CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

2a. Bijlage 1 - Opgaven in Noordwest Overijssel

Raadsvergadering 18 februari 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Brieven van het college7.115 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Opgaven in Noordwest Overijssel De opgaven voor het Gebiedsproces Veenweide Noordwest Overijssel, zijn opgebouwd uit lokale, regionale, provinciale en landelijke opgaven vanuit verschillende beleidsterreinen of processen. Hieronder worden de belangrijkste hiervan in chronologische volgorde (van dit gebiedsproces) verwoord. Verkenning Bodemdaling Het tegengaan van bodemdaling in de veenweidegebieden heeft effecten op diverse terreinen. Voor de landbouwpraktijk levert het op de korte termijn de nodige uitdagingen op, die niet altijd als positief zullen worden ervaren. Denkend vanuit de noodzakelijke landbouwtransitie, kunnen hierbij op de (middel-) langere termijn ook kansen ontstaan. Op andere beleidsterreinen heeft het tegengaan van bodemdaling voornamelijk een positieve uitwerking. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het verminderen van de uitstoot van CO2, om opslagcapaciteit van CO2 vergroten, om het verduurzamen van de waterhuishouding, om het verminderen van schade aan infrastructuur en gebouwen, om het tegengaan van verslechtering van de waterveiligheid, om het verminderen van de wegzijging van water uit de natuurgebieden, om het verbeteren van de waterkwaliteit in de natuurgebieden, om verbeteren van de habitat voor weidevogels en om tegengaan verdroging. Het is derhalve een belangrijke opgave, maar niet eenvoudig.

Het belang van een integrale benadering van de bodemdaling maakte dat het waterschap, samen met de provincie, een verkenning liet uitvoeren naar de bodemdaling in het veenweidegebied van Overijssel. Om een integrale afweging ten aanzien van de peilbesluiten te maken, heeft de provincie het waterschap vijf jaar uitstel gegeven voor het nemen van de peilbesluiten in Noordwest Overijssel. Om beeld te krijgen van de omstandigheden en mogelijkheden is aan het bureau Infram een opdracht gegeven (gestart in 2018) voor een Verkenning bodemdaling veenweidegebied Overijssel (zie bijlage 2a, b, c, d). Daaruit blijkt onder meer dat er drie deelgebieden te onderkennen zijn, die veel van elkaar verschillen. Er zijn verschillende scenario’s beschreven per deelgebied (stoppen, remmen, doorgaan) en daarvan zijn de consequenties in beeld gebracht. Dit rapport beschouwen we als een goede bouwsteen voor een integrale visie op de ontwikkelingen van zowel het gehele veenweidegebied in Noordwest Overijssel als de drie beschouwde deelgebieden en het rapport wordt ingebracht als belangrijk basisdocument het Gebiedsproces Vitaal Platteland Noordwest Overijssel. IBP-VP-gebiedsplan In 2018/2019 ontstond op landelijk niveau het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP) en het Klimaatakkoord.

Met het IBP-VP startte een ambtelijk en bestuurlijk platform voor een gebiedsplan dat zich op een Vitaal Platteland richt, dus met een bredere scoop dan alleen bodemdaling. Noordwest Overijssel is in dit programma aangemerkt als een van de pilotgebieden. De opgave, zoals die door de betrokken overheden in de IBP-VP-gebiedsagenda Samen werken aan de kwaliteit van Noordwest Overijssel verwoord zijn, zijn verwoord in deze brief onder de titel ‘Uitdagingen en opgaven’. Als bijlage 4 is deze gebiedsagenda inclusief geactualiseerde projectenlijst aan deze Statenbrief toegevoegd. Klimaatakkoord Hoewel de opgaven voor het gebiedsproces Veenweide NWO breder1 zijn dan alleen die uit het Klimaatakkoord (2019), vormt dit akkoord wel een belangrijke basis van dit gebiedsproces. De in het klimaatakkoord genoemde opgave voor alle veenweide gebieden samen in Nederland is een reductie van 1 Mton CO2 in Vanuit de opgave uit het Klimaatakkoord, wordt er automatisch ook gewerkt aan andere opgaven die er zijn, zoals het tegengaan van bodemdaling sec (dus ook zonder CO2-component), verminderen stikstofuitstoot, transitie naar kringlooplandbouw en verbetering externe omstandigheden van het Natura 2000-gebied Wieden-Weerribben. 1

1

2030. Het is nog niet bepaald wat dat precies betekent voor Noordwest Overijssel, maar naar rato van oppervlakte veenweidegebied, zou het neer kunnen komen op een reductie van 100.000 ton CO2. Het Klimaatakkoord geeft aan dat er voor elke veenweideregio een Regionale Veenweide Strategie moet komen. In het Klimaatakkoord gaat daarbij uit van een maatwerkaanpak. Daarover wordt gezegd: Deze aanpak zal resulteren in een toekomstperspectief voor de veenweidegebieden en de betrokken bedrijven. Kortom, klimaat, natuur, landbouw en weidevogelbeheer combineren met behoud van ons prachtige landschap2. Ook in het Veenplan van het ministerie van LNV wordt verwezen naar deze Regionale Veenweidestrategieën. Er is (landelijk) vanuit het Klimaatakkoord 276 miljoen euro beschikbaar voor de veenweideopgave, waarvan 100 miljoen euro als impulsgeld voor financiering van stoppende bedrijven of voor maatregelen die op korte termijn te realiseren zijn en bijdragen aan de reductie van de CO2-uitstoot. Voor Noordwest Overijssel is hiervan 15 miljoen euro toegekend. Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof In de periode dat de uitgangspunten zijn ontwikkeld, kwam ook het programma Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof tot stand. Voor het gebied Noordwest Overijssel is gekozen voor het samenkomen van beide opgaven (klimaatakkoord en GGA stikstof) in het gebiedsproces Noordwest Overijssel.

In het Statenvoorstel over de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof van 17 september 2020 (kenmerk 2020/1102363) bent u over dit voornemen geïnformeerd. Ten aanzien van de stikstofemissie op Natura 2000 gebieden, heeft de minister van LNV in haar stikstofaanpak aangegeven dat in 2030 in de helft van de hectares van de Natura 2000 gebieden, de stikstofdepositie onder de KDP (Kritische Depositie Waarde) moet zijn. Eén van de manieren om hieraan bij te dragen is de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof (GGA). Naast reductie van stikstof-uitstoot, is het doel van de GGA eveneens om ontwikkelingen, die stikstof uitstoten, mogelijk te maken. Het derde doel van de GGA is een toekomstbestendig Overijssel door slimme combinaties te maken van de stikstofopgave met andere opgaven. Bijlage 2 (a, b, c, d) Verkenning bodemdaling veenweidegebied Overijssel Bijlage 3 Verbinding met andere gebiedsprocessen in Noordwest Overijssel In Noordwest Overijssel lopen al verschillende gebiedsprocessen en bestaan er samenwerkingsorganisaties. Het betreft:       

2

BAG Bestuurlijke adviesgroep voor het Natura 2000-gebied Wieden Weerribben Landinrichting(-scommissie) Noordwest Overijssel, alleen nog deelgebied Blokzijl-Vollenhoven in proces (kaveloverdracht gepland op 01-01-2022), andere deelgebieden afgerond. Landinrichting(-scommissie) Staphorst (kavelovergang uitgesteld tot 01-01-2021). Daarna volgt aktepassering en financiële afhandeling. Stichting Nationaal Park Weerribben Wieden Gebiedscoöperatie IJsseldelta Regiodeal Zwolle; gericht op (spreiding) recreatie in/rondom NP Wieden Weerribben. RES West Overijssel

Deze opsomming van thema’s kan ook worden uitgebreid met andere thema’s.

2

De onderwerpen waar deze samenwerkingsverbanden zich op richten (Natura 2000, toekomst van de landbouw, (spreiding van) recreatie en toerisme, leefbaarheid, economische versterking, energietransitie), zijn allemaal thema’s die in samenhang met elkaar terug zullen komen in het Toekomstperspectief Noordwest Overijssel. Daar is de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel het gremium voor. Het is daarbij van belang dat de verschillende gebiedsprocessen elkaar niet verstoren. Daarnaast heeft de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel twee eigenstandige opgaven: tegengaan bodemdaling, met als één van de onderliggende doelen de reductie van CO2-uitstoot (Klimaatakkoord), en het verminderen van de stikstofuitstoot, in combinatie met het mogelijk maken van (stikstofemitterende) ontwikkelingen (Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof). Er zit een grote overlap tussen partijen en personen die bij de verschillende gebiedsprocessen zijn betrokken. De samenwerkingsorganisaties (Stichting Nationaal Park Weerribben Wieden en Gebiedscoöperatie IJsseldelta) spelen vooral op deelgebiedsniveau een belangrijke rol. De regionale maatschappelijke partijen die aan de samenwerkingsverbanden deelnemen, spelen zowel een rol op deelgebiedsniveau als op overkoepelend niveau. Dat zijn LTO-Noord, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Collectief Noordwest Overijssel, NMO en Gastvrij Overijssel.

Bijlage 4 Samen werken aan de kwaliteit van Noordwest Overijssel Behoud door ontwikkeling: transities vanuit de kracht van Noordwest

Inleiding De kop van Overijssel, met haar grote veenweidegebied, is voor bestuurders en beleidsmakers waarschijnlijk het drukste gebied van de provincie. Opgaven, acties, geldstromen en overleggremia buitelen over elkaar heen. Tijd dus om lijn te brengen in alle opgaven en acties. En om samen de puzzel te leggen.

Uniek gebied met bijzondere kwaliteiten De kop van Overijssel is uniek. Het grootste veenmoeras van noordwest Europa, met de grootste toeristische trekker van ruraal Nederland: Giethoorn. De IJsseldelta is Nederland in het klein, een laaggelegen delta waarin veen, klei en zand tussen oude rivierarmen en hooggelegen stuwwallen en keileembulten het landschap en grondgebruik bepalen. Met een bijzondere verwevenheid van landbouw, natuur, bodem, cultuur en recreatieve infrastructuur. Met waardevolle

3

kwaliteiten van natuur, water en landschap. In het gebied liggen daarom het Nationaal Park Wieden-Weerribben, het Nationaal Landschap IJsseldelta, een deel van de Unesco-waardige Koloniën van Weldadigheid en de Natura 2000 gebieden van de Oldematen/Veerslootlanden, de Wieden-Weerribben, de Uiterwaarden Zwarte Water en de Vecht. Onder de rook van steden als Zwolle, Kampen en Steenwijk, en met historische plaatsen als Hasselt, Zwartsluis, Staphorst, Vollenhove en Blokzijl. Het is een levend landschap, waarin wordt gewoond en gewerkt, recreanten worden ontvangen, bijzondere zuivel wordt geproduceerd en de rietcultuur nog leeft. En waar de hooi-winning en biezenverwerking deel uitmaken van de cultuurhistorie. Diverse organisaties en een groot aantal inwoners neemt de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan dit economisch, sociaal en landschappelijk vitale gebied.

4

Een breed palet aan bestaande en nieuwe opgaven Uniek in kwaliteiten betekent ook uniek in gebiedsopgaven. In lopende trajecten wordt gewerkt aan die opgaven, zoals (beheerplannen) N2000, de veenweideverkenning, de regiodeal Giethoorn e.o., de omgevingsagenda van de NOVI, het HWBP en waterveiligheid IJsselvechtdelta. Maar er is meer. De komende decennia komen, met toenemende urgentie vanwege de klimaatverandering, enkele grote uitdagingen en veranderopgaven bij elkaar in het landelijk gebied. Dus ook in NW-Overijssel.  Emissies van milieubelastende stoffen moeten zover terug dat ze andere functies niet beperken. Het gaat onder andere om broeikasgassen die vrijkomen bij veenafbraak en uit de veehouderij (klimaatakkoord), om nutriënten uit geoxideerd veen die de water- en natuurkwaliteit negatief beïnvloeden (KRW, N2000) en om verzurende en vermestende stoffen die via mest en de lucht in het gebied terecht komen (PAS).  Grote ruimteclaims die voortkomen uit de klimaat-, landbouw en voedsel- en energietransitie moeten ingepast worden. Het gaat onder andere om ruimte voor een circulaire voedselketen (LNV: Landbouw, natuur en voedsel waardevol en verbonden), duurzame energieopwekking (RESsen), vastleggen van koolstof in de bodem (klimaatmitigatie) en ruimte om toenemende weerextremen het hoofd te bieden (klimaatadaptatie).

 Behoud en ontwikkeling van waardevolle natuur en landschap, materieel en immaterieel erfgoed, beleefbare historie en het bijbehorende toeristische product.  En we moeten zorgvuldig omgaan met grondstoffen en productiefactoren, zoals onze bodem. Uitdagingen die in de Kop van Overijssel niet op zichzelf staan. Behoud en versterking van leefbaarheid, regionale economie en ruimtelijke kwaliteit zijn randvoorwaarden om de veranderopgaven tot een succes te maken. De opgaven moeten dus verbonden blijven met de sterke sociale kwaliteit, gewenste leefbaarheid voor inwoners en ondernemers, samen gaan met de transformatie van de regionale economie en bijdragen aan sterke, gebiedseigen en klimaatbestendige landschappen met ruimtelijke kwaliteit.

Perspectief op een nieuwe aanpak In de regio komt alles samen. De sectorale blik, zoals hiervoor geschetst, is nodig om doelen te kunnen bepalen en te kunnen halen. Maar de stapeling van bestaande en nieuwe gebiedsopgaven, ieder met haar eigen overlegorganen, kan moedeloos maken. De optelsom van de geschetste sectorale opgaven is nog geen samenhangend perspectief, gebiedsontwikkeling of aanpak. Een samenhang die nodig is om richting te bepalen en besluiten te kunnen nemen over de toekomst van het gebied. Op het schaalniveau van de regio kunnen en moeten deze opgaven in samenhang worden aangepakt.

5

In het kader van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP) hebben de koepelorganisaties van overheden afgesproken in een aantal gebieden te gaan samenwerken aan een integrale aanpak. Noordwest Overijssel is één van die gebieden. De samenwerking is gericht op het in samenhang aanpakken van de urgente opgaven en noodzakelijke transities. Transities die nodig zijn ten aanzien van agro en food, klimaat en energie en natuur en biodiversiteit. De betreffende bijlage gaat nader in op het IBP-VP. Ook het klimaatakkoord vraagt een gebiedsgerichte aanpak en het opstellen van een regionale veenweidestrategie waarin staat hoe het gebied bijdraagt aan een duurzaam toekomstperspectief voor landbouw en natuur en aan de reductie van broeikasgassen. De betreffende bijlage gaat nader in op het betreffende onderdeel van het klimaatakkoord en de relatie met IBP-VP. We gaan werken met een gedeelde stip op de horizon, een gezamenlijke agenda, collectieve realisatiekracht en één samenwerkingsplatform. Daarmee worden keuzes samenhangend gemaakt, ontstaat synergie in maatregelen, komen geldstromen samen en wordt de bestuurlijke drukte verminderd. De integrale keuzes leidt tot versnellen, zo nodig aanvullen en samenhang in maatregelen en communicatie.

De stip en de stappen: het handelingsperspectief Zoals geschetst, de agenda is breed en omvangrijk. Activiteiten op de agenda zijn o.a. gericht op het gebiedsspecifiek sturing geven aan, uitwerken van en begeleiden van de transities. En met de agenda worden de meekoppelkansen met andere maatschappelijke opgaven duidelijk. Daarnaast staat de ‘stip op de horizon’ op de agenda. Een gedeeld toekomstperspectief dat we het komend jaar samen schetsen, zodat helder is voor bewoners, gebruikers en overheden waar we ons op richten. Een perspectief dat de inhoud van de voortrollende agenda de komende jaren steeds meer zal bepalen.

6

opgaven

gedeeld toekomstperspectief

gezamenlijke agenda

Onderdeel van het perspectief en de richting die we in slaan kent vier samenhangende componenten.  De agro- en foodketen zet stappen in de transitie naar verduurzaming en dat vraagt de komende jaren keuzes van ondernemers en overheden. De impact op de bodem (bodemdaling door oxidatie en inklinken van veen), op de kwaliteit van natuur en water en de bijdrage aan de concentratie broeikasgassen is te groot. De omslag naar een circulaire voedselketen biedt nieuw perspectief. De basis is aanwezig voor nieuwe ketenconcepten en gebiedseigen producten met meerwaarde (m.n. zuivel), verbreding is nodig om ook onder (zeer) natte omstandigheden de grond productief te houden (niet alleen voor landbouw). Kansen ontstaan als koolstofvastlegging betaald gaat worden en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) de transitieopgave gaat ondersteunen. Daarnaast zal verbreding betekenen dat toerisme, energieopwekking en natuurproductie een belangrijker rol krijgen in de regionale economie.  Om de opwarming van de aarde binnen de perken te houden zal onze uitstoot van broeikasgassen en het verbruik van fossiele brandstoffen fors omlaag moeten, de productie van duurzame energie opgevoerd en de ruimte klimaat-robuust ingericht.

In de transitie van klimaat en energie gaat het met name om de vastlegging en het vasthouden van koolstof in de bodem, vermindering van broeikasgasemissies uit de veehouderij, het beperken van bodemdaling, geschikte ruimte voor opwekking van wind- en zonne-energie en een inrichting van de ruimte die klimaatextremen kan opvangen. In het kader van het klimaatakkoord worden, ook in NW-Overijssel, innovatieve experimenten gestart om bodemdaling en daarmee broeikasgasemissies te verminderen. Vermijden van peildaling draagt bij aan beperking van de bodemdaling en de optie van compartimentering in relatie tot weersextremen moet in beeld worden gebracht. Richting geven aan nieuwe energieopwekking kan landschap sparen en gebiedsinkomen genereren. Aanpassing van watersysteem, (her)inrichting en grondgebruik in deelgebieden maakt het gebied als geheel klimaat-robuuster.  De natuurkwaliteit gaat, na decennia van neergang, weer iets vooruit, maar met boerenlandvogels en insecten gaat het nog steeds slecht. Fragiel herstel vraagt continuïteit en klimaatverandering stemt tot nadenken. In de transitie van natuur en biodiversiteit gaat het om de realisatie van robuuste ecosystemen, een goede water- en bodemkwaliteit en om leefgebieden voor gebiedseigen soorten. Ook moeten alle successiestadia van laagveenverlanding in

7

ruimte en tijd aanwezig zijn en open water gecreëerd door het graven van petgaten. Daarnaast ontstaat er ruimte om te genieten van en om de opbrengsten uit de natuur te gebruiken voor het bekostigen van het natuurbeheer . De wijze waarop de N2000 doelstellingen worden gerealiseerd wordt, gezien klimaatverandering en opgaven uit het klimaatakkoord tegen het licht gehouden. De maatregelen in het kader van N2000 worden verbonden aan andere opgaven zoals klimaatadaptatie en verbetering van waterhuishouding en -kwaliteit om (ook in het licht van klimaatverandering) voldoende en goed water beschikbaar te hebben voor natuur en landbouw. De condities voor soorten buiten de natuurgebieden, met name voor weidevogels, worden behouden en verbeterd.  De regio heeft een goede naam bij binnen- en buitenlandse toeristen, maar dreigt plaatselijk overlopen te worden door bezoekers. Dat vraagt om een betere spreiding van toerisme, zodat in de nu overbelaste gebieden de leefbaarheid niet verder onder druk komt te staan. En het vraagt elders om een impuls om daar de aantrekkelijkheid voor bezoekers te vergroten. Daarbij staan versterking van de regionale economie, van het recreatieve product en de ontwikkeling en verbinding van een toekomstbestendig Nationaal Park Wieden Weerribben , Nationaal Landschap IJsseldelta en laagveengebied de Oldematen & Veerslootlanden centraal.

In alle drie gebieden bevindt zich bovendien een natura 2000 gebied. Seizoensverlenging, een betere bereikbaarheid, versterking van de ruimtelijke kwaliteit en het verbinden van cultuur, natuur, verduurzaming en economie staan op de agenda. In de kennis- en ontwikkelagenda en de uitvoeringsagenda zijn bovenstaande vier samenhangende componenten verbonden met acties, beoogde resultaten, betrokkenen en financieringsbronnen.

Samen aan de slag Door de gedeelde opgaven van partijen in hun samenhang te benaderen en samen de puzzel te leggen, zijn wij in staat de haalbaarheid van sectorale opgaven beter en sneller te beoordelen en uit te voeren. Met maatwerkarrangementen waarin doelen, projecten, geld en betrokkenheid samenkomen gaan we uitvoeringskracht organiseren. We werken aan een gebiedsgerichte aanpak, wat niet wegneemt dat oplossingen ook liggen in bijvoorbeeld de productieketens of promotie van het toeristisch product. We reizen licht, zonder extra bestuurlijke drukte. We beperken de agenda tot onderwerpen waar we gemeenschappelijk mee aan de slag moeten. We nemen geen collectieve besluiten maar spreken elkaar aan op eigen verantwoordelijkheden. Met een toekomstbestendige samenwerking tussen de vier overheden en het naar buiten opereren als één overheid maken we samenwerking met bewoners, organisaties en ondernemers eenvoudiger en versnellen we besluitvorming en uitvoering. Een gebiedsgerichte aanpak met een gemeenschappelijk en breed gedragen toekomstbeeld en een zich dynamisch ontvouwende agenda, waarin de opgaven omgezet worden in projecten, gaan we een duurzaam toekomstperspectief leveren voor ons unieke gebied. Adaptief zijn, vooruitkijkend en handelend, leren in en van de praktijk en samen optrekken zijn daarbij de succesfactoren.

8

We werken actief samen met onze partners in de regio. Dat zijn o.a.:  lokale gebiedsorganisaties als Stichting Wieden-Weerribben, Vrienden van de Oldematen en Gebiedscoöperatie IJsseldelta.  Terreinbeheerders als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Landschap Overijssel, Stichting Groene en Blauwe Diensten en agrarische natuurvereniging.  Ondernemersorganisaties als LTO, Ondernemend Reestdal, Recreatieondernemers en anderen.  Dorpsraden, wijkverenigingen en burgerinitiatieven In de drie deelgebieden zijn lokale gebiedsorganisaties al jaren gewend om samen te werken aan gezamenlijk geformuleerde doelen. In het Nationaal Landschap (NLIJ) is dat de Gebiedscoöperatie IJsseldelta (opvolger Adviesraad NLIJ), in Olde Matern & Veerslootslanden de Stichting Vrienden van Oldematen en in de Wieden Weerribben de Stichting Wieden Weerribben (opvolger bestuur NP). Zij zijn breed samengesteld en werken aan een breed palet aan onderwerpen. De gebiedspartijen zijn waardevol omdat zij al geruime tijd bezig zijn met het zoeken naar oplossingen voor gesignaleerde vraagstukken (energietransitie, klimaat, duurzaamheid, recreatie). Ook kunnen zij een rol spelen in de onderlinge communicatie en informatie. Ze dragen daarmee bij aan draagvlak en succes voor oplossingen. Met de gezamenlijke agenda maken we de komende tijd afspraken in het kader van o.a.

het IBP, klimaatakkoord, regiodeals en klimaatadaptatie-akkoord. Het rijk wil vóór de zomer van 2019 met de medeoverheden en andere betrokken partijen afspraken maken over gebiedsprogramma’s in het kader van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland. De in dit document opgenomen uitvoeringsagenda bevat de betreffende IBP-projecten.

9

10

Van opgaven naar realisatie: de gebiedsagenda De gebiedsagenda krijgt inhoud via vier processen, ieder met een eigen deelagenda, die parallel aan elkaar verlopen: 1.

2.

3.

4.

Visie- en omgevingsagenda, waarmee we toekomstgericht en innovatief werken. Hierin zoeken we naar een gezamenlijk stip op de horizon en herijken daarmee de principes voor waterbeheer en landgebruik, omgang met landschap en cultuurhistorie en de focus van de regionale economie. En we verbinden ons aan trajecten Visievorming & gebiedsproces om ons heen en met actuele wetenschappelijke kennis. Kennis- en ontwikkelagenda, gericht op kennisontwikkeling, onderzoek, pilots ten behoeve van de bredere visieontwikkeling en Pilots/ Pilots/ Pilots/ stip op de horizon. Mede als input voor een Onderzoek Onderzoek Onderzoek visie op landelijk niveau. Uitvoering van projecten en pilots die een bijdrage leveren aan de verschillende lange termijn opgaven in het gebied. De organisatieagenda, waarmee we de onderlinge samenwerking en die met Uitvoering inwoners, bedrijven, organisaties, politiek en bestuur vorm geven.

1. Visie- en omgevingsagenda In de visie- en omgevingsagenda werken we samen aan verkenningen, nieuwe strategieën en doorwerking naar omgevingsvisies en –plannen. We zorgen we dat we in verbinding blijven met projecten en processen om ons heen, zodat we elkaar versterken en cofinanciering realiseren. En we staan in verbinding met wetenschap, kennisinstellingen en onderzoeksprogramma’s, zoals die voor veenweidegebieden. Deelnemende overheden participeren in deze agenda met ca. 100 uur per jaar. Maatschappelijke organisaties met ca. 50 uur. Uitvoering van de agenda vraagt aanvullende inzet van de trekkende partij en middelen voor uitvoering, zoals opgenomen in de laatste kolom. Totale inzet is ca. 1500 uur.

11

Waar willen we staan einde 2021 (opgave)

1

Stip op de horizon formuleren

Wat moeten we daarvoor doen?

-

-

-

2

3

Kennisagenda actualiseren en uitvoering regelen (zie 2. Kennis- en ontwikkelagenda ) In wisselwerking met

-

-

4

In verbinding met andere trajecten, zoals:

-

trekker

Mogelijke betrokkene n

Benodigde, aanvullende inzet van geld en/of tijd vanaf 2020 250 uur en 100.000 euro

Identiteit van het gebied bepalen Samenbrengen bouwstenen vanuit deelvragen Integrale oplossingen per (deel)gebied formuleren Lange termijn perspectief schetsten Vertalen in een aantrekkelijk, wervend verhaal Inventarisatie kennisvragen Uitvoeren kennisagenda Verbinden met experimenten en kennis elders

Provincie

Allen (behalve Rijk)

Provincie

allen

250 uur

Klimaatagenda: Programmeren maatregelen Afstemmen met en leren van andere veenweidegebieden Klimaatadaptatie / DPRA: Stresstest Risicodialoog uitvoeringsprogramma

provincie

allen

100 uur

Verdelen per onderwerp

allen

Ca. 50 uur per onderwerp

12

-

5

In verbinding met wetenschap en kennisinstellinge n, zoals:

-

-

-

Regionale Energiestrategie NOVI omgevingsagenda Provinciale en gemeentelijke omgevingsplannen en visies (omgevingswet) Deltaprogramma N2000 Veenweiden Innovatiecentrum (VIC) Leerstoel Cultureel Erfgoed en Maatschappelijke Ontwikkeling (via Steenwijkerland) WUR / WENR: transitie landbouw, natuurlandbouw, Deltares, STOWA Etc.

Provincie (verdelen per onderwerp ?)

allen

150 uur

2. Kennis- en ontwikkelagenda Onder de vier centrale opgaven voor Noordwest Overijssel hangen verschillende onderzoeksvragen en uitvoeringsprojecten die we in gezamenlijkheid willen oppakken of beantwoorden. Dit kan door aan te sluiten op landelijke onderzoekstrajecten, het starten van een eigen studie, door het opzetten van pilots of het realiseren van fysieke inrichtingsmaatregelen. Behoud en versterking van leefbaarheid, regionale economie en ruimtelijke kwaliteit zijn randvoorwaarden om de opgaven tot een succes te maken. Studies, pilots en projecten moeten daarom steeds op zoek naar de verbinding met die drie. Onderstaand de voorraad van vraagstukken. Een aantal concrete pilots en projecten is inmiddels benoemd in de uitvoeringsagenda (paragraaf 3), maar nog lang niet alle vraagstukken zijn belegd. Onderstaande lange termijn agenda geeft focus op de vraagstukken die we willen oppakken en is dynamisch: op basis van nieuwe inzichten stellen we de kennis- en uitvoeringsagenda’s bij. 1. -

Verduurzamen van de agro- en foodketen Omgaan met vernatting van landbouwareaal Onderzoeken van nieuwe teelten Verkennen van toekomstbestendige verdienmodellen voor de landbouw Verbeteren van de bodemkwaliteit in veengebieden

13

Potentiële pilots: Pilot zoektocht verdienmodel: circulaire voedselketen bij natte omstandigheden in de polder Mastenbroek Pilot verdienmodel – natuur en landbouw (Wieden-Weerribben, Oldematen/Veerslootlanden) 2.

Beperken van emissies broeikasgassen en aanpassen op een veranderend klimaat 1. -

Emissiereductie: In de praktijk brengen van emissiebeperkende (bodem)maatregelen voor veenweidegebieden Ruimtelijke inpassing van duurzame energiemix in het landschap Combineren van cultuurhistorisch landschap met vernatting ten behoeve van emissiebeperking.

Potentiële pilots: Inzicht in potentie van klei-humus complex voor veenweide in Overijssel Onderzoek naar (kosten)effectiviteit zandophoging percelen Staphorst: Heeft dit effect op draagkracht en CO2-emissie van de veenbodem? Is er minder bodemdaling te meten bij deze percelen? Pilot gericht op inzet van landschapselementen om CO2 vast te leggen door agrariërs Pilot Minder methaan-uitstotende runderen minder laten meetellen met quota’s en regelingen Pilot onderwaterdrainage Rouveen en Zwartewaterland (de Velde en Mastenbroek) Verbeteren bodemkwaliteit veenbodem Onderzoek naar CO2-reductie bij beperking bodemdaling op veengronden. Verkenning toekomst cultuurhistorie in het veenweidelandschap. 2. -

Ruimtelijke Adaptatie: Klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van het landschap: opvang van weersextremen Kwaliteit gebiedsvreemd water tegen verdroging Zelfvoorzienende erven op de Kampereilanden op basis van het “Ruimtelijke perspectief waterbewust bouwen en boeren” Ruimte voor een geleidelijke compartimentering van Genemuiden bij de aanleg van de toekomstbestendige waterretentie aan de zuidkant van Genemuiden (stad en industrieterrein)

Potentiële pilot: Ontwikkelen toekomstbestendige werkwijze voor bovengrondse en ondergrondse infrastructuur Analyse verandering hydrologie door klimaatverandering 3.

Behouden en versterken van natuurkwaliteit Inzet van natuur inclusieve landbouw voor behouden en versterken van het leefgebied voor weidevogels, insecten en boerenlandvogels Ontwikkelen van duurzame en toekomstbestendige uitvoeringswijzen voor het behalen van natuurdoelen (N2000, KRW, PAS etc). Hierbij wordt oxidatie (uitstoot van CO2) van organisch materiaal (m.n. veen) tegengegaan en opslag van C wordt vergroot. Verbeteren waterkwaliteit -

4.

Versterken kwaliteit en samenhang toerisme Noordwest Overijssel

14

-

3.

Versterken communicatie en marketing van Nationale Park Wieden-Weerribben en samenhang met bredere cultuurhistorie en recreatie in NW-Overijssel Ontwikkelen van verschillende ‘poorten’ naar Noordwest Overijssel Versterken van het toerisme en recreatie in combinatie met voldoende bereikbaarheid, spreiding en leefbaarheid van het gebied Versterken van de kwaliteit van landschap en cultuurhistorie als basiskwaliteiten voor recreatie en toerisme. Ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardige verblijf en beleving in het gebied

Uitvoering

Op de uitvoeringsagenda staan de projecten die in de praktijk gaan bijdragen aan de opgaven en uitdagingen die we samen hebben geformuleerd. Uitgangspunt is dat de onderzoeken, pilots en projecten invulling geven aan 1 of meerdere vraagstukken vanuit de bredere kennis- en ontwikkelagenda. We programmeren bij voorkeur projecten die:  De transitieopgaven op gang brengen en versnellen. Om zo een olievlekwerking te genereren.  Leerervaringen creëren, die we breed kunnen delen. Binnen en buiten NW-Overijssel.  Samenwerking tussen overheden vragen omdat we elkaar aanvullen en ondersteunen.  Van regionaal belang zijn en bijdragen aan zowel het lokale als (inter)nationale.  Gedragen of voorgedragen worden door bewoners, bedrijven en organisaties. Voor rijks-cofinanciering in het kader van het IBP dienen projecten en activiteiten bij te dragen aan versterking van natuur- en waterkwaliteit. Gezien het karakter van het gebied (waterrijk), de opgaven (o.a. biodiversiteit) en de aanpak (opgaven verbindend) hebben alle projecten, direct of indirect, een verbinding met en invloed op landschap, natuur- en waterkwaliteit. Die verbinding wordt expliciet in aparte projectbeschrijvingen (die hier niet zijn bijgevoegd). Op hoofdlijnen zijn de volgende relaties te onderscheiden:  Werken aan het toeristisch product is werken aan de kwaliteit van natuur en landschap.

 Versterken van het verdienmodel is mede gericht op verbeteren van het beheer van natuur en water.  Aanpak van de fosfaatproblematiek, de bodemdaling en klimaatadaptatie verbetert de kwaliteit van natuur en water. En vanzelfsprekend leiden ook de N2000-werkzaamheden en het agrarisch natuurbeheer tot kwaliteit van natuur en water. De uitvoeringsagenda zal een doorrollende agenda zijn. De uitkomsten van studies en praktijkervaringen leiden tot nieuwe inzichten en vragen. Aan de hand van de uitkomsten van de pilots, wordt geëvalueerd of oplossingen breder in het gebied toepasbaar zijn en aanbevelingen kunnen opleveren, bijvoorbeeld ook voor de landelijke aanpak van de veenweideproblematiek. En daarmee tot nieuwe pilots en projecten. Tegelijkertijd werken we aan het realiseren van de opgaven. Nieuwe kennis en ervaringen ondersteunen en versnellen de realisatie en zijn aanleiding voor nieuwe uitvoeringsprojecten. Tot slot voeden de projecten op de uitvoeringsagenda de bredere visievorming voor het gebied. Trekkers van projecten zijn verantwoordelijk voor de inzet van mensen en middelen. In deze uitvoeringsagenda zijn, waar relevant, de voorziene projectkosten en financiële bijdragen van partners opgenomen. Personele inzet is niet per project zichtbaar gemaakt en zal per project verschillen. Gemeenten met veel projecten zullen daar ca. 1000 uur aan besteden, anderen ca. 500 uur.

Gesommeerd zullen overheden en organisaties in 2020 ca. 5000 uur inzetten om de agenda uit te voeren.

15

1

Waar willen we eind 2021 staan?

Wat moeten we daarvoor doen?

Trekker

Mogelijke betrokkenen

Bijdrage

Versterken toerisme en verbeteren leefbaarheid Wieden-Weerribben

De Wieden-Weerribben (inter)nationaal op de kaart krijgen en houden:

Stichting Wieden Weerribben, Steenwijkerland, provincie

Gemeenten in Noord-West Overijssel, provincie, Stichting Weerribben-Wieden, Gebiedscoöperatie IJsseldelta, Vrienden van Oldematen, TBO’s, eigenaren en ondernemers

Meerjarenprogramma: 6,4 mln euro (provincie)

Gemeenten, waterschap, provincie, gebiedspartijen zoals Gebiedscoöperatie IJsseldelta en Vrienden van Oldematen.

Bestaande middelen

1. Meerjarenprogramma Leefbaar Giethoorn: - Visitor- en bestemmingsmanagement - Hoogwaardig verblijf en beleving - Aantrekkelijk Giethoorn e.o.

13 mln euro (gem SWL) Bijdrage bedrijfsleven aan regiodeal Giethoorn: 12,5 mln

2. Positionering Wieden-Weerribben als Nationaal Park; 2

Plan in uitvoering: Versterken en borgen van de toeristisch hotspot Noordwest-Overijssel

Nationaal Park WW versterken en verbinden met de aanwezige cultuurhistorisch hotspots binnen de gemeenten van NW-Overijssel. Waar nodig deze hotspots herontwikkelen.

Staphorst en Steenwijkerland

Ontwikkelen van poorten en transferia met als doel het spreiden van de toerist en verleiden tot langer/verblijf in de regio, in relatie met duurzame mobiliteit Hieronder mogelijke hotspots: a)

Oldematen/Veerslootslanden verbinden met de IJsselvechtdelta

Gemeenten Staphorst en Zwartewaterland vai verschillende dossiers: cultuurhistorie en recreatie

b)

De Streek

c)

Oldematen/Veerslootslanden samen met uiterwaarden Vecht (IJsselvechtdelta)

Gemeente Staphorst vrienden van de Oldematen

Gebiedspartijen, hooibergenterrein Hasselt, Zwartewatersklooster

Al uitgegeven voor Gebiedsvisie (10.000,-) : 2 gemeenten; Voor uitvoering (geschat op 50.000,-) wordt nog dekking gezocht. Ambtelijke inzet

Gemeente Staphorst Gemeente Staphorst Vrienden van de Oldematen

Voor 4 gebieden De Streek, Olde Maten Veerslootslanden, Reest en Vledders en Leijerhooilanden en de Zwartedennen is € 190.000,00 op de

16

investeringslijst opgenomen. Deze is nog niet beschikbaar gesteld door de gemeenteraad. d)

Landschap Overijssel gemeente Staphorst

Ondernemend Reestdal Staphorst

Gemeente Zwartewaterland

WDOD, Historische en toeristische verenigingen Hasselt, SBB, Rijk (erfgoedeal)

ambtelijke inzet, meerdere disciplines

Gemeente Zwartewaterland

Werkgroep Hooidelta, historische en toeristische verenigingen

Beleefbaar maken historie Zwartewaterklooster

Gemeente Zwartewaterland

Werkgroep Zwartewatersklooster en anderen

Gemeente ZWL faciliteert met fte voor proces en RO begeleiding en 15.000,- voor haalbaarheidsonderzoek door BOEi Gemeente ZWL faciliteert met fte voor proces- en bestemmingsplanbegeleiding

Nadere verkenning verwaarding van riet, rietafval en zomermaai-afval; ook vervolg op 1e verkenning pilot Zuidwest Drenthe

Gemeente Steenwijkerland

Provincie, SBB

Nadere verkenning energie/warmte uit water (=vervolg op eerdere verkenning omgeving Zwolle) Verkenning van mogelijkheden voor energielandschap via gebiedsontwikkeling i.s.m. lokale energiecoöperatie Project Kamper Buitenpolder

Gemeente Steenwijkerland

Landgebruikers, waterschap, provincie

Gemeente Steenwijkerland

Waterschap, provincie, landgebruikers

Lokale agrariërs?

Provincie, Kampen

f)

g)

h)

Inzicht in toekomstig economisch model voor landgebruikers NWOverijssel

WDOD

Staatsbosbeheer

e)

3

Ontwikkelen van Reestdal en Vledders gericht op o.a Wandelen, fietsen vitale verblijfsrecreatie, horeca, cultuur, natuur Staphorsterbos (Zwarte Dennen) Gericht op Toegankelijkheid natuureducatie, fietsen, water, wandelen, horeca, historie HWBP-project Stenen Dijk Hasselt waarbij verkend wordt of er meekoppelkansen zijn: recreatief, en cultuurhistorisch. Herontwikkeling hooibergenterrein Hasselt.

Provincie: 67.000 euro. WDOD: pm

Inzet vanuit bestaande middelen

17

4

Uitvoeringsplan voor de randzone rond de Koekoekspolder

Pilot Randzone Koekoekspolder: Onderzoek naar herontwikkeling randzone (NO + ZO-zijde) t.b.v.: - Behoud veenweidegebied - Toepassen nieuwe teelten - Innovatief ruimtegebruik - optimalisering glastuinbouwgebied, - meerlaagsveiligheid Mastenbroek - waterberging en zoetwater - energieopgave - weidevogel/ natuuropgave

Gemeente Kampen

5

Duurzame en toekomstbestendige uitvoeringswijze voor natuurdoelen WiedenWeerribben

Onderzoek naar alternatieve en duurzame methode(n) voor realiseren van open water door het graven van petgaten. Met de markt is gezocht naar duurzame toepassingen van vrijkomend organisch materiaal. Door o.a. minder baggervolume en duurzamere verwerking met het oog op CO2-uitstoot. In een pilot wordt voor de realisatie van petgaten gezocht naar technische methoden om netto-emissiereductie te ontwikkelen en te testen. Hierbij wordt voorkomen dat CO-uitstoot door oxiderend organisch materiaal (m.n veen) toeneemt. Daarbij is het streven ook gericht om Copslag te vergroten door verbeteren van condities van aangroeiend veen. Om tot meer alternatieve duurzame oplossingen te komen is aanvullend een pilot nodig om vrijkomend organisch materiaal in het gebied onder water te bergen in de Weerribben en de Wieden. Voor de ontwikkeling van drijvende transportvoorzieningen voor vervoer van organisch materiaal is een pilot gewenst.

Provincie, Staatsbosbeheer, Natuurmonument en Stichting WiedenWeerribben

Agrariërs, Kampen, Zwartewaterland, provincie, WDOD, LTO, glastuinbouw, Kadaster, Rijk (LNV), Deltaprogramma MLV

Waterschap, LNV

Onderzoeks- en uitvoeringsbudget. Kampen mogelijk 2 miljoen euro. Overige partners: pm

De onderzoekskosten van €150.000,- worden betaald door provincie.

Voor een pilot om vrijkomend veen in een meer onder water te bergen betaald de provincie € 700.000.

De kosten hiervan worden geschat op € 1.500.000,-

De kosten worden geschat op € 500.000,-

18

6

Uitvoeren van PvA Fosfaatproblematiek in de Wieden Weerribben

Uitvoeren Pilot kleine biocascade PvA: Inpassen full-scale oplossing in integrale gebiedsaanpak

Provincie Overijssel

Provincie, WDOD, gemeenten, LTO, SBB, Natuurmonumenten, STOWA Onderzoekskosten (€ 600.000,-) worden betaald door de provincie. De kosten voor de biocascade zijn voorlopig geraamd op € 800.000,(realisatie + grondkosten). De Provinciale bijdrage bij de pilot betreft vooral personele inzet van provincie en partners.

Provincie werkt i.s.m. waterschap en andere partijen aan een 3-jarig onderzoek waterkwaliteit (analyse probleem en mogelijke oplossingen). Om tot effectieve en haalbare oplossingen te komen voor het waterkwaliteitsprobleem is (aanvullend) de realisatie van een pilot biocascade nodig. N.B. Ook van belang voor andere gebieden in Nederland met fosfaatprobleem (natuur en waterbeheerders), waterzuiveringsindustrie (betreft nieuwe nazuiveringsmethode) 7

Deelgebied Toekomstbestendig platteland Mastenbroek

Verkenning / pilot Mastenbroek (rasterdeelgebied): - Onderzoek haalbaarheid grootschalig weidevogelbeheer i.c.m. landbouw en energietransitie t.b.v. behoud veenweidegebied en zoetwatervoorziening/-berging.

Kampen

Provincie, LTO, LNV, gemeente Zwolle/Zwartewaterland, WDOD, LTO, gebiedscoöperatie

8

CO2 binden in landschapslementen

- Koppelen aan pilot langjarig beheer landschapselementen en pilot zuivel natuur inclusief ondernemen

Staphorst

Zuivelindustrie Stichting Groene en blauwe diensten Gemeente Staphorst

Gemeente: pm Provincie: pm

9

Uitwerken van zinvolle en effectieve maatregelen om bodemdaling te remmen o.a. t.b.v. CO2opgave uit het klimaatakkoord.

Onderzoek / Pilot onderwaterdrainage Rouveen en Zwartewaterland i.c.m. metingen bodemdaling. In deze pilot worden de effecten van de onderwaterdrainage op de remming van de bodemdaling (er daarmee de CO2 uitstoot) op diverse manieren in beeld gebracht. Naast kennis voor het project Rouveen wordt er ook een grote spin-off

WDOD,

WDOD, Deltares, landbouw, ondernemers

Periode 2019 – 2022: Bijdrage Deltares: 400.000 Bijdrage WDOD: ca 100.000 euro Nog te kort 150.000 euro

19

verwacht voor de landelijke kennisontwikkeling op dit gebied. 10

Klimaatadaptatie (onderdelen waterveiligheid en wateroverlast)

Project toekomstbestendige waterretentie Genemuiden: - waterretentie + 60 mm t.o.v. huidige neerslag die tevens de waterveiligheid van deze kern kan vergroten. - Met zorg voor goede landschappelijke inpassing in nationaal landschap. - Dit project wordt innovatief en navolgbaar uitgevoerd (i.v.m. bredere toepasbaarheid). - Kleinere (straat)projecten met inwoners in Genemuiden om klimaatproblemen zoals wateroverlast en hitte samen aan te pakken

11

Opbrengen zand op veen bij Staphorst

Effectmeting en evaluatie

12

Cultureel erfgoed en maatschappelijke ontwikkeling

Pilot bedrijfsontwikkeling in Koloniën van Weldadigheid ihkv de buitengewone leerstoel

Zwartewaterland

Gemeente Zwartewaterland, WDOD

Steenwijkerland

WUR: leerstoel. Gemeente Westerveld (Drenthe)

Vooronderzoek aanleg toekomstbestendige waterretentie Genemuiden met ruimte voor geleidelijke compartimentering. IJVD subsidie van 422.000,- voor toekomstbestendige plus op de huidige wateropgave.

20

4.

De organisatieagenda

In de organisatieagenda krijgt de onderlinge samenwerking en die met inwoners, bedrijven, organisaties, politiek en bestuur vorm. Ingeschat is dat hiervoor 2350 uur inzet extra inzet nodig is, die nu niet aanwezig is bij de partners. Naar verwachting zal de provincie 150.000 euro bijdragen aan uitvoering van de organisatieagenda (voorstel voor nieuwe coalitieperiode).

1

2

Waar willen we staan einde 2021 (opgave) Voorwaarden voor gebiedsgericht samenwerken op orde Actuele en activerende agenda

Wat moeten we daarvoor doen? -

-

3

Vanzelfsprekende samenwerking met partners in het gebied

-

4

Uitnodigend en wervend verhaal

-

-

-

trekker

Mogelijke betrokkenen

Benodigde inzet van geld en/of tijd vanaf 2020 Ondersteunend collectief (programmabureau?): ca. 1500 uur Procesgeld: 100.000 euro

Tafel voor bestuurlijk overleg Tafel voor ambtelijk overleg Ondersteunend collectief Geregeld de projectenlijst actualiseren Inspelen op initiatieven en kansen in NWOverijssel Inspelen op programma’s, zoals het klimaatakkoord Gebiedstafel(s) Samenwerkingsprojecten

Provincie

allen

Provincie

allen

Coördinator kennis: ca. 300 uur

provincie

allen

Organisator: 300 uur

Communicatiestrategie, in samenhang met wat al loopt zoals N2000. Beeldvorming en bewustwording versterken Initiatieven stimuleren

provincie

allen

Communicatiemedewerker: 250 uur Budget: 100.000 euro

De begroting 2020 en wat verder Benodigde middelen en hun dekking De vier deelagenda’s vragen inzet van tijd en geld om tot uitvoering te komen. Samengevat zijn de volgende middelen nodig en, deels, gedekt: onderwerp Tijd (uren) Geld (x1000 euro) Visie- en omgevingsagenda: Op jaarbasis: Op jaarbasis: - aanvullende inzet 800 uur 100 - inzet partners (regulier) 700 uur Kennis en ontwikkelagenda 2021-2024: - onderzoek en pilots in de pijplijn (nog niet expliciet 5.000 tot 10.000 begroot) Uitvoeringsagenda: Komende jaren: Komende jaren: - ureninzet partners 5000 uur - uitvoering projecten, gedekt Ca. 20.000 -uitvoering projecten, ongedekt Ca. 3.200 - pilots, grotendeels ongedekt Ca. 2.700 - onderzoek / planvorming, deels gedekt Ca. 1.100 Organisatieagenda Op jaarbasis: Op jaarbasis: - aanvullende inzet 2350 uur Ca. 200 Samengevat:  Alle partners leveren de inzet om de projecten op de uitvoeringsagenda te begeleiden of te trekken en om samen de opgaven op te pakken.  Om tot een goede organisatie, verbindingen met andere trajecten en een gedeelde stip op de horizon te komen is extra inzet nodig van ca. 3000 uur. Een deel zal inhuur zijn (ca. 200.000 euro), een deel wordt geleverd door partners. Daarnaast is ca. 200.000 euro nodig voor uitvoerende activiteiten.  Grote uitvoeringsprojecten zijn financieel grotendeels gedekt.

Om een volgende stap in de uitvoering te zetten is aanvullend ca. 3,2 miljoen euro nodig.  Pilots en voorbereidingen daarvoor zijn deels of voorwaardelijk gedekt. Een beperkt deel kan uit reguliere middelen van betrokken partijen gedekt worden. Bij voorwaardelijke dekking is nog besluitvorming door een bestuur nodig. Naar verwachting resteert er de komende jaren nog een gat van ca. 1,5 miljoen euro.  Om de komende jaren meer pilots en projecten op te starten is forse aanvullende financiering nodig. Mogelijk bieden op termijn o.a. middelen in het kader van het klimaatakkoord voor diverse projecten en pilots uitkomst. Met ca. 2 miljoen euro kan op korte termijn een forse versnelling gegeven worden aan uitvoering van de kennis- en onderzoeksagenda. Met ca. 7 miljoen euro aanvullende financiering kan de uitvoering van het programma voor Noordwest Overijssel een forse impuls krijgen. Waarmee de kwaliteit van natuur en water wordt verbeterd, de landbouwtransitie wordt ondersteund, bodemzakking vertraagd wordt, de uitstoot van groeikasgas geremd en het toerisme groeikansen kan benutten.

Bijlage IBP In de zomer 2018 gesloten samenwerkingsovereenkomst van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland constateren het Rijk, UvW, VNG en IPO dat:  er de komende decennia grote ontwikkelingen en opgaven zijn het terrein van voedselproductie, klimaat, waterveiligheid, circulaire economie, biodiversiteit en energie, die regionaal een grote weerslag hebben in het leven en de kwaliteit van de directe leefomgeving van bewoners en gebruikers van het landelijk gebied;  deze ontwikkelingen om een transitie in de manier waarop we omgaan met de leefomgeving en zullen ruimtelijk en sociaal/maatschappelijk een grote invloed hebben op Nederland;  er urgentie is om met de omschreven transities aan de slag te gaan;  om tot krachtige transities in het landelijke gebied te komen, is het belangrijk dat deze processen een gelijke richting hebben en dat instrumenten die daarin geregeld worden elkaar ondersteunen of aanvullen. Rijk, IPO, VNG en UvW constateren dat in deze transities al de vier overheden een rol spelen en dat goede samenwerking een vereiste is. Een betere samenwerking dan tot nu toe. Hierover zijn in de samenwerkingsovereenkomst IBP-vitaal afspraken gemaakt (leren van elkaar, beleid, regelingen en experimenteerruimte, onderzoek kennis en innovatie, financiering).

Belangrijke notie hierbij is dat het de partijen niet zo zeer gaat om afspraken op papier maar om het in de praktijk aan de slag gaan om te experimenteren met de aanpak in concrete gebieden. Met als doel dat de ervaringen die worden opgedaan uitgerold kunnen worden in andere gebieden. In de samenwerkingsovereenkomst is afgesproken hiermee te starten in verschillende typen gebieden, elk met zijn eigen problematiek en opgaven. Een van die type gebieden zijn de veenweidegebieden, waaronder Noordwest Overijssel. In deze gebieden wordt vanuit het regeerakkoord een impuls gegeven aan o.a. klimaat, bodemdaling en kringlooplandbouw.

Bijlage Klimaatakkoord, onderdeel veenweidegebieden ‘Lerende en gedragen veranderingen in monumentale gebieden’ De doelstelling voor de Veenweidengebieden in Nederland is te komen tot 1 Mton CO2eq-reductie in 2030. Overheden, agrariërs en maatschappelijke partijen voelen dit als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een gebiedsbenadering is het uitgangspunt om maatwerk te kunnen leveren, vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid partijen in positie te brengen en de transities in samenhang en met toekomstperspectief vorm te geven. De mate waarin veenbodemdaling en CO2eq-uitstoot optreden, en de ruimtelijke vraag vanuit andere ruimtelijke opgaven verschillen per locatie. Hierbij wordt gezocht naar verbinding met andere maatschappelijke opgaven, zoals de natuurinclusieve en circulaire landbouw, tegengaan van bodemdaling, energietransitie en biodiversiteit. Regionale Veenweiden Strategie Een gebiedsbenadering is het uitgangspunt om tot een gebiedsspecifieke mix van maatregelen te komen. Dit biedt ook meekoppelkansen met andere maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied. Ook kunnen lopende processen zoals het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) worden benut. Op dit moment lopen al verschillende kort- en langlopende pilots in het veenweidegebied. Daarnaast hebben decentrale overheden en Rijk afspraken gemaakt in het IBP Vitaal Platteland.

In deze gebieden wordt naast ervaring met technieken ook ervaring met organisaties opgedaan. De gebiedspilots van het IBP worden in de periode 2019 – 2021 benut om ervaring en kennis op te doen voor dit programma. De realisatie wordt gefaseerd opgepakt. In 2019 worden gebiedsgerichte conceptprogramma’s opgesteld, als basis voor uitwerking in bijvoorbeeld omgevingsvisies. Parallel wordt komende jaren (2019-2021) ingezet op de uitvoering van de pilots, waarbij wordt aangehaakt bij bestaande programma’s (zoals IBP). Deze pilots zijn kortdurend (bijv. 3jr). Zo wordt kort-cyclisch kennis opgedaan en direct weer ingezet. Dit gebeurt op polder- of op peilvakniveau. Als er voldoende zicht bestaat op de effectiviteit en haalbaarheid van maatregelen vindt uitrol op grote(re) schaal plaats. In gebiedsprocessen wordt opnieuw in brede samenstelling en met steeds vernieuwde kennis gewerkt aan uitrol. Dit gaat om een gebiedsspecifieke mix van maatregelen, in samenhang opgepakt met andere opgaven. De inzet is gericht op het werken naar een veenweidegebied dat in 2050 goede mogelijkheden biedt om duurzaam te kunnen wonen, werken, recreëren en leven in een gebied waar Nederland trots op is qua biodiversiteit en landschap. Provincies organiseren/faciliteren een proces met grondgebruikers (o.a.

agrariërs), maatschappelijke actoren en medeoverheden gericht op de opstelling van een programma per veenweidegebied. In 2019 wordt een conceptprogramma opgesteld dat in ieder geval bevat: o Globale mix van maatregelen, gericht op opgave in 2030 o Perspectief op 2050, incl. beheersaspecten o Afspraken over monitoring o Eerste financiële doorrekening o Vervolgproces (uitwerking op polderniveau) o Verbinding met bestaande processen o Rol van actoren in het gebied o Bestaande instrumenten en identificatie van ontbrekende instrumenten

De financiering voor maatregelen ziet er in grote lijnen als volgt uit: Organisatie gebiedsprocessen gebeurt door decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) Uitvoering van pilots, en de monitoring daarvan, gebeurt via bestaande financieringsbronnen als de middelen voor Regiodeals en middelen uit de klimaatenveloppe. Bekostiging kennisprogramma door Rijk. Op basis van de pilots wordt voor de periode waarin maatregelen grootschalig uitgerold worden een mix van financieringsbronnen uitgewerkt, die bestaat uit: o Inzet agrariër met gedeeltelijke bancaire bijdrage voor beheer en ondersteuning o Bijdrage o.b.v. baten/lasten analyse voor overheden als gevolg van veranderend peilbeheer, o Bijdrage voor resterende inkomstenderving agrariërs (GLB, klimaatgelden)

-

Monitoring: overheden (verdeling bepalen). Eind 2019 komt het Rijk met provincies en waterschappen en partijen in de Regiegroep een borgingsprogramma, gebaseerd op het conceptprogramma, waarbij beschreven wordt welke instrumenten worden ingezet als blijkt dat de doelstellingen niet worden gehaald.

Postadres Postbus 23 8060 AA Hasselt

Bezoekadres Telvorenstraat 2 8061 CB Hasselt

Telefoon 14038

Internet info@zwartewaterland.nl www.zwartewaterland.nl

BNG Bank IBAN Rekeningnummer: NL91 BNGH 0285 0928 71

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9730718/1