CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a.18. Bijlage 18 Zienswijzennota

Raadsvergadering 8 december 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Zevenhont Zuid2.191 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota “Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zevenhont Zuid”

november 2022 1

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Leeswijzer 3. Zienswijze 3.1 Zienswijze 1 4. Doorontwikkeling naar vast te stellen bestemmingsplan

2

1. Inleiding Deze reactienota ‘Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zevenhont Zuid’ heeft betrekking op de ingediende zienswijze op het ontwerp van het bestemmingsplan “Zevenhont Zuid”. Het bestemmingsplan “Zevenhont Zuid” legt de planologisch juridische basis voor de realisatie van een tapijtfabriek c.a. te Genemuiden. De huidige functie van de locatie is agrarisch. Het project voorziet naast de realisatie van een tapijtfabriek in een robuuste groene landschappelijke inpassing, de aanleg van een rotonde, de realisatie van een tijdelijk zonneveld en een deel van de fietsverbinding tussen Genemuiden en de dijk van Cellemuiden. Vanaf 6 januari 2022 tot en met 16 februari 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan voor een ieder ter inzage gelegen. De papieren versie lag in de genoemde periode, op afspraak, ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis in Hasselt tijdens openingstijden. Pdf-documenten van het bestemmingsplan waren in te zien op de website van de gemeente. Tevens was het bestemmingsplan te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl, het planidentificatienummer is NL.IMRO.1896.BP0073-OW01. Gedurende de ter inzage periode heeft een ieder zijn of haar mening en/of opmerkingen in de vorm van een mondelinge of schriftelijke inspraakreactie kenbaar kunnen maken. Binnen de hiervoor genoemde periode is een tweetal zienswijzen ingediend waarvan er één nadien is ingetrokken.

Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het in beginsel niet toegestaan de persoonsgegevens (NAW-gegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. Wij hebben daarom besloten de indiener van de zienswijze niet bij naam te noemen. Deze nota wordt opgenomen als bijlage bij het vastgestelde bestemmingsplan.

2. Leeswijzer

Een samenvatting van de binnengekomen zienswijze en het gemeentelijke standpunt hierop is te vinden in hoofdstuk 3.1. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens aangegeven welke aanpassingen er naar aanleiding van de zienswijze en de ambtelijke wijzigingen worden voorgesteld.

3

3. Zienswijzen 3.1 Zienswijze 1 Hierna wordt de zienswijze samengevat weergegeven en voorzien van een gemeentelijke reactie.

Samenvatting zienswijze 1 1. Indiener is de mening toegedaan dat het transparante bomenscherm aan de westzijde van het plangebied (langs de Nieuwe Weg) te summier is. Indiener is van mening dat ter plaatse pas van landschappelijke inpassing kan worden gesproken indien voorzien wordt in een hoge én dichte groenstrook van bomen waarbij de bomen dichter (bijvoorbeeld maximaal 10 meter als tussenmaat) bij elkaar worden aangeplant. Hierdoor zouden er circa 50 bomen aangeplant moeten worden over de lengte van 500 meter in plaats van de nu voorgestelde 17 bomen. Tot slot geeft indiener aan dat gewaarborgd moet worden dat de aanplant van de bomen ruim voor de start van de bouwwerkzaamheden moet plaatsvinden. 2. Indiener geeft aan dat de aanleg van de nieuwe rotonde voor een deel gepland is op de agrarische gronden die in gebruik en in eigendom zijn van indiener. Indiener gebruikt deze gronden voor de uitvoering van een agrarisch bedrijf en verzoekt dan ook de rotonde/ontsluiting zodanig aan te passen zodat er geen agrarische gronden van indiener verloren gaan. 3. Indiener geeft aan dat onvoldoende onderbouwd is dat de stikstofdepositie op het aanliggende Natura 2000-gebied niet toeneemt danwel dat significante negatieve effecten daarop, ondanks een toename van stikstofdepositie, toch uitgesloten zijn.

Zo geeft indiener aan dat geen gebruik is gemaakt van de meest recente AERIUS-software, geen rekening is gehouden met recente Raad van State uitspraken en dat verkeerde uitgangspunten zijn aangehouden wat betreft het type stikstof. 4. Indiener is van mening dat het bestemmingsplan onvoldoende in gaat op het energieverbruik van Vebe. Indiener vraagt zich af hoe het toestaan van dit plan te rijmen is met het feit dat gemeente Zwartewaterland forse stappen moet zetten in de energietransitie (2030/ 2040). Indiener geeft aan dat om in de toekomstige energievraag van de plaatselijke industrie te kunnen voorzien er meer windmolens/zonnevelden aangelegd moeten worden, waardoor er sprake zou zijn van een aanzienlijkere aantasting van het landschap. 5. Indiener zet vraagtekens bij de volledigheid en correctheid van het ecologisch onderzoek waarin de gevolgen van het plan op de weidevogels in beeld zijn gebracht. De bezwaren hebben betrekking op de volgende onderdelen: • volgens indiener is de onderzoeksperiode te kort, na de gestelde periode in het rapport was volgens indiener nog steeds sprake van broedende vogels; • volgens indiener was sprake van een slecht broedjaar door ongunstige weeromstandigheden.

Volgens indiener zijn de resultaten dan ook niet representatief en dient er nader onderzoek plaats te vinden; • indiener kan zich niet voorstellen dat er slechts 1 gruttonest aanwezig is in het plangebied, gelet op persoonlijke waarnemingen; • volgens indiener is in het geheel niet onderzocht wat de gevolgen zijn voor het bestaande weidevogelgebied direct ten westen van het plangebied (het gebied tussen Krommesteeg en Nieuwe Weg). Volgens indiener een zeer waardevol weidevogelgebied. 4

•

tot slot is volgens indiener niet onderzocht welke effecten (bijv. lichtschittering) het zonnepark en de panelen op het toekomstige bedrijfsgebouw van Vebe hebben op de weidevogelstand. 6. Indiener vindt de voorgestelde compensatie onvoldoende. Vanuit landelijke wetgeving rust volgens indiener de verplichting om bij plannen van een dergelijke omvang (een veel ruimere) natuurcompensatie toe te passen. De gestelde termijn van 10 jaar kan volgens indiener ertoe leiden dat de compensatie na 10 jaar komt te vervallen.

Reactie gemeente 1. Vanuit de provincie en de gemeente is aan initiatiefnemer als vereiste meegegeven dat het project op een juiste manier landschappelijk moet worden ingepast. In dat kader is er een ‘Visie landschappelijke inpassing uitbreidingen Zevenhont’ in nauw overleg met provincie, gemeente en betrokkenen opgesteld. Deze visie heeft opengestaan voor inspraak en is vervolgens door de gemeenteraad van de gemeente Zwartewaterland op 3 juni 2021 vastgesteld. Deze landschappelijke visie voorziet in een landschappelijke inpassing middels een robuuste groenstrook aan de zuidzijde en aan de oostzijde van het gehele bedrijventerrein Zevenhont (dus zowel het nieuwe deel als het bestaande deel). Er is bewust voor gekozen, in lijn met de bestaande situatie langs de Nieuwe weg, om de zone langs de Nieuwe weg te duiden als ‘representatieve zone’. Deze zone zal dus het ‘gezicht’ van het bedrijventerrein zijn en moet representatief worden ingericht. Dit houdt concreet in dat er extra kwaliteitseisen worden gesteld, middels het aangehechte beeldkwaliteitsplan, aan het uiterlijk van de gebouwen, de inrichting van de openbare ruimte en de vormgeving van de waterpartij. Bovendien biedt, door de locatie, de zuidwestzijde van het plangebied een goede kans om Zevenhont Zuid, als opgeschoven stadsentree, te presenteren langs de provinciale weg.

Het aanplanten van een hogere én dichtere groenstrook strookt niet met de voor dit gebied opgestelde visie gebied en is daarom onwenselijk. 2. Het plangebied ziet inderdaad deels toe op gronden die bij indiener in eigendom en gebruik zijn. Partijen zijn met elkaar in overleg getreden over de verwerving van de gronden hetgeen inmiddels heeft geleid tot overeenstemming. Gelet op de noodzakelijke koppeling tussen de ontwikkeling van VEBE en de rotonde, en de eisen die gesteld worden aan de positie en dimensionering van de rotonde, is er bewust voor gekozende ondergrond van de rotonde binnen het plangebied te laten. 3. In de toelichting van het bestemmingsplan is een notitie opgenomen, waarin de effecten vanwege de maximale invulling van de planologische mogelijkheden inzichtelijk is gemaakt. Hiertoe zijn de emissies van alle relevante bronnen betrokken. Daaruit blijkt – rekening houdend met extern salderen – dat sprake is van een afname van de stikstofdepositie op overbelaste hexagonen in omliggende Natura 2000-gebieden. Significante effecten zijn daarmee uitgesloten. Dat ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan gebruik gemaakt is van de oude Aerius Calculator is evident, daar de nieuwe versie toen nog niet beschikbaar was.

Voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan zijn de berekeningen opnieuw uitgevoerd met de meest recentste versie van Aerius Calculator, die is voorgeschreven ingevolge artikel 2.1 Regeling natuurbescherming. De nieuwe rekenresultaten bevestigen de conclusie, dat significante effecten uitgesloten zijn. Tot slot wordt opgemerkt dat de berekeningen zijn uitgevoerd conform de gebruikelijke wijze en met toepassing van de juiste software. 4. De mening van indiener dat in het plan onvoldoende wordt ingegaan op het energievraagstuk wordt niet gedeeld. Verwezen wordt naar subparagraaf 3.2.5 in de toelichting en bijlage 3 bij de toelichting. VEBE voldoet aan de door de gemeente gestelde voorwaarden met betrekking tot de BREEAM-duurzaamheidsscore Wat betreft de opmerking dat er in de toekomst ten gevolge van de plaatselijke industrie er meer windmolens en zonnevelden moeten worden aangelegd, wordt opgemerkt dat 5

dergelijke toekomstige initiatieven geen onderdeel uitmaken van voorliggend bestemmingsplan. De gevolgen van dergelijke toekomstige initiatieven hoeven in het kader van voorliggend bestemmingsplan dan ook niet beschouwd te worden. 5. Het nader onderzoek naar weidevogels in 2021 is uitgevoerd conform de richtlijnen voor BMP-W (Broedvogelmonitoring Weide- en akkervogels) van Sovon. Ook het onderzoek van 2017 (Heinen en Schermerhorn, 20171; in opdracht van provincie Overijssel) is volgens deze richtlijnen uitgevoerd. Dit maakt de resultaten uit beide jaren vergelijkbaar. Resultaten van beide onderzoeksjaren zijn betrokken bij het beoordelen van de effecten op weidevogels en het bepalen van de compensatieopgave om een representatief beeld te krijgen van de aanwezigheid van broedparen in het plangebied over een langere periode. Nader onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Er is een verstorings-analyse uitgevoerd in GIS om na te gaan wat de uitstralende effecten van het plan zijn voor het omliggende gebied, ten opzichte van het in de huidige situatie reeds verstoord gebied (als gevolg van bebouwing, opgaande begroeiing en wegen). Hierbij is gebruik gemaakt van verstoringsafstanden en -bronnen uit de rapportage van Bruinzeel & Schotman (2011)2. De provincie Overijssel hanteert deze rapportage als norm bij het bepalen van verstoring op weidevogels.

Uit deze analyse volgt dat een deel van het gebied ten westen van de N759 (1,93 ha) aanvullend verstoord wordt als gevolg van het plan. Tijdens het onderzoek van 2017 zijn in dit gebied geen weidevogel territoria vastgesteld en lagen er ook geen beheerpakketten op dit gebied1. Het verstoorde gebied is wel meegenomen in het bepalen van de compensatieopgave. Het zonnepark is eveneens meegenomen in de verstoringsanalyse. Voor zonnevelden zijn echter nog geen verstoringsafstanden op weidevogels bekend (Klaassen et al., 2018 3). Vanwege de ligging van de panelen dicht boven de grond en de situering tussen de beoogde nieuwbouw en de Roebollige kreek met begroeiing, is aantasting van de openheid van het landschap als gevolg van het zonnepark niet in het geding. Openheid van het landschap is voor weidevogels een belangrijke factor in verband met risico op predatie vanuit opgaande begroeiing of bebouwing2. Er is vanwege de lage ligging gerekend met een verstoringsafstand van 100m, welke gelijk is aan de verstoringafstand die is gehanteerd voor rietstroken en de N759. De verstoringscontour van het zonnepark reikt niet voorbij de verstoringsafstand van de reeds aanwezige begroeiing rondom de Roebollige kreek. 6. Door de realisatie van Zevenhont Zuid zal sprake zijn van kwantitatief verlies van weidevogelleefgebied.

Uit onderzoek blijkt dat het om 13,05 hectare weidevogelgebied gaat; 11,12 hectare gaat verloren ten gevolge van het realiseren van het bedrijventerrein en het zonnepark en aan de westzijde van de N759 raakt 1,93 hectare weidevogelgebied verstoord door de ontwikkeling (zie bijlage 1). Op grond van het provinciaal beleid dient bij gebiedsontwikkelingen waarbij weidevogelleefgebied wordt aangetast dit verlies gecompenseerd te worden. Nu het niet mogelijk is in Nederland een vergelijkbaar gebied met dezelfde oppervlakte te vinden voor

1

Heinen, M.A. & P.W. Schermerhorn (2017). Weidevogels in de IJsseldelta in 2017. Inventarisatie van weidevogels in kansrijke gebieden voor weidevogelbeheer in de IJsseldelta. Rapport 17-125. Ecogroen bv Zwolle. 2 Bruinzeel, L.W. & A.G.M. Schotman (2011). Onderbouwing verstoringsafstanden werkplan weidevogels in Fryslân, A&W rapport 1624/Alterra rapport 2184. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden/Alterra Wageningen 3 Klaassen, R.H.G., Schaub, T., Ottens, H-J., Schotman, A.G.M., Snethlage, J. & Mol, G. (2018). Literatuurstudie en formulering richtlijnen voor een ecologische inrichting van zonneparken in de provincies Groningen en NoordHolland : Eindrapportage. Rijksuniversiteit Groningen, Wageningen UR en Grauwe Kiekendief - Kenniscentrum Akkervogels. https://edepot.wur.nl/468240 6

compensatie, dient compensatie volgens het provinciale beleid plaats te vinden door kwaliteitsverbetering van al bestaande (weide)gebieden. Initiatiefnemer heeft samen met betrokken overheden afspraken gemaakt over de invulling van deze compensatie. Hierbij zijn langjarige afspraken gemaakt (15 jaar), waarbij de uitvoering van de maatregelen wordt gefinancierd door initiatiefnemer. Voornoemde compensatie voldoet zowel qua omvang als termijn aan de eisen van de provincie Overijssel

7

4. Doorontwikkeling naar vastgesteld bestemmingsplan De zienswijze en ambtshalve wijzigingen hebben geleid tot de volgende aanpassingen in het plan: 1. Regels; a. Artikel 3.1 is aangevuld met; met dien verstande dat ter plaatse van de

aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - tijdelijk gronddepot' het bemesten van gronden niet is toegestaan;

b. Artikel 11.2 (Regels externe saldering ex artikel 6 lid 3 van richtlijn 92/43 (Habitatrichtlijn)) is toegevoegd; c. Bijlage 2 (Regeling externe saldering) is toegevoegd. 2. Toelichting; a. Tekstuele aanpassingen/aanvullingen o.a. ten gevolge van toegevoegde en vervangen bijlagen (zie onder b en c); b. Toegevoegde bijlagen; i. Aanvulling Plan-project-MER ii. AERIUS-berekening aanlegfase iii. Aanvulling weidevogelcompensatie iv. Zienswijzennota c. Vervangen bijlage; i. Voortoets Wet natuurbescherming

8

Bijlagen Bijlage 1 verstoringskaart

9

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12098324/3