7.1.d. Advies milieu Principeverzoek (Solvaprit) Gildeweg 1 Hasselt Z2021-00003297-001
Tekst van het document
Advies milieu Fuite (Solvaprit), Gildenweg 1, Hasselt Zaaknummer IJVI: Z2021-00003297-001
Olo-nr: n.v.t. Gegevens bevoegd gezag: Bevoegd gezag: Opdrachtgever: Contactpersoon: Telefoonnummer: E-mailadres: Datum adviesaanvraag: Opstellers/datum: Naam:
Telefoonnummer: E-mailadres: Datum advies:
Gemeente Zwartewaterland Nils Brasser 06-14833366 n.brasser@zwartewaterland.nl 5 juli 2021
Harrie Beuvink (vergunningverlening) Paula van der Horst-Entius (geluid en milieuzonering) Peter de Gooijer (geluid) Anneke Donkersloot (geur) Peter Oldersma (externe veiligheid) 06-20240325 (Harrie Beuvink) h.beuvink@odijsselland.nl 23 september 2021
Inleiding De gemeente Zwartewaterland heeft de Omgevingsdienst IJsselland advies gevraagd over de plannen van Gebrs. Fuite b.v. Veevoeders om onder de bedrijfsnaam Solprovit activiteiten te starten aan de Gildenweg 1 in Hasselt. Centrale vraag is of de beoogde activiteiten vergelijkbaar zijn met de ter plaatse geldende maximale milieucategorie 3.2. Projectomschrijving. De plannen zijn om het oude pand van Vebe (Gildenweg 1 te Hasselt) te veranderen. In dit pand aan de voorkant een kantoor te maken. Aan de achterkant van het pand docks maken voor de vrachtwagens en nieuwe beplating aan de buitenkant. Naast de bestaande pand komt een nieuw pand te staan. Het mengen van melkpoeder, vitamines en mineralen tot een premix-veevoeder. Het bewerkingsproces bestaat uitsluitend uit het droog mengen van de genoemde grondstoffen. Er wordt nadrukkelijk opgemerkt geen gebruik te maken van persing (er wordt geen warmte/vocht/ mechanische energie toegevoegd). Ook wordt geen melasse toegevoegd. Verder vindt alle aan- en afvoer plaats over de weg (geen schepen).
Beoordelingskader Voor de toets milieuzonering in dit advies is gebruik gemaakt van de handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG, uitgave 2009. In bijlage 1 van de VNG handreiking 2009 wordt een basislijst gegeven met verschillende bedrijfsactiviteiten, installaties en opslag van stoffen ingedeeld in een milieu categorie en worden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar richtafstanden gegeven tot woningen of andere gevoelige bestemmingen. Wanneer deze woningen of gevoelige bestemmingen zijn gelegen in een gemengd gebied met bedrijvigheid of in de nabijheid van hoofdinfrastructuur, kan de richtafstand met één afstandstap worden verlaagd naar de richtafstand behorend bij de eerst onderliggende categorie (VNG § 2.3). Wanneer er wettelijke grenswaarden en afstanden gelden zijn die leidend boven de richtafstanden. Volledigheidshalve is hier wel al te vermelden dat door de VNG in mei 2019 de handreiking milieuzonering Nieuwe stijl is gepubliceerd, waarmee wordt voorgesorteerd op de verbrede reikwijdte en beoordelingssystematiek bij ruimtelijke plannen onder de Omgevingswet. Deze handreiking vervangt op den duur de VNG handreiking 2009. In paragraaf 1.4 van de milieuzonering nieuwe stijl is aangegeven, dat voor zover de huidige bestemmingsplannen nog van kracht zijn, bij inpassing van een (bedrijf-) activiteit de huidige systematiek (VNG 2009) nog van kracht blijft.
Voor dit plan kan nog gebruik worden gemaakt van de VNG handreiking 2009. Bestemmingsplan De planlocatie Gildenweg 1 te Hasselt heeft in het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Zwartewaterland’ de enkelbestemming bedrijventerrein met functieaanduiding bedrijf tot en met categorie 3.2. Er kan worden afgeweken van de gebruiksregels, voor de vestiging van een bedrijf dat naar aard en omvang gelijk is te stellen met de genoemde categorie van bedrijven, mits dit bedrijf in vergelijking met de aangegeven categorie bedrijven geen grotere en/of onevenredige afbreuk doet aan het woon-, werk- en leefmilieu door hinder en/of gevaar. Beoordeling milieuaspecten Bij het initiatief zijn diverse rapporten en onderzoeken (geur, geluid ed.) gevoegd en deze zijn in relatie tot de gestelde vraag beoordeeld. Per milieuaspect wordt hierop ingegaan. Geur Gebrs. Fuite B.V. heeft een principeverzoek ingediend voor herontwikkeling van de bedrijfslocatie aan de Gildenweg 1 te Hasselt. De huidige fabriekshallen op het terrein zullen worden behouden voor opslag van ingrediënten en eindproducten en er wordt een nieuwe bedrijfshal gebouwd met een maximale bouwhoogte van 32 meter voor de
premixfabriek waar menging van grondstoffen plaatsvindt. Jaarlijks zal 100.000 ton premix worden geproduceerd in 6.000 uren per jaar (ma-vr, 24 uren/dag, 50 weken/jaar). Dit is ca. 17 ton per uur. Het plangebied ligt in het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Zwartewaterland’ (vastgesteld op 21 mei 2015) en heeft de enkelbestemming ‘bedrijventerrein’, functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ en gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’. De maximale richtafstand voor categorie 3.2 is 100 meter. De activiteit ‘veevoederfabriek, mengvoeder p.c. < 100 t/u’ (SBI-2008 code 1091-5) uit de Staat van bedrijfsactiviteiten van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering, is het meest passend bij de activiteiten van Solprovit. Kanttekening hierbij is dat bij Solprovit geen perslijnen zullen worden gebruikt. Genoemde activiteit behoort tot milieucategorie 4.1 met richtafstanden van 200 meter voor geur, 50 meter voor stof, 30 meter voor geluid en 200 meter voor gevaar. Met milieucategorie 4.1 wordt niet voldaan aan de bepaling uit het bestemmingsplan.
In artikel 6.5 van het bestemmingsplan is echter en afwijkingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van de vestiging van een bedrijf dat naar aard en omvang gelijk is te stellen met de daar genoemde categorieën van bedrijven, mits dit bedrijf in vergelijking met de aangegeven milieucategorieën van bedrijven geen grotere en/of onevenredige afbreuk doet aan het woon-, werk- en leefmilieu door hinder en/of gevaar. Er dient derhalve te worden aangetoond dat voor het aspect geur (en gevaar) een afstand van 100 meter ook voldoende is en dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon-, werk-, en leefmilieu door geurhinder. In een geuronderzoek (ref. 2) is de geuremissie van de activiteiten van Solprovit geraamd en is de geurbelasting van de omgeving met een verspreidingsmodel berekend. De resultaten zijn getoetst aan de Beleidsregel geur bedrijven (niet-veehouderijen) Overijssel 2018. In dit advies wordt het geuronderzoek beoordeeld en wordt tevens beoordeeld of er geen grotere en/of onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon-, werk- en leefmilieu door geurhinder dan een bedrijf uit de milieucategorie 3.2. Opmerking 1 De geuremissie van Solprovit wordt geraamd op basis van een emissiekental dat is afgeleid van metingen die door Buro Blauw zijn uitgevoerd aan een maal-menglijn van een diervoederbedrijf.
Omdat bij Solprovit niet zal worden gemalen is het aannemelijk dat het gebruik van dit emissiekental tot een overschatting van de geraamde geuremissie leidt. Dit is akkoord.
Opmerking 2 De Beleidsregel geur bedrijven (niet-veehouderijen) Overijssel 2018 is als beoordelingskader gebruikt. Op basis van metingen door Buro Blauw van de hedonische waarde van de geur tijdens productie van premixen elders, is de geur gekarakteriseerd als een ‘minder hinderlijke’ geur. Soprovit is een nieuwe inrichting waarvoor het aanvaardbaar geurhinderniveau in principe wordt vastgesteld op de streefwaarde (art. 5). Dit is akkoord. Opmerking 3 In de geurverspreidingsberekening is de bebouwing op het perceel gemodelleerd als een blokvormig ‘vervangingsgebouw’ met de afmetingen: 134,7 meter x 99,8 meter x 31,0 meter (lengte x breedte x hoogte). Dit modelmatige gebouw ligt op de locatie van de bestaande bebouwing maar is aanzienlijk hoger dan de bestaande bebouwing. Het nieuwe gebouw wordt ten zuidoosten van dit modelmatige gebouw gerealiseerd en heeft een hoogte van 32 meter. De geuremissiepunten zijn gemodelleerd op 4 fictieve punten verdeeld over het ‘vervangingsgebouw’. Zie afbeeldingen.
Omdat in de bestaande bedrijfshallen opslag van ingrediënten en eindproducten zal plaatsvinden en in het nieuwe bedrijfsgebouw de grondstoffen zullen worden gemengd, mag worden verwacht dat het zwaartepunt van de geuremissies juist bij het nieuwe bedrijfsgebouw zal liggen. In het geuronderzoek (ref. 2) zijn de geuremissies teveel op het noordelijk deel van het terrein geplaatst. Omdat de dichtstbij gelegen geurgevoelige objecten noordoost, noord en noordwest zijn gelegen, geeft deze te noordelijke plaatsing van de emissiepunten een overschatting van de berekende geurbelasting. De berekende waarden zijn daardoor aan de veilige kant.
Opmerking 4 In tabel 4 van het geuronderzoek worden de resultaten van de berekeningen gepresenteerd en worden deze vergeleken met de streefwaarden conform de Beleidsregel geur bedrijven (niet-veehouderijen) Overijssel 2018. In de tabel zijn echter enkele onjuiste streefwaarden genoemd: voor categorie B is de streefwaarde 6,0 ouE/m3 als 99,9-percentiel (en niet 10 ouE/m3) en voor categorie A gelden de streefwaarden 1,0 ouE/m3 als 99,5-percentiel en 2,0 ouE/m3 als 99,9-percentiel (en niet 1,5 en 10 ouE/m3). In de figuren 4.2 en 4.3 worden overigens wel de juiste percentielwaarden getoond. Opmerking 5 Uit de resultaten van de geurverspreidingsberekeningen in tabel 4 van het geuronderzoek blijkt dat bij de geurgevoelige objecten in de omgeving van Solprovit kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde streefwaarden uit de Beleidsregel geur bedrijven (niet-veehouderijen) Overijssel 2018. Hiermee is in voldoende mate aannemelijk gemaakt dat de voorgenomen activiteiten van Solprovit aan de Gildenweg 1 in Hasselt geen grotere en/of onevenredige afbreuk zullen doen aan het woon-, werken leefmilieu door geurhinder dan een bedrijf uit de milieucategorie 3.2. Conclusie geur Het geuronderzoek (ref. 2) gaat uit van een geraamde geuremissie op basis van metingen elders. De geraamde geuremissie lijkt overschat en is daarmee een veilige aanname.
In de modelberekeningen in het geuronderzoek zijn de geuremissiepunten in het noordelijke deel van het terrein geplaatst, terwijl het zwaartepunt van de geuremissie naar verwachting op het zuidelijk deel van het terrein zal liggen (ter hoogte van het nieuwe bedrijfsgebouw). Hierdoor is de geurbelasting van de dichtstbij gelegen geurgevoelige objecten in het geuronderzoek naar verwachting overschat. Uit het geuronderzoek blijkt dat bij de geurgevoelige objecten in de omgeving van Solprovit kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde streefwaarden uit de Beleidsregel geur bedrijven (niet-veehouderijen) Overijssel 2018. Hiermee is in voldoende mate aannemelijk gemaakt dat de voorgenomen activiteiten van Solprovit aan de Gildenweg 1 in Hasselt geen grotere en/of onevenredige afbreuk zullen doen aan het woon-, werk- en leefmilieu door geurhinder dan een bedrijf uit de milieucategorie 3.2. Geluid In het principeverzoek is terecht opgenomen dat dient te worden aangetoond dat de geluidbelasting van de beoogde bedrijfsactiviteiten vergelijkbaar zijn met een categorie
3.2 bedrijf. Het akoestisch onderzoek industrielawaai is echter, anders dan vermeld in het principeverzoek, nog niet uitgevoerd. Notitie geluid Voor het aspect geluid zijn de milieugevolgen voor het deelaspect geluid beschouwd in een notitie. De notitie is gericht op de inpasbaarheid van de nieuwe veevoederfabriek wat betreft het aspect geluid binnen de zone van het industrieterrein, maar toont niet aan dat de bedrijfsactiviteiten vergelijkbaar zijn met een bedrijf van milieucategorie 3.2. In de notitie is genoemd dat de nieuwe inrichting gebruik kan maken van de geluidruimte op de zonegrens van de huidige inrichting (tapijtenproducent Vébé). In de basis is dit correct, maar benadrukt moet worden dat, om te bepalen of de bedrijfssituatie van Solprovit inpasbaar is in de geluidzone, een zonetoets door de zonebeheerder moet worden uitgevoerd. Beoordeling geluideffecten Om te bepalen of andere of grotere effecten uit het oogpunt van geluid te verwachten zijn, is achtereenvolgens gekeken naar de voorgenomen activiteiten in het bestaande bedrijfsgebouw, in de nieuw te bouwen mengtoren en op het buitenterrein. De activiteiten in het bestaande bedrijfsgebouw betreffen, volgens het principeverzoek, opslag van ingrediënten en gereed (half-)product.
Dergelijke activiteiten zijn niet voorbehouden aan bedrijven van een hogere milieucategorie, maar zijn gebruikelijk (ook) gebruikelijk voor de representatieve bedrijfssituatie van bedrijven van milieucategorie 3.2. Als gevolg van het mengen in de mengtoren zijn in het gebouw relevante geluidniveaus te verwachten, met mogelijk significante geluiduitstraling van gevels als gevolg. Zoals de notitie terecht benoemd kan in het ontwerp rekening worden gehouden met het aspect, waardoor geluidemissie naar de omgeving kan worden beperkt. Dit betreft voldoende geluidisolatie van gevels en daken alsmede geluiddempers ter plaatse van ventilatieopeningen, luchtroosters, en dergelijke. De rijroutes van vrachtwagens op het buitenterrein, enkele tientallen per werkdag, zijn relatief kort. Wel zal er sprake zijn van geluidemissie als gevolg van laad- en losactiviteiten. Ook hiervoor geldt dat dit gebruikelijke activiteiten zijn voor bedrijven van zowel milieucategorie 3.2 als 4.1. Gelet op de beoordeling hiervoor is de conclusie dat geen andere of grotere geluideffecten te verwachten zijn dan milieucategorie 3.2.
Ten slotte dient te worden opgemerkt dat, zo blijkt uit het principeverzoek, Vebe en de nieuwbouw van Fuite gedurende enige tijd naast elkaar in werking kunnen zijn. Niet duidelijk is hoe lang dit het geval is. Uitgangspunt bij dit advies is dat de duur hiervan beperkt is, ten hoogste enkele maanden, zodat deze situatie verder buiten beschouwing kan blijven in de beoordeling van de inpasbaarheid. Conclusie geluid Het is aannemelijk dat de effecten op het gebied van geluid niet groter zijn dan een milieucategorie 3.2 bedrijf. Externe veiligheid De activiteiten die Solprovit gaat uitvoeren aan de Gildenweg 1 zal met name betrekking hebben op het droog mengen van melkpoeder, vitamines en mineralen tot een premix-veevoeder. Er wordt geen gebruik gemaakt van persing. Uit navraag bij het bedrijf zullen de volgende gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. stofnaam Propionzuur (vloeibaar) Kopersulfaat (vast) Zinksulfaat (vast) Zinkoxide (vast)
ADR klasse 8
Bijkomend gevaar Brandbaar (ADR 3)
Opslaghoeveelheid 2 IBC’s van 1000 liter
9 9 9
geen geen geen
Totaal 50 ton. In zakken van 25 kg of big bags van 1000 kg.
BEVI In de toelichting bij het adviesverzoek staat aangegeven dat het BEVI niet van toepassing is omdat de hierboven opgesomde grondstoffen buiten het toepassingsgebied van het BEVI vallen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de opslag van propionzuur niet in dezelfde ruimte mag worden opgeslagen als de vaste gevaarlijke stoffen (kopersulfaat, zinksulfaat en zinkoxide). Is dit wel het geval dan ontstaat de combinatie van brandbare gevaarlijke stof in combinatie met een niet brandbare gevaarlijke stof met een zwavelverbinding. Omdat het dan zal gaan om meer dan 10 ton in één opslagruimte is het BEVI wel van toepassing. Uit de plattegrondtekening moet straks blijken of deze stoffen inderdaad gescheiden zullen worden opgeslagen. Overigens blijkt dat in het kader van het vigerende bestemmingsplan voor de Gildenweg 1 te Hasselt geen risicovolle bedrijven zijn toegestaan. Mocht het bedrijf zich willen vestigen aan de Gildenweg 1 te Hasselt dan mag het dus geen BEVI inrichting zijn. Uit navraag bij de initiatiefnemer is gebleken dat het propionzuur niet in de loods wordt opgeslagen waar de overige gevaarlijke vaste stoffen (zinksulfaat, kopersulfaat en zinkoxide) zullen worden opgeslagen. Hiermee vindt gescheiden opslag plaats en is het BEVI niet van toepassing.
BRZO Ook het BRZO is niet van toepassing omdat de drempelwaarden uit de richtlijn Seveso III bijlage 1 niet worden overschreden. De vaste gevaarlijke stoffen (ADR 9) hebben allen de classificatie aquatisch toxisch 1. Voor deze stoffen geldt een drempelwaarde van 100 ton. Met maximaal 50 ton in opslag wordt dit niet overschreden. De vloeistof propionzuur is ontvlambaar categorie 3. Van deze vloeistof mag maximaal 5000 ton aanwezig voordat het BRZO van toepassing is. Met een opslag van maximaal 2000 liter wordt de drempelwaarde niet overschreden. PGS 15 en PGS 31 De opslag van gevaarlijke stoffen aan de Gildenweg 1 te Hasselt moet wel voldoen aan de PGS 15 richtlijn. Omdat er meer dan 10 ton ligt opgeslagen is hoofdstuk 4 van toepassing. Doordat propionzuur gescheiden wordt opgeslagen van de andere gevaarlijke vaste stoffen geldt beschermingsniveau 4 en zijn er geen extra eisen t.a.v. branddetectie en bluswatervoorziening voorgeschreven. Het propionzuur wordt opgeslagen in 2 IBC vaten van 1000 liter. Als de IBC-container of een transporttank wordt vastgekoppeld aan een installatie waarbij wordt gebruik gemaakt van vaste verbindingen, met de bedoeling deze voor langere tijd aan de installatie (menger) te verbinden, dan valt deze IBC-container of transporttank onder het toepassingsgebied van PGS 31 hoofdstuk 4.
Wordt de IBC container tijdelijk op het terrein opgeslagen dan geldt PGS 15 hoofdstuk 10. Vigerend bestemmingsplan In het kader van het vigerende bestemmingsplan zijn op de voorgenomen locatie bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. Hierbij geldt een maximale richtafstand van 100 meter. Veevoederbedrijven hebben in het kader van de handreiking bedrijven en milieuzonering een maximale richtafstand van 50 meter voor gevaar. Dit past dus binnen de milieucategorie 3.2. Let wel; gevaar is niet de maatgevende richtafstand voor deze activiteit. Conclusie externe veiligheid: In het kader van externe veiligheid is er geen aanleiding de gewenste ontwikkeling te weigeren. Uit de aangeleverde gegevens blijkt dat het te vestigen bedrijf niet onder het BRZO en/of het BEVI valt. Hiermee past de ontwikkeling binnen het vigerende bestemmingsplan (geen risicovolle bedrijven toegestaan). Ook past een veevoederbedrijf in het kader van gevaar binnen de milieu categorie 3.2. zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Let wel; gevaar is niet de maatgevende richtafstand voor deze activiteit.
Wel moet de opslag van gevaarlijke stoffen voldoen aan de PGS 15 richtlijn waarbij de 50 ton opslag van vast gevaarlijke stoffen (zinksulfaat, zinkoxide en kopersulfaat) moet voldoen aan de regels uit hoofdstuk 4. Voor de opslag van propionzuur in IBC vaten, die gescheiden plaatsvindt van de andere gevaarlijke stoffen, is hoofdstuk 10 van toepassing. Als de IBC-container of een transporttank wordt vastgekoppeld aan een installatie (menger) waarbij wordt gebruikgemaakt van vaste verbindingen, met de bedoeling deze voor langere tijd aan de installatie te verbinden, dan valt deze IBCcontainer of transporttank onder het toepassingsgebied van PGS 31. Bodem Uitgangspunt is dat in het huidige bestemmingsplan de bodemkwaliteit als geschikt is beoordeeld voor de huidige bestemming, namelijk bedrijventerrein tot en met milieucategorie 3.2. Omdat de bodemfunctie van zowel bedrijven van milieucategorie 3.2 als bedrijven van milieucategorie 4.1 gelijk is, namelijk industrie, vormt het aspect bodem geen belemmering voor het afwijken van de gebruiksregel wat betreft de milieucategorie van het bedrijf. Voor het afwijken van de gebruiksregels van het bestemmingsplan (ruimtelijke procedure) is geen bodemonderzoek nodig. Voor de eventueel te volgen vergunningprocedure moet wel een bodemonderzoek worden opgesteld, het zogenaamde 0-onderzoek.
Luchtkwaliteit In principeverzoek is niet ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. Gelet op de activiteiten (mengen, geen perslijn) en de verwachte productiecapaciteit van 100.000 ton/jaar is te verwachten dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt voor luchtkwaliteit. Hiermee is voldoende aannemelijk dat voor het aspect luchtkwaliteit geen andere of grotere effecten te verwachten zijn dan voor een bedrijf van milieucategorie 3.2. Conclusie Luchtkwaliteit Het is voldoende aannemelijk dat voor het aspect luchtkwaliteit geen andere of grotere effecten te verwachten zijn dan voor een bedrijf van milieucategorie 3.2. Vormvrije plan MER beoordeling De activiteiten van de veevoederfabriek worden niet genoemd in onderdeel C of D van deze bijlage, er geldt dus geen m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit aspect vormt geen belemmering voor het afwijken van de gebruiksregel wat betreft de milieucategorie van het bedrijf.
Niet beoordeelde aspecten Naast het in de dit advies genoemde beoordelingen en conclusies zijn er milieuaspecten die niet beoordeeld zijn. Het gaat hierbij om het aspect ecologie en de zogenaamde watertoets. - Voor het aspect ecologie (de beoordeling gebiedsbescherming Natura 2000 en NNN gebieden, soortenbescherming flora en fauna in het kader van de Wet Natuurbescherming en de uitgevoerde AERIUS-berekening) is afstemming nodig met het bevoegd gezag, de provincie Overijssel. - Voor de (beoordeling van de eventuele) watertoets is afstemming nodig met bevoegd waterschap, Drentse en Overijsselse Delta. Advies en conclusie De conclusie van dit advies is dat voor geen van de beoordeelde milieuaspecten andere of grotere effecten te verwachten zijn vanwege de veevoederfabriek, dan het geval zou zijn als gevolg van een bedrijf van milieucategorie 3.2. Het planvoornemen wordt daarmee in de basis inpasbaar geacht. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de concrete milieu hygiënische randvoorwoorden op basis van de vergunningprocedure dienen te worden vastgelegd. Vervolg (vergunningprocedure) Wanneer het initiatief doorgang vindt zal voor deze plannen een vergunning voor de activiteit milieu op basis van de Wabo moeten worden aangevraagd. Aangezien dit tot een andere inrichting leidt dan die er thans gevestigd is zal een oprichtingsvergunning (uitgebreide procedure, 26 weken) nodig zijn.
De vergunningplicht geldt op basis van de maatgevende categorie 9.4.a (het vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren met uitzondering van het vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren die binnen die inrichting worden gehouden) van bijlage 1 van de Bor.