a.10. Bijlage 10 Voortoets Wet natuurbescherming
Tekst van het document
Bezoekadres: Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle
Notitie
04706-52126-19v2 Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584
Datum
Referentie
Behandeld door
21 juli 2022
04706-52126-19v2
M.J.M. Blankvoort
1
Inleiding
In opdracht van Vebe Floorcoverings B.V. is door Cauberg Huygen B.V. onderzoek verricht naar de effecten vanwege de beoogde activiteiten op natuurgebieden vanwege de nieuwe productielocatie op bedrijventerrein Zevenhont Zuid te Genemuiden. De aanleiding van het onderzoek is het voornemen om een nieuwe tapijtfabriek met warehouse (Vebe) te realiseren. In verband met het voornemen is een onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk naar de effecten op de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied, waardoor deze significante gevolgen kan hebben waarvoor het gebied is aangewezen. Onderhavige onderzoek dient ertoe om die effecten in beeld te brengen. Deze notitie doet verslag van het onderzoek. 2
Algemene omschrijving
2.1
Situering
Het plangebied ligt aan de Nieuwe Weg (N759) te Genemuiden, ten zuiden van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont. Het plangebied bestaat uit de beoogde bedrijfslocatie voor Vebe met bijbehorende voorzieningen. Direct ten oosten van de weg Cellemuiden is het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht gelegen, op circa 300 meter van het beoogde plangebied.
In afbeelding 1 is de ligging van het plangebied (marker gebieden omgeving weergegeven.
) ten opzichte van de nabijgelegen Natura 2000-
Afbeelding 1: ligging plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden
De volgende Natura 2000-gebieden zijn om het plangebied gelegen: − Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, op circa 300 meter afstand. − Olde Maten en Veerslootslanden, op circa 2,3 kilometer afstand. − De Wieden, op circa 2,6 kilometer afstand. − Zwarte Water, op circa 3,8 kilometer afstand Alle overige Natura 2000-gebieden zijn op meer dan 10 kilometer afstand gelegen. In afbeelding 2 is de ligging van het plangebied (oranje omlijning) ten opzichte van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht en de omgeving weergegeven.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 2
Afbeelding 2: ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht
In de navolgende paragraaf zijn de activiteiten beschreven die samenhangen met de bedrijfsvoering van de nieuwe locatie van Vebe. Voor een meer gedetailleerde beschrijving en de invloed ervan op de voor de gebiedsbescherming relevante verstoringsfactoren, wordt verwezen naar hoofdstuk 4.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 3
2.2
Omschrijving activiteiten
2.2.1
Vebe Floorcoverings B.V.
Vebe Floorcoverings B.V. betreft een bedrijf dat zich in hoofdzaak bezig houdt met het produceren van tapijt. De feitelijke productiegerelateerde werkzaamheden op het bedrijfsterrein vinden plaats in de productiehallen van het bedrijf. Daarnaast vinden transportbewegingen, laad- en losactiviteiten en intern transport plaats. Voorts zijn technische installaties en machines in bedrijf. In de regel wordt in de inrichting gewerkt van maandag 00:00 uur tot en met zaterdag 23:00 uur, gedurende 24 uren per etmaal in ploegendiensten. 3
Wettelijk kader
Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Per 1 januari 2017 zijn gebieds- en soortenbescherming ondergebracht in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Hierin zijn de reeds bestaande staatsnatuurmonumenten ook opgenomen. Op grond van deze wet is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Soortbescherming Soortbescherming wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt inheemse dier- en plantensoorten waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende beschermingscategorieën. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In deze notitie komt uitsluitend het aspect gebiedsbescherming aan de orde.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 4
4
Gebiedsbescherming
4.1
Algemeen
De locatie is niet gelegen in een beschermd natuurgebied in het kader van de Wet natuurbescherming. In afbeelding 2 is het meest relevante Natura 2000-gebied weergegeven. Vanwege de grotere afstand tot de omliggende nabijgelegen gebieden, is in deze voortoets alleen Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht betrokken. Als de effecten op dit gebied aanvaardbaar zijn, dan is dat ook het geval op de verderop gelegen gebieden. Uiterwaarden Zwartewater en Vecht De uiterwaarden Zwarte Water en Vecht betreffen het geheel aan uiterwaarden ten noorden van Zwolle waar de Overijsselse Vecht samenstroomt met het Zwarte Water. De Vecht is een regenrivier die in Duitsland ontspringt. Het gedeelte van de Vecht, dat in dit gebied is opgenomen, kronkelt sterk door het landschap. Een deel van de uiterwaarden wordt soms tot laat in het voorjaar onregelmatig overstroomd. Op de met steenslag beschermde oevers van de zomerdijk groeit vaak riet, ruigte of wilgenstruweel. De uiterwaarden bestaan uit buitendijkse graslanden, waarin strangen, kolken, rivierduinen en hakhoutbosjes voorkomen. Langs het Zwarte Water komen nattere graslanden voor. Dit gebied herbergt veel kievitsbloemgraslanden. Daarnaast komt in het gebied een aantal hardhoutooibosjes voor. Ook komen relicten van blauwgraslanden voor.
Op hoger liggende zandige ruggen en langs en op de dijken komen lokaal goed ontwikkelde glanshaverhooilanden voor. Lokaal zijn abelen-iepenbossen aanwezig.1 4.2
Toetsing effecten
4.2.1
Te beschouwen effecten
De activiteiten kunnen mogelijk verstorende en/of significant negatieve effecten hebben op de Natura 2000gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Hiervoor is dit getoetst middels de effectenindicator op de website van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.2 Hiertoe is voor het Natura 2000gebied de activiteit ‘industrie’. Dit resulteert in mogelijke effecten zoals weergegeven in afbeelding 3.
1
Bron: https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel/uiterwaarden-zwarte-water-en-vecht
2
https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?selectGebied=36&selectActiviteit=Industrie&submit=Toon+effecten& subj=effectenmatrix Bestemmingsplan Zevenhont Zuid 04706-52126-19v2 Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022 21 juli 2022 Pagina 5
Afbeelding 3:
Overzicht effecten op Natura2000-gebied 'Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht' en activiteit ‘Industrie'
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 6
Voor de uit te voeren activiteiten van het bedrijfsterrein dient rekening gehouden te worden met voormelde storingsfactoren. Navolgend wordt nader ingegaan op de storingsfactoren. 4.2.2
Oppervlakteverlies
Het kenmerk van oppervlakteverlies is afname van beschikbaar oppervlak leefgebied van soorten en/of habitattypen. Het verlies van oppervlakte leidt tot verkleining en in sommige gevallen ook tot versnippering van het leefgebied. Een kleiner gebied heeft bovendien meer te leiden van randinvloeden: vaak is de kwaliteit van het leefmilieu aan de rand minder goed dan in het centrum van het gebied. Op deze manier leidt verlies van oppervlakte mogelijk ook tot een grotere gevoeligheid voor bijvoorbeeld verdroging, verzuring of vermesting. Door afname van het beschikbare oppervlak neemt ook het aantal individuen van een soort af. Om duurzaam te kunnen voortbestaan moet elke soort uit een minimum aantal individuen bestaan; bij diersoorten wordt meestal van een minimum aantal paartjes (reproductieve eenheden) gesproken. Wanneer een populatie te klein wordt neemt de kans op uitsterven toe, zeker als deze populatie geen onderdeel uitmaakt van een samenhangend netwerk van leefgebieden. Bij een populatie die uit te weinig individuen bestaat, neemt ook de kans op inteelt toe en neemt dus de genetische variatie af. Hierdoor wordt een populatie kwetsbaar voor veranderingen ten gevolge van bijvoorbeeld predatie, extreme seizoensinvloeden of ziekten. Ook habitattypen kennen een ondergrens voor een duurzame oppervlakte.
Effect Oppervlakteverlies is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000-gebied. De activiteiten vinden plaats buiten een Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van oppervlakteverlies van een Natura 2000-gebied. 4.2.3
Versnippering
Het kenmerk van versnippering is sprake bij het uiteenvallen van het leefgebied van soorten. Interactie met andere factoren treedt op ten gevolge van verlies leefgebied of verandering in abiotische condities van het leefgebied. Het kan leiden tot verandering in populatiedynamiek. Als het leefgebied niet meer voldoende groot is voor een populatie, of individuen van één populatie kunnen de verschillende leefgebieden niet meer bereiken, neemt de duurzaamheid van de populatie af. Een gevolg kan zijn een verandering op in de soortensamenstelling en het ecosysteem. Soorten zijn in verschillende mate gevoelig voor de versnippering van hun leefgebied. Het meest gevoelig zijn soorten met een gering verspreidingsvermogen, soorten die zich over de grond bewegen en soorten met een grote oppervlaktebehoefte. Versnippering door barrières zoals wegen en spoorlijnen leidt mogelijk ook tot sterfte van individuen en kan zo effect hebben op de populatiesamenstelling. Bij versnippering moet men altijd goed rekening houden met het schaalniveau van het populatienetwerk. Effect Versnippering is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000-gebied. De activiteiten vinden plaats buiten een Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van versnippering van een Natura 2000-gebied.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 7
4.2.4
Verzuring
Verzuring van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van vervuilende gassen door bijvoorbeeld fabrieken en (vracht)auto's. De uitstoot bevat onder andere zwaveldioxide (SO2), stikstofoxide (NOx), ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen (VOS). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu, de zogenaamde stikstofdepositie. De belangrijkste bronnen van verzurende stoffen zijn landbouw, het verkeer en industrie. De effecten van verzurende stoffen zijn niet altijd te scheiden van die van vermestende stoffen, omdat een deel van de verzurende stoffen ook vermestend werkt (aanvoer van stikstof). Verzuring leidt tot een directe of indirecte afname van de buffercapaciteit (het neutralisatievermogen) van bodem of water. Op termijn resulteert dit proces in een daling van de zuurgraad. Hierdoor zullen voor verzuring gevoelige soorten verdwijnen, wat kan resulteren in een verandering van het habitattype en daarmee mogelijk het verdwijnen van typische (dier)soorten. Effect In hoofdstuk 5 wordt uitgebreid ingegaan op de effectbeoordeling. 4.2.5
Vermesting
Vermesting is de 'verrijking' van ecosystemen met name door stikstof en fosfaat. Het kan gaan om aanvoer door de lucht (droge en natte neerslag van ammoniak en stikstofoxiden) of nitraat- en fosfaataanvoer door het oppervlaktewater. Stoffen die leiden tot vermesting kunnen ook leiden tot verzuring. Vermesting (en verzuring) kunnen op hun beurt leiden tot verontreiniging van het oppervlakte- en grondwater. De groei in veel natuurlijke landecosystemen zoals bossen, vennen en heidevelden wordt gelimiteerd door de beschikbaarheid van stikstof. Het gevolg van stikstof depositie is dat deze extra stikstof extra groei geeft. Daarbij is de beschikbaarheid van stikstof bepalend voor de concurrentieverhoudingen tussen de plantensoorten. Als de stikstofdepositie boven een bepaald kritisch niveau komt, neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van meerdere andere. Hierdoor neemt de biodiversiteit af. Effect In hoofdstuk 5 wordt uitgebreid ingegaan op de effectbeoordeling. 4.2.6
Verontreiniging
Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke stoffen onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Bij verontreiniging is sprake van een zeer brede groep van ecosysteem/gebiedsvreemde stoffen, zoals organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling (radioactief en niet radioactief), geneesmiddelen, endocrien werkende stoffen et cetera. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater en lucht. Verontreiniging heeft geen directe interactie met andere factoren. Wel kan verontreiniging als gevolg van andere factoren optreden. Vrijwel alle soorten en habitattypen reageren op verontreiniging. De ecologische effecten uiten zich in het verdwijnen van soorten en/of het beïnvloeden van gevoelige ecologische processen. Deze beïnvloeding kan direct plaatsvinden maar ook indirect via een opeenvolging van ecologische interacties. Bovendien kan verontreiniging zich pas vele jaren/decennia later manifesteren. Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 8
De gevolgen van verontreiniging zijn divers en complex. In het algemeen kan gesteld worden dat aquatische habitattypen en soorten gevoeliger zijn dan terrestrische systemen. Ook geldt dat soorten in de top van de voedselpiramide, als gevolg van accumulatie, van verontreinigingen gevoeliger zijn. Echter, afhankelijk van de concentratie en duur van de verontreiniging zijn alle habitattypen en soorten gevoelig en kan verontreiniging leiden tot verandering van de soortensamenstelling. Effect Behalve emissies naar de lucht, zoals besproken in volgend hoofdstuk, worden er geen stoffen naar de omgeving uitgestoten. Er is geen sprake van verontreiniging van de Natura 2000-gebieden door de activiteiten binnen de inrichting. 4.2.7
Verdroging
Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel. De actuele grondwaterstand is zo lager dan de gewenste/benodigde grondwaterstand. Verdroging kan tevens leiden tot verzilting. Door verdroging neemt ook de doorluchting van de bodem toe waardoor meer organisch materiaal wordt afgebroken. Op deze wijze leidt verdroging tevens tot vermesting. Er zijn ook gebieden waar verdroging kan optreden zonder dat de grondwaterstand in de ondiepe bodem daalt. Het gaat daarbij om gebieden waar van oudsher grondwater omhoog komt. Dit water heet kwelwater. Kwelwater is water dat elders in de bodem is geïnfiltreerd en dat naar het laagste punt in het landschap stroomt. Kwelwater heeft dikwijls een bijzondere samenstelling: het is rijk aan ijzer en calcium, arm aan voedingsstoffen en niet zuur, maar gebufferd. Schade aan de natuur die veroorzaakt wordt door een afname of het verdwijnen van kwelwater en het vervangen van dit type water met gebiedsvreemd water, noemen we ook verdroging. De verandering in grondwaterstand en soms ook kwaliteit van het grondwater leidt tot een verandering in de soortensamenstelling en op lange termijn van het habitattype. Effect Binnen de inrichting wordt geen grondwater onttrokken, zodat directe beïnvloeding van de grondwaterstand niet aan de orde is.
De projectie van de nieuwe productielocatie van Vebe zal leiden tot een toename van het verharde oppervlakte en daardoor tot een versnelde afvoer van hemelwater. Door Sweco is een analyse van het watersysteem van Genemuiden en de uitbreiding Zevenhont uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat een extra berging van hemeldwater noodzakelijk is van 12.000 m3. Voor Zevenhont Zuid vindt een deel van de waterberging plaats in een Bergingsvijver aan de westzijde van het gebied. Om de Bergingsvijver te creëren wordt de bestaande watergang verbreed tot 40 meter op waterlijn met een talud van 1:1 en samengevoegd met het bestaande watersysteem van Zevenhont en Genemuiden. Naast deze Bergingsvijver is, uitgaande van een bergende waterschijf van 1 meter, nog 3.500 m² wateroppervlak nodig. De realisatie van dit wateroppervlak kan op verschillende manieren ingericht worden, bijvoorbeeld in de vorm van een extra bassin en/of met extra watergangen. Deze aanvullende bergingscapaciteit zijn verwerkt in de landschappelijke inpassing, zie afbeelding 4.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 9
Afbeelding 4:
Voorgenomen watersysteem
Gelet op het voormelde zal van verdroging van een Natura 2000-gebied geen sprake zijn. 4.2.8
Verstoring door geluid
Verstoring door geluid betreft verstoring door onnatuurlijke geluidbronnen; permanent zoals geluid wegverkeer dan wel tijdelijk zoals geluidbelasting bij evenementen. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluiddruk en frequentie. Verstoring door geluid treedt vaak samen met visuele verstoring op door bijvoorbeeld vlieg- en autoverkeer, manifestaties etc. Logischerwijs zijn alleen diersoorten gevoelig voor directe effecten van geluid. Geluid is een belangrijke factor in de verstoring van fauna. De verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidbron zelf. Geluidbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens weer leiden tot het verlaten van het leefgebied of bijvoorbeeld een afname van het reproductieproces. In bepaalde gevallen kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu geluid. Voor zeezoogdieren en vogels is in bepaalde gevallen deze dosis-effect relatie goed gekwantificeerd. Vanwege de activiteiten treden emissies op van geluid, die verstorende effecten kunnen hebben voor vogels en andere dieren leiden in het Natuurgebied, waardoor mogelijke significant negatieve effecten kunnen optreden, waardoor de instandhoudingsdoelstellingen niet behaald worden. Bepaling van de geluidbelasting is derhalve noodzakelijk.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 10
Op grond van onderzoek wordt betwijfeld of industrielawaai een zelfstandige factor vormt bij verstoring van niet-broedvogels.3 Voorts blijkt uit onderzoek dat de hoogte van het achtergrondgeluid een belangrijke rol speelt in de mate waarin vogels kunstmatig geluid als verstorend zullen ervaren. Uit al deze onderzoeksgegevens blijkt dat de drempelwaarde voor effecten van geluid op niet-broedvogels waarschijnlijk substantieel hoger liggen dan de drempelwaarden bij broedvogels en dat onverwacht geluid een groter effect heeft dan bekend geluid. Desalniettemin is in dit onderzoek gebruik gemaakt van de publicatie van Reijnen et al. (1992),4 gericht op de verstoring van broedvogelpublicaties. Het uitgangspunt is dat verstoring door geluid, vanwege activiteiten binnen de ontwikkeling, kan leiden tot een afname van dichtheid in broedvogelpopulaties. Hierbij wordt niet gekeken naar afzonderlijke vogelsoorten, maar het effect van de optredende geluidniveaus op de dichtheid van alle soorten gezamenlijk wordt beschouwd. Het effect treedt op bij een geluidniveau van 42 dB(A) in het biotoop bos en bij 47 dB(A) in het biotoop open weidegebied. Omdat het nabijgelegen gebied grote overeenkomsten heeft met weidegebied, sluiten wij voor de verstoring van de vogels aan bij de grenswaarde van 47 dB(A).
De voormelde grenswaarde betekent dat bij geluidniveaus lager dan 47 dB(A) geen (negatieve) effecten te verwachten zijn. De dosismaat welke in het onderzoek naar de verstoring van vogels wordt gebruikt, is het etmaalgemiddelde geluidniveau, aangeduid met LAeq,24h. De toeslag van 5 dB voor de avondperiode en 10 dB voor de nachtperiode wordt in het onderzoek naar de verstoring van vogels achterwege gelaten. Effect Teneinde het akoestische effect te bepalen is het geluidmodel gehanteerd, dat ten grondslag van de voorgenomen plannen. In dat geluidmodel zijn de geluidbronnen gemodelleerd van Vebe. Voor de beschrijving van de geluidbronnen in de representatieve bedrijfssituatie van Vebe wordt verwezen naar bijlage I. In afbeelding 5 is het rekenmodel weergegeven.
3
Heinis, F., C.T.M. Vertegaal, C.R.J. Goderie & P.C van Veen, 2007. Habitattoets, Passende Beoordeling en uitwerking ADC-criteria ten behoeve van vervolgbesluiten van Maasvlakte 2. Havenbedrijf Rotterdam N.V. Projectorganisatie Maasvlakte 2, p. 202. 4) Reijnen M.J.S.M., Veenbaas G. & Foppen R.B.P., 1992. Het voorspellen van het effect van snelverkeer op Broedvogelpopulaties. Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat en DLO-instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. Bestemmingsplan Zevenhont Zuid 04706-52126-19v2 Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022 21 juli 2022 Pagina 11
Afbeelding 5:
Overzicht rekenmodel Vebe
Met behulp van het rekenmodel is het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein berekend op het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied. Uit de rekenresultaten blijkt dat het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege het plangebied lager is dan 42 dB(A). In afbeelding 6 zijn de rekenresultaten grafisch weergegeven.
Afbeelding 6: Rekenresultaten etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege Vebe Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 12
Nu het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) ruim lager is dan de grenswaarde van 47 dB(A) zijn negatieve effecten van geluid door sec Vebe niet te verwachten. Op verzoek van de provincie Overijssel is ook inzicht gegeven in de cumulatieve geluideffecten, waarin de volgende geluidbronnen zijn betrokken: − Verkeerslawaai vanwege de relevante verkeerswegen, waaronder de Nieuwe Weg (N759), die ten westen van het plangebied is gelegen. Uitgegaan is van de verkeersintensiteit in 2035, dus inclusief de verkeersaantrekkende werking vanwege Vebe en de autonome groei. In afbeelding 7 is het rekenmodel weergegeven. − Industrielawaai vanwege het bestaande bedrijventerrein Zevenhont. Daartoe is uitgegaan van de autonome ontwikkeling van het bedrijventerrein. In afbeelding 8 is het rekenmodel weergegeven.
Afbeelding 7:
Overzicht rekenmodel verkeerslawaai
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 13
Afbeelding 8:
Overzicht rekenmodel industrielawaai
Met behulp van de voormelde rekenmodellen is per geluidsoort het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) berekend op het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied. Vervolgens zijn de resultaten per geluidsoort logaritmisch gecumuleerd, zonder rekening te houden met verschil in hinderbeleving, zoals dat bekend is bij mensen. In afbeelding 9 is het gecumuleerde etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) grafisch weergegeven van het verkeerslawaai en industrielawaai, zonder uitbreiding van Vebe. In afbeelding 10 is aansluitend het gecumuleerde etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) grafisch weergegeven van het verkeerslawaai en industrielawaai, inclusief uitbreiding van Vebe.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 14
Afbeelding 9:
Rekenresultaten cumulatief etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege verkeer en industrie autonoom
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 15
Afbeelding 10:
Rekenresultaten cumulatief etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege verkeer en industrie autonoom inclusie Vebe
Vergelijking van figuur 9 met figuur 10 maakt duidelijk dat er geen verschillen optreden. Anders gezegd: er zijn geen negatieve geluideffecten te verachten op het Natura 2000-gebied. Voorts heeft de provincie Overijssel verzocht om inzichten aangaande maximale geluidniveaus vanwege de bedrijfsactiviteiten van Vebe. De geluidemissie vanwege de bedrijfsactiviteiten van Vebe kenmerkt zich door een continue geluidemissie van de productiewerkzaamheden in de verschillende hallen alsmede vanwege technische installaties op de gebouwen. Hierbij is geen sprake van relevante maximale geluidniveaus. Maximale geluidniveaus treden uitsluitend op vanwege voertuigbewegingen over het bedrijfsterrein. Het bijbehorende maximale geluidvermogenniveau bedraagt 110 dB(A). De afstand tussen de rijlijn van de Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 16
vrachtwagens en de grens van het Natura 2000-gebied bedraagt circa 550 meter. Het maximaal geluidniveau bedraagt aldaar (LAmax = LWr,max – 10*log(4*pi*r2) – 2 – Cm) 110 – 66 – 4,8 = 39 dB(A). Met
Waarin hb = hoogte bron (1 meter) en ho = hoogte ontvanger (0,5 meter) Een dergelijk maximaal geluidniveau zal niet tot negatieve effecten leiden, omdat die waarde het equivalente geluidniveau aldaar niet of nauwelijks zal ontstijgen. 4.2.9
Externe werking
In het voortraject van de aanvraag is door de provincie de volgende opmerking gemaakt: Het plangebied kan een deel zijn van een leefgebied voor in de aanwijzing betrokken soorten. Voor sommige soorten is de aanwijzing niet voor het hele leefgebied, maar voor een deel van de functies. Dat betekent dat andere functies in de omgeving aanwezig moeten zijn. Op dit moment is niet duidelijk wat de waarde van het huidige plangebied is. Dit dient nader onderbouwd te worden. Hierop hebben wij de volgende reactie. Het onderdeel soorten is niet betrokken in dit onderzoek. Daartoe voert EcoGroen uitgebreid onderzoek uit. Wij volstaan derhalve hier met verwijzen naar de onderzoeken van EcoGroen. Die onderzoeken liggen ten grondslag van een aanvraag ontheffing voor soorten. 4.2.10 Verstoring door licht Verstoring door licht betreft verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw etc. Verstoring door licht heeft geen interactie met andere storingsfactoren. Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van risico’s.
Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. Effect Vanwege de voorgenomen inrichting van de uitbreiding van bedrijventerrein (duurzaam veilig, voorkomen diefstal, cameratoezicht) wordt straatverlichting toegepast. De huidige straatverlichting heeft geen bovenwaartse lichtuitstraling (ULR=0). Voorts heeft de moderne led straatverlichting een beperkte openingshoek. Hiermee wordt lichtvervuiling naar de omgeving voorkomen. Bij Vebe zal sprake zijn van een beperkte omvang van kunstmatige lichtbronnen. In verband met veiligheid zal ook het terrein van Vebe voorzien worden van straatverlichting. Ook is het waarschijnlijk dat aan de gebouwen armaturen worden aangebracht. Zowel voor de straatverlichting als de gebouwarmaturen geldt hetzelfde voor de openbare terreinverlichting. Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 17
Voorts zal aan de zijde van de Nieuwe Weg wellicht gebouwgebonden reclameverlichting worden gerealiseerd. Deze verlichting is niet gericht op het Natura 2000-gebied, zodat negatieve effecten daarvan niet te verwachten zijn. Tenslotte zal in de gebouwen sprake zijn van kunstverlichting voor de werk- en arbeidsplekken. Via lichtdoorlatende openingen in de gebouwen zal lichtemissie plaatsvinden. Kantoorwerkplekken zijn voorzien aan de westzijde van de locatie, ver van de Natura 2000-gebieden (meer dan 500 meter). De productiegebouwen worden beperkt voorzien van lichtdoorlatende openingen. Gelet hierop zijn negatieve effecten daarvan niet te verwachten zijn. Gelet op de omvang van de verlichting en de afstand van de uitbreiding tot aan het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (circa 200 meter) is een meetbaar negatief effect is uitgesloten.5 4.2.11 Verstoring door trilling Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen etc. Verstoring door trilling kan vooral samen optreden met verstoring door geluid. Trilling kan leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten. Individuen kunnen tijdelijk of permanent verdreven worden uit hun leefgebied. Over het daadwerkelijke effect van trilling is nog zeer weinig bekend.
Naar het effect op zeezoogdieren is wel onderzoek verricht. Effect De activiteiten vanwege Vebe veroorzaken lokaal trillingen. Trillingen via de bodem kunnen ontstaan door het rijden van vrachtwagens alsmede door het inwerking hebben van zogenaamde tuftmachines (dit zijn grote naaimachines, waarin de rug van kamerbreed tapijt wordt voorzien van de polen en lussen (garens)). Ingeval van vebe wordt trillingshinder naar de omgeving zoveel mogelijk beperkt door vooraf maatregelen te treffen. Ten aanzien van trillingen door tijdende voertuigen zal het buitenterrein voorzien worden van een verharding dat vlak en egaal is, waardoor trillingen via de bodem zoveel mogelijk wordt voorkomen. De tuftmachines in de productiehal zullen trillingsgeIsoleerd opgesteld worden (denk aan aparte fundering, veren e.d.). Hierdoor wordt eveneens voorkomen dat trillingen voelbaar zijn. Trillingshinder voor mensen door dergelijke activiteiten worden beoordeeld conform de SBR richtlijn B. Met betrekking tot industriële trillingsbronnen treden op afstanden groter dan 250 meter van de trillingsbron vrijwel nooit goed voelbare trillingen op voor mensen. Ten aanzien van soorten sluiten wij aan bij het rapport ‘Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken’ van de provincie Gelderland (zie voetnoot 5).
In deze rapportage wordt een nadere onderbouwing gegeven van de maximale effectafstand van verschillende effecttypen behorend bij (grootschalige) bedrijfsmatige activiteiten. Daaruit volgt dat de maximale effectafstand door trillingen via de bodem slechts 100 meter bedraagt. Gelet op de afstand van Vebe tot aan het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (circa 200 meter) is een meetbaar negatief effect vanwege trillingen door via de bodem in Natura 2000-gebieden uitgesloten.
Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken, 18 februari 2014, kenmerk 077489585:A.9 – Definitief, Arcadis, p. 38, 39, 77. (https://www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/Vergunningen-enontheffingen/150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf). Bestemmingsplan Zevenhont Zuid 04706-52126-19v2 Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022 21 juli 2022 Pagina 18 5)
4.2.12 Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Optische verstoring treedt vaak samen op met verstoring door geluid (in geval van recreatie) of trilling en licht (in geval van voertuigen, schepen). Optische verstoring leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort reageert bijvoorbeeld op beweging omdat een potentiële vijand wordt verwacht. Andersom kan optische verstoring juist ook het uitzicht van soorten beperken waardoor zij potentiële vijanden niet zien naderen. De daadwerkelijke effecten zijn zeer soortspecifiek en hangen af van de schuwheid van de soort en de mate waarin gewenning optreedt. Bovendien kunnen de effecten afhankelijk zijn van de periode van de levenscyclus van de soort. In de broedtijd zijn soorten over het algemeen schuwer en dus gevoeliger voor optische verstoring. Effect Optische verstoring is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000-gebied. De activiteiten vinden plaats buiten Natura 2000-gebieden. In het voortraject van de aanvraag is door de provincie de volgende opmerking gemaakt: Er wordt in het plangebied een hoog gebouw geplaatst waar nu alleen weiland is. Een hoog gebouw kan bijvoorbeeld verstorend werken voor soorten van open gebieden.
Die houden een afstand aan waardoor de geschikte oppervlakte minder wordt dan je op basis van de omvang van het gebouw zou kunnen verwachten. Dit dient nader onderzocht te worden. Hierop hebben wij de volgende reactie. Provincie Gelderland heeft onlangs een rapport op laten stellen met effectafstanden voor Veluwe en Rijntakken, zie voetnoot 5. In voormeld rapport staat in paragraaf 5.3 het beoordelingskader voor visuele/optische verstoring beschreven. Het meeste gaat over recreatieve bedrijven met uitloop, maar op pagina 51, tabel C staat het beoordelingskader beschreven voor overige bedrijven/nietrecreatieve bedrijven met zeer beperkte buitenactiviteiten. De bebouwing in Zevenhont Zuid is gelegen binnendijks, op 300 meter van het Natura 2000 gebied, visueel afgeschermd door de dijk en door de omzomende groenstrook. Daarmee valt deze in categorie 13, een meetbaar negatief effect is uitgesloten. Er is geen sprake van optische verstoring van de Natura 2000-gebieden. 4.2.13 Verstoring door mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. De oorzaken en gevolgen zijn bij deze storende factor zeer divers. Verstoring door mechanische effecten kan samenvallen met verstoring door geluid, licht en trilling.
Deze storende factor kan leiden tot een verandering van het habitattype en/of verstoring of het doden van fauna-individuen. Bij habitattypen treedt de verstoring/verandering vaak op ten gevolge van recreatie of bijvoorbeeld militaire activiteiten. Het effect is zeer afhankelijk van de kwetsbaarheid (gevoeligheid) van het habitattype. Waterrecreatie en scheepvaart leiden tot golfslag, hetgeen effect kan hebben op de oeverbegroeiing en waterfauna. Luchtwervelingen van bijvoorbeeld windmolens kunnen leiden tot vogelsterfte.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 19
Effect Verstoring door mechanische effecten is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000-gebied. De activiteiten vinden plaats buiten Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van verstoring door mechanische effecten van de Natura 2000-gebieden. 5
Stikstofdepositie
5.1
Uitgangspunten
Vanwege het in bedrijf hebben van de tapijtfabriek van Vebe treden emissies op van NOx en NH3, die tot verzurende effecten kunnen leiden in de voormelde natuurgebieden, waardoor mogelijke significant negatieve effecten kunnen optreden, waardoor de instandhoudingsdoelstellingen niet behaald worden. Bepaling van de stikstofdepositie is derhalve noodzakelijk. Uit eerder onderzoek is gebleken dat de stikstofdepositie vanwege de maximale planologische mogelijkheden van het nieuwe plan (1) hoger is dan de stikstofdepositie vanwege de bestaande, planologisch legale situatie (2) direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan (ABRvS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515 (Weststellingswerf)). In onderhavig onderzoek is daarom aangegeven welke maatregelen noodzakelijk zijn om significante effecten vanwege stikstofdepositie uit te sluiten. 5.2
Toekomstige situatie, tevens eindsituatie
De bedrijfsvoering resulteert in emissies naar de omgeving. Navolgend zijn de relevante emissies beschreven. Hierbij wordt uitgegaan van de beoogde eindsituatie. Deze eindsituatie wordt bereikt in drie afzonderlijke fases, door per fase een gedeelte van de bedrijfsactiviteiten op te richten en in gebruikt te nemen. Na de beschrijving van de bedrijfsactiviteiten in de eindsituatie, wordt beschreven welke fasen doorlopen worden. Backingstraat Een van de productieprocessen binnen Vebe Floorcoverings B.V. betreft het aanbrengen van een rugafwerking op het tapijt. Dit gebeurt in de zogenaamde backingstraat. Verondersteld is dat twee backingstraten aanwezig zijn. Voor de afvoer van lucht staan op het dak in totaal drie schoorstenen met een hoogte van 25 meter boven maaiveld, waaruit emissie van NOx en NH3 plaatsvindt. Op grond van emissiemetingen aan bestaande schoorstenen van de bestaande fabriek, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de emissies: − HDR Backing 1, debiet 60.000 m3/uur, 15 mg NOx/m3, oorspronkelijk 19,7 mg NH3/m3 maar voorzien van een gaswasser met een rendement van 90%6, dus emissie is beperkt tot 1,97 mg NH3/m3, 5.600 uur per jaar. − VDR Backing 2, debiet 25.000 m3/uur, 15 mg NOx/m3, oorspronkelijk 19,7 mg NH3/m3 maar voorzien van een gaswasser met een rendement van 90%6, dus emissie is beperkt tot 1,97 mg NH3/m3, 5.600 uur per jaar.
6 Rendement bedraagt meer dan 99%. In onderhavig onderzoek is het uitgangspunt van 90% gehanteerd op basis van
eigen metingen alsmede https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/digitale-ner/luchtemissie/overzichtfactsheets/factsheets/gaswasser-(algemeen)/ Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 20
−
HDR Backing 2, debiet 40.000 m3/uur, 15 mg NOx/m3, oorspronkelijk 19,7 mg NH3/m3 maar voorzien van een gaswasser met een rendement van 90%6, dus emissie is beperkt tot 1,97 mg NH3/m3, 5.600 uur per jaar.
Extrusielijn Een van de productieprocessen binnen Vebe Floorcoverings B.V. betreft het extruderen van kunststof. Dit gebeurt in de zogenaamde extrusielijn. Verondersteld is dat één extrusielijn is. Voor de afvoer van lucht staat één afvoer op het dak met een hoogte van 0,5 meter boven het dak, waaruit emissie van NOx en NH3 plaatsvindt. Op grond van emissiemetingen aan de bestaande schoorsteen van de bestaande fabriek, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de emissies: − Extrusielijn, debiet 50 m3/uur, 372 mg NOx/m3, 365 mg NH3/m3, 5.600 uur per jaar. PVC-lijnen Een van de productieprocessen binnen Vebe Floorcoverings B.V. betreft het aanbrengen van een PVC rug op schoonloopmatten. Dit gebeurt in twee zogenaamde PVC-lijnen. Voor de afvoer van lucht is elke PVC-lijn voorzien van één afvoer op het dak met een hoogte van 1 meter boven het dak, waaruit emissie van NOx en NH3 plaatsvindt. Op grond van emissiemetingen aan de bestaande schoorsteen van de bestaande fabriek, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de emissies: − PVC-lijn 1, debiet 3.700 m3/uur, 2,6 mg NOx/m3, 1,3 mg NH3/m3, 5.600 uur per jaar. − PVC-lijn 2, debiet 2.700 m3/uur, 3,4 mg NOx/m3, 1,5 mg NH3/m3, 5.600 uur per jaar. Stookinstallaties Ter ondersteuning van de productieprocessen binnen Vebe Floorcoverings B.V. zijn drie stoomketels in bedrijf. Deze stoomketels produceren d.m.v.
aardgasverbranding een continue warmtestroom welke gebruikt wordt in de diverse productieprocessen van Vebe Floorcoverings B.V. Vanwege de verbranding van aardgas treedt emissie op van NO2. Voor de afvoer van verbrandingsgassen is elke CV-ketel voorzien van één afvoer op het dak met een hoogte van 0,5 meter boven het dak, waaruit emissie van NOx plaatsvindt. Verbranding van 1 m3 aardgas resulteert in 9 Nm3 aardgas. Ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer mag de concentraties NOx ten hoogste 70 mg/Nm3 bedragen. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor de emissie van NOx − Stookinstallatie stoomketel Tuft Cartex, 200.000 m3 aardgas/jaar, rookgasdebiet 1.800.000 m3/jaar, 70 mg NOx/m3. − Stookinstallatie stoomketel PVC, 200.000 m3 aardgas/jaar, rookgasdebiet 1.800.000 m3/jaar, 70 mg NOx/m3. − Stookinstallatie stoomketel thermofixeerlijn, 200.000 m3 aardgas/jaar, rookgasdebiet 1.800.000 m3/jaar, 70 mg NOx/m3.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 21
Intern transport Binnen het bedrijf zal intern transport plaatsvinden met elektrische vorkheftrucks, die alleen inpandig rijden. Voorts bestaat het voornemen om buiten op het terrein een dieselaangedreven terminaltrekker in te zetten. Deze terminaltrekker is toegevoegd aan het rekenmodel in Aerius Calculator, met de volgende uitgangspunten: − Diesel, Stage V. − Brandstofverbruik: 60.000 liter per jaar, inclusief circa 6% AdBlue. − Vermogen: 145 kW. − Cilinderinhoud (145/20) 7,25 liter. − Bedrijfsduur: 14 uur per dag, 217 dagen per jaar, waarvan 30% stationair. − Werkzaam op buitenterrein rondom gebouw. Verkeer Bij Vebe Floorcoverings B.V. komen en gaan zware vrachtwagens voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van producten. Voorts komen en gaan personenauto’s van het personeel en bezoek. In onderhavig onderzoek is uitgegaan van een rondgaande rijroute over het bedrijfsterrein met de volgende aantallen per etmaal (worst case): − Zware vrachtwagens: 74 stuks per etmaal. − Personenauto’s: 270 stuks per etmaal. Omtrent de lengte van de rijlijn waarover de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking is berekend, is uitgegaan van de Instructie gegevensinvoer Aerius Calculator 2021.1, versie Juni 2022. Daarin wordt het criterium gehanteerd van opgenomen zijn in het heersende verkeersbeeld, zoals navolgend integraal is weergegeven.
Opgenomen in het heersend verkeersbeeld Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. De verkeersaantrekkende werking is daarom ingevoerd als een rijlijn over het bedrijfsterrein over de nieuwe rotonde en de Nieuwe Weg tot aan de afslag naar de nabijgelegen RWZI. Het verkeer is qua snelheid en rijen stopgedrag buiten deze rijlijn niet te onderscheiden van het overige verkeer, dat als doorgaand verkeer of als verkeer met bestemming plangebied is aan te merken. Voorts bedraagt het aandeel verkeer van en naar Vebe ten opzichte van het reguliere verkeer op de Nieuwe Weg ((344/8364 (bron: NSL Monitor))x100%) daarmee slechts 4%, zodat tevens voldaan wordt aan het verdunningscriterium.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 22
5.3
Bestaand gebruik en extern salderen
5.3.1
Bestaand gebruik
Het thans vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Zwartewaterland” voorziet in agrarische bestemming. Binnen het plangebied zijn geen bestaande agrarische inrichtingen gelegen. Het betreft uitsluitend weidegebied. Binnen het plangebied wordt landbouwgrond deels omgezet in een industriefunctie, ten behoeve van de uitbreiding van de tapijtfabriek. Dit houdt in dat ter plaatse van deze gronden geen mestaanwending meer plaats zal vinden. De vrij te komen gronden zijn momenteel in gebruik voor de beweiding van graasdieren op graslanden alsmede toepassing van mest. De gronden van het plandeel voor Vebe behoudt voor een deel nog een agrarische bestemming. Salderen vindt met dat deel dus evenmin plaats. Navolgend wordt de emissie van bestaand gebruik nader uiteengezet. De nieuwe bedrijfslocatie wordt geprojecteerd op een drietal agrarische percelen: i. Hasselt G 562 ged., oppervlakte 6,3275 ha. ii. Hasselt G 9, oppervlakte 1,971 ha. iii. Hasselt G 564 ged., oppervlakte 9.176 ha. Alle voormelde percelen zijn sinds de vroegstmogelijke aanwijsdatum van Natura 2000-gebieden (onveranderd) in gebruik als grasland. De nadere onderbouwing hiervan volgt in een later stadium van de aanvraag. In Nederland mogen boeren in Nederland jaarlijks 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruiken.7 De wijze waarop mest wordt uitgereden verschilt per perceel.
Afhankelijk van de wijze van mesttoediening zal een deel van de toegediende ammoniak emitteren naar de lucht. is afhankelijk van de totale hoeveelheid ammoniakale stikstof (TAN) in mest. Daartoe dient voorts een omrekening plaats te vinden van het aandeel stikstof naar het aandeel ammoniak. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de verhouding tussen de mollaire massa’s van stikstof (14,0067) en ammoniak (17,0307). Voormelde hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest maakt onderdeel uit van de gebruiksnorm totaal stikstof dat jaarlijks per hectare mag worden uitgereden. Deze gebruiksnorm is afhankelijk van het gebruik en type bodem. In onderhavige situatie worden de agrarische percelen gebruikt als grasland en bestaat de bodem uit veengronden. Voort wordt rekening gehouden met de werkingscoëfficiënt. De werkingscoëfficiënt bepaalt de werkzame hoeveelheid stikstof in de gebruikte hoeveelheid meststoffen. Met deze informatie wordt duidelijk wat de hoeveelheid kunstmest is, dat uitgereden mag worden op de percelen, naast de dierlijke mest. Voormelde uiteenzetting is weergegeven in tabel 5.1, waarin de emissies vanaf de landbouwgronden zijn samengevat. In bijlage II is de volledige tabel met herkomst van de getallen en bronvermeldingen opgenomen. Hierbij wordt opgemerkt dat op perceel i. een beheersovereenkomst rust, op grond waarvan het is toegestaan om vaste mest uit te rijden.
In bijlage III zijn de relevante stukken opgenomen.
7
bron: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mestbeleid/mest/gebruiksnormen/dierlijke-mest Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 23
Tabel 5.1: Omschrijving
Emissie referentiesituatie
Oppervlakte
Gebruiksnorm1)
[ha]
dierlijke mest [kg N/ha]
Oppervlakte Klaas Selles Hasselt G 562 ged. 6,3275 Oppervlakte Dick Selles Hasselt G 9 1,971 Hasselt G 564 ged. 9,176
Gebruik
Mesttoepassing
TAN2)
Vervluchtiging3) Omrekenfactor4) Emissie NH3 dierlijke NH3-N
25,0%
71%
1,214286
231,8
Zodenbemester 50,5% Zodenbemester 50,5%
19% 19%
1,214286 1,214286
39,0 181,7
265 265
170
Grasland
Vaste mest Bovengronds
Grasland Grasland
Drijfmest Drijfmest
mest [kg/jaar]
Gebruiksnorm5) totaal stikstof [kg N/ha] (Veen) 265
170 170
N naar NH3
Werkingscoëfficient6) Toegestane kunstmest gift [kg N/ha] 30%
214,0
45% 45%
188,5 188,5
Vervluchtiging7)
Emissie NH3
Emissie NH3
kunstmest NH3-N
kunstmest [kg/jaar]
totaal [kg/jaar]
2,5%
0,0
231,8
2,5% 2,5%
5,7 5,7
44,8 187,5 Totaal
464,1
In het voortraject van de aanvraag is door de provincie de volgende opmerking gemaakt: De aangeleverde informatie is niet te traceren. Wij gaan alleen akkoord met een berekening die is gebaseerd op de standaard kentallen die te vinden zijn op de website van BIJ12: https://www.bij12.nl/emissie-bemesting/#7/52.131/5.249. De kaart van Nederland is ingedeeld op basis van mestdeelgebieden. Op deze kaart kun je het gebied opzoeken waarin het project plaatsvindt. Er verschijnt een id-nummer van het gebied en daaronder de NH3emissie in kg/ha/jaar waarmee gerekend kan worden in AERIUS calculator. Deze gegevens kun je dan invullen in Aerius. De reden waarom niet is aangesloten bij de informatie van BIJ12 is als volgt. De kaart van BIJ12 is onvoldoende gedetailleerd. Er wordt immers 1 emissiegetal/ha per gemeente gehanteerd. Het detailniveau sluit niet aan bij het detailniveau dat de habitatrichtlijn vereist, namelijk op perceelniveau met verschillen in gewassen met eigen emissienormen, bemestingstypen etc. Wij hebben daarom gemeend of de methode te hanteren, die samengevat is in tabel 5.1 en opgenomen in bijlage II. 5.3.2
Extern salderen
Inslag 12 Genemuiden Vebe produceert in de bestaande situatie tapijt op de productielocatie aan de Inslag 12 te Genemuiden. Deze locatie heeft daarvoor een onherroepelijke vergunning ingevolge de Wnb gedateerd 11 december 2015, kenmerk 2015/0404941, zaaknummer Z-HZ_NB-2015-0048223192865. De volgende vergunde bronnen worden ingezet voor extern salderen: − Emissie van NOx vanwege het verstoken van gas van 1,2 miljoen m3 in backingstraat 1. In de aanvraag om Wnb-vergunning van Inslag 12 is de emissie van NOx vanwege aardgasverbruik van de backingstraat als aparte bron gemodelleerd. Echter, de emissie van deze NOx treedt op uit de schoorsteen en niet afzonderlijk. Deze emissie kan derhalve worden gesaldeerd. Provinciaal beleid beperkt de omvang tot 70% van de vergunde emissie. Verstoken van 1 m3 aardgas resulteert in 9 Nm3 rookgas met een emissieeis van 70 mg NOx per m3. Er wordt derhalve extern gesaldeerd met: 70% x 1,2 miljoen x 9 x 70 mg = 529,2 kg NOx per jaar. − Het voormelde wordt ook gedaan met het aardgas van backingstraat 2. Er wordt derhalve extern gesaldeerd met: 70% x 1,2 miljoen x 9 x 70 mg = 529,2 kg NOx per jaar. − De bestaande backingstraat 1 wordt voorzien van een gaswasser. Daarmee wordt een reductie van de NH3-emissie bewerkstelligd van 90%. De vergunde emissie bedraagt 3.252,6 kg NH3/jaar, dus 0,9 x 3252,6 = 2.927,3 kg NH3/jaar kan worden gesaldeerd.
Provinciaal beleid beperkt de omvang tot 70% van de vergunde emissie. Er wordt derhalve extern gesaldeerd met: 70% x 2.927,3 = 2.049,1 kg NH3. − Het voormelde wordt ook gedaan met de emissie van NH3 van backingstraat 2. Er wordt derhalve extern gesaldeerd met: 70% x 2.927,3 = 2.049,1 kg NH3.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 24
Agrariër Cellemuiden 23 Tussen de beoogde nieuwe locatie van Vebe en het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is een bestaand agrarisch bedrijf gelegen aan de Cellemuiden 23. Het bedrijf beschikt niet over een vergunning ingevolge de Wnb. Wel beschikt het bedrijf over een (milieu)toestemming naar nationaal recht (vergunning Wet milieubeheer 20 maart 1997, kenmerk Wm/97/04) op relevante Europese referentiedatum (24 maart 2000) en is sindsdien onafgebroken op die locatie aanwezig geweest. De vergunde activiteiten betreft het houden van: − 95 stuks melkkoeien ouder dan 2 jaar (A1.100). − 60 stuks jongvee jonger dan 2 jaar (A3.100). Voormelde activiteiten behelst een ammoniakemissie naar huidig recht van: − 95 stuks melkkoeien ouder dan 2 jaar (A1.100) x 13 kg NH3/jaar/dierplaats = 1.235 kg NH3/jaar. − 60 stuks jongvee jonger dan 2 jaar (A3.100) x 4,4 kg NH3/jaar/dierplaats = 264 kg NH3/jaar. De agrariër is bereid om 600 kg NH3 te verkopen (daarvan mag 70% worden ingezet voor salderen). 5.4
Model, berekening en resultaten
Voormelde uitgangspunten zijn verwerkt in Aerius Calculator v2021.1. In bijlage IV zijn de invoergegevens en rekenresultaten weergegeven. Uit de rekenresultaten blijkt de stikstofdepositie in de toekomstige eindsituatie niet hoger is dan in de referentiesituatie, behoudens op de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Het betreft 0,05 mol/ha/jaar in het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en 0,04 mol/ha/jaar in ‘Rijntakken’. Dat die toename echter niet leidt tot significante effecten op de Natura 2000-gebieden, wordt navolgend uiteengezet. 5.5
Randeffecten
Bij het updaten van de AERIUS Calculator 2020 naar AERIUS Calculator 2021 worden emissies tot 25 km van de bron meegenomen. Hierdoor ontstaan zogenaamde randeffecten. De uitvoeringsinstantie Bij12 heeft voor de beoordeling van dergelijke randeffecten een aparte handreiking daarvoor opgesteld: Handreiking omgaan met randeffecten 25 km in AERIUS C21.8 Navolgend wordt geciteerd uit deze handreiking. Randeffecten zijn effecten die bij een verschilberekening tussen de referentiesituatie en de beoogde situatie kunnen ontstaan, waarbij in de beoogde situatie emissiepunten op andere plekken zijn gelegen t.o.v. van bronnen uit de huidige situatie. Indien voorgaande het geval is, kan het zijn dat randeffecten optreden op of rond de stikstofgevoelige habitats die rond de 25 km van de emissiepunten liggen. In deze zone worden in de verschilberekening depositie toe- of afnames berekend, doordat de maximale rekenafstand van 25 km van de emissiepunten wordt gehanteerd. De emissiepunten uit de referentiesituatie hebben dan geen of een gedeeltelijke overlap met de emissiepunten uit de beoogde situatie. In afbeelding 10 is een dergelijke situatie grafisch weergegeven.
8
https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2022/01/Handreiking-omgaan-met-randeffecten-25-km.pdf
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 25
Afbeelding 10: schematische weergave randeffecten In de handreiking is uitgelegd hoe met deze randeffecten moet worden omgegaan. In onderstaand kader zijn de stappen weergegeven die doorlopen dienen te worden om te beoordelen of sprake is van randeffecten.
Afbeelding 11: stappenplan voor vaststellen randeffecten Naar aanleiding van de toename van 0,05 mol/ha/jaar in het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en 0,04 mol/ha/jaar in ‘Veluwe’ is beoordeeld of de overschrijding wordt veroorzaakt door randeffecten. Voormelde stappen zijn verwerkt in de meest recentste versie van Aerius Calculator (versie juni 2022). Daarin is het mogelijk om de rekenresultaten te presenteren op alle hexagonen en op de hexagonen, onder uitsluiting van de hexagonen met een randeffect. In afbeelding 12 zijn de rekenresultaten weergegeven, waarbij alle hexagonen zijn betrokken.
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 26
Afbeelding 12: rekenresultaten op alle hexagonen In afbeelding 13 zijn de rekenresultaten weergegeven, waarbij de hexagonen met het randeffect zijn uitgesloten.
Afbeelding 13: rekenresultaten op hexagonen, onder uitsluiting van hexagonen met randeffect
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 27
Aangetoond is dat ter plaatse van de hexagonen in de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken, waar sprake is van een toename van de stikstofdepositie, deze veroorzaakt worden door randeffecten en geen sprake is van een daadwerkelijke overschrijdingen. De Wet natuurbescherming vormt derhalve geen belemmering voor het vaststellen van de bestemmingsplan. 6
Samenvatting en conclusie
In opdracht van Vebe Floorcoverings B.V. is door Cauberg Huygen B.V. onderzoek verricht naar de effecten vanwege de beoogde activiteiten op natuurgebieden vanwege de nieuwe productielocatie op bedrijventerrein Zevenhont Zuid te Genemuiden. De aanleiding van het onderzoek is het voornemen om een nieuwe tapijtfabriek met warehouse (Vebe) te realiseren. In verband met het voornemen is een onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk naar de effecten op de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied, waardoor deze significante gevolgen kan hebben waarvoor het gebied is aangewezen. Uit het onderzoek is gebleken dat de verstoringsfactoren geluid en stikstofdepositie mogelijk relevant zijn. Ter bepaling van de geluideffecten is het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege de voorgenomen productielocatie berekend op het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied. Uit de rekenresultaten blijkt dat het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) vanwege het plangebied lager is dan 42 dB(A). Nu het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) ruim lager is dan de grenswaarde van 47 dB(A) zijn negatieve effecten van geluid niet te verwachten. Ter bepaling van de stikstofdepositie is een berekening gemaakt in Aerius Calculator.
Significante gevolgen zijn uit te sluiten ingeval (geheel of gedeeltelijk) gesaldeerd wordt met het huidig gebruik van agrarische gronden, vergund gebruik van de bestaande productielocatie van Vebe alsmede met vergund gebruik van een agrarische inrichting met handhaving van het agrarisch gebruik in afgeslankte en aangepast vorm. Cauberg Huygen B.V.
De heer mr. ing. M.J.M. Blankvoort MBA Senior adviseur
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV
Uitgangspunten geluid Vebe Uitgangspunten emissie bemesten agrarische percelen Bewijsmiddelen beheersovereenkomst Berekening stikstofdepositie eindsituatie
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 28
Bijlage I Uitgangspunten geluid Vebe
Bestemmingsplan Zevenhont Zuid Voortoets Wet natuurbescherming, actualisatie 2022
04706-52126-19v2 21 juli 2022 Pagina 29
Bezoekadres: Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle
Notitie
04706-52126-06 Bestemmingsplan Zevenhont Zuid te Genemuiden Akoestisch onderzoek Vebe Floorcoverings B.V.
Postadres: Hoofdweg 70 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584
Datum
Referentie
Behandeld door
11 februari 2021
04706-52126-06
H. Veerman
Inleiding In opdracht van Vebe Floorcoverings B.V. (hierna: Vebe) is door Cauberg Huygen B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de herziening van het bestemmingsplan Zevenhont Zuid te Genemuiden. De aanleiding van het onderzoek is het voornemen om een nieuwe tapijtfabriek met warehouse te realiseren. Vanwege dit voornemen zal het bestemmingsplan herzien moeten worden. Het onderzoek heeft als doel het bepalen van de optredende geluidniveaus van de inrichting op woningen van derden in de nabije omgeving. De berekende geluidniveaus worden voor dit onderzoek in eerste instantie getoetst aan de richt- en grenswaarden uit de ‘Handreiking industrielawaai en vergunningverlening’. Het onderzoek is uitgevoerd conform de ‘Handleiding meten- en rekenen industrielawaai 1999’, zijnde de rekenmethode ex artikel 110d Wgh jo. hoofdstuk 2 van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012’ (Stcrt. 2012, 11810). Deze notitie doet verslag van het onderzoek. Bedrijfsgegevens 2.1
Situering
De nieuwe locatie van Vebe ligt aan de Nieuwe Weg (N759) te Genemuiden, ten zuiden van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont. In afbeelding 1 is de ligging van het de nieuwe locatie van Vebe (rode omlijning) ten opzichte van de kern Genemuiden en de omgeving weergegeven.
Afbeelding 1: situatie
In de directe omgeving zijn woningen van derden gelegen, waarbij de dichtstbijzijnde woning aan de Cellemuiden 19 is gesitueerd. Deze woning is gelegen aan de oostzijde op een afstand van circa 400 uit de terreingrens van de inrichting. 2.2
Hoofdactiviteiten
VEBE Floorcoverings B.V. betreft een bedrijf dat zich in hoofdzaak bezig houdt met het produceren van tapijt. De feitelijke productie gerelateerde werkzaamheden op het bedrijfsterrein vinden plaats in de productiehallen van het bedrijf. Daarnaast zijn transportbewegingen, laad- en losactiviteiten, intern transport, technische installaties, machines en overige stationaire geluidbronnen relevant voor de geluidemissie van het bedrijf. 2.3
Representatieve bedrijfssituatie
Op de inrichting zijn verschillende installaties in bedrijf en vinden activiteiten plaats die representatief zijn voor de bedrijfsvoering. Navolgend is een overzicht van de activiteiten die binnen de inrichting (hierna: het terrein) kunnen plaatsvinden. In diverse hallen worden productiewerkzaamheden uitgevoerd, waardoor relevante geluidniveaus optreden in de ruimte. Navolgend worden de ruimten nader toegelicht: o Garenloods In de garenloods worden de verschillende grondstoffen opgeslagen, zoals garens en doeken. De aanvoer geschiedt per as en ter plaatse van de dockshelter vindt verlading plaats. In deze hal worden de geluidniveaus voornamelijk bepaald door rijdende elektrische heftrucks. Het geluidniveau is derhalve niet hoger dan 60 dB(A) en daarbij niet relevant voor het akoestisch onderzoek. Op het dak van deze hal zijn 4 technische installaties voorzien met ieder een geluidvermogenniveau van 80 dB(A). o Tuft Cartex Bestemmingsplan Zevenhont Zuid te Genemuiden Akoestisch onderzoek Vebe Floorcoverings B.V.