a.4. OBP Bestemmingsplan Zevenhont Oost ter vaststelling def Toelichting Bijlage 4 Milieu-effectrapportage small
Tekst van het document
Detailniveau en beoordelingsmethodiek
De kern van het MER is dat de belangrijkste gevolgen van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan op het milieu overzichtelijk in beeld worden gebracht. Het detailniveau van het MER moet aansluiten op het detailniveau van de bestemmingsplannen. In de navolgende paragraaf is aangegeven welke aspecten worden onderzocht in het MER, en op basis van welke criteria de te onderzoeken milieuaspecten worden beoordeeld. Dit is gedaan aan de hand van het voornemen en aan de hand van de huidige situatie tezamen met de autonome ontwikkelingen. Voor diverse milieuaspecten kan de beoordeling niet aan kwantitatieve effecten worden gekoppeld of is dit niet wenselijk/nodig. Deze aspecten krijgen een kwalitatieve effectbeschrijving. De effecten ten opzichte van de referentiesituatie worden per criterium vertaald naar een kwalitatieve score op de scoreschaal van tabel 8.2. Tabel 8.2:
Scoreschaal
Score
Verklaring
++
Positief effect
+
Licht positief effect
0
Geen effect/neutraal
-
Licht negatief effect
--
Negatief effect
De planhorizon voor het MER is 2035, zijnde het jaar waarvoor is aangenomen dat alle mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn ingevuld.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 68
8.3
Toelichting per milieuaspect
In tabel 8.3 zijn de nader te onderzoeken milieuaspecten met bijbehorende toetsingscriteria weergegeven. De afzonderlijke milieuaspecten worden daarna toegelicht. De aspecten betreffen: 1. Verkeer en vervoer. 2. Geluid. 3. Luchtkwaliteit. 4. Externe veiligheid. 5. Geur. 6. Gezondheid. 7. Natuur. 8. Bodem en water. 9. Landschap, cultuurhistorie en archeologie. 10. Duurzaamheid. Tabel 8.3:
milieuonderzoeken
Aspect 1. Verkeer en vervoer 2. Geluid 3. Luchtkwaliteit 4. Externe veiligheid 5. Geur 6. Gezondheid 7. Natuur 8. Bodem en water
9. Landschap, cultuurhistorie, archeologie 10. Duurzaamheid
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
Onderzoekcriteria Verkeersstructuur- en afwikkeling, bereikbaarheid, verkeersveiligheid, openbaar vervoer en langzaam verkeer Verandering in geluidbelasting door wegverkeer én industrielawaai alsmede cumulatieve effecten Verandering in concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5/PM10) Externe veiligheidsrisico’s bestaande bedrijven wegen (plaatsgebonden risico’s en groepsrisico’s) Verandering in geurbelasting (OUE/m3) door bedrijfsactiviteiten. Verandering van de cumulatieve geluidbelasting, concentraties luchtverontreinigende stoffen alsmede effecten op water en bodem. Beschermde gebieden (Natura 2000) en Natuurnetwerk Nederland (NNN), beschermde soorten Bodemkwaliteit, grondwater kwaliteit en kwantiteit, oppervlaktewater kwaliteit en kwantiteit, grondwater- en het oppervlaktewatersysteem, waterberging, maaiveld daling en wateroverlast stedelijk gebied. Landschappelijke waarden, cultureel erfgoed en cultuurhistorische waarden, archeologische bekende en verwachte waarden energie(transitie), klimaatadaptatie en circulariteit
Methodiek Kwantitatief / kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwantitatief / kwalitatief Kwantitatief / kwalitatief Kwantitatief / kwalitatief Kwalitatief
Kwalitatief Kwalitatief
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 69
9
Verkeer en vervoer
9.1
Uitgangspunten
In dit hoofdstuk paragraaf wordt het effect van de uitbreidingen van bedrijventerrein Zevenhont op de verkeerssituatie beoordeeld. Hieraan ligt het rapport ten grondslag “Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont. Verkeersontsluiting” opgesteld door Royal HaskoningDHV, referentie BG4436TPRP190628 gedateerd 29 april 2021 (zie bijlage II, hierna te noemen: verkeersrapport). Gemeente Zwartewaterland streeft naar een goede bereikbaarheid en een hoge verkeersveiligheid. In haar structuurvisie is beschreven dat de gemeente Zwartewaterland qua ontsluiting over de weg vooral gericht is op de rijksweg A28 en een relatief fijnmazig provinciaal wegennet kent dat alle kernen onderling verbindt en aansluiting biedt op het rijkswegennet. Het verkeer van en naar Zevenhont rijdt voornamelijk via de N759 van en naar Hasselt richting N331. Bij Hasselt verknopen de provinciale wegen N331, de N759 en N377, zie afbeelding 9.1.
Van en naar Zevenhont
Afbeelding 9.1: Knooppunt N331 en N759 in Hasselt Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 70
Op de N331 (Zwolle - Vollenhove) en N759 (Hasselt - Genemuiden) en de Vaartweg hebben zich bij Hasselt doorstromings- en verkeersveiligheidsproblemen voorgedaan. Op de N331 bevonden zich voorts enkele verkeersonveilige kruispunten en bevond zich ongewenst verkeer op de parallelweg, als gevolg van een onvolledige aansluiting van de N759 op de N331. Teneinde tegemoet te komen aan die problemen is het betreffende wegtracé omgebouwd naar een veilige en volwaardige gebiedsontsluitingsweg. De werkzaamheden zijn eind 2018 afgerond. Voorts is in de gemeentelijke structuurvisie aangegeven dat een belangrijke ontbrekende schakel ontbreekt in het fietsnetwerk, namelijk de verbinding van Hasselt naar Genemuiden. Het fietsgebruik op deze relatie kan een impuls krijgen door deze schakel in te vullen. Met name voor de bereikbaarheid per fiets van het bedrijventerrein Zevenhont is dit relevant, maar ook de verbinding naar de woonwijken van Genemuiden wordt verbeterd. Door realisatie van deze fietsverbinding wil men wij bereiken dat meer mensen op de fiets stappen. Ook willen men aandacht geven aan de relatie Zwolle - Hasselt. Met maatregelen gericht op prettig, snel en veilig fietsen willen men bereiken dat meer mensen tussen Hasselt en Zwolle de fiets gebruiken Ook met het oog op de werkgelegenheid is het cruciaal dat Genemuiden goed bereikbaar blijft over de weg.
De toekomstige uitbreiding en de beoogde intensievere bedrijvigheid op Zevenhont vragen om een veilige, snelle en solitaire verbinding. Een toename in verkeer hangt bovendien samen met mogelijke overlast op het gebied van geluid en lucht. Tenslotte ligt er een kans om de ontbrekende schakel in het fietsnetwerk in te vullen. 9.2
Methode onderzoek
De effecten van de plannen plan op het thema ‘verkeer en vervoer’ worden bepaald vanuit drie beoordelingscriteria. In onderstaande (sub)paragrafen staat waar bij elk beoordelingscriterium op wordt gelet. 9.2.1
Verkeersaantrekkende werking
Met het verkeersmodel van Royal HaskoningDHV is de verkeersgeneratie van de voorgenomen ontwikkelingen in beeld gebracht inclusief de verdeling (bijlage III). Wanneer de wegvakken bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein een te hoge intensiteit bereiken ontstaan gevolgen voor filevorming, geluidsoverlast en luchtkwaliteit. Zo’n situatie zal licht negatief beoordeeld worden. 9.2.2
Bereikbaarheid
Gemeente Zwartewaterland streeft naar een goede bereikbaarheid over de weg. In het verkeersonderzoek van RoyalHaskoningDHV is onderzocht welke wegvakbelastingen optreden. Indien het aantal wegvakken met een matige tot slechte afwikkeling toeneemt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een negatieve beoordeling op dit aspect. Verder wordt kwalitatief een beoordeling gegeven van de gevolgen van de doorstroming voor de bereikbaarheid van openbaar- en langzaam verkeer. 9.2.3
Verkeersveiligheid
Bij verkeersveiligheid wordt gekeken naar de preventieve veiligheid die het plan biedt. Dit betreft onder andere de scheiding van auto- fiets- en voetpaden in het plangebied om de kans op verkeersongelukken te
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 71
voorkomen. Als de intensiteit op een wegvak hoger is dan wat passend is bij de wegfunctie en huidige inrichting, is sprake van een verkeersveiligheidsknelpunt. Een te grote toename op het weggenet geeft een grotere kans op ongelukken en wordt daarom vanuit verkeersveiligheid licht negatief beoordeeld. 9.3
Huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie)
9.3.1
Verkeersaantrekkende werking
In de referentiesituatie wordt uitgegaan van de autonome ontwikkeling waarbij het bestaande bedrijventerrein Zevenhont volledig is ontwikkeld. In de huidige situatie (2021) moet al het externe verkeer dat Zevenhont wil bereiken of verlaten via de rotonde N759 – Nijverheidsstraat rijden. Dit maakt de ontsluiting van Zevenhont kwetsbaar voor incidenten of tijdens wegwerkzaamheden. Naar de toekomst toe zal de intensiteit van het verkeer verder blijven groeien. De provincie heeft aangegeven dat op basis van de verkeersmodellen voor het jaar 2030 een gemiddelde groei van op de N759 van 1,5% per jaar verwacht mag worden, en in de periode daarna tot het jaar 2035 0,5% per jaar. 9.3.2
Bereikbaarheid
De rotonde N759 – Nijverheidsstraat – Provinciale Weg - Randweg vertoont volgens waarnemingen van de gemeente in de spitsuren capaciteitsproblemen. Van de rotonde zijn geen tellingen beschikbaar met de verkeersbewegingen per richting over het kruispunt. Om capaciteitsberekeningen te kunnen uitvoeren zijn deze bewegingen nu geschat op basis van verkeerstellingen per uur op de aanliggende wegvakken van de gemeente (2013) en provincie (N759, 2019). De capaciteitsberekeningen (zie bijlage 5 verkeersrapport) laten zien dat in de avondspits de verzadigingsgraad circa 0,62 is (gemiddelde waarde in drukste uur tussen 17.00 en 18.00 uur). De maximale grens wordt gesteld op 0,80, boven deze waarde neemt het aantal wachtende auto’s toe, en treedt overbelasting van de rotonde op. De waarde van 0,62 laat zien dat in een uur nog restcapaciteit aanwezig is, het is echter best mogelijk dat op korte piekmomenten (als veel mensen gelijktijdig naar huis gaan) wel sprake is van overbelasting van de rotonde, wat in de praktijk dus ook zichtbaar is. Wanneer de autonome groei wordt doorgevoerd, stijgt de verzadigingsgraad op de rotonde naar 0,78 in 2030, en 0,81 in 2035, zodat deze wel overbelast wordt. Hiermee is de rotonde naar de toekomst toe in zijn huidige vorm geen robuuste oplossing. 9.3.3
Verkeersveiligheid
Binnen Zevenhont zijn geen duidelijke voorzieningen voor fietsers of voetgangers. Alleen langs de Nijverheidsstraat tussen de N759 en De Blokmat zijn verplichte fietspaden. De heiderode rabatstroken langs de Nijverheidsstraat kunnen gezien worden als informele plek voor fietsers of wandelaars, maar hier mag ook geparkeerd worden zodat fietsers en wandelaars dan over de rijbaan moeten rijden of wandelen.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 72
9.4
Effectbeoordeling
9.4.1
Verkeersaantrekkende werking
Vanwege de uitbreidingen met Zevenhont-Oost, -Zuid en -Midden zal de hoeveelheid verkeer op de N759 alsmede Nijverheidsstraat toenemen. In tabel 9.1 is de verkeersproductie van de drie deelgebieden samengevat. Tabel 9.1: verkeersgeneratie deelgebieden (weekdag)
Deelgebied Oost Zuid Midden Totaal
Uitbreiding netto ha. 17 15 7,8 39,8
Mvt/etmaal 2.686 1.095 1.032 4.813
De genoemde extra verkeersproductie heeft zijn invloed op de toekomstige verkeersintensiteiten op de wegen. Zonder aanpassingen worden de wegen zeer zwaar belast. Met name de Nijverheidsstraat krijgt zo veel verkeer (15.000 mvt/etmaal) dat dit niet meer past bij de inrichting van deze weg. Met de uitbreiding van Zevenhont-Oost, -Zuid en -Midden zullen de problemen zonder maatregelen fors toenemen en zijn extra maatregelen nodig voor een toekomstvaste ontsluiting. De mobiliteitsmaatregelen alleen zullen onvoldoende oplossing bieden; het is niet realistisch om te verwachten dat hiermee een benodigde intensiteitsdaling van circa 30% op de Nijverheidsstaat (van 15.500 naar 11.000 mvtg/etmaal) bereikt kan worden. De aanleg van nieuwe infrastructuur is dan noodzakelijk. Dit kan een aansluiting op de N759 zijn, zuidelijk van het huidige Zevenhont. Deze aansluiting dient verbonden te worden met De Blokmat én de Sisalstraat. Hierdoor worden de rotonde N759 – Nijverheids-staat en de aansluiting Nijverheidsstraat – De Blokmat ontlast en ontstaat een robuuste(re) ontsluiting van Zevenhont. In het verkeersrapport is een analyse uitgevoerd, teneinde de meest optimale locatie te bepalen. Daaruit is gebleken dat een rotonde in de directe nabijheid van Zevenhont-Zuid (en -Midden) de meest optimale locatie is, zie afbeelding 9.2.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 73
Afbeelding 9.2: Locatie rotonde in N759
De tabel hieronder geeft een vergelijking van de verkeersstromen op een aantal verkeersaders in de autonome situatie en de varianten in de plansituatie. Tabel 9.2: verandering verkeersstromen alternatieven1) Wegvak (4) Nijverheidsstraat
Autonoom
Var 1+A
Var 2+A
Var 3+A
Var 1+A+mid
Var 2+A+mid
Var 3+A+mid
8.555
9.679
9.159
9.159
9.679
9.159
9.159
-
1.983
2.502
2.502
3.083
3.602
3.602
(36) Ontsluitingsweg nieuw
1)
(37) Provinciale weg
5.577
5.965
5.913
5.913
5.965
5.913
5.913
(41) N759 (noord van rotonde)
11.051
11.642
11.351
11.351
12.165
11.874
11.874
14.058
14.058
(42) N759 (zuid van rotonde) 11.051 13.393 13.393 13.393 14.058 Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
Problemen met betrekking tot de verkeersafwikkeling worden dus voornamelijk verwacht op de Nijverheidsstraat en de bestaande rotonde Nijverheidsstraat-N759 als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling in dit gebied. De aan te leggen rotonde ter hoogte van Zevenhont-Zuid en -Midden brengt hierin
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 74
enige verlichting. De toename de verkeersintensiteit leidt tot extra overlast vanuit geluid en luchtkwaliteit. De grootse toename op de N759 ten opzichte van de autonome situatie bedraagt bijna 9,2%, de grootste toename op de Nijverheidsstraat ten opzichte van de autonome situatie bedraagt bijna 11,6%. Vanwege het feit dat de toename van de verkeersintensiteit niet meer dan 15% bedraagt worden alle alternatieven licht negatief beoordeeld op het criterium verkeersaantrekkende werking (-), zie tabel 9.3. Tabel 9.3: Beoordeling verkeersaantrekkende werking1)
1)
Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Geen effect/neutraal omtrent verkeer op het wegennet
Var 1 + A
-
Licht negatief effect omtrent verkeer op het wegennet
Var 2 + A
-
Licht negatief effect omtrent verkeer op het wegennet
Var 3 + A
-
Licht negatief effect omtrent verkeer op het wegennet
Var 1 + A + mid
-
Licht negatief effect omtrent verkeer op het wegennet
Var 2 + A + mid
-
Licht negatief effect omtrent verkeer op het wegennet
Var 3 + A + mid
-
Licht negatief effect omtrent verkeer op het wegennet
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
9.4.2
Bereikbaarheid
De autonome groei is reeds zodanig dat de rotonde N759 – Nijverheidsstraat overbelast raakt, de relatief korte momenten van overbelasting die nu optreden zullen tijdens de gehele avondspits gaan optreden. Als ook Zevenhont-Oost, -Zuid en -Midden via deze route moeten worden ontsloten leidt dit tot een zeer ongewenste verkeerssituatie: er moet gewoon te veel verkeer over deze route. Het eerste deel van de Nijverheidsstraat vanaf de N759 wordt zwaar belast met circa 15.000 motorvoertuigen per etmaal. Met de ongeregelde aansluitingen van de Schering en De Blokmat, in combinatie met het hier aanwezige tankstation en fietsers, zal dit leiden tot capaciteitsproblemen. Dit zou aanleiding zijn om de alternatieven negatief (--) te beoordelen voor het effect op bereikbaarheid. De aanleg van de rotonde in de N759 ter hoogte van Zevenhont-Zuid en -Midden ontlast de Nijverheidsstraat, zodat alle alternatieven licht negatief (-) worden beoordeeld voor het effect op de bereikbaarheid, zie tabel 9.4.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 75
Tabel 9.4: Beoordeling bereikbaarheid1)
1)
Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Geen effect/neutraal omtrent bereikbaarheid
Var 1 + A
-
Licht negatief effect omtrent bereikbaarheid
Var 2 + A
-
Licht negatief effect omtrent bereikbaarheid
Var 3 + A
-
Licht negatief effect omtrent bereikbaarheid
Var 1 + A + mid
-
Licht negatief effect omtrent bereikbaarheid
Var 2 + A + mid
-
Licht negatief effect omtrent bereikbaarheid
Var 3 + A + mid
-
Licht negatief effect omtrent bereikbaarheid
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
9.4.3
Verkeersveiligheid
Vanwege zowel de autonome groei als de voorgenomen ontwikkelingen zal het aantal motorvoertuigen per etmaal toenemen. Met de ongeregelde aansluitingen van de Schering en De Blokmat, in combinatie met het hier aanwezige tankstation en fietsers, zal dit leiden tot onoverzichtelijkheid en onveilige situaties. De toenemende verkeersdruk op de Nijverheidsstraat maken de druk om de fietsers eigen voorzieningen te geven steeds hoger. Laden en lossen zal dan meer op de rijbaan gaan plaatsvinden, wat nadelig is voor de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Dit zou aanleiding zijn om de alternatieven negatief (-) te beoordelen voor het effect op verkeersveiligheid. In het verkeersrapport is een uitgebreide studie opgenomen naar mogelijkheden om een directe fietsroute te creëren tussen Zevenhont en Hasselt. Daarmee wordt een deel van het bereikbaarheidsvraagstuk opgelost, maar wordt ook de verkeersveiligheid verbeterd. Voorts draagt de aanleg van de rotonde in de N759 ter hoogte van Zevenhont-Zuid en -Midden bij aan het verlagen ven de verkeersdruk op de Nijverheidsstraat, zodat alle alternatieven licht negatief (-) worden beoordeeld voor het effect op de verkersveiligheid, zie tabel 9.5. Tabel 9.5: Beoordeling verkeersveiligheid1)
1)
Alternatief
Score
Verklaring
Autonoom
0
Geen effect/neutraal omtrent verkeersveiligheid
Var 1 + A
-
Licht negatief effect omtrent verkeersveiligheid
Var 2 + A
-
Licht negatief effect omtrent verkeersveiligheid
Var 3 + A
-
Licht negatief effect omtrent verkeersveiligheid
Var 1 + A + mid
-
Licht negatief effect omtrent verkeersveiligheid
Var 2 + A + mid
-
Licht negatief effect omtrent verkeersveiligheid
Var 3 + A + mid
-
Licht negatief effect omtrent verkeersveiligheid
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 76
10
Geluid
10.1
Uitgangspunten
In dit onderdeel wordt getoetst welke effecten het bestemmingsplan heeft op de geluidhinder in het gebied. Om de uiteindelijke kwaliteit van de leefomgeving vast te kunnen stellen zijn meerdere geluidbronnen van belang. Gekeken zal worden naar de effecten door wegverkeerslawaai en industrielawaai. Voor het onderdeel wegverkeer is onderzocht of de geluidbelasting vanwege nieuw aan te leggen wegen voldoet aan grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorts is onderzocht of de aanpassingen van bestaande wegen leidt tot een toename van de geluidbelasting (meer dan 2 dB), zodat sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. De uitbreidingen van bedrijventerrein Zevenhont zullen niet gezoneerd zijn ingevolge de Wet geluidhinder. Er is daarom vanuit de Wet geluidhinder geen wettelijk kader om het terrein te toetsen. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening bestaat de eis dat bij nieuwe plannen sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de jurisprudentie is dat onder meer vertaald in het vereiste dat in het bestemmingsplan de afweging moet zijn gemaakt of er sprake is van een ´aanvaardbaar woon- en leefklimaat´ voor de omliggende woningen. Tenslotte is de verwachte cumulatieve geluidbelasting als gevolg van het bestaande en het nieuwe bedrijventerrein alsmede bestaande en nieuwe wegen berekend op de omliggende woningen. 10.2
Methode onderzoek
10.2.1 Algemeen In het onderzoek naar de effecten op de geluidbelasting zijn berekeningen uitgevoerd voor de autonome ontwikkeling alsmede de alternatieven in de voorgenomen ontwikkelingen. De resultaten van dat onderzoek zijn opgenomen in rapport 04706-52126-20 en is opgenomen in bijlage IV. 10.2.2 Industrielawaai Voor het inzichtelijk maken van het industrielawaai zijn de industriebronnen ingevoerd in een grafisch computermodel dat rekent volgens de Handleiding meten- en rekenen industrielawaai 1999, zoals bedoeld in hoofdstuk 2 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Daarbij is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu v2021. 10.2.3 Wegverkeerslawaai Bij het onderhavige onderzoek zijn voor de effectbeschrijving geluidprognoseberekeningen uitgevoerd. Deze berekeningen dienen om de geluidbelasting binnen het plangebied en per geluidgevoelige bestemming te bepalen. Alle verkeerslawaaiberekeningen zijn uitgevoerd volgens de Standaardrekenmethode II (SRM2) uit het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ ex artikel 110d, eerste lid Wet geluidhinder. Daarbij is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu v2021.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 77
10.2.4 Cumulatie In de bijlagen bij het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is een rekenmethode opgenomen voor de berekening van de cumulatieve geluidbelasting (Lcum). De cumulatieve geluidbelasting is bepaald aan de hand van deze bijlage. Van belang is dat er in deze rekenmethode voor het vaststellen van cumulatieve geluidshinder rekenschap is gegeven aan de verschillen tussen de diverse geluidsbronnen. Het ene soort geluid is het andere niet: wegverkeerslawaai wordt bijvoorbeeld als minder hinderlijk ervaren dan het geluid van industrie, dit is verwerkt in de gehanteerde rekenmethode. Ook voor het berekenen van de gecumuleerde geluidbelasting is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu v2021. 10.3
Huidige situatie en autonome ontwikkelingen (referentiesituatie)
10.3.1 Industrielawaai De referentiesituatie waarmee zal worden vergeleken betreft de bestemde geluidemissie van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont. De geluidgegevens van het bedrijventerrein Zevenhont zijn afkomstig van de Omgevingsdienst IJsselland. 10.3.2 Wegverkeerslawaai De verkeersgegevens van de relevante verkeerswegen zijn aangeleverd door RoyalHaskoningDHV, die in opdracht van de gemeente Zwartwaterland de verkeersmilieukaart heeft geactualiseerd. 10.4
Effectbeoordeling
10.4.1 Algemeen In de autonome situatie is geen sprake van varianten. Daarom wordt in de autonome situatie volstaan met het bepalen van de geluidbelasting van de afzonderlijke geluidsoorten – industrielawaai en verkeerslawaai – alsmede de cumulatieve geluidbelasting. In de voorgenomen ontwikkelingen zijn de volgende (combinaties van) varianten te onderscheiden, zowel voor industrielawaai en verkeerslawaai alsmede cumulatie van geluid:1) a. Z-O var 1 + Z-Z A2 b. Z-O var 2 + Z-Z A2 c. Z-O var 3 + Z-Z A2 d. Z-O var 1 + Z-Z A2 gespiegeld e. Z-O var 1 + Z-Z C f. Z-O var 1 + Z-Z A2 + Z-M g. Z-O var 2 + Z-Z A2 + Z-M h. Z-O var 3 + Z-Z A2 + Z-M i. Z-O var 1 + Z-Z A2 gespiegeld + Z-M j. Z-O var 1 + Z-Z C + Z-M 1) Z-O = Zevenhont – Oost
Z-Z = Zevenhont – Zuid Z-M = Zevenhont – Midden
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 78
Per variant wordt de geluidbelasting als volgt gepresenteerd: i. Geluidbelast oppervlakte, in stappen van 5 dB(A), van 45 dB(A) tot en met 65 dB(A). ii. Aantal geluidgehinderden per klasse van 5 dB(A), van 45 dB(A) tot en met 65 dB(A). Hiervoor zijn de functies van de relevante geluidgevoelige bestemmingen ontleend aan het BAG-register. Per geluidgevoelige bestemming is aansluitend uitgegaan van gemiddeld 2,4 personen per bestemming. iii. Geluidbelasting op 10 rekenpunten ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen in het onderzoeksgebied. 10.4.2 Industrielawaai In hoofdstuk 5 van rapport 04706-52126-20 worden de rekenresultaten van het industrielawaai op de bestaande woningen in het studiegebied gepresenteerd. Hieruit blijkt dat in alle varianten het geluidbelast oppervlakte fors toeneemt. De onderlinge verschillen tussen de varianten zijn beperkt. Daarnaast neemt het aantal gehinderden toe, eveneens in alle varianten, maar de onderlinge verschillen tussen de varianten zijn beperkt. Tenslotte blijkt dat in alle varianten de geluidbelasting op de rekenpunten toeneemt. Een toename is op zich niet gewenst, maar indien het absolute niveau per geluidsoort voldoet aan de grenswaarde, i.e. dan is die toename aanvaardbaar. Uit tabel 5.3 blijkt dat daar waar sprake is van de grootste toename, er nog steeds voldaan wordt aan de grenswaarden van 50 dB(A) etmaalwaarde.
Op slechts twee beoordelingspunten is sprake van én een toename én een overschrijding van de grenswaarde van 50 dB(A). Dit resulteert in de volgende beoordeling voor het onderdeel industrielawaai Tabel 10.1: Beoordeling industrielawaai1)
1)
Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Geen effect/neutraal op de geluidbelasting
Var 1 + A
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 2 + A
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 3 + A
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 1 + A + mid
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 2 + A + mid
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 3 + A + mid
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 79
10.4.3 Wegverkeerslawaai In hoofdstuk 5 van rapport 04706-52126-20 worden de rekenresultaten van het wegverkeerslawaai op de bestaande woningen in het studiegebied gepresenteerd. Hieruit blijkt dat in alle varianten het geluidbelast oppervlakte fors toeneemt. De onderlinge verschillen tussen de varianten zijn beperkt. Daarnaast neemt het aantal gehinderden toe, eveneens in alle varianten, maar de onderlinge verschillen tussen de varianten zijn beperkt. Tenslotte blijkt dat in alle varianten de geluidbelasting op de rekenpunten toeneemt, met ten hoogste 2 dB. Nieuwe situatie De aanleg van de nieuwe wegen in de verschillende varianten ontsluit, leidt niet tot een overschrijding van de (voorkeurs)grenswaarde van Lden=48 dB (zie hoofdstuk 5 rapport 04706-52126-20). Hogere grenswaarden kunnen derhalve achterwege blijven. Bestaande situatie (reconstructie) Uit de rekenresultaten blijkt verder dat geen sprake is van een toename van de geluidbelasting vanwege de afzonderlijke wegen van 2 dB of meer. Gelet hierop is geen sprake van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder Dit resulteert in de volgende beoordeling voor het onderdeel verkeerslawaai Tabel 10.2: Beoordeling verkeerslawaai1)
1)
Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Geen effect/neutraal op de geluidbelasting
Var 1 + A
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 2 + A
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 3 + A
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 1 + A + mid
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 2 + A + mid
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 3 + A + mid
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 80
10.4.4 Cumulatie In hoofdstuk 5 van rapport 04706-52126-20 worden de rekenresultaten van de cumulatie op de bestaande woningen in het studiegebied gepresenteerd. Hieruit blijkt dat in alle varianten het geluidbelast oppervlakte toeneemt. De onderlinge verschillen tussen de varianten zijn beperkt. Daarnaast neemt het aantal gehinderden toe, eveneens in alle varianten, maar de onderlinge verschillen tussen de varianten zijn beperkt. Tenslotte blijkt dat in alle varianten de geluidbelasting op de rekenpunten toeneemt, met ten hoogste 4 dB. Dit resulteert in de volgende beoordeling voor het onderdeel cumulatie Tabel 10.3: Beoordeling cumulatie1)
1)
Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Geen effect/neutraal op de geluidbelasting
Var 1 + A
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 2 + A
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 3 + A
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 1 + A + mid
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 2 + A + mid
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 3 + A + mid
-
Licht negatief effect op de geluidbelasting
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 81
11
Luchtkwaliteit
11.1
Uitgangspunten
De luchtkwaliteit is een belangrijke parameter voor een gezonde leefomgeving. Er zijn twee fasen te onderscheiden in dit project die relevante gevolgen kunnen hebben voor de lokale luchtkwaliteit. Dit zijn de aanlegfase en de gebruiksfase. In dit hoofdstuk worden alleen de effecten van de gebruiksfase beschouwd. Dit omdat de aanlegfase naar verhouding veel korter van duur is, bovendien wordt verwacht dat de emissies in de gebruiksfase ook groter zijn dan de emissies in de aanlegfase. Wanneer de luchtkwaliteit in de gebruiksfase binnen de wettelijke grenswaarden blijft, kan aangenomen worden dat dit ook het geval zal zijn in de aanlegfase. Titel 5.2 (luchtkwaliteitseisen) van de gewijzigde Wm, in werking getreden op 15 november 2007, heeft betrekking op de luchtkwaliteitseisen en vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Titel 5.2 van de Wm wordt om die reden ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. De wijze waarop het aspect luchtkwaliteit in acht genomen dient te worden overeenkomstig de Wet luchtkwaliteit, is geregeld in artikel 5.16 van de wet en kan als volgt worden samengevat: - Indien aannemelijk is gemaakt dat grenswaarden niet worden overschreden bij realisatie van het plan, vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de realisatie van dat plan, zelfs niet indien het voorgenomen plan leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
- Indien aannemelijk is gemaakt dat bij realisatie van het plan de concentraties in de buitenlucht per saldo verbeteren of tenminste gelijk blijven vormt het aspect luchtkwaliteit evenmin een belemmering voor de realisatie van dat plan. - Indien één of meerdere grenswaarde(n) worden overschreden bij realisatie van het plan, dan kan het voorgenomen plan alsnog worden gerealiseerd indien het plan niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van de stof waarvoor grenswaarden worden overschreden. - Indien één of meerdere grenswaarde(n) worden overschreden bij realisatie van het plan én het plan wel in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de stof waarvoor grenswaarden worden overschreden, kan het plan alsnog worden gerealiseerd indien als gevolg van positieve effecten van het plan en/of als gevolg van met het plan samenhangende maatregelen de kwaliteit van de lucht (elders) zodanig verbetert dat per saldo geen verslechtering optreedt (dit is de zogenaamde saldobenadering).
- Indien een project genoemd of beschreven is in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (hierna NSL), of als het betrekking heeft op een daarin genoemde ontwikkeling of voorgenomen besluit dat is genoemd of beschreven in het NSL of past binnen, of in elk geval niet in strijd is met het NSL vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de realisatie van dat plan. In bijlage II van de Wm (luchtkwaliteitseisen) zijn voor de volgende parameters grenswaarden voor de concentratie in de buitenlucht opgenomen: - stikstofdioxide (NO2): jaargemiddelde; uurgemiddelde; daarbij zijn 18 overschrijdingen per jaar toegestaan; - stikstofoxide (NOx): jaargemiddelde; - fijnstof (PM10): jaargemiddelde; daggemiddelde; daarbij zijn 35 overschrijdingen per jaar toegestaan; Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 82
-
zeer fijnstof (PM2,5): benzeen (C6H6): zwaveldioxide (SO2):
-
lood (Pb): koolmonoxide (CO):
jaargemiddelde; jaargemiddelde; jaargemiddelde; aantal overschrijdingen 24-uurgemiddelde; jaargemiddelde; 98-percentiel (8 uur).
Uit metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en berekeningen van het Milieu en Natuur Planbureau blijkt dat aan de grenswaarden voor zwaveldioxide, lood, koolmonoxide en benzeen al geruime tijd in (nagenoeg) geheel Nederland wordt voldaan.15 Ook vanuit de inrichting is, gezien de aard van de werkzaamheden en de aanwezige bronnen, geen relevante bijdrage te verwachten aan andere stoffen dan (zeer) fijnstof en NO2. In het voorliggende onderzoek is de analyse van de luchtkwaliteit derhalve beperkt tot (zeer) fijnstof en NO2. In tabel 11.1 zijn de grenswaarden voor de parameters (zeer) fijnstof en NO2 weergegeven zoals die gelden voor de onderhavige projectlocatie. Tabel 11.1:
Grenswaarden voor (zeer) fijnstof en NO2
Stof
Norm
2021 en later
NO2
Grenswaarde (jaargemiddelde in μg/m³)
40
Grenswaarde (jaargemiddelde in μg/m³)
40
PM10
Grenswaarde (aantal dagen per jaar dat de 24-uurgemiddeldeconcentratie boven de 50 μg/m³ mag liggen)
PM2,5
11.2
Grenswaarde (jaargemiddelde in μg/m³)
35 25
Methode onderzoek
In het onderzoek naar de effecten op de luchtverontreiniging zijn berekeningen uitgevoerd voor de autonome ontwikkeling alsmede de alternatieven in de voorgenomen ontwikkelingen. De resultaten van dat onderzoek zijn opgenomen in rapport 04706-52126-21 en is opgenomen in bijlage V. 11.3
Effectbeoordeling
Bij het beoordelen van de berekende effecten zoals weergegeven in het achtergrondrapport over luchtkwaliteit valt op dat de geografische spreiding van de berekende toename voor NO2 anders is dan voor (zeer) fijn stof. 11.3.1 Stikstofdioxide (NO2) Uit de berekeningen van de effecten op de lokale luchtkwaliteit, zoals verwoord in rapport 04706-52126-21, blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2 in de voorgenomen ontwikkeling bij alle alternatieven slechts met minder dan 1 μg/m3 toeneemt ten opzichte van de autonome situatie. Alle alternatieven worden daarom neutraal beoordeeld op het criterium luchtkwaliteit (0), zie tabel 11.2.
15)
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2012, RIVM Rapport 680704023/2013, 2013.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 83
Tabel 11.2: Beoordeling effect stikstofdioxide (NO2)1)
1)
Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 1 + A
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 2 + A
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 3 + A
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 1 + A + mid
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 2 + A + mid
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 3 + A + mid
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
11.3.2 Zeer fijn- en fijnstof (PM2,5 en PM10) Uit de berekeningen van de effecten op de lokale luchtkwaliteit, zoals verwoord in rapport 04706-52126-21, blijkt dat de jaargemiddelde concentraties PM2,5 en PM10 in de voorgenomen ontwikkeling bij alle alternatieven slechts met minder dan 1 μg/m3 toeneemt ten opzichte van de autonome situatie. Alle alternatieven worden daarom neutraal beoordeeld op het criterium luchtkwaliteit (0), zie tabel 11.3. Tabel 11.3: Beoordeling effect zeer fijn- en fijnstof (PM2,5 en PM10)1)
1)
Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 1 + A
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 2 + A
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 3 + A
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 1 + A + mid
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 2 + A + mid
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 3 + A + mid
0
Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 84
12
Externe veiligheid
12.1
Uitgangspunten
Externe veiligheid gaat over de veiligheid van personen die zelf niet direct betrokken zijn bij risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen (risicobronnen), maar als gevolg van die activiteiten wel risico kunnen lopen. Het beleid in Nederland is voor de verschillende typen risicobronnen in verschillende besluiten vastgelegd. In het besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen weergegeven voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen opgenomen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geeft het Basisnet voor zowel wegen als spoor en water en het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) voorschriften. Het Activiteitenbesluit milieubeheer benoemt veiligheidsafstanden en risiconormen die moeten worden aangehouden ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. 12.2
Methode onderzoek
Voor het onderwerp externe veiligheid is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd. 12.3
Huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie)
Het Rijk heeft voor deze onderwerpen regels en wetgeving opgesteld waaraan ruimtelijke plannen moeten worden getoetst. Risicokaarten geven daarnaast de ligging van risicovolle objecten weer. In afbeelding 12.1 is de uitsnede van de Risicokaart weergegeven, waarin de begrenzing van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont is weergegeven (bron: https://www.risicokaart.nl/home).
5
1
4
Afbeelding 12.1:
2
3
Uitsnede risicokaart (met (indicatieve) begrenzing bestaande bedrijventerrein Zevenhont)
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 85
Uit voormelde afbeelding blijkt dat een vijftal risicobronnen in en nabij het studiegebied zijn gelegen. Navolgend worden deze risicobronnen nader toegelicht. 1: Breman Machinery, Sasdijk 20 te Genemuiden Hier vindt opslag plaats van gassen. De plaatsgebonden risico contour bedraagt 20 meter. 2: Gebroeders Fuite B.V., Kokosstraat 15 te Genemuiden Productie van diervoeder, geen plaatsgebonden risico contour. 3: Autobedrijf Naberman, Nijverheidsstraat 53 te Genemuiden Verkoop van LPG. De grootste plaatsgebonden risico contour bedraagt 35 meter en het invoedsgebied bedraagt 150 meter. 4: Zwembad Bestevaer, Prins Clausstrata 2b te Genemuiden Zwembad, opslag van chloorbleekloog, geen plaatsgebonden risico contour. 5: Aardgasleiding van de Gasunie Ondergrondse buisleiding (diameter 114 mm, werkdruk 40 bar) voor transport van aardgas met een plaatsgebonden risicocontour van 4 meter uit het hart van de buisleding. Nabij het plangebied loopt één (lokale) route van gevaarlijke stoffen, zoals in afbeelding 12.2 is aangegeven.
Afbeelding 12.2: routes gevaarlijke stoffen (besluit 23 maart 2017 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-162305.pdf) Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
GMB
2018,
nr.
162305
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 86
De route ten zuiden van het plangebied betreft de route vanaf de A28 (Afslag 22), de Hasselterweg overgaand in de Vaartweg (N377). Linksaf de Zwartsluizerweg en Werkerlaan (N331 = Noordelijk gedeelte van de brug, komend vanaf Hasselt) volgen. Tot afslag Genemuiden de Hanzeweg op, linksaf de Zwartewaterweg en vervolgens linksaf de Nieuwe Weg (N759) tot rotonde Randweg/Nijverheidsstraat. Op deze routes mag respectievelijk 80 (N334 en N759) en 70 km/h (N331) worden gereden. Over deze wegen worden alleen LPG en propaan (stofgroep GF3) getransporteerd. Het gaat om bestemmingsverkeer, omdat de routes doodlopen. Hierdoor is er geen doorvoer mogelijk. Het aantal bewegingen met LPG en propaan zal jaarlijks niet meer bedragen dan 400 per transportroute (vuistregel Handleiding risicoanalyse transport bedraagt 500 per transportroute per jaar - de HART). Dit aantal is bepalend voor de omvang van de plaatsgebonden risicocontour langs de weg waar 80 km/h mag worden gereden. Voor de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) van belang. Uit de vuistregels van de HART blijkt dat het niet nodig is om het PR en GR met het voorgeschreven rekenprogramma RMBII te berekenen, omdat er geen PR 10-5 of 10-6 -contour aanwezig is. De oriënterende waarde van het GR en 10% van die waarde worden niet overschreden. 12.4
Effectbeoordeling
De bestaande risicobronnen uit de autonome ontwikkeling vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Immers, alle varianten zijn gelegen buiten de contouren voor het plaatsgebonden- en/of groepsrisico en/of invloedsgebied. Gelet hierop heeft de voorgenomen ontwikkeling geen effect voor het aspect externe veiligheid naar de omgeving. Zoals in de beschrijving van de plannen uit paragraaf 7.2 blijkt zijn tankstations en risicovolle inrichtingen uitgesloten. Gelet hierop heeft de voorgenomen ontwikkeling geen effect voor het aspect externe veiligheid naar de omgeving. In tabel 12.1 is de effectbeoordeling samengevat voor het aspect externe veiligheid. Tabel 12.1: Beoordeling externe veiligheid1)
1)
Alternatief
Score
Verklaring
Autonoom
0
Geen effect/neutraal op externe veiligheid
Var 1 + A
0
Geen effect/neutraal op externe veiligheid
Var 2 + A
0
Geen effect/neutraal op externe veiligheid
Var 3 + A
0
Geen effect/neutraal op externe veiligheid
Var 1 + A + mid
0
Geen effect/neutraal op externe veiligheid
Var 2 + A + mid
0
Geen effect/neutraal op externe veiligheid
Var 3 + A + mid
0
Geen effect/neutraal op externe veiligheid
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 87
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 88
13
Geur
13.1
Uitgangspunten
Geur kan voor overlast zorgen. Door de aanwezigheid van veel tapijtproducerende industrie bedrijven is geur een bekend milieueffect op en om bedrijventerrein Zevenhont. Voor geur geldt een algemeen toetsingskader, dat lokaal nader ingevuld kan worden. Het rijksbeleid geur is vastgelegd in de Herziene Nota Stankbeleid uit 1994, de brief van de minister van (toenmalig) VROM (thans I&M) uit 1995 en de Nederlandse Emissierichtlijn Lucht (NeR). De gemeente Zwartewaterland heeft geen eigen geurbeleid geformuleerd. Daarom wordt aangesloten bij Beleidsregel Geur bedrijven (niet veehouderijen) Overijssel 2018 (Pb 2018, 761), vastgesteld op 26 september 2017. Daarin wordt onderscheid gemaakt naar de aard van de geurhinder alsmede verschillende categorieën geurgevoelige functies, die een verschillende mate van bescherming toekomen. De provinciale beleidsregel hanteert streefwaarden, richtwaarden en grenswaarden per inrichting. Tenslotte biedt de provinciale beleidsregel ruimte voor nadere eisen aan het geurrapport, ingeval sprake is van cumulatie. Er zijn geen doelvoorschriften gesteld ten aanzien van cumulatie. Het effect van cumulatie op de geurbeleving is moeilijk te voorspellen. Dit is onder andere afhankelijk van de type geuren, hinderlijkheid van de geuren, ligging van de bronnen ten opzichte van het geurgevoelige object en de duur van de geuremissies.
Gedeputeerde Staten kunnen als sprake is van verschillende typen geuren, nadere eisen stellen aan onder andere de wijze van berekenen, de manier van modellering en het toetsingskader, om een aanvaardbaar geurhinderniveau vast te kunnen stellen. Hierbij kan het gaan om meerdere bronnen binnen een bedrijf of meerdere bronnen van meerdere bedrijven met verschillende geuren. 13.2
Wijze van beoordeling
In het kader van de plan/projectMER voor de uitbreiding van bedrijventerrein Zevenhont wordt de cumulatieve geurbelasting op de omgeving inzichtelijk gemaakt en onderling met elkaar vergeleken. Toetsing aan voormelde normen vindt niet plaats. Hierbij wordt de berekende geurconcentraties als volgt gepresenteerd: i. Geurbelast oppervlakte, voor de gebieden: 0,5 OUE/m3 – 1,5 OUE/m3 en 1,5 OUE/m3 – 5,0 OUE/m3. ii. Aantal gehinderden in de categorieën A en B voor de gebieden: 0,5 OUE/m3 – 1,5 OUE/m3 en 1,5 OUE/m3 – 5,0 OUE/m3. Hiervoor zijn de functies van de relevante geurgevoelige bestemmingen ontleend aan het BAG-register. Per geurgevoelige bestemming is aansluitend uitgegaan van gemiddeld 2,4 personen per bestemming. iii. Cumulatieve geurconcentratie als 98-percentiel op 5 maatgevende beoordelingspunten. 13.3
Onderzoek
In notitie 04706-52126-22 is onderzoek gedaan naar de effecten op geur. Voormelde notitie is opgenomen in bijlage VI.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 89
13.4
Effectbeoordeling
Uit notitie 04706-52126-22 blijkt dat vanwege de voorgenomen ontwikkeling (zonder Vebe bestaand) sprake is van een afname van het geurbelast oppervlakte tussen 0,5 OUE/m3 en 1,5 OUE/m3 alsmede een toename van het geurbelast oppervlakte tussen 1,5 OUE/m3 en 5,0 OUE/m3. Het aantal gehinderen binnen het gebied tussen 1,5 OUE/m3 en 5,0 OUE/m3 daarentegen verandert niet en het aantal gehinderden binnen het gebied tussen 0,5 OUE/m3 en 1,5 OUE/m3 neemt af. Bij de voorgenomen ontwikkeling, met handhaving van productie op Inslag 12, neemt het geurbelast oppervlakte toe alsmede het aantal gehinderden, behoudens in het gebied tussen 1,5 OUE/m3 en 5,0 OUE/m3. Uit notitie 04706-52126-22 blijkt tenslotte dat bij de voorgenomen ontwikkeling, waarbij tapijtproductie op Inslag 12 wordt beëindigd, over het algemeen sprake is van een afname van de cumulatieve geurconcentratie. Ingeval op Inslag 12 tapijtproductie wordt gehandhaafd, is over het algemeen sprake van een toename van de cumulatieve geurconcentratie. Tenslotte valt het op dat de cumulatieve geurconcentratie op de maatgevende burgerwoning in categorie A (Cellemuiden 18) in alle gevallen gelijk blijft. In tabel 13.1 is de beoordeling van de effecten samengevat. Tabel 13.1: Beoordeling geur1) Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Geen effect/neutraal op geur
Var 1/2/3 + A + mid
+
Licht positief effect op geur
-
Licht negatief effect op geur
(zonder Inslag 12) Var 1/2/3 + A + mid (met Inslag 12) 1)
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 90
14
Gezondheid
14.1
Uitgangspunten
De informatie over gezondheid in een milieueffectrapport16 hangt af van de gezondheidsrisico’s die het plan of project met zich meebrengt en van het detailniveau waarop de besluitvorming plaatsvindt. Er zijn verschillende methoden voor het in beeld brengen van gezondheidseffecten, waarvan de geschiktheid per project kan variëren. De methoden variëren van kwalitatief tot (zeer) kwantitatief. Inzet en keuze voor een methode hangt af van de (besluitvormings)fase van het project, de beschikbare data, het detailniveau van de informatie en de milieuaspecten die optreden. Voor dit project is zowel de kwantitatieve benadering als een meer kwalitatieve gekozen, om een zo compleet mogelijk beeld op planniveau te krijgen. In dit hoofdstuk staan de voor gezondheid relevante grijze milieuaspecten van het bedrijventerrein beschreven (lucht, geluid, geur en externe veiligheid). Voor deze effectinschatting is gebruik gemaakt van de effectonderzoeken die voor de overige thema’s in dit MER zijn uitgevoerd en beschikbaar waren. 14.2
Methode onderzoek
In deze paragraaf wordt de gebruikte onderzoeksmethodiek per gezondheidsaspect kort toegelicht. 14.2.1 De voor gezondheid relevante geluidsaspecten In het sectoraal geluidonderzoek (rapport 04706-52126-20, zie bijlage IV) is onder andere inzicht gegeven in de veranderingen in cumulatieve geluidbelasting op nabijgelegen woningen. De cumulatieve geluidbelasting is vastgesteld door het geluid van de voorgenomen activiteit te cumuleren met alle relevante andere geluidsbronnen in de omgeving van het plangebied. Door de gecumuleerde geluidsbelasting in het studiegebied te vergelijken met de gecumuleerde geluidsbelasting in de autonome situatie is het planeffect bepaald. Bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting zijn alle bronnen in het studiegebied betrokken. Bij de beoordeling is ook gebruik gemaakt van de GGD-richtlijn omgevingsgeluid en gezondheid.17 Bij de beoordeling van verschillen is ervan uitgegaan dat het menselijk oor verschillen van minder dan 2 dB niet kan waarnemen. Omdat de rekenresultaten zijn weergegeven met 1 decimaal, gelden verschillen kleiner dan 1,5 dB als niet waarneembaar.
16 17
Er is geen gezondheidseffectscreening uitgevoerd omdat de milieu impact van de uitbreidingen van Zevenhont gering is. Dat maakt dat op het gebied van gezondheid geen substantiële verbeteringen mogelijk zijn. GGD-richtlijn medische milieukunde: omgevingsgeluid en gezondheid, RIVM Rapport 2019-0177
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 91
14.2.2 Kwantitatieve beoordeling van luchtverontreiniging In het sectoraal onderzoek naar de luchtkwaliteit (rapport 04706-52126-21, zie bijlage V) is onder andere inzicht gegeven in de veranderingen in de concentraties luchtverontreinigende stoffen op nabijgelegen woningen. De luchtverontreiniging vanwege de voorgenomen ontwikkelingen worden met name veroorzaakt door de bedrijfsgebonden emissies alsmede de verbrandingsmotoren zoals in vrachtverkeer. De uitlaatgassen zijn opgebouwd uit een complex mengsel van verschillende componenten, die vaak een directe koppeling met elkaar hebben. Het is daarom vaak moeilijk om waargenomen gezondheidseffecten toe te schrijven aan één of meer componenten uit dat mengsel. Dit geldt zeker voor NO2 en fijn stof, waarbij bij de beoordeling van de effecten van de verkeersemissies op de gezondheid, de ene component niet los te koppelen is van de ander. In het onderzoek is het jaargemiddelde voor NO2 gebruikt als gezondheidsindicator, waarbij de advieswaarden van de WHO leidend zijn. De WHO heeft zeer recentelijk (september 2021) hernieuwd advies uitgegeven.18 Daarin wordt in vier stappen de advieswaarde voor de jaargemiddelde concentratie NO2 verlaagd van 40 μg/m3 naar 10 μg/m3.
Uit het sectoraal onderzoek naar de luchtkwaliteit (rapport 04706-52126-21, zie bijlage V) blijkt dat de berekende jaargemiddelde concentraties NO2 ter plaatse van woningen lager is dan 20 μg/m3. Dit laat onverlet dat (zeer) fijn stofnadelige effecten heeft op de gezondheid. 19 Bij het schatten van de effecten van verkeersemissies op de gezondheid van mensen wordt de NO2-concentratie vaak in eerste instantie als indicator genomen voor het mengsel van aan verkeer gerelateerde luchtverontreiniging. Deze concentratie blijkt met betrekking tot verkeer namelijk gevoeliger te zijn dan de PM10 concentraties, waarvan de bijdrage door het verkeer relatief beperkt is en ook minder door de nabijheid van de weg beïnvloed wordt. Het wegverkeer en het buitenland leveren op macroniveau ongeveer een even groot deel aan de achtergrondconcentratie van NO2. In een omgeving met aaneengesloten woonbebouwing levert het wegverkeer verreweg de grootste bijdrage aan de lokale NO2-concentratie. Bij het schatten van de effecten van het verkeersgerelateerde luchtmengsel op de gezondheid van mensen, is NO2 dan ook een betere en gevoeligere indicator dan (zeer) fijn stof. Zeker is het niet zo, dat de gevonden gezondheidseffecten die gerelateerd zijn aan de NO2 in de buitenlucht uitsluitend aan NO2 zelf toegeschreven kunnen worden.
Het feit dat we in dit onderzoek NO2 als indicator-parameter gebruiken betekent niet dat de NO2-concentratie wordt gezien als de belangrijkste veroorzaker van de gezondheidseffecten. Het is in een studie naar gezondheidseffecten veroorzaakt door wegverkeer, echter wel de beste voorspeller (indicator) van de aanwezigheid van componenten die met NO2 - en dus ook met wegverkeer - samenhangen. 14.2.3 Kwantitatieve beoordeling geur In het sectoraal geuronderzoek (notitie 04706-52126-22, zie bijlage VI) is onder andere inzicht gegeven in de veranderingen in cumulatieve geurbelasting op nabijgelegen woningen. De cumulatieve geurbelasting is vastgesteld door de geurimmissies van de voorgenomen activiteit te cumuleren met de relevante vergelijkbare andere geurbronnen in de omgeving van het plangebied. Door de gecumuleerde geurbelasting in het
18 19
https://apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/345329/9789240034228-eng.pdf Hierbij moet men denken aan roet, elementair koolstof, zwarte rook en de ultrafijne fractie stofdeeltjes in het verkeersgerelateerde luchtmengsel.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 92
studiegebied te vergelijken met de gecumuleerde geurbelasting in de autonome situatie is het planeffect bepaald. Bij de beoordeling is gebruik gemaakt van de GGD-richtlijn omgevingsgeluid en gezondheid.20 Daarin wordt de volgende relatie gelegd tussen industriële geurimmissie en hinderbeleving:
Volgens voormelde GGD-richtlijn wordt in het beleid voor bedrijfsmatige geuractiviteiten doorgaans drie doelstellingen aangehouden:
In onderhavig onderzoek sluiten wij hierbij aan. 14.2.4 Kwantitatieve beoordeling van externe veiligheid Voor het aspect externe veiligheid is gekeken naar het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico is de kwantitatieve maat voor de wettelijke grenswaarde. Het is een maat voor de kans dat iemand direct komt te overlijden als gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. In hoofdstuk 12 is hieraan aandacht besteed. 14.3
Autonome ontwikkeling (referentiesituatie)
Als vertrekpunt voor het vaststellen van de effecten op gezondheid geldt de autonome situatie in het plangebied (zie hoofdstuk 3).
20
GGD-richtlijn medische milieukunde: Geur en gezondheid RIVM Rapport 2015-0106.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 93
14.3.1 Geluidhinder Het studiegebied bevindt zich dicht bij belangrijke bronnen van geluidhinder, te weten het bestaande bedrijventerrein Zevenhont, de Nieuwe Weg (N759) alsmede overige lokale verkeerswegen. De geluidberekeningen in de autonome ontwikkeling tonen aan dat de hoogste berekende cumulatieve geluidniveaus beperkt hoger zijn dan 50 dB, die voor de GGD geldt als uitgangspunt bij de beoordeling van een gecumuleerd geluidsniveau. Onder de 50 dB is een goede akoestische kwaliteit van de leefomgeving bereikt. Onder 50 dB wordt, behalve een beperkt percentage hinder en slaapverstoring, geen ander gezondheidseffect verwacht. Duidelijk is dat, ook zonder de voorgenomen activiteit, er in een zeer beperkt deel van het studiegebied geen sprake is van een optimale leefomgeving. In het overgrote deel is echter wel sprake van een optimale leefomgeving (lees: cumulatieve geluidbelasting niet hoger dan 50 dB). 14.3.2 Luchtverontreiniging Zoals in de sectorale studie naar de effecten op de luchtverontreiniging is vastgesteld zijn de grenswaarden uit Titel 5.2 Wm voor de luchtkwaliteit niet in het geding. Omdat de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie NO2 gelijk is aan de advieswaarde van de WHO, betekent dit dat de kwaliteit van de lucht in de autonome ontwikkeling geen aanleiding geeft om licht negatief effect op de volksgezondheid te verwachten.
14.3.3 Geur Uit de sectorale studie naar geureffecten blijkt dat in de autonome situatie slechts 10 personen een geurbelasting ondervinden tussen 1,5 OUE/m3 en 5,0 OUE/m3 als 98-percentiel. Volgens de tabellen uit paragraaf 14.2.3 ondervindt ten hoogste 10% ernstige hinder, i.c. 1 persoon. Gelet op het beperkte aantal (ernstig) gehinderden is sprake van een aanvaardbare leefomgeving. 14.3.4 Externe veiligheid Uit hoofdstuk 12 blijkt dat binnen de plaatsgebonden risicocontouren geen kwetsbare objecten zijn gelegen. Gelet hierop is sprake van een goede gezondheidssituatie. 14.4
Effectbeoordeling
14.4.1 Gecumuleerde geluidhinder (Lcum) Zoals uit paragrafen 5.4.10, 5.4.11 en 5.4.12 van rapport 04706-52126-20 blijkt neemt de cumulatieve geluidbelasting in alle varianten toe. Echter, op slechts één beoordelingspunt (Hogeland 3) is én sprake van een toename van meer dan 2 dB én sprake van een cumulatieve geluidbelasting hoger dan 50 dB. Op alle overige beoordelingspunten kan wel sprake zijn van een toename van 2 dB of meer, maar dat leidt niet tot een overschrijding van de grenswaarde van 50 dB. Op de beoordelingspunten waar in de autonome situatie al sprake is van een cumulatieve geluidbelasting hoger dan 50 dB, neemt de cumulatieve geluidbelasting vanwege de voorgenomen ontwikkelingen niet met meer dan 2 dB toe. Daarom is aan alle alternatieven geen effect op de gezondheid door geluidhinder toegekend, zie tabel 14.1.
Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Plan/project-MER
04706-52126-18v2 2 december 2021 Pagina 94
Tabel 14.1: Beoordeling gezondheid, onderdeel geluidhinder1)
1)
Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Geen effect/neutraal op geluidhinder
Var 1 + A
0
Geen effect/neutraal op geluidhinder
Var 2 + A
0
Geen effect/neutraal op geluidhinder
Var 3 + A
0
Geen effect/neutraal op geluidhinder
Var 1 + A + mid
0
Geen effect/neutraal op geluidhinder
Var 2 + A + mid
0
Geen effect/neutraal op geluidhinder
Var 3 + A + mid
0
Geen effect/neutraal op geluidhinder
Var 1: Zevenhont-Oost, Variant 1 Var 2: Zevenhont-Oost, Variant 2 Var 3: Zevenhont-Oost, Variant 3 A: Zevenhont-Zuid, Variant A (NB: Variant A gespiegeld en C resulteren in dezelfde verkeerstromen) Mid: Zevenhont-Midden
14.4.2 Luchtverontreiniging In het onderzoek naar de luchtkwaliteit is vastgesteld dat in de huidige situatie sprake is van een jaargemiddelde NO2 concentratie van ten hoogste 19 μg/m3. De wettelijke grenswaarden alsmede de advieswaarden van de WHO weliswaar niet in het geding. Verwacht wordt dat in de autonome ontwikkeling de NO2 concentratie wel zal afnemen. De autonome verbetering is toe te schrijven aan de aanscherping van de eisen die gesteld worden aan de emissies van het (vracht) verkeer. Dehoogste bijdrage aan de luchtverontreiniging ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen is berekend op maximaal 2 μg/m3, ter plaatse van de woonbebouwing in de omgeving. Het realiseren van het bedrijventerrein zorgt er op termijn dus voor dat het bereiken van een goede luchtkwaliteit enigszins wordt vertraagd in de omgeving ervan. Vanwege de beperkte risico’s voor de gezondheid wordt het effect op de luchtverontreiniging dan ook als neutraal beoordeeld, zie tabel 14.2. De grenswaardes alsmede de advieswaarden voor luchtverontreiniging zijn nergens in het geding en er is slechts in heel beperkte mate verdere gezondheidswinst te behalen. Tabel 14.2: Beoordeling gezondheid, onderdeel luchtverontreiniging1)
1)
Alternatief
Score
Autonoom
0
Verklaring Geen effect/neutraal op luchtverontreiniging
Var 1 + A
0
Geen effect/neutraal op luchtverontreiniging
Var 2 + A
0
Geen effect/neutraal op luchtverontreiniging
Var 3 + A
0
Geen effect/neutraal op luchtverontreiniging
Var 1 + A + mid
0
Geen effect/neutraal op luchtverontreiniging