CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Bijlage 1 - Beleidsregel erfmolens in buitengebied Zwartewaterland

Raadsvergadering 21 september 2023, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsregel erfmolens en kleine zonnestroomsystemen;3.992 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregel voor erfmolens in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland

Opgesteld door afdeling duurzaamheid 2023

Inhoud Inhoud ..................................................................................................................................................... 2 1.

2.

3.

4.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1

Trends ...................................................................................................................................... 3

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

Bestaande beleidskaders................................................................................................................. 5 2.1

Bestaande wet- en regelgeving ............................................................................................... 5

2.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................... 5

2.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................ 5

Beleidskader erfmolens ................................................................................................................... 6 3.1

Afbakening begrip erfmolen.................................................................................................... 6

3.2

Afwegingskader ....................................................................................................................... 7

3.3

Locaties .................................................................................................................................... 8

3.4

Landschappelijke inpassing ..................................................................................................... 9

3.5

Communicatie met de omgeving .......................................................................................... 10

3.6

Overige aspecten ................................................................................................................... 10

Beleidsregel Erfmolens in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland........................ 11

Foto voorkant: Erfmolen aan de Verkavelingsweg te Hasselt (bron: Arne Pronk)

2

1. Inleiding In 2050 willen we in Zwartewaterland alle energie duurzaam opwekken. In het Programma Energietransitie van Zwartewaterland staat dat we in 2030 minimaal 49% van alle energie die we in Zwartewaterland gebruiken, binnen onze gemeentegrenzen duurzaam willen opwekken. Om deze doelen te behalen, is een spreiding van bronnen verstandig. Er wordt al veel elektriciteit uit zon opgewekt. Door ook elektriciteit uit wind beschikbaar te maken wordt spreiding van elektriciteitsopwekking verbeterd, wat de noodzaak voor en mate van opslag vermindert en het elektriciteitsnet minder belast. Erfmolens zijn kleine windturbines die op of rondom een erf worden geplaatst met als doel het opwekken van energie ten behoeve van het erf. Vanuit verschillende initiatiefnemers is er behoefte aan elektriciteitsopwekking met behulp van erfmolens. Dit is nu al mogelijk in een klein deel van Zwartewaterland. Met dit nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor erfmolens verruimd. Met voorliggende beleidsregel heeft de gemeente een toetsingskader bij indiending van een aanvraag voor de plaatsing van een erfmolen. Met deze beleidsregel nemen we een helder standpunt in ten aanzien van erfmolens en scheppen we duidelijkheid over de mogelijkheden en voorwaarden voor de plaatsing van erfmolens. Dit zal voor een soepele procedure omgevingsvergunning zorgen.

De beleidsregel is een hulpmiddel voor inwoners om inzicht te geven in het soort initiatieven met erfmolens dat de gemeente ondersteunt en de procedure die hier bij hoort. Een erfmolen zal niet hetzelfde rendement opleveren als een hoge turbine. Maar het faciliteren van deze burgerinitiatieven is belangrijk voor het verkrijgen van een gevarieerde, duurzame energiemix. Daarnaast vergroot het de betrokkenheid van de inwoners bij het behalen van de gemeentelijk energiedoelstellingen. Erfmolens hebben impact op het landschap en de omgeving. Als gemeente willen we de ontwikkeling van erfmolens mogelijk maken, mits er voldoende waarborgen zijn voor de landschappelijke inpassing en maatschappelijke acceptatie. De beleidsregel geeft duidelijkheid over:  waar plaatsing van erfmolens is toegestaan;  welke eisen gesteld worden aan de erfmolens en de locatie;  wat een initiatiefnemer moet onderzoeken voordat hij zijn aanvraag kan doen. In dit beleid zijn de vooroverlegreacties van Het Oversticht, gemeenten Kampen en Zwolle, Enexis, Veiligheidsregio IJsselland en het Nederlands Instituut voor Radioastronomie (ASTRON) meegenomen. 1.1 Trends Het plaatsen van erfmolens staat in relatie tot een aantal trends die op landelijk niveau spelen.

Aflopen salderingsregeling

Anno 2023 kunnen huishoudens en kleine bedrijven zelfgeproduceerde elektriciteit terugleveren aan het elektriciteitsnet en wegstrepen tegen hun eigen verbruik. Het kabinet wil deze regeling afbouwen. Vanaf 2025 kunnen huishoudens en kleine bedrijven stapsgewijs minder salderen en in 2031 kan er niet meer gesaldeerd worden. Om dan een positieve businesscase bij erfmolens te behalen is een grote gelijktijdigheid nodig tussen opwek en energievraag.

Energie onafhankelijke erven IJsseldelta In 2022 hadden huishoudens en zakelijke gebruikers 22 minuten geen stroom en 70 seconden geen gas door onderbrekingen. Hiermee komt de betrouwbaarheid van de elektriciteits- en gasnetten in Nederland neer op ruim 99,99 procent. Ondernemers in het algemeen maar zeker in de agrarische sector moeten zich (beter) voorbereiden op (langdurige) stroomstoringen. Door de grotere afhankelijkheid van duurzame energiebronnen zal het energieaanbod meer gaan schommelen. Daarnaast kunnen extreme weersomstandigheden zorgen voor meer stroomuitvallen. Bij stroomtekorten kan gekozen worden om landelijke gebieden (tijdelijk) af te schakelen.

3

Zonder aanvullende voorzieningen, zoals accu’s, zorgen zonne- en windenergie bij calamiteiten niet voor energie op het erf. Het plaatsen van zonnepanelen en erfmolens zorgt voor een stabieler energieaanbod op het erf. En voor een eigen energievoorziening. Echter, als het elektriciteitsnet uitvalt leveren de erfmolen en de zonnepanelen geen stroom. Vanwege de veiligheid moet namelijk voorkomen worden dat bij stroomuitval toch spanning op het elektranetwerk blijft staan. Monteurs die de storing komen oplossen lopen gevaar als er stroom op het netwerk blijft staan.

Netcongestie

Op verschillende plekken in Nederland is onvoldoende netcapaciteit beschikbaar. Daardoor kunnen nieuwe energieprojecten niet altijd worden aangesloten. Dit kader is gericht op energieopwekking voor eigen gebruik. Dat betekent dat het gaat om kleine installaties die niet meer opwekken dan de energievraag van het adres. In principe gaat het om hoeveelheden elektriciteit die binnen de huidige netcapaciteit kunnen worden getransporteerd. 1.2 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op bestaande wet- en regelgeving en het ruimtelijk beleid van de provincie en gemeente. In de hoofdstukken daarna komt de beleidsregel voor erfmolens aan bod.

4

2. Bestaande beleidskaders In dit hoofdstuk worden enkele beleidskaders genoemd die relevant zijn ten aanzien van het plaatsen van erfmolens in de gemeente Zwartewaterland. De verantwoordelijkheid om te zorgen voor een haalbaar en uitvoerbaar plan ligt bij de initiatiefnemer. 2.1 Bestaande wet- en regelgeving Toetsingskader ten aanzien van bestaande wet- en regelgeving voor de aanvrager (en toetser) is:  Externe veiligheid (voldoende afstand tot objecten en infrastructuur);  NEN-EN-IEC 61400-2 certificering of Kleinwind-keurmerk (richtlijnen technisch ontwerp);  Bouwbesluit (landelijke regels voor bouwwerken);  Activiteitenbesluit ((regels in par. 3.2.3), waaronder geluidsnormen en slagschaduw);  De erfmolen moet voldoen aan Europese en nationale normen en richtlijnen. Wet Natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) ziet toe op het behoud en de versterking van de biodiversiteit in Nederland. De bescherming van soorten is opgedeeld in vijf categorieën: 1. Vogels met jaarrond beschermde nesten; 2. Overige vogels; 3. Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); 4. Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn zonder provinciale vrijstelling 5.

Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn met provinciale vrijstelling Het is van belang om na te gaan in hoeverre sprake is of kan zijn van één of meerdere van de beschermde soorten. 2.2 Provinciaal beleid Ten aanzien van windturbines wordt in de Omgevingsvisie met name gekeken naar de meer grootschalige windturbines. De verantwoordelijkheid om planologisch ruimte te maken voor windturbines wordt door de provincie bij de gemeente gelegd. De provincie stelt het kader voor locatiekeuze en ontwerp bij deze grootschalige turbines. Voor alle initiatieven voor windenergie gelden dat locatiekeuze en ontwerp passend moeten zijn bij de gebiedskenmerken. Binnen kernen zijn windturbines niet toegestaan. Binnen Nationale Landschappen (ja, mits) en het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) (nee, tenzij) wordt meer ruimte dan voorheen geboden voor de opwek van windenergie. De provincie heeft besloten dat na vaststelling van de gewijzigde Omgevingsverordening (versie 2022) erfmolens met een tiphoogte van 25 meter toegestaan zijn in de IJsseldelta. 2.3 Gemeentelijk beleid Het merendeel van het ruimtelijk beleidskader voor het buitengebied is vastgelegd in het bestemmingsplan “Buitengebied Zwartewaterland”. Hierin staat dat binnen de bestemming ‘agrarisch met waarden’ op dit moment geen erfmolens toegestaan zijn.

Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ mag maximaal één windturbine met een maximale ashoogte van 15 meter binnen het bouwvlak worden geplaatst. Om een hogere windturbine mogelijk te maken moet een buitenplanse procedure worden gevolgd. Tot op heden is hier nog geen medewerking aan verleend. Voorliggende beleidsregel past het bestemmingsplan vooralsnog niet aan en daarmee verandert ook de procedure niet. Met deze beleidsregel geeft de gemeente aan hoe ze om wil gaan met verzoeken voor erfmolens die niet passen binnen het bestemmingsplan. Daarmee biedt deze beleidsregel een verruiming van de mogelijkheden voor het plaatsen van een erfmolen binnen de gemeente Zwartewaterland.

5

3. Beleidsregel erfmolens Dit hoofdstuk geeft een toelichting op bepaalde bepalingen uit de beleidsregel in het volgende hoofdstuk. 3.1 Afbakening begrip erfmolen ‘Erfmolen’ is een abstract begrip dat voor verschillende soorten turbines kan worden gebruikt. Er zijn tal van vormen, toepassingen en hoogtes mogelijk. Daarom is het belangrijk om af te bakenen wat binnen deze beleidsregel wordt verstaan onder erfmolen. Met erfmolens bedoelen we windturbines met een ashoogte van maximaal 22,5 meter. De ashoogte van een windturbine wordt gemeten vanaf het peil tot aan het midden van de wieken(as) van de windturbine. Voor de totale hoogte komt daar de lengte van de rotorbladen bij. Dit wordt ook wel de tiphoogte genoemd. Vanaf een ashoogte van 18 meter is het wenselijk om een maximale rotordiameter van 11 meter te hanteren, tenzij blijkt dat een grotere rotordiameter landschappelijk aanvaardbaar is. Erfmolens kunnen voorkomen in de vorm van horizontale as-turbines (HATs) of als verticale as-turbines (VATs). De verschillende rotor-typen reageren elk anders op de wind. HATs zijn vooral geschikt voor open gebied waarbij de wind van één kant komt, terwijl VATs meer geschikt zijn voor bebouwd gebied met veranderlijke wind.

Figuur 1 Onderdelen van en type erfmolens

Doorgaans geldt hoe groter/hoger de windturbine, hoe meer rendement. Echter, ook de impact op de omgeving (zichtbaarheid, geluid en schaduwwerking) neemt met de hoogte toe. Een belangrijk verschil met grotere turbines is dat kleine turbines een lokale uitstraling hebben. Ze komen niet of nauwelijks boven andere structuren in de omgeving uit. Verder wordt de opgewekte elektriciteit van erfmolens in de directe omgeving gebruikt.

6

3.2 Afwegingskader Een erfmolen voorziet in de kleinschalige opwek van energie voor eigen gebruik. Twee erfmolens wordt doorgaans gezien als voldoende om hierin te kunnen voorzien. In Zwartewaterland worden twee verschillende maximale tiphoogtes gehanteerd. In de polders behorend tot het Nationaal Landschap IJsseldelta mogen erfmolens worden geplaatst met een tiphoogte van 25 meter. Concreet gaat dit om polder Mastenbroek, de Zuiderzeepolder en polder De Pieper. Dit is conform provinciaal beleid1 en afgestemd met de gemeente Kampen en Zwolle. In de rest van het buitengebied van Zwartewaterland is een erfmolen met een ashoogte van 22,5 meter toegestaan. Hiermee wordt enerzijds zoveel als mogelijk aangesloten bij het op dit moment geldende beleid van omliggende gemeenten zoals Staphorst en Dalfsen. Anderzijds wordt met deze hoogte geborgd dat erfmolens landschappelijk nog aanvaardbaar zijn. Deze ashoogte geeft kleine ondernemers de mogelijkheid om in hun energiebehoefte te voorzien. Grotere erfmolens hebben namelijk meer vermogen en overstijgen de behoefte van een enkel erf. De erfmolens mogen geen beperkende effecten hebben op omliggende erven en woningen van derden. Dit is inclusief de uitbreidingsmogelijkheden die redelijkerwijs te voorzien zijn op deze erven. Weidevogelgebieden Zwartewaterland kent weidevogelgebieden.

Voorkomen moet worden dat erfmolens significant negatieve effecten opleveren voor de weidevogelpopulatie. In Nederland zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van erfmolens op vogels en vleermuizen. Bij een ashoogte van 30 meter is voor ganzen geen verstoringsafstand vastgesteld.2 Voor steltlopers geldt een maximale verstoringsafstand van 100 meter. Er zijn geen effecten gevonden voor kraaiachtingen, spreeuwen of kokmeeuwen.3 Het verstoringsaspect van erfmolens met een ashoogte van 20 meter of lager is beperkt. Uit onderzoek van Sweco4 blijkt dat grotere vogels een groter aanvaringsrisico hebben dan kleinere vogels. Uit de pilotstudie van Ecosensys5 blijkt verder dat verschillende vogel- en vleermuissoorten kunnen voorkomen in de buurt van kleine windturbines. Echter, bij het slachtofferonderzoek en bij de observatie met warmtebeeldcamera’s zijn geen aanvaringen vastgesteld. Verder wordt in het onderzoek opgemerkt dat trekvogels boven de erfmolen vliegen. Vogels die in het open veld voorkomen foerageren of nestelen niet in de directe omgeving van een erf. Naar aanleiding van deze onderzoeken en gesprekken met ecologen is vooralsnog de verwachting dat de verstoring van erfmolens voor weidevogels beperkt is. Voor erfgebonden soorten zoals vleermuizen en zwaluwen kunnen er wel effecten zijn.

De gemeente gaat onderzoek doen naar de effecten van erfmolens met een tiphoogte van 25 meter in weidevogelgebieden. Initiatiefnemers hoeven dit onderzoek niet zelf uit te voeren. Als dit onderzoek aanleiding geeft voor wijziging van het beleid, dan zullen we dit doorvoeren. Voorkeursvolgorde Van de energieopwekking uit wind- en zonne-energiesystemen voor erven gaat de voorkeur uit naar zon op dak. Wanneer zon op dak niet mogelijk is of onvoldoende elektriciteit levert kunnen de mogelijkheden voor een klein zonnestroomsysteem op de grond verkend worden. Het plaatsen van een erfmolen is enkel toegestaan wanneer een combinatie met zon op dak of zon op land wordt gemaakt. Door het maken van deze combinatie kan in bepaalde gevallen beter aan de elektriciteitsvraag worden voldaan en kan een betere energiemix ontstaan. Enkel wanneer het niet mogelijk is om zon op dak of

1

Statenvoorstel en Actualisatie Omgevingsverordening 2022 Winkelman, J.E. (1989). Vogels en het windpark nabij Urk (NOP): aanvaringsslachtoffers en verstoring van pleisterende eenden, ganzen en zwanen. RIN-rapp. 89.15. RIN, Arnhem. 3 Spaans, A., Van den Berg, L., Dirksen, S. & Van der Winden, J. (1998). Windturbines en vogels: hoe hiermee om te gaan? De Levende Natuur 99, 3, 115-121. 4 Van Dijk, R. & Bucholc. A. (2019). Risico-analyse van slachtoffers onder vogels en vleermuizen ten gevolge van kleine windturbines. SWECO projectnummer 365795. 5 Ecosensys (2020). Eindrapportage pilot project effecten kleine windturbines op vogels en vleermuizen. 2

7

zon op land te realiseren mag een erfmolen worden geplaatst zonder een combinatie te maken met zon. 3.3 Locaties Erfmolens zijn met name interessant voor locaties waar een hogere energievraag speelt dan een gemiddelde huishouding. Dit zal in veel gevallen bij (agrarische) bedrijven het geval zijn. Daarnaast hebben erfmolens een impact op hun directe omgeving, zowel qua uitstraling als door bijvoorbeeld slagschaduw. Om die reden en ter bescherming van het woonklimaat zijn erfmolens toegestaan in het buitengebied. Ter bescherming van leidingen, wegen, woningen, enz. worden in de beleidsregel bepalingen opgenomen over de afstand tussen een erfmolen en deze objecten of beschermingszones. Een voorbeeld is dat een erfmolen op een afstand van minimaal tien keer de tiphoogte tot de woning van derden moet worden geplaatst6.

Uitsluitingsgebieden

Op bepaalde plekken in het buitengebied zijn erfmolens minder goed inpasbaar. Dit zijn woongebieden van kleine kernen en gebieden met een hoge cultuurhistorische waarde. Om deze reden worden erfmolens uitgesloten in deze gebieden (figuur 2). Het gaat om: - Zwartewaterklooster - Bebouwde kom Kamperzeedijk - Bebouwde kom polder Mastenbroek

Figuur 1 Uitsluitingsgebieden (bron: Advies Oversticht)

6

Uitspraak 202300496/2/R3 - Raad van State 8

Daarnaast valt een deel van Zwartewaterland onder de beschermingszones van ASTRON. Binnen deze zones moeten erfmolens voldoen aan bepaalde normen om elektromagnetische storing op radiotelescopen te voorkomen. Zoals op figuur 3 te zien is, is dit van belang in Hasselt ter hoogte van de grens met Staphorst en Zwolle. Dit gebied valt onder de gele zone. Dit betekent dat erfmolens mogelijk zijn maar dat wellicht aanpassingen gedaan moeten worden. Voordat een erfmolen geplaatst wordt is een positief advies van ASTRON nodig. Het is niet de verwachting dat dit een probleem gaat vormen aangezien alle kleine windmolens die nu bekend zijn bij ASTRON reeds voldoen aan de gele norm.

Figuur 2 Beschermingszone ASTRON (bron: ASTRON)

3.4 Landschappelijke inpassing Voor de landschappelijke inpassing van erfmolens moet aansluiting worden gezocht bij de landschapskenmerken zoals opgenomen in het “Landschapsontwikkelingsplan Zwolle-ZwartewaterlandKampen”. Om een goede inpassing van de erfmolen te borgen wordt een landschapsinpassingsplan van een ervenconsulent gevraagd. Ter stimulering van een goede ruimtelijke inpassing wordt in de beleidsregel aangegeven waar op of nabij het terrein een erfmolen geplaatst mag worden. Het is van belang dat één erfensemble ontstaat. De afstand tussen een erfmolen en het erf mag maximaal 25 meter zijn. Een erf bestaat uit de gebouwen en aanplant. Figuur 4 geeft globaal weer waar op of nabij het terrein een erfmolen geplaatst mag worden.

Polder Mastenbroek

De polder Mastenbroek heeft de veenontginning systematisch in een grid plaatsgevonden. Zodoende zijn duidelijke lijnen zichtbaar in het landschap. Het plaatsen van erfmolens in een lijnopstelling sluit hier bij aan. Langs de Oude Wetering en de Nieuwe Wetering mogen erfmolens op een afstand van 115-120 meter van de as van de weg geplaatst worden. Wat dit betekent per erf is zichtbaar op de kaarten in bijlage I en II van deze beleidsregel.

9

Figuur 4 Plaats van erfmolen ten opzichte van het erf

3.5 Communicatie met de omgeving De gemeenteraad en het college van Zwartewaterland hechten veel waarde aan participatie. Dit blijkt ook uit de onlangs vastgestelde beleidsdocumenten met betrekking tot duurzame energieopwek. Daarnaast is participatie een belangrijk element uit de Omgevingswet. In dat kader wordt de initiatiefnemer van een erfmolen verzocht om in gesprek te gaan met de omgeving. Van dit participatietraject wordt een verslag gemaakt. Dit verslag is onderdeel van het verzoek om medewerking. Gevraagd wordt om alle betrokkenen het verslag te laten ondertekenen voor gezien. Dit is overigens geen bindende voorwaarde. Daarnaast zal een omgevingsvergunning voor het mogen realiseren van een erfmolen volgens de gebruikelijke procedure ter inzage worden gelegd. Een ieder kan gebruik maken van de reguliere mogelijkheden voor bezwaar en beroep. 3.6 Overige aspecten Planschade Het plaatsen van erfmolens leidt mogelijk tot planschade. De gemeente is niet aansprakelijk voor deze planschade. Daarom wordt een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Hiervoor moet de initiatiefnemer een planschaderisicoanalyse aanleveren bij zijn verzoek om principemedewerking. Keurmerk Om te zorgen dat enkel veilige erfmolens worden geplaatst, moeten de erfmolens zijn voorzien van een keurmerk. De vereisten zijn te vinden in paragraaf 2.1.

Procedure Dit beleid biedt een afwegingskader wanneer verzocht wordt om medewerking aan een erfmolen, anders dan de mogelijkheid die het bestemmingsplan biedt. Daarmee zorgt dit beleid niet voor een andere, snellere procedure. Past een initiatief voor een erfmolen niet binnen het bestemmingsplan, dan is en blijft een aanvraag omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan nodig. Dit beleid geeft de kaders om een dergelijk initiatief te beoordelen.

10

4. Beleidsregel Erfmolens in het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland Artikel 1 Begrippen  ashoogte van een erfmolen: a. HAT-type: vanaf het peil tot het middelpunt van de as van de wieken; b. VAT-type: vanaf het peil tot de onderzijde van de rotor;  erfmolen: een windturbine met een ashoogte van maximaal 22,5 meter gerekend vanaf het peil, welke op of nabij een erf of bedrijf staat en energie levert voor eigen gebruik;  erf: de gebouwen en aanplant;  buitengebied: het gebied zoals aangegeven met de verschillende groentinten in figuur 2  HAT-type: horizontale as-turbine  VAT-type: vertical as-turbine  peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);  rotordiameter: doorsnede van de volledige cirkel die de ronddraaiende wieken of rotorbladen maken;  tiphoogte van een erfmolen: a. HAT-type: de ashoogte van een erfmolen en de rotorradius; b. VAT-type: de ashoogte van een erfmolen en het deel van de rotor dat daarbovenuit steekt.

Artikel 2 Doel De gemeente Zwartewaterland wilt ruimte bieden aan kleinschalige opwekking van elektriciteit door wind. Hiermee wordt bedoeld: elektriciteitsopwekking door wind voor eigen gebruik. We streven naar de ontwikkeling van zelfvoorzienende (agrarische) erven in het buitengebied van onze gemeente. Artikel 3 Afmeting erfmolen 1. Een erfmolen, geplaatst op het maaiveld, mag een maximale ashoogte van 22,5 meter en een maximale tiphoogte van 28 meter hebben. 2. Een erfmolen met een ashoogte van 18 meter of hoger mag een rotordiameter van maximaal 11 meter hebben. 3. Een horizontale as-turbine moet drie wieken hebben. Artikel 4 Afmeting en locatie erfmolen in het Nationaal Landschap IJsseldelta 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, geldt voor het Nationaal Landschap IJsseldelta dat een erfmolen geplaatst op het maaiveld een maximale tiphoogte van 25 meter mag hebben. 2. Een erfmolen geplaatst in het gebied aangewezen als Polder Mastenbroek wordt op 115-120 meter van de as van de weg geplaatst. Artikel 5 Aantal erfmolens 1. Per erf zijn maximaal twee erfmolens toegestaan. 2. Wanneer twee erfmolens worden geplaatst moeten deze van hetzelfde type zijn. 3. De onderlinge afstand tussen erfmolens bedraagt minimaal drie keer de rotordiameter (bij HATtype). Artikel 6 Afwegingskader erfmolens 1.

In het buitengebied zijn erfmolens toegestaan, uitgezonderd daar waar de hoofdfunctie natuur of bos is. 2. De erfmolen heeft een (licht)grijze kleurstelling. Andere kleuren zijn enkel toegestaan wanneer uit onderzoek blijkt dat deze kleur landschappelijk aanvaardbaar is. 3. Een erfmolen wordt geplaatst: a. achter de voorste voorgevel op het erf; en 11

4.

5. 6. 7. 8.

b. binnen het bouwvlak; of c. binnen een zone van 25 meter tot het erfensemble, waarbij de erfmolen op de rand van het ensemble of net daarbuiten wordt geplaatst. Erfmolens mogen niet leiden tot beperking van de gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden. Hierbij moet rekening worden gehouden met: a. zichtlijnen of visuele hinder; b. het optreden van slagschaduw; of c. de mogelijkheden tot voortzetten danwel uitbreiding van een bestaand bedrijf. Binnen de gele beschermingszone van ASTRON (zie figuur 3) mag geen erfmolen worden geplaatst zonder een positief advies van ASTRON Erfmolens mogen geen significant negatieve effecten opleveren voor de weidevogelpopulatie. Een erfmolen is enkel toegestaan in combinatie met zon op dak of zon op land. In afwijking van het bepaalde in lid 7 zijn erfmolens toegestaan wanneer zon op dak of zon op land niet te realiseren zijn op het betreffende erf.

Artikel 7 Energieopwekking voor eigen gebruik De opgewekte energie van een erfmolen mag enkel ten dienste komen van de eigenaar of gebruiker van het erf. Bij de ruimtelijke onderbouwing moet aannemelijk worden gemaakt dat de opgewekte energie daadwerkelijk besteed wordt op het erf. Artikel 8 Verboden locaties erfmolens Plaatsing van een erfmolen is niet toegestaan: a. binnen 28 meter van de hartlijn van de gasleiding, gelegen in het midden van de bestemming ‘Leiding – Gas’ zoals opgenomen in het daar geldende bestemmingsplan, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; b. binnen tenminste de maximale werpafstand bij minimaal twee keer het nominaal toerental van de erfmolen, vanaf de hartlijn van de hoogspanning, gelegen in het midden van de bestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ zoals opgenomen in het daar geldende bestemmingsplan, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand; c. binnen een afstand van twee keer de ashoogte ten opzichte van risico-objecten zoals propaantanks en biovergistingsinstallaties; d. binnen 30 meter van de openbare weg of vaarweg; e. binnen een afstand van tien keer de tiphoogte tot de woning van derden; f. binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht; g. wanneer dit leidt tot onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden. Artikel 9 Landschappelijk inpassing en welstand 1.

Een erfmolen moet zorgvuldig worden ingepast. Daarom moet bij de ruimtelijke onderbouwing een ruimtelijke inpassingsplan worden opgesteld door een ervenconsulent, waarin aandacht wordt besteed aan: a. zichtlijnen; b. maat en kleurstelling in relatie tot de bebouwing en begroeiing; c. vormgeving; d. aansluiting bij de natuur- en landschapswaarden van het buitengebied; e. aansluiting bij de erfstructuren. f. inpassing van de kast aan de voet van een erfmolen 2. Er mogen geen reclame-uitingen op of aan de erfmolen worden bevestigd. 3. Er mogen geen reflecterende materialen worden gebruikt. 4. Rondom de erfmolen moeten zo min mogelijk bijbehorende elementen worden geplaatst. 5. Wanneer meerdere erfmolens worden geplaatst, moeten deze identiek zijn. Artikel 10 Planschade 1. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt een planschadeovereenkomst gesloten waaruit blijkt dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor eventuele planschade. Hiertoe levert de initiatiefnemer een planschaderisicoanalyse aan. 2. Er wordt geen medewerking verleend aan het initiatief wanneer geen planschadeovereenkomst is getekend door de betrokken partijen. 12

Artikel 11 Keurmerk De erfmolen is voorzien van NEN-EN-IEC 61400-2 certificering of het Kleinwind-keurmerk. Artikel 12 Afwijkingsmogelijkheid Het college kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in deze beleidsregel. Artikel 13 Overgangsrecht Aanvragen om omgevingsvergunningen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel, en waar nog niet op is beslist, worden afgehandeld op basis van deze beleidsregel. Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na die van haar bekendmaking. 2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel erfmolens in Zwartewaterland”.

13

de

gemeente

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12906294/1