CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

3a. Bijlage - HR Jaarverslag 2021 Welstandsadvisering middels KAN-bepaling

Raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Brieven van het college2.064 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

JAARVERSLAG 2021 VAN DE UITVOERING VAN HET WELSTANDSBELEID MIDDELS DE ‘KAN-BEPALING’ EENHEID EXTERNE DIENSTVERLENING mei 2022

INHOUDSOPGAVE 1.

Inleiding

2.

Uitvoering geven aan het welstandsbeleid 2.1 Samenstelling van het intern welstandsoverleg 2.2 Uitzonderlijke gevallen

3.

Een doorkijk naar de Omgevingswet 3.1 Werkwijze voor en na de inwerkingtreding 3.2 Beoordelingskaders in relatie tot de Omgevingswet 3.3 Nieuwe gemeentelijke adviescommissie

4.

Cijfers jaarverslag

5.

Conclusie

1. Inleiding Voor u ligt het jaarverslag waarmee het college u op de hoogte brengt van de wijze waarop de interne welstandscommissie van de gemeente Zwartewaterland zelf uitvoering heeft gegeven aan het welstandsbeleid middels de ’Kan-bepaling’. Samen met het jaarverslag van ‘Het Oversticht’, die ons faciliteert met een stadsbouwmeester en monumentencommissie, wordt hiermee voldaan aan de verplichting in de Woningwet om de gemeenteraad tenminste eenmaal per jaar een verslag voor te leggen. Tegelijkertijd is de verslaglegging een communicatiemiddel om de welstandsadvisering voor iedereen zichtbaar te maken. In dit jaarverslag is tevens een doorkijk gegeven naar de nieuwe Omgevingswet, die (vooralsnog) per 1 januari 2023 in werking treedt, omdat deze van invloed is op de toetsingskaders en de werkwijze van de welstandsadvisering.

2. Uitvoering geven aan het welstandsbeleid De gemeente voert het welstandsbeleid uit door het verlenen van omgevingsvergunningen voor het onderdeel bouwen. De juridische bevoegdheid hiervoor ligt bij burgemeester en wethouders. Het besluit tot het verlenen van een dergelijke vergunning nemen burgemeester en wethouders pas, nadat daarover advies is ingewonnen bij de interne organisatie of in de uitzonderlijke gevallen ‘Het Oversticht’ (HO). Bij het beoordelen van een aanvraag om omgevingsvergunning hebben burgemeester en wethouders, binnen de kaders die hiervoor door de gemeenteraad zijn vastgesteld, een eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid. Plannen die niet zelf getoetst kunnen of mogen worden, worden door de stadbouwmeester (HO) getoetst. Vergunning plichtige bouwwerken in het beschermde stadsgezicht van Hasselt Binnen de Veste worden altijd ter beoordeling aan de stadsbouwmeester voorgelegd. De stadbouwmeester wordt in dat geval bijgestaan door een afgevaardigde van onze monumentenraad. In het geval het een monument betreft wordt het plan voorgelegd aan de gezamenlijke (regionale) monumentencommissie (HO). Naast de formele aanvraag blijft ook de mogelijkheid bestaan tot het voeren van vooroverleg. Aan de hand van een schetsplan kan overleg gevoerd worden tijdens het interne welstandsoverleg.

Bij twijfel aan de kwaliteit kan echter alsnog advies gevraagd worden aan de stadsbouwmeester. 2.1 Samenstelling van het intern welstandsoverleg De interne welstandscommissie wordt gevormd door drie medewerkers van de gemeente Zwartewaterland. Om te zorgen voor de nodige kwaliteit worden twee medewerkers ingezet met ruime ervaring op het gebied van bouwplantoetsing (team Vergunningen) en één medewerker met ruime ervaring op het gebied van welstandsadvisering en stedenbouw (team ruimtelijke ontwikkeling). Om de continuïteit te waarborgen kunnen deze medewerkers zo nodig vervangen worden door medewerkers van de eigen teams, met dezelfde mate van ervaring. Tijdens het wekelijkse interne welstandsoverleg worden ruimtelijke ontwikkelingen getoetst aan het welstandsbeleid. Tevens wordt er gelegenheid geboden aan de aanvrager om persoonlijk vragen te stellen of een toelichting te krijgen op de advisering over zijn of haar bouwplan.

2.2 Uitzonderlijke gevallen In het beleid is opgenomen dat er gevallen zijn waarbij de stadsbouwmeester als ‘achtervang’ fungeert. Naast de wettelijke verplichting gebeurt dit ook als er sprake is, of kan zijn, van eventuele partijdigheid, belangenverstrengeling of politieke gevoeligheid. In een dergelijk geval wordt een plan, zonder nadere toelichting, ter beoordeling aan de stadsbouwmeester voorgelegd. Dit is ook het geval als het college van burgemeester en wethouders en/of de aanvrager hierom verzoekt. Tot slot wordt ook advies aan de stadsbouwmeester gevraagd, als de interne welstandstoetsers hierom verzoeken. Dit kan het geval zijn wanneer er geen unaniem besluit is gevallen of omdat zij dit samen besluiten. De stadsbouwmeester wordt ook ingezet als ‘sparringpartner’.

3. Een doorkijk naar de Omgevingswet De huidige uitvoering van het welstandsbeleid (zie hoofdstuk 2) blijft in ieder geval van toepassing tot het in werking treden van de Omgevingswet. Naar verwachting zal dit 1 januari 2023 plaats vinden. Op dat moment komen de huidige regels en reglementen uit de Bouwverordening 2012-1 (hoofdstuk 9) en de Erfgoedverordening 2010 (hoofdstuk 6) te vervallen. Hieronder is een doorkijk gegeven naar het inwerking treden van de Omgevingswet en de (mogelijke) invloed daarvan op de uitvoering van het welstandsbeleid. 3.1 Werkwijze voor en na de inwerkingtreding Alle gemeenten hebben bij inwerkingtreding van de Omgevingswet een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege met daarin onder andere de oude bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de bruidsschat. Vooralsnog houden we de huidige werkwijze aan totdat het tijdelijke omgevingsplan is getransformeerd tot een Omgevingsplan. Het Omgevingsplan behelst namelijk een andere werkwijze. Er is tot 1 januari 2029 gelegenheid om alle gemeentelijke regels, die toezien op de fysieke leefomgeving, mee te nemen bij de transitie naar het Omgevingsplan. Dit vraagt om een integrale afstemming van de regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Een mogelijkheid om tot integrale afstemming van de regels te komen is het opstellen van een nota omgevingskwaliteit die ‘Omgevingswetproof’ en kaartgericht is.

De welstandsnota kan hiervoor als basis dienen en verbreed worden. Eén van de doelen van de wet is namelijk het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de wet). Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. De Omgevingswet biedt een grote vrijheid in de wijze waarop we het doel van een goede omgevingskwaliteit bereiken. In 2021 zijn we in Zwartewaterland begonnen met de voorbereidingen van het Omgevingsplan. Vooralsnog blijven we op de huidige wijze werken, totdat de welstandsnota geïmplementeerd is in het Omgevingsplan van onze gemeente.

3.2 Beoordelingskaders in relatie tot de Omgevingswet Er zijn meerdere gemeentelijke beoordelingskaders waar rekening mee moet worden gehouden bij de welstandstoets. De welstandsnota, vastgesteld op 1 december 2016 door de gemeenteraad, is het belangrijkste. Er zijn ook welstandscriteria opgenomen in beeldkwaliteitsplannen, meestal opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van een specifiek gebied. Daarnaast is het erfgoedbeleid relevant dat vertaald is in de bestemmingsplannen. De welstandsnota blijft ook ten tijde van het tijdelijke Omgevingsplan het belangrijkste toetsingskader voor welstand. Uiterlijk op 1 januari 2029 moeten (vooralsnog) alle regels van het omgevingsplan opgenomen zijn in het niet-tijdelijke deel van het Omgevingsplan. De welstandsnota is echter gedateerd. Er heeft de laatste jaren geen inhoudelijke actualisatie plaatsgevonden. Dit met het oog op de Omgevingswet en omdat de toetsingskaders over het algemeen nog goed toepasbaar waren. Momenteel is echter de urgentie groot en zullen enkele toetsingskaders uit de welstandsnota op korte termijn geactualiseerd moeten worden. Dit vanwege maatschappelijke ontwikkelingen, zoals duurzaamheid en de overspannen woningmarkt. Zo is er op korte termijn behoefte aan een actueel toetsingskader waarbinnen panden verduurzaamd kunnen worden.

Dit is met name urgent in het beschermde stadsgezicht van Hasselt en bij monumenten. Daarnaast is er behoefte aan het verruimen van de mogelijkheden om de eigen woonruimte te vergroten en om beter aan te sluiten bij de huidige woonwensen. Ook de toenemende vraag naar pré-mantelzorg is aanleiding voor actualisatie op korte termijn. Vanwege voorgaande starten we in 2022 allereerst met het actualiseren van de meest urgente toetsingskaders. Zo mogelijk worden de wijze waarop en de planning afgestemd op de transitie naar het Omgevingsplan. Er is echter tot 1 januari 2029 gelegenheid om alle gemeentelijke regels, die toezien op de fysieke leefomgeving, mee te nemen bij de transitie naar het Omgevingsplan. De geactualiseerde toetsingskaders uit de welstandsnota vallen daar ook onder. 3.3 Nieuwe gemeentelijke adviescommissie Met het in werking treden van de Omgevingswet, vervallen ook de taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissies. Ter continuering van de advisering heeft uw raad op 13 januari 2022 datum de ‘Verordening op de Gemeentelijke Adviescommissie Omgeving (erfgoed en welstand) Zwartewaterland 2022’ vastgesteld, waarmee een nieuwe adviescommissie wordt ingesteld. De verordening verankerd de bevoegdheden en taken van de commissie, waardoor duidelijke kaders gesteld worden aan de werkzaamheden van de commissie.

Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze gemeentelijke adviescommissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit (art. 1.3 van de Omgevingswet). Zolang de wet er niet is, treedt de verordening niet in werking en vindt de advisering op de huidige wijze plaats.

4. Cijfers jaarverslag 2021 In 2021 zijn er, gerekend van begin januari tot eind december, 236 aanvragen om omgevingsvergunning met het onderdeel ‘bouwen’ binnen gekomen. Dit zijn er 16 meer dan in 2020. Hiervan zijn 166 intern afgehandeld en 70 (door de stadsbouwmeester (enkele aanvragen zijn vaker voorgelegd). Dit zijn er respectievelijk 11 meer en 5 meer dan in 2020. Van alle aanvragen is dus 75% intern afgehandeld en 25% door de stadsbouwmeester. In 2020 bedroegen deze percentages respectievelijk 70% en 30%. In 2019 bedroegen de percentages 61% en 39%. Naast de hiervoor genoemde aanvragen zijn er ook 171 voorlopige aanvragen (vooroverleggen/ schetsplannen) met het onderdeel ‘bouwen’ ingediend. Dit zijn er 11 meer dan in 2020. Van de 171 voorlopige aanvragen zijn er 139 intern afgehandeld en 32 door de stadsbouwmeester. In totaal zijn er dus 407 adviezen afgegeven, waarvan er 337 intern zijn afgehandeld. Dit komt overeen met een percentage van 83%. De stadsbouwmeester heeft hierbij gefungeerd als achtervang en vraagbaak, maar is ook benut om te checken of er op gelijke wijze over de beleidsuitvoering wordt gedacht. In grote lijnen worden de politiekgevoelige of ruimtelijk zichtbare plannen ook ter advisering aan de stadsbouwmeester voorgelegd.

Omdat bouwplannen soms voor een tweede of derde keer worden voorgelegd, en deze wel meegeteld worden in de totalen, veroorzaakt dit schommelingen in de percentages. Dit maakt het moeilijk om duidelijke tendensen waar te nemen. Vele factoren spelen een rol, zoals de bouwkaveluitgifte, de Coronapandemie en de economische groei. Terzijde merken we op dat deze cijfers een vertekend beeld kunnen geven ten opzichte van die van het jaarverslag van Het Oversticht. Het Oversticht werkt namelijk met de datum waarop de plannen voor de eerste keer zijn voorgelegd. Wij nemen als peildatum het jaar waarop de aanvraag is binnengekomen. Hierdoor worden de aantallen afwijkend ten opzichte van elkaar: bijvoorbeeld een aanvraag die op 30 november 2019 wordt ingediend, kan in 2020 worden voorzien van een welstandsadvies. Wel kunnen we uit bovengenoemde cijfers opmaken dat er ook dit jaar in vergelijking met het vorige jaar een toename waarneembaar in activiteiten (binnen de omgevingsvergunning). We hebben geen diepgaand onderzoek gedaan naar de stijging, maar aannemelijk is dat de Coronapandemie en de gevolgen daarvan hiertoe hebben bijgedragen: mensen zijn meer thuis en velen hebben meer tijd, waardoor ze gaan verbouwen of bouwplannen maken. Daarnaast kan de overspannen woningmarkt er toe hebben bijgedragen dat mensen niet verhuizen, maar hun eigen woning verbouwen.

Tenslotte zijn in 2020 veel nieuwbouwwoningbouw gerealiseerd in Hasselt om de Weede en Tag West. Alle bouwplannen waarbij het uiterlijk van het bouwwerk wijzigt, zijn voorgelegd aan de interne commissie of aan de stadsbouwmeester. Geen van de aangevraagde bouwwerken is, na advisering, in strijd met redelijke eisen van welstand. Dit heeft met name te maken met de wijze van adviseren en het voeren van overleg met de aanvragers. (Bijna) altijd (99%) is consensus te bereiken. De wetstekst bepaalt dat de welstandscommissie adviseert en dat het college, op grond van beleid vastgelegd in de Welstandsnota, bepaalt of het bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand. In 2021 heeft het college zich bij vrijwel alle adviezen achter het advies van de welstandsadviseurs geschaard.

In 2021 is er geen uitvoering gegeven aan een aanschrijving op grond van art 13a Woningwet. Als gevolg daarvan is er geen toepassing gegeven aan bestuursdwang. Het komt voor dat we achteraf handhaven omdat een welstandsadvies niet is nageleefd. We gaan dan eerst in gesprek. In de meeste gevallen gebeurt dat in goed overleg en past de initiatiefnemer zijn bouwwerk alsnog aan.

5. Conclusie Door het werken met de ‘Kan-bepaling’, kunnen we zelf met de kennis en deskundigheid van onze eigen medewerkers veel bouwplannen beoordelen en daarover adviseren aan de hand van ons beleid (welstandsnota en aanvullende beeldkwaliteitsplannen). De samenwerking met de stadsbouwmeester verloopt goed en er sprake is van een slagvaardige werkwijze. Het wekelijkse spreekuur van de interne commissie biedt de mogelijkheid om snel in te springen op vragen van aanvragers en met hen ‘mee te denken’. Dit zorgt, samen met het informele vooroverleg, voor een snelle afhandeling tijdens de formele procedure. Door deze werkwijze en de samenwerking met de stadsbouwmeester wordt de kwaliteit van (ver-)bouwplannen geborgd, zodat er kan worden voldaan aan de wettelijke verplichting dat een bouwplan moet voldoen aan ‘redelijke eisen van welstand’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11587264/1