a. Bijlage 1 - Sasweg 1b Genemuiden Toelichting
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan Sasweg 1b, Genemuiden Ontwerp naar stikstofdepositie, door middel van het uitvoeren van een AERIUS-berekening, is daardoor niet noodzakelijk. Het plan is in het kader van artikel 2.7, lid 1 van de Wet natuurbescherming dan ook niet vergunning plichtig. 5.8.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele projectgebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen, waardoor het voldoet aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Met betrekking tot onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan de ontwikkeling het beste worden aangemerkt als: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Gezien de drempelwaarden alsmede het feit dat de voorliggende ontwikkeling enkel een functiewijziging betreft is er van een directe m.e.r.-plicht in dit geval geen sprake. 5.8.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van voorliggend bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan Sasweg 1b, Genemuiden Ontwerp
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011), de Waterwet (2009) en het Barro (2018). 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. In de provinciale Omgevingsverordening (2.14.4) heeft de provincie Overijssel aangegeven dat voor gebieden met het risico op overstroming een onderbouwing in het bestemmingsplan moet worden opgenomen in de vorm van een overstromingsrisicoparagraaf. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen minder snel en ondiep onderlopende gebieden en snel diep onderlopende gebieden. 6.1.4
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het beleid van het Waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Water Raakt!, Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050, Beleid Beheer en Onderhoud Stedelijk water 2013-2018 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De genoemde beleidsdocumenten kunnen worden ingezien op het hoofdkantoor van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de internetsite: www.wdodelta.nl. Op gemeentelijk niveau is het in overleg met het waterschap opgestelde gemeentelijk Waterplan en het (verbreed) gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van belang.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan Sasweg 1b, Genemuiden Ontwerp
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Watertoets
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van www.dewatertoets.nl. De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de zogenoemde ‘geen belang procedure’ van de watertoets. Dit houdt in dat de ontwikkeling geen waterschapsbelangen raakt. De uitkomst van de watertoets is als bijlage 1 van deze toelichting opgenomen. Daarnaast worden de reeds geldende dubbelbestemmingen met betrekking tot de waterstaatkundige functie in voorliggend plan overgenomen. 6.2.3
Conclusie
Het aspect ‘Water’ vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan Sasweg 1b, Genemuiden Ontwerp
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 7.2.2
Inleidende regels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Relatie bestemmingsplan Bedrijventerreinen Zwartewaterland (Artikel 2) In dit artikel 2 is de verhouding tussen het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Zwartewaterland” en voorliggend bestemmingsplan vastgelegd. De regels behorende bij het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Zwartewaterland” zijn onverminderd van toepassing voor voorliggend bestemmingsplan.
7.2.3
Algemene regels
Hoofdstuk 2 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 3)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan Sasweg 1b, Genemuiden Ontwerp Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van een bouwplan en op die wijze meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. •
7.2.4
Overige regels (Artikel 4) Deze regels zijn overgenomen van het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Wonen” dat op 14 oktober 2021 door de gemeenteraad van gemeente Zwartewaterland is vastgesteld. De relevante bepaling uit de regels behorende bij het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Wonen” zijn opgenomen in dit artikel. Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 3 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Enkelbestemming ‘Wonen’ De bestemmingsregels uit het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Zwartewaterland” zijn in dit bestemmingsplan onverkort van toepassing verklaard, met dien verstande dat de verbeelding van dit bestemmingsplan is gewijzigd in die zin dat de bestemming ‘Bedrijf’ is gewijzigd naar ‘Wonen’ voor alle gronden binnen het plangebied. Daarnaast is ter plaatse van de aanwezige woning een bouwvlak opgenomen.
Ten slotte zijn de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.2’, maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 10 m’ en gebiedsaanduiding ‘overige zone – kantoor en tapijt’ behorende tot de bedrijfsbestemming verwijderd. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ De bestemmingsregels uit het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Zwartewaterland” zijn in dit bestemmingsplan voor deze bestemming onverkort van toepassing verklaard. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’ De bestemmingsregels uit het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Zwartewaterland” zijn in dit bestemmingsplan voor deze bestemming onverkort van toepassing verklaard. Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’ De bestemmingsregels uit het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Zwartewaterland” zijn in dit bestemmingsplan voor deze bestemming onverkort van toepassing verklaard.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan Sasweg 1b, Genemuiden Ontwerp
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds aangetoond door de financiële haalbaarheid en anderzijds via de grondexploitatieregeling vanuit de wetgeving. Dit betreft een gemeentelijk plan en het herstellen van een planologische omissie. De vaststelling van een exploitatieplan is bij dit bestemmingsplan niet van toepassing.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan Sasweg 1b, Genemuiden Ontwerp
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
In het kader van vooroverleg is het plan voorgelegd aan de provincie. De provincie is akkoord met de ontwikkeling. 9.1.3
Waterschap Drents Overijsselse Delta
In het kader van vooroverleg is het plan voorgelegd aan het waterschap. Het waterschap is akkoord met de ontwikkeling aangezien het een ‘geen belang procedure’ betreft.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Aangezien het in voorliggend geval gaat om het herstellen van een planologische omissie is er geen gebruik gemaakt van een voorontwerpbestemmingsplan.
9.3
Zienswijzen
Het plan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan Sasweg 1b, Genemuiden Ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1
Digitale watertoets
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32