a. Bijlage 1 - Synarchis - Eindrapportage onderzoek toekomst zwembaden Zwartewaterland
Tekst van het document
4.3.2
Overdekt zwemwater
Bij de huidige spreiding is de verwachting dat het bezoekersaantal aan de overdekte zwembaden zich op termijn zal stabiliseren rond de 150.000 tot 155.000 (zie verder ook paragraaf 5.2). Indien er sprake is van het loslaten van de huidige spreiding (dus centralisatie van de overdekte zwemvoorzieningen op één locatie), zal naar verwachting sprake zijn van vraaguitval. Bij 150.000 tot 155.000 bezoekers en een bezetting van 225 bezoekers per vierkante meter zwemwater bedraagt het normatief benodigde wateroppervlak ongeveer 675 m2, uiteraard kan hier om functionele redenen in positief of negatief opzicht van af worden geweken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien er voor bepaalde activiteiten specifiek zwemwater nodig is dat niet aangeboden kan worden zonder dat sprake is van toevoeging van een extra bassin dat uitsluitend vanuit capaciteitsperspectief niet nodig zou zijn. Op basis van het benodigde wateroppervlak kan ook worden geconcludeerd dat het uitsluitend in stand houden van één van de bestaande zwembaden leidt tot een capaciteitstekort (het wateroppervlakte van Bestevaer bedraagt 472,5 m2 en van De Kragge 330 m2). Indien beide zwembaden in de huidige vorm in stand worden gehouden is op basis van het totale wateroppervlak van 802,5 m2 sprake van een relatief beperkte overcapaciteit.
Zoals aangegeven in paragraaf 4.1.2 beoordelen wij de toekomstbestendigheid van Bestevaer beter dan de toekomstbestendigheid van De Kragge. Indien de keuze zou worden gemaakt voor handhaving (of uitbreiding) van één van beide zwembaden zou dit in onze optiek Bestevaer moeten zijn. Daar komt bij dat Genemuiden met afstand de grootste kern is wat een positief effect zal hebben op de bezoekersaantallen. Hier staat overigens tegenover dat de zondagsluiting in Genemuiden een negatief effect heeft op de gebruiksmogelijkheden c.q. het bezoek en de exploitatie. Indien de gemeente twee overdekte zwembaden wil blijven aanbieden zijn er in onze optiek (hiervoor beschreven) argumenten om De Kragge te vervangen door een nieuwe voorziening. Om dit ook financieel te kunnen duiden zal echter ook handhaving van De Kragge als scenario, zoals hieronder beschreven in paragraaf 4.4, worden uitgewerkt.
4.4
De scenario’s
Met betrekking tot het toekomstige overdekte zwemwateraanbod komen wij op basis van de bevindingen zoals gepresenteerd in de paragrafen 4.1 tot en met 4.3 tot de volgende vijf scenario’s. Deze zijn conform de in paragraaf 1.2 beschreven opdracht ter goedkeuring voorgelegd aan de projectgroep. 1.
Nieuwbouw zwembad met 650 m² tot 700 m² zwemwater ter vervanging van De Kragge en Bestevaer.
2.
Renoveren Bestevaer en sluiting De Kragge (dit resulteert in te weinig zwemwater).
3.
Uitbreiding Bestevaer (met 200 m2 extra zwemwater, of optioneel 250 m2) en sluiting De Kragge.
4.
Renoveren Bestevaer en renoveren De Kragge.
5.
Renoveren Bestevaer en nieuwbouw De Kragge met 250 m2 zwemwater.
Hieronder worden de vijf scenario’s kort beschreven. Voor een uitgebreidere beschrijving per scenario wordt verwezen naar bijlage 3 van deze rapportage.
18
Scenario 1: Nieuwbouw zwembad ter vervanging van De Kragge en Bestevaer. Dit scenario bevat een 6-baans wedstrijdbassin van 25 x 15,4 meter (385 m2) van 2 meter diep, een doelgroepenbassin van 20 x 10 meter (200 m2) en een recreatief bassin (voor de jongere doelgroep) van 100 m2. Het totale wateroppervlak bedraagt hiermee ongeveer 685 m², voldoende voor de geraamde bezoekersaantallen waarbij door de centralisatie naar verwachting ook nog sprake zal zijn van vraaguitval (zie ook paragraaf 5.2.2). Het doelgroepen- en recreatiebassin kunnen worden verwarmd naar 31 graden zodat deze bassins gebruikt kunnen worden door verschillende doelgroepen. Het doelgroepenbassin beschikt over een beweegbare bodem om de waterdiepte te kunnen variëren. Voor recreatief zwemmen is een vaste bodem voorzien aflopend tot 1,4 meter alsmede een recreatief element zoals een waterglijbaan. Door deze configuratie is het zwembad geschikt voor alle groepen die gebruik maken van de bestaande zwembaden in de gemeente en ontstaat een volwaardig 6baans wedstrijdbassin voor de verenigingen. Het zwembad zal beschikken over een volwaardige bij de configuratie passende horecavoorziening. Met realisatie van één nieuw zwembad komt uiteraard ook de locatievraag aan de orde.
Hoewel vallend buiten het bereik van dit onderzoek leert de ervaring dat situering van een zwembad in grootste kern van een gemeente in de meeste gevallen de voorkeur verdient. Dit is ook het geval indien de kern een relatief decentrale ligging heeft binnen de gemeentegrenzen, Zoals weergegeven in paragraaf 4.2.1 is Genemuiden de grootste kern. Bijkomend argument is dat zich daar nu ook al het grootste overdekte zwembad bevindt. Nadeel voor het gebruik en de exploitatie van een nieuw zwembad in Genemuiden is het feit dat er sprake zal zijn van zondagssluiting en dat hiermee bij dit scenario binnen de gemeente Zwartewaterland op zondag niet meer overdekt gezwommen kan worden. Alternatieve locatie zou Hasselt kunnen zijn. Het betreft de in omvang tweede kern en heeft daarbij een centrale ligging tussen Genemuiden en Zwartsluis. Situering van één nieuw zwembad in Zwartsluis verdient ons inziens op het eerste gezicht minder aanbeveling, met name vanwege de beperkte omvang van deze kern maar ook door de relatief decentrale ligging. Scenario 2: Renovatie Bestevaer en sluiting De Kragge In dit scenario worden er geen bouwkundige wijzigingen uitgevoerd aan zwembad Bestevaer. De afwerkingen van de ruimten worden vervangen door onderhoudsvrije materialen die eenvoudig zijn schoon te maken. Om het aantrekkelijker te maken voor bezoekers worden afwerkingen gemoderniseerd.
De installaties worden binnen de mogelijkheden van het gebouw vervangen om de klimaatbeheersing te optimaliseren en het energieverbruik te beperken. De waterbehandelingsinstallatie wordt op onderdelen vervangen en voor de dosering van chloor wordt zoutelektrolyse geïnstalleerd. De gevels en daken worden geïsoleerd naar de huidige maatstaven, de gevelkozijnen worden vervangen door aluminium kozijnen met plaatselijk triple glas. Het gebouw zal als gevolg van deze maatregelen aan de buitenzijde een metamorfose ondergaan. Ook zal aandacht worden besteed aan de situering van de horecavoorziening zodat op dit gebied een betere exploitatie mogelijk is dan in de huidige situatie het geval is. Zoals eerder aangegeven resulteert die scenario in een overdekt zwemwateraanbod van 472,5 m² hetgeen als onvoldoende kan worden beschouwd in relatie tot de aanwezig en verwachte behoefte. Tevens kan in de gemeente op zondag niet meer overdekt gezwommen worden. Scenario 3: Uitbreiding Bestevaer (met 250 m² zwemwater) en sluiting De Kragge Dit scenario omvat dezelfde werkzaamheden als beschreven onder scenario 2. Aan de bestaande zwemzaal wordt een extra zwemzaal gerealiseerd voor een doelgroepenbassin. Het bassin heeft een afmeting van een 4-baans 25 meter bassin (van 250 m²) met een (deels) beweegbare bodem.
Vanuit capaciteitsperspectief had volstaan kunnen worden met bijvoorbeeld een bassin van 20 x 10 (200 m²) maar met een 25 meterbassin wordt een voorziening gecreëerd die ook geschikt is voor verenigingen. Daarbij is wel een aandachtspunt dat het bassin ten behoeve van haar primaire gebruikers een hogere watertemperatuur zal hebben dan verenigingen wensen maar dit is momenteel in De Kragge ook het geval. De bestaande zwembadinstallatie dient te worden uitgebreid om enerzijds het extra water te zuiveren en anderzijds de temperatuur in het doelgroepenbassin afzonderlijk in te kunnen stellen. Ook zal aandacht worden besteed aan de situering van de horecavoorziening zodat op dit gebied een betere exploitatie mogelijk is dan in de huidige situatie het geval is. Ook voor deze variant geldt dan er in de gemeente op zondag niet meer overdekt gezwommen kan worden. 19
Scenario 4: Renovatie Bestevaer en renovatie De Kragge Het renoveren van zwembad Bestevaer wordt voor dit scenario uitgevoerd conform de beschrijving onder scenario 2. Het renoveren van De Kragge bestaat uit het vervangen van de huidige gebouwschil van de zwemzaal en het vervangen van de luchtbehandeling. Hiermee wordt het gebouw verduurzaamd en kan het klimaat in de zwemzaal beter worden beheerst. Ook zal aandacht worden besteed aan de situering van de horecavoorzieningen zodat op dit gebied een betere exploitatie mogelijk is dan in de huidige situatie het geval is. Scenario 5: Renovatie Bestevaer en nieuwbouw De Kragge met 250 m² zwemwater Ook bij dit scenario wordt zwembad Bestevaer gerenoveerd op de wijze zoals beschreven onder scenario 2. In Zwartsluis wordt een nieuw zwembad gerealiseerd met een 4-baans wedstrijdbassin van 250 m2 en met een (deels) beweegbare bodem. Het bassin is uitermate geschikt voor instructiezwemmen en activiteiten voor doelgroepen. Vanuit capaciteitsperspectief had volstaan kunnen worden met bijvoorbeeld een bassin van 20 x 10 (200 m2) maar met een 25 meterbassin wordt een voorziening gecreëerd die ook geschikt is voor verenigingen. Daarbij is wel een aandachtspunt dat het bassin ten behoeve van haar primaire gebruikers een hogere watertemperatuur zal hebben dan verenigingen wensen maar dit is momenteel in De Kragge ook het geval.
Ook zal aandacht worden besteed aan de situering van de horecavoorzieningen zodat op dit gebied een betere exploitatie mogelijk is dan in de huidige situatie het geval is.
20
5.
Uitwerking scenario’s
5.1
Raming investeringen, onderhoud en energie per scenario
De beschreven scenario’s omvatten een combinatie van al dan niet gewijzigde programma’s per locatie. Om de investeringskosten, onderhoudskosten en energielasten te bepalen zijn 5 programma’s opgesteld en doorgerekend. De 5 programma zijn: •
Nieuwbouw zwembad met 3 bassins.
•
Renovatie Bestevaer.
•
Renovatie en uitbereiding Bestevaer.
•
Renovatie De Kragge.
•
Nieuwbouw De Kragge.
Aan nadere financiële onderbouwing per programma is weergegeven in bijlage 4. Investeringen De investeringen zijn op hoofdlijnen bepaald, waarbij de ruimtestaat de basis vormde. Vervolgens zijn op elementen de bouwkosten bepaald. In bijlage 5 zijn per variant de investeringskosten inzichtelijk gemaakt. Bij het opstellen van de stichtingskostenramingen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
De genoemde bedragen zijn in euro’s, exclusief btw6 en hebben het prijspeil van 01-07-2020. Er is rekening gehouden met 2,5 % voor eventuele prijsstijgingen voor een periode van 40 maanden.
•
Momenteel is als gevolg van de coronacrisis geen betrouwbaar beeld over de mogelijke marktwerking. In de stichtingskotenraming is hier geen rekening mee gehouden.
•
Er zijn geen (project) rentekosten berekend.
•
Er zijn geen interne kosten/ambtelijke uren geraamd. Hiervoor is een percentage van de bouwkosten gerekend.
•
De post onvoorzien bedraagt in de huidige ramingen 7,5 % van de geraamde stichtingskosten. Aan de hand van het specifieke project en bijbehorende risicoprofiel dient getoetst te worden of aanpassing wenselijk is.
Kapitaallasten In overleg met de gemeente Zwartewaterland zijn de uitgangspunten voor de berekening van de kapitaallasten die volgen uit de investeringen bepaald. Voor nieuwbouw wordt een afschrijvingstermijn gehanteerd van 40 jaar. Voor renovatie en uitbreiding wordt een afschrijvingstermijn gehanteerd van 25 jaar. Mede doordat de onderbouw en draagconstructies behouden blijven is het onverantwoord om aan te nemen dat ook de elementen nog probleemloos 40 jaar behouden kunnen blijven. Eventuele vervanging ligt als gevolg van een renovatie niet voor de hand. Verder vormt bij de kapitaallastenberekening de rekenrente van 1% uitgangspunt en is sprake van afschrijving op basis van annuïteiten. Onderhoud Voor het bepalen van de onderhoudskosten is ervan uitgegaan dat er na nieuwbouw of renovatie een nulpunt wordt bereikt waarmee (eventueel) achterstallig onderhoud of grote vervangingen op korte termijn niet van toepassing zijn. De onderhoudskosten bestaand uit planmatig onderhoud, vervangingen en dagelijks onderhoud. Deze vervangingsinvesteringen zijn opgenomen in de jaarlijkse onderhoudsdotatie vanwege het feit dat de hele investering in respectievelijk 40 en 25 jaar wordt afgeschreven. De onderhoudskosten zijn te beschouwen als een jaarlijkse vaste (te indexeren) dotatie waarmee de accommodatie 40 jaar (bij nieuwbouw) of 25 jaar (bij renovatie) in stand kan worden gehouden.
Planmatig zijn onderhoudswerkzaamheden die voorzien in het uitvoeren van preventief onderhoud om de levensduur van bouwkundige elementen of installaties te verlengen. Vervangingsinvesteringen vinden doorgaans plaats in een cyclus van 10, 15 of 20 jaar. Met name bij de renovatie is het aannemelijk dat na 15-20 jaar een piek ontstaat voor het uitvoeren van 6
In deze paragraaf is ervoor gekozen om de kosten weer te geven exclusief Btw. Dit heeft als reden dat de bedragen dan beter te vergelijken zijn met calculaties uit eerdere onderzoeken. Zoals eerder aangegeven is vanaf 1 januari 2019 voor exploitanten zonder winstoogmerk (zoals stichtingen) de Btw op de kosten niet meer verrekenbaar. In de integrale financiële analyse zoals gepresenteerd in paragraaf 5.3 zijn de bedragen inclusief Btw weergegeven. Om dezelfde reden is in deze paragraf prijsniveau 2020 gehanteerd en zijn in paragraaf 5.3 de bedragen weergegeven voor prijsniveau 204.
21
vervangingen. Er zal dan een spanningsveld ontstaan waarbij moet worden afgewogen in welke mate er vervangingen worden uitgevoerd, gezien de resterende levensduur onzeker is. Dagelijks onderhoud is het onderhoud dat meestal door de exploitant wordt uitgevoerd. Nader dient te worden bepaald waar binnen het totale pakket verantwoordelijkheden en hiermee ook voor het budget de demarcatie wordt aangebracht tussen eigenaar en exploitant. Schoonmaakonderhoud is niet in deze raming opgenomen. Schoonmaak vindt plaats door eigen personeel van SZZ. Energie De energielasten worden mede bepaald door de energiebron, openingstijden, watertemperaturen, toegepaste installaties en de mate dat het gebouw is voorzien van isolatie. Voor de renovatievarianten is uitgagaan de er met betrekking tot de elektriciteit er een besparing mogelijk is van 10% en voor het gasverbruik van 25%. Voor de nieuwbouwvarianten is uitgegaan van een all-electric met PV-panelen. Door middel van kengetallen is een prognose berekend van een realistische energielast welke bij verdere uitwerking kan dienen als uitgangspunt voor het Programma van Eisen. De investeringen, kapitaallasten, onderhoudskosten en energielasten zijn in de onderstaande tabel 13 weergegeven. In bijlage 5 is een uitgebreidere weergave van de ramingen opgenomen.
Hoewel de Btw bij exploitatie door een stichting niet meer verrekend kan worden zijn de bedragen in tabel 13 exclusief Btw weergegeven. Dit om een betere vergelijking met eerdere onderzoeken mogelijk te maken. Bij de raming van de jaarlast in paragraaf 5.3 zijn alle bedragen zoals weergegeven in tabel 14 inclusief Btw weergegeven. investering
kapitaallast
1
Nieuwbouw zwembad met 3 bassins
8.809.000
268.000
onderhoud planmatig vervanging 79.000 103.000
energie
totaal
38.000
489.000
2
Renovatie Bestevaer
3.648.000
157.000
55.000
85.000
62.000
359.000
3
Renovatie en uitbereiding Bestevaer
5.180.000
221.000
68.000
104.000
88.000
481.000
4
Renovatie De Kragge
2.096.000
90.000
34.000
54.000
44.000
222.000
5
Nieuwbouw De Kragge
4.212.000
128.000
37.000
51.000
12.000
228.000
Tabel 13: Raming investeringskosten, kapitaallasten, onderhoudskosten en energiekosten per programma (in Euro’s)
De bovenstaande programma’s worden gecombineerd om te komen tot de scenario’s zijn de jaarlasten als volgt (tabel 14): Scenario 1 Nieuwbouw zwembad
varianten 1
kapitaallasten 268.000
Onderhoud 182.000
energie 38.000
jaarlast 489.000
2
Renoveren Bestevaer
2
157.000
140.000
62.000
359.000
3
Uitbreiding Bestevaer
3
221.000
172.000
88.000
481.000
4
Renoveren Bestevaer en renoveren De Kragge Renoveren Bestevaer en nieuwbouw De Kragge Ariën Prins van Wijngaarden
2+4
247.000
228.000
106.000
581.000
2+5
285.000
228.000
74.000
587.000
0
60.000
30.000
90.000
5
Tabel 14: Raming investeringskosten, kapitaallasten, onderhoudskosten en energiekosten per scenario (in Euro’s)
22
5.2
Raming exploitatie per scenario
5.2.1
Verbetermogelijkheden exploitatie
In hoofdstuk 2 is de huidige situatie met betrekking tot de exploitatie van de zwembaden in Zwartewaterland beschreven en geanalyseerd. Hieruit is ook gebleken dat er sprake is van een aantal sterke aspecten maar dat er ook mogelijkheden zijn om de exploitatie te verbeteren. In eerste instantie worden deze verbetermogelijkheden beschouwd op basis van een going concern scenario (dus met handhaving van de huidige zwembaden met de bestaande functionaliteit) waarbij accommodatie-gerelateerde aspecten zoals beschreven in paragraaf 5.1 (investeringen, onderhoud en energie) buiten beschouwing worden gelaten. •
Gezien de hoge animocijfers op alle bezoekerscategorieën biedt het verzorgingsgebied onvoldoende ruimte om een substantiële autonome toename van de bezoekersaantallen in de toekomst te verwachten. Gezien de demografische ontwikkelingen verwachten wij op termijn een stabilisatie op 150.000 tot 155.000 bezoekers aan overdekt zwemwater (los van het effect van een eventuele centralisatie van de zwemvoorzieningen en het mogelijk vervallen van de beschikbaarheid van overdekt zwemwater op zondag).
•
De personele bezetting is erg hoog in verhouding tot de bezoekersaantallen. Het is mogelijk om in de overhead, inroostering of het openstellingrooster maatregelen te nemen die leiden tot een lagere formatieve inzet. Met een bezoekersaantal van 150.000 bezoekers voor de overdekte zwembaden dient een personele inzet van ongeveer 15 formatieplaatsen (allin) te kunnen volstaan, rekening houdend met efficiencynadelen van het feit dat sprake is van twee separate zwembaden. In combinatie met 4 formatieplaatsen voor het buitenbad betekent dit dat er een besparing mogelijk is van ongeveer 3 formatieplaatsen ten opzichte van de bestaande situatie. SZZ heeft aangegeven dat de komende jaren natuurlijk verloop zal plaatsvinden van enkele (duurdere) medewerkers waardoor deze formatiereductie ook daadwerkelijk geeffectueerd kan worden.
•
De gemiddelde inkomsten per bezoeker dienen op een substantieel hoger niveau te worden gebracht. De abonnementen voor overdekt recreatief zwemmen worden afgeschaft en er is uitsluitend de mogelijkheid om een 10-badenkaart te komen met een korting van 15%. De tarieven voor leszwemmen worden op een marktconform tarief gebracht.
•
Op een aantal andere lastenposten is het mogelijk een meer marktconforme situatie te realiseren. Met name de inkoopkosten voor de horeca dienen in een betere verhouding te staan tot de horecaomzet.
Verder behoort het tot de mogelijkheden om minder activiteiten “in eigen beheer” aan te bieden en meer water te verhuren aan aanbieders van zwemlessen of begeleide activiteiten. Vooralsnog wordt hier in de verdere beschouwingen niet vanuit gegaan.
5.2.2
Bezoek en gemiddelde inkomsten per bezoeker
In deze paragraaf worden voor de vijf scenario’s de bezoekersramingen en de gemiddelde inkomsten per bezoeker weergegeven voor het eerste jaar na realisatie c.q. renovatie. Dit jaar wordt gesteld op 2024, ook gezien het feit dat de in paragraaf 1.1. beschreven onderhoudsvoorziening voor de instandhouding van de bestaande baden dan naar verwachting is uitgeput.
Overdekt Recreatief Doelgroepen Instructie Scholen Huurders Totaal overdekt Onoverdekt (gemiddeld jaar) Recreatief Doelgroepen Instructie Scholen Huurders Totaal onoverdekt
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Scenario 5
30.000 12.000 40.000 10.000 40.000 132.000
25.000 10.000 25.000 10.000 30.000 100.000
30.000 12.000 40.000 10.000 40.000 132.000
35.000 13.000 42.000 12.000 50.000 152.000
35.000 14.000 42.000 12.000 55.000 158.000
40.000 500 1.500 0 4.000 46.000
40.000 500 1.500 0 4.000 46.000
40.000 500 1.500 0 4.000 46.000
40.000 500 1.500 0 4.000 46.000
40.000 500 1.500 0 4.000 46.000
Tabel 15: Bezoekersprognose 2024 per scenario
Korte toelichting op tabel 15: •
Scenario 4 is het meest vergelijkbaar met de bestaande situatie. Het verdient dan ook aanbeveling om de raming van dit scenario te vergelijken met de huidige bezoekersaantallen zoals weergegeven in paragraaf 2.3.1. 23
•
Zoals eerder aangegeven biedt het verzorgingsgebied geen ruimte meer om het aantal bezoekers uit te breiden. De demografische ontwikkelingen zullen resulteren in een afnemende markt voor kinderen en een toenemende markt voor senioren.
•
Wij verwachten dat het mogelijk moet zijn om met twee zwemvoorzieningen de huidige bezoekersaantallen voor recreatief zwemmen, doelgroep-activiteiten, scholen en verenigingen (en andere huurders) te handhaven. Overigens gaan wij ervan uit dat het aantal bezoeken tijdens verhuringen wat lager is dan geregistreerd door SZZ (hierop is eerder een onderbouwing gegeven).
•
Voor de instructiezwemmers is gezien de demografische ontwikkeling een afname te verwachten die deels kan worden gecompenseerd door de naar verwachting blijvende belangstelling vanuit Zwollen.
•
Indien het zwemwater wordt geconcentreerd op één locatie (scenario 1 tot en met 3) is een afname te verwachten van de bezoekersaantallen voor de categorieën recreatief, doelgroepen, scholen en huurders/verenigingen. Voor instructiezwemmen zal dit effect naar verwachting niet optreden omdat de ervaring leert dat mensen bereid zijn afstanden te overbruggen om hun kind zwemles te laten volgen. Indien de mogelijkheid om op zondag overdekt te zwemmen vervalt zal het effect op de bezoekersaantallen nog sterker zijn.
•
Bij scenario 2 is de vraaguitval omvangrijker vanwege het feit dat dit scenario resulteert in onvoldoende zwemwater in relatie tot de behoefte vanuit het verzorgingsgebied.
•
Het feit dat bij scenario 5 sprake is van een nieuw zwembad ter vervanging van De Kragge met een beter voorzieningenniveau resulteert naar verwachting in een grotere aantrekkingskracht op met name doelgroepen en verenigingen.
In onderstaande tabel 16 zijn de gemiddelde inkomsten per bezoeker weergegeven die wij voor 2024 realistisch achten. In paragraaf 2.5.1 is aangegeven waar verhogingen mogelijk zijn. De periode tot 2024 kan worden benut om de tarieven voor met name leszwemmen stapsgewijs te verhogen en op een marktconform niveau te brengen. Verder gaan wij ervan uit dat de abonnementen voor recreatief zwemmen in overdekt zwemwater worden afgeschaft. Voor het buitenbad blijft wel de mogelijkheid aanwezig om een abonnement aan te schaffen. Voor de binnenbaden blijft het uitsluitend mogelijk om korting te verkrijgen voor doelgroep- en recreatief zwemmen door het aanschaffen van een 10-badenkaart. Ten slotte dient te worden vermeld dat naast de hiervoor genoemde aanpassingen aan de tarievenstructuur in tabel 16 ook een jaarlijkse indexering van 2% (om het prijsniveau 2014 te bereiken) is doorgevoerd. Gem. inkomsten per bezoek (2024) Overdekt Recreatief Doelgroepen Instructie Onoverdekt Recreatief Doelgroepen Instructie
Scenario 1 t/m 5 € 3,52 € 4,87 € 10,82 € 2,98 € 4,87 € 8,12
Tabel 16: Te realiseren gemiddelde inkomsten per bezoek per categorie in 2024.
De tarieven voor de scholen en de verenigingen zijn uitsluitend geïndexeerd.
5.2.3
Exploitatiebegroting
In de volgende tabel 17 is de exploitatiebegroting weergegeven voor de gestabiliseerde situatie. Uitgangspunt is een van Btw vrijgestelde exploitatie en continuering van de exploitatie door SZZ. Het prijsniveau is 2024 en alle bedragen zijn afgerond op 1000-tallen.
24
Exploitatiebegroting (2024) Baten Omzet zwembad overdekt Recreatief Doelgroepen Instructie Scholen Verenigingen Omzet zwembad onoverdekt Recreatief Doelgroepen Instructie Verenigingen Horeca Overig Totaal baten:
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Scenario 5
€ 661.000 € 106.000 € 58.000 € 433.000 € 13.000 € 51.000 € 141.000 € 119.000 € 2.000 € 12.000 € 8.000 € 112.000 € 25.000 € 939.000
€ 460.000 € 88.000 € 49.000 € 271.000 € 13.000 € 39.000 € 141.000 € 119.000 € 2.000 € 12.000 € 8.000 € 71.000 € 20.000 € 692.000
€ 661.000 € 106.000 € 58.000 € 433.000 € 13.000 € 51.000 € 141.000 € 119.000 € 2.000 € 12.000 € 8.000 € 112.000 € 25.000 € 939.000
€ 720.000 € 123.000 € 63.000 € 455.000 € 15.000 € 64.000 € 141.000 € 119.000 € 2.000 € 12.000 € 8.000 € 84.000 € 25.000 € 970.000
€ 732.000 € 123.000 € 68.000 € 455.000 € 15.000 € 71.000 € 141.000 € 119.000 € 2.000 € 12.000 € 8.000 € 105.000 € 25.000 € 1.003.000
Lasten Personeel Energie Onderhoud Afschrijvingen Bel & Verz + schoonmaak container Inkoop horeca Kantoor- en marketingkosten Algemene en overige kosten Totaal lasten
€ 759.000 € 91.000 separaat € 25.000 € 70.000 € 39.000 € 50.000 € 80.000 € 1.114.000
€ 618.000 € 123.000 separaat € 20.000 € 65.000 € 25.000 € 40.000 € 60.000 € 951.000
€ 759.000 € 158.000 separaat € 25.000 € 70.000 € 39.000 € 50.000 € 80.000 € 1.181.000
€ 848.000 € 182.000 separaat € 25.000 € 90.000 € 29.000 € 60.000 € 100.000 € 1.334.000
€ 874.000 € 139.000 separaat € 25.000 € 90.000 € 37.000 € 60.000 € 100.000 € 1.325.000
Exploitatieresultaat
-€ 175.000
-€ 259.000
-€ 242.000
-€ 364.000
-€ 322.000
Tabel 17: Exploitatiebegroting scenario’s (prijsniveau 2024)
Hieronder wordt op enkele posten van de exploitatiebegroting voor de 5 scenario’s een korte toelichting gegeven: Baten: •
Alle baten zijn om tot prijsniveau 2024 te komen jaarlijks met 2% geïndexeerd. Dit op basis van de meeste actuele inzichten in de prijsontwikkelingen gedurende de afgelopen jaren en de prognoses voor de komende jaren.
•
De omzet voor het zwembad is berekend door de bezoekersaantallen te vermenigvuldigen met de gemiddelde inkomsten per bezoeker (beide weergegeven en toegelicht in paragraaf 5.2.2). Voor de scholen en de verenigingen is uitgegaan van het aantal gebruikte uren vermenigvuldigd met het uurtarief voor de betreffende huurder.
•
Bij een volwaardige horeca voor een overdekt zwembad (zoals het geval is bij scenario 1 en 3) kan een horecaomzet van € 0,50 per bezoeker als uitgangspunt worden genomen. Voor een beperkte horeca zoals momenteel het geval is bij Bestevaer en De Kragge is een omzet van € 0,25 per bezoeker het maximaal haalbare. Voor een buitenbad is een gemiddelde horecaomzet van € 1,- per bezoeker realistisch.
•
Voor de overige baten is voor alle scenario’s een beperkt en passend bedrag opgenomen.
Lasten: •
Alle lasten zijn om tot prijsniveau 2024 te komen jaarlijks met 2,5% geïndexeerd. Dit op basis van de meeste actuele inzichten in de prijsontwikkelingen gedurende de afgelopen jaren en de prognoses voor de komende jaren.
•
Als uitgangspunt is genomen 1fte per 10.000 bezoekers overdekt en 4 fte voor het openluchtzwembad en gemiddelde personeelskosten van € 40.000,- per fte (prijsniveau 2020). Voor alle scenario’s resulteert dit in minder formatie als momenteel beschikbaar is bij of voor SZZ. De jaren tot 2024 dienen te worden benut om de formatie op peil te krijgen. Vanuit SZZ is (zoals eerder genoemd) aangegeven dat dit mogelijk is vanuit natuurlijk verloop zodat geen rekening hoeft te worden gehouden met afvloeiingskosten.
•
Energie en onderhoud maken onderdeel uit van de exploitatie en zijn in het kader van dit onderzoek in paragraaf 5.1 separaat gecalculeerd. Dit geldt ook voor de kapitaallasten die volgen uit de initiële investeringen in nieuwbouw en/of renovatie. De energielasten zijn opgenomen in bovenstaande exploitatiebegroting maar in tegenstelling tot het bedrag 25
zoals weergegeven in paragraaf 5,1 nu inclusief Btw en op prijspeil 2024. Onderhoud en kapitaallasten worden in paragraaf 5.3 separaat opgevoerd. •
Er is een bedrag opgenomen voor de afschrijving op investeringen die door SZZ worden gedaan. Indien rekening wordt gehouden met een afschrijvingstermijn van 5 jaar kan ieder jaar voor ongeveer € 25.000,- worden geïnvesteerd in bijvoorbeeld inventaris, inrichting of recreatieve elementen.
•
Er is momenteel sprake van een hoge post belastingen en verzekeringen en uitgangspunt is dat deze ook in de toekomst op een vergelijkbaar niveau blijven (afhankelijk van het gekozen scenario). Voor wat betreft schoonmaakkosten voor de container wordt ervan uitgegaan dat deze kosten betrekking hebben op schoonmaakmiddelen, chemicaliën en dergelijke
•
De inkoopkosten voor de horeca zijn op basis van binnen de zwembadbranche veel gehanteerde kengetallen op 35% van de horecaopzet gesteld.
•
Kantoor- en marketingkosten van € 50.000,- zijn passend bij één groter of twee kleinere zwembaden. Onder algemene kosten vallen onder meer de administratie- en accountantskosten, kosten van water en chemicaliën, kosten groenvoorziening, kleine aanschaffingen, etc . Deze post is vergeleken bij veel andere zwembaden laag omdat een stichting niet winst beogend is. Bij commerciële exploitaties worden onder deze post vaak de winst of de in rekening gebrachte “fees” opgenomen.
Uiteraard is het bezoek aan het buitenbad zeer afhankelijk van de kwaliteit van de zomer. In de exploitatiebegroting vormt een gemiddelde zomer uitgangspunt. Een zeer goede zomer zal leiden tot meer inkomsten maar ook hogere kosten, het omgekeerde geldt voor een slechte zomer. Per saldo is de invloed van het weer op het exploitatieresultaat van een buitenbad in de regel gering mits op een flexibel wijze kan worden omgegaan met de inzet van personeel. Indien Het openluchtzwembad in Hasselt haar deuren zou sluiten verwachten wij dat dit (exclusief onderhoud en energie) een positief effect zal hebben op het totale exploitatieresultaat van ongeveer € 50.000,-.
5.3
Raming jaarlast per scenario
In onderstaande tabel 18 zijn de bevindingen uit de paragrafen 5.1 en 5.2 samengevat weergegeven. Resultaat van deze exercitie is de jaarlast voor de zwembaden in de gemeente Zwartewaterland per scenario. In tabel 18 zijn de investeringskosten, kapitaallasten en onderhoudskosten in tegenstelling tot de bedragen zoals gepresenteerd in paragraaf 5.1 weergegeven inclusief Btw en op prijsniveau 2024 (daarna jaarlijks te indexeren met uitzondering van de kapitaallasten). Voor alle bedragen geldt in dit stadium een onzekerheidsmarge van plus of min 10%. Financiele scenario-analyse (alle bedragen inclusief Btw, prijspeil 2024) Voor een periode van 25 jaar (bedrag jaarlijks te indexeren met uitzondering van de kapitaallasten) Inclusief Prins van Wijngaarden Hasselt Directe investering Kapitaallasten directe investering Dotatie planmatig onderhoud Exploitatieresultaat Jaarlast (niveau 2024)
Scenario 1 € 10.659.000 € 324.000 € 323.000 € 175.000 € 822.000
Scenario 2 € 4.414.000 € 190.000 € 267.000 € 259.000 € 716.000
Scenario 3 € 6.268.000 € 267.000 € 310.000 € 242.000 € 819.000
Scenario 4 € 6.950.000 € 299.000 € 385.000 € 364.000 € 1.048.000
Scenario 5 € 9.511.000 € 345.000 € 385.000 € 322.000 € 1.052.000
Exclusief Prins van Wijngaarden Hasselt Directe investering Kapitaallasten directe investering Dotatie planmatig onderhoud Exploitatieresultaat Jaarlast (niveau 2024)
Scenario 1 € 10.659.000 € 324.000 € 243.000 € 85.000 € 652.000
Scenario 2 € 4.414.000 € 190.000 € 187.000 € 169.000 € 546.000
Scenario 3 € 6.268.000 € 267.000 € 230.000 € 152.000 € 649.000
Scenario 4 € 6.950.000 € 299.000 € 305.000 € 274.000 € 878.000
Scenario 5 € 9.511.000 € 345.000 € 305.000 € 232.000 € 882.000
Tabel 18: Raming jaarlast per scenario (prijsniveau 2024)
Opgemerkt dient te worden dat alle bedragen, met uitzondering van de kapitaallasten, jaarlijks dienen te worden geïndexeerd met een nader te bepalen passende index. Voor de renovatievarianten geldt dat het bedrag van toepassing is op een periode van 25 jaar en dat daarna weer een nieuwe situatie ontstaat waar (naar verwachting) een afweging dient te worden gemaakt tussen vernieuwende nieuwbouw of amoveren. Bij de nieuwbouwvarianten zijn de genoemde bedragen van toepassing op een periode van 40 jaar.
26
Zoals eerder aangegeven is per 1 januari 2019 de Btw-vrijstelling voor sport verruimd waardoor de exploitatie van zwembaden door niet-winstbeogende exploitanten vrijgesteld is van Btw. De Btw op de exploitatiekosten is hiermee niet meer verrekenbaar. Hier komt echter bij dat voor een gemeente ook geen sprake meer kan zijn van een met Btw-belaste verhuur waardoor ook de gemeente de Btw op de investeringskosten en de overige eigenaarslasten niet meer kan verrekenen. Tot en met 2023 zijn twee compensatieregelingen van toepassing. De SPUK stelt gemeenten in staat compensatie aan te vragen voor het kostenverhogend effect voor de gemeente van de Btw op de investering, het onderhoud en de exploitatiekosten. De BOSA biedt met name verenigingen en stichtingen de gelegenheid om compensatie aan te vragen voor het kostenverhogende effect van de Btw op hun investerings- en onderhoudskosten (Btw op exploitatiekosten is binnen de BOSA niet compensabel). De omvang van de uitkering is voor beide regelingen onzeker. De SPUK keert maximaal 17,5% van de kosten inclusief Btw uit maar indien de omvang van de gehonoreerde aanvragen het plafondbedrag overschrijdt wordt naar rato uitgekeerd.
De BOSA keert 20% van de kosten inclusief Btw uit en hier geldt dat aanvragen in volgorde van binnenkomst worden behandeld en dat aanvragen die worden ingediend na overschrijding van het plafondbedrag niet meer in behandeling worden genomen. Daarnaast is het niet bekend of de regelingen vanaf 2024 worden gecontinueerd. Voor de structurele financiële prognose zoals gepresenteerd in tabel 18 is de enige “zekerheid” dat de Btw op de investeringen tot en met 2023 voor een substantieel deel zullen worden gecompenseerd en dat hiermee de kapitaallasten op een lager niveau zullen komen. Dit heeft dus een gunstig effect op de jaarlast. Het is aan de gemeente om te bepalen op welke wijze hier bij de besluitvorming over het beschikbaar te stellen budget mee wordt omgegaan. Wij volstaan met het volgende rekenvoorbeeld voor scenario 1: Indien het nieuwe zwembad zoals bedoeld is scenario 1 volledig voor 2024 wordt gerealiseerd kan een beroep worden gedaan op de SPUK. Indien bijvoorbeeld 80% van de uitkering van 17,5% van de investeringskosten van € 10.659.000,- inclusief Btw plaats vindt betekent dit een reductie van de investeringskosten met ongeveer € 1,5 miljoen. Dit staat gelijk aan kapitaallasten van ongeveer € 45.000,-.
Indien de regelingen ook na 2023 nog worden gecontinueerd ontstaat een groter voordeel op de jaarlast doordat dan ook de onderhoudskosten en mogelijk andere exploitatiekosten zouden kunnen worden opgevoerd. Een andere kans biedt mogelijk het contracteren van een exploitant die als winst-beogend wordt gekwalificeerd. In dat geval blijft de volledige Btw op de investerings- en exploitatiekosten aftrekbaar. Hierop wordt in de volgend paragraaf verder ingegaan.
5.4
Advisering beheer- en exploitatievormen
5.4.1
De verschillende mogelijkheden
Op dit moment is binnen de gemeente Zwartewaterland voor wat betreft het beheer en de exploitatie van de drie zwembaden sprake van de stichtingsvorm. Er zijn over het algemeen 5 mogelijkheden om invulling te geven aan het beheer en de exploitatie van sportaccommodaties zoals zwembaden (verder te noemen: beheersvormen). Het betreft gemeentelijk beheer, interne verzelfstandiging (vaak contractmanagement), externe verzelfstandiging (vaak een gemeentelijk Sportbedrijf), uitbesteding aan een stichting en uitbesteding aan een marktpartij (al dan niet risicodragend). In bijlage 5 wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van deze beheersvormen. Combinatievormen zijn ook mogelijk. Er is sprake van diverse argumenten die een rol kunnen spelen bij de keuze voor één van de mogelijke beheersvormen. Enerzijds kunnen dit financiële argumenten zijn. Met name in economisch zware tijden (zoals in de periode 2009-2015) kozen veel gemeenten voor privatisering naar een marktpartij vanuit de verwachting dat dit een besparend effect zou hebben op de exploitatie van de sportaccommodatie(s) en vanwege het feit dat het mogelijk is om de financiële risico’s bij deze marktpartijen te beleggen.
In de regel is het voor marktpartijen inderdaad mogelijk om vanwege schaal- en efficiencyvoordelen een goedkopere exploitatie te voeren dan bijvoorbeeld een gemeente of een stichting, ondanks het feit dat zij ook extra vergoedingen in rekening brengen. Ook bestaat dan zekerheid over een vaste (uitsluitend te indexeren) exploitatiebijdrage of -subsidie gedurende de volledige contractperiode.
27
De afgelopen jaren (2015-2020) zien we wel een trendbreuk waarbij veel gemeenten steeds meer vraagtekens zetten bij marktwerking en het eenzijdig beleggen van risico’s bij de exploitant. Gevolg is namelijk ook dat exploitanten zeer scherp begroten en als gevolg hiervan ook op alle aspecten waar dit mogelijk is kosten besparen. Uiteraard dienen zij zich te houden aan de contractueel vastgelegde (maatschappelijke) randvoorwaarden die zijn verbonden aan de exploitatie maar buiten deze kaders is sprake van een zuiver commerciële bedrijfsvoering. Dit staat niet zelden of gespannen voet met de wens van de gemeente met betrekking tot een maximale maatschappelijke meerwaarde van de zwembaden en de mogelijkheid om op basis van (zich ontwikkelende) beleidsdoelstelling te kunnen sturen op functie en gebruik. Als gevolg hiervan wordt gezocht naar alternatieve beheersvormen. Omdat steeds minder gemeenten het exploiteren van maatschappelijke voorzieningen als kerntaak beschouwen en de continuïteit en kwaliteit van veel stichtingen onder druk staan neemt het beleggen van het beheer en de exploitatie bij een externe verzelfstandigd Sportbedrijf in populariteit toe. Om op een meer gestructureerde wijze richting te geven aan het bepalen van de voorkeursvarianten met betrekking tot de beheersvorm voor de zwembaden is gebruik gemaakt van de hiertoe door Synarchis ontwikkelde beoordelingsmatrix.
De verschillende beheersvormen worden hierbij beoordeeld op een aantal prestatie-indicatoren. De volgende indicatoren worden hierbij het meest gehanteerd: •
De mate waarin bij de beheersvorm gemeentelijke sturing mogelijk is op de maatschappelijke meerwaarde.
•
De mate waarin bij de beheersvorm sprake is van een stabiele situatie met weinig continuïteitsrisico.
•
De mate waarin bij de beheersvorm sprake is van een marktgerichte en innovatieve exploitatie.
•
De mate waarin bij de beheersvorm sprake is van een effectieve en efficiënte exploitatie.
•
De mate waarin de gemeente bij de beheersvorm gevrijwaard wordt van (financiële) exploitatierisico’s.
•
De mate waarin gerekend kan worden op maatschappelijke draagvlak voor de beheersvorm.
Per beheersvorm is op basis van de ervaring van Synarchis aan alle indicatoren een score toegekend waaruit de intrinsieke sterkte van de betreffende beheersvorm op de betreffende indicator inzichtelijk wordt gemaakt. De uitgevoerde exercitie heeft geresulteerd in de volgende scoretabel. Uiteraard kan over alle scores een discussie worden gevoerd. Het betreft zeker geen mathematische exercitie maar biedt wel een goed eerste inzicht. Scoretabel Gemeentelijke sturing Stabiliteit en continuiteit Marktgerichtheid en innovativiteit Effectiviteit en efficiency Voorkomen van exploitatierisico's (Maatschappelijk) draagvlak
gemeentelijk beheer 5 5 3 1 1 3
contract management 4 4 3 2 2 3
sport bedrijf 3 3 5 4 3 4
stichting
marktpartij
3 2 4 3 3 4
2 3 4 4 4 2
Tabel 19: Afwegingsmatrix beheersvormen
Zoals hiervoor aangegeven speelt ook het verwachte financiële effect vaak een rol. Deze indicator is bewust niet in de matrix opgenomen omdat hier op voorhand geen zekerheid over te geven is en wordt bepaald door het aanbestedingsresultaat. Vaak kan een commerciële marktpartij efficiënter en effectiever exploiteren dan bijvoorbeeld een gemeente of stichting. Dit wordt echter ook sterk bepaald door de maatschappelijke uitgangspunten en randvoorwaarden waar de marktpartij zich aan dient te houden (bijvoorbeeld tarieven of openstellingstijden). Alle eisen die de gemeente hieraan stelt zullen in een inschrijving worden afgeprijsd. Daarbij dient ook te worden opgemerkt dat marktpartijen kosten in rekening brengen zoals een management- en een risicovergoeding (“fees”). De kans is overigens op het moment van schrijven van deze rapportage wel aanwezig dat een commerciële marktpartij zal worden aangemerkt als winst beogend en hiermee een met Btw belast exploitatie kan voeren. Doordat de Btw op alle kosten in dat geval verrekenbaar zijn kan die een aanzienlijk positief effect hebben op de jaarlast, vooral ook indien de eerder genoemde compensatieregelingen in 2024 zouden vervallen. De uiteindelijke voorkeursvorm wordt bepaald door het belang dat de gemeente toekent aan de respectievelijke indicatoren (wegingsfactor).
Door voor een bepaalde indicator de score te vermenigvuldigen met de wegingsfactor wordt duidelijk wat cijfermatig de preferente beheersvorm is voor de situatie in Zwartewaterland. Volgend op een dergelijke cijfermatige exercitie is het uiteraard direct van belang om te bepalen wat de realiteitswaarde is van de verschillende beheersvormen in de situatie in Zwartewaterland. Hierop wordt in de volgende paragraaf verder ingegaan. 28
5.4.2
Richtinggevend advies beheer – en exploitatievorm Zwartewaterland
De gemeente Zwartewaterland heeft in 2008 het beheer en de exploitatie van de zwembaden Bestevaer en Ariën Prins van Wijngaarden belegd bij SZZ. De Kragge werd al langer door een stichting geëxploiteerd die op het moment van toevoeging van de zwembaden in Genemuiden en Hasselt is ongevormd tot SZZ. Hiermee heeft de gemeente derhalve in 2008 een privatiseringstraject doorlopen en hiermee is de expertise op het gebied van zwembadexploitaties niet meer binnen de gemeentelijke organisatie voorhanden. Er hebben ons geen signalen bereikt dat de gemeente voornemens is haar (kern)takenpakket te herzien door weer een prominentere rol te gaan spelen bij het beheer en de exploitatie van maatschappelijke voorzieningen zoals zwembaden. Wij gaan er dan ook vanuit dat een deprivatisering van de exploitatie van de zwembaden naar een gemeentelijke exploitatie (al dan niet op basis van contractmanagement) waarbij alle medewerkers ook weer in dienst treden van de ambtelijke organisatie op dit moment als niet realistisch dient te worden bestempeld. Het oprichten van een Sportbedrijf, een BV of NV waarvan de gemeente vaak 100% aandeelhouders is, mag zich (zoals eerder aangegeven) in Nederland in een toenemende populariteit verheugen. Een dergelijk Sportbedrijf treedt vaak als exploitant op van sportvoorzieningen zoals zwembaden en binnensportaccommodaties.
In een aantal gevallen worden hier buitensportaccommodaties en andersoortige maatschappelijke voorzieningen aan toegevoegd. Ook dragen in veel gevallen Sportbedrijven zorg voor de uitvoering van het sportbeleid (sportstimulering). Vanuit onze adviespraktijk beoordelen wij een voldoende volume van de opdracht als een kritische succesfactor voor een Sportbedrijf. Reden hiervoor is dat een Sportbedrijf daadwerkelijk als onderneming dient te worden vormgegeven met de nodige management- en staffuncties. Indien sprake is van een in omvang te beperkte opdracht wegen de kosten van deze overhead zwaar door in het bedrijfsresultaat. Wij hebben in diverse kleine gemeenten moeten constateren dat dit resulteert in een hogere jaarlast dan bij andere beheersvormen het geval is. Wij zouden de oprichting van een Sportbedrijf in de gemeente Zwartewaterland op voorhand dan ook niet adviseren. Separaat onderzoek zou echter inzichtelijk kunnen maken of er in dit opzicht wellicht toch kansen aanwezig zijn. Zoals aangegeven heeft de gemeente Zwartewaterland ervaring met de stichtingsvorm bij de exploitatie van de zwembaden. De laatste 12 jaar is SZZ verantwoordelijk geweest voor de exploitatie van de drie zwembaden die zich binnen de gemeentegrenzen bevinden. SZZ is in staat gebleken om zwembaden in de markt te zetten met een zeer grote aantrekkingskracht.
Het animocijfer is zoals eerder geconstateerd zeer hoog. Op basis van de analyse en gesprekken constateren wij ook dat het maatschappelijke aspect bij SZZ hoog in het vaandel staat. Dit vertaalt zich bijvoorbeeld in een klantgerichte benadering (gratis kopjes koffie of thee), een voor de bezoeker aantrekkelijke tarievenstructuur, een ruime openstelling, kleine zwemlesgroepjes en een ruime personele formatie, ook op het hogere hiërarchische niveau. Dit zijn aspecten die veel voorkomen bij de stichtingsvorm. Hoewel SZZ aangeeft dat met name de vaststellingen van de tarieven(structuur) door de gemeente wordt gedicteerd menen wij wel te kunnen constateren dat het accent momenteel niet ligt op optimalisering van de bedrijfsvoering, kostenbesparing en het maximaliseren van de omzet. In deze rapportage wordt aangegeven waar de mogelijkheden in dit opzicht liggen, maar de stichting zal wel in staat moeten blijken om deze handschoen op te pakken. Alternatief voor de stichtingsvorm is het contracteren van een marktpartij voor de exploitatie van de zwembaden door middel van een aanbesteding. Ook bij een marktpartij is het mogelijk om maatschappelijke randvoorwaarden van toepassing te verklaren op de inschrijvingen en contractueel te verankeren. Dit werkt wel kostenverhogend doordat de inschrijver dit afprijst.
Ook past het bij deze beheer- en exploitatievorm om een exploitant voldoende ondernemingsvrijheid te geven (dus niet alles contractueel “dicht te timmeren”) en als gemeente ook daadwerkelijk afstand te nemen. Los van de eerder genoemde mogelijke fiscale voordelen zien wij in de meeste gevallen dat marktpartijen in staat zijn door middel van schaal- en efficiencyvoordelen en optimalisering van tarieven en openstelling een beter exploitatieresultaat te bereiken dan bij andere beheersvormen het geval is. Dit ondanks het feit dat zij ook extra vergoedingen in rekening brengen. De gemeente dient zich er wel van bewust te zijn dat dit ten koste gaat van het maatschappelijk rendement van de zwembaden. Ook verdient het aanbeveling om bij de aanbesteding scherp te zijn op het financiële realiteitsgehalte van de inschrijvingen. Juist in de omgeving van Zwartewaterland hebben zich recentelijk twee voorbeelden voorgedaan van faillissementen van zwembaden die door een marktpartij worden geëxploiteerd. Dit vanwege het feit dat het niet mogelijk bleek de financiële ambitie waar te maken. Alles overwegende adviseren wij de gemeente Zwartewaterland om een afweging te maken tussen het continueren van de stichtingsvorm of het in de markt zetten van de exploitatie middels een aanbesteding.
Een en ander is zeer afhankelijk van het belang dat door de gemeente wordt gehecht aan de in paragraaf 5.2.1 weergegeven (en wellicht nog andere) indicatoren. Het 29
financiële effect zal pas blijken na een aanbesteding maar de verwachting is gerechtvaardigd dat een marktpartij hier voordelen in kan bereiken. Overigens moet ook SZZ in staat worden geacht om, zoals uitgebreid beschreven in deze rapportage, ten opzichte van de huidige situatie een substantiële verbetering van het exploitatieresultaat te bewerkstelligen. Voorwaarde is in beide gevallen dat de kaders waarbinnen de exploitatie plaats dient te vinden voldoende ruimte bieden. Met het oog op de omvang van de gemeente en hieruit volgend de (te) beperkte omvang van de opdracht lijkt een Sportbedrijf niet aan te bevelen. Om dit echter goed te kunnen onderbouwen zou aanvullend onderzoek nodig zijn.
30
6.
Samenvattende conclusies
Deze rapportage vormt de weerslag van het onderzoek dat is uitgevoerd naar de toekomst van de zwembaden in de gemeente Zwartewaterland. Momenteel beschikt de gemeente over twee overdekte zwembaden (De Kragge te Zwartsluis en Bestevaer te Genemuiden) en één openluchtzwembad (Ariën Prins van Wijngaarden te Hasselt). Voor alle baden is de exploitatie doorgelicht en is een bouwkundige en technische inspectie uitgevoerd. De analyses hebben plaats gevonden in het bredere perspectief van de omgeving waarbinnen de zwembaden in Hasselt, Genemuiden en Zwartsluis zich bevinden en de relevante lokale en landelijke ontwikkelingen die zich voordoen. In paragraaf 4.1 en 4.2 van deze rapportage worden de belangrijkste bevindingen van de hiervoor genoemde werkzaamheden weergegeven. Bondig samengevat kan worden geconstateerd dat de zwembaden in staat zijn om meer bezoekers te verwelkomen dan vanuit de omvang van het verzorgingsgebied op basis van landelijke referentiecijfers verwacht zou worden. Toch is er sprake van een beperkte overcapaciteit van overdekt zwemwater in relatie tot de bezoekersaantallen. De exploitatie van de zwembaden kan worden gekenmerkt als “maatschappelijk”. Dit vertaalt zich met name in een ruime openstelling, laagdrempelige tarieven en een hoge personeelsinzet in verhouding tot het aantal bezoekers.
Er is ruimte om de financiële exploitatie te verbeteren zonder dat dit leidt tot een vanuit maatschappelijk perspectief onwenselijke situatie. Hiervoor zijn in de rapportage concrete voorstellen gedaan. De inspecties hebben onder meer geleid tot de constatering dat vooral de conditie van De Kragge slecht is en voor de Bestevaer op middellange termijn een renovatie of vervangen nieuwbouw wordt aanbevolen. Op basis van alle bevindingen zijn door middel van een uitgevoerde synthese vijf scenario’s opgesteld en inhoudelijk en financieel uitgewerkt voor het toekomstige zwemwateraanbod in de gemeente Zwartewaterland. De scenario’s hebben betrekking op het overdekte zwemwater. Voor alle scenario’s kan een separate keuze worden gemaakt om het openluchtzwembad in Hasselt al dan niet open te houden. Indien de gemeente ervoor kiest om ook in de toekomst onoverdekt zwemwater aan te blijven bieden dan adviseren wij vanwege de staat van de accommodatie en de efficiency van de exploitatie te kiezen voor continuering van de exploitatie van Ariën Prins van Wijngaarden en derhalve niet te kiezen voor realisatie van een nieuw buitenbad (solitair of in combinatie met een overdekte zwemvoorziening). In onderstaande tabel 20 zijn de belangrijkste karakteristieken van de vijf scenario’s weergegeven voor de situatie dat het buitenbad in Hasselt in stand wordt gehouden.
Voor een uitgebreidere beschrijving van de respectievelijke configuraties wordt verwezen naar paragraaf 4.4 van deze rapportage. Voor alle bedragen (prijspeil 2024) geldt in dit stadium een onzekerheidsmarge van plus of min 10%. In de tabel is ter vergelijking ook de huidige bijdrage7 van de gemeente aan de zwembaden weergegeven en het verschil ten opzichte van de geraamde jaarlast. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de huidige bijdrage zoals opgenomen in de tabel niet zal volstaan om de huidige exploitatie van de zwembaden nog langere tijd te continueren. Het uitvoeren van renovaties is in onze optiek in dat geval onvermijdelijk waarmee scenario 4 van toepassing kan worden verklaard. Ook is het prijspeil van de huidige bijdrage uiteraard 2020. Belangrijkse karakteristieken scenario's (alle bedragen inclusief Btw, prijspeil 2024 met uitzondering van huidige jaarlast) Configuratie
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Scenario 5
Nieuwbouw zwembad
Renovatie Bestevaer
Renovatie Bestevaer
Renovatie Bestevaer
Renovatie Bestevaer
Sluiting De Kragge
Sluiting De Kragge
Uitbreiding Bestevaer
Renovatie De Kragge
Sluiting Bestevaer
Wateroppervlak (in m2) Investering Jaarlast Huidige gemeentelijke bijdrage Verschil jaarlast en huidige bijdrage Bezoekersaantal overdekt Bezetting (# bezoekers/m2) Opmerkingen
Sluiting De Kragge
685,0 € 10.659.000 € 822.000 € 839.000 -€ 17.000 132.000 193
472,5 € 4.414.000 € 716.000 € 839.000 -€ 123.000 100.000 212
Looptijd 40 jaar
Looptijd 25 jaar
Vraaguitval door centralisatie Vraaguitval door wateroppervlak Locatie nader te bepalen
Vraaguitval door centralisatie
722,5 € 6.268.000 € 819.000 € 839.000 -€ 20.000 132.000 183
802,5 € 6.950.000 € 1.048.000 € 839.000 € 209.000 152.000 189
Looptijd 25 jaar
Looptijd 25 jaar
Geen zondagopenstelling
Sloop De Kragge Nieuwbouw De Kragge
722,5 € 9.511.000 € 1.052.000 € 839.000 € 213.000 158.000 219 Looptijd 25 en 40 jaar Nieuwbouw in Zwartsluis
Vraaguitval door centralisatie
Tabel 20: Samenvattende karakteristieken van de 5 scenario’s (prijsniveau 2024) 7
De huidige bijdrage bestaat uit de exploitatiebijdrage inclusief vergoeding Btw -nadeel (€ 635.000,-), de kapitaallasten (€ 16.000,-), salariskosten gedetacheerd personeel (€ 97.000,-), het jaarlijks gereserveerde bedrag voor onderhoud (€ 90.000,-) en overige kosten (€ 1.000,-).
31
Indien er voor wordt gekozen om het bestaande buitenbad te sluiten dan heeft dit naar verwachting geen substantieel effect op de bezoekersaantallen van de overdekte voorziening(en). Wel resulteert dit voor alle scenario’s in een besparing op de jaarlast van ongeveer € 170.000,-. Het buitenbad trekt afhankelijk van het weer per jaar de afgelopen drie jaar 47.000 tot 61.000 bezoekers. De scenario’s kunnen kort als volgt worden geduid: •
Met scenario 1 wordt gekozen voor één toekomstbestendige centrale zwemvoorziening op een nader te bepalen locatie binnen de gemeentegrenzen die voldoet aan de belangrijkste eisen en wensen op het gebied van capaciteit en functionaliteit. Door de centralisatie van het overdekte zwemwater kan wel een daling van het aantal bezoekers aan overdekt zwemwater worden verwacht ten opzicht van de huidige situatie waarbij sprake is van twee overdekte zwembaden.
•
Scenario 2 resulteert in een situatie waarbij één zwemvoorziening resulteert (het gerenoveerde Bestevaer) wat leidt tot een situatie waarbij sprake is van onvoldoende zwemwater in verhouding tot de behoefte. Het betreft wel het goedkoopste scenario (investering en jaarlast). Dit leidt door het beperkte wateroppervlak tot een nog sterkere vraaguitval dan bij scenario 1 en scenario 3 het geval is.
•
Scenario 3 is vergelijkbaar met scenario 1 met dien verstande dat er geen nieuwbouw plaats vindt en er iets meer zwemwater ontstaat. In tegenstelling tot scenario 1 is bij scenario 3 geen sprake van een keuzemogelijkheid voor de locatie en wordt er een situatie gecreëerd voor 25 jaar in plaats van 40 jaar bij scenario 1.
•
Scenario 4 en 5 zijn vergelijkbaar met elkaar en met de bestaande situatie waarbij de gemeente beschikt over twee overdekte zwembaden. De investering voor scenario 5 is hoger dan voor scenario 4 het geval is, de jaarlasten zijn vergelijkbaar. Met scenario 5 wordt met de vervanging van het zwembad in Zwartsluis de keuze gemaakt voor een toekomstbestendigere situatie.
Tenslotte is ook een analyse uitgevoerd naar de mogelijke exploitatievormen voor de zwembaden in de gemeente Zwartewaterland. Hoewel er meer opties mogelijk zijn hebben in relatie tot de lokale situatie slechts twee vormen realiteitswaarde: continuering van exploitatie door een stichting of uitbesteding van de exploitatie aan een marktpartij (commerciële exploitant). Welke van deze twee vormen als preferent kan worden beschouwd is afhankelijk van de waarde die de gemeente toekent aan verschillende aspecten met betrekking tot de exploitatie. Afhankelijk van deze, nog uit te voeren, exercitie kan worden bepaald welke exploitatievorm hier het best bij aansluit.
32
peuterbad
glijbaan
wellness
buitenbad
min
doelgroepenbad
km
duikplanken
Plaats
wedstrijdbad 25 m
Zwembad
wedstrijdbad 50 m
Concurrentieanalyse recreatiebad
Bijlage 1
x x x
x x x
x
x x
Overdekte zwembaden 1 De Kragge 2 Bestevaer
Zwartsluis
0
0
Genemuiden
12,7
15
3 Zwembad Vollenhove 4 Bad Hesselingen Subtropisch Zwembad
Vollenhove
11,9
12
Meppel
11,8
12
5 De Broene Eugte 6 Bubbelsbewegen
Staphorst
12,9
15
Zwolle
16,3
18
7 Optisport Zwembad De Vrolijkheid 8 Zwembad Sonnenberch
Zwolle
19,2
24
IJsselmuiden
19,2
23
9 Zwembad De Steur Openluchtzwembaden
Kampen
26,6
28
10 Ariën Prins van Wijngaarden 11 Stichting Zwembad Blokzijl
Hasselt
0
0
Blokzijl
16,3
17
12 Vereniging Openluchtbad Zwolle 13 Zwembad De Meule
Zwolle
18,8
17
Nieuwleusen
16,2
18
14 Openluchtbad Het Heuveltjesbosbad 15 Openluchtzwembad Gerner
Balkbrug
23,1
23
Dalfsen
26,7
28
x x x x x x x x x x x x x x
x x
x
x x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x
x x
x
x
x x
x
x x x x
x
Zwemplassen 16 Milligerplas Zuid 17 Surfstrand West Belterwijde
Zwolle
9,5
9
Blauwe Hand
14,8
16
18 Agnietenplas Oost 19 Wijthmenerplas
Zwolle
14,3
20
Zwolle
20,2
22
Afstanden berekend vanuit Genemuiden Overdekte zwembaden Bestevaer
Genemuiden
0
0
De Kragge
Zwartsluis
12,7
15
Zwembad Sonnenberch
IJsselmuiden
11,9
15
Bubbelsbewegen
Zwolle
13,7
15
Zwembad De Steur
Kampen
14,4
20
De Broene Eugte
Staphorst
17,8
20
Optisport Zwembad De Vrolijkheid
Zwolle
18,7
23
Bad Hesselingen Subtropisch Zwembad
Meppel
20,5
23
Zwembad Vollenhove
Vollenhove
23,3
23
33
De nummers in de cirkels corresponderen met de nummering in voorgaande tabel in deze bijlage 1.
34
Bijlage 2
Bestaande tarieven SZZ 2019
NAAM
Prijs
Dagkaart Volwassenen
€
4,10
Dagkaart Jeugd
€
2,95
Dagkaart Ouderen
€
3,80
Weekend tarief
€
7,90
Zwempas
€
3,70
Zwartsuis 2020 Nieuw € 4,20 € 3,00 € 4,00 € 8,10 € 3,80
Dagkaarten 10 Badenkaart Volwassen
€
10 Badenkaart Jeugd
€
10 Badenkaart Ouderen
€
€ 26,25 € 34,00 € 37,00
37,80 26,80 36,00
Rekratief badenkaarten Abonnement Volwassenen
€
Abonnementen Jeugd
€
Abonnementen Ouderen
€
Abonnement Duplicaat
€
€ 36,00 € 48,00 € 4,00 € 52,50
54,00 37,00 50,00 4,10
Abonnementen
Genemuiden
2019
2020
Prijs
Nieuw
Prijs
Nieuw
Dagdeelk Jeugd
€
2,95 €
3,00
Dagk Jeugd t/m 15 jaar
€
4,00
€
4,10
Dagdeelk Volwassenen
€
4,10 €
4,20
Dagk Volw
€
5,50
€
5,60
Dagdeelk 65+
€
3,80 €
4,00
Dagk 65+
€
5,00
€
5,10
Zaterdag tarief
€
7,90 €
8,05
Avondtarief
€
3,50
€
3,60
Cliënt + begeleiding
€
8,30 €
8,50
Zwemles oefen tarief
€
4,20 €
4,30
10 Badenk Volw
€
50,40
€
51,40
Senioren 50+ Vrijdagmiddag
€
2,25 €
2,30
10 Badenk Jeugd t/m 15 jaar
€
34,80
€
35,50
Verjaardag Spelletjes
€
5,50 €
5,60
10 Badenk 65+
€
44,10
€
45,00
Verjaardag met Broodje
€
6,55 €
6,70
Verjaardag met Patat en Snack
€
10,50 €
10,70
Abonn Volw
€
75,20
€
76,70
Verrekening Recr. Zwemmen
€
5,50 €
5,60
Abonn Jeugd t/m 15 jaar
€
46,75
€
47,70
Abonn 65+
€
55,15
€
56,25
Gez Abo 2 Volw + 1 kin
€
148,30
€
151,30
Rekreatief
Gez Abo 2 Volw + 2 kin
€
160,95
€
164,20
10badenkaart Jeugd
€
26,25 €
26,80
Gez Abo 2 Volw + 3 kin
€
172,60
€
176,05
10badenkaart Volwassenen
€
36,75 €
37,80
Gez Abo 2 Volw + 4 kin
€
184,80
€
188,50
10badenkaart 65+
€
34,00 €
40,00
Gez Abo 1 Volw + 1 kin
€
98,50
€
100,50
Gez Abo 1 Volw + 2 kin
€
127,50
€
130,05
Gez Abo 1 Volw + 3 kin
€
148,30
€
151,30
Gez Abo 1 Volw + 4 kin
€
167,95
€
171,31
Rekreatief 10 badenkaart €
83,50
Leskaart 1 x 45 min
€
42,50
Leskaart 1 les
€
7,00
Leskaart Volwassenen
€
7,60
Inschrijfgeld
€
16,80
All-inn AB
€
595,00
All-inn ABC
€
725,00
€ € € € € € €
85,20 43,35 7,15 7,75 17,15 607,00 740,00
Abon jeugd 3 maand
€
36,00 €
37,00
Abon volw 3 maand
€
52,50 €
54,00
Evenementen
€
5,50 €
5,60
Apk 1 les
€
Apk 10 badenkaart
€
€ 42,85 € 4,85
4,95 43,75
REKREATIEF ZWEMMEN
Abon 65plus 3 maand
€
48,00 €
50,00
Leskaart A
€
265,00
€
270,30
Abonnement Volwassen
€
185,00 €
189,00
Leskaart B
€
221,00
€
225,40
Abonnement All-inn maand
€
40,00 €
41,00
Leskaart C
€
221,00
€
225,40
Zwemvaardigheid
€
209,90
€
214,10
Rekreatief abonnementen
Zwemles 1x
€
11,50
€
11,75
Rekreatief
LESKAARTEN
All-inn C .
Hasselt
2020
Rekreatief Zwemmen Leskaart 2 x 45 min
NAAM
2019
Extra les Leskaarten 50 Plus Enkel
€
4,70
50 Plus 10 Badenkaart
€
41,50
BPK Enkel
€
5,70
BPK 10 Badenkaart
€
45,70
Aqua-Jogging Enkel
€
6,80
Aqua-Jogging 10 Badenkaart
€
52,50
Trimzwemmen Enkel
€
5,70
Trimzwemmen 10 Badenkaart
€
47,25
Bootkamp Enkel
€
6,85
Bootkamp 10 Badenkaart
€
53,00
Combi
€
2,30
Float-fit
€
6,80
Float-fit 10 badenkaart
€
52,50
Onbeperkt sport abb 1 maand
€
35,00
€ € € € € € € € € € € € € €
4,80 42,35 5,80 46,60 6,95 53,60 5,80 48,20 7,00 54,50 2,35 6,95 53,55 35,70
Doelgroepen
Zwemleskaart ABC 3/4 uur 2xpw
€
83,50 €
85,20
APK Zwemmen
€
5,25
€
5,35
Zwemleskaart ABC 3/4 uur 1xpw
€
42,50
€
43,40
10 baden APK
€
43,00
€
43,90
Zwemleskaart ABC 1 uur 1xpw
€
57,95
€
59,10
Aqua-Jogging
€
6,75
€
6,90
1 les Zwemles ABC 3/4 uur
€
7,00
€
7,15
10 baden Aqua-Jogging
€
52,50
€
53,55
1 les Zwemles ABC 1 uur
€
9,65
€
9,85
Trimzwemmen
€
5,70
€
5,80
Inschrijfgeld
€
16,80 €
17,15
10 baden Trimzwemmen
€
47,25
€
48,20
All-inn AB
€
595,00 €
607,00
Bootkamp
€
6,85
€
7,00
All-inn ABC
€
725,00 €
740,00
10 baden Bootkamp
€
53,00
€
54,10
All-in zwemles C
€
150,00 €
153,00
Aqua-Boardfit
€
6,85
€
7,00
Bijz zwemles
€
114,75 €
117,05
5 baden Aqua-Boardfit
€
26,50
€
27,00
5 baden Snorkelen
€
37,50
€
28,25
10 Baden APK
€
45,00
€
45,90
Zeemeermin pakket
€
42,50
€
43,35
Diploma A
€
26,50
€
27,05
Diploma B
€
26,50
€
27,05
Diploma C
€
26,50
€
27,05
Zwemles Diploma A
€
21,00 €
21,40
Diploma B
€
21,00 €
21,40
Diploma C
€
21,00 €
21,40
Verrekening leskaart Diploma's
€ € 21,00 €
Diploma A
€
21,00
Diploma B
€
21,00
Diploma C
€
21,40 21,40 21,40
Doelgroepen
Aquajogging 1 les
€
6,75
€
6,90
Aquajogging 10 lessen
€
52,50
€
53,55
Aquavaria 1 les
€
6,75
€
6,90
Kinderfeestjes alleen spelletjes
€
6,50
€
6,70
Aquavaria 10 lessen
€
52,50
€
53,55
Kinderfeestjes spelletjes + patat