a.3. TOE Bijlage 3 Bodemonderzoek
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Glinthuisweg 17-17a - Hasselt
Opdrachtgever: BJZ.NU BV Locatie: Glinthuisweg 17-17a 8061 PN Hasselt September 2020
Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Tel: 0546 - 63 96 63
KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Rapport Verkennend en Nader (Asbest)Bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Glinthuisweg 17-17a - Hasselt
Opdrachtgever: BJZ.NU BV Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo Locatie: Glinthuisweg 17-17a 8061 PN Hasselt Projectcode: 20008216 Rapportagedatum: 7 september 2020 Auteur:
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Historische gegevens Geologie en geohydrologie
2 2 2 3
3.1 3.2 3.3 3.4
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Chemische analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
4 4 5 7 8
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten chemische analyses vaste bodem Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking asbestanalyses
9 9 9 12 13 13 14
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Nader asbestonderzoek Onderzoeksstrategie Asbestanalyses Veldwerkzaamheden Resultaten asbestanalyses nader onderzoek Bespreking resultaten asbestanalyses
16 16 16 17 18 19
6
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
21
7
Literatuur en bronvermelding
24
2
3
4
5
Bijlagen I Topografische kaart Boorplan verkennend bodemonderzoek Consulmij, mei 2002 Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2020 II Boorprofielen en legenda III Resultaten chemische analyses en toetsingstabellen IV Resultaten asbestanalyses en concentratieberekeningen V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van BJZ.NU BV op een deel van het terrein aan de Glinthuisweg 17-17a in Hasselt door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van het te onderzoeken terreindeel en de voorgenomen woningbouw. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat binnen de onderzoekslocatie 9 verdachte deellocaties (deellocaties A t/m I) aanwezig zijn. De bodem van het overige deel van de onderzoekslocatie wordt volgens de provinciale asbestsignaleringskaart beschouwd als verdacht ten aanzien van asbest. Het overige deel van de onderzoekslocatie is niet verdacht voor de aanwezigheid van chemische componenten. De aanleiding voor het nader asbestonderzoek wordt gevormd door de analyseresultaten van inspectiegaten 1, 15 en 17, waarbij het gewogen asbestgehalte de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek of interventiewaarde overschrijdt. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN 5725, “Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrond-, norm- en de streefwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in april, mei, juli en augustus 2020 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek.
De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 1 van 24
2
Locatiegegevens 2.1 Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Glinthuisweg 17-17a, op circa 2800 meter ten zuidoosten van de bebouwde kom van Hasselt. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 204.498 en y = 508.564. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Hasselt, sectie F, nummers 324, 325 (ged.), 481, 482 en 554. De Glinthuisweg is ten oosten van de onderzoekslocatie gelegen. Bebouwing en verharding Binnen de locatie bevinden zich 2 woningen met bedrijfsbebouwing, waarvan die op het zuidelijke terreindeel behoren tot een bouwbedrijf (Van der Klogt) en die op het noordelijk bedrijf tot een varkensfokkerij en rundveehouderij (maatschap Zielman). De inpandige verharding bestaat overwegend uit beton. De veeschuren zijn grotendeels voorzien van mestkelders. Op de daken van de veeschuren liggen asbestverdachte golfplaten. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is verhard met beton en klinkers. De onverharde terreindelen zijn in gebruik als tuin of begroeid met gras. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen woningbouw, waardoor inzicht in de bodemkwaliteit is gewenst. Tussen het noordelijke terreindeel en het zuidelijke terreindeel bevindt zich een zijweg van de Glinthuisweg, die geen onderdeel is van de onderzoekslocatie.
De woning (17a) op het noordelijke terreindeel en de noordoostelijk gelegen melkveestal blijven voor de toekomst gehandhaafd. Het verkennend (asbest)bodemonderzoek wordt verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltank (15 m2); - Deellocatie B: voormalige bovengrondse dieseltank (15 m2); - Deellocatie C: voormalige olieopslag (5 m2); - Deellocatie D: druppelzone (45 m2, 45 meter x 1 meter); - Deellocatie E: druppelzone (16 m2, 16 meter x 1 meter); - Deellocatie F: druppelzone (16 m2, 16 meter x 1 meter); - Deellocatie G: druppelzone (18 m2, 18 meter x 1 meter); - Deellocatie H: druppelzone (29 m2, 29 meter x 1 meter); - Deellocatie I: druppelzone (5 m2, 5 meter x 1 meter); - Overig terreindeel (circa 9800 m2). Er is sprake van een druppelzone als hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek, Consulmij, mei 2002; - Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek, Kruse Milieu BV, september 2020. 2.2 Historische gegevens In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein.
Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, bij de initiatiefnemer en bij de Omgevingsdienst IJsselland. Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 2 van 24
De volgende informatie is verzameld: - De woning (17a) en de veeschuren dateren van circa 1969; tot deze tijd was dit deel van de locatie in gebruik als weiland. De oudste bebouwing (woning met een schuur) op het zuidelijke terreindeel dateert van rond 1950. In de loop van de jaren hebben diverse uitbreidingen plaatsgevonden. - Op het zuidelijke terreindeel was een aannemer gevestigd, die thans alleen een kantoor in gebruik heeft. De gebouwen waren in gebruik als timmerwerkplaats (kozijnenbouw) en opslag van bouwmaterialen. Ten westen van de opslagloods stond een bovengrondse dieseltank (deellocatie A). - Alleen van het varkensfokbedrijf en rundveehouderij is een milieuvergunning uit de periode 1995-1997 beschikbaar. Hieruit blijkt dat er een bovengrondse dieseltank in gebruik was (deellocatie B) en een kleine opslagplaats van olie (deellocatie C) in de werktuigenloods. De werktuigenloods was tevens in gebruik als werkplaats voor kleinschalige onderhoudswerkzaamheden. - Volgens de asbestsignaleringskaart van de provincie Overijssel is er een grote kans op aanwezigheid van asbest in de bodem. Er zijn 6 asbestverdachte druppelzones aanwezig (deellocaties D t/m I). - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden.
- Er is een bodemonderzoek van de locatie bekend: Verkennend bodemonderzoek, Glinthuisweg 17 te Hasselt, Consulmij Milieu BV, rapportnummer Z.02.0158.RG d.d. 24 mei 2002 Aanleiding voor dit onderzoek was de voorgenomen bouw van een kantoor. Uit de resultaten bleek het volgende (getoetst aan de huidige richtlijnen): Bovengrond: koper > achtergrondwaarde Ondergrond: niet verontreinigd Grondwater: chroom > streefwaarden 2.3 Geologie en geohydrologie Het geohydrologisch profiel van het gebied waarbinnen de locatie is gesitueerd, is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1: Geohydrologisch profiel. Pakket Diepte (m t.o.v. NAP) 1e watervoerend pakket Scheidende laag
Geohydrologische formatie
Samenstelling
Zandig klei op matig grove tot uiterst grove, 0 - 40 plaatselijk kleibrokjes houdende zanden 40 (einde profiel) Drenthe en Tegelen Zandig klei Twente en Kreftenheye
In het zuidwestelijke deel van Hasselt, op circa 1.2 kilometer ten noordwesten van de onderzoekslocatie, wordt ten behoeve van de industriële doeleinden grootschalig grondwater onttrokken. De stromingsrichting van het freatisch grondwater en het grondwater uit het 1e watervoerend pakket is waarschijnlijk westelijk. De plaatselijk grondwaterstand bedraagt circa 1.5 m-mv. Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 3 van 24
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De onderzoeksstrategie en het boorplan zijn afgestemd met de omgevingsdienst IJsselland. Het verkennend bodemonderzoek wordt verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltank (15 m2); - Deellocatie B: voormalige bovengrondse dieseltank (15 m2); - Deellocatie C: voormalige olieopslag (5 m2); - Deellocatie D: druppelzone (45 m2, 45 meter x 1 meter); - Deellocatie E: druppelzone (16 m2, 16 meter x 1 meter); - Deellocatie F: druppelzone (16 m2, 16 meter x 1 meter); - Deellocatie G: druppelzone (18 m2, 18 meter x 1 meter); - Deellocatie H: druppelzone (29 m2, 29 meter x 1 meter); - Deellocatie I: druppelzone (5 m2, 5 meter x 1 meter); - Overig terreindeel (circa 9800 m2).
Deellocaties A, B en C - voormalige dieseltanks en olie-opslag De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op norm NEN 5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). De bovengrond en het grondwater zijn verdacht ten aanzien van minerale oliecomponenten. Omdat bij een eventuele calamiteit of lekkage bij deellocatie C olie via de betonvloer onder de wand (de wanden sluiten niet aan de vloer) naar buiten kan zijn gelopen, wordt de peilbuis uitpandig geplaatst. Deellocatie D, E, F, G, H en I - druppelzones De deellocaties D, E, F, G, H en I worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN 5707 wordt voor de druppelzones gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN 5707, paragraaf 6.4.4: verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). De toplaag van 0 tot 0.1 m-mv wordt bemonsterd en geanalyseerd. Overig terreindeel De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN 5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL), verdacht uit norm NEN 5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor het overige deel van de onderzoekslocatie gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd.
De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Het grondwateronderzoek wordt deels gecombineerd met deellocatie C. Deellocatie C is binnen de toekomstige woning op het noordelijke terreindeel gelegen. In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 4 van 24
In tabel 2 is de onderzoeksstrategie per deellocatie weergegeven. Tabel 2: Onderzoeksstrategie. Boringen of gaten tot 0.5 m-mv A 15 m2 B 15 m2 2 C 15 m D 10 m2 3 E 45 m2 3 2 F 45 m 3 G 17 m2 3 H 10 m2 3 2 I 45 m 3 Overig terreindeel 9800 m2 14 * waarvan 1 peilbuis in combinatie met deellocatie C Deellocatie
Oppervlakte
Boringen tot 1.0 m-mv
Boringen tot 2.0 m-mv
Peilbuis
2 2 2 -
5
1 1 1 2*
In de te behouden woningen (17 en 17a) en de noordoostelijk gelegen melkveestal worden geen boringen verricht. De woning (17a) en de stal blijven behouden, waardoor inpandig boren ongewenst is. Inpandig hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897 + C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. 3.2
Chemische analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratoria voor analyses conform de AS3000-protocollen. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam te Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 en NEN 5707 onderzocht. In tabel 3 is weergegeven welke analyses worden uitgevoerd. Tabel 3: Analysepakket per monster. Monster
Analysepakket
Codering (meng)monster Deellocatie A
Bovengrond (1x) Minerale olie, organische stof en droge stof Grondwater (1x)
Kruse Milieu BV
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Project: 20008216
A - BG PB A1
Pagina 5 van 24
Vervolg tabel 3: Analysepakket per monster. Monster
Analysepakket
Codering (meng)monster Deellocatie B
Bovengrond (1x) Minerale olie, organische stof en droge stof Grondwater (1x)
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
B - BG PB B1
Deellocatie C Bovengrond (1x) Minerale olie, organische stof en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
C - BG
PB C1
Deellocatie D Bovengrond (1x) Asbest en droge stof
D - MM FF Deellocatie E
Bovengrond (1x) Asbest en droge stof
E - MM FF Deellocatie F
Bovengrond (1x) Asbest en droge stof
F - MM FF Deellocatie G
Bovengrond (1x) Asbest en droge stof
G - MM FF Deellocatie H
Bovengrond (1x) Asbest en droge stof
H - MM FF Deellocatie I
Bovengrond (1x) Asbest en droge stof
I - MM FF
Overig terreindeel Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), Bovengrond (3x) minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en Ondergrond (2x) droge stof
Grondwater (2x)
Kruse Milieu BV
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Project: 20008216
BG I, BG II, en OG
PB 1 PB C1
Pagina 6 van 24
Vervolg tabel 3: Analysepakket per monster. Monster
Analysepakket
Codering (meng)monster
Bovengrond (4x) Asbest en droge stof
MM FF - 01 MM FF - 02 MM FF - 03 MM FF - 04
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.3 Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.
Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 7 van 24
* ** ***
concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. concentratie groter dan I.
Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in de kamerbrief “Aanpassing tijdelijke Handelingskader PFAS” van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 29 november 2019 en sinds 5 maart 2020 de door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. 3.4 Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden.
Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 8 van 24
4
Resultaten 4.1 Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses en de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en 4.5 en in paragraaf 4.4 en 4.6 worden de resultaten besproken. 4.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in april en mei 2020 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). De veldwerkers zijn geassisteerd door de heren B. Dierink en L. Haverkort. Op 20 april 2020 zijn de deellocaties A, B en C onderzocht en is peilbuis 2 (overig terrein) geplaatst. Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 2 in verband met de conserveringstermijn van enkele parameters. Boring 2 wordt voor het nemen van grondmonsters opnieuw verricht en gecodeerd als 2A. Er zijn op 4 mei 2020, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 39 inspectiegaten (waarvan 18 ter plekke van de druppelzones) gegraven met behulp van een schep. Er zijn 5 inspectiegaten doorgeboord tot de ondergrond. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I.
Het maaiveld was grotendeels vrij van obstakels en begroeiing en was goed te inspecteren (inspectie-efficiëntie: 100%). De bodem kon deels, vanwege de aanwezigheid van verhardingslagen en gras, niet of niet goed geïnspecteerd worden; er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen of weinig neerslag). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot maximaal 3.10 meter diepte is voornamelijk matig fijn tot matig grof zand aangetroffen. In de ondergrond zijn roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 4). Door de veldwerker zijn alleen asbestverdachte materialen waargenomen in bodem ter plekke van inspectiegaten 1, 15 en 17. Er zijn bij deellocaties A, B en C geen waarnemingen gedaan, die duiden op een olieverontreiniging. Tabel 4: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming Deellocatie F
F1
0 - 0.20
Zwak baksteenhoudend
F2
0 - 0.20
Zwak baksteenhoudend
F3
0 - 0.20
Zwak baksteenhoudend
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 9 van 24
Vervolg tabel 4: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming Deellocatie I
I2
0 - 0.10
Sporen ijzer
I3
0 - 0.10
Sporen ijzer Overig terreindeel
1
0.10 - 0.25
Sterk asbesthoudend (dikke vlakke plaat), zwak puinhoudend
15
0.20 - 0.50 0.50 - 1.00
Sporen asbest (vlakke plaat), sporen puin Sterk puinhoudend
17
0.25 - 0.50
Matig asbesthoudend (vlakke plaat), zwak puinhoudend
19
0.12 - 0.40
Sporen baksteen
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de monsterpunten zijn onderstaande (meng)monsters geanalyseerd, zoals in tabel 5 staat omschreven. Tabel 5: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
Deellocatie A A - BG
A1 A2 en A3
0.12 - 0.40 0.12 - 0.62
Minerale olie
0.08 - 0.58 0 - 0.50
Minerale olie
0 - 0.50 0.06 - 0.56
Minerale olie
0 - 0.10
Asbest
0 - 0.10
Asbest
0 - 0.10
Asbest
0 - 0.10
Asbest
Deellocatie B B - BG
B1 en B2 B3 Deellocatie C
C - BG
C1 en C3 C2 Deellocatie D
D - MM FF
D1, D2 en D3 Deellocatie E
E - MM FF
E1, E2 en E3 Deellocatie F
F - MM FF
F1, F2 en F3 Deellocatie G
G - MM FF
Kruse Milieu BV
G1, G2 en G3
Project: 20008216
Pagina 10 van 24
Tabel 5: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
0 - 0.10
Asbest
0 - 0.10
Asbest
Deellocatie H H - MM FF
H1, H2 en H3 Deellocatie I
I - MM FF
I1, I2 en I3 Overig terreindeel
BG I (visueel schoon)
1 4 13 en 21 16 18 en 20
0.30 - 0.80 0.12 - 0.50 0.20 - 0.50 0.10 - 0.50 0 - 0.50
Standaard pakket
BG II (visueel schoon)
6 8 en 9 11 12
0.13 - 0.50 0 - 0.40 0 - 0.50 0.30 - 0.60
Standaard pakket
BG III (puinhoudend)
1 15 17 19
0.10 - 0.25 0.20 - 0.50 0.25 - 0.50 0.12 - 0.40
Standaard pakket
OG I
1 5 6
1.00 - 1.70 0.50 - 1.60 0.50 - 1.50
Standaard pakket
OG II
2A 3 4
0.40 - 1.50 0.60 - 1.60 0.50 - 1.30
Standaard pakket
MM FF - 01 (visueel schoon)
2A 18 en 20 21
0.10 - 0.40 0 - 0.50 0.20 - 0.50
Asbest
MM FF - 02 (visueel schoon)
3 4 en 14 16
0.12 - 0.60 0.12 - 0.50 0.10 - 0.50
Asbest
MM FF - 03 (visueel schoon)
6 8 en 9 13
0.13 - 0.50 0 - 0.40 0.20 - 0.50
Asbest
MM FF - 04 (visueel schoon)
5, 7 en 11 10
0 - 0.50 0.06 - 0.50
Asbest
1
0.10 - 0.25
Asbest
15
0.20 - 0.50
Asbest
17
0.25 - 0.50
Asbest
FF - Gat 1 MVM - Gat 1 FF - Gat 15 MVM - Gat 15 FF - Gat 17 MVM - Gat 17 Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 11 van 24
De boringen A1, B1, C1 en 2 zijn doorgezet tot maximaal 3.10 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 4 mei 2020 is het grondwater bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
A1
2.10 - 3.10
1.35
6.8
273
15
Goed
B1
2.00 - 3.00
1.45
7.0
350
9.0
Goed
C1
2.00 - 3.00
1.40
7.1
173
31
Goed
2
2.00 - 3.00
1.40
6.9
262
8.0
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. In het grondwater in de peilbuizen A1 en 2 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3 Resultaten chemische analyses vaste bodem In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit betekent dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).
Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In de bovengrond BG III en in het grondwater uit de peilbuizen C1 en 2 zijn enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 7. De bovengrond A - BG, BBG, C - BG, BG I, BG II, de ondergrond OG I en OG II en het grondwater in peilbuizen A1 en B1 zijn niet verontreinigd. Peilbuis C1 is niet verontreinigd met minerale oliecomponenten.
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 12 van 24
Tabel 7: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. of μg/l).
1
Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrond-1 of Streefwaarde
Interventiewaarde
Bovengrond, BG III
Lood Zink Minerale olie
47 83 74
73.17 * 191.1 * 370 *
50 140 190
530 720 5000
Grondwater, PB C1
Barium
64
64 *
50
625
Grondwater, PB 2
Barium
88
88 *
50
625
AW2000
In de vierde kolom van tabel 7 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG III - Lood, zink en minerale olie De oorzaak voor de zeer licht verhoogde gehalten in de bovengrond BG III zijn mogelijk de waargenomen puinresten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - Peilbuizen C1 en 2 - Barium Het grondwater is zeer licht verontreinigd met barium, dat vermoedelijk van nature aanwezig is. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is nader grondwateronderzoek niet noodzakelijk. 4.5 Resultaten van de asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekeningen van het asbestonderzoek opgenomen. In tabel 8 zijn de gewogen asbestconcentraties weergegeven. Het aangeleverde monstermateriaal in C - MM FF en MM FF - 01 voldoet niet aan de minimale hoeveelheid voor een NEN 5898 analyse.
In beide gevallen is de hoeveelheid organisch materiaal (bladresten) en de relatief hoge hoeveelheid vocht de oorzaak. De invloed op de analyseresultaten wordt gering geacht. Tabel 8: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Deellocatie
Component
Gewogen Achtergrondasbestconcentratie waarde
Interventiewaarde
Deellocatie D D - MM FF
Kruse Milieu BV
Asbest
Project: 20008216
0.9
-
100
Pagina 13 van 24
Vervolg tabel 8: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Deellocatie
Component
Gewogen Achtergrondasbestconcentratie waarde
Interventiewaarde
Deellocatie E E - MM FF
Asbest
n.a.
-
100
-
100
-
100
n.a.
-
100
n.a.
-
100
Deellocatie F F - MM FF
Asbest
n.a.
Deellocatie G G - MM FF
Asbest
n.a.
Deellocatie H H - MM FF
Asbest Deellocatie I
I - MM FF
Asbest
Overig terreindeel MM FF - 01
Asbest
n.a.
-
100
MM FF - 02
Asbest
n.a.
-
100
MM FF - 03
Asbest
n.a.
-
100
MM FF - 04
Asbest
n.a.
-
100
Inspectiegat 1
Asbest
5905
-
100
Inspectiegat 15
Asbest
61
-
100
Inspectiegat 17
Asbest
2105
-
100
In de derde kolom van tabel 8 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6 Bespreking asbestanalyses Deellocaties D t/m I De druppelzone ter plekke van deellocatie D is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de overige druppelzones is geen asbest aangetoond. Overig terreindeel De mengmonsters MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 03 en MM FF - 04 zijn niet asbesthoudend. De inspectiegaten 1, 15 en 17 zijn asbesthoudend. De gewogen asbestgehalten in inspectiegat 1 en 17 overschrijden in ruime mate de interventiewaarde. Het gewogen asbestgehalte in inspectiegat 15 overschrijdt de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het gewogen asbestgehalte wordt in ruime mate bepaald door de asbesthoudende grove fractie. In de fijne fractie is niet of maximaal een gewogen asbestgehalte van 5 mg/kg d.s. aangetoond. Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 14 van 24
Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk om de omvang van de asbestverontreinigingen ter plekke van de inspectiegaten 1, 15 en 17 in kaart te brengen. Het nader asbestonderzoek ter plekke van de inspectiegaten 1, 15 en 17 staat omschreven in hoofdstuk 5.
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 15 van 24
5
Nader asbestonderzoek 5.1 Onderzoeksstrategie
Nader asbestonderzoek is noodzakelijk ter plekke van gaten 1, 15 en 17 om inzicht te krijgen in de omvang van de asbestverontreinigingen. De onderzoeksopzet gaat uit van: NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2015. De onderzoeksstrategie voor het nader asbestonderzoek is afgestemd met de Omgevingsdienst IJsselland. Het graven van sleuven is gezien de verwachte beperkte omvang (< 100 m2 per verontreinigingskern) en de verhardingslagen (grotendeels beton) niet mogelijk. Er is een duidelijke relatie tussen de aanwezigheid van visueel zichtbare asbest en de gemeten asbestconcentraties. De gewogen asbestgehalten worden vrijwel geheel bepaald door de asbesthoudende grove fractie. Derhalve worden per verontreinigingskern inspectiegaten graven om de omvang van de verontreinigingen in kaart te brengen. Per verontreinigingskern worden minimaal 5 gaten graven; 1x ten behoeve van de verticale afperking en 4 ten behoeve van de horizontale afperking (zie boorplan gaten 101-105, 201-205 en 301-305). Per verontreinigingskern worden 2 asbestanalyses verricht: 1x ten behoeve van de verticale afperking en 1 ten behoeve van de horizontale afperking. Visuele waarnemingen kunnen aanleiding geven voor het graven van extra gaten en het verrichten van extra asbestanalyses.
In totaal worden voor het nader asbestonderzoek minimaal 15 gaten gegraven en worden minimaal 6 asbestanalyses verricht. In verband met de voorgenomen bodemsanering en het verwerken van de verontreinigde grond wordt een grondanalyse van de verdachte bodemlaag verricht op PFAS. De minimale afmeting van een inspectiegat bedraagt 0.3x0.3 meter. Elk inspectiegat wordt gegraven of doorgeboord tot de ongeroerde bodemlaag. Het opgegraven materiaal wordt gezeefd over 20 mm. 5.2 Asbestanalyses De asbestanalyses worden verricht door Eurofins Omegam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Tabel 9: Asbestanalyses. Monster
Analyse Inspectiegat 1
Fijne fractie (2x)
Asbest en droge stof Inspectiegat 15
Fijne fractie (2x)
Asbest en droge stof Inspectiegat 17
Fijne fractie (2x)
Asbest en droge stof
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 16 van 24
5.3 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn op 2 juli 2020 en 31 augustus 2020 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en N. Pepping. Er zijn in totaal 15 inspectiegaten gegraven, handmatig met een schop. In de betonverharding zijn gaten gezaagd van minimaal 0.3x0.3 meter. De inspectiegaten uit het nader asbestonderzoek zijn weergegeven op de situatieschets in bijlage I. De visuele waarnemingen zijn in tabel 10 weergegeven. De inspectiegaten 302, 303 en 305 zijn visueel schoon; de asbestverdachte laag bevindt zich vermoedelijk onder de betonvloer van de kapschuur. Tabel 10: Weergave bodemvreemde materialen.
Gat
Diepte (m-mv)
Waarneming Inspectiegat 1
101
0.04 - 0.30
Matig asbest- en puinhoudend Inspectiegat 15
201
0 - 0.40 0.90
Zwak asbest-, zwak plastic- en puinhoudend Boring gestaakt op puin met plastic
202
0 - 0.40
Matig puinhoudend, zwak plastichoudend
203
0 - 1.20
Zwak puinhoudend, sporen plastic
204
0.07 - 0.80
Zwak puinhoudend
205
0.07 - 0.30
Sporen puin Inspectiegat 17
301
0.25 - 0.50
Matig asbesthoudend, zwak puinhoudend
304
0.12 - 0.50 0.50 - 1.40
Matig asbest- en puinhoudend Matig puinhoudend, zwak ijzerhoudend
Op basis van de hoeveelheid asbestverdacht materiaal in inspectiegat 304 wordt aangenomen dat het gewogen asbestgehalte in ruimte mate de interventiewaarde overschrijdt. Het graven van aanvullende inspectiegaten was vanwege de betonverharding niet mogelijk. De samenstelling van de (meng)monsters van de fijne fractie (MM FF) zijn weergegeven in tabel 11. Van de verontreinigde laag in gat 101 wordt een monster geanalyseerd op PFAS. Tabel 11: Weergave geanalyseerde monsters. Mengmonster fijne fractie
Afkomstig uit gat (m-mv)
Traject (m-mv)
Inspectiegat 1 FF - Gat 101 MMFF - 102 t/m 105
BG - PFAS
Kruse Milieu BV
101
0.30 - 0.60
102 103 104 en 105
0.06 - 0.35 0.06 - 0.30 0.07 - 0.30
101
0.04 - 0.30
Project: 20008216
Pagina 17 van 24
Vervolg tabel 11: Weergave geanalyseerde monsters. Mengmonster fijne fractie
Afkomstig uit gat (m-mv)
Traject (m-mv)
Inspectiegat 15 FF - Gat 201
201
0.40 - 0.90
MMFF - Gat 202 t/m 205
202 203 204 205
0 - 0.40 0 - 0.50 0.07 - 0.50 0.07 - 0.30
Inspectiegat 17 FF - Gat 301
301
0.50 - 1.00
MM FF - Gat 302, 303 en 305
302 303 305
0.25 - 0.50 0.12 - 0.50 0.10 - 0.50
5.4 Resultaten asbestanalyses nader onderzoek In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In enkele mengmonsters van de fijne fractie is asbest aangetoond. De gewogen asbestconcentraties in deze mengmonsters zijn weergegeven in tabel 12. Het grondmonster BG - PFAS is niet verontreinigd met PFAS. Inspectiegat 304 is visueel sterk asbesthoudend; aangenomen wordt dat het gewogen asbestgehalte in ruime mate de interventiewaarde overschrijdt. Tabel 12: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Monster
Component
Gewogen Achtergrond- Interventieasbestconcentratie waarde waarde
Inspectiegat 1 FF - Gat 101
Asbest
n.a.
-
100
MM FF - Gat 102 t/m 105
Asbest
n.a.
-
100
Inspectiegat 15 FF - Gat 201
Asbest
11
-
100
MM FF - Gat 202 t/m 205
Asbest
n.a.
-
100
Inspectiegat 17 FF - Gat 301
Asbest
n.a.
-
100
MM FF - Gat 302, 303 en 305 Asbest
6.8
-
100
In de derde kolom van tabel 12 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 18 van 24
5.5 Bespreking resultaten asbestanalyses Inspectiegat 1 De horizontale en verticale afperking van de asbestverontreiniging ter plekke van inspectiegat 1 heeft in voldoende mate plaatsgevonden; er is geen asbest aangetoond in de monsters ten behoeve van de verticale en horizontale afperking. De omvang van de asbestverontreinigingen in een gehalte hoger dan de interventiewaarde wordt geschat op circa 25 m2 (5.0 meter x 5.0 meter) x 0.3 = 8 m3 (afgerond). De verwachte omvang van de sterke asbestverontreiniging bij inspectiegat 1/101 is rood gemarkeerd in het boorplan. Inspectiegat 15 De horizontale en verticale afperking van de asbestverontreiniging ter plekke van inspectiegat 15 heeft in voldoende mate plaatsgevonden; er is geen asbest aangetoond of het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de interventiewaarde. Aangezien het gewogen asbestgehalte in de asbesthoudende laag van inspectiegat 15 lager is dan de interventiewaarde is sanering niet noodzakelijk. Geadviseerd wordt om de grond nabij inspectiegat 15 te zeven over 20 mm om van de asbesthoudende grove fractie te ontdoen. De omvang van de asbesthoudende grond in een gehalte tussen de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en de interventiewaarde wordt geschat op circa 25 m2 (5.0 meter x 5.0 meter) x 0.5 = 12.5 m3.
De verwachte omvang van de asbesthoudende grond bij inspectiegat 15/201 is geel gemarkeerd in het boorplan. Inspectiegat 17 De verticale afperking van de asbestverontreiniging ter plekke van inspectiegat 17 heeft in voldoende mate plaatsgevonden; er is geen asbest aangetoond in de bodemlaag onder de sterk verontreinigde bodemlaag van inspectiegat 301. De horizontale afperking ten westen, noorden en ten oosten van inspectiegat 17 heeft eveneens in voldoende mate plaatsgevonden; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de interventiewaarde. Inspectiegat 304 (ten zuiden van inspectiegat 17/301) is visueel sterk asbesthoudend. Aangenomen wordt dat het gewogen asbestgehalte in ruime mate de interventiewaarde overschrijdt. Verdere horizontale afperking in zuidelijke richting is noodzakelijk om de omvang van de asbestverontreiniging beter in kaart te brengen. Met instemming van de omgevingsdienst is verder nader asbestonderzoek niet noodzakelijk; de boringen ter plekke van deellocatie A en boring 2 zijn visueel schoon (het mengmonster waarin inspectiegat 2 is opgenomen is analytisch asbestvrij). Op basis van deze gegevens lijkt de asbestverontreiniging zich te beperken tot de bodemlaag onder de betonverharding van de kapschuur. Niet vast staat dat de gehele laag onder de betonvloer asbesthoudend is.
Bij het bepalen van de omvang van de asbestverontreiniging wordt aangenomen dat de asbestverontreiniging onder de gehele betonvloer van de kapschuur aanwezig is. De omvang van de asbestverontreiniging in een gehalte hoger dan de interventiewaarde wordt geschat op circa 120 m2 (19 meter x 6.5 meter) x 0.6 = 60 m3. De verwachte omvang van de sterke asbestverontreiniging bij inspectiegat 17/301 is rood gemarkeerd in het boorplan.
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 19 van 24
Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging (voor asbestverontreiniging geldt geen omvangscriterium) ter plekke van inspectiegaten 1 en 17. Sanering is noodzakelijk om het terrein geschikt te maken voor toekomstig gebruik (wonen met tuin). Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld, die door het bevoegd gezag (provincie Overijssel) dient te zijn goedgekeurd. Het verrichten van bodemsaneringen mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd.
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 20 van 24
6
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van BJZ.NU BV is in een verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 9800 m² aan de Glinthuisweg 17-17a te Hasselt. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen woningbouw. Het verkennend bodemonderzoek is verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltank (15 m2); - Deellocatie B: voormalige bovengrondse dieseltank (15 m2); - Deellocatie C: voormalige olieopslag (5 m2); - Deellocatie D: druppelzone (45 m2, 45 meter x 1 meter); - Deellocatie E: druppelzone (16 m2, 16 meter x 1 meter); - Deellocatie F: druppelzone (16 m2, 16 meter x 1 meter); - Deellocatie G: druppelzone (18 m2, 18 meter x 1 meter); - Deellocatie H: druppelzone (29 m2, 29 meter x 1 meter); - Deellocatie I: druppelzone (5 m2, 5 meter x 1 meter); - Overig terreindeel (circa 9800 m2). Resultaten veldwerk In totaal zijn handmatig 39 inspectiegaten gegraven, waarvan 18 ter plekke van de druppelzones en zijn 10 grondboringen verricht. Negen monsterpunten zijn doorgeboord tot in de ongeroerde ondergrond. Er zijn 4 diepe boringen afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn tot matig grof zand. Zintuiglijk zijn plaatselijk bodemvreemde materiaal waargenomen.
Visueel zijn asbestverdachte materialen waargenomen in inspectiegaten 1, 15 en 17. Ter plekke van deellocaties A, B en C zijn geen waarnemingen gedaan, die duiden op een verontreiniging met minerale olie. Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 1.40 meter min maaiveld. Analyseresultaten Op basis van de resultaten van de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: Voormalige bovengrondse dieseltanks (deellocatie A en B) en olieopslag deellocatie C - Bovengrond A - BG, B - BG en C - BG: niet verontreinigd met minerale olie; - Grondwater PB A1, PB B1 en PB C1: niet verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen. Druppelzones, deellocaties D t/m I - D - MM FF is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - E - MM FF, F- MM FF, G - MM FF, H - MM FF en I - MM FF: niet asbesthoudend. Overig terreindeel - Bovengrond, BG I en BG II: niet verontreinigd; - Bovengrond, BG III: zeer licht verontreinigd met lood, zink en minerale olie; - MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 03 en MM FF - 04: niet asbesthoudend; - Ondergrond, OG I en OG II: niet verontreinigd; - Grondwater, PB C1 en PB 2: zeer licht verontreinigd met barium.
Conclusies en aanbevelingen Deellocaties A, B en C De voormalige opslag van diesel in bovengrondse tanks en de olie-opslag hebben geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 21 van 24
Deellocaties D t/m I De druppelzone ter plekke van deellocatie D is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de overige druppelzones is geen asbest aangetoond. Overig terreindeel De bovengrond BG III en het grondwater van peilbuizen C1 en 2 zijn zeer licht verontreinigd. De bovengrond BG I, BG II en de ondergrond OG I en OG II zijn niet verontreinigd. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. De mengmonsters MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 03 en MM FF - 04 zijn niet asbesthoudend. De inspectiegaten 1, 15 en 17 zijn asbesthoudend. De gewogen asbestgehalten in inspectiegat 1 en 17 overschrijden in ruime mate de interventiewaarde. Het gewogen asbestgehalte in inspectiegat 15 overschrijdt de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Om de omvang van de asbestverontreinigingen ter plekke van inspectiegaten 1, 15 en 17 in kaart te brengen is een nader asbestonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 5). Uit de resultaten van het nader asbestonderzoek blijkt het volgende: Inspectiegat 1 De horizontale en verticale afperking van de asbestverontreiniging ter plekke van inspectiegat 1 heeft in voldoende mate plaatsgevonden; er is geen asbest aangetoond in de monsters ten behoeve van de verticale en horizontale afperking.
De omvang van de asbestverontreinigingen in een gehalte hoger dan de interventiewaarde wordt geschat op circa 25 m2 (5.0 meter x 5.0 meter) x 0.3 = 8 m3 (afgerond). Inspectiegat 15 De horizontale en verticale afperking van de asbestverontreiniging ter plekke van inspectiegat 15 heeft in voldoende mate plaatsgevonden; er is geen asbest aangetoond of het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de interventiewaarde. Aangezien het gewogen asbestgehalte in de asbesthoudende laag van inspectiegat 15 lager is dan de interventiewaarde is sanering niet noodzakelijk. Geadviseerd wordt om de grond nabij inspectiegat 15 te zeven over 20 mm om van de asbesthoudende grove fractie te ontdoen. De omvang van de asbesthoudende grond in een gehalte tussen de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en de interventiewaarde wordt geschat op circa 25 m2 (5.0 meter x 5.0 meter) x 0.5 = 12.5 m3. Inspectiegat 17 De verticale afperking van de asbestverontreiniging ter plekke van inspectiegat 17 heeft in voldoende mate plaatsgevonden; er is geen asbest aangetoond in de bodemlaag onder de sterk verontreinigde bodemlaag van inspectiegat 301. De horizontale afperking ten westen, noorden en ten oosten van inspectiegat 17 heeft eveneens in voldoende mate plaatsgevonden; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de interventiewaarde.
Inspectiegat 304 (ten zuiden van inspectiegat 17/301) is visueel sterk asbesthoudend. Aangenomen wordt dat het gewogen asbestgehalte in ruime mate de interventiewaarde overschrijdt. Verdere horizontale afperking in zuidelijke richting is noodzakelijk om de omvang van de asbestverontreiniging beter in kaart te brengen. Met instemming van de omgevingsdienst is verder nader asbestonderzoek niet noodzakelijk; de boringen ter plekke van deellocatie A en boring 2 zijn visueel schoon (het mengmonster waarin inspectiegat 2 is opgenomen is analytisch asbestvrij). Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 22 van 24
Op basis van deze gegevens lijkt de asbestverontreiniging zich te beperken tot de bodemlaag onder de betonverharding van de kapschuur. Niet vast staat dat de gehele laag onder de betonvloer asbesthoudend is. De omvang van de asbestverontreinigingen in een gehalte hoger dan de interventiewaarde wordt geschat op circa 120 m2 (19 meter x 6.5 meter) x 0.5 = 60 m3. Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging (voor asbestverontreiniging geldt geen omvangscriterium) ter plekke van inspectiegaten 1 en 17. Sanering is noodzakelijk om het terrein geschikt te maken voor toekomstig gebruik (wonen met tuin). Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld, die door het bevoegd gezag (provincie Overijssel) dient te zijn goedgekeurd. Het verrichten van bodemsaneringen mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening, na sanering van de asbestverontreinigingen, geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na sanering, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).
Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 23 van 24
7
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de Omgevingsdienst IJsselland Verkennend bodemonderzoek, Glinthuisweg 17 te Hasselt, Consulmij Milieu BV, rapportnummer Z.02.0158.RG d.d. 24 mei 2002 NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 5755, "Bodem - Landbodem.
Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN 5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS”, Ministerie van I en W, 29 november 2019 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Topografische kaart, kaartblad 21 G. Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl
Kruse Milieu BV
Project: 20008216
Pagina 24 van 24
Bijlage I Topografische kaart Boorplan verkennend bodemonderzoek Consulmij, mei 2002 Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2020
Bijlage II Boorstaten
6
10
bet on, m aaiveld
0
0
0
-13 1
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, schep, geen asbest geen gf
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, edelm an
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , m at ig veen, edelm an
50
klinker, m aaiveld
0 1 50
-50
100
-50 -100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker beige, bruin, edelm an
100
-100
150 -160
zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker beige, edelm an 200
-6
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker beige, bruin, schep, geen asbest geen gf ophoogzand geroerd
t ype g r on d b or in g dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an -120
-200
11
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
t uin, m aaiveld
0
0 1
32x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, schep, geen asbest geen gf
50
7
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
gras, m aaiveld
0
0 1
50
35x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 14.0%, donker bruin, schep, geen asbest geen gf
100
-120
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an 100
-100
zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker beige, edelm an
-100
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker beige, edelm an -120
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
12
klinker, m aaiveld
0
0 1 -6 2
50
8
weiland, m aaiveld
0
-15 0
1 50
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, schep, geen asbest geen gf, ophoogzand
32x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, bv: 11.0%, donker bruin, grijs, schep, geen asbest geen gf
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
30x30cm , schep, puingranulaat geen asbest geen gf -30
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, schep -60
-40
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker beige, edelm an
13
-60
grind, m aaiveld
0
0
30x30cm , ham erend boorsyst eem -10 1 50
9
0 1
30x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, schep, geen asbest geen gf
50
-40
zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker beige, edelm an t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
-60
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Glin t h u isw e g 1 7 - 1 7 a - H a sse lt 20008216 N EN 5 1 0 4
-15
30x30cm , ham erend boorsyst eem , bakst een
weiland, m aaiveld
0
30x30cm , ham erend boorsyst eem , bet on
-20
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
300x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, schep, geen asbest geen gf -50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, edelm an -80
14
18
bet on, m aaiveld
0
0
0
-12 1 50
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 15.0%, donker bruin, beige, sporen ijzer, schep, geen asbest geen gf
gazon, m aaiveld
0 1 50
33x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 10.0%, donker bruin, schep, geen asbest geen gf
-50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, edelm an
-100
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t gazon, m aaiveld
19
0
1
31x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, 2MvM3 donker bruin, grijs, schep, geen asbest geen gf
50
-90
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, edelm an
100 -80
15 0
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
bet on, m aaiveld
0
0 1 FF
-15
schep, grindlaag
50
-20
31x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker beige, bruin, sporen asbest , sporen puin, schep, asbest vlakkeplaat 23 gram , gf1kg ff48kg
100
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
-40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker beige, zwart , edelm an, geroerd
100
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker beige, bruin, st erk puin, edelm an, geen asbest , niet m ogelijk om t e graven vanwege groot se brokken puin
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 5 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
20
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an, ongeroerd
16
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
-10
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 15.0%, donker bruin, grijs, schep, geen asbest geen gf
32x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 12.0%, donker bruin, st erk wort els, schep, geen asbest geen gf -50
0
50
-100
t uin, m aaiveld
50
bet on, m aaiveld