a.12. Bijlage 12 Quick Scan Flora en Fauna
Tekst van het document
RAPPORT Quick scan flora en fauna Verkenning Zevenhont en omgeving Klant:
Gemeente Zwartewaterland
Referentie: BG4436 Status:
Finale versie/P01.01
Datum:
4 juni 2019
Alleen voor intern gebruik
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Koggelaan 21 8017 JN ZWOLLE Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 65 00 T info@ae.rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Quick scan flora en fauna Ondertitel: Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont Referentie: BG4436 Status: P01.01/Finale versie Datum: 4 juni 2019 Projectnaam: Uitbreiding bedrijventerrein Zevenhont-Genemuiden Projectnummer: BG4436 Auteur(s): Chantal Posthouwer en Dorien Grote Beverborg
Opgesteld door: Chantal Posthouwer en Dorien Grote Beverborg Gecontroleerd door: Dorien Grote Beverborg Datum/Initialen: 28 mei 2019 Goedgekeurd door: Mariska Ruiter Datum/Initialen: 4 juni 2019
Classificatie Alleen voor intern gebruik
Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and OHSAS 18001:2007. 4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
i
Alleen voor intern gebruik
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Doelstelling
1
1.3
Leeswijzer
1
2
Juridisch kader
2
2.1
Inleiding Wet natuurbescherming
2
2.2
Beschermde soorten (Wnb H3)
2
3
Onderzoeksgebied en voorgenomen ingreep
6
3.1
Onderzoeksgebied
6
3.2
Voorgenomen ingreep
7
4
Methodiek
8
5
Voorkomen en effecten beschermde soorten
9
5.1
Vaatplanten
9
5.2
Grondgebonden zoogdieren
9
5.3
Vleermuizen
9
5.4
Broedvogels
10
5.5
Amfibieën
12
5.6
Reptielen
12
5.7
Vissen
13
5.8
Ongewervelden
13
5.9
Algemene zorgplicht
14
6
Conclusie en aanbevelingen
15
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
ii
Alleen voor intern gebruik
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De gemeente Zwartewaterland is voornemens om het bedrijventerrein Zevenhont te Genemuiden uit te breiden. In 2010 is de uitbreidingsrichting en -ruimte voor bedrijventerrein Zevenhont-Oost reeds vastgelegd in de structuurvisie. Zo’n 20 ha (17 ha netto) aan de oostzijde van het bestaande bedrijventerrein zal worden getransformeerd tot integraal onderdeel van het bedrijventerrein. Ook VeBe, een van de grote tapijtfabrikanten, wil uitbreiden, en wel ten zuiden van Zevenhont. Bij voorkeur met een oppervlak van 15 ha in de eerste fase, en mogelijk tot ca. 30 ha in de eindfase (zowel provincie als gemeente hebben aangegeven een maximum van 15 ha aan te willen houden). Momenteel is de grond in beide richtingen nog in agrarisch gebruik. Voor deze uitbreidingen is een bestemmingsplanwijziging nodig (en deels ook een MER). Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het noodzakelijk om de effecten op beschermde plant- en diersoorten in beeld te brengen, en eventueel maatregelen te treffen en/of een ontheffing/vergunning aan te vragen. Deze rapportage beschrijft de mogelijke effecten op beschermde soorten en eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Gemeente Zwartewaterland heeft Royal HaskoningDHV verzocht een quick scan flora en fauna uit te voeren om de mogelijke effecten op beschermde plant- en diersoorten in kaart te brengen.
1.2
Doelstelling
Het doel van deze quick scan is om de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten in kaart te brengen. Ook worden de mogelijke effecten van de door het bestemmingplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen op deze soorten bepaald. Op basis daarvan wordt bepaald of overtredingen van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) te verwachten zijn en of dit voorkomen kan worden door het treffen van gerichte (mitigerende) maatregelen of dat een ontheffing in het kader van de Wnb noodzakelijk is. De onderzoeksvragen van deze natuurtoets omvatten: - Welke beschermde soorten kunnen voorkomen binnen het onderzoeksgebied? - Welke negatieve effecten zijn te verwachten op deze soorten? - Zijn er mitigerende maatregelen te treffen om deze effecten te voorkomen? - Is het noodzakelijk om een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen? De gevolgen van het voornemen op beschermde gebieden zal beoordeeld worden in het MER dat voor deze ontwikkeling wordt opgesteld.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het juridisch en beleidskader weergegeven waarin de wet- en regelgeving van de Wnb – soortenbescherming wordt beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ingreep en het onderzoeksgebied met de directe omgeving besproken. In hoofdstuk 4 is de werkwijze van de toetsing beschreven en in hoofdstuk 5 is de toetsing aan de soortbescherming beschreven. Hoofdstuk 6 bevat de conclusies en aanbevelingen van de toetsingen.
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
1
Alleen voor intern gebruik
2
Juridisch kader
2.1
Inleiding Wet natuurbescherming
De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Naast de bescherming van natuur en biodiversiteit voorziet de Wnb in de decentralisatie van taken en bevoegdheden en de vereenvoudiging van regelgeving. De Europese regelgeving, met name de Vogel- en habitatrichtlijn, vormt het kader en het uitgangspunt van deze wet. Het instrumentarium van de Wnb sluit aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. De uitwerking van de wet is vastgelegd in de regeling en het besluit natuurbescherming1. In deze quick scan ligt de focus op de soortenbescherming, waarvan hieronder het juridisch kader is beschreven. Hier is verder niet ingegaan op het juridisch kader van de gebiedsbescherming en houtopstanden.
2.2
Beschermde soorten (Wnb H3)
De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes, waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd, en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten, die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming nodig hebben. Het gaat om de volgende beschermingsregimes (verwezen wordt naar de paragrafen van de wet): - Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1): Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); - Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2): Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, Bijlage I of II bij het Verdrag van Bern en Bijlage II bij het Verdrag van Bonn. - Beschermingsregime andere soorten (paragraaf 3.3): Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A en B van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
2.2.1
Verbodsbepalingen
Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De verbodsbepalingen in de paragrafen 3.1 en 3.2 (van de wet) zijn een-op-een overgenomen uit de genoemde richtlijnen (zie tabel 2-1) en verdragen en zijn uitsluitend van toepassing op de in deze richtlijnen en verdragen genoemde soorten. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien toe op de ‘nationale’ andere soorten die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Hiervoor geldt een kleiner aantal verbodsbepalingen.
1
http://wetten.overheid.nl/BWBR0038662/2017-01-01
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
2
Alleen voor intern gebruik
Tabel 2-1 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1
Beschermingsregime soorten Ha- Beschermingsregime andere bitatrichtlijn § 3.2 soorten § 3.3
Art. 3.1 lid 1 Art. 3.5 lid 1 Art. 3.10 lid 1a Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun na- Het is verboden soorten opzettelijk te vogels opzettelijk te doden of te van- tuurlijk verspreidingsgebied opzette- doden of te vangen. lijk te doden of te vangen. gen. Art. 3.1 lid 2 Art. 3.5 lid 4 Art. 3.10 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de voortplantings- Het is verboden de vaste voortplanrustplaatsen en eieren van vogels te plaatsen of rustplaatsen van dieren te tingsplaatsen of rustplaatsen van dievernielen of te beschadigen, of nes- beschadigen of te vernielen ren opzettelijk te beschadigen of te ten van vogels weg te nemen. vernielen. Art. 3.1 lid 3 Art. 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van dieren in deze onder zich te hebben. de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art. 3.1 lid 4 en lid 5 Art. 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van we- verstoren. zenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing
Art. 3.5 lid 5 Art. 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzame- opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te len, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. vernielen.
Bij de toetsing aan het soortbeschermingsdeel van de Wnb wordt bepaald of er beschermde plant- en diersoorten kunnen voorkomen in het onderzoeksgebied, en of de functionaliteit van het leefgebied van deze soorten aangetast wordt als gevolg van het project, waardoor de gunstige staat van instandhouding in gevaar komt.
2.2.2
Ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden
In beginsel moet met mitigerende maatregelen ervoor worden gezorgd dat de functionaliteit van het leefgebied niet wordt aangetast. Lukt dat niet en worden dus verbodsbepalingen overtreden, dan is een ontheffing nodig. Het beschermingsregime van de soort bepaalt de mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing. Artikelen 3.3, 3.8 en 3.11 van de Wnb bevatten de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden van de genoemde verboden. Voor soorten van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen vrijstelling worden ver-
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
3
Alleen voor intern gebruik
leend op basis van de in deze richtlijnen genoemde belangen (bijvoorbeeld openbare veiligheid of dwingende reden van groot openbaar belang). Onder de Wnb geldt voor deze soorten een ontheffingsplicht, behalve als het bevoegd gezag door middel van een zogenoemde vrijstelling anders besluit2. Voor de ‘andere soorten’ van artikel 3.10 kunnen provincies en het ministerie van EZ een algemene vrijstelling van de ontheffingsplicht vaststellen middels een verordening. In specifieke gevallen geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht als ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd worden volgens een goedgekeurde gedragscode. De provincies zijn het bevoegd gezag voor het al dan niet verlenen van vergunningen en ontheffingen in het kader van de Wnb. Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het rijk in de vorm van de minister van EZ bevoegd gezag 3. Het bevoegd gezag voor dit project is de provincie Overijssel.
2.2.3
Mitigerende maatregelen
Indien door mitigerende (verzachtende) maatregelen de negatieve effecten volledig kunnen worden opgeheven, waardoor overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Het gaat erom dat de functionaliteit van voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van de aanwezige beschermde soort wordt behouden. De mitigerende maatregelen moeten als randvoorwaarde meegegeven worden aan de aannemer. Indien dit niet wenselijk of mogelijk is moet voor het overtreden van de verbodsbepalingen een ontheffing worden aangevraagd.
2.2.4
Zorgplicht soortenbescherming
Voor alle planten en dieren (dus ook voor soorten, die niet zijn opgenomen in de Wnb) geldt de algemene zorgplicht conform Wnb art. 1.11. Deze plicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Veelal komt de zorgplicht erop neer dat tijdens werkzaamheden negatieve effecten op planten en dieren zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen en dat bij de inrichting aandacht moet worden besteed aan de realisatie van geschikt habitat voor plant en dier. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat er geen effecten mogen optreden, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat de verstoring en eventueel lijden zo beperkt mogelijk is.
2 Met uitzondering van een aantal in art 1.3 van de Wnb genoemde projecten (van nationaal belang) 3
Besluit Wnb 11 oktober 2016
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
4
Alleen voor intern gebruik
Opzettelijkheid In de Wnb is voor veel verbodsbepalingen de term ‘opzettelijk’ van toepassing. Niet-opzettelijke handelingen waarbij verbodsbepalingen overtreden worden, zijn niet verboden. Daarbij is van belang dat het Europese Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant…”. Wezenlijke invloed Met de term ‘wezenlijke invloed’ wordt gedoeld op een wezenlijk negatieve invloed op een soort of populatie. Om te bepalen of er sprake is van een wezenlijk (negatieve) invloed dienen de effecten van de activiteiten of werkzaamheden op de populatie te worden onderzocht. Of hiervan sprake is hangt af van de lokale, regionale, landelijke en Europese stand van de soort. Op welk van deze niveaus de effecten op een soort moeten worden onderzocht, hangt af van de soort (zie voorbeelden). Er is geen sprake van een wezenlijke invloed wanneer de populatie de mogelijke negatieve effecten van de activiteiten of werkzaamheden zélf op een zodanige wijze (bijvoorbeeld doordat er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders) teniet kan doen dat er geen invloed is op de gunstige staat van instandhouding van de soort.
In alle gevallen geldt proportionaliteit. Effecten op een zeer zeldzame soort zullen op een lager niveau moeten worden bezien dan een zeer algemene soort. Bij soorten die zich niet over grote afstanden kunnen verplaatsen, zoals amfibieën, reptielen, planten en veel soorten insecten, is eerder sprake van een wezenlijk negatieve invloed dan bij soorten die zich over grotere afstanden kunnen verplaatsen. Verder is van belang of het effect van tijdelijke of permanente aard is. Van tijdelijke effecten kan een populatie van een soort zich over het algemeen gemakkelijker herstellen dan wanneer het om een aanhoudend negatief effect gaat. Werkwijze bij ruimtelijke ingrepen Bij ruimtelijke ingrepen dient beoordeeld te worden welke negatieve gevolgen de ingrepen zullen hebben voor de eventueel aanwezige beschermde inheemse soorten.
Hierbij is het van belang dat de volgende aspecten duidelijk worden: - Welke beschermde plant- en diersoorten komen in en rondom het gebied voor? - Leidt het realiseren van de plannen of de uitvoering van de geplande werkzaamheden tot handelingen die strijdig zijn met de verbodsbepalingen van de Wnb betreffende planten op hun groeiplaats of dieren in hun natuurlijke leefomgeving? - Kunnen de plannen of de voorgenomen werkzaamheden zodanig aangepast worden dat dergelijke handelingen niet of in mindere mate gepleegd worden? - Is om de plannen te kunnen uitvoeren of de werkzaamheden te kunnen verrichten ontheffing (ex. art. 3.3, 3.8 of 3.11 van de Wnb) van de verbodsbepalingen van de Wnb vereist?
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
5
Alleen voor intern gebruik
3
Onderzoeksgebied en voorgenomen ingreep
3.1
Onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied ligt in de gemeente Zwartewaterland, rondom het bedrijventerrein Zevenhont te Genemuiden. In Figuur 3-1 is het onderzoeksgebied in rood weergegeven. Omdat de exacte locatie van de voorgenomen ingreep nog niet bekend is, is het onderzoeksgebied ruimer genomen dan de daadwerkelijke ingreep zal zijn. Het onderzoeksgebied bestaat voornamelijk uit agrarische graslanden. In de ruimere omgeving van het onderzoeksgebied is sprake van bewoond gebied in het noordwesten (Genemuiden), en open agrarisch gebied dat wordt doorkruist door het Zwarte Water en andere watergangen. Figuur 3-2 geeft een impressie van het gebied.
Figuur 3-1 Onderzoeksgebied in rood weergegeven (achtergrondkaart: Streetsmart.cyclomedia)
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
6
Alleen voor intern gebruik
Figuur 3-2 Impressie van het gebied (met rechtsonder een tureluur)
3.2
Voorgenomen ingreep
De gemeente Zwartewaterland wil een bestemmingsplan opstellen voor de uitbreidingen van bedrijventerrein Zevenhont. Deze uitbreiding zal naar verwachting ook een toename van verkeersdrukte tot gevolg hebben. In dit stadium zijn de exacte plannen voor de uitbreiding nog niet duidelijk. Mogelijk moet een gebouw gesloopt of aangepast worden in verband met de voortzetting van de Nijverheidsstraat / Sisalstraat in oostelijke richting, ter ontsluiting van Zevenhont-Oost. Daarnaast is het waarschijnlijk dat meerdere watergangen zullen worden gedempt en/of omgeleid. Ten behoeve van de werkzaamheden zal groot materieel zoals rupskranen, dumpers en tractoren worden ingezet. Het is nog niet precies bekend wanneer de werkzaamheden zullen gaan starten.
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
7
Alleen voor intern gebruik
4
Methodiek
Om na te gaan wat het belang is van het onderzoeksgebied voor de wettelijk beschermde soorten, is het volgende stappenplan gevolgd, zie Tabel 4-1. Tabel 4-1 Stappenplan gevolgde werkwijze
Stap
4
Toelichting
1.
Inventarisatie van beschermde soorten en gebieden
Er zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd uit de NDFF voor het onderzoeksgebied en de nabije omgeving van de afgelopen 10 jaar4. Daarnaast is een verkennend veldbezoek uitgevoerd op 9 mei 2019, gericht op geschiktheid van de biotopen voor de in de regio voorkomende soorten. Dit veldbezoek is uitgevoerd door mevr. D. Grote Beverborg en mevr. C. Posthouwer, beide zijn ecoloog bij Royal HaskoningDHV.
2.
Effectbeoordeling soorten
Beknopte analyse van het project in relatie tot de habitat/biotoopeisen van de beschermde soorten uit het gebied.
3.
Conclusie
Beschrijven van de conclusies, vervolgstappen en voorstellen voor mitigerende maatregelen.
https://ndff-ecogrid.nl/, geraadpleegd op 9 mei 2019
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
8
Alleen voor intern gebruik
5
Voorkomen en effecten beschermde soorten
5.1
Vaatplanten
In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten. Wel is in de nabije omgeving van het onderzoeksgebied wilde kievitsbloem, een Rode Lijst-soort, waargenomen. Omdat het onderzoeksgebied ligt in een gebied met vrij voedselrijke en verstoorde omstandigheden (vanwege agrarisch landgebruik), worden er geen beschermde soorten verwacht en kan een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb worden uitgesloten. Conclusie: Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde vaatplanten aanwezig. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. vaatplanten is derhalve uitgesloten.
5.2
Grondgebonden zoogdieren
Uit de NDFF blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied waarnemingen bekend zijn van haas, konijn, ree (categorie andere soorten) en otter (categorie Habitatrichtlijnsoort). Voor haas, konijn en ree geldt in de provincie Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepalingen en geldt alleen de algemene zorgplicht (zie paragraaf 5.9). Waterspitsmuis (categorie andere soorten) is bekend van de uiterwaarden van het Zwarte Water. Deze soort wordt in het onderzoeksgebied echter niet verwacht vanwege het ontbreken van ruig begroeide oevers, moeras- en rietlanden. Van otter zijn voornamelijk waarnemingen bekend rondom de watergang ten zuiden van het onderzoeksgebied. Otters leven in oeverzones met schoon en zoet water, waar voldoende voedsel, dekking en rust is. De soort is moeilijk waar te nemen waardoor een grotere verspreiding in het onderzoeksgebied niet uit te sluiten valt. Otters krijgen meestal in de lente of zomer jongen, maar kunnen het hele jaar door jongen krijgen5. Door de voorgenomen ingreep zouden vaste rust- en verblijfplaatsen van otter verloren kunnen gaan. Daarnaast kan het voornemen een toename van verkeersdrukte met zich meebrengen. Met als gevolg grotere risico’s voor otter. Het overtreden van verbodsbepalingen van de Wnb is daarom niet op voorhand uit te sluiten. Conclusie: Binnen het onderzoeksgebied zijn waarnemingen bekend van otter.
Het overtreden van verbodsbepalingen uit de Wnb t.a.v. otter kan, afhankelijk van de uiteindelijk gekozen uitbreidingslocatie, daarom niet op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek is nodig bij uitbreiding van het bedrijventerrein richting het zuiden.
5.3
Vleermuizen
In en rondom het onderzoeksgebied komen meerdere soorten vleermuizen (allen Habitatrichtlijnsoorten) voor. Van gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis zijn waarnemingen bekend. Allen zijn gebouwbewonende soorten. Ruige dwergvleermuis verblijft echter ook in bomen 6. Uit het veldbezoek is gebleken dat binnen het onderzoeksgebied gebouwen voorkomen die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen vanwege toegankelijke spouwmuren, dakbeschot en dergelijke. Wanneer er in het voornemen gebouwen zullen worden gesloopt, zal eerst moeten worden uitgesloten dat er vleermuisverblijfplaatsen voorkomen. Ook wanneer er bomen worden gekapt zal eerst moeten worden uitgesloten dat er
5
https://www.zoogdiervereniging.nl/de-otter-lutra-lutra, geraadpleegd op 10 mei 2019 http://www.vleermuis.net/vleermuis-soorten/ruige-dwergvleermuis, geraadpleegd op 10 mei 2019
6
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
9
Alleen voor intern gebruik
vleermuisverblijfplaatsen voorkomen, alhoewel de kans hierop klein is omdat de bomen nog relatief jong zijn. Tijdens het verkennend veldbezoek zijn bomenrijen waargenomen die mogelijk een essentiële vliegroute vormen (Figuur 5-1). Indien deze verdwijnen of doorsneden worden moet uitgesloten worden of deze bomenrijen een essentiële vliegroute zijn van verblijfplaats naar foerageergebied. Het onderzoeksgebied zal verder geen essentieel foerageergebied bevatten omdat in de omgeving voldoende vergelijkbaar leefgebied aanwezig is. Door de voorgenomen ingreep kunnen verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes verloren gaan. Het overtreden van verbodsbepalingen van de Wnb is daarom niet op voorhand uit te sluiten. Conclusie: Binnen het onderzoeksgebied zijn waarnemingen bekend van meerdere soorten vleermuizen. Het overtreden van verbodsbepalingen uit de Wnb t.a.v. vleermuizen kan bij sloop van gebouwen en kap van bomen, daarom niet op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek is nodig op het moment dat gebouwen gesloopt worden en bomen worden gekapt.
Figuur 5-1 Mogelijke vliegroute voor vleermuizen. Foto genomen bij Zevenhont-Oost
5.4
Broedvogels
In het onderzoeksgebied zijn geen waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten. Wel zijn tijdens het verkennend veldonderzoek een buizerd (overvliegend) en meerdere huismussen waargenomen in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Met name ter hoogte van de erven langs de Cellemuidendijk. Ook is een oud nest van vermoedelijk een zwarte kraai waargenomen (Figuur
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
10
Alleen voor intern gebruik
5-2). Dit is een potentiële broedplaats voor buizerd. Daarnaast zijn tijdens het verkennend veldonderzoek
o.a. boerenzwaluw, grutto, kleine karekiet, kievit, meerkoet, scholekster, slobeend, tureluur, visdief, wilde eend, en meerdere algemene zangvogels waargenomen. In het onderzoeksgebied en de directe omgeving daarvan zijn broedvogels met jaarrond beschermde nesten niet uit te sluiten. Ter hoogte van de Cellemuidendijk 25 en 26 zijn uit het NDFF-waarnemingen bekend van de steenuil en kerkuil. Deze soorten hebben een jaarrond bescherm nest met mogelijk een essentieel foerageergebied binnen het onderzoeksgebied. Hierdoor kan een overtreding van de Wnb ten aanzien van jaarrond beschermde nesten niet worden uitgesloten. Uit NDFF zijn ook waarnemingen bekend van boerenzwaluw, grauwe vliegenvanger, spreeuw en zwarte roodstaart. Dit zijn soorten waarvan het nest beschermd is indien er geen alternatieven voorhanden zijn (zogenaamde categorie 5-soorten). Het is aannemelijk dat deze soorten ook met name broeden op de erven langs de Cellemuidendijk. Deze blijven behouden. Aantasting van de nestplaats is dan niet aan de orde en tevens zijn er voldoende alternatieven in de omgeving. Indien tijdens het broedseizoen wordt gewerkt, dan kunnen tijdens de aanlegfase ook niet-jaarrond beschermde nesten van broedvogels worden beschadigd/vernield, hetgeen een overtreding is van de Wnb. Om een overtreding van de Wnb t.a.v.
broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten met zekerheid te voorkomen, moeten de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van 1 maart t/m 1 september (afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden). Indien ook in het broedseizoen wordt gewerkt, moeten de onderstaande mitigerende maatregelen worden genomen: - Voorafgaand aan het broedseizoen moet de vegetatie ter plaatse van het terrein kort worden gemaaid en gehouden. Hiermee wordt het onderzoeksgebied onaantrekkelijker voor broedvogels; - Het kappen van bomen uitsluitend buiten het broedseizoen uitvoeren; - Het onderzoeksgebied wordt voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecheckt op de aanwezigheid van broedvogels. Indien deze alsnog aanwezig zijn moet de werkwijze op aangeven van de ecoloog mogelijk worden aangepast. Conclusie: In het onderzoeksgebied en de directe omgeving daarvan zijn broedvogels met jaarrond beschermde nesten niet uit te sluiten. Hierdoor kan een overtreding van de Wnb ten aanzien van jaarrond beschermde nesten niet worden uitgesloten. Nader onderzoek is nodig naar het voorkomen van jaarrond beschermde nesten. Ook locaties langs de Cellemuidendijk zijn hierbij van belang omdat mogelijk bijbehorend foerageergebied wordt aangetast bij uitbreiding van het bedrijventerrein richting het oosten.
Door het nemen van mitigerende maatregelen kan het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten worden voorkomen. Dit kan gevolgen hebben voor de planning / uitvoering van de aanlegwerkzaamheden.
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
11
Alleen voor intern gebruik
Figuur 5-2 Oud nest, vermoedelijk van een kraai. Foto genomen in Zevenhont-Oost
5.5
Amfibieën
In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn waarnemingen bekend van bastaard kikker, bruine kikker, groene kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen en geldt alleen de algemene zorgplicht (voor maatregelen zie paragraaf 5.9). Zeker wanneer tijdens de voorgenomen ingreep watergangen zullen worden gedempt kunnen amfibieën worden verstoord of gedood. Daarom is het belangrijk om voor aanvang van de werkzaamheden een gerichte inventarisatie van de watergangen uit te voeren. Conclusie: In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieën. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. amfibieën kan daarom worden uitgesloten. Wel geldt de algemene zorgplicht.
5.6
Reptielen
In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn geen waarnemingen van reptielen bekend. In het onderzoeksgebied is geen geschikt leefgebied voor reptielen aanwezig vanwege het intensieve agrarische gebruik. Het ontbreekt er aan open bossen, ruige bermen en heidevelden. Een overtreding van een verbodsbepaling uit de Wnb is uitgesloten.
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
12
Alleen voor intern gebruik
Conclusie: Het voorkomen van reptielen is uitgesloten. Het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. reptielen is daarmee ook uitgesloten.
5.7
Vissen
In het onderzoeksgebied zijn waarnemingen van grote modderkruiper (categorie andere soorten) bekend. Deze soort komt voor in ondiepe verlandende wateren met een dikke modderlaag en uitbundige plantengroei. Grote modderkruiper kan tijdelijke droogval overleven door zich in te graven in de modder en zuurstof op te slaan in zijn darmen. De jonge dieren groeien op in ondiepe plantenrijke oeverzones 7. Daarnaast is kwabaal (categorie andere soorten) bekend in de omgeving. Deze soort komt voor in rivieren, beken en meren met koel en zuurstofrijk water8. Hoewel het onderzoeksgebied niet bijzonder geschikt habitat vormt voor kwabaal is de soort toch niet op voorhand uit te sluiten. Het overtreden van verbodsbepalingen van de Wnb tijdens de voorgenomen ingreep is niet op voorhand uit te sluiten. Zeker niet wanneer watergangen zullen worden gedempt. Daarom is het belangrijk om voor aanvang van de werkzaamheden een gerichte inventarisatie van de watergangen uit te voeren. Conclusie: In en om het onderzoeksgebied zijn waarnemingen bekend van meerdere soorten beschermde vissen. Wanneer sloten gedempt of vergraven worden is het overtreden van verbodsbepalingen uit de Wnb t.a.v. deze soorten niet op voorhand uitgesloten. Het uitvoeren van nader onderzoek is dan nodig.
5.8
Ongewervelden
In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde ongewervelden (o.a. vlinders, libellen, slakken en kevers) in de omgeving van het onderzoeksgebied. De meeste beschermde ongewervelden hebben hele specifieke biotoopeisen die alleen nog maar in natuurgebieden te vinden zijn. Maar ook voor soorten als sleedoornpage, iepenpage of bruine eikenpage die ook buiten natuurgebieden voorkomen is geen geschikt leefgebied aanwezig door het ontbreken van iepen en sleedoorns. Bruine eikenpage legt eitjes op kleine ‘kwijnende’ eiken, welke ook niet aanwezig zijn in het onderzoeksgebied. De gestreepte waterroofkever is wel een beschermde soort die bekend is van Noordwest-Overijssel (Wieden-Weerribben, Rottige Meenthe, gebied te zuiden van Hasselt9). Hoewel het onderzoeksgebied bestaat uit landbouwgronden is dit geen reden om deze beschermde soort uit te kunnen sluiten in het gebied. Wanneer sloten worden gedempt of vergraven kan sprake zijn van overtreding van de verbodsbespalingen. Conclusie: Het voorkomen van beschermde ongewervelden in het onderzoeksgebied is niet uitgesloten. Wanneer sloten gedempt of vergraven worden is het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. ongewervelden niet uitgesloten. Het uitvoeren van nader onderzoek is dan nodig.
7
https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/grote-modderkruiper, geraadpleegd op 10 mei 2019 https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/kwabaal, geraadpleegd op 10 mei 2019 9 EIS 2008. De gestreepte waterroofkever Graphoderus Bilineatus in Zuid00st-Friesland: inhaalslag 2008 8
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
13
Alleen voor intern gebruik
5.9
Algemene zorgplicht
Voor alle soorten geldt de algemene zorgplicht. Onderstaand wordt een aantal maatregelen beschreven om aan de algemene zorgplicht te voldoen: - De werkzaamheden worden bij voorkeur alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht; - Er wordt één richting opgewerkt, zodat kleine (zoog)dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen (werk dus niet richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben; - De aannemer maakt enkel gebruik van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Zo wordt onnodige verstoring van dieren en planten voorkomen; - Wanneer de werkzaamheden gedurende langere tijd stilliggen, dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog.
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
14
Alleen voor intern gebruik
6
Conclusie en aanbevelingen
In onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van de te verwachten beschermde soorten. Tabel 6-1 Samenvatting mogelijk voorkomen beschermde soorten en gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling
Potentieel leefgebied
Mogelijke overtreding verbodsbe- Nader onderpaling? zoek nodig?
1. Otter
Roebollige kreek
Ja, bij uitbreiding bedrijventerrein richting het zuiden. Aandachtspunt is nieuwe verkeersontsluiting i.r.t. verkeersslachtoffers
2. Vleermuizen
Gebouwen: verblijfplaats Bomenrijen: vliegroute
Ja, bij sloop gebouwen of kap bomen
Ja
3. Broedvogels jaarrond beschermd nest
Buizerd: oud kraaiennest Ja, bij kap bomen en uitbreiding richHuismus, kerkuil en steenuil: ting het oosten i.v.m. foerageergebied erven langs Cellemuidendijk vogels Cellemuidendijk
Ja
4. Vissen
Grote modderkruiper en kwabaal in watergangen
Ja, bij dempen of vergraven watergangen
Ja
Ja, bij dempen of vergraven watergangen
Ja
Soort
5. Gestreepte waIn watergangen terroofkever
Ja
Zoogdieren Tijdens de voorgenomen ingreep kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen van otter worden beschadigd, hetgeen een overtreding is van de Wnb. Van otter zijn voornamelijk waarnemingen bekend rondom de watergang ten zuiden van het onderzoeksgebied (Roebollige Kreek). Verwacht wordt dat uitbreiding in het zuiden van het onderzoeksgebied de meeste impact zal hebben op otter. Ook in het noorden en oosten zijn waarnemingen bekend, maar verwacht wordt dat de werkzaamheden hier geen invloed zullen hebben. Met oog op de toenemende verkeersdrukte als gevolg van de plannen, wordt aanbevolen om de ottertunnel te herstellen. Hiervan is tijdens het verkennend veldonderzoek vastgesteld dat deze volledig onder water staat, en niet meer in behoorlijke conditie is (figuur 5). Vleermuizen Ook verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes van vleermuizen kunnen worden beschadigd. Wanneer bij de uitwerking van de plannen blijkt dat gebouwen gesloopt worden en bomen gekapt is nader onderzoek nodig om te bepalen of deze daadwerkelijk een belangrijke functie voor vleermuizen vervullen. In het vervolg zullen mogelijk mitigerende maatregelingen worden getroffen en ontheffingen moeten worden aangevraagd.
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
15
Alleen voor intern gebruik
Figuur 6-1 Ottertunnel in de omgeving van het onderzoeksgebied. Deze doorkruist de N759 ter hoogte de Roebollige Kreek.
Broedvogels Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen vaste nest- en verblijfplaatsen van zowel broedvogels met als zonder jaarrond beschermde nesten worden beschadigd, hetgeen een overtreding is van de Wnb. Nader onderzoek is nodig om te bepalen of er inderdaad vogels met een jaarrond beschermd nest aanwezig zijn. Ook de locaties langs de Cellemuiderdijk, waar mogelijk nestplaatsen van steenuil en kerkuil aanwezig zijn, zijn van belang omdat foerageergebieden die horen bij deze nestlocaties verloren kunnen gaan. Aanvullend zullen mogelijk ontheffingen moeten worden aangevraagd en mitigerende maatregelen (zoals beschreven in paragraaf 5.4) worden getroffen. Vissen Wanneer sloten worden gedempt of vergraven kan het leefgebied van verscheidene vissen worden aangetast, hetgeen een overtreding is van de Wnb. Een inventarisatie naar het voorkomen van vissen is dan nodig. Aanvullend zullen mogelijk ontheffingen moeten worden aangevraagd en mitigerende maatregelen worden getroffen. Ongewervelden Het is niet uitgesloten dat in de watergangen de gestreepte waterroofkever voorkomt. Deze soort is namelijk bekend van de omgeving en komt ook in sloten in landbouwgebieden voor. Wanneer sloten worden gedempt of vergraven kan het leefgebied worden aangetast, hetgeen een overtreding is van de Wnb. Een
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
16
Alleen voor intern gebruik
inventarisatie naar het voorkomen van de gestreepte waterroofkever is dan nodig. Aanvullend zullen mogelijk ontheffingen moeten worden aangevraagd en mitigerende maatregelen worden getroffen. Overige soortgroepen De aanwezigheid van overige beschermde plant- en diersoorten is uitgesloten. Ten aanzien van de overige soortgroepen hoeven geen specifieke maatregelen genomen te worden. Wel moet rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht. Om aan de zorgplicht te voldoen kunnen de volgende maatregelen worden genomen: - De werkzaamheden worden bij voorkeur alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht; - Er wordt één richting opgewerkt, zodat kleine (zoog)dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen (werk dus niet richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben; - De aannemer maakt enkel gebruik van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Zo wordt onnodige verstoring van dieren en planten voorkomen; - Wanneer de werkzaamheden gedurende langere tijd stilliggen, dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog. --
4 juni 2019
UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ZEVENHONT
BG4436
17