a. Bijlage - Beleidsregels lokaal eigendom grootschalige opwek duurzame energie
Tekst van het document
Bijlage I beleidsregels lokaal eigendom grootschalige opwek duurzame energie
De gemeenteraad van de gemeente Zwartewaterland;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Ll ianuari 2022;
overwegende dat,
-
het gewenst is om een beleidsregells] vast te stellen omtrent zeggenschap en lokaal eigeñdom bij de opwek van duuzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windmolen(s) In het Klimaatakkoord, de Regionale Energie Strategie West-Overijssel en de gemeenteraad van Zwartewaterland is uitgesproken dat zeggenschap en lokaal eigendom gewenst is voor de acceptatie van de opwek vãn duuzame energie via zonneparken en/of windmolens (lasten en lusten lokaal); Zeggenschap en lokaal eigendom is (nog) niet afdwingbaar via de ruimtelijke regelgeving (in de toekomst is dit waarschijnlijk wel mogelijk via de Omgevingswet);
gelet op
. de aftikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; . de KlimaatweU . het Klimaatakkoord; . de RES 1.0 West-Overijssel; . de Motie Vreemd aan de Orde van de Dag van 11 maart 2021"motie eigenaarschap rootscha ige energ ieopwek" va n de gemeenteraad va n Zwa rtewaterla nd ; . ãe pafticipalie via enquête, online en ffsieke duuzaamheidstafels en diverse gesprekken met stakeholders, inwoners en grondeigenaren in de potentiële zoekgebieden; o ruimtelijke kaders die naast deze beleidsregels wordt vastgesteld; . de regels en procedures die gelden bij het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor de activiteit. ¡ het toepassen van de participatieparagraaf uit het Klimaatakkoord; . de resultaawerplichting om te komen tot minimaal 50o/o en een inspanningsverplichting om te g
I
komen tot 75-100o/o van de productie in eigendom van de lokale omgeving, vanaf het begin
.
van de project ontwikkeling tot en met de exploitatie; de participatie van omwonenden: zowel in het proces als door middel van financiële participatie.
b e s I u i t vast te stellen de volgende beleidsregelfs]
Zeggenschap en lokaal eigendom opwek duuzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of
windmolen(s) gemeente Zwartewaterland 2022
Hoofdstuk l Algemeen
Aftikel 1 Definities
-
Grootschalige opwek: de opwek van hernieuwbare energie via zonneparken van ten minste 2 hectare en de opwek van windenergie bij windmolens met een as-hoogte van ten minste 100
meter.
-
Lokaal eigendom: een collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven die gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojecten. Dit kan een wijk, buurt of dorp L
zijn die zich verenigd om een zon- of windproject te realiseren, een collectief van lokaal gewortelde agrariërs of bedrijven of een lokale energiecoöperatie. Het gaat in West-Overíjssel wel om een collectief: één lokale agrariër of één lokaal bedrijf dat een zon- of windproject zelfstandig realiseert zonder daar de omgeving van mee te laten profiteren in de opbrengsten beschouwen we niet als lokaal eigendom. Zeggenschap: de invloed die inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven uit kunnen oefenen op (het realiseren van) een energieproject. Evenals de ínvloed op de besteding van de baten vanuit het energieproject.
-
Zoekgebied: een door de gemeenteraad van Zwartewaterland aangewezen gebied waar windmolen(s) en/of één of meerdere zonneparken gerealiseerd mogen worden.
Artikel2 Reikwijdte Deze beleidsregel is van toepassing op zeggenschap én lokaal eigendom bij de grootschalige opwek van zonne-energie op land of water en/of de grootschalige opwek van windenergie in de gemeente
Zwaftewaterland.
Artikel3 Doel Deze beleidsregel heeft tot doelom:
1. zeggenschap over en lokaal eigendom te waarborgen bij de grootschalige opwek van duuzame energíe via zonneparken op land of water of via windmolens.
2. vast te leggen hoe de gemeenteraad omgaat met initiatieven rondom lokaal eigendom. 3. vast te leggen hoe de gemeenteraad omgaat met situaties waarin er geen gebiedsproces vanuit de bevolking tot stand komt. In dat geval kan de gemeenteraad - om de benodigde snelheid voor het realiseren van de windmolens en/of zonneparken te halen - overschakelen naar een proces waarbij inwoners en partijen uit het gebied aan kunnen haken op een initiatief.
Artikel4 Proces
1. Het proces om één of meerdere windmolens en/of zonneparken in een zoekgebied te realiseren bestaat uit twee fases.
2. Ter uiWoering van artikel 3, tweede lid is de eerste fase het starten van een gebiedsproces. Een
3.
gebiedsadviseur brengt inwoners, grondeigenaren en bedrijven in een aangewezen zoekgebied bij elkaar. De adviseur ondezoeK samen met inwoners en bedrijven of zij gezamenlijk tot een initiatief willen en kunnen komen om één of meerdere windmolens en/of zonneparken te realiseren. De adviseur zorgt voor voldoende kennis en ondersteuning om in het gebied binnen een jaar tot een besluit te komen over het wel of niet starten van een gezamenlijk project dat voldoet aan de voorwaarden in deze beleidsregel. Het streven naar 100o/o lokaal eigendom en acceptatie van het plan is logisch in de eerste fase. De tweede fase treedt in werking wanneer in de eerste fase besloten wordt dat er geen
gezamenlijk project gestaft wordt.
4. Fase twee, ter uiWoering van artikel 3, derde lid, is het uitschrijven van een aanbestedingsprocedure voor het gebied. In de aanbesteding wordt opgeroepen plannen/projecten in te dienen, waarbij ten minste rekening gehouden moet worden met deze beleidsregel en de ruimtelíjke voorwaarden. In de aanbestedingsprocedure kunnen daarnaast aanvullende voorwaarden, eisen en uitsluitingsgronden opgenomen worden.
Hoofdstuk 2 Añaregingskader realisatie windmolen(s) en zonnepark(en) Artikel 5 Uitgangspunten projecten lokaal eigendom
1. Aan voorgenomen projecten wordt uitsluitend medewerking verleend als het voorgenomen project in het zoekgebied ligt. 2
Z. De gemeenteraad verleent in een zoekgebied planologische medewerking aan slechts één
samenhangend projectvoorstel. Wanneer er meerdere projecWoorstellen worden gedaan voor hetzelfde zoekgebied, werft de gemeenteraad mee aan het voorste! dat het hoogst scoott op het toetsingskader, zoals opgenomen in bijlage 1. De bijlage maaK onderdeel uit van de
3.
beleidsregel. De gemeenteraad werft uitstuitend mee aan projecten waarbij grootschalig duuzame energie wordt opgeweft via zonneparken op land en/of water of via windmolens, wanneer ten minste 50o/o rlìâôr bij voorkeur 75o/o - 100o/o lokaal eigendom is.
Artikel 6 Planologische medewerking Voor de ontwikkeling van één of meerdere windmolens of zonneparken wordt uitsluitend planologisch medewerking verleend nadat het plan voldoet aan het bepaalde in artikel 3 en hoofdstuk 2 van deze beleidsregel.
Artikel 7 Financiële opbrengsten
1. De financiële opbrengsten van een wind- of zonnepark moeten voor meer dan 50o/o, maar
bij voorkeur voor 100o/o terugvloeien naar de lokale gemeenschap en omgeving. 2. De opbrengsten van windmolen of zonnepark worden verdeeld volgens een verdeelsleutel: door een coöperatieve of sociale grondaanpak voor de directe omgeving van de windmolen of het zonnepark wordt de grondvergoeding billijk en rechWaardig verdeeld. Dit betekent dat de verdeelsleutel door de direct betrokkenen (grondeigenaren en bewoners) transparant en gemeenschappelijk wordt vastgesteld. De verdeelsleutel wordt voorafgaand aan de exacte locatie van de windturbines of zonnepanelen bepaald. Onderdeel van deze verdeelsleutel is: alle inwoners uit de gemeente en het gebied waar het proiect gerealiseerd wordt kunnen financieel deelnemen en daa¡voor een voor zeker rendement te ontvangen. Dit rendement moet hoog genoeg zijn, om voor inwoners aantrekkelijk te zijn. b. bij de opbrengsten van windmolens wordt een omgevingsfonds ingesteld voor bewoners en buurtschappen binnen een straal van 1,5 kilometer. Dit ten behoeve van projecten die bijdragen aan de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling van het gebied. De bijdrage voor het omgevingsfonds wordt vastgesteld aan de hand van
a.
de NWEA gedragscode. Artikel I Uitgangspunten financiële participatie en zeggenschap Bij de beoordeling van een project voor windmolen(s) of zonnepark(en), betreK de gemeenteraad het projectvoorstel, dat ten minste moet bestaan uit de volgende stukken:
1. Een financieel participatieplan dat een beschríjving geeft van de manier waarop in het project de onderdelen in artikel 7 ingevuld worden.
2. Een ondernemingsplan dat ten minste bestaat uit: a. een projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur; b. de rol van de energiecoöperatie in de ontwikkeling; c. de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding; d. in welke entiteit de productie-eenheden worden onder gebracht en e. wie over de stroomaansluiting beschiK; f . inzicht in de financiën en kasstromen door een geprognotiseerde balans, en verlies en
g.
winstrekening aan te leveren, inclusief een helder en realistisch kasstroomovezicht gebaseerd op een reële opbrengsWerwachting; hoe het opruimen van de windmolen(s) of zonnepark(en) wordt geborgd.
3
3. Procesparticipatieplan dat ten minste bestaat uit een gezamenlijk vastgesteld verslag van de manier waarop de belanghebbenden in de omgeving van een toekomstige windmolen of zonnepark een actieve en betrokken rol hebben en behouden.
Hoofdstuk 3 Evaluatie en slot Artikel9 Evaluatie De inhoud van de beleidsregel wordt na 2 jaar geëvalueerd. Reden hieruoor is het tempo waarin de windmolens en zonneparken op land of water gerealiseerd moeten worden. Wanneer er na 2 jaar onvoldoende tempo in planvorming zit komt realisatie van de opgave (105 GWh in 2030) in gevaar.
Artikel 10 Intrekking oude beleidsregels Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt het onderdeel lokaal eigendom van het "Afuvegingskader grootscha|ige energieprojecten - zonnevelden" ingetrokken. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als'Beleidsregel zeggenschap en lokaal eigendom opwek duuzame energie via één of meerdere zonnepark(en) of windmolen(s) gemeente Zwartewaterland 2O22' Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Zwartewaterland in de vergadering van
27 januari2022.
de griffier,
de voozitter,
ing. H.W. Schotanus - Schutte
ing. E.J. Bilder
4
Bijlage I Toetsingskader Onderstaande tabel geeft in de eerste kolom de voorwaarden zoals in het beleid staan. Verder staat in de tabelwat minimaal in het projecWoorstel moet staan. We hanteren per voorwaarde de volgende scoresystematiek:
o Onvotdoende: een project voldoet niet aan de voorwaarde, verbetering is noodzakelijk.
r Voldoende: een project voldoet minimaal aan de voorwaarde; verbetering is echter wenselijk.
¡ Goed: een project voldoet aan de voorwaarde en biedt meerwaarde t.o.v. de gedefinieerde voorwaarden. Een projecpoorstel moet voor alle voorwaarden minimaal voldoende, maar liever goed scoren. Bij een onvoldoende moet de initiatiefnemer het voorstel verbeteren, anders wordt het projecWoorstel niet gehonoreerd.
I
Voorwaarden
Wat moet in het projectvoorctel zijn opgenomen?
De gemeenteraad bepaalt
de zoekgebieden voor
Het voorgenomen project ligt volledig in het zoekgebied en dit blijK uit een visualisatie
zonneparken en/of
met uitleg in het projectvoorstel.
windmolens (aft. 5, lid 1).
2
De gemeente verleent in
De gemeente onWangt één projectvoorstel.
een zoekgebied planologische medewerking aan slechts één samenhangend projectvoorstel (aft. 5 lid 2)
Als meerdere partijen samen één voorstel
indienen, geeft het voorstel duidelijkheid over de samenwerking en hoe deze tot stand is gekomen. In een contract tussen paftners staat een duidelíjke verdeling van onder andere de verantwoordelijkheden. Het contract wordt als appendix aan het voorstel toegevoegd. Het project is onderdeel van integrale gebiedsontwikkeling. Als de gemeente besluit dat bepaalde gebiedsontwikkelingen mee moeten worden genomen, dan dient in het projectvoorstel te staan hoe daaraan wordt voldaan, onder andere door het uitdiepen van de relaties met andere
ontwikkelingen en Projecten.
3
Zonnepark(en) en/of windmolen(s) worden voor minímaal 50o/o met een streven naar 75 tot 100o/o coöperatief ontwikkeld en geëxploiteerd. (art. 5 lid 3)
Het voorstel toont aan dat vanuit een coöperatieve samenwerkingsvorm windmolen(s) en/of zonnepark(en) ontwikkelt worden en dat deze de exploitatie op zich gaat nemen. Verder laat het in detail zien hoe deze coöperatie is opgezet en
functioneeft.
5
4
Er is een financieel
participatieplan, waaruit
blijK hoeveel procent van de opbrengsten terugvloeit naar de omgeving. Het plan omvat ook een sociale verdeelsleutel, opgesteld 'door en voor'de inwoners en grondeigenaren van het
projectgebied (art. 8 lid I en artikel 7
Het voorstel toont aan dat ten minste 50o/o en bij voorkeur 100o/o van de opbrengsten terugvloeit naar de omgeving. Het voorstel onderbouwt, wat en hoeveel naar welke partij respectievelijk welk fonds zal gaan. Basis van deze berekening is een reëel kosten-batenovezicht en een (te verwachten) balans met een helder en realistisch kasstroomovezicht. Naast een onderbouwde business case deelt de initiatiefnemer een fi nancieel participatieplan waarin hij naast bovenstaande details, beschrijft welke stakeholders er op welke manier financieel kunnen deelnemen. Onderdeel bij een windmolen(park) is hoeveel er gestoft gaat worden in een omgevingsfonds. Daarnaast toont het voorstel aan wat de afgesproken projecWergoedingen zijn en hoe en wanneer deze tot stand zijn gekomen (procesbeschrijving en resultaten). Ook moet de inÍtiatiefnemer aantonen dat de afspraken over projectvergoedingen zijn gemaaK voordat de exacte locatie bekend is.
5
Er is een ondernemingsplan
waarin de realisatie van het project wordt beschreven (art. 8 lid 2)
Uit het ondernemingsplan volgt dat: er een solide projectstructuurbeschrijving is met daarin de financiële- en eigendomsstructuur; de rolvan de energiecoöperatie in de ontwikkeling; de verdeling van de eigendoms- en zeggenscha psverhoud i ng;
in welke entiteit de productie-eenheden worden onder gebracht en wie over de stroomaansluiting beschiK; er inzicht is in de financiën en kasstromen door een geprognotiseerde balans, en verlies en winstrekening aan te leveren, inclusief een helder en realistisch kasstroomovezicht gebaseerd op een reële opbrengsWerwachting; hoe het opruimen van de windmolen(s) of zonnepark(en) wordt geborgd en gefinancierd. Hieftoe wordt een a nterieu re overeen komst gesloten.
6
6
Er is een procespa rticipatiepla n
waaruit blijK dat de omgeving van een
toekomstig zonnepark en/of wíndmolen een actieve en betrokken rol heeft bij de ontwikkeling en de exploitatie van het zonnepark (art. I lid 3)
Het projectvoorstel onderbouwt hoe tot de definitie van de omgevíng is gekomen (specifiek wanneer er wijzigingen zijn in de kringvorm door natuurlijke en/of sociale omgevingsfactoren). Het voorstel toont aan hoe de omgeving een actieve en betrokken rol krijgt en/of heeft bij de ontwikkeling en de exploitatie van het zonnePark. Het procesparticipatieplan bevat ten minste een communicatiePlan en een stakeholderanalyse en beschrijft de processtappen waarmee de omgeving een actieve en betrokken rol krijgt vanaf de planfase tot en met de ontmantelingsfase van het project. De stakeholders en/of issue-analyse brengt in beeld welke partijen en kwesties van belang zijn. De initiatiefnemer bespreeK met de stakeholders transparant en collectief welke rol zij hebben en hoe zij deel kunnen nemen in de ontwikkeling en exploitatie van het zonnepark of de windmolen. De initiatiefnemer toont hiernaast aan dat een goede omgevingsdialoog is gevoerd, waarbij alle stakeholders, inclusief gemeente, zijn uitgenodigd voor bijeenkomsten waar notulen van worden gemaakt. In een later stadium moet het traceerbaar zijn wat er, wanneer en met wie, in het kader van de omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. Andere belangrijke punten die moeten zijn vastgelegd, zijn: het besluiWormingsproces, díscussiepunten en conclusies.
Het communicatieplan bevat een verslag van de communicatie voorafgaand aan het indienen van het projectvoorstel alsook een opzet voor de communicatie met stakeholders in de voorbereidende- en uiWoeringsfase.
7