CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Bijlage 1 - Hoofdlijnenakkoord RES West-Overijssel

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Hoofdlijnenakkoord Regionale Energie Strategie West-Overijssel5.650 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoofdlijnenakkoord RES West-Overijssel Gemeente

Dalfsen Deventer Hardenberg Kampen Olst-Wijhe Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Zwartewaterland Zwolle

Provincie

Overijssel

Waterschap

Drents Overijsselse Delta Vallei & Veluwe Vechtstromen Rijn & IJssel

31 maart 2021

Inhoudsopgave 1.

Hoofdlijnenakkoord: op weg naar RES 1.0

4

2.

De regionale doelstellingen in de RES 1.0

6

2.1

Bod concept-RES handhaven en streven naar 60% wind en 40% zon

6

2.2

Zoekgebieden voor zon en/of wind op de kaart

7

2.3

Optimaliseren ruimtelijke kwaliteit bij opwek

8

2.4

Beperken van maatschappelijke kosten

8

2.5

Gebiedsgerichte en grensontkennende participatie

9

2.6

Minimaal 50% lokaal eigendom

9

3.

De regionale afspraken in de RES West-Overijssel

10

3.1

Versterken subregionale samenwerking

10

3.2

Regionale participatie

10

3.3

Aan de slag met groen gas, geothermie, lokale waterstof, aquathermie en de duurzaamheidsladder toepassen in de Regionale Structuur Warmte

11

3.4

Verkenning naar regionale Milieueffectrapportage (m.e.r.)

12

3.5

Doorontwikkeling RES-organisatie en financiering

12

3.6

Samenwerken aan een lobby op betaalbaarheid en governance in relatie tot warmte en zon-op-dak

12

4.

Tot slot

13

Bijlage

Het verhaal van West-Overijssel

3

1. Hoofdlijnenakkoord: op weg naar RES 1.0 We doen dit samen!

Wij, de elf gemeenten, de provincie en de waterschappen uit de regio West-Overijssel, doen dit samen! Dat is een van de kernwaarden die we in de concept-RES met elkaar hebben afgesproken. In onze regio werken we bestuurlijk samen aan de regionale energiestrategie. Tegelijkertijd erkennen we ook dat de energietransitie lokaal plaatsvindt. In de lokale gemeenschappen gebeurt het, daar ontstaan initiatieven voor zon-op-dak, zonneparken en windmolens. We realiseren ons dan ook dat het en/en is: het lokale proces en regionale doelstellingen en afspraken. We werken in West-Overijssel van onderop, vanuit de lokale processen, dat is de kracht van onze regionale energiestrategie (RES). Tegelijkertijd werken we samen aan regionale doelen die weer leidend zijn voor onze lokale processen. ‘Het verhaal van West-Overijssel’ (zie bijlage) vertelt onze visie op de regionale energietransitie en wat de kernelementen van onze aanpak zijn.

Binnen de gezamenlijke doelstellingen is er ruimte om

We laten zien dat het werkt, de aanpak van onderop met

te verschillen in aanpak en middelen.

regionale afspraken en binnen het bestaande Huis van Thorbecke. We hebben in de Startnota afgesproken dat

Het afgelopen jaar hebben we samen veel bereikt.

als we er onverhoopt samen niet uitkomen, de provincie

We hebben onze afspraken uit de concept-RES verdiept.

haar sturingskracht zal inzetten. Het afgelopen jaar

De doelstellingen in dit Hoofdlijnenakkoord zijn daar het

hebben we ons afwegingskader op de vier hoekpunten

resultaat van. Maar er gebeurt ook veel in de samen-

verdiept. Vanuit die verdieping formuleren we zes

leving. Diverse lokale initiatieven zijn opgestaan:

richtinggevende doelstellingen en zes regionale af-

de omgeving komt zelf met de oplossingen.

spraken op regionaal niveau. We hebben nieuwe

Het tempo waarmee dit gebeurt en de fase waarin al die

inzichten opgedaan, het wordt steeds duidelijker hoezeer

initiatieven zitten verschilt per gemeente.

we elkaar nodig hebben en we kunnen elkaar steeds

We respecteren die verschillen en begrijpen dat niet alles

beter vinden. De regionale doelen willen we realiseren

op dit moment al onderdeel van dit Hoofdlijnenakkoord

op een manier die zo goed mogelijk aansluit bij lokale processen en de onderlinge verschillen in tempo.

kan zijn, omdat we de lokale processen respecteren.

Door meer subregionaal samen te werken maken we In de RES-regio West-Overijssel werken we als

met elkaar de opgaven leidend, niet de bestuurlijke

gelijkwaardige partners samen.

grenzen. Dat is nou eenmaal het karakter van de energietransitie en dat is waarom we de RES samen maken.

En dat is anders dan anders, soms schuurt het en zoeken

Samen met buurgemeenten beoordeelt elke gemeente

we opnieuw naar hoe gemeenten en provincie zich tot

op basis van de initiatieven en plannen in gedeelde

elkaar verhouden in de energietransitie. Kern van onze

subregionale gebieden voor wind en zon welke kansen

samenwerking is dat we als regio elkaar blijven aanspre-

en mogelijkheden er liggen om een bijdrage te leveren

ken op ieders bijdrage aan de realisatie van de regionale

aan de regionale doelstellingen. Daarin worden de lokale

doelstellingen. De provincie is een gelijkwaardige partner

initiatieven en plannen die geen afstemming vragen

in onze samenwerking. Waterschappen doen mee en

met andere gemeenten en de al genomen besluiten van

gemeenten werken in de realisatie samen met buur-

gemeenten vóór de RES 1.0 meegenomen.

gemeenten aan de energietransitie. 4

Het Hoofdlijnenakkoord

De procedure

In onze RES werken we vanuit de vier hoekpunten van

De doelstellingen en afspraken uit dit Hoofdlijnenakkoord

ons afwegingskwadrant. We zien het als een gezamenlijke

worden voorgesteld door de colleges van B&W, GS en de

verantwoordelijkheid om steeds de regionale afweging op

dagelijks besturen van de waterschappen en vastgesteld

deze vier hoekpunten te maken en regionale afspraken te

door de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen

maken. Die regionale doelstellingen werken we in

besturen van de waterschappen. Het bestuurlijk platform

subregionale samenwerking (met onze buurgemeenten)

van de RES West-Overijssel neemt de eventuele moties die

verder uit en borgen we in onze lokale processen.

de volksvertegenwoordigers indienen en een regionaal karakter hebben mee bij het opstellen van de RES 1.0. Ieder college van B&W, GS en dagenlijks bestuur geeft

In de RES worden alle 4 uitgangspunten integraal afgewogen

hierbij aan welke moties dit regionale karakter hebben. Eventuele amendementen op het Hoofdlijnenakkoord worden in de afweging voor het opstellen van de RES 1.0 altijd meegenomen. De RES 1.0 wordt vervolgens door het bestuurlijk platform

Bijdrage energietransitie

doorgeleid aan de colleges van B&W, GS en de dagelijks

Ruimtelijke kwaliteit

besturen van de waterschappen en door hen voorgelegd ter besluitvorming aan de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen van de waterschappen. De vastgestelde RES 1.0 vervangt dan dit

€

Hoofdlijnenakkoord. Het besluitvormingsproces voor de RES 1.0 wordt uiterlijk op 9 juli 2021 afgerond.

Maatschappelijke acceptatie

De ingediende moties en amendementen op de RES 1.0

Maatschappelijke € kostenefficiëncy

worden meegestuurd naar het NPRES. In het najaar zal in afstemming met het NPRES een voorstel voor beantwoording worden opgesteld.

Op basis van die vier hoekpunten hebben we een aantal doelstellingen en afspraken benoemd die we hebben

De RES 1.0 is een stap in een reeks van stappen die we

opgenomen in dit Hoofdlijnenakkoord. Het Hoofdlijnen-

al gezet hebben en nog gaan zetten op weg naar 2030.

akkoord vormt daarmee de basis voor de RES 1.0. Met dit

Nieuwe ontwikkelingen en inzichten in de energietransitie

Hoofdlijnenakkoord doen we recht aan de wens vanuit de

zullen leiden tot aanpassingen in onze energiestrategie.

werkgroep RSAB om de volksvertegenwoordigers de kans te geven om voordat de RES 1.0 wordt voorgelegd een besluit te nemen over de doelstellingen en de afspraken en eventueel richting te geven aan die doelstellingen door moties en/of amendementen in te dienen.

5

2. De regionale doelstellingen in de RES 1.0 2.1 Bod concept-RES handhaven en streven naar 60% wind - 40% zon De RES West-Overijssel handhaaft haar bod. Een actualisatie levert een regionaal bod op van 1,826 TWh. De analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de eigen analyse van de hoekpunten netwerk en ruimte laten zien dat de verhouding wind-zon uit de concept RES van 40% wind en 60% zon om diverse redenen niet het uitgangspunt kan zijn voor 2030: •

De maatschappelijke investeringen in het netwerk (kabels en stations) en de SDE++ laten zien dat er jaarlijks vele tientallen miljoenen extra nodig zijn om de grote hoeveelheid zon in de mix te kunnen realiseren.

•

De (autonome) ontwikkeling rondom zon-op-dak is groot en claimt hiermee een aanzienlijk aandeel in het onderdeel zon in de mix.

•

Zonnevelden nemen méér ruimte in dan windturbines om dezelfde hoeveelheid energie op te leveren en zonnevelden hebben hogere maatschappelijke kosten.

•

In de concept-RES is, onder de ruimtelijke ontwerpprincipes, opgenomen dat meervoudig ruimtegebruik voor enkelvoudig ruimtegebruik gaat. Zowel bij zonnevelden als bij windturbines zijn er mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik. Bij windenergie is meervoudig ruimtegebruik altijd aan de orde en daarom is meer windenergie wenselijk.

•

De maatschappelijke acceptatie van windmolens is een belangrijk issue. Deze lijkt vanwege de impact op de omgeving lager te liggen dan voor zon-op-land. Het draagvlak voor zon-op-dak is het grootst. In deze afweging is een balans gevonden met 60% wind en 40% zon.

De partners in de RES gaan zich inspannen om in de periode naar de RES 2.0 bij de plannen en projecten te sturen op een verhouding van 60% wind en 40% zon op regionaal niveau voor het bod van 1,826 TWh. Deze doelstelling vertalen we niet een-opeen naar elke gemeente, maar is een gezamenlijke doelstelling op regioniveau waar elke gemeente haar bijdrage aan levert. In subregionale samenwerking vullen we deze doelstelling in. We zien nu al dat de samenstelling in zon en wind in het bod regelmatig verschuift. Bij enkele gemeenten zien we veranderingen naar meer wind en soms ook naar meer zon-op-dak. Vaak gaan windprojecten ook gepaard met combinatiemogelijkheden voor zon-op-veld. Dit soort combinatieprojecten en initiatieven van bedrijven voor zon-op-dak leiden in onze doelstelling niet automatisch tot meer opwek door wind. We verwachten van elke gemeente dat zij in de (sub-)regio zichtbaar maakt wat de bijdrage is aan deze doelstelling.

Energieregio West-Overijssel, grootschalige duurzaam opgewekte elektriciteit 2030 in GWh per gemeente Zon-opveld*

Zon-opdak*

Wind *

Totaal

Dalfsen

25

Deventer

50

18

57

100

87

75

212

Hardenberg Kampen

39

32

166

55

33

156

Olst-Wijhe

64

10

Ommen

50

Raalte

41

Staphorst

Energieregio West-Overijssel, grootschalige duurzaam opgewekte elektriciteit 2030 in GWh per gemeente Zon * (dak en veld)

Wind *

Totaal

Dalfsen

43%

57%

100

Deventer

65%

35%

212

237

Hardenberg

30%

70%

237

244

Kampen

36%

64%

244

pm

74

Olst-Wijhe

100%

0%

74

20

34

104

Ommen

67%

33%

104

52

7

100

Raalte

93%

7%

100

10

50

60

120

Staphorst

50%

50%

120

Steenwijkerland

59

113

0

171

Steenwijkerland

100%

0%

171

Zwartewaterland

22

33

50

105

Zwartewaterland

52%

48%

105

Zwolle

100

201

58

359

Zwolle

84%

16%

359

WestOverijssel

515

649

663

1826

WestOverijssel

64%

36%

1826

De verdeling tussen zon-op-veld, zon-op-dak en wind is indicatief en de momentopname van het regionaal bod op 24 februari 2021 is 1,826 TWh. Voortschrijdend inzicht, updates vanuit participatietrajecten, updates rondom de (on-)mogelijkheden van het netwerk, ontwikkelingen in de markt, vergunningstrajecten en de regelgeving zullen naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren leiden tot wijzigingen lokaal en daarmee ook regionaal. Enkele gemeenten zijn op basis van onder andere de koersgesprekken met de netbedrijven nog bezig met een actualisatie van het bod. Deze actualisatie zal in de RES 1.0 worden opgenomen. De RES 1.0 vormt de basis voor het investeringsplan van de netbedrijven. Deze (afstemmings)cyclus zal zich ook bij toekomstige RES’en weer herhalen.

6

2.2 Zoekgebieden voor zon en/of wind op de kaart In lijn met de Startnota bouwen we de RES op vanuit lokale

milieutechnische aspecten, lokaal eigendom en

ambities en respecteren we elkaars tempoverschillen. Tegelijkertijd benutten we het potentieel van de (sub-)

het succesvol doorlopen van vergunnings-

regio. Ook wat betreft ruimtelijke kwaliteit. Waar sommige

trajecten. Wij stellen vast dat een fors deel

gemeenten al zoekgebieden hebben vastgesteld, werken

van onze ambities nog niet in zoekgebieden

andere gemeenten met uitsluitingsgebieden. Weer andere

of projecten zijn vastgelegd en stellen ons ten

gemeenten zitten nog volop in het proces van het alloceren

doel dat in de RES 2.0:

van toekomstige zon- en windparken. In onderstaande

A. Alle zoekgebieden van West-Overijssel met

kaart zijn de bestuurlijk vastgestelde zoekgebieden

bestuurlijke besluiten zijn bekrachtigd, zodat in

opgenomen per 1 maart 2021.

elk geval van alle windprojecten bekend is waar ontwikkelmogelijkheden zijn voorzien.

Zoekgebieden laten zien waar we in West-Overijssel kansen voor grootschalige opwek zien. De mate

B. Voor het merendeel van de projecten zon-op-

waarin daadwerkelijke projecten door

veld wordt het zoekgebied zo bepaald dat een

initiatiefnemers gerealiseerd kunnen worden,

goede verdeling naar Hoogspannings-/Midden-

is nog onderwerp van het proces van participatie

spanningsstation (HSMS) kan worden vastgesteld

met inwoners, onderzoek naar mogelijkheden en

en de netbeheerder de investeringsplannen

beperkingen qua ruimtelijke, financiële en

hierop aan kunnen sluiten.

Regio West-Overijssel Legenda Project zon Project wind gerealiseerd Project wind vergunning verleend Zoekgebied zon Zoekgebied wind

7

2.3 Optimaliseren ruimtelijke kwaliteit bij opwek

2.4 Beperken van maatschappelijke kosten

Op basis van de lokale en subregionale ontwikkeling

De veranderingen in onze energiesystemen als gevolg

van zoekgebieden werken we samen aan optimalisering

van de energietransitie vragen naast tijd en geld ook om

van deze gebieden vanuit het regionale ruimtelijke

nadere afstemming. Eerder op de hoogte zijn, levert

potentieel. We passen de ontwerpprincipes uit de

mogelijkheden voor afstemming en bijsturing, maar ook

concept-RES toe. Bij de RES 1.0 zal een Inspiratiedocument

de mogelijkheid om combinaties te maken.

Ruimtelijke Kwaliteit Energietransitie worden opgeleverd.

We ontwikkelen samen kennis en passen deze kennis toe op onze eigen en (sub)regionale projecten. Ons doel is

Vanuit de analyse van de zoekgebieden op de

het nemen van afgewogen besluiten om hiermee

ontwerpprincipes, definiëren we de belangrijkste

onnodige maatschappelijke kosten te voorkomen.

ruimtelijke potentie op schaal van de regio in: •

A. Voor een succesvolle uitvoering van de projecten voor opwek van duurzame energie is het van

Benutten van kansen binnen de bebouwde

belang dat de afstemming tussen de gemeenten

omgeving;

en netbeheerder over de planning, zowel op de

•

Koppeling van energievraag en aanbod;

•

De ruimtelijke meekoppelkansen;

•

Energieopwekking langs hoofdinfrastructuur;

•

Het ontzien van waardevolle gebieden;

•

Clustering in de daarvoor geschikte landschappen.

korte als lange termijn, verbeterd wordt. In de afgelopen maanden is gestart met de ontwikkeling hiervoor. We spreken af dat dit in de uitvoeringsstrategie verder uitgewerkt wordt. Op Overijsselse schaal is hier al op initiatief van provincie en netbeheerders een overlegstructuur georganiseerd

Op lokaal en subregionaal niveau werken we dit

waarbij provincie, TenneT, regionale net-

verder uit in de totstandkoming en invulling van

beheerders, NEO en de beide RES-regio’s Samen

zoekgebieden. In de RES 2.0 maken we de balans op.

Naar Integraal Programmeren gaan (SNIP).

De knoppen maatschappelijke kosten naar omvang en impact:

€ Energiemix

Locatie

Clustering

Bundeling

Vraag en aanbod

Hoe meer wind hoe beter

Realiseer de opwek (zoekgebieden) nabij een HSMS-station

Zorg voor voldoende grootte clusters van minimaal 10 MW

Kijk naar de combinatie van zon en wind

Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod vraagt om een lokale verdieping

8

2.6 Minimaal 50% lokaal eigendom

B. Wij spannen ons in om de mechanismen ‘knoppen van maatschappelijke kosten’ in en tussen

Lokaal eigendom is belangrijk om voldoende maatschap-

te ontwikkelen zoekgebieden en projectgebieden toe

pelijke acceptatie te realiseren voor de realisatie van

te passen. We kijken dus naar de mogelijkheden voor

grootschalige zonneparken en windmolens. De ambities

meer wind, grotere clusters en redelijke afstanden

van enkele gemeenten gaan verder dan in de concept-

tot aansluitpunten. Natuurlijk wegen we daarbij alle

RES, soms met een streven naar 100% lokaal eigendom.

hoekpunten mee.

De revenuen in de lokale gemeenschap houden en zeggenschap voor inwoners zijn voor West-Overijssel belangrijke onderdelen van dat lokaal eigendom die in energieprojecten goed geborgd moeten zijn.

2.5 Gebiedsgerichte en grensontkennende participatie In de RES-regio West-Overijssel handhaven we

De mate waarin en de manier waarop inwoners en ondernemers in een zoekgebied betrokken zijn bij de

de regionale doelstelling dat we streven naar

realisatie van een zon- of windproject is van cruciaal

minimaal 50% lokaal eigendom voor de

belang voor de mate van maatschappelijke acceptatie.

projecten wind en grootschalige zon op land in

Veel projecten komen in subregionaal verband tot stand

2030. Lokaal eigendom wil zeggen dat een

of worden subregionaal afgestemd.

collectief van lokale inwoners en/of lokaal gewortelde bedrijven gezamenlijk (mede-)eigenaar zijn van zon- of windprojecten.

Voor de realisatie van windmolens en groot-

Gemeenten kunnen lokaal streven naar een

schalige zonneparken streven de gemeenten in

hoger percentage. Om het streven naar mini-

de RES-regio West-Overijssel naar een gebieds-

maal 50% lokaal eigendom te borgen, spreken

gerichte en grensontkennende aanpak.

we af dat in de fase tot de RES 2.0: A. Elke gemeente in West-Overijssel lokaal

A. Voorafgaand aan de start van

eigendom borgt in het lokale beleid. De Menukaart

participatietrajecten maken buurgemeenten

Beleidskader Lokaal Eigendom die in ontwikkeling

afspraken over het betrekken van inwoners bij

is (inclusief juridische toetsing) faciliteert dit

energieprojecten in de grensgebieden van hun

borgingsproces. Daarbij leggen we waar dat nodig

gemeente. In de RES 1.0 werken we nader uit wat

of wenselijk is ook de link naar de Omgevingswet.

die afspraken precies inhouden.

B. De RES-regio, het provinciale programma

B. Dit streven wordt geborgd in het gemeentelijke

Nieuwe Energie Overijssel en Natuur en Milieu

duurzaamheidsbeleid. Het is aan elke gemeente

Overijssel (blijven) samenwerken aan de

afzonderlijk of aan de samenwerkende gemeenten

ondersteuning, versterking en professionalisering

in een subregionaal zoekgebied om te bepalen hoe

van de lokale energie-initiatieven in

die gebiedsgerichte en grensontkennende aanpak

West-Overijssel, zodat zij de rol die zij op willen

in die gemeente of in dat bovenlokale zoekgebied

pakken in het realiseren van lokaal eigendom, ook

wordt ingericht.

op kunnen pakken.

9

3. De regionale afspraken in de RES West-Overijssel Naast de regionale doelstellingen formuleren we in dit Hoofdlijnenakkoord ook een aantal afspraken. Deze afspraken gaan over hoe we in onze RES-regio een aantal zaken oppakken en uitwerken richting de RES 2.0.

3.1 Versterken subregionale samenwerking

Voorbeeld

In de RES 1.0 werken we de doelstellingen verder uit,

Het grensgebied van Zwolle, Staphorst, Dalfsen en

mede op basis van de behandeling van het Hoofdlijnen-

Zwartewaterland is in beeld als kansrijk gebied voor

akkoord door de gemeenteraden, Provinciale Staten en

grootschalige opwekking door zon en wind. Zo staan in

algemene besturen van de waterschappen. Hoe we de

het gebied al diverse windmolens en zijn er plannen voor

resultaten van de subregionale samenwerking terugkop-

meer zonnedaken en zonneparken. Afstemming is nodig.

pelen naar de RES-regio is onderdeel van die uitwerking.

Er ligt nu al een groot knelpunt: het elektriciteitsnet kan een toename van duurzame productie niet meer aan.

We bouwen onze RES van onderop en benutten

Betrokken gemeenten onderzoeken met Enexis hoe een

de regionale potentie, zoals we in de Startnota

versnelde netverzwaring in het gebied gerealiseerd kan

hebben vastgesteld. De gemeenten zijn aan zet

worden. De gemeenten willen een slim energiesysteem

en werken daarbij niet alleen aan lokale, maar

laten ontstaan waarbij grootschalige opwek,

ook aan regionale doelstellingen.

energievraag, transport, opslag en conversie in balans

In subregionaal verband kijken zij naar de

worden ontwikkeld.

programmering (initiatieven en plannen die er

3.2 Regionale participatie

zijn) welke bijdrage zij kunnen leveren aan het realiseren van de regionale en lokale doel-

De afgelopen twee jaar hebben we in West-Overijssel

stellingen. Dat kan zijn met een of meerdere

een regionale participatiestructuur opgebouwd met het

buurgemeenten, binnen de RES-regio of daar-

maatschappelijke middenveld, de energiecoöperaties en

buiten. De provincie werkt vanuit haar

Jong RES. Deze maatschappelijke partners leveren een

partnerrol mee in deze subregio’s. Het is

belangrijke bijdrage aan de totstandkoming van de RES

essentieel om in projecten afstemming met

1.0, zowel in het proces als inhoudelijk.

elkaar te zoeken op het gebied van netwerk,

Vanuit de RES 1.0 hebben we een aantal thema’s die

ruimte, maatschappelijke kosten, etc.

op regionaal niveau verder uitgewerkt moeten worden.

De gemeenten nemen hierbij de afwegingen

Daarnaast vindt er tweejaarlijks een herijking van de RES

in het vierkant en de RES-doelstellingen mee

plaats. We vinden het belangrijk dat de maatschappelijke

in de besluitvorming. In de voorbereiding en

partners ook in deze fase opnieuw hun bijdrage kunnen

uitvoering van de projecten (lokaal of (sub)

leveren. Dat geldt zowel voor het beleidsmatige deel van

regionaal) kan ondersteuning van het pro-

de doorontwikkeling en herijking naar de RES 2.0 als voor

gramma Nieuwe Energie Overijssel (NEO)

de uitvoering van de concrete projecten.

gewenst zijn. We omarmen het concept van de werkplaatsen en werken toe naar een intensivering van de samenwerking tussen de RES’en in Overijssel en NEO, met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid. Ten aanzien van een regionaal, dan wel subregionaal of lokaal energiebedrijf wordt op schaal van de RES kennis en ervaring uitgewisseld.

10

•

In West-Overijssel is er potentie voor geothermie.

A. We handhaven in de fase na de RES 1.0 de

De potentie is het grootst in de kop van Noordwest-

regionale participatiestructuren en bedden die

Overijssel. De betreffende gemeenten verkennen de

goed in in het bestuurlijk proces van door-

gezamenlijke strategie op geothermie en daarmee

ontwikkeling en herijking van RES 1.0 naar

welke afspraken nodig zijn in de RES. In het zuidelijk

RES 2.0 en in de uitvoering van de RES.

deel is er wel potentie, maar bestaan beleidsmatige belemmeringen (geen mogelijkheden in de grondwater-

B. We zorgen daarbij voor een goede verbinding

beschermingsgebieden) die de toepassing momenteel

tussen het beleidsmatige proces en de uitvoering.

niet mogelijk maken. Voor de lange termijn wordt een mogelijke strategie vanuit een integrale benadering van de ondergrond verkend.

3.3 Aan de slag met groen gas, geothermie, lokale waterstof, aquathermie en de duurzaamheidsladder toepassen in de Regionale Structuur Warmte

•

drinkwater) is een warmtebron van lage temperatuur warmte. Dat maakt de bron vooral lokaal (dus binnen de gemeente) toepasbaar. Er wordt ervaring opgedaan in met name warmte uit afvalwater en oppervlaktewater, waarmee we de impact van meerdere

In de Regionale Structuur Warmte 1.0 stemmen we

projecten op hetzelfde waterlichaam regionaal beter

regionaal af, om op lokaal niveau een goede invulling

kunnen duiden.

te kunnen geven aan de gemeentelijke Transitie Visies

•

Warmte (TVW) en de Wijk Uitvoeringsplannen (WUP).

Het is zeker dat er een rol is voor waterstof als energiedrager in het energiesysteem van 2050.

Ons doel is integraal de beste keuzes te maken voor een

De toepassing in sectoren en de mate hiervan is echter

duurzame warmtevoorziening in West-Overijssel.

nog niet bekend. De toepassingen tot 2030 focussen

Om ons doel te bereiken spreken we het volgende af: •

Aquathermie (warmte uit oppervlakte, afval- of

zich op enkele pilots in de gebouwde omgeving, industriële toepassingen en rondom mobiliteit.

De technische potentie van groen gas in de gemeen-

De eerste pilots zijn in ontwikkeling. Gezien de

ten is verder onderzocht. Op dit moment wordt deze

mogelijke potentie van waterstof trekken we regionaal

potentie maar voor een klein deel benut. We ontwik-

samen op in deze ontwikkelingen.

kelen een gezamenlijke aanpak, met op hoofdlijnen

•

de verdeling in kleinschalige lokale clusters en grote

We werken in de RES 1.0 een duurzaamheidsladder* uit.

industriële vergisting, die op lokaal en (sub)regionaal niveau kan worden toegepast om onze potentie maximaal te benutten. We hebben als doel dat * Er zijn landelijk diverse voorbeelden van duurzaamheidsladders in ontwikkeling die in volgorde aangeven welke prioriteiten en stappen er in een strategie naar duurzame warmte gezet kunnen worden. Op de eerste plaats staat altijd energiebesparing zoals ook aangegeven in de concept-RES. Vermindering aardgasgebruik, inzet bestaande duurzame warmtebronnen, cascadering hoge- en lage- temperatuurbronnen, inzet duurzame gassen, etc. Omdat het nog in ontwikkeling is, kan het nog niet opgenomen worden in dit Hoofdlijnenakkoord.

lokale productie ook moet leiden tot lokaal profijt. •

Primair geldt dat de productie moet toenemen en de distributie van groen gas dusdanig wordt gealloceerd dat het zowel lokaal als regionaal als warmtebron kan worden ingezet. Dit vraagt om een lobby op de landelijke wet- en regelgeving, zodat hier de juiste randvoorwaarden gecreëerd kunnen worden.

•

11

3.4 Verkenning naar regionale Milieu Effectrapportage (m.e.r.)

3.5 Doorontwikkeling RES-organisatie en financiering

Het is wenselijk om de ontwikkeling van de RES in een

Na de RES 1.0 blijven we als RES-regio samenwerken.

breder perspectief dan alleen de opgave voor zon en wind

Dit doen we (sub)regionaal in de uitvoering en op regio-

te plaatsen. De RES staat bij vertaling in het omgevings-

naal niveau in de doorontwikkeling van de RES 1.0 naar de

beleid niet op zichzelf en het is nodig om op hoofdlijnen

RES 2.0. We verwachten dat de zwaarte van de samen-

een strategische afweging te maken tussen milieu- en

werking zal verschuiven van regionaal naar subregionaal.

relevante omgevingsaspecten. Dit komt de zorgvuldigheid, motivatie, haalbaarheid, etc. ten goede bij keuzes die in de

Over de financiering van de uitvoeringskosten voor de

RES worden gemaakt. Hoewel de RES niet m.e.r.-plichtig

RES’en is op dit moment (begin maart 2021) nog geen

is, is het verstandig om de strategisch samenhangende

duidelijkheid te geven. Er is sprake van tijdelijke extra

afweging (in de geest van de m.e.r.) goed mee te nemen.

inzet van middelen tot 1 januari 2022. Het advies van de

Deze informatie en onderbouwing kan dan te zijner tijd

Raad voor het Openbaar Bestuur “Van Parijs naar praktijk”

goed worden gebruikt bij de doorvertaling van de

becijfert de uitvoeringskosten voor gemeenten, provincies

RES 1.0 in het (lokale) omgevingsbeleid.

en waterschappen op 1,8 miljard voor de periode 2022

Bij het opstellen van omgevingsvisies, programma’s en

t/m 2024. Het betreft hier niet de kosten voor burgers en

omgevingsplannen kan hier gebruik van worden gemaakt.

bedrijven om de omslag naar duurzaam energiegebruik te

Bij deze instrumenten zal de verplichting voor het

maken. Het nieuwe kabinet zal besluiten nemen over de

opstellen van een m.e.r. sneller spelen.

uitvoeringskosten. Op dit moment is het prematuur om hierover in regionaal verband nadere afspraken te maken.

Bij een groot deel van de energieprojecten worden procedures aangespannen. Hierbij wordt het verdrag

De komende periode werken we de benodigde

van Aarhus meer dan eens aangehaald. Ook bij eerdere

capaciteit voor onze RES-regio na de RES 1.0 uit en

besluiten dan Omgevingsvisies zou iedereen al betrokken

onderzoeken we hoe we binnen de huidige gover-

moeten kunnen zijn. De kern hiervan is dat iedereen de

nance de projectorganisatie samen met het pro-

mogelijkheid moet hebben om zijn of haar mening te

gramma Nieuwe Energie Overijssel verder vormgeven.

geven wanneer alle opties open zijn.

In de RES 1.0 schetsen we in hoofdlijnen de projectorganisatie voor onze RES voor de komende twee jaar.

De voor- en nadelen en juridische implicaties van een

Voor zover mogelijk schetsen we daarbij ook de finan-

m.e.r. op regionale schaal (zowel op het niveau van de

ciële consequenties voor de bestuurlijke partners, in

regio als op het niveau van individuele gemeenten)

het bijzonder de gemeenten. Zonder voldoende mid-

worden verder in beeld gebracht. In de RES 1.0 kan

delen van het Rijk richting gemeenten als onderdeel

dan het besluit worden opgenomen om al dan niet

van de Rijksuitkering, kunnen gemeenten de RES niet

een regionale m.e.r. uit te voeren.

ondersteunen en er invulling en uitwerking aan geven.

12

4. Tot slot

4. Tot slot

3.6 Samenwerken aan een lobby op betaalbaarheid en governance in relatie tot warmte en zon-op-dak •

Met de vaststelling van de RES 1.0 zijn we er niet. De doelstellingen in dit Hoofdlijnenakkoord vragen op een aantal punten nadere uitwerking. Die zullen we voor

Naast de beschikbaarheid van warmtebronnen

een deel in de RES 1.0 opnemen en voor een deel krijgt

wordt de (on)betaalbaarheid van de

die uitwerking zijn beslag in de RES 2.0. De RES 2.0 wordt

warmtetransitie een steeds actueler vraagstuk.

opnieuw voorgelegd aan de gemeenteraden,

Tenslotte ligt er landelijk nog een financierings-

Provinciale Staten en algemeen besturen van

vraagstuk (de onrendabele top) en de vraag

de waterschappen.

waar dit neerslaat. •

•

Dit Hoofdlijnenakkoord en de RES 1.0 vormen mijlpalen

Daarnaast vraagt de complexiteit van de wijkaanpak

in het meerjarige proces dat de RES is. De RES wordt

en marktfalen om meer regie van lagere overheden.

elke twee jaar herijkt. Alles wat we doen is gericht op het

De wet- en regelgeving (warmtewet) biedt dit echter

realiseren van 1,8 TWh aan zonne- en windenergie in

nog onvoldoende. Daarom is naast invulling van de

2030, samen met onze lokale gemeenschappen en binnen

RES-opgave een duidelijk bestuurlijk signaal van

de regionale doelstellingen en afspraken die we gemaakt

groot belang, evenals het zoeken naar

hebben. Daar staan we voor, zowel gezamenlijk als elke

governanceoplossingen op regionale schaal.

partner afzonderlijk.

De huidige mogelijkheden om zon-op-dak van schuren en andere utiliteitsdaken makkelijker en economisch haalbaar te maken, moeten worden verbeterd.

13

Bijlage: Het verhaal van West-Overijssel

Ons klimaat verandert. Dat heeft grote gevolgen voor onze leefomgeving. De zomers zijn droger en warmer, de winters zijn natter en warmer. Waar we eeuwenlang werkten om water zo snel mogelijk af te voeren, werken we nu aan het vasthouden van water. We willen voorkomen dat de aarde verder opwarmt. Daarom moeten we in actie komen. Dit doen we door energie te besparen en door over te stappen op duurzame energiebronnen. Dit noemen we de energietransitie. Het opwekken van energie met behulp van zon en wind zijn op dit moment de bewezen technieken. Beide hebben gevolgen voor ons landschap. Dat begrijpen en erkennen we. We moeten ons gaan verhouden tot dit veranderende landschap. Dat landschap heeft zich eerder gevormd naar onze energiewinning en dat zal het nu ook weer doen.

Vanuit het Klimaatakkoord hebben we een opdracht ge-

Het Vechtdal en Salland kennen deze historie niet.

kregen om ons aandeel te nemen in de energietransitie in

Het landschap kenmerkt zich hier van oudsher door het

West-Overijssel. Die opdracht voeren we uit. Dat doen we

coulisselandschap met de landgoederen en havezaten.

samen: als samenwerkingspartners en samen met onze

Daarmee is dit gebied een belangrijke toeristische

lokale gemeenschappen. En we doen dat zoveel mogelijk

trekpleister in de regio, naast de waterrijke

zelf. Zo houden we zelf regie op onze energievoorziening,

natuurgebieden van Nationaal Park Weerribben-Wieden.

houden we de inkomsten in onze eigen gemeenschappen en versterken we deze.

We doen het samen! In West-Overijssel werken we op heel veel fronten samen

Van oudsher

aan de energietransitie en de regionale energiestrategie

Het is niet voor het eerst dat het landschap verandert

(RES). Daarmee sluiten we aan bij de lange en rijke

door de winning van energie. Ook de aanleg van de

traditie van buurtschappen en noaberschap: we werken

infrastructuur voor elektriciteit en de omschakeling van

al sinds eeuwen samen om onze dorpen, steden en ge-

hout en kolen naar aardgas in de vorige eeuw heeft

meenschappen te versterken. Stad en platteland staan in

impact gehad op de woon- en leefomgeving. Van de Kop

West-Overijssel samen aan de lat. Gemeenten, provincie

van Overijssel tot aan het Vechtdal en van de IJsseldelta

en waterschappen werken als gelijkwaardige partners

tot Deventer: het landschap van het grootste deel van

samen en hebben met elkaar afgesproken: samen uit,

West-Overijssel zoals we dat nu kennen, is voor een

samen thuis. Volksvertegenwoordigers werken niet

belangrijk deel het gevolg van de veenontginningen en de

alleen samen met hun bestuurders, maar ook onderling

winning van turf. Deze vonden sinds de vroege middel-

in de werkgroep en in diverse bijeenkomsten. Zowel op

eeuwen tot soms ver in de 20ste eeuw plaats. De blok-

lokaal als regionaal niveau werken we samen met onze

vormige perceelsindeling van de Kop van Overijssel en de

energiecoöperaties en de maatschappelijke organisaties

kaarsrechte percelen in de Mastenbroekerpolder tot de

denken voortdurend mee via de adviesgroep en

‘slagen’ van Staphorst en Rouveen: ze zijn allen te her-

bestuurlijke werkconferenties. Lokaal werken de

leiden tot deze ontginningen en de turfwinning.

gemeenten samen met inwoners, het lokale bedrijfsleven

Hele dorpen verplaatsten zich in de loop van de tijd

en energie-initiatieven aan het maken van plannen en

verschillende keren, omdat door de veenontginningen

het realiseren van wind- en zonprojecten.

de bodem daalde. 14

Van onderop in regionale context

We zien kansen

In West-Overijssel bouwen we de energietransitie van

We zien zonneparken en windmolens in lokaal eigendom

onderop op, waarbij de gemeenten aan zet zijn.

als een kans om lokale voorzieningen te versterken of te

De energiestrategie is dan ook opgebouwd vanuit de

behouden. We zien de opwek van duurzame energie als

lokale energieplannen die door de gemeenteraden zijn of

een kans voor lokale bedrijvigheid, zeker voor circulaire

worden vastgesteld. Die lokale energieplannen zijn vaak

en duurzame bedrijven. Bedrijvigheid en werkgelegenheid

tot stand gekomen in nauwe samenspraak met inwoners

concentreert zich op plekken met goede voorzieningen.

en bedrijven. De lokale opbouw van onze energiestra-

De beschikbaarheid van groene energie is in de toekomst

tegie geeft een stevig fundament. Vanuit dit fundament

een mede bepalende factor in de brede welvaart van onze

benutten we de regionale kansen voor een zo optimaal

regio. Bovendien biedt de uitvoering van de energietransi-

mogelijke strategie. Die regionale afwegingen, doelstellin-

tie de komende jaren werk aan veel mensen en bedrijven

gen en afspraken vormen dan weer het kader waarin we

in onze regio. We zien de opwek van zonne- en windener-

de lokale processen verder vormgeven.

gie ook als een hefboom voor andere grote opgaven waar we in West-Overijssel voor staan, zoals de verduurzaming

We doen het zelf

van de landbouw, het vergroten van de biodiversiteit en

In West-Overijssel willen we het liefst samen met

natuurontwikkeling en de stikstofproblematiek.

inwoners en lokaal gewortelde bedrijven aan de slag met zon- en windprojecten. We kiezen ervoor om zelf regie te hebben op onze energievoorziening. We willen niet langer afhankelijk zijn van buitenlandse mogendheden en willen niet dat winsten uit de energiewinning naar buitenlandse aandeelhouders verdwijnen. We werken samen aan een beleidskader voor gemeenten dat nodig is om zonneparken en windmolens in West-Overijssel zo veel als mogelijk in lokaal eigendom te kunnen realiseren. Hierdoor kunnen we de opbrengsten gebruiken om onze steden, dorpen en lokale gemeenschappen te versterken. Zo zorgen we op meerdere fronten voor een betere toekomst voor ons en onze kinderen.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9999798/1