die spelen in de openbare ruimte in een buurt of wijk. Vanuit het perspectief van de riolering is er dus sprake van optimalisaties op twee niveaus: 1. Niveau riolering dat is gericht op de programmering van het in stand houden van de vrij verval riolering. Het optimum komt voort uit de gehanteerde vervangingsstrategie. 2. Niveau openbare ruimte dat is gericht op een bredere programmering van opgaven. Het optimum komt voort uit de met elkaar samenhangende opgaven in een buurt of wijk.
26
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
5.3 – Analyse van het systeemfunctioneren. Rioleringsvoorzieningen moeten voldoende capaciteit hebben om naar behoren te kunnen functioneren. Bij het dimensioneren van deze voorzieningen worden daarom hydraulische ontwerpberekeningen uitgevoerd. Later worden eens per zoveel jaar controleberekeningen uitgevoerd om te bezien of de voorziening nog voldoet in de gewijzigde omstandigheden uit de praktijk. Het gaat onder meer om de volgende berekeningen: • Berekening van de afvoer van afvalwater richting RWZI; • Berekening van rioolgemalen (pompcurves, pomptypen, pendelberging, samenloop) en persleidingen (snelheid, weerstand, waterslag). • Berekening van de afvoer van zware buien in de riolering, bijvoorbeeld bui 8 of 9. • Berekening van de afvoer bij een extreme bui met afvoer over straat. • Berekening van bijzondere voorzieningen als wadi’s, retentievijvers, infiltratiesystemen, stuwputten en dergelijke. • Waterbalans van een stedelijk gebied. • Grondwaterberekeningen, onder meer gericht op benodigde drooglegging en drainage. Rioleringsvoorzieningen zoals gemalen, pompunits, overstorten en drainage worden gedimensioneerd op basis van theoretische berekeningen met diverse aannamen. Deze werkwijze is heel gebruikelijk in de civiele techniek en in de praktijk de enige bruikbare manier om grootschalige voorzieningen te ontwerpen.
Het is ook gebruikelijk dat het feitelijke functioneren enigszins afwijkt van de ontwerpuitgangspunten. Zolang dit binnen redelijke marges plaatsvindt is er niets aan de hand en voldoet het systeem aan de verwachtingen. Maar als het feitelijke functioneren fors afwijkt van de verwachting, dan kan het nodig zijn om in te grijpen. Monitoring is het waarnemen van het feitelijke gedrag en dit in relatie brengen met het beoogde gedrag.
Gemeenten en het waterschap werken in regionaal verband met een gezamenlijke analyse van meetgegevens van gemalen. Gemeente Zwartewaterland sluit hier bij aan. In het traject staan de gemalen centraal, omdat hier bij elke gemeente dynamische gegevens van beschikbaar zijn. Bovendien bevatten metingen bij een rioolgemaal veel informatie: • Het functioneren van het rioolgemaal zelf (object): levert het gemaal het gewenste debiet? Is het energieverbruik van het gemaal per verpompte m3 conform verwachting? Is de beschikbaarheid van het gemaal afdoende? • Het functioneren van de benedenstroomse persleiding (stelsel): komt de gemeten persdruk bij het verpompte debiet overeen met de leidingkarakteristiek? • Het functioneren van het bovenstroomse rioleringsgebied (systeem): vertoont het systeem afwijkend gedrag tijdens droog weer of tijdens regenweer? Varieert het afvalwateraanbod over het jaar? Is er veel rioolvreemd water (o.a. instromend grondwater, bemalingswater, foutaansluitingen, inlopend oppervlaktewater)?
Doordat we steeds meer inzicht hebben in de daadwerkelijke afvalwaterproductie, kunnen we ook zorgen voor een meer gelijkmatige aanvoer naar de zuivering tijdens droogweersituaties. Met behulp van debietmetingen en sturingen, maken we optimaal gebruik van beschikbare berging in het rioolstelsel, zonder daarbij in te leveren op bijvoorbeeld maximale verblijftijd van afvalwater in het rioolstelsel. Dergelijke optimalisatie voeren we in samenwerking met het waterschap verder uit. Hierbij is het wenselijk om uniforme en eenduidige data te gebruiken voor een goede en veilige uitwisseling van gegevens. Hiervoor zou RIVUS een goede samenwerkingsverband kunnen zijn.
27
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
6 – De opgave. In dit hoofdstuk staan de programmatische activiteiten centraal, dus de projecten die we gaan uitvoeren om het systeem op orde te houden. 6.1 – Aanleg. Nieuwe ontwikkelingen zoals aanleg van nieuwe wijken en industrieterreinen zullen moeten gaan voldoen aan het beleid dat genoemd staat in hoofdstuk 3 van het GRP. Daarnaast stelt het waterschap eisen aan deze nieuwe ontwikkelingen. De bestaande ontwikkelingen, waaronder bijvoorbeeld Hasselt om de Weede zullen moeten voldoen aan de destijds geldende beleid. 6.2 – Maatregelen. Op basis van het geformuleerde beleid willen wij tot een concrete uitvoeringsplanning komen voor het GRP. Naast het beleid is ook inzicht nodig in het kwaliteit en het functioneren van het bestaande rioolstelsel. Hiervoor hebben wij, samen met een onderzoeksbureau en een ingenieursbureau, onderzoek gedaan naar: • • • •
De kwaliteit van de riolering op basis van inspecties; Hydraulisch onderzoek (functionering van de riolering); Onderzoek naar de effecten van bodemdaling (snellere degeneratie van het stelsel); Klimaatadaptatie maatregelen (o.b.v. het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie).
Momenteel zijn we met het waterschap ook bezig met een Optimalisatie Afvalwaterstudie (OAS) de voorlopige resultaten zijn zoveel mogelijk al meegenomen in dit GRP. Op basis van al deze onderzoeken blijkt dat er maatregelen uitgevoerd moeten worden om te zorgen dat het de riolering en de waterketen goed functioneert, veilig en klimaatrobuust is om zo de gezondheidsrisico’s en wateroverlast te beperken. Ambitie Om tot een goede programmering te komen voor het bestaande riolering is het eerst goed te kijken welke ambitie gewenst is. Wij hebben hiervoor 3 scenario uitgewerkt en financieel laten doorrekenen voor de komen de 30 jaar. De scenario zijn: • Minimaal scenario; • Maximaal scenario; • Pragmatisch scenario.
Hieronder zijn de afzonderlijke scenario’s beschreven. Minimaal scenario: Bij dit scenario doen wij het volgende in de komende 30 jaar: • De bestaande riolering in stand houden; • Dat gaat dan op basis van alleen lokale vervangingen en reparaties; • Er zullen alleen minimale verbeteringen ten aanzien van het functioneren van het rioolstelsel door gevoerd worden. Wat doen wij niet? • Er worden geen goede verbetering uitgevoerd ten behoeve van het functioneren van het rioolstelsel (wateroverlast/problemen blijven bij reguliere buien); • Er worden geen urgente en ongewenste klimaatadaptieve problemen opgelost (wateroverlast, schade, beperkte bereikbaarheid hulpdiensten bij ernstige buien). Maximaal scenario Bij dit scenario doen wij het volgende in de komende 30 jaar: • De klimaatadaptieve problemen worden opgelost zoals deze beschreven staan in het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie. Dit houdt in dat er geen water in huizen zal stromen en bereikbaarheid van hulpdiensten gegarandeerd kan worden (bij een bui van 70 mm/uur) als alle maatregelen uitgevoerd zijn; • Het hemelwater (regenwater) wordt volledig scheiden van het afvalwater in wijken waar dit nog niet gebeurd is. In deze wijken ligt nu nog een zogeheten gemengd rioolstelsel waarbij dus het afvalwater en het schone hemelwater wordt afgevoerd naar de zuivering.
Hierdoor werkt de zuivering minder effectief en zal er ook minder goed gezuiverd rioolwater naar het oppervlaktewater stromen. Daarnaast zal in tijden van hevige of langdurige regenval het gemengd rioolstelsel zich met regenwater vullen. Het overtollige rioolwater wordt zodat de riolering vol is via en overstortput op het oppervlaktewater geloosd worden. In beide gevallen heeft dit nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlakte water. Daarom willen wij in dit scenario het hemelwater en afvalwater gaan scheiden. Dit is conform het beleid en verzoek van het waterschap; • Bij het scheiden van het hemelwater en afvalwater wordt de afvoer van hemelwater van particuliere verharding (o.a. daken) afgekoppeld van het gemengd rioolstelsel en aangesloten op het nieuwe hemelwaterriool. Wij noemen dat afkoppelen van de particuliere verharding;
28
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
• Bij het scheiden van het hemelwater en afvalwater wordt ook de afvoer van hemelwater van de wegverharding afgekoppeld van het gemengd rioolstelsel en aangesloten op het nieuwe hemelwaterriool. Wij noemen dat afkoppelen van de wegverharding; • Op diverse plaatsen is verbetering van het functioneren van het huidig rioolstelsel noodzakelijk. Deze verbeteringen worden doorgevoerd in dit scenario; • Bij het vervangen en aanleggen van riolering zal zoveel mogelijk werk met werk maken met andere opgaven (bijvoorbeeld wegenonderhoud en verkeer); • Bij deze integrale werken doet zich de mogelijkheid voor om een wijk toekomstbestendig in te richten.
Kosten van de scenario’s
Wat doen wij niet?
De kosten per scenario voor de komende 30 jaar staan hier onder weergegeven:
• Het is bij stevige buien en in een korte tijd hierna niet te voorkomen dat er water op straat blijft staan tussen de trottoirbanden. De afvoer en de riolering is redelijkerwijs niet zo te dimensioneren dat nergens water op straat zal voor komen. Het hemelwater bergen wij dan tijdelijk op straat en voeren wij geleidelijk af.
Scenario:
Minimaal
Pragmatisch
Gewenst
2022-2051
€ 25 miljoen
€ 52 miljoen
€ 86 miljoen
Pragmatisch scenario Bij dit scenario doen wij het volgende in de komende 30 jaar: • De urgente en ongewenste situaties omtrent klimaatadaptieve problemen worden opgelost voor 2050 (wateroverlast, uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie); • Op diverse plaatsen is verbetering van het functioneren van het huidig rioolstelsel noodzakelijk. Deze verbeteringen worden doorgevoerd in dit scenario; • Alleen daar een gescheiden rioolstelsel aanleggen waar hydraulische of klimaatadaptieve problemen zijn; • Hierbij wordt alleen de wegverharding afgekoppeld; • Bij het vervangen en aanleggen van riolering zal zoveel mogelijk werk met werk maken met andere opgaven (bijvoorbeeld wegenonderhoud en verkeer); Wat doen wij niet? • Volledig scheiden van hemelwater en afvalwater; • Dus ook geen afkoppelen van particuliere verharding (o.a. daken, opritten); • Voorkomen dat er water op straat blijft tussen de trottoirbanden tijdens en vlak na stevige buien.
Op basis bovenstaande scenario’s en het kwaliteit en functioneren van het huidige rioolstelsel en de verwachte klimaatadaptieve problemen bij toekomstige stevige buien zijn met een onderzoeksbureau (hydraulische functioneren) en een ingenieursbureau de noodzakelijke maatregelen bepaald per scenario voor de komende 30 jaar. Per maatregel is doorgerekend wat de kosten zijn (waaronder de hoeveelheid aan te leggen riolering, enz.). Deze maatregelen per scenario met allerlei detailinformatie en eenheidsprijzen zijn in een rapportage verwoord. Deze rapportage is niet toegevoegd aan het GRP. Wel delen wij hier de kosten per scenario over 30 jaar, de conclusies en het voorgestelde programmering voor de komende 10 jaar.
Volgens de huidige begroting is € 1,5 miljoen/jaar beschikbaar voor bovengenoemde maatregelen. Rekening houdende dat er werk met werk gemaakt kan worden met onder andere de vervangingsopgave voor wegen, verkeersmaatregelen is het pragmatisch scenario betaalbaar. Voorkeurscenario De voorkeur is om het scenario ‘Pragmatisch’ aan te houden om de onderstaande redenen: Het pragmatisch scenario: Zorgt voor een redelijk functionerend rioolstelsel; Is goed haalbaar (organisatie en planning); Is betaalbaar voor riolering en wegen; Zorgt dat urgente klimaatmaatregelen voorrang krijgen; Voldoet aan het vastgestelde uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie; Zorgt er effectieve maatregelen. Er wordt alleen daar een gescheiden stelsel aangelegd o.b.v. hydraulische of klimaatadaptieve problemen: • Maakt het mogelijk om bij vervangen van riolering werk met werk maken (onder andere vervangingsopgave wegen, verkeer). • • • • • •
Mocht er de wens zijn voor het scenario ‘Gewenst’ of delen daarvan, of voor versnelling in uitvoering van het programma van het scenario ‘Pragmatisch’ zullen meer middelen (geld en tijd) beschikbaar gesteld moeten worden.
29
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
Programma komende 10 jaar Er is een behoefte aan een zo concreet mogelijk programma voor de uit te voeren maatregelen van het GRP voor de komende 10 jaar. Dit geeft duidelijkheid aan onder andere onze inwoners en ondernemers. Daarnaast vergemakkelijkt de afstemming ten aanzien ander opgaven waaronder wegenonderhoud, verkeer en in de toekomst de warmtetransitie (eventuele aanleg warmtenet, verzwaren van elektriciteitsnetwerk). Daarom is op basis van het pragmatisch scenario een concreet programma opgesteld. Om te komen tot een concrete programmering zijn wij gaan prioriteren op basis van de volgende punten: • • • •
Kwaliteit van de riolering (staat van de rioolbuis); Wateroverlast (hydraulische opgaves/functioneren van riolering); Urgente en ongewenste situaties uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie; Koppelkansen en werk met werk maken (o.a. opgave wegen).
Op basis van de prioritering zijn we gekomen tot de volgende programmering voor de komende 10 jaar (zie ook bijlage 2).
Jaartal van uitvoering Kern
Maatregel
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Zwartsluis
Verbeteren riolering De Nieuwe Sluis door afkoppelen verharding 4,5 ha, 1.800 m ø 400 mm. Aanbrengen afsluiters op het Meppelerdiep
€ 132.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
Zwartsluis
vernieuwingen reparatie riolering Gr. Lodewijklaan
€ 10.000
€ 111.000
Zwartsluis
aanleg waterplein Berkenlaan tbv tegengaan wateroverlast straten en grasveld icm speelveld / ontmoetingsplek
Zwartsluis
Afkoppelen verhard oppervlak Purperreigerlaan en helft dakoppervlak via nieuw regenwaterriool.
€ 25.000
€ 588.000
€ 588.000
Zwartsluis
Afkoppelen verhard oppervlak Vogelbuurt via opwaarderen regenwaterriool Purperreigerlaan en Buizerdstraat.
€ 11.000
€ 109.000
€ 109.000
€ 109.000
€ 109.000
Zwartsluis
Minimale scenario: vervanging, reparaties, onderhoud gemalen en persleidingen
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
Hasselt
Riolering Gildeweg (missend DWA stuk aanleggen)
€ 20.000
€ 253.000
Hasselt
Minimale scenario: vervanging, reparaties, onderhoud gemalen en persleidingen
€ 10.000
€ 353.000
€ 353.000
€ 508.000
€ 508.000
€ 146.000
€ 120.000
Genemuiden
Waterretentie Genemuiden. Noordelijk van Randweg en zuidelijk bebouwing komt retentiegebied. Maatregel zowel voor kwantiteit als kwaliteit.
€ 1.000.000
Genemuiden
Afkoppelen verharding gedempte Heve, centrumgebied (0,1 ha). 200 m ø 400 + 200 m ø 250.
€ 28.000
Genemuiden
Regenwaterriool Prins Bernhardstraat - Aansluiten op het nieuwe riool Jan van Arkelstraat (via de Kerklaan) 100 m ø 400
€ 149.000
Genemuiden
Uitbreiden regenwaterstructuur Binnenlanden-west door nieuw riool Dorus Rijkersstraat -Stuivenbergstraat. Afkoppelen verharding: 3,1 ha. 200 m ø 400, 200 m ø 600, 200 m ø 800.
Genemuiden
Reparaties en foutaansluitingen herstellen. Afkoppelplan opstellen verharding bedrijventerrein Zevenhont in samenwerking met bedrijfsvereniging. Vergroenen waar mogelijk.
€ 26.000
€ 26.000
€ 26.000
€ 26.000
€ 26.000
Genemuiden
aanleg dwa riool Sasdijk
Genemuiden
‘Ombouw gemengd naar gescheiden stelsel+ aanleg drainage Binnenlanden-West (6,5 km)
€ 20.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
Genemuiden
Verbeteren regenwaterriool Binnenlanden-oost. Vervangen gehele stelsel door een nieuw gescheiden rioolstelsel.
€ 20.000
€ 611.000
€ 611.000
Genemuiden
Minimale scenario: vervanging, reparaties, onderhoud gemalen en persleidingen
€ 266.000
Algemeen
Rioolauto, bijdrage leveren aan de stalling icm met nieuwe bouw van gemaal. Verdekte putten ophalen. TOTALE KOSTEN (excl. BTW) Bijdrage opgave wegen / wegen Totale kosten minus bijdrage opgave beheer
€ 20.000
€ 9.000
€ 99.000
€ 202.000
€ 250.000
€ 75.000
€ 309.000
€ 428.000
€ 70.000
€ 660.000
€ 661.000
€ 5.500
€ 26.000
€ 26.000
€ 26.000
€ 10.000
€ 90.000
€ 532.000
€ 30.000
€ 10.000
€ 1.199.000
€ 117.000
€ 204.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 206.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 1.791.500
€ 1.810.000
€ 1.777.000
€ 1.734.000
€ 1.878.000
€ 1.770.000
€ 1.790.000
€ 2.019.000
€ 1.987.000
€0
€ 290.000
€ 290.000
€ 290.000
€ 290.000
€ 335.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 450.000
€ 450.000
€ 1.199.000
€ 1.501.500
€ 1.520.000
€ 1.487.000
€ 1.444.000
€ 1.543.000
€ 1.504.000
€ 1.524.000
€ 1.569.000
€ 1.537.000
30
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
7 – Middelen en kostendekking. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de uitgaven voor het rioleringsbeheer en naar de benodigde rioolheffing om de kosten te kunnen dekken. 7.1 – Uitgangspunten kostendekkingsmodel. Het berekenen van de benodigde rioolheffing komt neer op het vinden van balans tussen inkomsten en uitgaven waarbij een dempende rol wordt gespeeld door de methode van vermogensbeheer. De berekening geschiedt met behulp van een speciaal daartoe opgesteld financieel rekenmodel. De benodigde hoogte van de rioolheffing is mede afhankelijk van gemaakte keuzes. Hiernaast de gehanteerde uitgangspunten. 7.2 – Benodigde rioolheffing. In de aanloop naar het nieuwe GRP stonden enkele keuzes ter discussie. Er is een variantenstudie uitgevoerd om de effecten van keuzes in beeld te brengen. De basisvariant uit deze studie sluit aan bij het voorgenomen beleid van het nieuwe GRP 2022-2026. Dat betreft iets hogere investeringen vanwege de zettingen en vanwege het veranderende klimaat. Verder is er sprake van een grotere BTW component die extracomptabel wordt meegerekend in de rioolheffing. Tot slot wordt gekozen voor het langjarig afschrijven van investeringen. De basisvariant is naderhand nauwkeuriger doorgerekend. Dit leidt tot de volgende ontwikkeling van de rioolheffing: • • • • • •
2021 2022 2023 2024 2025 2026
€ 322 € 277 € 282 € 287 € 292 € 297
De getoonde waarden zijn voor een meer-persoons huishouden. De tarieven zijn op prijspeil 2021 en moeten jaarlijks nog worden verhoogd met de inflatiecorrectie. Dit kan het beste van jaar tot jaar worden bekeken bij de vaststelling van de nieuwe verordening rioolheffing. Behalve de inflatiecorrectie kunnen dan ook andere afwijkingen worden verrekend, zoals mee- of tegenvallers in de uitgaven, verandering van de rente, extra aansluitingen, etc.
Uitgangspunten berekening rioolheffing: • Rioolheffing 100% kostendekkend. • Exploitatiekosten: ° Personeelslasten € 373.000 per jaar prijspeil 2021. ° Overheadkosten € 278.000 per jaar toegerekend aan de riolering. ° Kosten voor dagelijks beheer en onderhoud riolering € 1.023.000 per jaar. Dit is inclusief € 200.000 per jaar voor onderhoud rioolgemalen. Dit is inclusief € 135.000 per jaar voor baggeren, schouw en waterbeheer. ° Kapitaalslasten van oude investeringen conform destijds vastgestelde afschrijvingstermijnen, maar met actuele rente van 1%. Dit leidt tot een bedrag van € 821.000 in 2021, afnemend via ±K€ 500 in de jaren ’40 tot € 0 vanaf 2060. ° Nieuwe investeringen € 1.500.000 per jaar. Deze worden lineair afgeschreven over 40 jaar (elektromechanische onderdelen 15 jaar) met 1% rente. Deze maatregelen omvatten ook klimaatadaptatie (wateroverlast) en het vervangen van rioolgemalen. ° BTW à 21% wordt meegerekend tot € 416.000 per jaar. Uitkeringen vanuit het compensatiefonds komen ten goede aan de algemene middelen en vloeien dus niet naar de riolering. • De voorziening start op 1-1-2021 met € 3.773.000 positief saldo. Er volgen nog € 2.147.000 kosten voor lopende projecten en € 1.000.000 voor projecten uit jaarschijf 2021. Deze worden direct afgeboekt ten laste van de spaarvoorziening (=oud beleid). • Kwijtscheldingen worden bekostigd uit een sociale geldstroom.
• Perceptiekosten zijn meegenomen in de personeelslasten. • Oninbaar worden geschat op 0,1% en komt in mindering op de heffing. • De inflatie wordt ingeschat op 2% per jaar. • Op een positieve voorziening en/of reserve wordt geen rente toegerekend. • In 2021 wordt in totaal voor € 3.245.000 rioolheffing opgelegd. Bij een tarief van € 322 komt dit overeen met 10.077 gewogen eenheden. In werkelijkheid zijn er ook lagere heffingen voor eenpersoonshuishoudens en hogere heffingen voor niet-woningen met grote hoeveelheden afvalwater, maar dat wordt verdisconteerd in het aantal gewogen eenheden.
31
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
Bijlage 1: nadere toelichting begrippen. Nadere uitleg: Verbeterd gescheiden rioolstelsels in relatie tot het beleid tegen foutaansluitingen. Verbeterd gescheiden rioolstelsels zijn gescheiden stelsels waarbij het hemelwater gescheiden van het afvalwater wordt afgevoerd. In het hemelwaterstelsel is een beetje berging gecreëerd voor een overschot aan hemelwater. Het beetje extra berging wordt gecreerd door een overstortconstructie en door een afvoermogelijkheid van een deel van het hemelwater richting het afvalwaterstelsel. Op deze manier kan het probleem van foutieve aansluitingen van afvalwater op het hemelwaterstelsel grotendeels ondervangen worden. Ondanks dit beetje extra berging functioneren verbeterde gescheiden stelsels beter als er geen foutieve aansluitingen zijn.. Een doorontwikkeling van het verbeterd gescheiden stelsel staat bekend onder de afkorting VGS2.0. Dit is een VGS waarbij je het verpompte water uit het hemelwaterstelsel deels naar de zuivering afvoert (zoals bij VGS), en grotendeels naar oppervlaktewater afvoert. Het resultaat is minder belasting van schoon water op de zuivering. Ombouw van gescheiden stelsels tot VGS of VGS2.0 is niet zinvol in gebieden waar veel drainage is aangesloten op het hemelwaterriool, want dan ben je constant grondwater aan het verpompen richting de zuivering.
Het is evenmin zinvol in gebieden waar je doorspoeling van het oppervlaktewater nodig hebt. In beide gevallen is een gewoon gescheiden stelsel met daarop de drainage aangesloten het beste systeem. Het verdient dan alle aandacht om foutieve aansluitingen op te sporen en te herstellen.
Nadere uitleg: Thematische uitwerking met principes voor het hemelwaterbeleid. • Schoonhouden. Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater. ° Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals on-gecoate metalen. ° Houdt hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen. ° Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten dienen plaats te vinden in afgesloten inrichtingen. ° Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater. Foutieve aansluitingen van afvalwater komen helaas voor in de praktijk. • Benutten. Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling. ° Vanwege de lage prijs voor drinkwater in Nederland is het economisch nauwelijks interessant om hemelwater te benutten. ° Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken. ° In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument. • Vertragen. Zware buien leiden tot piekbelasting.
Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van regenwaterriolen of infiltratievoorzieningen waardoor water op straat ontstaat. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd. Liefst zo lokaal mogelijk. Maar anderzijds is inzet op vertraging niet nodig als het benedenstroomse systeem ruim is gedimensioneerd. ° Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging. ° Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s. ° In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water.
32
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
• Infiltreren. Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Het is nuttig in gebieden met droogte en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal remmen van bodemdaling. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van kwel) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend. ° Infiltratie kan op particuliere schaal met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten. ° Infiltratie kan in de openbare ruimte door infiltrerende verharding of door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s of andere voorzieningen. • Directe lozing. Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, mits het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is. ° Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding mits vlakbij het water en in overleg met het waterschap. • Inzamelen. De gemeente kan hemelwater inzamelen via de openbare ruimte om het verderop te lozen. Diverse stelseltypen kennen specifieke voor- en nadelen. ° Gotensysteem waarbij het hemelwater bovengronds blijft en verderop wordt geloosd. ° HWA-stelsel met bovengrondse inloop via goten en roosters.
° HWA-stelsel met ondergrondse aansluitleidingen. Ook geschikt voor drainage. Veel toegepast stelseltype. Achilleshiel zijn de foutieve aansluitingen. ° HWA-stelsel type VGS2.0.
Riooloverstorten. Riolering is in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw is de praktijk ontstaan dat overtollig hemelwater met dezelfde riolering wordt ingezameld en getransporteerd. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de stadsrand. In de loop van de vorige eeuw werden aan de stadsranden zuiveringen gebouwd omdat de lozing vanuit de steden ontoelaatbaar werd voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterkwaliteit is daarna sterk verbeterd. De sanering van bedrijfslozingen is ook van grote invloed geweest op de waterkwaliteit. Het zuiveringsproces is gebaat bij een vrij constante aanvoer van afvalwater en niet bestand tegen de piek van al het hemelwater. Om die reden wordt er naast het echte afvalwater slechts een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk geborgen in de riolering. Dit wordt de berging genoemd. Maar bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze bergingscapaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld. Om overlast te voorkomen zijn overstorten aangebracht in speciale putten. Deze lozen dan verdund doch ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater.
Bovendien komt dikwijls rioolslib mee door de hoge stroomsnelheden bij zware buien. Het resulteert in stank en visuele overlast, een verminderde waterkwaliteit met soms vissterfte, verarming van ecosystemen en dikwijls verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten kunnen niet worden gemist omdat het gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot water op straat inclusief afvalwater. Riooloverstorten zijn aldus een noodzakelijk kwaad vanuit een historisch gegroeide situatie.
Nadere uitleg: Basisinspanning Vanaf de jaren ’90 is door waterschappen aangedrongen op de basisinspanning, het zogenaamde saneren van riooloverstorten om de vuiluitworp te verminderen. Soms door volledige sluiting, soms door afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, soms door grote bergbezinkbassins. In 1995 is landelijk besloten dat de vuilemissie vanuit gemengde rioolstelsels naar oppervlaktewater 50% gereduceerd moet worden. Deze wens werd bekend als de “basisinspanning”. Als na het behalen van de basisinspanning nog steeds knelpunten ten aanzien van oppervlaktewaterkwaliteit worden ervaren, kunnen gemeente en waterbeheerder gezamenlijk besluiten om aanvullende maatregelen te nemen. In de gemeente Zwartwaterland is de basisinspanning voltooid. Er zijn geen aanwijzingen dat de resterende overstorten een groot probleem vormen. Wel blijft staan dat het water uit de overstorten verontreinigd is.
33
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026
Bijlage 2: concrete programmering voor 2022-2031. Jaartal van uitvoering Kern
Maatregel
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Zwartsluis
Verbeteren riolering De Nieuwe Sluis door afkoppelen verharding 4,5 ha, 1.800 m ø 400 mm. Aanbrengen afsluiters op het Meppelerdiep
€ 132.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
€ 280.000
Zwartsluis
vernieuwingen reparatie riolering Gr. Lodewijklaan
€ 10.000
€ 111.000
Zwartsluis
aanleg waterplein Berkenlaan tbv tegengaan wateroverlast straten en grasveld icm speelveld / ontmoetingsplek
Zwartsluis
Afkoppelen verhard oppervlak Purperreigerlaan en helft dakoppervlak via nieuw regenwaterriool.
€ 25.000
€ 588.000
€ 588.000
Zwartsluis
Afkoppelen verhard oppervlak Vogelbuurt via opwaarderen regenwaterriool Purperreigerlaan en Buizerdstraat.
€ 11.000
€ 109.000
€ 109.000
€ 109.000
€ 109.000
Zwartsluis
Minimale scenario: vervanging, reparaties, onderhoud gemalen en persleidingen
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
Hasselt
Riolering Gildeweg (missend DWA stuk aanleggen)
€ 20.000
€ 253.000
Hasselt
Minimale scenario: vervanging, reparaties, onderhoud gemalen en persleidingen
€ 10.000
€ 353.000
€ 353.000
€ 508.000
€ 508.000
€ 146.000
€ 120.000
Genemuiden
Waterretentie Genemuiden. Noordelijk van Randweg en zuidelijk bebouwing komt retentiegebied. Maatregel zowel voor kwantiteit als kwaliteit.
€ 1.000.000
Genemuiden
Afkoppelen verharding gedempte Heve, centrumgebied (0,1 ha). 200 m ø 400 + 200 m ø 250.
€ 28.000
Genemuiden
Regenwaterriool Prins Bernhardstraat - Aansluiten op het nieuwe riool Jan van Arkelstraat (via de Kerklaan) 100 m ø 400
€ 149.000
Genemuiden
Uitbreiden regenwaterstructuur Binnenlanden-west door nieuw riool Dorus Rijkersstraat -Stuivenbergstraat. Afkoppelen verharding: 3,1 ha. 200 m ø 400, 200 m ø 600, 200 m ø 800.
Genemuiden
Reparaties en foutaansluitingen herstellen. Afkoppelplan opstellen verharding bedrijventerrein Zevenhont in samenwerking met bedrijfsvereniging. Vergroenen waar mogelijk.
€ 26.000
€ 26.000
€ 26.000
€ 26.000
€ 26.000
Genemuiden
aanleg dwa riool Sasdijk
Genemuiden
‘Ombouw gemengd naar gescheiden stelsel+ aanleg drainage Binnenlanden-West (6,5 km)
€ 20.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
Genemuiden
Verbeteren regenwaterriool Binnenlanden-oost. Vervangen gehele stelsel door een nieuw gescheiden rioolstelsel.
€ 20.000
€ 611.000
€ 611.000
Genemuiden
Minimale scenario: vervanging, reparaties, onderhoud gemalen en persleidingen
€ 266.000
Algemeen
Rioolauto, bijdrage leveren aan de stalling icm met nieuwe bouw van gemaal. Verdekte putten ophalen. TOTALE KOSTEN (excl. BTW) Bijdrage opgave wegen / wegen Totale kosten minus bijdrage opgave beheer
€ 20.000
€ 9.000
€ 99.000
€ 202.000
€ 250.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 309.000
€ 428.000
€ 70.000
€ 660.000
€ 661.000
€ 5.500
€ 26.000
€ 26.000
€ 26.000
€ 10.000
€ 90.000
€ 532.000
€ 30.000
€ 10.000
€ 117.000
€ 204.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 206.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 1.199.000
€ 1.791.500
€ 1.810.000
€ 1.777.000
€ 1.734.000
€ 1.878.000
€ 1.770.000
€ 1.790.000
€ 2.019.000
€ 1.987.000
€0
€ 290.000
€ 290.000
€ 290.000
€ 290.000
€ 335.000
€ 266.000
€ 266.000
€ 450.000
€ 450.000
€ 1.199.000
€ 1.501.500
€ 1.520.000
€ 1.487.000
€ 1.444.000
€ 1.543.000
€ 1.504.000
€ 1.524.000
€ 1.569.000
€ 1.537.000
34
GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN ZWARTEWATERLAND 2022 T/M 2026