2a. Bijlage - Beheerplan Opernbare Verlichting Zwartewaterland 2020-2025
Tekst van het document
Beheerplan Openbare Verlichting 2021-2025 Gemeente Zwartewaterland
Datum: Opgesteld door:
5 maart 2021 K. Beens, Ingenieursbureau NLI K. Driessen, gemeente Zwartewaterland Documentversie: V0.4
2
Inhoudsopgave 1
Samenvatting ............................................................................................................................. 4
2
Beleidsplan samenvatting ........................................................................................................ 5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 3
Doelen beleidsplan ................................................................................................................ 5 Gebiedsgerichte keuzes ....................................................................................................... 7 Evaluatie project ‘Van oranje naar wit licht’ ....................................................................... 7 Stand van zaken areaal ........................................................................................................ 8 Scenario’s ............................................................................................................................. 10 Masten ................................................................................................................................... 15 Armaturen ............................................................................................................................. 16 Dimmen, Dim - Zagha ......................................................................................................... 18 Aanpak beheer, onderhoud ................................................................................................... 19
3.1 Beheer en onderhoud ......................................................................................................... 19 3.2 Elektrische veiligheid ........................................................................................................... 19 3.2.1 Algemeen ....................................................................................................................... 19 3.2.2 Arbeidsomstandigheden .............................................................................................. 19 3.2.3 Burgerlijk Wetboek ....................................................................................................... 20 3.2.4 Schets van de huidige situatie .................................................................................... 20 3.2.5 Samenvattend ............................................................................................................... 21 4 4.1
Vervangingsplan komende 5 jaar ......................................................................................... 22 Aanpak en uitvoering........................................................................................................... 22
3
1 Samenvatting In 2014 is een beleidsplan openbare verlichting voor de periode 2014-2024 opgesteld en vastgesteld. Sindsdien is in het kader van veiligheid en duurzaamheid het project ‘Van oranje naar wit-licht’ uitgevoerd. Hierbij werd voornamelijk de oude oranje SOX verlichting vervangen voor de witte LED verlichting. Het voordeel van LED verlichting is dat het minder elektriciteit verbruikt, de kleurherkenning verbetert waardoor o.a. gezichten beter gezien worden en het sociale veiligheidsgevoel verbetert. Dit project is nu afgerond en we zijn nu toe aan de volgende stap, namelijk het opstellen van een beheerplan. Dit beheerplan is een meer concretere uitwerking van het beleidsplan en geeft invulling aan de vervangingsopgave. Het beheerplan geeft aan wat er gedaan moet worden om de doelstellingen en randvoorwaarden in het beleidsplan te bewerkstelligen. In het kort:
Beheer en onderhoud wordt in de huidige werkwijze gehandhaafd (zoveel mogelijk);
Beheersysteem (GBI) organiseren voor het bijhouden van het areaal;
Installatieverantwoordelijkheid opzetten;
Vervangen armaturen door LED zodat er bespaard wordt op energie- en onderhoudskosten;
Opzetten en aanbesteden vervangingsplannen voor de komende 5 jaar;
Standaard materialen toepassen zodat het areaal beheersbaar blijft;
Toekomstige ontwikkelingen blijven volgen en meenemen in aanbesteding;
Vervolg geven aan de grootschalige armatuurvervanging van de afgelopen jaren in het kader van “oranje naar wit” waarbij bijna alle SOX armaturen vervangen zijn door LED armaturen.
Dit beheerplan is voor vijf jaar van toepassing, namelijk van 2021 t/m 2025. Het plan geeft een meerjarige doorkijk op de vervangingsinvesteringen. In dit beheerplan wordt dit vanaf nu de planperiode genoemd. Het beheerplan wordt eens in de 5 jaar herzien. Als er tussentijds aanleiding is dit eerder te doen zal het plan eerder worden geactualiseerd.
4
2 Beleidsplan samenvatting In dit hoofdstuk wordt samengevat wat de doelen, randvoorwaarden en budgetten zijn uit het beleidsplan openbare verlichting.
2.1
Doelen beleidsplan
Hieronder zijn de doelstellingen vertaald vanuit het beleidsplan Openbare Verlichting dat vastgesteld is in 2014. De gemeente kiest voor ‘Donker waar mogelijk, licht waar nodig’. Dit betekent dat zij alleen verlicht waar en wanneer dat nodig is. Voor ieder gebied en per wegcategorie maakt de gemeente een afweging op maat. Doelen: De gemeente plaatst verlichting in de openbare ruimte om bij te dragen aan:
verkeersveiligheid;
sociale veiligheid;
kwaliteit van de leefomgeving inclusief de sfeer . De gemeente houdt bij iedere keuze rekening met duurzaamheid, leefbaarheid en de maatschappelijke kosten. De gemeente wil zorgvuldig omgaan met: energie; materialen (lampen, armaturen, lantaarnpalen); de leefomgeving in de avond en nacht: voorkomen van lichthinder, lichtvervuiling en het beschermen van donkerte; de leefomgeving overdag: lantaarnpalen en armaturen versterken de ruimtelijke kwaliteit en de gewenste sfeer; de kosten die verlichting met zich meebrengt over de totale levensduur gerekend. Ambitieniveau: Het ambitieniveau van Zwartewaterland is geen verdere toename van de totale lichtuitstoot. Deze ambitie is lastig meetbaar, de intentie is echter helder: de verstoring door licht in totaliteit neemt niet verder toe; bij huidige storende bronnen wordt bekeken of hier verbetering mogelijk is; bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de verlichting dusdanig ingericht dat de kwaliteit van de leefomgeving wordt versterkt; Doel is nadrukkelijk niet om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tegen te houden. Het gaat erom de extra lichtbronnen zo min mogelijk op de omgeving te laten storen door een bewust en duurzaam verlichtingsplan; De gemeente voert hiervoor diverse activiteiten uit passend bij de bestaande gemeentelijke taken en projecten.
De gemeente zoekt hiervoor de samenwerking met lichtbroneigenaren en heeft een stimulerende rol.
5
Beleid: zorgvuldig toepassen van openbare verlichting Besluitvorming in 5 stappen De gemeente Zwartewaterland kiest niet automatisch voor het plaatsen van openbare verlichting. Ze bekijkt eerst of er andere mogelijkheden zijn om de weg veilig te maken. Als er verlicht moet worden, doet de gemeente dit zo bewust mogelijk. Dit voorkomt onnodig energieverbruik en lichtvervuiling. Als de gemeente de weg of de verlichting gaat aanpassen, doorloopt zij de volgende stappen: 1. infrastructurele maatregelen waardoor geen/minder verlichting nodig is; 2. passieve markering (verbeterde reflectietechnieken o.a. in bebording, belijning en bebakening); 3. actieve markering (innovatieve reflectietechnieken met LED lampjes in wegdek, betonbanden of bakens); 4. energiezuinige lampen plaatsen met een laag vermogen; 5. innovatieve technieken toepassen (slim schakelen, eventueel dimmen). Het uitgangspunt van deze 5 stappen is het beperken van de hoeveelheid licht bij het ontwerpen of herinrichten van de openbare ruimte. Verlichting wordt in samenhang bekeken met het ontwerp voor beplantingen, schuttingen, paden en dergelijke. Voordat wordt verlicht, dient een zorgvuldig en integraal ontwerp van de openbare ruimte te worden gemaakt. In de praktijk vertalen de doelen zich als volgt: 1. Duurzaam inkopen van materialen openbare verlichting. 2. Bij vervangen kijken naar duurzame verlichting.
Dit zal dus LED worden. 3. Organiseren installatieverantwoordelijkheid c.q. Bedrijfsvoering Elektrische Installaties (BEI). 4. Fysieke installatie van openbare verlichting in stand houden en verouderde onderdelen vervangen om het functioneren te waarborgen. 5. Lichtplannen en vervangingen qua gelijkmatigheid uitvoeren volgens de richtlijnen in de NPR13201-1. De verlichtingssterkte ongeveer 70% van deze richtlijn. Bij vervangingen zal de gelijkmatigheid meestal gelijk blijven aan de huidige situatie omdat bij voorkeur niet de masten verplaatst worden. 6. De gemeente streeft naar een bezuiniging van energieverbruik van 2% per jaar. 7. Per soort gebied, één type verlichting toepassen (mast, armatuur, lichtkleur, lichtniveau). Dit om de herkenbaarheid en uniformiteit van het gebied te waarborgen. 8. Het vastleggen van alle data t.a.v. openbare verlichting in een toegankelijk beheersysteem. 9. De verkeersveiligheid is de basis van verlichting. In nieuwe situaties wel de keuze maken om verlichting te plaatsen of andere oplossingen, bijvoorbeeld infrastructurele maatregelen waardoor geen/minder verlichting nodig is, markering en als dat niet kan dan pas verlichting plaatsen met energiezuinige lampen met een laag vermogen. 10. In het buitengebied alleen verlichting plaatsen als dit vanuit de verkeersveiligheid noodzakelijk is.
Hierbij is maatwerk van toepassing en worden de volgorde van het vorige punt gevolg. Het beleidsplan heeft nog een doorlooptijd van 4 jaar. Door verouderde verlichting te vervangen voor LED verlichting wordt er duurzaam ingekocht, bespaard op energie- en onderhoudskosten, kan er uniformiteit ontstaan in het soort materiaal en wordt alles vernieuwd. Door structurele vervanging van de verlichtingsinstallatie worden de doelstellingen onder punt 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 gehaald.
6
2.2
Gebiedsgerichte keuzes
Hieronder een verkorte weergave van de keuzes per gebied: Binnen de bebouwde kom:
Lichtplannen en vervangingen qua gelijkmatigheid uitvoeren volgens de richtlijnen in de NPR13201-1. De verlichtingssterkte ongeveer 70% van deze richtlijn. Bij vervangingen zal de gelijkmatigheid meestal gelijk blijven aan de huidige situatie omdat bij voorkeur niet de masten verplaatst worden.
Woonstraten worden 4 en 6 meter masten toegepast met LED-armaturen, de armaturen op de 4 meter masten zoveel mogelijk met asymmetrische optieken om de overlast van licht in de woningen zoveel mogelijk te beperken;
Wijkontsluitingswegen worden 6 meter masten toegepast met LED-armaturen;
Gebiedsontsluitingswegen en industriegebied worden 8 meter masten toegepast met LEDarmaturen;
Winkelcentra worden per project besproken omdat hier ook overleg met belanghebbenden belangrijk is;
Vrij liggende fietspaden en voetpaden worden in principe niet verlicht, mits er acceptabele alternatieve routes zijn. Fietspaden en voetpaden met een overwegend recreatieve functie worden niet verlicht.
Buiten de bebouwde kom:
2.3
Buitengebied zo min mogelijk verlichting. Hier dient maatwerk geleverd te worden. Eerst wordt er gekeken naar andere oplossingen (infrastructurele maatregelen, passieve markering). Wordt er toch voor gekozen verlichting te plaatsen dan op fietspaden 4 meter en overige wegen 6/8 meter masten met LED-armaturen. Hierbij zal dan nog gekeken worden naar innovatieve toepassingen, bijvoorbeeld dimmen of slim schakelen (alleen inschakelen van verlichting als er iemand langs komt).
Evaluatie project ‘Van oranje naar wit licht’
In 2014 is een beleidsplan openbare verlichting vastgesteld. Sindsdien is in kader van duurzaamheid en veiligheid het project van ‘Van oranje naar wit-licht’ uitgevoerd. Hierbij werden voornamelijk de oude oranje SOX verlichting vervangen voor witte LED verlichting. Het voordeel van LED verlichting is dat het minder elektriciteit verbruikt, de kleurherkenning verbetert waardoor o.a. gezichten beter gezien worden en de sociale veiligheidsgevoel verbeterd. De afgelopen jaren zijn er circa 2700 armaturen vervangen voor LED armaturen (en circa 200 armaturen er bijgekomen door areaaluitbreiding). Bij de vervanging van armaturen door LED wordt zo’n 50-60% bespaard per armatuur op het verbruik van energie. Aangezien 57% van de armaturen is vervangen voor LED is levert dit zo’n 30% besparing van energie op. Hiermee voldoen we ruim aan de doelstelling van 2% besparing op energieverbruik per jaar. De kosten van de elektriciteitsrekening nam echter nauwelijks af. Dit komt door sterke toename van energiebelasting en de areaaluitbreiding van nieuwe lichtmasten (nieuwe woonwijken en dergelijke). Het voordeel voor onderhoudskosten wordt ingeschat op € 4.000 per jaar. Dit omdat de conventionele lampen elke 3 of 4 jaar vervangen moeten worden. Dit is bij LED niet nodig, de 7
verwachting is dat LED armaturen zeker 20 jaar kunnen branden. Wel moet een LED armatuur elke 5 jaar een keer schoongemaakt worden. Door het vervangen van de oranje verlichting zijn er ook veel klachten opgelost van bewoners die geen oranje verlichting meer wilden. Over de LED verlichting is men tevreden.
2.4
Stand van zaken areaal
In het beleidsplan is uitgebreid besproken wat de stand van zaken is van het areaal. Het areaal is uit te splitsen in masten, armaturen en lampen. Ook heeft de gemeente een gedeelte eigen net. Hier is de gemeente dus ook verantwoordelijk voor het beheer van de kabel en bijbehorende kasten. Er zijn nu veel verschillende soorten armaturen en lichtmasten. De armaturen worden vervangen door LED verlichting. Op dit moment zijn de huidige hoeveelheden van toepassing: Het gemeentelijk areaal telt momenteel circa 5.000 masten en armaturen. Masten Gedurende dit beheerplan moeten er in de eerste jaren veel lichtmasten vervangen worden. Voor masten wordt gerekend met een theoretische technische levensduur van 40 jaar en armaturen 20 jaar. Masten kunnen in de praktijk langer mee dan 40 jaar. De vervangingstermijn kan gerekt worden naar 45 of zelfs 50 jaar. Wel moet dan de toestand van deze masten regelmatig gemonitord worden. Dit kan door visuele inspecties of de masten te beproeven (stabiliteitsmeting).
Leeftijdsopbouw masten 1600 1359
1400
1294
1200 1000 800
685
600
520
470
400
283 197
200 31
0
123
67
0 50
45
40
35
30
25
20
15
10
5
0
In bovenstaande grafiek is te zien dat een groot deel van het areaal lichtmasten ouder is dan 40 jaar. In de vervanging scenario’s in paragraaf 2.5 wordt dit verder uitgewerkt.
8
Armaturen Een andere grote financiële component zijn de armaturen. In de grafiek hieronder is de leeftijdsopbouw van het armaturen areaal van de gemeente Zwartewaterland te zien.
leeftijdsopbouw armaturen 3500 3000
2919
2500 1945
2000 1500 1000 500
180
3
0 0-5
6-10
11-20
>20
Zoals hierboven te zien is zullen er circa 1.945 armaturen vervangen moeten worden omdat deze meer dan 20 jaar oud zijn. In een klein deel (370 stuks) van deze armaturen bevinden zich nog lampen die nog veel energie verbruiken (SOX, SON, TL). Deze armaturen zullen als eerste vervangen worden (laaghangend fruit). Hierna zal de rest van de armaturen die ouder zijn dan 20 jaar vervangen worden. Voor deze vervanging zal een vervangingsplan gemaakt worden. Deze armaturen kunnen dan de komende 5 jaar vervangen worden. Als deze armaturen vervangen zijn hoeft er daarna een groot aantal jaren niet veel te worden vervangen. Het grootste gedeelte van het areaal is namelijk jonger dan 5 jaar. Dus deze armaturen kunnen nog zeker 15 jaar mee. Eigen net De gemeente Zwartewaterland beschikt ook over een aantal eigen netten. Het grootste eigen net is in de wijk Hasselt om de Weede. Hier zijn alle openbare verlichting kabels van de gemeente. Verder zijn er nog een paar kleinere eigen netten. Bij eigen net heeft de gemeente ook de kabel in beheer. Voor deze netten en bijbehorende kasten zal een schema moeten komen voor NEN3140 keuringen. Dit zal samen met het installatieverantwoordelijkheid opgepakt worden. Stand van zaken beheer en onderhoud Op dit moment worden de lichtmasten bijgehouden in het beheersysteem.
Van een deel van de armaturen is de plaatsingsdatum bekend en voor een deel niet (nu ingeschat voor dit plan). Om het beheer eenvoudiger te maken zou het goed zijn om tijdens de uitvoeringsperiode van dit plan gelijk met vervangingen alle data goed vast te leggen. Dit houdt in:
Inmeten lichtmasten conform BGT;
Nummeren lichtmasten zodat deze identificeerbaar is voor gemeente en burgers;
Vastleggen masttype en datum in het beheersysteem;
Vastleggen armatuurtype en datum in het beheersysteem;
Vastleggen garantietermijn armaturen in het beheersysteem. Met deze gegevens is een storing makkelijker te vinden voor een monteur (eenduidige melding) maar is ook een volgend beleids- en beheerplan eenvoudiger op te stellen (juiste data).
9
Het correctief onderhoud bestaat nu uit het in zomer een keer per 2 weken 1 dag en in de winter een keer week 1 dag repareren van defecten door de buitendienst. Het groepsgewijs vervangen van lampen gebeurd nu niet. Dit is in de toekomst ook niet nodig omdat alle armaturen straks vervangen zijn door LED. Wel zal dan elk armatuur 1 keer per 5 jaar schoongemaakt worden om een goed verlichtingsniveau te handhaven. Dit kan door de buitendienst gedaan worden.
2.5
Scenario’s
Om een goede vervangingsstrategie te kunnen bepalen is het van belang te kijken naar de duurzaamheidsdoelstelling in het beleidsplan verlichting, veiligheid, praktische levensduur, de spreiding van de vervangingsopgave en realistisch werkpakket. Duurzaamheidsdoelstelling: In het beleidsplan is beschreven dat wij gemiddeld 2% minder elektriciteit verbruiken op de totale verlichtingsinstallatie. Dit doen wij door voldoende energiezuinige LED verlichting toe te passen. Inmiddels hebben wij al zo veel LED verlichting toegepast dat als wij de komende 5 jaren geen oude armaturen vervangen voor LED armaturen dat wij nog steeds voldoen aan deze doelstellingen. Veiligheid en praktische levensduur In de praktijk staan lichtmasten er langer dan 40 jaar en armaturen dan 20 jaar. In Zwartewaterland staan enkele masten er zelfs 50 jaar. Er zijn gemeenten die kiezen om masten te vervangen bij 40 jaar maar er zijn ook heel veel gemeenten die de masten later vervangen. Praktisch lijkt een mast prima 45 jaar mee te gaan en 25 jaar voor een armatuur lijkt ook praktisch haalbaar. Eerder vervangen is dan kapitaalvernietiging. Mocht er gekozen worden om de masten pas naar 50 jaar te vervangen dan zou het goed zijn om een zo geheten schudproef te doen bij deze masten om te zien of veilig is om deze masten lange te laten staan.
Spreiding van de vervangingsopgave en realistisch werkpakket Bij het vervangen van masten na 50 jaar neemt de kans op incidentele vervanging toe. Incidentele vervanging zal duurder zijn dan groepsgewijze vervanging. Daarbij zal er een onrustig straatbeeld ontstaan als er deels oude armaturen en de nieuwe armaturen met LED verlichting in een straat voorkomen. Bij de scenariokeuze kijken we ook of er spreiding kan zijn in de vervanging om enerzijds een realistisch werkpakket te hebben (kunnen we het wegzeten) en anderzijds piekuitgaven in de toekomst te voorkomen.
10
Hier onder staan de scenario’s uitgewerkt met de financiële consequenties. Scenario 1 Mastvervanging 40 jaar, armatuurvervanging 20 jaar
96% LED na 2025 Scenario 1 armaturen
masten
kasten
2022
€ 172.000
€ 278.000
€ 100.000
2023
€ 172.000
€ 278.000
€ 25.000
2024
€ 172.000
€ 278.000
€ 25.000
2025
€ 172.000
€ 278.000
€0
2026
€0
€ 136.000
€ 15.000
2027
€0
€ 136.000
€ 15.000
2028
€0
€ 136.000
€ 15.000
2029
€ 300
€ 136.000
€ 15.000
2030
€ 6.600
€ 136.000
€ 15.000
2031
€0
€ 22.500
€0
2032
€ 9.500
€ 22.500
€0
2033
€ 34.000
€ 22.500
€0
2034
€ 50.000
€ 22.500
€0
2035
€0
€ 25.000
€0
€ 788.400
€ 1.907.000
€ 225.000
totalen
* 1945 armaturen worden vervangen tot en met 2025 Scenario 1: hierbij worden de masten na 40 jaar vervangen en de armaturen na 20 jaar. Voordelen:
Er wordt hier geen risico genomen;
Snel toewerken naar areaal met bijna alleen LED verlichting: na 2025 is bijna het gehele areaal (ca. 96%) in LED uitgevoerd. Nadelen:
Direct een grote investering in de vervanging van masten en armaturen
11
Scenario 2 Mastvervanging 45 jaar, armatuurvervanging 25 jaar
70% LED na 2025, 96% na 2030 Scenario 2 armaturen
masten
kasten
2022
€ 49.000
€ 186.000
€ 100.000
2023
€ 49.000
€ 186.000
€ 25.000
2024
€ 49.000
€ 186.000
€ 25.000
2025
€ 49.000
€ 186.000
€0
2026
€ 99.000
€ 74.000
€ 15.000
2027
€ 99.000
€ 74.000
€ 15.000
2028
€ 98.000
€ 74.000
€ 15.000
2029
€ 98.000
€ 73.000
€ 15.000
2030
€ 98.000
€ 73.000
€ 15.000
2031
€0
€ 136.000
€0
2032
€0
€ 136.000
€0
2033
€0
€ 136.000
€0
2034
€ 300
€ 136.000
€0
2035
€ 6.600
€ 136.000
€0
€ 694.900
€ 1.792.000
€ 225.000
totalen
* 536 armaturen worden vervangen tot en met 2025. Scenario 2: hierbij worden de masten na 45 jaar vervangen en de armaturen na 25 jaar. Voordelen:
De risico’s zijn (nog steeds) beperkt;
De vervangingsopgave en dus de kosten zijn iets minder dan in scenario 1. Nadelen:
Het duurt langer voordat het areaal grotendeels is uitgerust met LED verlichting; na 5 jaar is dan 70% LED.
12
Scenario 3 Mastvervanging 50 jaar, armatuurvervanging 25 jaar
70% LED na 2025, 96% LED na 2030 2030 Scenario 3 armaturen
masten
kasten
2022
€ 49.000
€ 17.000
€ 100.000
2023
€ 49.000
€0
€ 25.000
2024
€ 49.000
€0
€ 25.000
2025
€ 49.000
€0
€0
2026
€ 99.000
€ 146.000
€ 15.000
2027
€ 99.000
€ 146.000
€ 15.000
2028
€ 98.000
€ 146.000
€ 15.000
2029
€ 98.000
€ 145.000
€ 15.000
2030
€ 98.000
€ 145.000
€ 15.000
2031
€0
€ 74.000
€0
2032
€0
€ 74.000
€0
2033
€0
€ 74.000
€0
2034
€ 300
€ 73.000
€0
2035
€ 6.600
€ 73.000
€0
€ 694.900
€ 1.113.000
€ 225.000
totalen
* 536 armaturen worden vervangen tot en met 2025. Scenario 3: hierbij worden de masten na 50 jaar vervangen en de armaturen na 25 jaar. Voordelen: Het is een lage vervangingsopgave. Nadelen:
Er wordt (veel) meer risico gelopen.
Er zullen meer incidentele vervangingen plaats moeten vinden en bovendien zullen schudproeven op de masten moeten worden uitgevoerd, om te bepalen wat de resterende levensduur van het object is. Dit zal leiden tot hogere kosten.
Ook hier zal er minder snel een duurzame verlichting aanwezig zijn. Na 5 jaar is dan, net als bij scenario 2, 70% LED.
13
Conclusie Scenario 1: heeft eigenlijk geen risico’s , hele stevige vervangingsopgave, in 5 jaar tijd bijna volledig LED verlichting, maar wel kapitaalvernietiging van masten en armaturen omdat deze eerder vervangen worden dat praktisch noodzakelijk is. Scenario 2: beperkte risico’s, prima spreiding van de vervangingsopgave en prima praktisch wel realiseerbaar, in 10 jaar tijd naar bijna volledig LED verlichting, groepsgewijze vervanging is prima mogelijk en er zullen nauwelijks incidentele vervangingen plaats hoeven te vinden. Nauwelijks kapitaalvernietiging. Scenario 3: aanzienlijke risico’s (aanvullend stabiliteitsmetingen/schudproeven nodig), kans dat bij een aantal wijken de masten toch ouder zijn dan in het beheersysteem staan, ook kans op incidentele vervangingen en daarmee hoger kosten, geen kapitaalvernietiging, lage vervangingsopgave maar ook verschuiving van de vervangingspiek. Aanbeveling Aanbevolen wordt om te kiezen voor scenario 2. Dit scenario is praktisch uitvoerbaar, heeft weinig risico’s, prima speiding en nauwelijks kaptitaalvernieting. Bovendien past deze ruim binnen de duurzaamheidsdoelstelling. Overige kosten In de scenario’s staan alleen de kosten van de vervanging van armaturen. Daarnaast zijn er de jaarlijkse kosten zoals de verlichting momenteel onderhouden en beheerd wordt.
Het gaat hierbij om lampvervanging en incidentele mast en armatuurvervanging door schade. Bij de vervanging naar LED verlichting zullen de kosten voor lampvervanging afnemen. Aan de andere kant zullen er kosten bij komen voor het schoonmaken van LED armaturen (eens in de 5 jaar) en zal er geïnvesteerd worden in een veilige elektrische installatie (NEN3140). Afhankelijk van de scenariokeuze zullen ook extra kosten gemaakt moeten worden voor stabiliteitsmetingen van lichtmasten (bij scenario 3). Een nachtschouw behoort ook tot de mogelijkheden. Hierbij wordt de verlichting gecontroleerd als het donker is of alle lampen branden. Dit is in de gemeente Zwartewaterland niet echt interessant omdat doorgaans kapotte verlichting gemeld wordt door de bewoners. Daarnaast vindt incidentele schouw plaats. Voor grootschalige vervangingen, het maken van lichtplannen, e.d. wordt een beroep gedaan op adviesbureaus met kennis van verlichting.
14
2.6
Masten
De gemeente wil in haar areaal aluminium masten toepassen. De keuze hiervoor is ingegeven vanuit duurzaamheid en verkeersveiligheid. Vooral verkeersveiligheid speelt hierbij een grote rol. Aluminium masten zullen bij een botsing voor aanzienlijk minder schade zorgen dan het alternatief staal. Het gaat daarbij om masten:
4 meter paaltop conisch top 60 mm;
6 meter conisch uithouder top 60 mm uithouderlengte 100 cm;
8 meter conisch uithouder top 60 mm uithouderlengte 100 cm.
Hieronder de algemene eisen t.a.v. aluminium masten. Normen:
Masten moeten nieuw zijn geproduceerd;
Masten dienen te zijn voorzien van een CE-keurmerk;
Klimaat neutraal in Nederland geproduceerd (aangetoond met certificaat);
Masten dienen te voldoen aan NEN-EN 40, en eventuele uithouders moeten voldoen aan: Klasse 2 maximaal 6% horizontale uitwijking. Uitvoering:
Masten worden geplaatst inclusief grondvleugels;
Deursectie met sluiting driekant 10 mm;
Een glijrail met 2 onverliesbare glijmoeren M6x16 en aardbout M8;
Glijmoeren moeten voldoen aan NEN-EN 50 025. De glijrail dient over de gehele lengte van de mastdeur te lopen;
Afmeting mastdeur dusdanig dat er een aansluitkastje (LS-94) in gemonteerd kan worden, mastdeur moet aan zijkant mast zitten (dus 90 graden gedraaid t.o.v. uithouder zodat degene die eraan werkt altijd het verkeer ziet naderen);
Minimale afmeting bedraagt 400 x 85mm;
Op de aardbout moet een label "aardingsteken" zijn bevestigd;
Het ondergrondse deel (indien niet specifiek aangegeven op de tekeningen) moet zijn voorzien van een kabel invoergat waarvan de onderkant zich 500 mm onder het maaiveldniveau bevindt met de afmeting 150x50 mm (inclusief manchet vastgelegd in de norm NEN-EN 40);
Eisen:
Ontwerp technische levensduur lichtmast dient 40 jaar te zijn;
De mast dient geschikt te zijn voor het windgebied waar deze mast geplaatst wordt;
Mastdeur dient spatwater dicht te zijn IP 44 en voorzien van een sluiting volgens NPR 994;
De toe te passen uithouders dienen een hellingshoek van 5 graden te hebben.
15
2.6.1.1 Aluminium Normen: Lichtmasten dienen thermisch verzinkt te zijn volgens de NEN-EN 40. Uitvoering:
Het grondstuk dient voorzien te zijn van een corrosiewerende coating of bandage en dient een kabelinvoermanchet te bevatten.
Eisen:
De samenstelling van de geleverde producten is bekend tot op 100 ppm, ook als het gaat om gerycled materiaal;
Voor de lichtmasten is gedefinieerd voor welk gebruik en welke gebruiksperiode het product ontworpen is en voor welke kringloop de onderdelen bedoeld zijn;
Het product bevat geen bekende toxische materialen in de beoogde toepassing.
Vormgeving:
2.7
Masten dienen een goede cirkelvormige doorsnede te bezitten met een maximale afwijking van 1,5%. De overgangen mogen geen insnoeringen noch uitstulpingen vertonen, terwijl het gebruik maken van verschillende coniciteiten per mast niet toelaatbaar is.
Armaturen
De armaturen die de gemeente op dit moment toepast, zijn de Lightronics KFK LED voor op 4 meter masten en de Urban mini 1300 lm van Lebaa Lighting LED op 6 meter masten. Op de 8 meter masten de Brisa van Lightronics.
KFK
Urban mini 1300 lm
Brisa
In het centrum van Zwartsluis, Genemuiden en Hasselt wordt andere verlichting toegepast om ook door middel van de verlichting aan te geven dat het hier om een bijzonder gebied gaat. Hier mogen de armaturen dus afwijken van de bovengenoemde standaard. De hieronder genoemde eisen zijn relevant voor de gelijkwaardigheid omdat hierin eisen worden benoemd welke ervoor zorgen dat de gemeente Zwartewaterland iets krijgt wat past binnen haar verwachting. Denk hierbij aan: dichtheid, vandalismebestendig, instelbaarheid hoek, lichtkleur, lichtbehoud, aansluitspanning (net Enexis), bescherming tegen overspanning, toetsbare certificeringen (normen).
De beschermingsgraad tegen invloeden van buitenaf moet minimaal IP65 te bedragen;
Voor de LED’s geldt een beschermingsgraad van IP67.
Het schokbestendigheidsniveau moet minimaal IK08 te bedragen;
De montagediameter van het armatuur is 60mm (opzet) met instelbare tilthoek; 16
Het armatuur moet een lichtkleur produceren tussen 2800-3000 Kelvin (Warm Wit);
Lichtbehoud (100.000 L80 F10 Tq25°C):
Het armatuur moet een verwachte levensduur te hebben van minimaal 100.000 uur, dit staat gelijk aan ca. 24 jaar (4028 branduren per jaar);
Het uitvalspercentage van de armaturen mag maximaal 10% bedragen (F10). Deze F-waarde betekent dat 80% van de armaturen aan de aangegeven L-waarde en levensduur voldoen;
Alle armaturen worden gebruiksklaar zonder losse onderdelen geleverd;
Power factor mag niet minder zijn dan 0,95 wanneer het armatuur op 100% brandt. Bij 50% dimmen mag de powerfactor niet lager zijn dan 0,80;
Het armatuur moet geschikt te zijn voor wisselspanning 220-240 V;
Het armatuur moet, met een overspanningsbeveiliging (10kV), beveiligd te zijn tegen piekspanningen conform IEEE & ANSI C62.41.2;
Armatuur moet voldoen aan EN60598, EN62471, EN62493, EN55015, EN61000-3-2, EN61547 en zijn voorzien van CE keurmerk;
Armaturen moeten nieuw zijn.
Armaturen moeten voorzien zijn van dimregime 3a. Dimregime betekend dat een armatuur tot 22.00 uur 100% brandt, tussen 22.00 uur en 24.00 uur op 70% brandt, tussen 24.00 uur en 5.00 uur op 50% brandt, tussen 5.00 uur en 6.00 uur op 70% brandt en na 6.00 uur weer op 100% brandt.
Met dit dimregime zal een besparing op het energieverbruik gehaald kunnen worden van 28%.
17
2.8
Dimmen, Dim - Zagha
Om meer te kunnen besparen op het energieverbruik en ter voorkoming van (onnodig) lichtvervuiling zal de gemeente alle nieuwe armaturen gaan dimmen in daluren. Dat betekent dat het licht minder fel brandt tussen 22.00 en 06.00 uur. Binnen Nederland wordt door heel veel gemeentes toegepast. Tevens zal bekeken worden of er behoefte is aan een Zagha connector. Op een Zagha connector kunnen eenvoudige sensoren aangesloten worden (toekomstbestendig). Deze sensoren kunnen voor diverse toepassingen gebruikt worden, te denken valt aan: telemetriesysteem dat het mogelijk maakt om de armaturen op afstand te bedienen. Bij het toepassen van deze connector is de gemeente in de toekomst al voorbereid om de armaturen te kunnen bedienen.De verwachting is dat er in de toekomst allerlei toepassingen aan armaturen gekoppeld kunnen worden via de Zagha connector, denk aan luchtmetingen, geluidmetingen, enz.
18
3 Aanpak beheer, onderhoud Vanuit het beleidsplan zijn doelstellingen vastgesteld. Met name besparen op energie en duurzaamheid zijn twee doelstellingen. Om deze te bereiken is er een aanpak nodig, deze wordt hierna beschreven.
3.1
Beheer en onderhoud
De manier waarop het beheer op dit moment gebeurt en omschreven is in hoofdstuk 2.4, zal voor de periode dat dit beheerplan geldt hetzelfde blijven. Het onderhoud wordt door de komende jaren wel steeds iets minder worden omdat LED armaturen minder onderhoud nodig hebben. Het is namelijk niet meer nodig om de lamp eens in de zoveel tijd te vervangen, omdat LED armaturen 25 jaar meegaan. Nu worden lampen eens in de drie á vier jaar vervangen. LED armaturen moeten wel elke 5 jaar schoongemaakt worden. Dit gebeurde bij de oude armaturen ook, alleen werd dit altijd gedaan als de lamp vervangen wordt. Bij LED armaturen hoef je de lamp niet te vervangen. Doordat het armatuur vies wordt verliest het een deel van zijn lichtsterkte. Dit kan voorkomen worden door de armaturen schoon te maken. Dit kan door de eigen dienst met de eigen hoogwerker gedaan worden. Hier moet een schema voor opgesteld worden zodat alle LED armaturen een keer per 5 jaar schoongemaakt zijn. Jaarlijks zullen er incidenteel een aantal bij plaatsingen vanuit beheer gedaan worden. Dit zijn er op jaarbasis 5 tot 10. Grotere aantallen bij plaatsingen zullen vanuit de projecten geregeld en gefinancierd worden. Als er bij plaatsingen zijn moet ook het onderhoudsbudget hierop aangepast worden.
3.2
Elektrische veiligheid
3.2.1
Algemeen
Het in eigendom, gebruik en beheer hebben van openbare verlichting (lees: Elektrische installaties) brengt specifieke risico’s met zich mee voor zowel medewerkers als gebruikers van de openbare ruimte. De bekendste risico’s zijn elektrisering (ongeval zonder dodelijke afloop), elektrocutie (ongeval met dodelijke afloop) en brandgevaar.
3.2.2
Arbeidsomstandigheden
Omdat bij werkzaamheden aan, met of nabij elektrische installaties en arbeidsmiddelen gevaar met zich mee brengen is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing. In artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet staat dat een werkgever: a. Bij het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk moet vastleggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich mee brengt (RI&E). 19
b. In deze RI&E een beschrijving moet opnemen van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen. c. In een plan van aanpak, die deel uit maakt van de RI&E, moet aangeven welke maatregelen zullen worden genomen in verband met de bedoelde risico’s en de samenhang daartussen. d. Er voor moet zorgen dat iedere werknemer kennis kan nemen van de RI&E. Daarnaast hebben gemeenten als werkgever/opdrachtgever op grond van het Arbeidsomstandigheden-besluit o.a. de verplichting dat elektrische installaties zodanig zijn ontworpen, ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. En doeltreffende maatregelen moeten zijn genomen tegen gevaar van brand, ontploffing, directe en indirecte aanraking en te dichte benadering. Verder moeten elektrotechnische werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden die gevaren kunnen opleveren, door deskundige, voldoende onderrichte en daartoe bevoegde werknemers worden uitgevoerd. Hoe dit kan worden geborgd is beschreven in NEN3140: Werknemers moeten schriftelijk zijn aangewezen door de hoogst verantwoordelijke voor de naleving van de Arbowet (directeur), de daartoe aangewezen leidinggevende of mogelijk een Installatieverantwoordelijke.
In de aanwijzing van de werknemer horen de bevoegdheden te staan (bijvoorbeeld: hoog- of laagspanning, plaats/afdelingen, schakelbevoegdheden en/of soorten werkzaamheden). Bij de beoordeling van een arbeidsongeval met elektriciteit zal de Inspectie SZW (voormalige Arbeidsinspectie) de NEN3140 gebruiken als referentiekader. want dit is een norm en er mag dus vanaf worden geweken, mits een vergelijkbaar veiligheidsniveau wordt gehaald.
3.2.3
Burgerlijk Wetboek
Naast bedienaars (medewerkers), onderhoudsteams (toezichthouders en aannemers) hebben ook gebruikers (inwoners van de gemeente) te maken met de risico’s. Een argeloze inwoner die bijvoorbeeld een lichtmast aanraakt of het hondje dat er tegenaan plast en een schok ervaart wordt niet beschermd door de Arbowetgeving. Zij verrichten immers geen werk aan, met of nabij de lichtmast. In dit perspectief is voor hun veiligheid het Bouwbesluit (artikelen 6.7 en 6.8) en Woningwet (artikel 1a), samen met de Productverordening 305/2011 van toepassing. Hier moet opvolging aan worden gegeven in relatie tot aansprakelijkheid volgens het Burgerlijk Wetboek. Deze aansprakelijkheid kan worden beperkt door periodiek en systematisch uitvoeren van onderhoud en inspecties. Dat is nu precies waar het in NEN3140 (en daarmee de Installatieverantwoordelijkheid) ook over gaat.
3.2.4
Schets van de huidige situatie
In RI&E van de gemeente komen de gevaren van elektrotechnische installaties en gereedschappen niet of nauwelijks aan bod. Het beperkt zich tot periodiek volgens NEN3140 controleren van aanwezige apparatuur in gebruik bij medewerkers. Medewerkers van gemeenten zijn onvoldoende inhoudelijk op de hoogte van normen die betrekking hebben op de veiligheid van elektrische installaties, zoals NEN3140 en NEN1010. Onbekend is of
20
medewerkers deskundig en voldoende zijn onderricht om werkzaamheden aan, met of nabij elektrische installaties uit te voeren en bevoegdheden zijn niet vastgelegd. Tenslotte is het onbekend of onderhoud aan en inspecties van elektrische installaties en arbeidsmiddelen voldoende periodiek en systematisch worden uitgevoerd, bijvoorbeeld conform NEN3140.
3.2.5
Samenvattend
De bedrijfsvoering van elektrische installaties en arbeidsmiddelen is niet conform NEN3140 of vergelijkbaar ingericht. In geval van een ongeval met elektriciteit waarbij medewerkers of gebruikers van de openbare ruimte zijn betrokken kan een gemeente verwijtbaar gedrag worden verweten. Dit kan leiden tot hoge boetes. En wat te denken van de negatieve publiciteit als de gemeente aansprakelijk wordt gesteld als een inwoner of hond van een inwoner schade en/of letsel ondervindt door een elektrische schok. Het aansprakelijkheids-, het functionele en financiële risico (doordat bij uitval van mensen of installaties aanvullende dure en tijdrovende veiligheidsmaatregelen moeten worden getroffen) en negatieve publiciteit kunnen worden verminderd door de NEN3140 of een gelijkwaardige bedrijfsvoering te implementeren. Om hierboven genoemde redenen zal in 2021 worden uitgezocht hoe de veilige elektrische bedrijfsvoering van de openbare verlichting beter geborgd kan worden. Bijvoorbeeld conform NEN3140 maar in ieder geval gelijkwaardig. Hiervoor zal een externe expert nodig zijn.
21
4 Vervangingsplan komende 5 jaar Een doelstelling in het beleidsplan is om energie te besparen. Ook vanwege de leeftijd moeten de nodige armaturen vervangen worden. Om dit snel en eenvoudig te bereiken moeten daarom in ieder geval de energieverslindende armaturen worden vervangen. Dit is het zogenaamde laaghangende fruit. Zoals in het beleidsplan uitgelegd zijn dit de SOX, SON en TL-lampen. Een volgorde in prioriteit is: 1. Vervangen SOX, SON, TL-lampen en gevaarlijke situaties (oudste masten uit het areaal); 2. Vervangen verouderde materialen masten ouder dan 40 jaar en armaturen ouder dan 20 jaar; 3. Vervangen zoveel mogelijk per wijk.
4.1
Aanpak en uitvoering
Het plan is om de laatste SOX, SON en TL-lampen te vervangen en daarna de oudste armaturen. Dit wordt gedaan in 2022 tot en met 2025. Er zal een vervangingsplan gemaakt worden voor de vervanging van de masten en de armaturen. De vervanging van de masten zal door een aannemer uitgevoerd moeten worden. Dit heeft te maken met de voorschriften van de kabelbeheerder en de specifieke kennis die hiervoor nodig is. De vervanging van de armaturen kan door de buitendienst uitgevoerd worden. Voor de locaties waar zowel de mast als het armatuur vervangen moet worden lijkt het logisch dit door de aannemer te laten doen. Bij de uitvoering zal er zoveel mogelijk wijkgericht gewerkt worden. Ook moet gekeken worden naar andere werkzaamheden en zo mogelijk combinatie gezocht worden met andere projecten. Om dit te doen zal het vervangingsplan tot op detail uitgewerkt moeten worden. Hierna wordt het werk op de markt gezet.
22