CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

8b. Bijlage 2 - Nota Jeugdbeschermingsregio Overijssel kwetsbare Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Raadsvergadering 16 september 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Brieven van het college6.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jeugdbeschermingsregio Overijssel IJsselland en Twente

Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Utrecht, juli 2021

De accounthoudende wethouder aan het woord namens de Jeugdbeschermingsregio Overijssel:

Op deze punten uit het rapport zijn we trots: Als Twente en IJsselland hebben wij met onze netwerkpartners al langere tijd een goede en prettige samenwerking. Onze samenwerking kenmerkt zich door partnerschap. Onze motivatie hiervoor is intrinsiek. We zijn verbonden, hebben korte lijnen en handelen daadkrachtig. De reactie op dit rapport is dan ook een gezamenlijke Overijsselse reactie. Onze samenwerking is cruciaal voor goede zorg en vraagt om dagelijkse investering van ons allemaal. Het doet ons goed dat de inspectie onze vruchtbare samenwerking ook opmerkt en vertrouwen heeft in hoe wij het in Overijssel met elkaar vormgeven.

Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag:

Wat gaan jeugdigen en ouders hiervan merken?

In Overijssel hebben we een stevige basis gelegd, die perspectief biedt voor wat er nog komen gaat. We houden onze koers vast en blijven investeren in onze samenwerking. Dit bouwen we uit waar dit een meerwaarde heeft voor de jeugdigen en ouders om wie het gaat. Ondanks het feit dat het nu nog lukt om voldoende uitvoerende professionals te werven en te behouden, zien we ook dat de kwetsbaarheid toeneemt. In Overijssel ontwikkelen we daarom o.a. een strategische HR-agenda gedwongen kader jeugd, ten behoeve van deze arbeidsmarkt die ook bij ons onder druk staat

Betrokkenheid van jeugdigen en ouders is in Overijssel een groot goed. Dit vergroten wij door met hen om tafel te gaan in plaats van over hen te spreken. Bij het opstellen van een gedragen koers, willen we meer uitgaan van de ambitie en het toekomstperspectief van het gezin. Jeugdigen, ouders en evt. netwerk zijn immers de mensen die het verschil kunnen maken. Wij faciliteren. Door onze samenwerking lukt het steeds beter om deze gedachtegang in de praktijk te brengen. Ons uitgangspunt is altijd goede en passende zorg en ondersteuning, in samenspraak met jeugdige en ouders.

Samenvatting Dit rapport maakt deel uit van het toezichttraject Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: inspecties). In de voortgangsrapportage van oktober 2020 hebben de inspecties gevraagd om een doorbraakaanpak voor alle kinderen met een jeugdbeschermings- en/of reclasseringsmaatregel. Deze aanpak moet ertoe leiden dat elk kind met een dergelijke maatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt. Dit rapport van de inspecties geeft antwoord op de vraag of de regio Overijssel hierin is geslaagd. Bevindingen en conclusies Tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De regio Overijssel is er op een enkele uitzondering na in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor deze kinderen. Tijdig passende hulp De regio Overijssel is er grotendeels in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel. De doorbraakaanpak in de regio’s heeft vrijwel helemaal tot het gewenste resultaat geleid.

De regio Overijssel maakt de wettelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een tijdig kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel voldoende waar. In Overijssel is sprake van een goede samenwerking tussen verschillende partijen (GI’s, gemeenten en aanbieders) die dezelfde grondhouding delen. Het gezamenlijk uitgangspunt is dat de passende hulp die nodig is voor een jeugdige met een maatregel geleverd wordt. Zowel IJsselland als Twente geven aan dat gemeenten te maken hebben met krappe budgetten, maar dat gemeenten de hulp die volgens de jeugdbeschermer en het gezin nodig is, financieren wanneer het gaat om hulp die onder de Jeugdwet valt en de aanbieder voldoet aan de voorwaarden die tussen de gemeenten en aanbieder zijn overeengekomen. Daarnaast zijn de jeugdhulpregio’s zich bewust van de schaarste aan (gespecialiseerde) gezinshuizen en de doorstroom 18-/18+ en pakken dit aan. Vervolg Tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Jeugdbescherming Overijssel af. Over de landelijk werkende instellingen (Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en William Schrikker Stichting) rapporteren de inspecties wat betreft deze normen op geaggregeerd niveau in het landelijke rapport.

Tijdig passende hulp Op basis van hun bevindingen hebben de inspecties voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen in Overijssel, onder regie van de accounthoudende regio, er op een enkele uitzondering na structureel in slaagt elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. Daarmee sluiten de inspecties het traject in deze regio af. Om de positieve ontwikkelingen vast te houden en te kunnen aanscherpen, hebben de inspecties een aantal aandachtspunten voor de regio Overijssel geformuleerd:   

Aandacht houden voor voldoende (financiële) ontwikkelruimte bij GI’s Oplossen ‘gedoe’ rond woonplaatsbeginsel tot januari 2022 Gemeentelijke afspraken maken over hulp aan jeugdigen die 18 jaar worden door o.a. het stroomlijnen van de overgang van Jeugdwet naar Wmo

3 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

 

Vasthouden aan de samenwerking in Overijssel tussen GI’s, aanbieders, gemeenten, Veilig Thuis en Raad voor de Kinderbescherming Voortzetten doorbraakaanpak bij complexe casuïstiek

De inspecties zien tot slot dat er landelijk belemmeringen zijn in het tijdig bieden van passende hulp. De inspecties spreken de stelselverantwoordelijke ministers hierop aan in het landelijke rapport.

4 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Inhoudsopgave 1 Inleiding ...........................................................................................................................6 1.1 1.2 1.3

Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd ..............................................................6 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel .....................................................6 Opzet van het onderzoek .........................................................................................7

2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio ........................................................................8 2.1 2.2

Beschrijving jeugdbeschermingsregio Overijssel ..........................................................8 Beschrijving betrokken GI’s ......................................................................................8

3 Indruk na de monitoringsfase ............................................................................................ 10 3.1 3.2

Beschrijving doorbraakaanpak ................................................................................ 10 Beeld op basis van monitoring ................................................................................ 10

4 Resultaten van de verdiepende praktijktoets ....................................................................... 12 Bevindingen op basis van de normen ................................................................................ 12 5 Conclusie ........................................................................................................................ 19 5.1 5.2 5.3

Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers ............................................................................................... 19 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp ............................ 19 Vervolg ................................................................................................................ 20

5 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

1 Inleiding Dit rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV) geeft antwoord op de vraag of elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel 1 in de jeugdbeschermingsregio 2 Overijssel tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt.

1.1 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd In het najaar van 2019 hebben de inspecties in het rapport en signalement met de titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De inspecties oordeelden dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid nam om kinderen te beschermen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp zouden krijgen. Hierop hebben de inspecties een intensief toezicht traject ingezet.

1.2 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel In 2020 en 2021 volgden de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn.

De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidstaak Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen. Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 IVRK).

In de voortgangsrapportage van oktober 2020 deden de inspecties verslag van de eerste bevindingen. De inspecties zagen dat er voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet, maar stelden tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde waren. Om die reden hebben de inspecties gevraagd om een doorbraak te forceren voor alle kinderen met een jeugdbescherming of -reclassering maatregel door middel van een onorthodoxe actiegerichte aanpak. De doorbraakaanpak moest ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer wordt toegewezen, tijdig een gedragen koers is uitgezet en dat tijdig passende hulp wordt ingezet die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter tijdig wordt uitgevoerd.

1 2

Hiermee worden zowel kinderbeschermingsmaatregelen als ook jeugdreclasseringsmaatregelen bedoeld. De inspecties zijn bij het toezicht in de regio’s uitgegaan van de gebieden waarbinnen een regionale gecertificeerde instelling werkzaam is en benoemen deze gebieden in het rapport als ‘jeugdbeschermingsregio’. Voor de meeste jeugdbeschermingsregio’s komen deze grenzen overeen met de provinciegrenzen van één of twee provincies. In Noord- en Zuid-Holland zijn twee regionale gecertificeerde instellingen werkzaam.

6 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

1.3 Opzet van het onderzoek Monitoring Van oktober 2020 tot februari 2021 hebben de inspecties de doorbraakaanpak van elke jeugdbeschermingsregio gemonitord, door frequente gesprekken met accounthoudende 3 wethouders of afgevaardigde ambtenaren te voeren. In deze gesprekken werd telkens de stand van zaken omtrent bovengenoemde normen en de doorbraakaanpak besproken. Verdiepende praktijktoets In februari en maart 2021 hebben de inspecties tijdens de verdiepende praktijktoets getoetst of kinderen met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer, gedragen koers en passende hulp hebben. Dit hebben zij gedaan door middel van dossiertoetsen, gesprekken met kinderen, ouders en jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders. In dit rapport staan de resultaten en conclusies van deze praktijktoets.

3

Voor elke gecertificeerde instelling is binnen de jeugdbeschermingsregio een accounthoudende jeugdhulpregio aangewezen die naar andere jeugdhulpregio’s acteert bij risico’s van discontinuïteit.

7 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio 2.1 Beschrijving jeugdbeschermingsregio Overijssel Overijssel heeft twee jeugdhulpregio’s, namelijk Twente (Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Hellendoorn, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen/Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden) en IJsselland (Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, OlstWijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle). Beide jeugdhulpregio’s hebben een eigen inkoopstructuur en een visie op jeugdhulp in de regio. Er is veel contact tussen beide jeugdhulpregio’s om samenhang voor inwoners die jeugdhulp nodig hebben zoveel mogelijk te borgen. Inkoop Jeugdhulp in Overijssel IJsselland: In IJsselland is het Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (hierna: RSJ IJsselland) het regionale samenwerkingsverband voor de elf gemeenten als het gaat om de uitvoering van de taken uit de Jeugdwet. IJsselland werkt met sociaal contacteren, waarbij het gesprek met aanbieders de basis is voor het ontstaan van diensten en producten. Het uitgangspunt hierbij is dat professionals goed kunnen aangeven welke hulp nodig is en waar de behoeften van inwoners liggen. Door het gesprek met gemeenten te voeren, ontstaan er afspraken over de diensten en producten die nodig zijn voor inwoners en die aanbieders kunnen organiseren.

Gemeenten gebruiken de input van aanbieders om de contracten zo op te stellen dat deze passen bij de visie die RSJ IJsselland geformuleerd heeft en voldoen aan de behoeften voor inwoners die hulp nodig hebben. Na 2021 gaat IJsselland starten met een nieuwe inkoopperiode met een doorontwikkeling van het huidige inkoopmodel. Het gaat dan om alle jeugdhulp, met uitzondering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering. “Sociaal contracteren gaat uit van co-creatie, terwijl de klassieke aanpak vooral eenrichtingsverkeer is”. Website RSJ IJsselland

Twente: In Twente hebben de veertien gemeenten zich rond de integrale inkoop van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning (Wmo) georganiseerd in het samenwerkingsverband OZJT/Samen14 (hierna: OZJT). In januari 2019 heeft het OZJT voor minimaal vier jaar contracten afgesloten met aanbieders. De inkooporganisatie stelt twee keer per jaar de doorlopende tender open voor nieuwe instroom van jeugdhulpaanbieders. Het OZJT beoordeelt of de inschrijvingen van potentiele aanbieders aan hun gestelde eisen voldoen. Op deze manier bouwt het OZTJ aan de voorkant een sluisfunctie in. Voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering is de financiering geregeld middels een subsidieverordening voor de duur van vier jaar. Deze loopt af op 31 december 2022. De visie van het OZJT is dat Twentse inwoners moeten kunnen beschikken over goede, professionele zorg wanneer ze die nodig hebben. De inwoner leeft zo zelfstandig en zelfsturend mogelijk en woont thuis of dichtbij huis. Gemeenten hebben het OZJT de opdracht meegegeven om de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken en om resultaat gericht te werken.

2.2 Beschrijving betrokken GI’s In Overijssel zijn drie gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (GI’s) actief, namelijk: Jeugdbescherming Overijssel (hierna: JbOV), Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (hierna: LJ&R) en William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSS).

8 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

JbOV is een regionaal georganiseerde GI die zich richt op een brede doelgroep. LJ&R en de WSS zijn werkzaam in heel Nederland als landelijk werkende GI. Beide GI’s richten zich op een specifieke doelgroep. LJ&R heeft te maken met gezinnen en jongeren die vastlopen in complexe situaties en met meervoudige problematiek. Het gaat hierbij vaak om langdurige problematiek. De WSS biedt ondersteuning en hulp aan kinderen met een (verstandelijke) beperking of chronische ziekte, en/of aan kinderen van ouders met een beperking.

9 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

3 Indruk na de monitoringsfase “We zijn al twee jaar lang heel nadrukkelijk bezig met de verbetering van de jeugdbeschermingsketen in IJsselland en Twente.” (Monitoringsgesprek 3 november 2020)

Tijdens de monitoringsfase van oktober 2020 tot en met februari 2021 voerden de inspecties vier gesprekken met twee contractmanagers die als contactpersonen zijn aangewezen voor de jeugdbeschermingsregio van JbOV. Vanaf het tweede gesprek waren naast de contactpersonen vertegenwoordigers van JbOV aanwezig. Tijdens deze gesprekken bespraken de aanwezigen de stand van zaken en de doorbraakaanpak met de inspecties.

3.1 Beschrijving doorbraakaanpak In Overijssel werken de jeugdhulpregio’s al langere tijd intensief aan de verbetering van de beschermingsketen. Om deze reden is er geen nieuwe doorbraakaanpak ingericht tijdens het begin van de monitoringsfase. De regio IJsselland gaf aan dat het belangrijk was om goed zicht te krijgen op de aantallen jeugdigen waar het om gaat, zodat de aanpak hierop afgestemd kon worden. Twente startte met overleggen tussen wijkteam en jeugdbescherming voor alle gevallen waarvan in de registratie geen passende hulp zichtbaar was. Hieruit bleek dat een aantal jeugdigen wel al hulp ontving en dat voor anderen de hulp snel geregeld kon worden. De standaard werkwijze in zowel IJsselland als in Twente houdt in dat in de doorbraakaanpak jeugdbeschermers casuïstiek die vastloopt, multidisciplinair bespreken. De deelnemers aan tafel kunnen verschillen in discipline, afhankelijk van de inhoud van de casus. De bedoeling van deze overleggen is dat de hulp georganiseerd gaat worden. Mocht het lastig zijn om hulp in te zetten, is het belangrijk om de reden hiervan te weten. Een analyse van knellende casuïstiek kan helpen om structurele verbeteringen te realiseren. Overijssel is aan het eind van de monitoringsfase begonnen met de inzet van de doorbraakmethodiek van het Instituut Publieke Waarden.

Het doel van deze methode is om samen met de jeugdbescherming, gemeenten en vier aanbieders te komen tot een oplossing voor jeugdigen die op dat moment nog geen passende hulp ontvangen. Twente heeft ook de banden met de aanbieders verder aangetrokken om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor de groep kinderen die nog geen passende hulp ontvangt.

3.2 Beeld op basis van monitoring  Tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers Tijdens de monitoringsfase gaven de jeugdhulpregio’s in Overijssel aan dat het bij alle GI’s lukt om meteen na aanmelding een vaste jeugdbeschermer aan een jeugdige te koppelen. Om dit te kunnen blijven realiseren gaf JbOV aan dat het belangrijk is dat de hele beschermingsketen goed met elkaar in gesprek is. In Overijssel is sprake van een ‘ketenoverleg’ waar besproken wordt wat wel en niet goed verloopt in de keten. “Als de Raad opeens ‘de tas leeg maakt’ dan lukt het niet altijd meteen een vaste jeugdbeschermer te koppelen. Dan volgen tijdelijke constructies waarbij de veiligheid in kaart wordt gebracht en de contactpersoon meteen aan de slag gaat om te doen wat nodig is. Als uitgezette acties uitgevoerd moeten worden, doen wij dat wel in die zes weken. We hebben een ketenoverleg, waarin we bespreken wat werkt in de keten. Als ketenpartners moet er gezamenlijk op dit soort situaties geanticipeerd worden.” (Manager GI)

10 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Overijssel heeft geen specifieke doorbraakaanpak ingezet op een ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer en een tijdig, gedragen koers’. De gedragen koers is volgens de deelnemers aan het monitoringsoverleg op orde. Er ligt altijd binnen zes weken een plan, waarin richting is uitgezet met het gezin. Het kan wel gebeuren dat het langer dan zes weken duurt voordat beide ouders het plan ondertekenen.  Tijdig passende hulp In november hadden Twente en IJsselland in beeld hoeveel jeugdigen in de regio Overijssel langer dan drie maanden wachtten op hulp en welke jeugdigen wel hulp ontvangen, maar die niet passend is. Het ging in november 2020 om 120 jeugdigen in Twente en 33 jeugdigen in IJsselland. In Twente en IJsselland bleek dat voor het grootste deel van de jeugdigen snel passende hulp georganiseerd kon worden. De inzet van de lokale teams, overlegtafels en de doorbraakaanpak van het Instituut Publieke Waarden hebben geholpen bij een daling van aantallen jeugdigen die wachtten op hulp. De verwachting van de regio was dat tijdens de verdiepende praktijktoets in Twente het nog moeilijk zou zijn om voor ongeveer twintig jeugdigen passende hulp te bieden en in IJsselland zou het vermoedelijk gaan om zes jeugdigen.

“(..) de belemmeringen zijn wel specifieker geworden. Bijvoorbeeld in IJsselland is nu duidelijk dat de hulp aan 18-/18+ een probleem is. De Centrale toegang Wmo loopt anders dan in de Jeugdwet, dat is ingewikkeld omdat een jeugdige daar pas aangemeld kan worden als hij 18 is. De afspraak is op dit moment dat jongeren langer mogen blijven bij de jeugdhulpaanbieder. Dat geldt dan als overbrugging naar Wmo hulp. Dit kan echter niet in alle gevallen en dan komen de jongeren terug in het netwerk. Voor sommige jeugdigen blijkt dat ze een ander woonplaatsbeginsel hebben en dus elders hulp moeten ontvangen (of in ieder geval de financiering). De vraag hoe IJsselland met deze groep omgaat ligt nu voor bij de medewerkers van de Toegang.” (Medewerker RSJ)

“Elke gemeente heeft een lijst gekregen met casuïstiek waarbij geen passende hulp geboden wordt of nog niet is gestart. De medewerker Toegang en medewerkers van de GI’s kijken in eerste instantie samen naar deze lijst en daarmee kon een deel van de lijst al geschrapt worden, omdat er al passende hulp geboden werd. (…) Daar waar het nog niet gelukt is gaat Twente het thematisch aanpakken. Wachten op zorg heeft vaak te maken met een tekort aan diagnostisch onderzoek, begeleid wonen, beschermd wonen, plekken in gezinshuizen, specialistische hulp (bv gericht op ASS). Twente gaat dit verder inventariseren en analyseren. Daarnaast is het op dit moment in Twente echt een probleem om een crisisplek te vinden” (Medewerker OZJT)

11 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

4 Resultaten van de verdiepende praktijktoets In dit hoofdstuk geven de inspecties hun conclusies uit de verdiepende praktijktoets weer per norm. De inspecties hebben in Overijssel voor 32 dossiers onderzocht, 8 gesprekken met jeugdbeschermers gevoerd en 8 gesprekken met ouders en jeugdigen. De inspecties hebben kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Naast het uitdiepen van de casussen hebben zij ook in algemene zin met jeugdbeschermers, zorgaanbieders en jeugdhulpregio’s gesproken over de beschikbaarheid van (specialistische) jeugdhulp. Op basis hiervan kunnen zij een nadere duiding en een richting geven van de bevorderende factoren en van de knelpunten bij de tijdige inzet van passende jeugdhulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel.

Bevindingen op basis van de normen Norm 1

Tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel Vast: De jeugdbeschermer blijft gedurende de uitvoering van de OTS verbonden aan het gezin, of de wisseling van jeugdbeschermer vindt voorspelbaar / op vaste momenten plaats (bijv. na de afronding van het plan van aanpak). Er is hooguit één wisseling wegens verloop of ziekte. Bij wisseling komt het gezin niet bij bureaudienst / wachtlijstbeheer terecht. Tijdig: Binnen vijf werkdagen nadat de GI in kennis is gesteld is een jeugdbeschermer aan het kind / gezin gekoppeld.

Bevindingen De regio Overijssel is er met één uitzondering in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Overijssel tijdig een vaste jeugdbeschermer had. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal 32 casussen beoordeeld op een vaste jeugdbeschermer. In één geval is het niet gelukt om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen. Ouders ervaren ook dat jeugdbeschermers direct kunnen beginnen. De inspecties zagen geen verschillen voor IJsselland of Twente. De regio Overijssel is al langere tijd bezig met het verbeteren van de jeugd-beschermingsketen. Om te zorgen dat JbOV de personele bezetting op orde heeft en houdt, heeft JbOV een doorlopende vacature voor nieuwe jeugdbeschermers. Het streven is om altijd medewerkers 'op de bank' te hebben zitten, zodat verzuim of verloop snel opgevangen kan worden. Bij de landelijke werkende instellingen (hierna: LWI) LJ&R en WSS zijn voor deze norm in Overijssel geen belemmeringen gevonden.

12 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Bevorderende factoren 

Voldoende personeel beschikbaar in de regio.

Goed personeelsbeleid: verloop en verzuim is redelijk laag, goed inwerkprogramma en faciliteiten voor medewerkers, etc.

Bij JbOV is er sprake van overcapaciteit wat personeel betreft. Er is altijd iemand beschikbaar als er een collega uitvalt, of als er ineens een hogere instroom van zaken is. Er is daardoor geen wachtlijst en jeugdbeschermers kunnen meteen beginnen met het opbouwen van contact.

De jeugdbeschermer is altijd aanwezig op zitting, meestal betreft dit de jeugdbeschermer die ook de zaak aan zijn caseload toegevoegd krijgt. Als het niet lukt, in verband met vakantie of een andere werkdag, is er een collega aanwezig die aan het gezin laat weten wie contact met hen op gaat nemen en hun aanspreekpunt is.

Bij complexe zaken, koppelen de GI’s twee jeugdbeschermers aan het gezin.

Zowel JbOV als de WSS sturen heel concreet op de processen vanaf de aanvang van de maatregel. Medewerkers ervaren deze sturing als steunend. Bij JbOV houden leidinggevenden met een digitaal dashboard bij hoe de voortgang van de maatregel verloopt. Na aanmelding kijkt de leidinggevende of er face-to-face contact is binnen vijf dagen. Wanneer dit niet lukt, volgt er een gesprek met de jeugdbeschermer om te onderzoeken waar dit mee te maken heeft. Mocht een jeugdbeschermer bijvoorbeeld vastlopen, kan de leidinggevende ervoor kiezen om een collega jeugdbeschermer te laten ondersteunen. Door concreet te sturen, ervaren leidinggevenden dat ze snel jeugdbeschermers kunnen ondersteunen, adviseren of soms kunnen herinneren aan de openstaande actie. De volgende fase is het ontstaan van het plan van aanpak. Dit proces volgt de leidinggevende op dezelfde manier. De informatie die het dashboard oplevert geeft JbOV informatie over de stand van zaken betreffende de wettelijke normen, maar ook geeft het inzicht in het welzijn en behoeften van de medewerkers.

13 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Norm 2

Voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers

Tijdig: De koers is tijdig wanneer deze binnen zes weken is bepaald, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. Gedragen: De koers is gedragen als deze is uitgezet in samenspraak met het gezin, netwerk en met betrokken professionals. Wensen, behoeften, mogelijkheden van jeugdigen, ouders en netwerk zijn bekend bij hulpverleners. De jeugdige en ouders bepalen, binnen hun mogelijkheden, in samenspraak met de hulpverlener de hulpvraag en de doelen van de geboden hulp. Koers: Er is sprake van een koers bij een jeugdbeschermingsmaatregel als de doelen en de noodzakelijke hulp zijn bepaald, die leiden tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging / het recidiverisico. De inspecties spreken van een koers en niet van een ‘plan’. In de praktijk wordt de koers vastgelegd in een plan, maar het plan is het middel, niet het doel. Het moet voor hulpverleners, jeugdigen en hun ouders duidelijk zijn wat de doelen van de hulp zijn en hoe hieraan gewerkt wordt. De doelen en afspraken zijn haalbaar, concreet en ontwikkelingsgericht.

Bevindingen De regio Overijssel is er op een enkele uitzondering na in geslaagd om tijdig een gedragen koers uit te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Overijssel tijdig een gedragen koers had. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal 28 casussen beoordeeld op de aanwezigheid van een koers. In alle gevallen is er sprake van een koers, in 25 casussen is er ook sprake van gedragenheid, wat in de meeste gevallen ook betekent dat de jeugdbeschermer met de kinderen in gesprek gaat, luistert en hun mening verwerkt in het plan. Het uitgangspunt is dat de jeugdbeschermer de kinderen altijd spreekt of ziet, tenzij het niet mogelijk is. Bij twee casussen is de gedragenheid niet te achterhalen. In één geval geeft een ouder aan het niet eens te zijn met de uitgezette koers. In alle casussen, op één na, was er sprake van een tijdige koers. De inspecties zien voor deze norm geen verschillen tussen de GI’s die werkzaam zijn in de regio Overijssel. Ook zijn er geen verschillen zichtbaar voor de jeugdhulpregio’s Twente en IJsselland.

Bevorderende factoren 

Omdat de medewerker al bij de zitting aanwezig is, is er snel face-to-face contact met het gezin. Er wordt meteen gebouwd aan het opbouwen van een relatie.

Ouders zijn positief over de beschikbaarheid van de jeugdbeschermers. Laagdrempeligheid zorgt volgens hen voor meer contact en uiteindelijk voor meer vertrouwen

Goed luisteren naar het gezin en aansluiten bij de behoefte en snelheid die bij het gezin past.

14 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Deskundigheid van jeugdbeschermers.

“We hebben alles samen met de jeugdbeschermer besproken. We hadden zelf ook ideeën en daar is naar geluisterd. Het is belangrijk dat je als ouders en kind serieus genomen wordt. En in –naam jeugdbeschermer- hebben we vertrouwen maar een ots was niet nodig geweest. We werken immers mee. (Ouder)

“Door aan te sluiten en veel contact te hebben én door duidelijk te zijn, ontstaat er een koers. Goed luisteren naar iedereen is daarbij belangrijk. Ook naar het kind luisteren.” (Jeugdbeschermer)

Belemmerende factoren 

Ouders in een complexe scheiding zijn soms lastig op één lijn te krijgen. “Vader was het niet eens met de koers. Hierdoor kon de hulp ook niet ingezet worden. Vader is nodig bij de oplossing.” (dossier)

“Om tot goede afspraken over co-ouderschap en omgangsregeling te komen, moeten beide ouders meewerken. Bij deze ouders heeft eerdere inzet van ONS, voorafgaand aan de OTS niet gewerkt. In vechtscheidingen werkt dit belemmerend voor het maken van een plan. Heeft vervolgens ook effect op passende hulp.” (Jeugdbeschermer)

15 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Norm 3

Tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico.

Passende hulp: Hulpverleners bieden hulp die aansluit bij de problematiek, ontwikkelingsbehoefte en mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders. Daarnaast is de hulp bij een jeugdbeschermingsmaat-regel passend wanneer professional(s) kunnen toelichten en ouders/jeugdige ervaren dat de hulp bijdraagt aan het opheffen van de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk verminderen van het recidiverisico. De hulp is passend als deze overeenkomt met het plan, dat een gedragen koers bevat. De hulp is ook passend als blijkt dat professional en gezin het ingezette alternatief passend vinden. Tijdig: De hulp is tijdig wanneer binnen drie maanden na het uitspreken van de maatregel passende hulp is ingezet, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. De hulp is niet gestart als na de intake het kind / gezin op een wachtlijst terecht komt. Indien het kind / gezin heeft moeten wachten op passende hulp, maar deze is in de doorbraakaanpak tot stand gekomen, dan beoordelen de inspecties dit positief.

Bevindingen De regio Overijssel is er met enkele uitzonderingen in geslaagd om tijdig passende hulp die leidt tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico, in te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat bijna elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Overijssel tijdig passende hulp kreeg. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal voor 32 casussen met een maatregel beoordeeld of de passende hulp tijdig is ingezet. De hulp was voor 30 jeugdigen passend. In twee gevallen was er nog geen sprake van passende hulp of nog niet in zijn geheel. Voor één gezin was er wel hulp ingezet voor de ouders, maar niet voor de jeugdige. In de andere situatie was er nog geen contact gelegd met ouders, waardoor de passende hulp nog niet was afgestemd en gestart. Vijfmaal was er geen sprake van tijdige inzet van hulp. In drie gevallen komt dit door een wachttijd bij de aanbieder en in een andere situatie kon nog niet alle hulp starten. De jeugdige wachtte op het moment van het toezicht negen maanden op psychomotore therapie (PMT).

In een casus van LJ&R was er sprake van geen tijdige passende hulp, omdat er problemen waren met de beschikbaarheid van het hulpaanbod. Het gezinshuis dat voor deze casus passende hulp kon bieden, was niet door de betreffende gemeente gecontracteerd. Inspecties zien dat de regio Overijssel de onderliggende knelpunten die hieronder beschreven onderkennen, maar dat deze nog niet zijn weggenomen.

Bevorderende factoren 

In de regio Overijssel is een breed algemeen hulpaanbod door de inkooporganisaties ingekocht. Jeugdbeschermers geven over het algemeen aan dat ze passende hulp voor de jeugdigen en de gezinnen kunnen organiseren. Dit brede aanbod bestrijkt complexe hulp, maar niet de meest complexe maatwerkoplossingen.

16 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Goede samenwerking tussen de jeugdhulpregio’s IJsselland en Twente. De jeugdhulpregio’s stemmen regelmatig af en zijn zich ervan bewust dat een goede samenwerking ten goede komt aan de gezinnen met een maatregel. In de gesprekken noemen jeugdbeschermers dat er vaak korte lijnen tussen GI’s en lokale teams zijn. Afstemmen gaat goed en helpt bij het vinden van passende hulp bij vastlopende casuïstiek. Jeugdbeschermers kunnen bij JbOV gebruik maken van de ‘opschalingsladder’, wanneer er wachttijden zijn voor het inzetten van passende hulp. De afspraken over de stappen voor opschaling zijn gemaakt met gemeenten, lokale teams en intern bij de GI. De eerste stap is dat de jeugdbeschermer laagdrempelig contact zoekt met het team toegang van de betreffende gemeente. Mocht de wachttijd langer zijn dan zes weken kan de jeugdbeschermer intern opschalen naar de gedragswetenschapper of een teammanager. Als de wachttijd langer dan 12 weken is, kan de teammanager contact zoeken met de gemeente en mocht het gaan om een wachttijd langer dan 24 weken, dan schakelt de GI het RSJ IJsselland of het OZJT in in. Deze neemt vervolgens contact op met de gecontracteerde aanbieder.

“Duurt het te lang dan gebruik ik de opschalingsladder van 8 april. Na 3 tot 6 weken kan ik de gemeente inschakelen via het team toegang Na 6 tot 12 weken kan de teammanager of gedragswetenschapper contact opnemen met de aanbieder waarop gewacht wordt. Als het langer dan 12 weken duurt neemt de teammanager contact op met de gemeente. En als het langer is dan 24 weken, nemen we met het RSJ contact op.” (jeugdbeschermer)

Belemmerende factoren 

4

Er is veel aanbod van hulp, echter jeugdbeschermers geven aan veel tijd kwijt te zijn met het zoeken naar passende hulp als het gaat om zeer complexe zorgvragen. Hoog-specialistische hulp is niet altijd beschikbaar. “Ik denk dat ik wel 70% Forensische psychiatrie is bijvoorbeeld moeilijk te vinden. bezig ben met kantoorwerk. Vooral het zoeken naar een Per gemeente is de toeleiding naar hulp anders geregeld. Voor passend aanbod kost veel jeugdbeschermers betekent dit dat ze goed moeten weten tijd.” (Jeugdbeschermer) waar hun cliënt woont en vervolgens moeten uitzoeken hoe de toeleiding geregeld is. Dit kost tijd. Jeugdbeschermers geven aan dat ze geholpen zouden zijn met één manier van aanmelden, zonder dat het postcode van de cliënt van invloed is. Soms is er onduidelijkheid over welke gemeente de hulp voor een cliënt moet betalen. Bijvoorbeeld wanneer er onduidelijkheid is over het woonplaatsbeginsel. In 2017 heeft de VNG een convenant 4 opgesteld om gemeenten de gelegenheid te geven om de knelpunten in gezamenlijkheid op te lossen. De gemeenten in Overijssel hebben onderling geen duidelijke afspraken gemaakt over hoe ze omgaan met het woonplaatsbeginsel, waardoor jeugdbeschermers ervaren dat het lastiger kan zijn om passende hulp in te zetten.

Microsoft Word - Convenant Woonplaatsbeginsel Jeugd VNG.docx

17 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

In Twente is zichtbaar op de website dat het OZJT zich voorbereidt op de wijziging van de wet:

“Om het woonplaatsbeginsel eenduidiger te maken en beter te laten aansluiten op de doelen van de Jeugdwet, wordt per 1 januari 2022 de Jeugdwet gewijzigd (Wet wijziging woonplaatsbeginsel). Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Het bepaalt ook welke gemeente de jeugdhulp betaalt. In de praktijk blijkt het soms ingewikkeld om te bepalen welke gemeente (financieel) verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Januari 2022 klinkt nog ver weg. Maar deze wetswijziging is een forse administratieve en inhoudelijke operatie voor gemeenten en zorgaanbieders. Gemeenten zullen als eerste moeten starten met het uitzoeken van hun jeugdigen. Hier zijn de meeste gemeenten al mee aan de slag of in ieder geval treffen zij voorbereidingen hierop. Het uitzoekwerk van het complete bestand jeugdigen moeten gemeenten per 1 juli hebben afgerond om het vervolgens bij te houden. Om het nieuwe woonplaatsbeginsel te kunnen toepassen moeten gemeenten en jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen hun administratieve processen gaan aanpassen.” (Website OZJT/Samen14)

Een maatwerkaanbod voor complexe hulp is vaak lastig te vinden. Het gaat dan bijvoorbeeld om een combinatie van GGZ-diagnoses bij één cliënt. Aanbieders geven aan dat ze geen aanbod hebben, of ze breken de behandeling af, omdat ze geen combinatieaanbod kunnen bieden. Het gevolg is dat de jeugdbeschermer opnieuw op zoek moet gaan naar passende hulp en dat ouders soms ten einde raad zijn.

Gebrek aan (gespecialiseerde) gezinshuizen.

“Binnen de gezinshuizen is er sprake van een structureel probleem. Goede groepen gaan namelijk dicht omdat het niet meer rendabel is, de Hoenderloo groep bijvoorbeeld. Het was juist een goede mix, want het was een open instelling met goede regels, structuur en sterke begrenzing. Ik mis deze tussenstap nu in het zorgaanbod. Het is jammer dat het aanbod steeds beperkter wordt. Jongeren die moeilijk geplaatst worden, hebben te maken met complexe problematiek. Daar is weinig plek voor.” “Voorbeeld: Een bepaald gezinshuis vond zichzelf gespecialiseerd en had geen afspraken of een contract met een gemeente. Ze hebben hun handen ervan af getrokken, omdat de gemeente niet wilde betalen voor de extra hulp. De gemeente is hier strenger in geworden. Kwaliteit wordt dan bewaakt, maar het zorgt ook voor een kleiner aanbod. Een jeugdbeschermer wil weten waar een kind terecht kan i.p.v. hoelang hij moet wachten. Een collega van mij, ook jeugdbeschermer, zoekt gezinshuizen via Linkedin. Het zou toch anders moeten kunnen. Ik zou graag meer centraal het overzicht willen hebben van de beschikbare hulp. Gemeenten zelf hebben ook geen zicht op de wachtlijsten.” (Jeugdbeschermer)

Wachttijden voor allerlei vormen van diagnostiek.

Weinig aanbod beschikbaar voor traumatherapie, forensische psychiatrie en crisisopvang.

Op het gebied van tijdige inzet van passende hulp voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel zijn geen verschillen per jeugdhulpregio zichtbaar.

18 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

5 Conclusie 5.1 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De inspecties hebben in oktober 2020 aan alle jeugdbeschermingsregio’s een termijn van vier maanden gesteld om te zorgen dat elke jeugdige met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer heeft en dat voor elk kind met een maatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet. De inspecties hebben in maart 2021 een praktijktoets uitgevoerd in Overijssel om te toetsen of aan deze norm is voldaan. De inspecties stellen vast dat de regio voor wat betreft de jeugdigen met een maatregel die wordt uitgevoerd door Jeugdbescherming Overijssel op een enkele uitzondering na aan de norm voldoet. Om kwalitatief goed uitvoering te geven aan een jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregel, heeft een GI nodig dat het personeelsbestand op orde is en ruimte biedt voor onvoorziene situaties. JbOV werkt met een flexibele poule van jeugdbeschermers die meteen inzetbaar zijn wanneer dat nodig is. Daarnaast is het belangrijk dat een GI kan investeren in de deskundigheid en het werkplezier van hun medewerkers. Dit vraagt (financiële) bewegingsruimte bij de GI. In Overijssel lukt het de GI en de jeugdhulpregio’s om samen voorwaarden te creëren waardoor jeugdigen met een maatregel en hun ouders vanaf de start een vaste jeugdbeschermer hebben.

Over de landelijk werkende instellingen (LJenR en WSS, Briedis, JVV) rapporteren de inspecties wat betreft deze normen op geaggregeerd niveau in het landelijke rapport.

5.2 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp De inspecties hebben in oktober 2020 aan alle jeugdbeschermingsregio’s een termijn van vier maanden gesteld om te zorgen dat elke jeugdige met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp ontvangt. De inspecties hebben maart 2021 een praktijktoets uitgevoerd om te toetsen of aan deze norm is voldaan. De inspecties stellen vast dat de regio Overijssel grotendeels aan de norm voldoet. De doorbraakaanpak in de regio heeft vrijwel tot het gewenste resultaat geleid. Voor jeugdigen en gezinnen die te maken krijgen met jeugdbescherming is het nodig dat de noodzakelijke hulp zonder vertraging wordt ingezet. De ontwikkeling van de jeugdige wordt ernstig bedreigd, de jeugdbeschermer heeft beperkt de tijd om in gedeelde verantwoordelijkheid met de ouders de ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige af te wenden. Een ondertoezichtstelling wordt hooguit voor een jaar uitgesproken. Een maatregel kán worden verlengd, maar de inspecties vinden het niet acceptabel wanneer deze verlenging het gevolg is van niet tijdige inzet van hulp. De inspecties vinden het dan ook positief dat de regio Overijssel er met de doorbraakaanpak voor het overgrote deel in is geslaagd om de noodzakelijke hulp tijdig in te zetten en dat de regio dit wil voortzetten voor jeugdigen met een maatregel.

Dit bevordert de mogelijkheden die een jeugdbeschermer heeft om samen met de jeugdige en zijn gezin de noodzakelijke stappen te zetten die leiden tot de afwending van de ontwikkelingsbedreiging. Het is de inspecties gebleken dat de regio de wettelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel voldoende waarmaakt. In Overijssel is sprake van een goede samenwerking tussen verschillende partijen (GI’s, gemeenten en aanbieders) die dezelfde grondhouding delen. Het uitgangspunt is dat de passende hulp die nodig is voor een jeugdige met een maatregel geleverd wordt. Zowel IJsselland als Twente geven aan dat gemeenten te maken hebben met krappe budgetten, maar dat gemeenten de hulp die volgens de jeugdbeschermer en het gezin nodig is, financieren wanneer het gaat om hulp die onder de Jeugdwet valt en de aanbieder voldoet aan de voorwaarden die tussen de gemeenten en aanbieder zijn

19 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

overeengekomen. Bij onduidelijkheid voeren de GI’s en de gemeente samen het gesprek om te komen tot een oplossing. Daarnaast zijn de jeugdhulpregio’s zich bewust van de schaarste aan (gespecialiseerde) gezinshuizen en de doorstroom 18-/18+ en maken ze hier beleid op.

5.3 Vervolg Om de positieve ontwikkelingen vast te houden en te kunnen aanscherpen, hebben de inspecties hebben een aantal aandachtspunten voor de regio Overijssel geformuleerd:  Aandacht behouden voor voldoende (financiële) ontwikkelruimte bij GI’s  Oplossen ‘gedoe’ rond woonplaatsbeginsel tot januari 2022  Gemeentelijke afspraken maken over hulp aan jeugdigen die 18 jaar worden door oa. het stroomlijnen van de overgang van Jeugdwet naar Wmo  Vasthouden samenwerking tussen partners in Overijssel  Voortzetten doorbraakaanpak bij complexe casuïstiek De inspecties hebben op basis van hun bevindingen voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen in Overijssel, onder regie van de accounthoudende regio, er op een enkele uitzondering na structureel in slaagt elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. Daarmee sluiten de inspecties het traject in deze regio af. De inspecties zien dat er landelijk belemmeringen zijn in het tijdig bieden van passende hulp. Zij spreken de stelselverantwoordelijke ministers hierop aan in het landelijke rapport.

20 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk. www.igj.nl

21 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10501487/1