CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

4d. Bijlage 5 - Huishoudelijk reglement

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Ingekomen brieven in handen stellen van het college2.096 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STICHTING RADIO ZWARTEWATER FM HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Artikel 1 De stichting wordt gevormd door: • • • • •

de leden van het bestuur de leden van de programmaraad de programmamedewerkers de technische medewerkers de medewerkers van de huishoudelijke dienst

Artikel 2 21.1. Het bestuur, leden van de programmaraad en de medewerkers zijn natuurlijke personen, die werkzaam zijn in het stichtingenverband en een omschreven functie daadwerkelijk vervullen. 21.2. Alle werkzaamheden geschieden op vrijwillige basis zonder geldelijke beloning. Artikel 3 21.1. De gezamenlijke medewerkers zijn bevoegd één afgevaardigde aan te wijzen, die mede voor alle bestuursvergaderingen wordt uitgenodigd en die daarin een adviserende stem heeft. 21.2. De leden van de programmaraad zijn bevoegd één of twee afgevaardigden aan te wijzen, die mede voor alle bestuursvergaderingen worden uitgenodigd en die daarin een adviserende stem hebben. Artikel 4 De stichting trekt medewerkers aan onder andere door middel van bekendmaking aan alle medewerkers, die een werving eveneens kunnen ondersteunen. Artikel 5 21.1. Het bestuur heeft de totale leiding en bepaalt het te voeren beleid. 21.2. De staf, gevormd door de hoofden, heeft een adviserende functie en coördineert de taken. 21.3. De medewerkers hebben een producerende, toeleverende of dienstverlenende taak. 21.4. Zo dikwijls de voorzitter of tenminste 3 bestuursleden dit nodig acht / achten, kan de staf worden uitgenodigd in een bestuursvergadering om informatie te verstrekken en/of te ontvangen.

Artikel 6 Bestuur 21.1. De bestuursleden kiezen uit hun midden een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en een algemeen adjunct. 21.2. Ieder bestuurslid betracht geheimhouding omtrent interne zaken de stichting betreffende. 21.3. Ieder bestuurslid mag zijn werkzaamheden tijdelijk overdragen aan één van zijn medebestuurders. De verantwoordelijkheid blijft onverminderd bij het betreffende bestuurslid. De andere bestuursleden dienen hiervan direct in kennis gesteld te worden. 21.4. De leden van het bestuur treden af volgens een opgesteld rooster van aftreden. 21.5. Een bestuurslid, dat door een ander bestuurslid wordt opgevolgd, dient al zijn bescheiden, de stichting betreffende, aan zijn opvolger over te dragen. Artikel 7 Schorsing en ontslag bestuur 21.1. Het bestuur beslist met een gewone meerderheid van stemmen over schorsing van bestuursleden. 21.2. Een schorsing gaat onmiddellijk in. 21.3. Bestuursleden kunnen ook geschorst worden op voordracht van tenminste vijf medewerkers. Het verzoek tot zulk een schorsing moet met reden omkleed zijn en schriftelijk worden ingediend bij het bestuur. 21.4. De staf wordt hierover geïnformeerd en verzocht als commissie van onderzoek op te treden, teneinde het bestuur op de hoogte te stellen van het resultaat. 21.5.

Op grond van dit onderzoek, waarvan de uitslag bindend is, wordt ofwel de schorsing opgeheven, ofwel tot ontslag overgegaan. Artikel 8 Hoofden van dienst (de staf) 21.1. De medewerkers kiezen, ieder voor zijn eigen groep, uit hun midden een hoofd en delen dit schriftelijk en ondertekend door deze medewerkers, aan de secretaris mee. Bij een gelijk aantal stemmen beslist het bestuur. 21.2. Ieder hoofd kan zijn werkzaamheden tijdelijk overdragen aan één van zijn medewerkers. Het bestuur dient hiervan tijdig op de hoogte te worden gesteld. De verantwoordelijkheid blijft onverminderd bij het betreffende hoofd. 21.3. Het hoofd is verantwoording schuldig aan het bestuur en kan, zo dikwijl de voorzitter of tenminste 3 bestuursleden dit nodig acht / achten, worden uitgenodigd in een bestuursvergadering om informatie te verstrekken en/of te ontvangen. 21.4. Een medewerker is verantwoording schuldig aan het voor zijn groep gekozen hoofd. 21.5. De staf wordt gevormd door de hoofden van de groepen en heeft een adviserende en controlerende functie en coördineert de taken. 21.6. De taken van de staf betreffende de volgende zaken in de ruimste zin van het woord. 21.1.1. Het informeren van en adviseren aan het bestuur. 21.1.2. Het uitvoeren van bestuursbesluiten. 21.1.3. Het selecteren en scholen van medewerkers. 21.1.4. Het beheren van de technische installatie en toebehoren. 21.1.5.

Het aanleggen en onderhouden van een programma-archief. 21.1.6. Het, in nauwe samenwerking met de verantwoordelijke P.R.-functionaris, zorgdragen voor publicaties en contacten. 21.1.7. Het controleren van alle werkzaamheden van de betreffende medewerkers.

Artikel 9 Programma's en techniek 21.1. De programmadienst (redactie) wordt gevormd door de medewerkers, die individueel en in groepsverband zorgen voor de: 21.1.1. Redactie. 21.1.2. Verslaggeving. 21.1.3. Reportages. 21.1.4. Productie. 21.1.5. Presentatie. 21.2. De technische dienst wordt gevormd door de medewerkers die zorgen voor: 21.2.1. De technische uitvoering van de programma's. 21.2.2. Het onderhouden van de technische apparatuur en toebehoren. Artikel 10 Regie 21.1. De regisseur wordt, op voordracht van de staf, door het bestuur benoemd. 21.2. Bij het opnemen en het brengen van een programma heeft de regisseur de leiding. 21.3. De regisseur heeft de zorg voor een verantwoorde indeling van het door de redactie samengestelde programma, dat goedgekeurd is door de programmaraad. 21.4. De regisseur is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma. 21.5. De regisseur is voor al zijn werkzaamheden verantwoording schuldig aan het bestuur en kan, zo dikwijls de voorzitter of tenminste 3 bestuursleden dit nodig acht / achten, worden uitgenodigd in een bestuursvergadering om informatie te verstrekken en/of te ontvangen. Artikel 11 Werving en benoeming medewerkers 21.1. Uitbreiding van het aantal medewerkers of opvolging, geschiedt door middel van wervingsacties. Een nieuwe medewerker wordt voorgelegd aan de hoofdredacteur. Deze legt de kandidaat voor aan het bestuur.

Na goedkeuring door het bestuur, wordt de kandidaat door het hoofd van het programma uitgenodigd en gevraagd of hij/zij de functie wil bekleden. 21.2. Medewerkers dienen bij voorkeur achttien jaar of ouder en bij voorkeur woonachtig te zijn in het verzorgingsgebied van de stichting. 21.3. De staf bepaalt of een kandidaat als aspirant-medewerker kan worden aangemerkt, waarbij een proefperiode van drie maanden in acht genomen wordt, zulks met instemming van het bestuur. 21.4. Na de proefperiode wordt door de staf een voorstel ingediend bij het bestuur, dat beslist over de benoeming, waarna een opleiding kan volgen. 21.5. Een benoeming dient schriftelijk vastgelegd te worden door de secretaris door middel van een medewerkersovereenkomst.

Artikel 12 Schorsing en ontslag medewerkers 21.1. Het bestuur beslist met gewone meerderheid van stemmen over schorsing van een medewerkers. 21.2. Medewerkers kunnen ook door het bestuur worden geschorst op verzoek van tenminste vijf medewerkers. Het verzoek tot zulk een schorsing moet met reden omkleed zijn en schriftelijk worden ingediend bij het bestuur. 21.3. Een schorsing gaat onmiddellijk in. 21.4. Het bestuur benoemt een commissie van onderzoek van drie personen, bestaande uit één bestuurslid en twee medewerkers, teneinde het bestuur te informeren over het resultaat van dit onderzoek. 21.5. Op grond van dit onderzoek, waarvan de uitslag bindend is, wordt ofwel de schorsing opgeheven, ofwel tot ontslag overgegaan. Artikel 13 Tijdelijke vervanging medewerkers Iedere medewerker, die onverhoopt verhinderd is zijn taak te vervullen, dient zelf tijdig voor een plaatsvervanger uit zijn/haar eigen groep zorg te dragen. Het betreffende hoofd van dienst dient hierover te worden geïnformeerd. Artikel 14 Bijeenkomsten medewerkers 21.1. Tenminste éénmaal per jaar, doch uiterlijk op 1 mei, roept het bestuur alle medewerkers bijeen om verslag te doen van de totale gang van zaken over het afgelopen jaar en de plannen voor de komende periode bekend te maken. 21.2. De uitnodiging dient uiterlijk twee weken voor deze bijeenkomsten door de secretaris te zijn gedaan. 21.3.

Tijdens deze bijeenkomsten kunnen voorstellen tot wijziging en aanvulling op het huishoudelijk- en studioreglement worden behandeld. 21.4. Tenminste vijf medewerkers kunnen een medewerkersbijeenkomst verlangen met het bestuur. Zij dienen dit schriftelijk bij de secretaris in te dienen. 21.5. De staf en de medewerkers vergaderen onderling naar eigen inzicht. Artikel 15 Begroting 21.1. De jaarlijkse begroting wordt in samenwerking met de staf, door het bestuur opgesteld. 21.2. De staf ontvangt voor 1 april een exploitatie-overzicht van het voorafgaande jaar. 21.3. Het onder artikel 15.2 genoemde overzicht, dient tevens als maatstaf voor de onder artikel 15.1. bedoelde begroting. 21.4. Na raadpleging van de ingediende begrotingsvoorstellen, stelt het bestuur uiterlijk eind september de begroting vast voor het volgende kalenderjaar. 21.5. Alle medewerkers en het dagelijks bestuur van de programmaraad ontvangen een afschrift van deze begroting.

Artikel 16 Administratie 21.1. De financiële administratie wordt gevoerd door de penningmeester. 21.2. De penningmeester dient nauwkeurig administratie te houden van de inventaris, apparatuur en andere toebehoren van de stichting, evenals ter beschikking gestelde goederen. Uit de administratie moet de aanschaffingswaarde en afschrijving blijken. 21.3. De penningmeester houdt een register bij van donateurs, begunstigers en subsidiënten, met aantekeningen van soort, doel en bestemming van de bijdragen. 21.4. Na overleg met het bestuur tekent de penningmeester de betalingsopdrachten. Het bestuur kan de penningmeester machtigen bedragen tot een bepaald maximum over te maken zonder vooraf overleg met het bestuur. 21.5. De penningmeester zorgt, in overleg met het bestuur, voor de diverse verzekeringen. 21.6. De secretaris houdt een register bij van alle medewerkers. In dit register worden de functies van de medewerkers omschreven. 21.7. De secretaris verzorgt en beheert het archief. Artikel 17 Aankopen en huren Het bestuur beslist over het aankopen of huren van apparatuur, inventaris, materiaal en dergelijke. Tevens beslist het bestuur over het huren van ruimten. Artikel 18 Propaganda en contacten 21.1. Op voordracht van de staf, benoemt het bestuur een functionaris voor het onderhouden van de publieke relaties, aangeduid met P.R. 21.2.

De P.R.-functionaris zorgt voor alle propaganda en tevens voor het onderhouden en aangaan van contacten met de daarvoor in aanmerking komende publiciteitsmedia. 21.3. Alle informatie die de P.R.-functionaris verstrekt of ontvangt, dient in nauwe samenwerking met de staf en het bestuur te worden behandeld. 21.4. De P.R.-functionaris dient geheimhouding te betrachten aangaande interne zaken, de stichting betreffende. 21.5. De P.R.-functionaris is voor al zijn werkzaamheden verantwoording schuldig aan het bestuur. Artikel 19 Statuten, huishoudelijk reglement en studioreglement 21.1. In de kantoor- en studioruimte dient een afschrift van de statuten, het huishoudelijk reglement en het studioreglement voor alle medewerkers ter inzage te liggen. 21.2. Alle bestuursleden en medewerkers dienen bovendien te beschikken over het huishoudelijk- en studioreglement.

Artikel 20 Wijzigingen huishoudelijk- en studioreglement 21.1. Het huishoudelijk- en studioreglement mogen niet in strijd zijn met de statuten van de stichting. 21.2. Beide reglementen dienen jaarlijks getoetst te worden aan de bruikbaarheid. 21.3. Voorstellen tot wijzigingen of aanvulling van de reglementen dienen bij het bestuur te worden ingediend. 21.4. Wijzigingen en aanvulling van de reglementen dienen aan de medewerkers kenbaar te worden gemaakt. Artikel 21 Inhoud en strekking programma's, activiteiten en publicaties / algemeen 21.1. 21.2.

In houd en strekking, ook als activiteit en in publicaties, dienen van algemene aard te zijn. In generlei vorm en op geen enkele wijze mag een politieke- of levensbeschouwelijke richting worden aangegeven. 21.3. De inhoud en strekking van de programma's, alsook activiteiten en publicaties, mogen nimmer kwetsend ten aanzien van de goede zeden en normen zijn en nimmer schadelijk ten aanzien van de openbare orde, de veiligheid, de goede naam van personen, instellingen e.d. 21.4. Redactionele kanttekeningen mogen uitsluitend na overleg met het bestuur worden uitgesproken. 21.5. In de gevallen dat de studio, de apparatuur en de toebehoren voor dienstverlening aan derden ter beschikking worden gesteld, gelden dezelfde maatstaven als genoemd in de artikelen 21.1 tot en met 21.3. 21.6. Het bestuur beslist over het aangaan van opdrachten van derden en over de voorwaarden waaronder deze opdrachten kunnen worden uitgevoerd. 21.7. Apparatuur, geluidsdragers en toebehoren mogen slechts na goedkeuring van het bestuur aan medewerkers of aan derden worden uitgeleend. Hiervoor dienen duidelijke ontvangstbewijzen te worden gemaakt en ingeleverd bij de penningmeester. 21.8. Iedere medewerker dient geheimhouding te betrachten omtrent interne zaken, de stichting betreffende. 21.9. Iedere medewerker is hoofdelijk aansprakelijk voor schade door schuld, opzet of nalatigheid. 21.10.

Naast het uitvoeren van de functie, wordt van iedere medewerker gevraagd de goede naam van de stichting te bevorderen, een goede verstandhouding te bewerkstelligen door een positief optreden, nieuwe ideeën in te brengen en initiatieven ter kennis van het bestuur te brengen. 21.11. Iedere medewerker wordt geacht het huishoudelijk- en studioreglement te kennen en daarnaar te handelen. 21.12. In gevallen waarin de statuten, het huishoudelijk- of studioreglement niet voorziet, beslist het bestuur. Vastgesteld in de bestuursvergadering van 04 april 2001.

Handtekening voorzitter:

Handtekening secretaris:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10218272/4