1e. Bijlage 1-5 Quickscan ecologie
Tekst van het document
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid
Gemeente Zwartewaterland
Definitief
Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid
20-210
28 mei 2020
Definitief
I. (Iwan) Veeman
R. (Remo) Wormmeester
Gemeente Zwartewaterland
© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Veeman I. (2020). Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 20-210. Ecogroen bv Zwolle.
Inhoud Samenvatting
1
1.
Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer
2 2 2 3
2.
Kader en methode 2.1 Wet natuurbescherming 2.2 Onderzoeksmethode
4 4 5
3.
Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000-gebieden 3.2 Natuurnetwerk Nederland
6 6 6
4.
Soortbescherming 4.1 Flora 4.2 Zoogdieren 4.3 Broedvogels 4.4 Overige soortgroepen
7 7 7 8 9
5.
Geraadpleegde bronnen Bijlage 1 – Impressie verkaveling
10
Samenvatting Aanleiding en doelstelling De gemeente Zwartewaterland is voornemens woningbouw mogelijk te maken op een perceel in de plaats Hasselt. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. In opdracht van gemeente Zwartewaterland heeft Ecogroen daarom een quickscan natuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die kunnen optreden door de voorgenomen plannen.
Gebiedsbescherming • Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Gezien de aard van het voornemen en de tussenliggende bebouwing en infrastructuur zijn geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden te verwachten. Uit onderzoek door de gemeente met behulp van het model AERIUS blijkt bovendien geen sprake te zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 zijn niet aan de orde. • Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Met de beoogde ontwikkeling wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. De provinciale regels van Overijssel over het NNN gelden echter alleen voor gronden binnen het NNN. Tevens worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aantast. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
Soortbescherming • Gedurende de broedtijd kunnen enkele algemene vogels broedend aanwezig zijn in en in de directe omgeving van het plangebied. • In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of onmisbaar leefgebied van amfibieën, reptielen, vissen, ongewervelden en groeiplaatsen van flora aangetroffen of te verwachten, met uitzondering van enkele beschermde soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Overijssel.
Advies • Het advies is om de werkzaamheden waar mogelijk buiten het broedseizoen te starten. Voor de meeste soorten kan de periode tussen 1 maart en 15 juli worden aangehouden als broedseizoen. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart, adviseren we om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren. • Er zijn bovenwettelijke maatregelen denkbaar die met een geringe inspanning voor een wezenlijke meerwaarde kunnen zorgen voor beschermde soorten. Te denken valt aan het creëren van ruimtes in de nieuwbouw waar vleermuizen en vogels gebruikt van kunnen maken.
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
01
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling De gemeente Zwartewaterland heeft het voornemen om woningbouw mogelijk te maken op de zogenoemde Dedemsvaartlocatie aan de Vaartweg te Hasselt. De geplande woningbouw past niet binnen het vigerende berstemmingsplan waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. In opdracht van gemeente Zwaterwaterland heeft Ecogroen daarom een quickscan natuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die kunnen optreden door de voorgenomen plannen. In voorliggend rapport worden de methodiek en de uitkomsten van deze toetsing beschreven.
1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling Het plangebied is gelegen aan de Vaartweg ter hoogte van de rotonde met afslag naar de Grote Weede (zie figuur 1.1). Het plangebied bestaat vrijwel geheel uit een intensief gemaaid grasveld. Aan de westrand ligt een fietspad waarnaast enkele bomen staan. Rondom het plangebied is infrastructuur en bebouwing aanwezig. Er is in het plangebied zelf geen oppervlaktewater of bebouwing aanwezig. De gemeente Zwartewaterland heeft het voornemen om op het grasveld woningbouw mogelijk te maken (zie voorbeeldverkaveling bijlage 1). Aanwezige bomen worden daarbij ingepast.
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
02
Figuur 1.1 De ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron gemeente Zwartewaterland.
1.3 Leeswijzer Het kader waarbinnen de natuurtoets is uitgevoerd en de gebruikte methodiek zijn beschreven in hoofdstuk 2. Op basis van de verzamelde informatie volgt een beschrijving van te verwachten effecten op beschermde gebieden (hoofdstuk 3) en beschermde soorten (hoofdstuk 4). Daarnaast is beschreven of en zo ja, welke vervolgstappen nodig zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen.
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
03
2. Kader en methode 2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. In dit rapport gaan wij in op de gebiedsbescherming en soortbescherming. Omdat aanwezige bomen worden ingepast en geen bomen worden gekapt, wordt het onderdeel houtopstanden verder niet behandeld. In kader 2.1 wordt een samenvatting gegeven van de relevante wetteksten. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet eist van iedereen zorgplicht voor de natuur. Zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat niemand moedwillig natuurgebieden of in het wild levende dieren of planten of hun directe leefomgeving mag verstoren, schaden of doden. Dit kan door het achterwege laten van een handeling of door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels.
Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen, projecten en activiteiten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest).
• Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het rijk. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijke belang wordt voldaan.
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
04
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro; Overheid, 2018) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het NNN vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen en nabij het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen.
2.2 Onderzoeksmethode Om de aanwezige of te verwachten beschermde waarden binnen de invloedssfeer van het plangebied in beeld te brengen is gestart met een literatuuronderzoek. Hierbij is onderzocht of beschermde natuurwaarden bekend zijn in of in de directe omgeving van het plangebied. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2020) en eerder onderzoek dat Ecogroen op en nabij deze locatie heeft uitgevoerd (Veeman, 2018). Ook is gekeken naar de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden. De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 13 mei 2020 (8°C, bewolkt, weinig wind, af en toe een bui) is uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is het plangebied geïnspecteerd, waarbij aandacht is besteed aan beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming. Bij het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van geschikt biotoop voor beschermde soorten. Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldbezoek is beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn en is bepaald of het plangebied gelegen is in of nabij beschermde gebieden. Vervolgens is op basis van het plan bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of vervolgstappen (zoals nader onderzoek, ontheffing- dan wel vergunningsaanvraag) vereist zijn.
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
05
3. Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op circa 800 meter van het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte water en Vecht en op ca 1.700 meter van Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootlanden. De locatie wordt omgeven door bestaande bebouwing en infrastructuur en heeft geen directe relatie met de omliggende Natura2000 gebieden. In Olde Maten & Veerslootlanden geldt de bescherming specifiek voor een aantal habitattypen en watergebonden dieren. In Uiterwaarden Zwarte water en Vecht zijn behalve een aantal habitats en watergebonden soorten ook een aantal vogels specifiek beschermd. Doordat het plangebied ruim buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden is gelegen, kunnen directe negatieve effecten zoals bijvoorbeeld oppervlakteverlies op voorhand worden uitgesloten. Indirecte negatieve effecten zoals verstoring door licht of geluid (tijdens de werkzaamheden) of effecten op de hydrologie en waterkwaliteit kunnen mede gezien de ruime afstand tot habitattypen en leefgebieden eveneens worden uitgesloten. Negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie tijdens de aanleg zijn - ondanks de forse afstand tot Natura 2000-gebieden - niet op voorhand uit te sluiten. De bebouwing zal niet worden aangesloten op het gasnet, er is zodoende geen emissie vanuit verwarmingsinstallaties te verwachten.
Het tijdelijke effect van de aanleg en het permanente effect van een veranderend gebruik (verkeer) op de stikstofdepositie is alleen middels een stikstofberekening feitelijk te onderbouwen. De gemeente heeft hiervoor berekeningen uitgevoerd met het rekenmodel AERIUS. Hieruit blijkt dat de aanleg en het veranderde gebruik geen toename van stikstofdepositie veroorzaken (>0,00 mol/ha/jaar) op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden in omliggende Natura 2000-gebieden. Het plan is zodoende uitvoerbaar en er is geen Wnb-vergunning vereist.
3.2 Natuurnetwerk Nederland Uit de atlas van provincie Overijssel blijkt dat het plangebied niet binnen het natuurnetwerk Nederland ligt. Het plangebied ligt op circa 1.300 meter afstand van de begrenzing van het NNN. Het betreft De Stadsgaten van Hasselt, ten oosten van het plangebied. Met de beoogde ontwikkeling wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. De provinciale regels van Overijssel over het NNN gelden echter alleen voor gronden binnen het NNN De “nee, tenzij” afweging is daarom niet aan de orde. In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is het wel noodzakelijk te waarborgen dat een plan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aantast. Goede ruimtelijke ordening houdt in dat naastgelegen functies elkaar niet mogen hinderen. Door de afschermde werking van de tussenliggende bebouwing en infrastructuur en de afstand tot NNNgebied, heeft voorliggend plan geen negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het NNN. Het nemen van vervolgstappen in het kader van het NNN is hier niet aan de orde.
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
06
4. Soortbescherming 4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van de terreingesteldheid, het gevoerde beheer en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) worden deze soorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is niet aan de orde.
4.2 Zoogdieren Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 4.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beoordeeld. Kader 4.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie
Verblijfplaatsen In het plangebied is geen bebouwing aanwezig. De bomen in het plangebied zijn niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen door het ontbreken van geschikte holtes of spleten waardoor verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten. De bomen blijven bovendien behouden. Vervolgstappen voor verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aan de orde. Vliegroutes en foerageergebieden Door de voorgenomen plannen gaan geen lijnstructuren verloren of worden doorbroken. De voorgenomen plannen hebben daarom geen negatief effect op onmisbare vliegroutes voor vleermuizen. Mogelijk wordt het plangebied wel als marginaal foerageergebied gebruikt door vleermuizen. Deze functie blijf behouden en in de omgeving is te allen tijde ook voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van wateren, tuinen en plantsoenen. Er is daarom geen sprake van onmisbaar foerageergebied. De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot schade aan onmisbare vliegroutes of foerageergebieden
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
07
van vleermuizen. Vervolgstappen voor vliegroutes of foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde. Met de beoogde invulling zal de locatie naar verwachting aan potentie voor vleermuizen winnen door de aanwezigheid van tuinen en extra structuur. Daarbij ligt er ook een kans om met geringe inspanning nieuwe verblijfsopties te realiseren in de beoogde bebouwing1.
Overige zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of onmisbaar leefgebied van overige zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn, de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) worden op basis van het veldonderzoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) niet verwacht. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen en/of te verwachten. Dit zijn onder andere huisspitsmuis, mol en bosmuis. Bij werkzaamheden kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.
4.3 Broedvogels Bij broedvogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime (zie kader 2.1). Van veel broedvogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Nestlocaties kunnen dan buiten het broedseizoen zonder overtreding van de Wet Natuurbescherming verwijderd worden. Voor een aantal broedvogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 4.2).
Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Broedvogels met jaarrond beschermde nesten worden op basis van het ontbreken van geschikte nestplekken (o.a. door afwezigheid van bebouwing) en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) niet in of nabij het plangebied verwacht. Ook is het plangebied geen essentieel leefgebied voor soorten die mogelijk in de omgeving broeden (zoals huismus en gierzwaluw). Het nemen van vervolgstappen voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten is niet aan de orde.
________________________________________________________________________________ 1 Met vaak zeer kleine aanpassingen zoals een open stootvoeg plaatsen, wat ruimte vrijhouden achter betimmering of onder de
dakpannen kan nieuwbouw al geschikt worden gemaakt voor bepaalde soorten zoals vleermuizen of huismus.
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
08
Kader 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Overige broedvogels In het plangebied en in de bomen net buiten het plangebied is (in beperkte mate) geschikt broedbiotoop aanwezig voor enkele algemene vogelsoorten als merel, houtduif en Turkse tortel. Door de voorgenomen plannen is bij de aanleg verstoring denkbaar van broedplekken van bovengenoemde soorten. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Uitvoering van de plannen dient daarom zo veel mogelijk buiten het broedseizoen plaats te vinden. Voor de meeste soorten kan de periode tussen 1 maart en 15 juli worden aangehouden als broedseizoen. Soorten als de merel, Turkse tortel en houtduif kunnen tot laat in het seizoen doorgaan met broeden en ook vroeg in het seizoen starten met broeden. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart adviseren we om voorafgaand aan de werkzaamheden een eenvoudige broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te voeren.
Mochten broedende vogels aanwezig zijn binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden dan dienen de werkzaamheden ter plekke te worden uitgesteld tot de jongen zijn uitgevlogen.
4.4 Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) worden in het plangebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde ongewervelden, vissen, amfibieën en reptielen. Het nemen van vervolgstappen is niet aan de orde voor deze soortgroepen.
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
09
5. Geraadpleegde bronnen Literatuur Broekhuizen, S. K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center &EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Veeman I. (2018). Quickscan natuurtoets Hasselt om de Weede. Inventarisatie en beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport 18-048. Ecogroen bv Zwolle. Veldman, J. & Troost, C. (2019). Soortenbescherming in Overijssel. Bunzing, egel hermelijn en wezel. Provincie Overijssel.
Internet Atlas van Overijssel (https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1). Geraadpleegd 1 mei 2020. Ministerie van LNV (2019). Gebiedendatabase Natura 2000 (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000). Geraadpleegd 1 mei 2020. NDFF (2020). NDFF uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Geraadpleegd 18 mei 2020. Overheid (2018). Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (https://wetten.overheid.nl/BWBR0030378/2018-01-01). Overheid (2020). Wet natuurbescherming (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-10-01).
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
10
Bijlage 1 – Impressie verkaveling
Quickscan natuurtoets bestemmingswijziging Dedemsvaartlocatie, Hasselt
11