CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a.14. Bijlage 14 Weidevogelonderzoek

Raadsvergadering 8 december 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Zevenhont Zuid5.454 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden Beoordeling Wet natuurbescherming categorie 5-vogels van de lijst met jaarrond beschermde nesten in Overijssel

Condor Constructions B.V.

Definitief

Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden Beoordeling Wet natuurbescherming categorie 5-vogels van de lijst met jaarrond beschermde nesten in Overijssel

20-581-4

13 juli 2021

Definitief

A. (Astrid) van Teeffelen

M. (Marco) van der Sluis

Condor Constructions B.V.

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Van Teeffelen, A. (2021). Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden. Beoordeling Wet natuurbescherming categorie 5-vogels van de lijst met jaarrond beschermde nesten in Overijssel. Rapport 20-581-4. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud Samenvatting

1

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Leeswijzer

3 3 3

2.

Wettelijk kader en methode 2.1 Wettelijk kader 2.2 Veldonderzoek 2.3 Analyse

4 4 6 8

3.

Resultaten 3.1 Resultaten 2021 in vergelijking tot 2017 3.2 Discussie

9 9 10

4.

Conclusies en aanbevelingen

14

5.

Geraadpleegde bronnen

15

Bijlagen Bijlage 1 Invloed plas-dras Gelderland

Samenvatting Inleiding Condor Constructions B.V. is voornemens haar activiteiten in Genemuiden uit te breiden. Hiertoe is nieuwbouw voorzien ten zuiden van het huidige bedrijventerrein Zevenhont (figuur 1.1). In het zuidelijk deel van het plangebied is daarnaast een zonnepark voorzien. De uitbreiding van het bedrijventerrein is door Ecogroen getoetst aan de Wet natuurbescherming (Van Teeffelen et al., 2021). Uit dit eerdere onderzoek is gebleken dat er bij de ontwikkeling naar het zuiden toe sprake is van verlies van onder andere nestplaatsen van weidevogels als grutto, tureluur en wulp, welke in Overijssel een specifieke beschermingsstatus (categorie 5, jaarrond beschermd in bepaalde gevallen) hebben. In opdracht van Condor Constructions B.V. heeft Ecogroen nader onderzoek uitgevoerd naar deze weidevogelsoorten in de directe omgeving van het plangebied, om vast te stellen of er al dan niet sprake is van uitwijkmogelijkheid en daarmee of er sprake is van jaarrond beschermde nestplaatsen. Voorliggend rapport beschrijft de aanpak en uitkomsten van deze studie.

Methode In een onderzoeksgebied rondom het plangebied is een kartering uitgevoerd voor bovengenoemde weidevogelsoorten. De uitkomsten zijn vergeleken met eerder, recent uitgevoerd weidevogelonderzoek in het plangebied, namelijk in 2017. Daarnaast is nagagaan wat de relevantie kan zijn van een recent aangelegde plas-dras situatie op enige afstand ten zuiden van het plangebied. Op basis van deze gegevens is bepaald op welke soorten het plan effect heeft, of er uitwijkmogelijkheid is en of de soorten flexibel genoeg zijn om dit alternatieve leefgebied te benutten.

Resultaten veldonderzoek en analyse Van de doelsoorten zijn binnen het gehele onderzoeksgebied territoria vastgesteld van grutto (21 territoria), tureluur (8 territoria) en wulp (1 territorium). Binnen het beoogde plangebied van uitbreiding Zevenhont Zuid en het zonnepark werd 1 territorium van grutto vastgesteld. In vergelijking met 2017 zijn voor het hele onderzoeksgebied de aantallen territoria van grutto en veldleeuwerik vrijwel hetzelfde gebleven (van 22 naar 21 territoria voor grutto en van 1 naar 0 territoria voor veldleeuwerik). Voor tureluur is een lichte stijging zichtbaar (van 5 naar 8 territoria) en voor wulp is er een daling zichtbaar (van 4 naar 1 territorium). Weidevogels concentreren zich in het onderzoeksgebied in een zone ten zuiden van de Roebollige kreek. In dit gebied ten zuiden van de Roebollige kreek is in 2020 ook een plas-dras zone aangelegd. Uit de literatuur blijkt dat plas-dras zones een aantrekkende werking hebben op onder meer grutto en tureluur. Het plaatsen van plas-dras situaties in boerenland waar voldoende oppervlak weidevogelvriendelijk beheer aanwezig is verhoogt de draagkracht van het gebied en leidt tot een verhoogd broedsucces. Dit effect blijkt sterker te worden in de jaren volgend op de aanleg van de plas-dras zone.

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

01

Conclusie en aanbevelingen Op basis van de aangetroffen aantallen territoria van grutto, tureluur en wulp en de bevindingen uit het literatuuronderzoek over de effecten van plas-dras situaties en de flexibiliteit van genoemde soorten bij uitwijken, wordt als gevolg van de plannen geen negatief effect verwacht op de staat van instandhouding van categorie 5 vogelsoorten. Er is geen sprake van verlies van nestplaatsen of essentieel leefgebied van tureluur, wulp of veldleeuwerik. Op basis van de meest recente inventarisatiegegevens is er sprake van het verlies van leefgebied voor één paar grutto. In de directe nabijheid van het plangebied is echter een sterk cluster van weidevogels aanwezig (waaronder 20 territoria van grutto) en eerdere studies hebben aangetoond dat grutto’s die moeten uitwijken opvallend vaak naar gebieden trekken waar reeds weidevogels aanwezig zijn. Daarbij kunnen grutto’s uitwijken naar gebieden die tot op ca. 2 kilometer afstand liggen, terwijl in voorliggende situatie het weidevogelcluster binnen reeds binnen ca. 500 meter van het plangebied ligt. Met andere woorden: er is in ruimte mate alternatief leefgebied voorhanden en de grutto is voldoende flexibel om dit alternatieve leefgebied te bereiken. Als gevolg van de plannen wordt een negatief effect op de staat van instandhouding van grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik uitgesloten.

In voorliggende situatie is er daarom geen sprake van een jaarrond beschermd nest of verlies van essentieel leefgebied van één of meerdere categorie 5 vogelsoorten.

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

02

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Condor Constructions B.V. is voornemens haar activiteiten in Genemuiden uit te breiden. Hiertoe is nieuwbouw voorzien ten zuiden van het huidige bedrijventerrein Zevenhont (figuur 1.1). In het zuidelijk deel van het plangebied is daarnaast een zonnepark voorzien. De uitbreiding van het bedrijventerrein is door Ecogroen getoetst aan de Wet natuurbescherming (Van Teeffelen et al., 2021). Uit dit eerdere onderzoek is gebleken dat er bij de ontwikkeling naar het zuiden toe sprake is van verlies van leefgebied van onder andere categorie 5-nestplaatsen van de weidevogels grutto, tureluur en wulp. In Overijssel zijn nestplaatsen van grutto, tureluur en wulp in bepaalde situaties jaarrond beschermd, namelijk wanneer uitwijkmogelijkheid ontbreekt (Provincie Overijssel, 2019 en hoofdstuk 2). Hiervoor is nader onderzoek (een zogenaamde omgevingsscan) nodig. In opdracht van Condor Constructions B.V. heeft Ecogroen daarom nader onderzoek uitgevoerd naar weidevogels in de directe omgeving van het plangebied, om vast te stellen of er al dan niet sprake is van uitwijkmogelijkheid en daarmee of er sprake is van jaarrond beschermde nestplaatsen. Voorliggend rapport beschrijft de aanpak en uitkomsten van deze studie.

Figuur 1.1 Plangebied (groen omlijnd) met zonnepark (gearceerd), ten zuiden van Genemuiden. Bron kaart: Open topo.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit rapport is het wettelijk kader en de onderzoeksmethode, inclusief het onderzoeksgebied, beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de resultaten van het veldonderzoek en de analyse weergegeven. In hoofdstuk 4 zijn de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd. Tot slot bevat hoofdstuk 5 een overzicht van de geraadpleegde bronnen.

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

03

2. Wettelijk kader en methode 2.1 Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Wnb) beschrijft het beschermingsregime voor vogels in artikel 3.1 t/m 3.4 (Overheid, 2021). Van veel vogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Nestlocaties kunnen dan buiten het broedseizoen zonder overtreding van de Wnb verwijderd worden. Voor een aantal vogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele, essentiële omgeving jaarrond beschermd zijn. Welke soorten dit betreft, kan per provincie verschillen. Provincie Overijssel heeft in 2019 de lijst van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en de beleidsregels daaromtrent geactualiseerd (Provincie Overijssel, 2021; Scholten-Huizendveld, 2021). Provincie Overijssel onderscheidt hierbinnen twee groepen van soorten en in totaal vijf categorieën (kader 2.1). Kader 2.1 Categorieën van soorten op de lijst van jaarrond beschermde nesten. Vogels met jaarrond beschermde nesten: (Artikel 4.3.2 van de Beleidsregel Natuur Overijssel): • Categorie 1: Nesten die gedurende het broedseizoen in gebruik zijn als nest en buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. • Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop.

De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. • Categorie 3: Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. • Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving: (Artikel 4.3.3 van de verordening): • Categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Bron: Provincie Overijssel, 2021 In voorliggende situatie is vastgesteld dat van de volgende vogelsoorten nestplaatsen verdwijnen als gevolg van de plannen (Van Teeffelen et al. 2021): grutto, tureluur en wulp. Dit zijn allen soorten van categorie 5 (Kader 2.1). Kader 2.2 geeft de regels ten aanzien van categorie 5 soorten weer (Provincie Overijssel, 2021).

Hieruit blijkt dat een omgevingsscan noodzakelijk is om na te gaan of er al dan niet voldoende alternatieve leefomgeving (uitwijkmogelijkheid) in de omgeving aanwezig is voor de betreffende soort(en) om zich te kunnen vestigen. Indien uitwijkmogelijkheid aanwezig is, dan zijn de nesten van deze soorten niet jaarrond beschermd.

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

04

Kader 2.2 Provinciale regels ten aanzien van categorie 5 soorten (Artikel 4.3.3 van de Beleidsregel Natuur Overijssel) Het verbod als bedoeld in artikel 3.1, lid 2 van de wet is jaarrond niet van toepassing op nesten van soorten opgenomen in bijlage 4.2, Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel, als is aangetoond dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de betreffende soort(en) om zich te kunnen vestigen. Toelichting: De vogelsoorten op de lijst “bijlage 4.2: Vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel”, zijn weliswaar soorten die vaak terugkeren naar waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Ze zijn op deze lijst geplaatst vanwege bijvoorbeeld de slechte staat van instandhouding waarin ze verkeren. Het zijn ook soorten die specifieke eisen stellen aan hun nestplaats en bijbehorend functioneel leefgebied, waardoor binnen de reikwijdte van de soort slechts beperkte alternatieve nestgelegenheden aanwezig zijn. Het gaat hier nadrukkelijk niet om gebiedsbescherming van deze soorten.

De bescherming van he functionele leefgebied, is alleen aan de orde als de betreffende soort voor zijn voortplanting uitsluitend afhankelijk is van dat betreffende functionele leefgebied en er geen alternatieven of uitwijkmogelijkheden in de omgeving zijn. Een omgevingsscan moet duidelijkheid geven over de feitelijke ecologische omstandigheden van de betreffende vogelsoorten ter plaatse. Als uit de omgevingsscan blijkt dat er geen zwaarwegende feiten en/of ecologische omstandigheden voor de betreffende soort op die locatie aan de orde zijn, hebben deze nesten alleen bescherming gedurende balts/nestbouw, broedperiode en verzorging vlieg vlugge jongen. Met andere woorden: in het broedseizoen zijn de nesten beschermd (artikel 4.3.1). Buiten het broedseizoen zijn de nesten/nestgebieden van deze vogelsoorten beschermd als er onvoldoende alternatieve nestmogelijkheden zijn. Hierbij speelt de flexibiliteit van de betreffende soort een rol: is de soort zelf in staat een nieuwe nestplaats te vinden? Accepteert een soort kunstmatige nestgelegenheid? Hoe flexibeler de soort, hoe minder zware maatregelen nodig zijn. Deze aspecten moeten nadrukkelijk aandacht krijgen in de omgevingsscan. De omgevingsscan moet ten minste informatie geven over: 1. de aard en omvang van de activiteit of handeling; 2. de invloedsfeer van de activiteit of handeling op het broedgebied van de soort; 3.

de effecten van de activiteit of ingreep op de jaarrond beschermde nesten; 4. de staat van instandhouding is van de vogelsoorten (bijlage 4.1 en 4.2); 5. op welke wijze de (mitigerende) maatregelen mogelijke negatieve effecten op de jaarrond beschermde soorten (bijlage 4.1) zullen voorkomen en dat de gunstige staat van instandhouding van de soorten (bijlage 4.2) niet in geding komt. Bron: Provincie Overijssel, 2021

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

05

2.2 Veldonderzoek Van weidevogels is bekend dat indien zij moeten uitwijken, zij dit bij voorkeur doen naar nabijgelegen gebieden (Bos et al., 2016; 2017). In 2020 is het plangebied zelf en de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid van beschermde soorten (Van Teeffelen et al. 2021). Om te bepalen of de omliggende percelen uitwijkmogelijkheid bieden aan de aangetroffen soorten van categorie 5 zijn ook inventarisatiegegevens nodig van de omliggende percelen. In 2017 is nog een brede weidevogelinventarisatie uitgevoerd voor de IJsseldelta (Heinen en Schermerhorn, 2017). Om uitspraken te kunnen doen over uitwijkmogelijkheid in de omgeving van het plangebied, is er voor gekozen om lokaal opnieuw een weidevogelkartering te doen volgens de SOVON richtlijnen, specifiek gericht op de weidevogels welke als categorie 5 soorten zijn aangemerkt. Onderstaand is de aanpak toegelicht.

Onderzoeksgebied In de omgeving van het plangebied lijken voor kritische weidevogels geschikte percelen aanwezig te zijn, met name in de percelen ten zuiden van de Roebollige kreek (Heinen en Schermerhorn, 2017). Ten westen van het plangebied (ten westen van de N759) zijn de percelen droger en minder geschikt voor kritische weidevogels (Heinen en Schermerhorn, 2017; Provincie Overijssel, 2020). Daarbij komt dat in de 2e helft van 2020 centraal in het gebied ten zuiden van de Roebollige kreek een plas-dras situatie is gecreeerd die in het vroege voorjaar van 2021 in werking is gezet. Plas-dras situaties worden vaak aangemerkt als sleutelfactor in de geschiktheid van weidevogelgebieden voor soorten als grutto, tureluur en wulp (e.g. BIJ12, 2014; Oosterveld et al. 2014b; Vogelbescherming, 2016; Heinen en Schermerhorn, 2017). Op basis van deze informatie is daarom een onderzoeksgebied vastgesteld ten oosten van de N759 (figuur 2.1). Het gebied is verder begrensd door bedrijventerrein Zevenhont in het noorden, de dijk Cellemuiden in het oosten en loopt door agrarisch gebied in het zuiden. De grenzen zijn vergelijkbaar met de grenzen van het deelgebied ‘Cellemuiden’ in Heinen & Schemerhorn (2017). In Heinen en Schermerhorn (2017) lag de grens van het onderzoeksgebied iets verder naar het oosten, in de uiterwaarden.

In de uiterwaarden ten oosten van het plangebied werden echter niet of nauwelijks broedparen van categorie 5 soorten vastgesteld; vandaar dat de dijk nu als grens is aangehouden.

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

06

Figuur 2.1 Het onderzoeksgebied voor het weidevogel-onderzoek (rood omlijnd) met daarbinnen het plangebied voor de voorgenomen ontwikkeling (groen omlijnd). Het perceel waarop plas-dras is ingericht in 2020 is aangegeven met een blauw kruis. Bron kaart: Open topo.

Inventarisatie De inventarisatie heeft zich gericht op de weidevogels welke in het vooronderzoek zijn aangetroffen en in Overijssel als categorie 5 soorten zijn aangemerkt: grutto, tureluur en wulp. Daarnaast is ook gelet op de aanwezigheid van veldleeuwerik, een categorie 5 soort die in weidevogelgebieden kan voorkomen en in de omgeving bekend is (Heinen en Schermerhorn, 2017; NDFF, 2021). Om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van deze weidevogels en de gegevens te kunnen vergelijken met de gegevens van Heinen & Schemerhorn (2017) is de telmethodiek gelijkgesteld aan de methode van Heinen en Schemerhorn (2017), welke overeenkomt met de BMP telrichtlijnen van Sovon (Vergeer et al. 2016). Ervaren weidevogeltellers van Ecogroen hebben het onderzoeksgebied vijfmaal bezocht in de periode van 1 april tot 15 juni 2021 (tabel 2.1). Deze tellers hebben in voorgaande jaren ook weidevogelinventarisaties uitgevoerd, onder andere voor het weidevogelmeetnet van Provincie Overijssel, waardoor zij bekend zijn

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

07

met de locaties en de telmethode. Per inventarisatieronde zijn territorium- en nestindicerende waarnemingen van te inventariseren vogelsoorten digitaal vastgelegd. Alle bezoeken zijn in de ochtend afgelegd, wanneer de trefkans van vogels het grootst is. Er zijn geen avond- of nachtbezoeken afgelegd. Erven, bebouwing, bos- en natuurgebieden zijn buiten beschouwing gelaten. De telgebieden zijn met verrekijker en zo nodig telescoop geïnventariseerd. Er is gelopen over de bestaande structuur van wegen, schouwpaden en dijken, vanaf waar het onderzoeksgebied goed te overzien is. Bij uitzondering (voor de alarmtellingen, zie onder) zijn in- en doorsteken gemaakt, mits toestemming is verleend door grondgebruikers om het land te betreden of gebruik te maken van paden langs erven. Tabel 2.1 Gegevens van de veldbezoeken. Alle bezoeken zijn uitgevoerd bij gunstige weersomstandigheden: droog en weinig wind. Datum 16 april 2021 30 april 2021 14 mei 2021 30 mei 2021 13 juni 2021

Dagdeel Vroege ochtend (vanaf 6:00) Vroege ochtend (vanaf 6:00) Vroege ochtend (vanaf 6:00) Late ochtend (vanaf 9:30) Ochtend (vanaf 7:30)

2.3 Analyse Alle waarnemingen zijn gedigitaliseerd in GIS en geclusterd volgens de Sovon methode (Sovon, 2015). Zo zijn per soort de aantallen territoria van aangetroffen categorie 5 soorten vastgesteld. De gegevens zijn vergeleken met de gegevens uit het onderzoek van Heinen & Schermerhorn (2017) om veranderingen in aantallen na te gaan. Ook zijn de te verwachten effecten van de nieuwe plas-dras situatie in combinatie met weidevogelbeheer in beeld gebracht. Met behulp van de uitkomsten van het veldwerk en het bureauonderzoek is nagegaan of er sprake is van uitwijkmogelijkheid voor de aangetroffen categorie 5 vogelsoorten.

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

08

3. Resultaten 3.1 Resultaten 2021 in vergelijking tot 2017 Van de doelsoorten zijn binnen het onderzoeksgebied territoria vastgesteld van grutto (21 territoria), tureluur (8 territoria) en wulp (1 territorium) (figuur 3.1). Binnen het beoogde plangebied van uitbreiding Zevenhont Zuid en het zonnepark werd alleen 1 territorium van grutto vastgesteld. Van veldleeuwerik zijn geen territoria vastgesteld. De aantallen territoria die zijn vastgesteld in 2021 zijn vergeleken met de gegevens uit 2017 (tabel 3.1 en figuur 3.2). Uit tabel 3.1 blijkt dat de aantallen territoria van grutto en veldleeuwerik vrijwel hetzelfde zijn. Voor tureluur is een lichte stijging zichtbaar (van 5 naar 8 territoria) en voor wulp is er een daling zichtbaar (van 4 naar 1 territorium). Uit de vergelijking van figuren 3.1 en 3.2 blijkt verder, dat de territoria in 2017 al behoorlijk geconcentreerd waren in een gebied ten zuiden van de Roebollige kreek (figuur 3.2). Deze concentratie heeft zich in 2021 verder doorgezet (figuur 3.1). Het plangebied speelt in beide jaren een heel beperkte rol voor de lokale populaties van deze soorten: in 2017 zijn er twee territoria van grutto binnen het plangebied vastgesteld, in 2021 één territorium.

Figuur 3.1 In 2021 aangetroffen territoria van grutto, tureluur en wulp. Van veldleeuwerik zijn geen territoria vastgesteld. Bron luchtfoto: Nationaal Georegister.

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

09

Tabel 3.1 Aantallen aangetroffen territoria binnen de deelgebieden in verschillende jaren. Gegevens van 2017 zijn gerapporteerd in Heinen & Schermerhorn (2017); van 2020 in Van Teeffelen et al. (2021) en van 2021 zijn nieuwe onderzoeksgegevens.

Soort Grutto Tureluur Wulp Veldleeuwerik

Binnen plangebied Zevenhont Zuid 2017 2021 3 1 0 0 0 0 0 0

Omgeving plangebied 2017 2021 19 20 5 8 4 1 1 0

Figuur 3.2 In 2017 aangetroffen territoria van grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik. Bron gegevens: Heinen & Schermerhorn, 2017. Bron luchtfoto: Nationaal Georegister.

3.2 Discussie Het is op basis van deze gegevens duidelijk dat zich in de omgeving van het plangebied een groot cluster met weidevogels ophoudt, ten zuiden van de Roebollige kreek. Een cluster dat zich ook lijkt te hebben versterkt (sterkere concentratie rondom bepaalde percelen). In dit gebied was in 2017 al sprake van weidevogelbeheer (verschillende typen, zie figuur 3.3). Voor 2021 is niet vlakdekkend bekend op welke percelen welk weidevogelbeheer plaatsvindt. Wel is bekend dat vanaf 2021 een plas-dras zone is ingesteld

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

10

op één van deze percelen centraal in het gebied (figuur 2.1), te midden van andere percelen met weidevogelbeheer.

Figuur 3.3 Beheerpakketten in 2017. (Bron: Heinen en Schermerhorn, 2017).

Vermoedelijk heeft de sterkere concentratie van de weidevogelterritoria in 2021 ten opzichte van 2017 te maken met de in 2020 aangelegde plas-dras zone en omliggend weidevogelbeheer. Empirische studies tonen namelijk aan dat er – met name in boerenland – een aantrekkende werking uitgaat van plas-dras situaties (in vergelijking met situaties zonder plas-dras) en dat dit effect sterker wordt met de jaren (zie onderstaand). In natte weidevogelreservaten zoals het Wormer- en Jisperveld is de toegevoegde waarde van nieuwe plas-drasplekken – begrijpelijkerwijs – geringer door het reeds grote aanbod van plas-drassige plekken (Kleijn et al. 2009). In boerenland blijkt het effect van het aanleggen van plas-dras situaties echter groot te zijn: • In driejarig onderzoek op 5 locaties in Nederland bleken adulte kieviten, grutto's en tureluurs drie keer meer voor te komen langs hoogwatersloten dan langs sloten die op gangbaar laag landbouwpeil stonden (Oosterveld et al. 2014a, hoog water is 0-20 cm beneden maaiveld). • Visser et al. (2017) vergeleken 20 percelen met greppel plas-dras met 20 percelen zonder greppel plas-dras.

Hieruit bleek dat de aanwezigheid van greppel plas-dras aantrekkelijker foerageerhabitat vormt voor weidevogelkuikens van grutto, tureluur en kievit: er zijn meer en grotere insecten aanwezig, de doorwaadbaarheid is beter, de structuurvariatie van de vegetatie is groter en de aantallen foeragerende weidevogelgezinnen zijn ook groter dan in percelen zonder greppel plas-dras. • Weterings et al. (2015) tonen voor vier steltlopersoorten (grutto, tureluur, kievit, scholekster) aan dat plas-dras situaties vrijwel direct na aanleg een aantrekkende werking hebben. Bij It Reidfjild in Friesland werd in 2009/2010 22 ha kuikenland met plas-dras ingericht in een gebied van 135 hectare en werd het aantal broedparen geteld in de jaren voor en na aanleg. Direct na inrichting vertonen alle vier de soorten een toename ten opzichte van de twee jaren voor aanleg (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. 3.4).

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

11

• Weterings et al. (2015) stellen verder dat een oppervlakte van de mozaïekgebieden dat tussen 15 februari en 15 juni plas-dras staat de belangrijkste verklarende factor is voor hogere steltloper-aantallen (grutto, tureluur, kievit, scholekster). De overige beheermaatregelen (pakketten) vertoonden minder sterke relaties met de aantal-veranderingen van de vogels. • Schoppers (2020) vond sterke stijgingen in met name aantallen broedparen van grutto en tureluur in de drie jaren na aanleg van plas-dras situaties op twee locaties in Gelderland (Bijlage 1).

60

aanleg plas-dras

50 40 30 20 10 0 2008

2009 Kievit

2010

2011

Scholekster

2012 Tureluur

2013

2014

Grutto

Figuur 3.4 Data van Weterings et al (2015; Tabel 3). Aantalsontwikkeling van de vier steltlopers in It Reidfjild (135 ha), in aantal broedparen per 100 ha. In de winter van 2009/2010 werd het plas-drasgebied met omliggend kuikenland ingericht op een oppervlakte van 22 ha.

Uit deze en andere studies volgt wel een aantal belangrijke voorwaarden voor toepassing van plas-dras: • Plas-dras situaties zijn effectief wanneer minimaal 0,5% van het oppervlak weidevogelgebied bestaat uit plas-dras. De grootste meerwaarde ontstaat bij 1% plas-dras (Oosterveld et al. 2014b; Weterings et al. 2015); • Rondom plas-dras dient een zo groot mogelijk blok kruidenrijk weidevogelgrasland gerealiseerd te worden (van ten minste 10 ha) dat niet eerder dan 15 juni wordt gemaaid (Oosterveld et al. 2014b). Dit voorkomt dat de plas-dras situatie een ‘ecologische val’ wordt (vogels gaan dan wel over tot broeden maar nestsucces blijft uit door te vroeg maaien); • Het op gebiedsniveau aanleggen van meerdere locaties met plas-dras is gunstig: zo ontstaan meerdere weidevogel ‘bolwerken’ die de risico’s op predatie en onderlinge competitie kunnen verminderen (Weterings et al., 2015; Schoppers, 2020). In Oosterveld et al. 2014a waren de aantallen predatoren langs de hoogwatersloten overigens gemiddeld de helft van die langs de laagwatersloten; • Om verdrinking van kuikens te voorkomen, is het essentieel dat steile slootranden worden afgevlakt. Door flauwe oevers komt ook meer foerageerhabitat beschikbaar voor volwassen vogels en hun kuikens (Vogelbescherming, 2016).

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

12

Bos et al. (2017) hebben niet het effect van plas-dras situaties onderzocht, maar hebben onderzocht waar grutto’s naar uitwijken, op het moment dat een broedlocatie wordt verstoord/ verdwijnt. Zij stellen vast dat na verstoring van het leefgebied het deel van de grutto's dat daadwerkelijk een ander broedgebied opzocht, opvallend vaak verhuisde naar gebieden waar al hogere dichtheden grutto’s zaten, terwijl er genoeg boerenland aanwezig was waar dat niet zo was. Deze uitkomst geeft aan dat de ‘magneet’-werking die uitgaat van plas-dras situaties ook van toepassing is wanneer er sprake is van verlies van leefgebied. Door de aanwezigheid van dergelijke ‘magneten’ in omliggend gebied, is de kans dat grutto’s en tureluurs succesvol kunnen uitwijken groot. Voor wulp is de aanleg van plas-dras situaties minder relevant. Wulpen bleken in de IJsseldelta meer dan andere steltlopers ook vaak te broeden in reguliere, intensief bewerkte graslanden (Heinen en Schermerhorn, 2017) wat in ruime mate aanwezig is. De weidevogelsoorten grutto, tureluur en wulp kennen een zekere mate van flexibiliteit in de locatiekeuze voor het nest (Scholten-Huizendveld, 2021). In elk geval van grutto is bekend is dat deze zich bij verstoring of verlies van leefgebied verplaatst naar een nabijgelegen leefgebied waarbij de aanwezigheid van weidevogels een aantrekkende werking heeft (Bos et al. 2016; 2017).

Voor de andere soorten is het aannemelijk dat een vergelijkbaar mechanisme optreedt bij verstoring/vernietiging van leefgebied. Aangezien er in de directe omgeving van het plangebied (maar buiten de verstoringsafstand van ca. 250 meter vanaf het nieuwe gebouw; Bruinzeel en Schotman, 2011) inderdaad een weidevogelcluster aanwezig is, is het aannemelijk dat de in 2021 in het plangebied aangetroffen broedparen uit kunnen wijken. Wanneer er op deze locatie sprake blijft van een plas-dras zone en deze wordt omgeven door percelen met weidevogelvriendelijk beheer, dan is er sprake van een voor weidevogels geschikt alternatief leefgebied. Uit de studie van Bos et al. (2016 en 2017) blijkt dat grutto’s die uitwijken na verstoring al in het daarop volgende jaar een nieuw territorium bezetten en kuikens kunnen grootbrengen, zelfs als deze gebieden verder weg liggen dan in voorliggende situatie het geval is (tot ca. 2 km in Bos et al.).

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

13

4. Conclusies en aanbevelingen Het leidt geen twijfel dat het op nationaal niveau niet goed gaat met de aantallen weidevogels (Sovon, 2021) en dat ook in de IJsseldelta als geheel de weidevogelstand slinkt (Heinen en Schermerhorn, 2017). Uit de veldgegevens van 2017 en 2021 blijkt echter dat het plangebied waar de uitbreiding van Zevenhont Zuid is beoogd hooguit een marginale rol speelt in het behoud van de weidevogels nabij Genemuiden. In de nabijheid van het plangebied (maar buiten de verstoringsafstand van de nieuwbouw) is een sterk cluster van weidevogelterritoria aanwezig, dat naar alle waarschijnlijkheid versterkt wordt door de recente aanleg van een plas-dras zone, te midden van weidevogelvriendelijk beheerde percelen (naar verwachting, op basis van gegevens over beheerpakketten in 2017). Uit eerdere studies is gebleken dat: 1. de aanwezigheid van een plas-dras situatie in boerenland een aantrekkende werking heeft op grutto en tureluur en overige weidevogels; 2. de aanwezigheid van plas-dras in boerenland leidt tot een verbeterde voedselbeschikbaarheid in vergelijking met boerenland zonder plas-dras situaties; 3.

het plaatsen van plas-dras situaties in boerenland waar voldoende oppervlak weidevogelvriendelijk beheer aanwezig is, zorgt er voor dat de draagkracht van het gebied en het broedsucces daadwerkelijk vergroot wordt (voorkomen ‘ecologische val’ door maaien of voedseltekort). Een vuistregel hierbij is minimaal 0,5 ha plas-dras per 100 ha weidevogelgebied; 4. plas-dras situaties in boerenland reeds in het broedseizoen direct volgend op de aanleg een toename laten zien van weidevogels, met name grutto en tureluur. Deze trend zet zich door in de jaren daarna; 5. weidevogels die moeten uitwijken opvallend vaak naar gebieden trekken waar reeds weidevogels aanwezig zijn. Uit bovenstaande volgt dat er in voorliggende situatie geen negatief effect wordt verwacht op de staat van instandhouding van categorie 5 vogelsoorten. Er is geen sprake van verlies van nestplaatsen of essentieel leefgebied van tureluur, wulp of veldleeuwerik. Op basis van de meest recente inventarisatiegegevens is er sprake van het verlies van leefgebied voor 1 paar grutto. In de directe nabijheid van het plangebied is echter een sterk cluster van weidevogels aanwezig (waaronder 20 territoria van grutto) en eerdere studies hebben aangetoond dat grutto’s die moeten uitwijken opvallend vaak naar gebieden trekken waar reeds weidevogels aanwezig zijn. Daarbij kunnen grutto’s uitwijken naar gebieden die tot op ca.

2 kilometer afstand liggen, terwijl in voorliggende situatie het weidevogelcluster binnen reeds binnen ca. 500 meter van het plangebied ligt. Met andere woorden: er is in ruimte mate alternatief leefgebied voorhanden en de grutto is voldoende flexibel om dit alternatieve leefgebied te bereiken. Als gevolg van de plannen wordt een negatief effect op de staat van instandhouding van grutto, tureluur, wulp en veldleeuwerik uitgesloten. In voorliggende situatie is er daarom geen sprake van een jaarrond beschermd nest of verlies van essentieel leefgebied van één of meerdere categorie 5 vogelsoorten.

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

14

5. Geraadpleegde bronnen Literatuur BIJ12 (2014). Soortenfiches Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. ANLB2016. Beschikbaar via: https://www.bij12.nl/assets/FichesANLb2016november2014defm.pdf Bos, D., Y. van der Heide, R. Kentie, E. Wymenga & F. Hoekema (2016). Adres onbekend. Verplaatsingen van Grutto’s als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen rond Leeuwarden. A&W-rapport 2057. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Bos, D., R. Kentie, G. Hoekstra, Y. van der Heide, E. Wymenga & F. Hoekema, J.C.E.W. Hooijmeijer & T. Piersma (2017). Effecten van habitatverlies op grutto en andere weidevogels. De levende natuur118 (2): 40-46. Bruinzeel, L.W. & A.G.M. Schotman (2011). Onderbouwing verstoringsafstanden werkplan weidevogels in Fryslân, A&W rapport 1624/Alterra rapport 2184. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden/Alterra Wageningen Heinen, M.A. & P.W. Schermerhorn (2017). Weidevogels in de IJsseldelta in 2017. Inventarisatie van weidevogels in kansrijke gebieden voor weidevogelbeheer in de IJsseldelta. Rapport 17-125. Ecogroen bv Zwolle. Kleijn D., L. Lamers, R. van Kats, J. Roelofs & R. van ’t Veer (2009). Ecologische randvoorwaarden voor weidevogelsoorten in het broedseizoen, Resultaten van een pilotstudie in het Wormer- en Jisperveld Rapport DK nr 2009/dk103. Directie Kennis, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ede.

Oosterveld, E.B., M. Kuiper, M. Sikkema, J. van der Kamp & E. Klop (2014a). Effecten van tijdelijke slootpeilverhoging op weidevogels. A&W-rapport 1971 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Oosterveld E.B., L. Bruinzeel & E. Wymenga. (2014b). Ecologie van weidevogels: Kennisbundeling voor bescherming en beheer. A&W rapport 1831 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Overheid (2021). Wet natuurbescherming. Actuele wettekst te raadplegen via: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/ Provincie Overijssel (2020). Natuurbeheerplan Provincie Overijssel 2021. Zwolle. Beschikbaar via: https://www.overijssel.nl/publish/pages/178004/bijlage_1a_natuurbeheerplan_provincie_overijssel_2021_dt_4.pdf Provincie Overijssel (2019) Lijst jaarrond beschermde nesten van vogels in Overijssel. Beschikbaar via: https://www.overijssel.nl/publish/pages/163396/lijst_jaarrond_beschermde_nesten_van_vogels_in_overijssel_sept2019_dt.pdf Provincie Overijssel (2021a). Beleidsregel Natuur Overijssel 2017. Meest recente actualisatie: 27-04-2021. Te raadplegen via: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR601023#d141813776e776 Provincie Overijssel (2021b). Omgevingsverordening Overijssel (geconsolideerde versie sinds 2017. Meest recente actualisatie: 3 maart 2021.

Te raadplegen via: https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923Verordening2017-GV07 Scholten-Huizendveld, H.T. (2021). Soortenbescherming in Overijssel. Handreiking voor het aanvragen van een ontheffing. Provincie Overijssel, Zwolle, februari 2021. Beschikbaar via: https://www.overijssel.nl/publish/pages/163396/handreiking_soortenbescherming_definitief_feb_2021_dt.pdf Schoppers, J. (2020). Resultaten plas-dras in Lage Veldslagen en de Meilanden. Vlerk 37/2. Juni 2020. Beschikbaar op: https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/vlerk2020_2_p58-67_plas_dras_jan-schoppers.pdf. Van Teeffelen, A., S. Lindhout, & M. Wallink (2021). Aanvullend ecologisch onderzoek bedrijventerrein Zevenhont, Genemuiden. Onderzoek beschermde soorten. Rapport 19-527. Ecogroen bv Zwolle.

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

15

Visser, T., D. Melman, R. Buij & A. Schotman (2017). Greppel plas-dras voor weidevogels; Betekenis als habitatonderdeel voor weidevogelkuikens. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Rapport 2845. Vogelbescherming (2016) Factsheet Weidevogels & Vernatting. Beschikbaar op: https://www.vogelbescherming.nl/docs/3f168af6ca36-4aab-9b6a-4b85a231d5e2.pdf?_ga=2.6381042.1769449804.1616404815-1913994710.1608012631. Weterings S., E. Oosterveld, & H. Oud (2015). Effecten van plas-dras op weidevogels in Noordoost-Fryslân en de rol in netwerkpopulaties. De Levende Natuur 116: 59-64.

Internet Sovon (Sovon Vogelonderzoek Nederland. https://www.sovon.nl/)

Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden

16

Bijlagen Bijlage 1 Invloed plas-dras Gelderland Tabel 1 uit Schoppers (2020). Resultaten plas-dras in Lage Veldslagen en de Meilanden. Vlerk 37/2. Juni 2020. Beschikbaar via https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/vlerk2020_2_p58-67_plas_dras_jan-schoppers.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12098304/2