CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 5 - Bodemonderzoek

Raadsvergadering 7 april 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan De Sandvoirt Hasselt25.609 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 - Hasselt

Opdrachtgever: BJZ.NU BV Locatie: Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 8061 HJ Hasselt Mei 2019

Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Tel: 0546 - 63 96 63

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 - Hasselt

Opdrachtgever: BJZ.NU BV Dokter van Deenweg 13 8025 BP Zwolle Locatie: Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 8061 HJ Hasselt Projectcode: 19022116 Rapportagedatum: 19 april 2019 Auteur: ing. J.L. Kienstra

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina

1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses

8 8 8 11 12 13

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

14

6

Literatuur en bronvermelding

16

2

3

4

Bijlagen I II III IV V

Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2019 Boorstaten en legenda boorstaten Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses Resultaten asbestanalyses Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van BJZ.NU BV op een terreindeel aan de Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 te Hasselt door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de uitbreiding van de westelijk gelegen begraafplaats. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat een asbestverdachte puinverharding aanwezig is (deellocatie A) en 2 asbestverdachte druppelzones (deellocaties B en C). De bovengrond van de onderzoekslocatie wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van bestrijdingsmiddelen (OCB) en asbest.

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN 5897, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015; - NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig is en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond de normwaarde overschrijden.

Het veldwerk is uitgevoerd in april 2019 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 1 van 16

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11, aan de oostelijke rand van de van de bebouwde kom van Hasselt. Het centrale punt binnen het te onderzoeken deel van het terrein heeft de RD-coördinaten x = 203.763 en y = 511.351. Het terrein is kadastraal bekend als gemeente Hasselt, sectie F, nummer 656 (ged.). De Dr. H.A.W. van der Vechtlaan is ten noorden van de onderzoekslocatie gelegen. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 8500 m2. Bebouwing en verharding Binnen de onderzoekslocatie staan 3 kleine kantoortjes, die in gebruik waren door de gemeente. Het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie betreft een opslagterrein, dat in gebruik is door de naastgelegen begraafplaats en de gemeente. Het opslagterrein is grotendeels braak, plaatselijk liggen kleine depots met grond en zand (de herkomst en de kwaliteit van deze grond- en zanddepots is niet bkend). Een deel van de toegangsweg op het opslagterrein is verhard met puin (oppervlakte circa 160 m2, deellocatie A). Het overige deel van de onderzoekslocatie is grotendeels in gebruik als moestuincomplex. Plaatselijk bevinden zich kleine schuurtjes op het moestuincomplex. In twee gevallen (deellocaties B en C) is er sprake van een asbestverdachte druppelzone, hiervan is sprake wanneer hemelwater afwatert via een asbesthoudend dak op onverhard terrein).

Door het moestuincomplex loopt een weg, die verhard is met puin (oppervlakte 500 m2, deellocatie A). Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging in verband met de voorgenomen uitbreiding van de westelijk gelegen begraafplaats. Onderhavig onderzoek richt zich op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: puinverharding wegen (500 m2 + 160 m2); - Deellocatie B: druppelzone (5 m2, 2x 2.5 meter x 1.0 meter); - Deellocatie C: druppelzone (2.5 m2, 2.5 meter x 1.0 meter); - Overig terreindeel (circa 8500 m2). De grond- en zanddepots op het opslagterrein vormen geen onderdeel van dit onderzoek. In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan opgenomen. 2.2

Vooronderzoek

Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, bij de heer H. van Leusden van de gemeente Zwartewaterland en bij de Omgevingsdienst IJsselland. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige bestemming. Het zuidwestelijke terreindeel is tot circa 8 jaar geleden gebruikt door een tuincentrum. Op het meest zuidwestelijk gelegen terreindeel werden vermoedelijk planten gekweekt. Er is verder geen informatie bij de gemeente bekend omtrent het tuincentrum. - Er zijn geen bovengrondse of ondergrondse brandstoftanks bekend binnen de onderzoekslocatie. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden.

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 2 van 16

- Door het mogelijke gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt de bovengrond van de gehele locatie beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB). Concrete informatie omtrent het gebruik van bestrijdingsmiddelen is niet bekend. - Met uitzondering van de weg, heeft de onderzoekslocatie volgens de asbestsignaleringskaart van de provincie Overijssel een grote kans op aanwezigheid van asbest. De weg heeft, volgens de asbestsignaleringskaart, een kleine kans op de aanwezigheid van asbest. - De puinverharding van de toegangsweg op het opslagterrein (Deellocatie A) en de weg, die door de onderzoekslocatie loopt, is gefaseerd aangebracht door de gemeente. De kwaliteit van het puin is niet bekend. Een deel van het puin is afkomstig van een puinbreker uit Genemuiden. Er zijn geen productcertificaten beschikbaar. De puinverharding wordt beschouwd als asbestverdacht. De dikte van de puinlagen is niet exact bekend, maar zal vermoedelijk variëren van 0.1 tot 0.5 meter. - Er zijn geen (asbest)bodemonderzoeken van de locatie bekend. 2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Het geohydrologisch profiel van het gebied waarbinnen de locatie is gelegen, is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1: Geohydrologisch profiel. Pakket Diepte (m t.o.v. NAP) 1e watervoerend pakket 0 - 40

Scheidende laag

40 (einde profiel)

Geohydrologische formatie Twente en Kreftenheye

Drente en Tegelen

Samenstelling Zandig klei op matig grove tot uiterst grove, plaatselijk kleibrokjes houdende zanden Zandig klei

Op een afstand van minimaal 1.2 kilometer ten zuidwesten van de locatie, in het zuidwestelijke deel van Hasselt, wordt ten behoeve van de industriële doeleinden grootschalig grondwater onttrokken. De stromingsrichting van het freatisch grondwater en het grondwater uit het 1e watervoerend pakket is waarschijnlijk westelijk. Het maaiveld ligt op circa 0.4 meter + NAP. De grondwaterstand bedraagt circa 1.0 m-mv. Er is geen oppervlaktewater in de directe nabijheid van de onderzoekslocatie.

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 3 van 16

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN 5897, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015; - NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010. De onderzoeksstrategie en het boorplan zijn afgestemd met de Omgevingsdienst IJsselland. Er zijn op basis van het vooronderzoek 3 verdachte deellocaties aan te wijzen: - Deellocatie A: puinverharding wegen (500 m2 + 160 m2); - Deellocatie B: druppelzone (5 m2, 2x 2.5 meter x 1.0 meter); - Deellocatie C: druppelzone (2.5 m2, 2.5 meter x 1.0 meter). Deellocatie A De oppervlakte van de puinverharding bedraagt circa 660 m2 (500 m2 + 160 m2).

Met instemming van de omgevingsdienst worden de toegangsweg op het opslagterrein en de weg ter plekke van het moestuincomplex gezamenlijk onderzocht. Conform norm NEN 5897 dienen 5 inspectiegaten te worden gegraven. Voor een goede monsterverdeling worden 2 extra gaten gegraven. Ter bevestiging van de visuele waarnemingen wordt minimaal 1 mengmonster van de fijne fractie (puin) geanalyseerd op asbest. De inspectiegaten worden gecodeerd als A1 tot en met A7. Deellocatie B en C De deellocaties B en C worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN 5707 wordt voor de druppelzones gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN 5707, paragraaf 6.4.4: verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). Alleen de toplaag van 0.1 m-mv wordt bemonsterd en geanalyseerd. De 2 korte druppelzones ter plekke van deellocaties B worden gezamenlijk onderzocht. De inspectiegaten worden gecodeerd als B1 tot en met B4 en C1 en C2. Overig terreindeel De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN 5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL) en verdacht uit norm NEN 5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor het overige deel van de onderzoekslocatie gebruikt. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten.

De inspectiegaten worden gecodeerd als 1 tot en met 19. De bovengrond wordt aanvullend onderzocht op organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB). In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. In tabel 2 is de onderzoeksstrategie per deellocatie weergegeven. Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 4 van 16

Tabel 2: onderzoeksstrategie. Deellocatie A: puinverharding B: druppelzone C: druppelzone Overig terreindeel

Oppervlakte 660 m2 5 m2 2.5 m2 8500 m2

Gaten tot 0.5 m-mv 7 4 2 13

Boringen tot 1.0 m-mv -

Boringen tot 2.0 m-mv 4

Peilbuis 2

Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan.

Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA Testing een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 12 (meng)monsters (waarvan 7 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld en er worden 2 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 5. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897 onderzocht. In tabel 3 is weergegeven welke analyses worden uitgevoerd. Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 5 van 16

De bovengrond wordt aanvullend op OCB onderzocht. Tabel 3: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket Deellocatie A (puinverharding)

Puinlaag (1x)

Asbest en droge stof Deellocatie B (druppelzone)

Bovengrond (1x)

Asbest en droge stof Deellocatie C (druppelzone)

Bovengrond (1x)

Asbest en droge stof Overig terreindeel

Bovengrond (3x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), OCB, organische stof, lutum en droge stof

Ondergrond (2x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (4x)

Asbest en droge stof

Grondwater (2x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging;

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 6 van 16

streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. 3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 7 van 16

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses en de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en 4.5. en in paragraaf 4.4 en 4.6. worden de resultaten besproken. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in april 2019 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en J. Hartman. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/07). Op 11 april 2019 zijn alleen de 2 peilbuizen geplaatst. Er zijn, vanwege de conserveringstermijn van enkele parameters, geen grondmonsters genomen bij het plaatsen van de peilbuizen. De boringen 1 en 2 worden voor het nemen van de grondmonsters opnieuw verricht. De nieuwe boringen worden gecodeerd als 1A en 2A. Op 26 april 2019 zijn, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 32 inspectiegaten gegraven, waarvan er 6 zijn doorgeboord tot de ondergrond. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. De gemeente Zwartewaterland heeft voor het bemonsteren van de puinverharding een kraan ter beschikking gesteld. Het maaiveld was grotendeels vrij van obstakels en begroeiing en was goed te inspecteren (inspectie-efficiëntie: 90-100%). Plaatselijk kon het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van gras, niet goed geïnspecteerd worden (minder dan 25% van de toplaag kon worden geïnspecteerd; er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen of weinig neerslag).

Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot maximaal 2.7 meter min maaiveld (m-mv) is overwegend matig fijn tot matig grof zand aangetroffen. In de ondergrond zijn leem-, veen-, roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 4). Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen in de bodem of in de puinverharding. Een deel van de puinweg is voorzien van asfaltgranulaat.

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 8 van 16

Tabel 4: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming Deellocatie A A1

0 - 0.15 0.15 - 0.25

Asfaltgranulaat Puin (BSA, Bouw en Sloopafval)

A2

0 - 0.05 0.05 - 0.20

Asfaltgranulaat Puin (BSA)

A3

0 - 0.05 0.05 - 0.10 0.10 - 0.30

Asfaltgranulaat Grind Puin (BSA)

A4

0 - 0.05 0.05 - 0.15 0.15 - 0.30

Asfaltgranulaat Grind Puin (dakpanscherven)

A5

0 - 0.15

Puin (dakpanscherven)

A6

0 - 0.70 0.80 - 1.30

Puingranulaat Uiterst puinhoudend

A7

0 - 0.10

Puingranulaat Overig terreindeel

1A

0 - 0.50

Matig puinhoudend

6

0 - 0.50

Sporen baksteen, sporen plastic

7

0 - 0.40

Sporen puin, resten metaal

8

0 - 0.35

Sporen puin

9

0.50 - 0.90

Sporen puin

10

0 - 0.50

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 5 staat omschreven. Omdat de puinverharding uit diverse soorten materiaal bestaat zijn extra mengmonsters van de fijne fractie geanalyseerd, waaronder een grondmonster ter plekke van gat A6. Tabel 5: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Monsterpunt

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

Deellocatie A MM FF - A1, A2 en A3 (BSA)

A1 A2 A3

0.15 - 0.25 0.05 - 0.20 0.10 - 0.30

Asbest (puin)

MM FF - A4 en A5 (dakpanscherven)

A4 A5

0.15 - 0.30 0 - 0.15

Asbest (puin)

MM FF - A6 en A7 (puingranulaat)

A6 A7

0 - 0.70 0 - 0.10

Asbest (puin)

MM FF - A6 (grond)

A6

0.80 - 1.30

Asbest (grond)

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 9 van 16

Vervolg tabel 5: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Monsterpunt

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

Deellocatie B B - MM FF

B1, B2, B3 en B4

0 - 0.10

Asbest (grond)

0 - 0.10

Asbest (grond)

Deellocatie C C - MM FF

C1 en C2 Overig terreindeel

BG I (puinhoudende grond)

1A, 6 en 10 7 8 9

0 - 0.50 0 - 0.40 0 - 0.35 0.50 - 0.90

Standaard pakket + OCB

BG II (visueel schoon)

2A, 5 en 12 3 en 13 14

0 - 0.50 0 - 0.25 0 - 0.30

Standaard pakket + OCB

BG III (visueel schoon)

4 15 16 17 en 19 18

0 - 0.20 0 - 0.30 0 - 0.45 0 - 0.40 0 - 0.25

Standaard pakket + OCB

OG I (zand)

1A 2A 3 4 6

0.50 - 0.90 0.50 - 0.80 1.40 - 1.60 0.20 - 0.65 0.80 - 1.50

Standaard pakket

OG II (veen)

1A 3 4 5 6

1.20 - 1.50 0.50 - 1.00 0.80 - 1.30 0.50 - 0.90 1.00 -1.15

Standaard pakket

MM FF - 6, 7, 8, 9 en 10 (puinhoudende grond)

6 7 8 9 10

0 - 0.50 0 - 0.40 0 - 0.35 0.50 - 0.90 0 - 0.50

Asbest (grond)

MM FF - 1A, 4, 16 en 17 (visueel schoon)

1A 4 16 17

0.50 - 0.70 0 - 0.20 0 - 0.45 0 - 0.40

Asbest (grond)

MM FF - 2A, 3, 15, 18 en 19 (visueel schoon)

2A 3 en 18 15 19

0 - 0.50 0 - 0.25 0 - 0.30 0 - 0.40

Asbest (grond)

MM FF - 5, 11, 12, 13 en 14 (visueel schoon)

5 en 12 11 en 14 13

0 - 0.50 0 - 0.30 0 - 0.25

Asbest (grond)

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 10 van 16

De boringen 1 en 2 zijn doorgezet tot maximaal 2.7 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 26 april 2019 is het grondwater bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

1

1.50 - 2.50

0.90

6.7

852

48

Goed

2

1.70 - 2.70

0.85

6.6

539

13

Goed

De waarden voor de pH en de EC worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft. 4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond BG I, BG II, BG III en in het grondwater (peilbuis 1 en 2) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 7. In de ondergrond OG I en OG II zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Er zijn in de bovengrond geen OCB aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 11 van 16

Tabel 7: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. of μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrond- of InterventieStreefwaarde waarde

Bovengrond, BG I

Lood Minerale olie PAK

36 120 3.5

52.4 * 244.9 * 3.535 *

50 190 1.5

530 5000 40

Bovengrond, BG II

Lood

35

50.85 *

50

530

Bovengrond, BG III

Kwik Lood Zink

0.19 50 90

0.249 * 68.33 * 164 *

0.15 50 140

36 530 720

Grondwater, PB 1

Barium Naftaleen

83 0.1

83 * 0.1 *

50 0.01

625 70

Grondwater, PB 2

Barium Koper

71 17

71 * 17 *

50 15

625 75

In de vierde kolom van tabel 7 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG I - Lood, minerale olie en PAK De (zeer) licht verhoogde gehalten met lood en PAK houden mogelijk deels verband met de waargenomen bodemvreemde materialen. Lood is ook in BG II en BG III aangetoond. Het zeer licht verhoogde minerale oliegehalte is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Een deel van het oliegehalte wordt vermoedelijk veroorzaakt door humuszuren. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Bovengrond BG II en BG III - Zware metalen De zeer licht verhoogde gehalten met zware metalen zijn op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden is nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Grondwater, peilbuis 1 en 2 - Barium en koper De verhoogde metaalgehalten in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan natuurlijk of plaatselijk verhoogde achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden is nader bodemonderzoek niet noodzakelijk.

Grondwater, peilbuis 1 - Naftaleen Het licht verhoogde naftaleengehalte is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Mogelijk is er een verband met de olieverontreiniging, die is aangetoond in de bovengrond BG I. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden is nader bodemonderzoek niet noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 12 van 16

4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In alle geanalyseerde mengmonsters van de fijne fractie (3x puin en 7x grond) is geen asbest aangetoond. Opgemerkt dient te worden dat het puin in gaten A1, A2 en A3 onbewerkt bouw- en sloopafval (BSA) betreft. Voor partijen onbewerkt bouw- en sloopafval is het praktisch niet mogelijk om het gehalte aan asbest in de partij exact te bepalen. De stukken puin zijn te groot voor een representatieve monsterneming en het eventueel asbesthoudend afval is meestal zeer heterogeen in de partij verdeeld. Foto 1: Grof puin (BSA) in inspectiegaten A1, A2 en A3

Foto 2: Dakpanscherven in inspectiegaten A4 en A5

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 13 van 16

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van BJZ.NU BV is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 8500 m² aan de Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 te Hasselt. De onderzoekslocatie is momenteel grotendeels onbebouwd en deels verhard met puin. Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de voorgenomen uitbreiding van de westelijk gelegen begraafplaats. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 (zie paragraaf 2.2). Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat een asbestverdachte verhardingslaag aanwezig is (deellocatie A) en 2 asbestverdachte druppelzones (deellocaties B en C). De bovengrond van de onderzoekslocatie wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van bestrijdingsmiddelen (OCB) en asbest. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 32 inspectiegaten gegraven en 2 grondboringen verricht, waarvan er 8 zijn door geboord tot de ondergrond. Er zijn 2 diepe boringen afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat zeer fijn tot matig fijn zand, veen en leem. Zintuiglijk zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. De puinverharding is 0.15 tot 0.70 meter dik. Visueel zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in de bodem en in de puinverharding.

Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 0.88 meter min maaiveld. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Deellocatie A - De fijne fractie van de 3 onderzochte mengmonsters van de puinverharding zijn niet asbesthoudend; - De fijne fractie van de uiterst puinhoudende grondlaag onder de puinverharding van gat A6 is niet asbesthoudend. Deellocatie B - De fijne fractie B - MM FF is niet asbesthoudend. Deellocatie C - De fijne fractie C - MM FF is niet asbesthoudend. Overig terreindeel - de bovengrond (BG I) is (zeer) licht verontreinigd met lood, minerale olie en PAK; - de bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd met lood; - de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd met kwik, lood en zink; - de ondergrond (OG I en OG II) is niet verontreinigd; - het grondwater, peilbuis 1 is (zeer) licht verontreinigd met barium en naftaleen; - het grondwater, peilbuis 2 is zeer licht verontreinigd met barium en koper; - MM FF - 6, 7, 8, 9 en 10 is niet asbesthoudend; - MM FF - 1A, 4, 16 en 17 is niet asbesthoudend; - MM FF - 2A, 3, 15, 18 en 19 is niet asbesthoudend; - MM FF - 5, 11, 12, 13 en 14 is niet asbesthoudend. Hypothese De hypothese “verdacht van aanwezigheid van asbest” dient te worden verworpen: aangezien geen asbest is aangetoond. Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 14 van 16

De hypothese “verdacht van aanwezigheid van OCB” dient te worden verworpen: aangezien geen OCB in de bovengrond is aangetoond. De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen, aangezien overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen Deellocatie A De 3 mengmonsters van de fijne fractie van de onderzochte puinmonsters zijn niet asbesthoudend. Deellocaties B en C In de toplaag (B- MM FF en C - MM FF) van beide druppelzones is analytisch geen asbest aangetoond. Overig terreindeel In de bovengrond BG I, BG II en BG III en in het grondwater (peilbuis 1 en 2) zijn licht verhoogde gehalten gemeten, die geen aanleiding geven voor nader bodemonderzoek. De ondergrond is niet verontreinigd. De 4 mengmonsters van de fijne fractie zijn niet asbesthoudend. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 15 van 16

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Zwartewaterland Informatie Omgevingsdienst IJsselland NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN 5897, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, augustus 2015 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaart, kaartblad 21 G. Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV www.overijssel.nl, bodem- en wateratlas www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 19022116

Pagina 16 van 16

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek, Kruse Milieu BV, mei 2019

onderzoekslocatie

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 19022116 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 21G

BJZ.NU BV Dr H.A.W. van der Vechtlaan 11 8061 HJ Hasselt Verkennend bodemonderzoek

Deellocatie A puinverharding

7 ula at ran pu i ng

A6

B1

A7 8

A1

B2

B3 B4

6

11

begraafplaats 9A

9

15

opslagterrein A2

Detailtekening Deellocatie B Schaal 1 : 250

12

10 11

5

1 1A

moestuin

A3

13 C1

17

16

C2 14

vml. tuincentrum

Deellocatie C asbestverdachte druppelzone

15 4

bosschage

A4 Deellocatie B asbestverdachte druppelzones

18 2 moestuin 2A

Detailtekening Deellocatie C Schaal 1 : 250

19 A5

3

= Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm

= Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

0

50

0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: JH/RV

Projectcode Schaal Datum

Tekenaar: JK

: 19022116 : 1:1000 (A3-formaat) : Mei 2019

Bijlage II Boorstaten

1

1

2A

braak, m aaiveld

0

0

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, m at ig puin, m at ig veen, edelm an 50

50

-50

31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els, edelm an, geen asbest geen gf

2

zand, zeer grof, zwak silt ig, neut raal beige, sporen roest , edelm an

100

leem , zwak zandig, donker grijs, bruin, edelm an

3

zand, zeer grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an

-120 150

-130

veen, st erk kleiig, neut raal zwart , edelm an

150

-50

-80

-90

100

1 50

zand, zeer fijn, st erk silt ig, st erk hum eus, donker zwart , bruin, st erk veen, sporen leem , edelm an 100

gras, m aaiveld

0

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n 200

3 250

250

-250

m oest uin, m aaiveld

0

0 1

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 1 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

2 50

1A

100

braak, m aaiveld

-50

veen, m ineraalarm , donker zwart , bruin

0 1

50 2 100

3 4

32x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 21.0%, donker zwart , bruin, m at ig puin, m at ig veen, edelm an, geen asbest gf1,3kg ff35kg,

-140 150

4

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin -160

-50

zand, zeer fijn, st erk silt ig, st erk hum eus, donker zwart , bruin, st erk veen, sporen leem , edelm an -90

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

leem , zwak zandig, donker grijs, bruin, edelm an -120

4

veen, st erk kleiig, neut raal zwart , edelm an

150

braak, m aaiveld

0

-150

0 1

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

50

gras, m aaiveld

0

100 0

-20

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest -65

klei, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, sporen roest 4

-80

veen, m ineraalarm

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els, edelm an 50

32x33cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els

2 3

2

1

-25

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest 3

0

35x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els

150 -50

zand, zeer grof, zwak silt ig, neut raal beige, sporen roest , edelm an

70

-80 200

zand, zeer grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an

100 120

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

150 170 200

250 270

-270

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 1 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

D r . H . A. W . va n d e r V e ch t la a n 1 1 - H a sse lt 19022116 1 6 -0 5 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 1 va n 5

-200

5

10

m oest uin, m aaiveld

0

0 1

0

30x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, sporen wort els

50

braak, m aaiveld

0 1

-50

31x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, rest en hout

50

-50

veen, m ineraalarm , donker bruin

klei, m at ig silt ig, donker grijs

2 3

100

-70 -90

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin -100

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

11

braak, m aaiveld

0

6

0

braak, m aaiveld

0

1 0

1 50 2 3 100

35x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen plast ic, rest en hout , sporen bakst een

-30

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, rest en oer -50

-50

zand, uit erst fijn, st erk silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, rest en veen

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-80

4

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs

5

veen, m ineraalarm , donker bruin

12

-100

braak, m aaiveld

0

-114

150

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, rest en zand, rest en wort els

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, rood, uit erst oer

1 -150

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

32x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, rest en zand, sporen wort els

50

7

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

braak, m aaiveld

0

-50

0 1

50

32x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, rest en hout , rest en m et aal

13

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

m oest uin, m aaiveld

0

-40

-50

32x33cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els -25

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest -50

8

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

braak, m aaiveld

0

0 1

50

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, rest en hout , st erk wort els

14 -35

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen oer

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

gras, m aaiveld

0

-50

32x33cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els -30

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest -50

9

braak, m aaiveld

0

0 1

35x33cm , veen, st erk zandig, donker bruin, rest en hout

50

15

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin, geroerd

33x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -30

50

veen, m ineraalarm , licht bruin

veen, m ineraalarm , donker bruin, rest en plant en -50

-100

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

0 1

-90

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

m oest uin, m aaiveld

0

-50 2

100

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

D r . H . A. W . va n d e r V e ch t la a n 1 1 - H a sse lt 19022116 1 6 -0 5 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 2 va n 5

16

A3

braak, m aaiveld

0

0 1

0

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, rest en wort els

50

-5 50

-45

-50

17

-10

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

A4

braak, m aaiveld

0

0 1

50x45cm , uit erst puin, ff/gf : 16,7/14,7 kg. -30

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, rest en t eelaarde -50

asfalt , m aaiveld

0

0

32x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, rest en wort els, rest en zand

-5 -40

50

0

grind, m at ig grof, st erk zandig, neut raal beige

klei, m at ig silt ig, neut raal bruin t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

asfalt , m aaiveld 1

grind, m at ig grof, st erk zandig, neut raal beige

50

klei, m at ig silt ig, neut raal bruin, sporen oer

-15

45x40cm , uit erst puin gf/ff : 17,6/15,5 kg., dakpanscherven

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-30

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker grijs -50

klei, m at ig silt ig, donker bruin, grijs -70

18

bosgrond, m aaiveld

0

A5

0 1

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rest en wort els

0

45x50cm , neut raal rood, bruin, gf/ff : 18,6/15,7 kg. dakpanscherven

-25

50

klei, m at ig silt ig, licht bruin, geel, sporen roest

-15

50

-50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht geel

veen, m ineraalarm

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-60

19

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

m oest uin, m aaiveld

0

A6

0 1

puin, m aaiveld

0

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els, sporen oer

puin, m aaiveld

0

0

neut raal grijs, bruin, uit erst puin, st erk zand, puingranulaat -40

50

klei, m at ig silt ig, licht grijs, bruin, sporen roest

50 -50

-70

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, wat ervoerend pakket

100

-80

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, uit erst puin, ff/gf : 21,7/15,9 kg.

A1

asfalt , m aaiveld

0

150

-130

veen, m ineraalarm , donker bruin

0 -15

neut raal beige, st erk puin, uit erst grind

50

-150

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-25

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, rest en t eelaarde -50

A7

puin, m aaiveld

0

0

neut raal grijs, bruin, uit erst puin, st erk zand, puingranulaat -10

A2

asfalt , m aaiveld

0

50

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-25

0 -5

grind, m at ig grof, st erk zandig, neut raal beige

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-20

45x45cm , uit erst puin, ff/gf : 16,7/14,7 kg. -35

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, rest en t eelaarde -50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

licht grijs, volledig puin, granulaat keihard.

D r . H . A. W . va n d e r V e ch t la a n 1 1 - H a sse lt 19022116 1 6 -0 5 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 3 va n 5

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin -50

B1

m oest uin, m aaiveld

0

0

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rest en wort els -10

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els -50

B2

m oest uin, m aaiveld

0

0

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rest en wort els -10

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els -50

B3

m oest uin, m aaiveld

0

0

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rest en wort els -10

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els -50

B4

m oest uin, m aaiveld

0

0

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rest en wort els -10

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els -50

C1

m oest uin, m aaiveld

0

0

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rest en wort els -10

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els -50

C2

m oest uin, m aaiveld

0

0

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rest en wort els 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-10

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els -50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

D r . H . A. W . va n d e r V e ch t la a n 1 1 - H a sse lt 19022116 1 6 -0 5 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 4 va n 5

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

Grind, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

Zand, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

Leem , silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

Klei, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

Veen, hum eus (V,h)

Slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = phot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

Kruse Milieu BV T.a.v. J. Kienstra Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN

Analysecertificaat Datum: 03-May-2019

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2019062016/1 19022116 Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 - Hasselt 26-Apr-2019

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix

19022116 Certificaatnummer/Versie Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 - Hasselt Startdatum Rapportagedatum Bijlage Riemer Veltmaat Pagina Grond (AS3000) Eenheid

Analyse

2019062016/1 26-Apr-2019 03-May-2019/07:28 A,B,C 1/3

1

2

3

4

5

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

81.8

82.3

77.0

78.7

29.2

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

4.9

4.4

6.5

4.8

36.7

Gloeirest

% (m/m) ds

94.8

95.3

93.1

95.1

62.6

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

3.5

4.1

5.7

2.1

11.0

S

% (m/m)

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

36

45

56

<20

32

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

0.24

0.26

<0.20

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

3.0

<3.0

4.2

<3.0

7.3

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

9.3

15

20

<5.0

5.7

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.085

0.069

0.19

<0.050

0.050

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

<1.5

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

5.9

5.0

7.0

<4.0

5.1

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

36

35

50

12

<10

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

39

67

90

<20

<20

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

3.2

3.3

<3.0

<3.0

<9.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

6.2

5.5

<5.0

<5.0

<15

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

7.3

<5.0

<5.0

6.2

19

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

40

18

18

24

120

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

38

14

13

36

110

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

20

<6.0

<6.0

7.4

Minerale olie

S

mg/kg ds

Minerale olie totaal (C10-C40) Chromatogram olie (GC)

120

50

40

75

Zie bijl.

Zie bijl.

Zie bijl.

Zie bijl.

<18 1)

280

1)

Zie bijl.

Organo chloorbestrijdingsmiddelen, OCB

S

alfa-HCH

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

beta-HCH

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

gamma-HCH

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Nr. Monsteromschrijving

1

BG I

2

BG II

3

BG III

4

OG I

5

OG II Q: door RvA geaccrediteerde verrichting

Datum monstername

Monster nr.

26-Apr-2019 26-Apr-2019

10693588 10693589 10693590

26-Apr-2019 26-Apr-2019

10693591

26-Apr-2019

10693592

A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

M: MCERTS erkend

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix

19022116 Certificaatnummer/Versie Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 - Hasselt Startdatum Rapportagedatum Bijlage Riemer Veltmaat Pagina Grond (AS3000)

Analyse

Eenheid

1

2

3

S

delta-HCH

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Hexachloorbenzeen

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Heptachloor

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Heptachloorepoxide(cis- of A)

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Heptachloorepoxide(trans- of B)

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Hexachloorbutadieen

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Aldrin

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Dieldrin

mg/kg ds

<0.0010

0.0016

0.0022

S

Endrin

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Isodrin

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Telodrin

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

alfa-Endosulfan

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Q

beta-Endosulfan

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

Endosulfansulfaat

mg/kg ds

<0.0020

0.0043

0.014

S

alfa-Chloordaan

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

0.0072

S

gamma-Chloordaan

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

0.0054

S

o,p'-DDT

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

0.0013

S

p,p'-DDT

mg/kg ds

<0.0010

0.0012

0.0042

S

o,p'-DDE

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

p,p'-DDE

mg/kg ds

0.0014

0.0016

0.0036

S

o,p'-DDD

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

p,p'-DDD

mg/kg ds

0.0011

S

HCH (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0021

2)

0.0021

S

Drins (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0021

2)

0.0030

S

Heptachloorepoxide (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0014

2)

0.0014

2)

0.0014

S

DDD (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0018

0.0014

2)

0.0018

S

DDE (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0021

0.0022

0.0043

0.0019

0.0055

S

DDT (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0014

S

DDX (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0052

S

Chloordaan (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0014

S

OCB (som) LB (factor 0,7)

mg/kg ds

0.016

<0.0010

2)

0.0014 0.017

Nr. Monsteromschrijving

1

BG I

2

BG II

3

BG III

4

OG I

5

OG II Q: door RvA geaccrediteerde verrichting

4

5

0.0011 2)

0.0021

2)

0.0036

0.0055 2)

2019062016/1 26-Apr-2019 03-May-2019/07:28 A,B,C 2/3

2)

0.012 2)

0.013 0.035 Datum monstername

Monster nr.

26-Apr-2019 26-Apr-2019

10693588 10693589 10693590

26-Apr-2019 26-Apr-2019

10693591

26-Apr-2019

10693592

A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

M: MCERTS erkend

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix

19022116 Certificaatnummer/Versie Dr. H.A.W. van der Vechtlaan 11 - Hasselt Startdatum Rapportagedatum Bijlage Riemer Veltmaat Pagina Grond (AS3000)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11348968/1