CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

3a. Bijlage - Beheerplan Civiele Kunstwerken 2022-2031 (1)

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Brieven van het college9.171 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE ZWARTEWATERLAND Beheerplan civiele kunstwerken periode 2022-2031

Ingenieursbureau Westenberg B.V. Westeinde 25 3844 DD Harderwijk Versie Datum 3

Documentnr. Status

12-04-22 Hst.129-010 Definitief

Gecontroleerd door: ing. S. ten Brinke Geschreven door: ing. J. Berghuis

SAMENVATTING Opdracht Gemeente Zwartewaterland heeft opdracht verstrekt voor het opstellen van een beheerplan voor de civiele kunstwerken voor de periode 2022-2031. Het doel van de opdracht is:  Vaststellen van de (technische) staat en het benodigde onderhoud voor de instandhouding van het areaal.  Het inzichtelijk maken van de benodigde budgetten voor inspecties, onderhoud en vervangingsinvesteringen voor de komende 10 jaar.  Het creëren van een doorkijk van 25 jaar voor de vervangingen van kunstwerken.  Het in coproductie actualiseren van het bestaande beheerplan. Daarin leggen we de beheerstrategie voor de komende 10 jaar vast op basis van wettelijke kaders, gemeentelijk beleid en de resultaten van de inspectie. Areaal Het beheerplan betreft in totaal 102 kunstwerken te weten:  Vaste bruggen  Beweegbare  Steigers  Sluizen  Remmingwerken  Onderdoorgang. In totaal vertegenwoordigen deze kunstwerken een vervangingswaarde van circa € 18 miljoen. Uitgangspunten Het voorgaande beheerplan van 2017 is geactualiseerd. Als basis dient het onderhoudsniveau B volgens de CROW beeldkwaliteit openbare ruimte. Dit betekent een efficiënt kunstwerkenbeheer en vertaalt zich in een onderhoudsregime waarbij de focus ligt op veiligheid en functionaliteit en minder op de toonbaarheid. Maximale levensduur tegen de laagst mogelijke kosten: efficiënt beheer.

De gemeente heeft jaarlijks circa € 140.000,= beschikbaar voor onderhoud en inspecties. Wettelijke kader Strategie vanuit het wettelijke kader: Het beheer van civiele kunstwerken is gebonden aan wet- en regelgeving. Met name de zorgplicht is van belang. Bij onvoldoende zorg kan de beheerder/de gemeente aansprakelijk worden gesteld. In het Burgerlijk Wetboek deel 6, artikel 162 en 174, is de aansprakelijkheid van de wegbeheerders geregeld. Ook is er wetgeving op het gebied van het financieel/openbaar kader. De beheerstrategie voorziet erin om minimaal aan de wettelijke kaders te voldoen. Gemeentelijk beleid en beheer: Het beleid van de gemeente op het gebied van onderhoud van haar civiele kunstwerken is afgestemd met het vorige beheerplan. Hier is naar voren gekomen dat:  De kunstwerken moeten veilig zijn.  Het onderhoudsniveau is vastgesteld op onderhoudsniveau B van het CROW. Dit betekent het maximale levensduur wordt gehaald met minimum aan uitgaven.  Voor drie beweegbare bruggen in de kern van Hasselt geldt tevens dat de uitstraling goed moet zijn.

Hst.129-010-v3 Pagina II van VI

   

Beschikbare budgetten moeten effectief besteed worden. Onderhoud wordt zoveel mogelijk afgestemd op andere disciplines, zoals wegonderhoud. Inzet en up-to-date houden van beheersysteem. Strategie m.b.t. onderhoud, aanbesteding en inspecties.

Inspectieresultaten Ten aanzien van de onderhoudsstaat is zichtbaar dat ruim 89% (91 objecten) van het areaal de algemene onderhoudsstaat uitstekend, goed of redelijk heeft. Deze objecten voldoen aan het kwaliteitsniveau B. 11% van het areaal heeft een kwaliteitsniveau matig tot slecht. Het gaat hierbij om 11 objecten. 10 zijn matig van kwaliteit en 1 is slecht en dient vervangen te worden.

Staat van de kunstwerken 45

41

40 32

35

Aantal

30 25 20

18

15

10

10 5

1

0 Uitstekend

Goed

Redelijk

Matig

Slecht

Grafiek 1 Staat van onderhoud kunstwerken

Nader onderzoek Bij 4 betonnen bruggen is het advies om een nader onderzoek uit te voeren. Bij nog 1 brug en een sluis is het advies om op de langere termijn (tussen 5 en 10 jaar) een nader onderzoek uit te voeren. Vervangingen Van 14 objecten wordt geadviseerd om binnen 10 jaar te vervangen. Dat in de komende 10 jaar (de periode 2022 -2032) hoofdzakelijk houten objecten hun einde levensduur naderen heeft te maken dat voor houten constructies gerekend wordt met de kortere levensduur (40 jaar) ten opzichte van staal (60 jaar) en beton (80 jaar). Dit houdt in dat houten onderdelen in de laatste 5 tot 10 jaar van hun levensduur sterk kunnen degraderen. Meerjarenbegrotingen Per objecttype zijn de verwachte onderhoudsuitgaven als hieronder weergegeven:

Hst.129-010-v3 Pagina III van VI

2022

2023

2024

2025

2026

Gemiddeld

Totaal

102 stuks

€

144.857,31 €

303.376,15 €

42.788,04 €

238.751,32 €

230.245,75 €

Tunnel

1 stuks

€

-

€

12.342,49 €

-

€

201,00 €

993,00 €

1.714,96

Beweegbare brug

7 stuks

€

7.031,47 €

18.448,26 €

14.188,06 €

17.430,86 €

122.718,42 €

36.308,51

Vaste Brug

53 stuks

€

114.248,98 €

176.131,49 €

20.899,98 €

35.900,30 €

86.923,08 €

104.025,59

Sluis

2 stuks

€

1,00 €

402,00 €

-

€

70.857,00 €

10.737,00 €

25.833,50

Vaste steiger

16 stuks

€

18.275,86 €

19.510,50 €

2.400,00 €

5.084,00 €

2.400,00 €

6.235,44

Drijvende steiger

16 stuks

€

5.300,00 €

5.300,00 €

5.300,00 €

109.278,16 €

5.300,00 €

34.808,84

Remmingwerken

7 stuks

€

-

71.241,41 €

-

-

1.174,25 €

7.876,60

€

€

€

216.803,43

Per maatregeltype zijn de te verwachten onderhoudsuitgaven als volgt: 2022

2023

2024

2025

2026

Gemiddeld

Inspectie

€

34.240,00 €

7.400,00 €

7.400,00 €

12.768,00 €

40.474,25 €

Reparaties/calamiteitenonderhoud

€

5.047,62 €

-

-

-

-

Technisch onderhoud

€

91.471,38 €

197.549,55 €

Vervangen/renovatie

€

-

€

Verzorgend onderhoud

€

14.098,31 €

Vervangen objecten

€

-

Totaal onderhoud (excl vervangingen)€

€

€

€

13.631,90

€

504,76

4.808,03 €

82.020,00 €

89.602,27 €

82.678,49

62.710,99 €

-

€

101.294,16 €

15.701,40 €

82.625,13

35.715,61 €

30.580,01 €

42.669,16 €

84.467,83 €

37.363,15

€

62.710,99 €

-

€

101.294,16 €

15.701,40 €

66.521,13

144.857,31 €

240.665,16 €

42.788,04 €

137.457,16 €

214.544,35 €

150.282,30

De gemiddelde jaarlijkse kosten voor inspecties, vervangingen en groot onderhoud voor de periode 2022 tot en met 2031 zijn geraamd op circa: € 216.800,=. Hierin is een bedrag van circa € 66.521,= opgenomen voor vervangingen van kunstwerken. Conclusie Uit de berekening van de benodigde budgetten voor inspecties en onderhoud blijkt dat jaarlijks gemiddeld € 150.282,= nodig is. Voor de komende 10 jaar is gemiddeld gezien dus meer budget nodig voor onderhoud dan de vooraf gestelde onderhoudsbudget van € 140.000,= Het verloop van de kosten in de GWW-sector zijn volgens het CBS sinds het ijkjaar 2015 (=100%) gestegen naar 127,5% in januari 2022.

Hst.129-010-v3 Pagina IV van VI

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING............................................................................................................................... II 1.

INLEIDING .................................................................................................................................. 1 1.1 1.2 1.3

2.

AANLEIDING ........................................................................................................................... 1 DOEL ..................................................................................................................................... 1 LEESWIJZER .......................................................................................................................... 1

AREAAL ..................................................................................................................................... 2 2.1 SCOPE AREAAL ...................................................................................................................... 2 2.1.1 Onderdoorgang ............................................................................................................ 2 2.1.2 Beweegbare bruggen ................................................................................................... 3 2.1.3 Vaste bruggen .............................................................................................................. 4 2.1.4 Sluizen .......................................................................................................................... 5 2.1.5 Steigers......................................................................................................................... 5 2.1.6 Remmingswerken ......................................................................................................... 6 2.2 VERVANGINGSWAARDE........................................................................................................... 7

3.

UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................. 8 3.1 ONDERHOUDSREGIME ............................................................................................................ 8 3.2 ONDERHOUDSTRATEGIE ......................................................................................................... 8 3.2.1 Inspectie ....................................................................................................................... 8 3.2.2 Verzorgend onderhoud ................................................................................................. 9 3.2.3 Technisch onderhoud ................................................................................................... 9 3.2.4 Vervangingen/renovatie................................................................................................ 9 3.2.5 Reparaties/calamiteitenonderhoud ............................................................................... 9 3.3 ONDERHOUDSBUDGETTERINGEN........................................................................................... 10

4.

BELEID EN KADERS ............................................................................................................... 11 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

5.

HUIDIGE STAAT OBJECTEN ................................................................................................. 14 5.1 5.2 5.3

6.

STAAT VAN DE OBJECTEN ..................................................................................................... 14 NADER ONDERZOEK KOMENDE PERIODE ................................................................................ 16 VERVANGING OBJECTEN ....................................................................................................... 18

MEERJARENKOSTEN EN BUDGET ...................................................................................... 22 6.1 6.2 6.3

7.

W EGENWET ......................................................................................................................... 11 W ONINGWET ........................................................................................................................ 11 BOUWBESLUIT...................................................................................................................... 11 BURGERLIJK W ETBOEK ........................................................................................................ 11 GEMEENTELIJKE KADERS ...................................................................................................... 12 DUURZAAMHEID ................................................................................................................... 13 CIRCULARITEIT ..................................................................................................................... 13

MEERJARENONDERHOUDSPLANNING ..................................................................................... 22 OPBOUW VAN DE KOSTEN ..................................................................................................... 22 VERLOOP KOSTENINDEXATIE................................................................................................. 23

CONCLUSIES........................................................................................................................... 25 7.1 7.2

CONCLUSIE TECHNISCH ........................................................................................................ 25 CONCLUSIE FINANCIEEL ........................................................................................................ 25

Hst.129-010-v3 Pagina V van VI

8.

ADVIEZEN EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 26 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

9.

ADVIES IN HET JURIDISCH KADER ........................................................................................... 26 BEHEERSTRATEGIE ............................................................................................................... 26 ADVIES VOOR FUNCTIONEEL BEHEER VAN HET AREAAL ........................................................... 27 AANVULLEND ADVIES VANUIT DUURZAAMHEIDSOVERWEGINGEN .............................................. 28 AANVULLEND ADVIES VANUIT VEILIGHEIDSOVERWEGINGEN...................................................... 28

OVERZICHT BIJLAGEN .......................................................................................................... 29

Hst.129-010-v3 Pagina VI van VI

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Vanuit de gemeente Zwartewaterland is er behoefte om het beheerplan van haar kunstwerken te actualiseren. Aanleiding is dat recent de kunstwerken zijn geïnspecteerd en nu het hele areaal is opgenomen in het beheerplan om zo inzichten te krijgen in lange termijn kosten voor onderhoud en vervanging. 1.2 Doel Gemeente Zwartewaterland heeft aan Ingenieursbureau Westenberg B.V. de opdracht verstrekt voor het actualiseren van het bestaande beheerplan voor de 102 kunstwerken gelegen in de Gemeente Zwartewaterland. Ten behoeve van het beheerplan zullen de resultaten en bevindingen van uitgevoerde instandhoudingsinspecties aan bruggen en steigers in 2021 de basis vormen voor dit beheerplan. Objecten die niet eerder zijn geïnspecteerd zullen worden geschouwd. De volgende instandhoudingsinspectie zijn uitgevoerd:  Instandhoudingsinspectie van 25 steigers in de gemeente Zwartewaterland (projectcode Hst.125; 2020);  Instandhoudingsinspectie van 55 kunstwerken in de gemeente Zwartewaterland (projectcode Hst.128; 2021). De overige kunstwerken zijn geschouwd. Het doel van de opdracht is:  Vaststellen van de (technische) staat en het benodigde onderhoud voor de instandhouding van het areaal.  Het inzichtelijk maken van de benodigde budgetten voor inspecties, onderhoud en vervangingsinvesteringen voor de komende 10 jaar.

 Het creëren van een doorkijk van 25 jaar voor de vervangingen van kunstwerken.  Het in coproductie actualiseren van het bestaande beheerplan. Daarin leggen we de beheerstrategie voor de komende 10 jaar vast op basis van wettelijke kaders, gemeentelijk beleid en de resultaten van de inspectie. Het projectteam voor deze opdracht is als volgt samengesteld: Projectleider: ing. Sander ten Brinke Inspecteur/adviseur: ing. Jurgen Berghuis De conclusies en het advies zijn vastgesteld door Sander ten Brinke. Namens de gemeente is de heer K. Driessen projectverantwoordelijk en eerste aanspreekpunt tijdens de uitvoering. De heer Driessen heeft de functie van beheerder en is werkzaam bij de gemeente. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het areaal van civiele kunstwerken binnen de gemeente behandeld. Hoofdstuk 3 behandelt de huidige kwaliteit van de civiele kunstwerken en beschrijft de uitgangspunten van de kwaliteit. In hoofdstuk 4 zijn de gemeentelijke en wettelijke kaders aangegeven, waarbinnen dit beheerplan van toepassing is. De resultaten zijn samengevat in hoofdstuk 5 en 6. In hoofdstuk 5 gaan we in op de aangetroffen schades, de staat van het areaal en de prioriteiten voor nader onderzoek, onderhoud en vervangingen. In hoofdstuk 6 wordt de financiële situatie. De conclusie is opgenomen in hoofdstuk 7 en tot slot hoofdstuk 8 zijn de aanbevelingen en adviezen weergegeven.

De detaillering van het beheerplan is opgenomen in de bijlagen.

Hst.129-010-v3 Pagina 1 van 29

2. AREAAL Ten grondslag van dit geactualiseerde beheerplan staat het areaal van civieltechnische kunstwerken binnen de gemeente Zwartewaterland. Dit betreffen de bruggen, steigers en remmingswerken die in de gemeente liggen en wordt onderhouden door de gemeente. 2.1 Scope areaal Er zijn nu in totaal 102 objecten opgenomen in het beheerplan. De objecten betreffen de civiele kunstenwerken binnen de gemeente Zwartewaterland en bestaan uit de volgende objecten: Type Tunnels Tunnel Beweegbare bruggen Beweegbare verkeersbrug Beweegbare fiets-/voetgangersbrug Vaste bruggen Betonnen fiets-/voetgangersbrug Betonnen verkeersbrug Stalen fiets-/voetgangersbrug Stalen verkeersbrug Houten fiets-/voetgangersbrug Houten verkeersbrug Sluizen Keersluis Schutsluis Steigers Drijvende steigers Vaste steigers Remmingwerken Stalen meerpalen (bestaande uit 19 palen + 2 trappen) Houten remmingwerken Totaal Tabel 1: Overzicht opgenomen kunstwerken in dit beheerplan.

Aantal 1 1 7 3 4 53 2 14 11 1 24 1 2 1 1 32 16 16 7 1 6 102

Ten opzichte van het voorgaande beheerplan zijn er meer objecten opgenomen. Dit verschil komt hoofdzakelijk door de toevoeging van de steigers (vast en drijvende), sluizen en remmingwerken tot het areaal. Dit zijn objecten die wel behoren tot het areaal van de gemeentelijke kunstwerken en die in tegenstelling tot het oude beheerplan nu wel zijn meegenomen. De uitbreiding van de scope van 57 objecten naar 102 moet er voor zorgen dat de gemeente haar areaal nu volledig in haar beeld heeft en inzicht krijgt in de onderhoudskosten voor de komende 10 jaar en de vervangingskosten op de langere termijn 25 jaar. In de bijlage 1 is een overzicht van de 102 civiele kunstwerken. 2.1.1 Onderdoorgang Binnen de gemeente Zwartewaterland is 1 tunnel aanwezig: GNMTN01 onderdoorgang ’t Tag. De onderdoorgang loopt onder de gemeentelijke weg ‘Waterkeringpad’ van de wijk t’ Tag naar de sportvelden van sportclub Genemuiden.

Hst.129-010-v3 Pagina 2 van 29

2.1.2 Beweegbare bruggen In het waterrijk gebied waar deze gemeente ligt zijn er 7 beweegbare bruggen aanwezig. 1 brug wordt met de hand bediend en de overige bruggen worden elektromechanisch aangedreven en worden lokaal bediend. In het volgende overzicht zijn deze weergegeven.

GNMBB01 brug Sasweg; De brug wordt handbediend

HABB01 HAW vd Vegtbrug

HABB02 Kalkovensbrug

HABB03 Erfgenamenwegbrug

HABB04 Keppelbrug

HABB05 Verlaatsbrug

HABB06 Sluisbrug Tabel 2: Overzicht van de gemeentelijke beweegbare bruggen in de gemeente Zwartewaterland.

Hst.129-010-v3 Pagina 3 van 29

2.1.3 Vaste bruggen De meest voorkomende civiele kunstwerken in de gemeente zijn de vaste bruggen. De vaste bruggen zijn te onderscheiden in de volgende varianten:  Houten fiets-/voetgangersbruggen;  Houten verkeersbruggen;  Betonnen fiets-/voetgangersbruggen;  Betonnen verkeersbruggen;  Stalen fiets-/voetgangersbruggen;  Stalen verkeersbruggen. In het onderstaand tabel zijn de brugtypes weergegeven met daarbij de hoeveelheden van deze brugtypes zich in de gemeente bevinden.

Houten fiets-/voetgangersbrug Aantal: 24 bruggen

Houten verkeersbrug Aantal: 1 brug

Betonnen fiets-/voetgangersbrug Aantal: 2 bruggen

Betonnen verkeersbrug Aantal: 14 bruggen

Stalen fiets-/voetgangersbrug Aantal: 11 bruggen

Stalen verkeersbrug Aantal: 1 brug

Tabel 3: overzicht van de vaste bruggentypes in de gemeente Zwartewaterland

Hst.129-010-v3 Pagina 4 van 29

2.1.4 Sluizen De gemeente heeft 2 sluiscomplexen in eigendom en beheer. De één betreft een keersluis en ligt in de Binnenhaven van Genemuiden. De andere is een schutsluis en ligt in de Brouwersgracht in Hasselt.

GNMSL01 Sluis Binnenhaven. Bij hoog water wordt de keersluis gebruikt.

HASL01 Sluis Brouwersgracht Bij hoog water wordt de sluis gebruikt. Op het moment van opname is het waterniveau aan beide zijden gelijk.

Tabel 4: overzicht sluizen in de gemeente Zwartewaterland

2.1.5 Steigers Op verschillende locaties liggen er steigers in de gemeente Zwartewaterland. De steigers zijn in 2 soorten onder te verdelen namelijk: Drijvende steigers en vaste steigers. De steigers worden hoofdzakelijk gebruikt door ligplaatshouders en passanten.

Vaste steigers Aantal: 16 steigers

Drijvende steigers Aantal: 16 steigers

Tabel 5: Overzicht van de steigertypes in de gemeente Zwartewaterland

Momenteel worden er werkzaamheden uitgevoerd aan de binnenhaven van Genemuiden. De daar aanwezige drijvende steigers worden gerenoveerd. In Hasselt ligt een drijvende steiger aan de Kaai. Deze is momenteel niet op haar plaats.

Hst.129-010-v3 Pagina 5 van 29

2.1.6 Remmingswerken Binnen de gemeente Zwartewaterland zijn er remmingswerken en meerpalen aanwezig die vallen onder het beheer van de gemeente. De volgende remmingwerken zijn meegenomen: 19 stalen remmingspalen in de industriehaven te Genemuiden. En de remmingswerken aan de kade van het Zwarte Water te Hasselt.

GNMRW01 Stalen meerpalen industriehaven Genemuiden. 19 stuks met 2 stalen trappen

HARW01 kade Zwarte Water deel 1 Houten remmingwerk met een lengte van 58,20 m.

HARW02 kade Zwarte water deel 2 Houten remmingwerk met een lengte van 100,80 m.

HARW03 kade Zwarte Water deel 3 Houten remmingwerk met een lengte van 65,80 m.

HARW04 kade Zwarte Water deel 4 Houten remmingwerk met een lengte van 21,10 m.

HARW05 nabij de Sluisbrug. Houten remmingwerk met een lengte van 52,00 m.

HARW06 nabij de Sluisbrug Tabel 6: overzicht van de remmingwerken in de gemeente Zwartewaterland.

Hst.129-010-v3 Pagina 6 van 29

2.2 Vervangingswaarde Door het totale areaal met de standaard eenheidsprijzen vanuit het beheersysteem door te rekenen ontstaat inzicht in de totale vervangingswaarde van het areaal civiele kunstwerken. Het gehele areaal van de gemeente Zwartewaterland vertegenwoordigt een vervangingswaarde van bijna 18 miljoen euro. Dit is een aanzienlijke stijging ten opzichte van het voorgaande beheerplan. Dit komt door de uitbreiding van het aantal objecten van 57 naar 102. In onderstaand overzicht is de verdeling van deze totale vervangingswaarde naar type kunstwerk weergegeven. Objecttype Brug Beweegbaar Tunnel Brug vast, beton Brug vast, hout Brug vast, staal Sluis Drijvende steiger Vaste steiger Remmingwerken TOTAAL

Hoeveelheid 7 objecten 1 object 16 objecten 25 objecten 12 objecten 2 objecten 16 objecten 16 objecten 7 objecten 102 objecten

Vervangingswaarde € 2.403.951,44 € 732.933,30 € 4.883.621,20 € 1.951.615,96 € 781.302,37 € 4.159.739,43 € 666.201,68 € 787.913,54 € 1.550.521,30 € 17.917.800,23

Tabel 9: Overzicht van het areaal met de vervangingswaarde

In bijlage 2 is de areaallijst van de recent geïnspecteerde kunstwerken opgenomen inclusief de vervangingswaarde per object. Het areaaloverzicht betreft een momentopname van het areaal aan civiele kunstwerken. Door mutaties in het aantal objecten door bijvoorbeeld sloop, (vervangende) nieuwbouw of eigendomsoverdracht, heeft het areaal een dynamisch karakter.

Hst.129-010-v3 Pagina 7 van 29

3. UITGANGSPUNTEN Het areaal aan kunstwerken binnen de gemeente Zwartewaterland wordt op een vooraf gesteld kwaliteitsniveau beheerd. Dit kwaliteitsniveau zorgt ervoor dat er op de juiste momenten onderhoud aan de civiele kunstwerken wordt uitgevoerd om zodoende de veiligheid en functionaliteit te kunnen waarborgen. 3.1 Onderhoudsregime Vanuit het voorgaande beheerplan is gekozen voor het onderhoudskwaliteitsniveau B vanuit het kwaliteitsbeeld openbare ruimte van de CROW. Dit vertaalt zich in een onderhoudsregime waarbij de focus ligt op veiligheid en functionaliteit en minder op de toonbaarheid. Dit heeft tot gevolg dat: Veiligheid en functionaliteit Er is sprake van plaatselijke betonschades zoals scheuren en blootliggende wapening. Houtrot van dekdelen komt plaatselijk voor. Er is sprake van voldoende stroefheid van slijtlagen. Ondeugdelijke leuningen kunnen voorkomen. De veiligheid en functionaliteit komen in geen geval in het geding, maar het kunstwerk of onderdelen daarvan zijn niet altijd heel. Duurzaamheid en toonbaarheid. Roestvorming komt in beperkte mate voor. Schilderwerk is alleen plaatselijk beschadigd en er is beperkt sprake van vervuiling en/of graffiti. Er is wel wat op aan te merken maar het kunstwerk ziet er in het algemeen redelijk uit. Deze strategie typeert zich als volgt: Maximale levensduur tegen de laagst mogelijke kosten: efficiënt beheer.

Voor de beweegbare bruggen in het centrum van Hasselt is daarbij het uitgangspunt dat deze qua uitstraling er in goede staat moeten uitzien. Het gaat hierbij om de volgende objecten: HABB04 – Keppelbrug; HABB05 – Verlaatbrug; HABB06 – Sluisbrug. 3.2 Onderhoudstrategie Voor het in kaart brengen van de onderhoudsmaatregelen is een onderscheid gemaakt voor de verschillende typen onderhoud:  Inspectie  Verzorgend onderhoud  Technisch onderhoud  Reparatie/calamiteiten onderhoud  Vervangingen/renovatie 3.2.1 Inspectie Om de veiligheid te waarborgen en meerjarenonderhoudsplanningen te actualiseren zijn inspecties noodzakelijk. De gemeente hanteert hiervoor verschillende soorten inspecties met verschillende frequenties: - Visuele technische inspectie kunstwerken (eens per 5 jaar); - Nader onderzoek, indien andere inspectie daar aanleiding voor geeft.

Hst.129-010-v3 Pagina 8 van 29

De nieuw toegevoegde objecten zijn geschouwd zodat de gegevens in het areaal van civiele kunstwerken up-to-date is. 3.2.2 Verzorgend onderhoud Verzorgend onderhoud is onderhoud dat veelal bedoeld is om de functionaliteit van diverse kunstwerkonderdelen in stand te houden. Ook kleine werkzaamheden om het onderhoudsniveau (esthetica) te verbeteren vallen binnen het verzorgend onderhoud. Om het gewenste kwaliteitsniveau te realiseren is verzorgend onderhoud noodzakelijk. Onder andere de volgende maatregelen worden uitgevoerd:  Reinigen van de objecten (t.b.v. de veiligheid en functionaliteit);  Jaarlijks onderhoud beweegbare onderdelen (W&E) t.b.v. duurzaamheid en functionaliteit);  Conserveren van de stalen leuningen (t.b.v. duurzaamheid en esthetica);  Plaatselijk herstel van constructies (gericht op esthetica). 3.2.3 Technisch onderhoud Het uitvoeren van groot onderhoud is veelal bedoeld om de kunstwerken technisch gezien veilig en functioneel te houden. Tevens bevorderen maatregelen die onder de noemer groot onderhoud vallen de duurzaamheid van de constructie of constructieonderdelen. Enkele voorbeelden van maatregelen die onder groot onderhoud vallen zijn:  Voorbewerken en conserveren van stalen onderdelen (t.b.v. duurzaamheid en functionaliteit);  Onderhoud aan slijtlagen (t.b.v.

de veiligheid);  Groot onderhoud beton;  Groot onderhoud hout;  Vervangen van constructie-onderdelen 3.2.4 Vervangingen/renovatie Op het moment dat (alleen) onderhoud niet afdoende is om de kwaliteit te kunnen garanderen, dient een kunstwerk gerenoveerd of geheel vervangen te worden. Dit kan technische maar ook financiële redenen hebben. Het advies voor grootschalige renovatie wordt altijd afgewogen tegen het geheel vervangen van een kunstwerk. Vervangingen worden niet vanuit onderhoudsgeld gefinancierd. 3.2.5 Reparaties/calamiteitenonderhoud Een bijzondere vorm van onderhoud is het herstel van schades. Ook wel ad-hoc genoemd. Deze herstelmaatregelen zijn niet vooraf te voorspellen. Vandalisme of calamiteiten zijn vaak de oorzaak van dergelijke schades. Bij calamiteiten die veroorzaakt zijn door derden, waarvan de veroorzaker bekend is, worden de kosten voor herstel op de veroorzaker verhaald.

Hst.129-010-v3 Pagina 9 van 29

3.3 Onderhoudsbudgetteringen De gemeente heeft jaarlijks circa € 140.000,= beschikbaar voor onderhoud en inspecties. Dit is niet toereikend. Uit de berekening op basis van kostenkentallen blijkt dat er jaarlijks gemiddeld € 150.000,= nodig is om de kunstwerken op het gewenste niveau in stand te houden. Dit leidt er toe dat er achterstallig onderhoud ontstaat waardoor kunstwerken vroegtijdig vervangen moeten worden. Achterstallig onderhoud resulteert uiteindelijk in een vicieuze cirkel waarbij steeds meer kostbare maatregelen nodig zijn om het onderhoud weer op het gewenste niveau te brengen, zie nevenstaande figuur. Bovendien nemen de risico’s op gevolgschade en onveilige situaties toe.

Hst.129-010-v3 Pagina 10 van 29

4. BELEID EN KADERS In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voorwaarden en uitgangspunten om te komen tot het beheerplan. De wet- en regelgeving en het gemeentelijk beleid vormen het kader om te komen tot een onderhoudsaanpak. 4.1 Wegenwet Het wettelijk kader voor het onderhouden van civiele kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet van 1930 en in de Woningwet van 2015. De Wegenwet geldt niet alleen voor (vaar)wegen, maar ook voor bruggen. We zijn verplicht alle binnen onze grens vallende openbare wegen, zover niet in beheer bij gemeenten, het Rijk en overige beheerders, in een goede staat te onderhouden. Hierbij wordt niet duidelijk gemaakt wat onder de term “in een goede staat” verstaan wordt. Het zal echter minimaal geschikt moeten zijn voor het gestelde doel. Er is dus duidelijk sprake van een onderhoudsverplichting zonder een vastgelegd kwaliteitsniveau. De gemeente heeft dus enige vorm van vrijheid voor invulling van het kwaliteitsniveau waarop wordt onderhouden. Wel blijft de zorgplicht altijd bestaan. Voor het beheer van het areaal aan kunstwerken moet de gemeente rekening houden met de volgende aspecten:  Preventief onderhoudsbeleid;  Systematische en eenduidige klachtenregistratie;  Periodieke inspecties volgens een uniforme methodiek;  Actueel beheersysteem. 4.2 Woningwet De Woningwet van 2015 geldt ook voor kunstwerken.

Een civiel kunstwerk is een bouwwerk, geen gebouw zijnde. We dienen de kunstwerken zodanig te bouwen dat er geen gevaar voor de gezondheid alsmede de veiligheid ontstaat. Het bouwwerk, geen gebouw zijnde (civiel kunstwerk) moet voldoen aan de voorschriften. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Dus de civiele kunstwerken moet voldoen aan het bouwbesluit. 4.3 Bouwbesluit Het Bouwbesluit 2012 is een AMvB, vallend onder de Woningwet. Dit besluit bevat een groot aantal voorschriften voor zowel gebouwen als bouwwerken geen gebouw zijnde, op het terrein van: • Veiligheid; • Gezondheid; • Bruikbaarheid; • Energiezuinigheid; • Milieu. Het Bouwbesluit wordt regelmatig aangepast. De laatste wijziging dateert van 1 april 2012. Behorende bij het Bouwbesluit, is de Regeling Bouwbesluit 2012. Deze zorgt voor volledige afstemming tussen het Bouwbesluit en de onderliggende normen, CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen. Wel zijn er sinds de versie van 2012 verschillende keren integrale nota’s van inlichtingen toegevoegd waarin kleine wijzigingen en/of aanvullingen zijn toegevoegd. Dit is te vinden op de site van de rijksoverheid: Integrale toelichting samengesteld uit: | Bouwbesluit Online 4.4 Burgerlijk Wetboek Veiligheid spreekt voor zich. Een kunstwerk moet voor de gebruikers veilig zijn.

Als dit niet het geval is, kunnen we aansprakelijk worden gesteld voor de volgende gebreken:

Hst.129-010-v3 Pagina 11 van 29

 

Aan het kunstwerk (het kunstwerk voldoet niet aan de eisen, die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen); Op het kunstwerk (voorwerpen of substanties zijn aanwezig, die niet op het kunstwerk thuis horen en die leiden tot gevaarlijke situaties).

Hierop zijn uit het Burgerlijk Wetboek (BW) de volgende artikelen van toepassing:  Artikel 174, boek 6, BW (artikel 6:174 BW) gebreken aan het kunstwerk (weg) zelf;  Artikel 162, boek 6, BW (artikel 6:162 BW) gebreken op het kunstwerk (weg). In artikel 6:174 BW is sinds 1992 de aansprakelijkheid van de wegbeheerders geregeld. Het andere artikel 6:162 BW, regelt de onrechtmatige daad in algemene zin. Gemeenten moeten dan ook vanaf 1 april 2012 inzichtelijk hebben wat de constructieve sterkte is van bijvoorbeeld de bruggen in hun areaal. Wanneer er iets gebeurt met een brug en vervolgens blijkt dat de beheerder niet op de hoogte is van de toelaatbare draagkracht, kan de rechter besluiten dat de gemeente in gebreke is gebleven. Omdat het doorrekenen van een heel areaal erg kostbaar is, is dat financieel vaak niet haalbaar. Bij een (groot) deel van het areaal zijn de risico’s vaak klein. Door van tevoren een constructieve risicoanalyse (CRS) te doen, worden de kunstwerken met de grootste risico’s zichtbaar. Op basis hiervan kunnen de financieel beschikbare middelen voor het herberekenen van kunstwerken, effectief worden ingezet. In het beheerplan zijn reserveringen opgenomen voor de komende 5 jaar om deze constructieve risicoanalyses uit voeren.

4.5 Gemeentelijke kaders De gemeente heeft vanuit het beheerplan een beleid gedefinieerd voor het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken. Om tot de actualisatie van het beheerplan te komen zijn in coproductie de eerder vastgestelde beleidsuitgangspunten bekrachtigd waaronder het onderhoudskwaliteit B volgens de CROW. APV In de algemene plaatselijke verordening zijn in relatie tot het gebruik van openbaar water de volgende artikelen opgenomen. AFDELING 6. OPENBAAR WATER Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, Regeling van het waterschap Drents Overijsselse Delta, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

Hst.129-010-v3 Pagina 12 van 29

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. Daarnaast moet de gemeente in het kader van het Besluit Begrotingen en Verantwoording provincies en gemeenten verantwoording afleggen over de inzet van de beschikbare financiële middelen voor kapitaalgoederen. Hieronder vallen ook de civiele kunstwerken, als onderdeel van de wegen. 4.6 Duurzaamheid De Rijksoverheid wil overeenkomstig de afspraken in het Klimaatakkoord dat Nederland in 2050 een volledig circulaire economie heeft en CO2 uitstoot met 95% reduceert. In 2030 moet dat al 49% zijn, maar liever al eerder.

Op het onderdeel Duurzaamheid is de gemeente Zwartewaterland momenteel bezig met het opstellen van het beleid hiervoor. Om duurzaamheid te integreren in het beleid van de openbare ruimte is het advies om gebruik te maken van “De Aanpak Duurzaam GWW”. Dit is een praktische werkwijze om duurzaamheid een plaats te geven in projecten, zowel op project- als op beleidsniveau en deze te koppelen aan de eigen organisatiedoelen. 4.7 Circulariteit In alle fasen van de levenscyclus van een kunstwerk zijn er kansen voor duurzaamheid en circulariteit. Een veel gebruikt model om dit in kaart te brengen of om hier over na te denken, is het 10R-model. Het onderstaande schema die wij hanteren is hiervan een afgeleide. Bij circulariteit gaat het om waardebehoud van grondstoffen. Het voorkomen en verminderen van materiaalgebruik hebben dus de grootste impact op de mate van circulariteit.

Om de circulariteit te stimuleren en de hoeveelheid afval te reduceren is het noodzakelijk om inzicht te krijgen van de huidige situatie van het areaal. Dat kan met een materialenpaspoort. Door materialen een identiteit te geven en dus te documenteren, ligt vast welke materialen er in een product, constructie of bouwwerk zitten en hoe die materialen hergebruikt kunnen worden. Bij toekomstige vervangingen is het noodzakelijk om de mate van circulariteit inzichtelijk te maken. Dit is nodig bij het vervangen van kunstwerken. Vanaf 2023 wordt vanuit CB’23 (Circulair Bouwen 2023) het advies gegeven aan overheden om circulair te ontwerpen en circulair in te kopen. Het wordt geadviseerd om bij vervangingen van kunstwerken dit mee te nemen in de ontwerp en uitvoering.

Hst.129-010-v3 Pagina 13 van 29

5. HUIDIGE STAAT OBJECTEN Van de 102 civiele kunstwerken in de gemeente Zwartewaterland zijn de meeste ervan geïnspecteerd in 2021. Dit zijn de meeste vaste bruggen (57 stuks) en de meeste steigers (25 stuks). De overige kunstwerken zijn geschouwd. In de volgende paragraaf is de algemene staat c.q. toestand van de kunstwerken weergeven, voorzien van enkele foto’s ter onderbouwing. 5.1 Staat van de objecten Op basis van de uitgevoerde inspecties en schouw is de staat van onderhoud ofwel toestand van de objecten in kaart gebracht. De objecten zijn gecategoriseerd volgens de onderstaande definities: Toestand Uitstekend

Definitie Het object verkeert in een nieuwbouwstaat. Er zijn geen gebreken aangetroffen waarbij de functionaliteit en veiligheid van bouwdelen (mogelijk) in het geding is. Groot onderhoud* of vervanging wordt de komende 10 jaar niet verwacht. Er zijn nauwelijks gebreken aangetroffen waarbij de functionaliteit en veiligheid van bouwdelen (mogelijk) in het geding is. Wel zijn er gebreken die de duurzaamheid en toonbaarheid aantasten. Groot onderhoud* of vervanging van onderdelen wordt de komende 10 jaar niet verwacht. Er zijn gebreken aangetroffen waarbij de functionaliteit van bouwdelen (mogelijk) in het geding is. Groot onderhoud* of vervanging wordt binnen 5-10 jaar verwacht, klein onderhoud binnen 5 jaar. Er kunnen zich enkele calamiteiten voordoen als het geadviseerde klein onderhoud niet tijdig wordt uitgevoerd. Er zijn gebreken aangetroffen waarbij de functionaliteit en veiligheid van bouwdelen (mogelijk) in het geding is. Groot onderhoud* of vervanging is binnen 5 jaar nodig om het object weer in veilige/functionele staat te brengen. Klein onderhoud is binnen 2 jaar nodig om de veiligheid te waarborgen. De kans op calamiteiten is groot als het geadviseerde klein onderhoud niet tijdig wordt uitgevoerd. De ernst, intensiteit en omvang van de gebreken is dusdanig dat de functionaliteit en veiligheid van het object in het geding is.

Groot onderhoud* of vervanging is binnen 2 jaar nodig.

Goed

Redelijk

Matig

Slecht

Tabel 10 overzicht van de omschrijvingen van de verschillende onderhoudstoestanden. * Groot onderhoud betekent dat de onderhoudskosten minimaal 30% van de vervangingswaarde omvat.

In onderstaande tabel zijn de resultaten samengevat:

Staat van de kunstwerken 45

41

40 32

35

Aantal

30 25 20

18

15

10

10 5

1

0 Uitstekend

Goed

Redelijk

Matig

Slecht

Grafiek 2: overzicht algemene onderhoudstaat.

Hst.129-010-v3 Pagina 14 van 29

TOESTAND PER OBJECTTYPE

SLECHT MATIG

Vaste bruggen

Beweegbare bruggen

Sluizen

Tunnel

Steigers

Remmingwerken

1 4

3

3

REDELIJK GOED UITSTEKEND

20

111

18

4

9

2

1

14 8

3 1

7

Grafiek 3: overzicht onderhoudstaat per kunstwerktype

Ten aanzien van de onderhoudsstaat is zichtbaar dat ruim 89% (91 objecten) van het areaal de algemene onderhoudsstaat uitstekend, goed of redelijk heeft. Deze objecten voldoen aan het door de gemeente gewenst kwaliteitsniveau. 11% van het areaal heeft een kwaliteitsniveau matig tot slecht. Het gaat hierbij om 11 objecten. Deze objecten worden of dienen op korte termijn vervangen of grootschalig gerenoveerd te worden. Het gaat hierbij om de volgende objecten: Nummer

Kunstwerknaam

Type Object

Indicatiev e toestand

Opmerkingen in het kader van onderhoud

GNMBV10

Brug Bestevear

Vaste Brug

Matig

GNMBV14

Brug Dierenweide

Vaste Brug

Matig

GNMBV16

Brug Oostermaat

Vaste Brug

Matig

Betonschades en leuningschades Constructief voldoende. Brug zelf heeft geen functie en is weghalen een optie. Ligt in de dierweide. Niet publiek toegankelijk. Afgezet met hekken. Functie van de brug onduidelijk waardoor blijven liggen of weghalen optioneel is Houtrot en witschimmel waargenomen op aantal houten onderdelen. Leuningwerk zit los

HABV05

Brug Bunthaak 1

Vaste brug

Matig

De brug is onderdeel van tijdelijke maatregelen in de gemeente. Onderhoud is niet meegenomen.

ZWBV05

Brug Groot Lageland

Vaste Brug

Slecht

Brug ligt op privéterrein en is waarschijnlijk geen eigendom van de gemeente

ZWST02

Otterbeek 52-66

Steiger

Matig

Aantal planken gebroken of ontbreken. Risico op vallen door gebruikers

199760

Kettingweg

Steiger

Matig

199770

Industriehaven 3

Steiger

Matig

HARW04

Hasselt deel 4

Remmingwerken

Matig

Aantasting van de houten onderdelen van de steiger Vergaande aantasting houten paal (alternatief is houtrotherstel) Groot onderhoud aan de palen en wrijfgordingen in 2023

Hst.129-010-v3 Pagina 15 van 29

Nummer

Kunstwerknaam

Type Object

Indicatiev e toestand

Opmerkingen in het kader van onderhoud

HARW05

Hasselt deel 5

Remmingwerken

Matig

Groot onderhoud aan wrijfgordingen in 2023

de

palen

en

HARW06

Hasselt deel 6

Remmingwerken

Matig

Groot onderhoud aan wrijfgordingen in 2023

de

palen

en

Tabel 11: Overzicht van kunstwerken waarvan de onderhoudsstaat matig of slecht is.

5.2 Nader onderzoek komende periode Bij een aantal kunstwerken zijn technische/constructieve schades aangetroffen waarvan de ernst en de oorzaak tijdens de inspectie niet uniform kon worden vastgesteld. Omdat wij inschatten dat de risico’s op gevolgschade (materieel, financieel en/of letsel) bij geen herstel van de schade aanzienlijk is, adviseren wij deze objecten nader te onderzoeken. In onderstaand overzicht staan deze objecten aangegeven, inclusief het soort onderzoek(en), de noodzaak/reden ervan en het risico bij het niet laten uitvoeren van het onderzoek binnen 5 jaar.

HABV11 Hogenbergwegbrug Reden onderzoek: Deze brug ligt in een agrarisch gebied en bevindt zich in een drukke verbindingsweg voor het verkeer tussen Hasselt en Zwolle en de kleine kernen zoals Genne en Holten. De brug wordt blootgesteld aan steeds zwaarder wordende en intensievere verkeersbelasting in relatie tot de leeftijd van de brug en de (geringe) betonschades die zijn waargenomen. Geadviseerd onderzoek: Carbonatatie-/dekkings- en chloridemetingen van de betonconstructie in combinatie met een CRS. Risico bij niet uitvoeren onderzoek: Het onderzoek brengt de huidige conditie en (rest)levensduur van de brug in kaart en of de brug nog voldoet aan de huidige eisen.

GNMBV19 Kerkwetering Reden onderzoek: Deze brug ligt in een agrarisch gebied en bevindt zich in een drukke verbindingsweg voor het verkeer tussen Hasselt en Kampen en de kleine kernen zoals Mastenbroek. De brug wordt blootgesteld aan steeds zwaarder wordende en intensievere verkeersbelasting in relatie tot de leeftijd van de brug en de (geringe) betonschades die zijn waargenomen. Geadviseerd onderzoek: Carbonatatie-/dekkings- en chloridemetingen van de betonconstructie. Risico bij niet uitvoeren onderzoek: Het onderzoek brengt de huidige conditie en (rest)levensduur van de brug in kaart en of de brug nog voldoet aan de huidige eisen.

Hst.129-010-v3 Pagina 16 van 29

GNMBV20 brug kerkwetering fiets-/voetgangersbrug Reden onderzoek: Deze brug ligt in een agrarisch gebied en bevindt zich in een drukke verbindingsweg voor het verkeer tussen Hasselt en Kampen en de kleine kernen zoals Mastenbroek. Aan de onderzijde van het dek zijn watervoerende scheuren aangetroffen. Geadviseerd onderzoek: Carbonatatie-/dekkings- en chloridemetingen van de betonconstructie. Risico bij niet uitvoeren onderzoek: Het onderzoek brengt de huidige conditie en (rest)levensduur van de brug in kaart en of de brug nog voldoet aan de huidige eisen.

HABV09 brug H. van Viandenstraat Reden onderzoek: Deze brug ligt in het stedelijk gebied en bevindt zich in een drukke verbindingsweg voor het verkeer binnen Hasselt. De brug wordt blootgesteld aan steeds zwaarder wordende en intensievere verkeersbelasting in relatie tot de leeftijd van de brug en de (geringe) betonschades die zijn waargenomen Geadviseerd onderzoek: Carbonatatie-/dekkings- en chloridemetingen van de betonconstructie. Risico bij niet uitvoeren onderzoek: Het onderzoek brengt de huidige conditie en (rest)levensduur van de brug in kaart en of de brug nog voldoet aan de huidige eisen.

Hieronder is het overzicht van objecten waarvan wordt geadviseerd om tussen 5 en 10 jaar een nader onderzoek uit te voeren.

GNMBV18 Groene Steeg Reden onderzoek: Deze brug ligt in een agrarisch gebied en bevindt zich in een drukke verbindingsweg voor het verkeer tussen Hasselt en Kampen en de kleine kernen zoals Mastenbroek. De brug wordt blootgesteld aan steeds zwaarder wordende en intensievere verkeersbelasting in relatie tot de leeftijd van de brug en de (geringe) betonschades die zijn waargenomen. Geadviseerd onderzoek: Carbonatatie-/dekkings- en chloridemetingen van de betonconstructie. Risico bij niet uitvoeren onderzoek: Het onderzoek brengt de huidige conditie en (rest)levensduur van de brug in kaart en of de brug nog voldoet aan de huidige eisen.

GNMSL01 Sluis Binnenhaven Reden onderzoek: Deze sluis ligt in de binnenhaven van Genemuiden en wordt gebruikt om de binnenhaven te beschermen bij stijgende water van het Zwarte Water. De houten sluisdeuren zijn van 1981 en de voor- en achterharren zijn ter plaatse van de windwaterlijn behoorlijk aangetast. Geadviseerd onderzoek: Houtonderzoek met resistograaf om de (rest)levensduur te bepalen en of herstel optioneel is ten opzichte van vervanging. Risico bij niet uitvoeren onderzoek: Het onderzoek brengt de huidige conditie in kaart en of de deuren nog hun werk kunnen doen.

Hst.129-010-v3 Pagina 17 van 29

5.3 Vervanging objecten Wij adviseren de komende 10 jaar 14 objecten te vervangen. In de onderstaande tabel staan deze objecten weergegeven, inclusief de noodzaak/reden van de vervanging, het planjaar en het risico bij niet vervangen in het aangegeven planjaar. Overzichtsfoto object

Object GNMBV06 begraafplaats

Reden brug

GNMBV10 brug Bestevaer

Reservering voor vervanging in 2027. Reden: degradatie van de houten brug.

Reservering voor vervanging in 2028: Reden: behoorlijke betonschades. Voor dit object geldt dat het eigenlijk geen functie meer heeft. Hierdoor is mogelijk om enkel object te verwijderen.

GNMBV12 brug Schering

Reservering voor vervanging in 2028. Reden: degradatie van de houten brug.

GNMBV13 brug Inslag

Reservering voor vervanging in 2028. Reden: degradatie van de houten brug.

GNMBV14 Dierenweide

Reservering voor vervanging in 2023. Reden: degradatie van de houten brug.

brug

Hst.129-010-v3 Pagina 18 van 29

Overzichtsfoto object

Object

Reden

GNMBV16 Oostermaat

brug

Reservering voor vervanging in 2023. Reden: degradatie van de houten brug.

ZWBV10 brug de Zegge

Reservering voor vervanging in 2028. Reden: degradatie van de houten brug.

ZWBV11 Sterrekroos

Reservering voor vervanging in 2028. Reden: degradatie van de houten brug.

brug

het

199637

In 2022 wordt deze gerenoveerd. Reservering voor vervanging in 2031.

199639

In 2022 wordt deze gerenoveerd. Reservering voor vervanging in 2031.

199640

In 2022 wordt deze gerenoveerd. Reservering voor vervanging in 2031.

Hst.129-010-v3 Pagina 19 van 29

Overzichtsfoto object

Object

Reden

199642

In 2022 wordt deze gerenoveerd. Reservering voor vervanging in 2031.

199760

Reservering voor vervanging in 2025. Reden: degradatie van de houten steiger.

199770

Reservering voor vervanging in 2023. Reden is de beschadiging en ernstige degradatie van de houten palen.

Tabel 12 overzicht van de te vervangen objecten

In de komende 10 jaar (de periode 2022-2031) zijn het hoofdzakelijk houten objecten die het einde van hun levensduur naderen. Dit heeft te maken dat houten constructies een kortere levensduur (40 jaar) hebben ten opzichte van stalen (60 jaar) en betonnen (80 jaar) constructies. Dit houdt in dat houten onderdelen in de laatste 5 tot 10 jaar van hun levensduur sterk kunnen degraderen. In de volgende grafiek is inzichtelijk gemaakt wanneer grote vervangingsopgaves te verwachten zijn. Daarbij de kanttekening dat hoe verder men in de tijd kijkt, des te onzekerder het wordt dat de vervanging daadwerkelijk in dat jaar zal moeten plaatsvinden. In het begin zullen voornamelijk houten objecten zijn die vervangen moeten worden en naarmate men verder in de tijd gaat, zullen de betonnen en stalen objecten vervangen dienen te worden. Vooral de stalen en betonnen constructies zijn kostenintensief qua vervanging.

Hst.129-010-v3 Pagina 20 van 29

€212.245,38

€100.766,75

€25.925,43

€9.881,41

€-

€-

€2034

€129.167,50

€415.094,23 €2033

€2030

€57.557,71

€174.617,01 €2029

€-

€200.000,00

€-

€400.000,00

€-

€62.710,99

€101.294,16

€600.000,00

€269.031,41

€800.000,00

2043

€1.000.000,00

2042

€1.200.000,00

€748.131,45

€963.740,57

€1.400.000,00

€-

€1.600.000,00

2041

€1.800.000,00

€1.232.492,83

€1.544.753,44

Bedrag vervangingen

2046

2045

2044

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2032

2031

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

€-

Grafiek 4: overzicht vervangen objecten 2022-2046

In de bijlage VI is een overzicht van de betreffende objecten die in doorkijkperiode volgens het meerjarenplanning op vervangen staan.

Hst.129-010-v3 Pagina 21 van 29

6. MEERJARENKOSTEN EN BUDGET De onderhoudsbudgetten voor de 102 civiele kunstwerken zijn geactualiseerd en waar nodig uitgebreid en gespecificeerd. In dit hoofdstuk zullen de resultaten van de meerjarenbegrotingen worden behandeld. 6.1 Meerjarenonderhoudsplanning In de onderstaande overzichten zijn de onderhoudskosten samengevat voor de periode van 2022 tot en met 2026. Tevens is er een gemiddelde onderhoudskosten gebaseerd van de komende 10 jaar toegevoegd. 2022

2023

2024

2025

2026

Gemiddeld

Inspectie

€

34.240,00 €

7.400,00 €

7.400,00 €

12.768,00 €

40.474,25 €

Reparaties/calamiteitenonderhoud

€

5.047,62 €

-

-

-

-

Technisch onderhoud

€

91.471,38 €

197.549,55 €

Vervangen/renovatie

€

-

€

Verzorgend onderhoud

€

14.098,31 €

Vervangen objecten

€

-

Totaal onderhoud (excl vervangingen)€

€

€

€

13.631,90

€

504,76

4.808,03 €

82.020,00 €

89.602,27 €

82.678,49

62.710,99 €

-

€

101.294,16 €

15.701,40 €

82.625,13

35.715,61 €

30.580,01 €

42.669,16 €

84.467,83 €

37.363,15

€

62.710,99 €

-

€

101.294,16 €

15.701,40 €

66.521,13

144.857,31 €

240.665,16 €

42.788,04 €

137.457,16 €

214.544,35 €

150.282,30

Tabel 14 Overzicht per maatregeltype

In bijlage III is per object de hele meerjarenbegroting weergegeven met daarin de verschillende maatregeltypes en maatregelen. Bijlage IV geeft per objecttype een samenvatting van de meerjarenbegroting weer. Ten slotte geeft bijlage V per maatregel een samenvatting weer van de meerjarenbegroting. Wij benadrukken dat de inschatting van het moment van uitvoeren van onderhoud en de raming van de onderhoudskosten onnauwkeuriger wordt des te verder dit in de toekomst gepland staat. Dit in verband met onzekerheden in onder meer de gebruikersintensiteit en afwijkende materiaalkwaliteiten. Daarom adviseren wij de kunstwerken periodiek te inspecteren. Tenslotte merken wij nog op dat het uitstellen van onderhoud in de prioriteitscategorieën functionaliteit en duurzaamheid (constructief) in de opvolgende jaren leidt tot hogere beheer- en onderhoudskosten, verminderde veiligheid voor de gebruikers en het vroegtijdig moeten vervangen van objecten. Dit geldt ook voor uitstel van geadviseerd nader onderzoek. De gemiddelde jaarlijkse kosten voor inspecties, vervangingen en groot onderhoud voor de periode 2022 tot en met 2031 zijn geraamd op circa: € 216.800,=. Hierin is een bedrag van circa € 66.521,= opgenomen voor vervangingen van kunstwerken.

Uit de berekening van de benodigde budgetten voor inspecties en onderhoud blijkt dat op basis van het gewenst onderhoudsniveau jaarlijks gemiddeld € 150.282,= nodig is voor onderhoud. Voor de komende 10 jaar is gemiddeld gezien dus meer budget nodig voor onderhoud dan de vooraf gestelde onderhoudsbudget van € 140.000,= 6.2 Opbouw van de kosten Bij het bepalen van de onderhoudsmaatregelen is uitgegaan van de uitgangspunten zoals deze zijn vastgesteld in het beheerplan. Bij het actualiseren van de onderhoudsbegroting is gebruik gemaakt van de kostenkentallen van het beheersysteem. Daar waar maatregelen met bedragen in het bestand ontbreken zijn deze door ingenieursbureau Westenberg verzorgd. Deze bedragen zijn

Hst.129-010-v3 Pagina 22 van 29

gebaseerd uit het kentallenbestand van GWW en eigen ervaringscijfers. Prijspeil daarvan is 2021. Verder geldt er voor de bedragen het volgende: - Alle genoemde bedragen zijn exclusief BTW en VAT. - De genoemde bedragen zijn de directe kosten - Er is een toeslag van 34,2% aangehouden en omvatten de onderstaande posten.  Onvoorzien  Winst en risico  Uitvoeringskosten  Algemene kosten  Algemene kosten  Eenmalige kosten - Over de bedragen is geen indexering uitgevoerd. Zie paragraaf 6.3 voor een toelichting. Een percentage voor engineering en toezicht is vooraf niet vast te stellen gezien dit afhankelijk is van de grootte van het werk en van de omstandigheden waaronder werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Dit geldt ook voor bijzonder materieel (duikploeg, hoog-, laagwerker etc.), maatregelen in het kader van het milieu, verkeersmaatregelen en/of ontheffingen/vergunningen. Daarnaast dient onderstreept te worden dat de werkelijke onderhouds- en vervangingskosten kunnen afwijken van de in de rapportage aangegeven kosten, omdat deze ook afhankelijk zijn van de marktsituatie, economische omstandigheden, de aanbestedingsprocedure etc. en de constructie c.q. het ontwerp van het specifieke kunstwerk. Voor het op de markt zetten van de genoemde werkzaamheden, wordt geadviseerd om een bestek of werkomschrijving op te stellen, waar deze zaken afgeprijsd kunnen worden.

6.3 Verloop kostenindexatie De ontwikkeling van de kostprijzen van materialen, materieel, arbeid en onderaanneming zijn in de afgelopen tijd zeer onderhevig aan wisselingen vanwege externe invloeden. Het is moeilijk om in de toekomst te kijken of de prijzen verder gaan stijgen. Wel is het goed om te analyseren hoe de prijzen zich hebben ontwikkeld in de afgelopen periode. Uit de gegevens van het CBS (centraal bureau voor de statistiek) zijn de prijzen in de GWW sector ten opzichte van het ijkjaar 2015 (=100%) de prijzen jaarlijks gestegen. De onderstaande grafiek geeft het verloop van de prijsontwikkeling weer:

Hst.129-010-v3 Pagina 23 van 29

140 120 100 80 60 40 20 0

Grond-, weg- en waterbouw

jan. jan. jan. jan. jan. jan. jan. jan. 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021* 2022* 100

96

103,2 106,5 110,3 113,9

114

127,2

Civieltechnische werken 100,3 99,3 103,5 106,5 110,4 116,3 en bouw

119

127,5

Grafiek 5 Overzicht van de prijsstijgingen volgens het CBS

Hst.129-010-v3 Pagina 24 van 29

7. CONCLUSIES 7.1 Conclusie technisch Uit de resultaten blijkt dat bijna 90% van de civiele kunstwerken in de gemeente over het algemeen bevinden in een uitstekende, goede of redelijke staat van onderhoud. Als we naar de staat per type kijken, dan zijn het voornamelijk de betonnen en stalen kunstwerken die in een uitstekende, goede of redelijke staat verkeren. De algehele staat van 11% van de civiele kunstwerken bevinden zich in het onderhoudsniveau matig of slecht. Dat zijn er 5 vaste bruggen, 3 steigers en 3 remmingwerken in een matige of slechte staat van onderhoud verkeren. Daarvan is 1 houten brug in een dermate slechte staat dat deze op korte termijn vervangen moet worden. Op basis van de aangetroffen schades of niet-schadegerelateerde risico’s adviseren wij bij 4 objecten een aanvullend nader onderzoek. Bij deze bruggen heeft dit onderzoek mede tot doel om gegevens voor een (her)berekening op te nemen. 7.2 Conclusie financieel Het financiële plaatje is gebaseerd op zowel de resultaten van de uitgevoerde inspectie als een berekening van de kosten op basis van kentallen. Vanuit de inspectieresultaten krijgen we vooral inzicht in het benodigde onderhoud en kosten op de korte/middellange termijn (1-10 jaar), vanuit de kostenkentallen-berekening krijgen we een doorkijk naar de lange termijn.

Er is de komende 5 en 10 jaar onvoldoende budget beschikbaar om het areaal op het gewenste niveau in stand te houden. Voor instandhouding op de lange termijn is er onvoldoende budget beschikbaar. Een piek in de vervangingskosten verwachten we in de periode 2032-2046.

Hst.129-010-v3 Pagina 25 van 29

8. ADVIEZEN EN AANBEVELINGEN 8.1 Advies in het juridisch kader Vanuit het Burgerlijk Wetboek is de beheerder verantwoordelijk:  Voor een goed en zorgvuldig weg- en kunstwerkenbeheer.  Voor goed en zorgvuldig onderhoud, zodat er geen gebreken aan de weg en kunstwerken kunnen ontstaan.  Voor de veiligheid van de (weg)gebruikers, opdat zij op een normale en veilige manier gebruik kunnen maken van wegen en kunstwerken. De beheerder is aansprakelijk voor een concreet gebrek aan de weg of kunstwerk. In het Nieuw Burgerlijk Wetboek (deel 6, artikel 162 en 174) is de bewijslijst in geval van gevolgschade bij de beheerder komen te liggen. M.a.w. de beheerder dient aan te tonen dat hij alle redelijkerwijs noodzakelijke maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat gevolgschade kan ontstaan. In dit kader adviseren wij:  De geadviseerde nadere onderzoeken uit te laten voeren.  De noodzakelijke onderhouds- en/of vervangingsmaatregelen conform de aangegeven planning uit te voeren.  14 kunstwerken te vervangen in de periode 2022- 2031.  Een constructieve risicoanalyse van de kunstwerken, waarbij de prioriteit ligt bij de verkeersbruggen van vóór 1974 (omdat deze bruggen zijn ontworpen en berekend met oude normen) en fiets-/voetgangersbruggen waarover een voertuig heen gaat (onderhoudsvoertuigen groenvoorziening).

Als uit deze analyse of een geadviseerd nader onderzoek constructieve risico’s naar voren komen, deze objecten laten herberekenen.  De kunstwerken periodiek visueel laten inspecteren. Op basis van het gekozen onderhoudsniveau 1 x per 5 jaar geïnspecteerd. Door periodiek te inspecteren kunnen schades/gebreken tijdig worden vastgesteld. 8.2 Beheerstrategie De gemeente wil de volgende beheerstrategie aan het college voorstellen ten aanzien van het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken voor de komende 10 jaar:  Het college op de hoogte stellen van de benodigde vervangingen en investeringen voor de komende 10 jaar en een voorziening instellen waaruit toekomstige investeringen gefinancierd kunnen worden.  Constructieve veiligheid van de verkeersbruggen laten bepalen, met name de objecten die gebouwd zijn voor 1974 en van fiets-/voetgangersbruggen waar een (onderhouds-)voertuig over heen kan.  Onderhoudsbudget verhogen naar circa € 150.000,=.  Onderhoud en vervangingen prioriteren aan de hand van het beschikbare budget en vervolgens ‘het werk’ aanbesteden en laten uitvoeren.  Geplande nader onderzoeken laten uitvoeren.  Geadviseerde inspectiefrequentie handhaven. De gemeente heeft jaarlijks circa € 140.000,= budget beschikbaar. Dit is niet toereikend, er is een tekort van gemiddeld € 10.000,= op jaarbasis.

De vervangingswaarde van het areaal is berekend op circa € 18 miljoen Op basis van het beleid en de resultaten van de inspectie is de beheerstrategie opgesteld. Hieronder zijn de acties voor de korte termijn en de strategie voor de komende 10 jaar per beleidsdoelstelling samengevat.

Hst.129-010-v3 Pagina 26 van 29

Doelstelling 1: Kunstwerken moeten veilig zijn Acties op korte termijn:  Nader onderzoek uitvoeren bij 4 kunstwerken.  Nader onderzoek bij nog 2 kunstwerken tussen 5 en 10 jaar.  Constructieve risicoscan uitvoeren. Strategie:  De kunstwerken vijfjaarlijks inspecteren.  Uniform vastleggen van ontwerpdocumenten in inspectierapportages in een digitaal archief.  Constructieve bestekseisen en ontwerpdocumenten worden altijd gecontroleerd door een constructeur. Doelstelling 2: Budgetten worden effectief besteed Acties op korte termijn:  Onderhoudsbudget verhogen naar € 150.000,= per jaar om achterstallig onderhoud weg te werken en vroegtijdige degradatie wordt voorkomen.  Bepaalde kunstwerken zijn belangrijker dan andere, omdat ze bijvoorbeeld cruciaal voor de bereikbaar. Het economische risico bij uitval is groot. Door deze risico’s vast te leggen, kan de gemeente maatregelen nemen om deze te beperken. Wij adviseren zo’n risicoanalyse. Strategie:  Tussentijds een schouw uitvoeren en daaruit de onderhoudsplanning daaraan aanpassen.  Onderhouds- en herstelmaatregelen worden vastgelegd in een beheersysteem en voorzien van een risicogestuurde prioriteit en plandatum.  Onderhoud voorbereiden en aanbesteden middels de besteksvorm van een innovatief contract of vraagspecificatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11520253/1