1.8. Bijlage 7 bij motivering - nader ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Rapportage nader ecologisch onderzoek
Topweg 1 te Genemuiden
In opdracht van: Zuurbier ruimtelijke ordening 19 december 2024
Colofon © 2024 Laneco / Zuurbier ruimtelijke ordening Tekst en samenstelling: W. Wilbrink Tweede lezer:
R. Eversteijn
Projectnummer:
195.23.02
In opdracht van:
Zuurbier ruimtelijke ordening
Wijze van citeren:
Wilbrink W. (2024). Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden. Laneco, Voorthuizen.
Laneco is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologisch advies en onderzoek.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Laneco. Noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Laneco is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Laneco. De opdrachtgever vrijwaart Laneco voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
INHOUD 1
INLEIDING .................................................................................................... 4
1.1 1.2 2
SOORTENBESCHRIJVING ............................................................................... 9
2.1 2.2 2.3 2.4 3
ONDERZOEKSVRAAG .................................................................................................................... 11 ONDERZOEKSMETHODIEK ............................................................................................................. 11 ONDERZOEKSRONDES .................................................................................................................. 13
ONDERZOEKSRESULTATEN .......................................................................... 14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 5
HUISMUS .................................................................................................................................... 9 EGEL .......................................................................................................................................... 9 STEENMARTER .............................................................................................................................. 9 GEBOUWBEWONENDE VLEERMUIZEN ................................................................................................ 9
ONDERZOEKSVRAAG EN METHODE .............................................................. 11
3.1 3.2 3.3 4
AANLEIDING................................................................................................................................. 4 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN ................................................................................... 4
HUISMUS .................................................................................................................................. 14 EGEL ........................................................................................................................................ 15 STEENMARTER ............................................................................................................................ 15 KRAAMSEIZOEN 2024 ................................................................................................................. 15 PAARSEIZOEN 2024 .................................................................................................................... 16 OVERIGE WAARNEMINGEN ........................................................................................................... 17
CONCLUSIE EN CONSEQUENTIES ................................................................. 18
5.1 5.2
CONCLUSIE EN EFFECTEN .............................................................................................................. 18 CONSEQUENTIES ......................................................................................................................... 19
BIJLAGE 1
LITERATUURLIJST ....................................................................... 20
BIJLAGE 2
KAART HUISMUS 2024 ................................................................ 21
BIJLAGE 3
KAART VLEERMUIZEN KRAAMSEIZOEN 2024 .............................. 22
BIJLAGE 4
KAART PLAATSING CAMERA’S ..................................................... 23
BIJLAGE 5
SOORTENBESCHERMING ............................................................. 24
1
INLEIDING 1.1 AANLEIDING Op een agrarisch erf aan de Topweg 1 te Genemuiden staan, naast een boerderijwoning, een aantal agrarische opstallen. Men is voornemens om de opstallen welke met A t/m E in figuur 1 zijn gemarkeerd te slopen.
C
D A
B
E
Figuur 1, overzicht van het plangebied met de te slopen opstallen welke zijn aangegeven met A t/m E voor referentie van de aangetroffen natuurwaarden (ondergrond: PDOK viewer, 2024). Laneco heeft de beoogde ingrepen getoetst aan de Omgevingswet en een quickscan Uit de eerder door Laneco uitgevoerde quickscan flora en fauna en verkennende inventarisaties (Groot, 2024) is gebleken dat de bebouwing geschikt is als nest- en verblijfplaats voor boerenzwaluw (Hirundo rustica), egel (Erinaceus europaeus), gebouwbewonende vleermuizen, huismus (Passer domesticus) en steenmarter (Martes foina). Nader ecologisch onderzoek is noodzakelijk om het gebruik van het plangebied voor deze beschermde soorten in beeld te brengen.
1.2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Genemuiden (provincie Overijssel). Dit gebied bestaat voornamelijk uit agrarisch cultuurlandschap. De bebouwde kom van Genemuiden bevindt zich op circa 750 ten oosten van het
LANECO 4
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
plangebied. Ten noorden van Genemuiden stroomt het Zwarte water dat op circa 1 kilometer ten noorden van het plangebied in het Zwarte Meer uitmondt. Aan de zuidwestzijde wordt het plangebied begrensd door een verharde weg, gevormd door de Topweg en het verlengde hiervan de Greenteweg. Langs beide zijden van deze weg loopt een ondiepe sloot. Aan alle andere zijden wordt het plangebied omsloten door agrarisch weidegebied. Vanaf het noordoosten biedt een betonnen weg toegang tot de achtergelegen weilanden. Ten westen en noordwesten van het plangebied bevinden zich, langs de Topweg, meerdere agrarische erven.
Figuur 2, impressie van het plangebied; boven: het erf gezien vanaf het zuiden met linksachter de boerderijwoning (A), in het midden opstal B en rechtsachter opstal D; onder: het erf gezien vanaf het noordoosten met links opstal D, in het midden opstal B en rechtsvoor opstal C; (foto’s: Laneco, 2023).
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
5
Het plangebied wordt gevormd door een erf met de daarbij behorende bebouwing, een boerderijwoning
en
9
opstallen. De
opstallen
zullen
in
deze
rapportage
ter
onderscheiding met letters worden aangeduid, zoals ook aangegeven in afbeelding 1. Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich een boerderij die dienstdoet als woning. Er zijn momenteel geen werkzaamheden aan deze boerderij gepland. In dit rapport wordt de boerderijwoning daarom buiten beschouwing gelaten in conclusies over de noodzaak van nader onderzoek. Aansluitend aan en ten oosten van de boerderij bevindt zich opstal A, een stal die is opgetrokken uit bakstenen en damwandplaten, met een dak van golfplaten. Op het dak bevinden zich ook zonnepanelen. Deze schuur is momenteel in gebruik als stal voor melkvee. In het noorden van het plangebied staat een drietal schuren: opstal B, C en D. Deze drie schuren zijn op dit moment in gebruik als opslag voor hooibalen, gereedschap, landbouwmachines of voertuigen. Opstal B is opgetrokken uit een stenen muur en damwandplaten, opstal C uit damwandplaten en golfplaten en opstal D is gedeeltelijk opgetrokken uit golfplaten en gedeeltelijk uit houten planken. De daken bestaan uit golfplaten. Ten oosten van opstal A bevindt zich opstal E. Deze is opgetrokken uit damwandplaten met een dak van golfplaten. Opstal E is in gebruik als paardenstal. In het zuiden van het plangebied staan opstal F, een schuur opgetrokken uit damwandplaten met een dak van golfplaten. Deze schuur doet dienst als opslag.
Ten noordoosten hiervan bevindt zich opstal G, een klein houten tuinhuis. Opstal H en I zijn twee cilindrische overstortbakken, die zich ten noordoosten van opstal E bevinden. Opstal H bestaat uit beton, opstal I uit een metalen frame en een kunststof zeil. Het erf tussen de opstallen is grotendeels bestraat met klinkers. Verder bestaat het terrein uit een tweetal rijbakken en een drietal silo’s. Er zijn ook groenstroken met bomen en struiken aanwezig op en rondom het erf. Zie afbeelding 2 tot en met 5 voor overzichtsfoto’s. De geplande werkzaamheden bestaan uit het slopen van een nader te bepalen deel van de opstallen en het realiseren van nieuwbouw, waarbij de agrarische bestemming wordt ingewisseld voor een woonbestemming. De boerderijwoning zelf blijft behouden en deze wordt daarom in conclusies over eventuele consequenties niet meegenomen. Omdat nog niet duidelijk is welke opstallen gesloopt gaan worden, worden de mogelijke consequenties per opstal besproken.
LANECO 6
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
Figuur 3, boven: opstal B gezien vanaf het noorden; midden: opstal C gezien vanaf het zuiden; onder opstal E (foto’s: Laneco, 2023).
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
7
Figuur 4, opstal D vanaf beide zijdes gezien (foto’s: Laneco, 2023).
LANECO 8
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
2
SOORTENBESCHRIJVING 2.1 HUISMUS De huismus is een standvogel in Nederland. De populatie van deze soort is in de laatste tientallen jaren gehalveerd door een afname van geschikt leefgebied en broedplaatsen. De huismus leeft in en nabij menselijke bebouwing, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Het dier bouwt zijn nest in of tegen bebouwing (bijvoorbeeld in een dichte klimop). Er moet altijd voldoende voedsel en schuilgelegenheid (dichte bosschages) nabij de nestplaats aanwezig zijn. Openingen met een diameter van 3 centimeter of groter zijn geschikt voor huismus wanneer achterliggend voldoende ruimte aanwezig is om een nest te bouwen.
2.2 EGEL Egel is een soort die in veel landschappen voorkomt waaronder ook tuinen. De egel eet kevers, regenwormen, slakken en rupsen maar ook eieren en bessen. De egel is nachtactief en verblijft overdag in dichte struiken, takkenbossen, houtwallen, bladhopen, composthopen of verlaten holen van andere dieren.
2.3 STEENMARTER De steenmarter is vooral nachtactief, leeft solitair en is een cultuurvolger die voorkomt in dorpen, boerderijen en tegenwoordig in toenemende mate ook in stedelijk gebied. De voorkeur gaat uit naar kleinschalig landbouwgebied met veel elementen, zodat voldoende voedsel aanwezig is. Per nacht legt een steenmarter 3 (vrouwtje) tot 5 (mannetje) kilometer af; soms loopt dat op tot meer dan 10 kilometer. In de periode juni t/m augustus wordt door mannetjes onderling gevochten voor het veroveren van een vrouwtje. In maart t/m april worden de jongen geboren, die na 3 maanden zelfstandig zijn. Het voedsel is veelzijdig en bevat zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Plantaardig voedsel wordt vooral genuttigd in de periode juli t/m december en bestaat uit veel soorten vruchten. Dierlijk voedsel bestaat uit o.a. muizen, ratten, egels, jonge konijnen, vogels, eieren, kevers, rupsen, kikkers en regenwormen.
2.4 GEBOUWBEWONENDE VLEERMUIZEN Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die aan de hand van echolocatie hun positie bepalen. Deze nachtdieren verblijven overdag in besloten ruimtes. Vleermuizen worden globaal onderverdeeld in gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn ook soorten die van beide elementen gebruik maken. Ook is er onderscheid te maken in de zomer- en winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten. Een groot aantal soorten overwintert in bunkers, grotten en kelders. Dit geldt ook voor sommige soorten die ’s zomers in boomholten verblijven. Andere soorten vleermuizen verblijven
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
9
het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke) of bomen (in holten of achter de bast). Vanaf begin april komen vleermuizen tevoorschijn uit hun winterverblijven. Afhankelijk van het weer verschijnt de ene soort wat later dan de andere. Van half mei tot half juli vormen de vleermuizen kraamkolonies waarin de jongen worden geboren en grootgebracht. De mannetjes verblijven dan apart in kleinere groepen. In het paarseizoen, vanaf half augustus tot september, vallen de kraamkolonies uiteen. Sommige soorten vleermuizen trekken dan uit hun voortplantingsgebied weg, terwijl andere soorten nooit ver vliegen tussen zomer- en winterverblijf. De meeste vleermuissoorten paren in deze periode. Vanaf oktober gaan de verschillende soorten in winterslaap, waarbij de ene soort zich eerder terugtrekt in zijn winterverblijf dan de andere. De
soorten
maken
vaak
jarenlang
gebruik
van
vaste
aanvliegroutes
tussen
verblijfsplaats en foerageergebied en volgen daarbij lijnelementen zoals bomenrijen of bebouwing. Het behoud van zulke lijnelementen kan daarom cruciaal zijn voor de instandhouding van het leefgebied. Alle vleermuissoorten, hun verblijfplaatsen en belangrijke onderdelen van het leefgebied zijn strikt beschermd in de Omgevingswet. In dit nader onderzoek is gezocht naar de soorten gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), gewone grootoorvleermuis (Plecotus
auritus),
kleine
dwergvleermuis
(Pipistrellus
pygmaeus),
laatvlieger
(Eptesicus serotinus) meervleermuis (Myotis dasycneme) en ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii).
LANECO 10
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
3
ONDERZOEKSVRAAG EN METHODE 3.1 ONDERZOEKSVRAAG Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen in welke mate beschermde soorten gebruik maken van het plangebied en welke vervolgprocedures wel of niet nodig zijn. Aantasting van rust-, voortplantings- en/of nestplaatsen en andere essentiële onderdelen van het leefgebied van deze soorten kan procedurele gevolgen hebben in het kader van de Omgevingswet. Gerichte veldinventarisaties kunnen het gebruik van het plangebied beter in beeld brengen en daarmee de procedurele gevolgen voor het plan inzichtelijk maken. Als de effecten op (één van) deze beschermde soorten en/of soortgroepen zodanig zijn dat belangrijke onderdelen van het leefgebied of de verblijfplaatsen (indirect) verloren gaan, dan moet een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet voor de ingrepen worden aangevraagd.
3.2 ONDERZOEKSMETHODIEK 3.2.1 Huismus Onderzoek naar huismus is uitgevoerd conform protocol van het Netwerk Groene Bureaus en het kennisdocument van BIJ12. Er zijn 2 gerichte veldonderzoeken uitgevoerd tussen 10 maart en 20 juni. Tussen de onderzoeksrondes zat een periode van minimaal tien dagen. De onderzoeken zijn uitgevoerd tussen één à twee uur na zonsopkomst en één à twee uur voor zonsondergang. Daarbij is onderzoek gedaan naar alle elementen van het functioneel leefgebied van deze soort, zoals nestplaatsen, het groen (foerageren, slapen) en zandige plekken (stofbaden) rondom de bebouwing. Het onderzoek is door één persoon uitgevoerd. 3.2.2 Egel Onderzoek is uitgevoerd in de actieve periode waarbij zowel met camera’s als tijdens de onderzoeksrondes naar egel is gezocht. De camera’s zijn opgehangen op 18 juni en zijn op 2 augustus opgehaald. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van drie wildcamera’s. Deze cameravallen zijn langs randen, op potentiële looproutes geplaatst en gericht op openingen in bebouwing. De locaties zijn weergegeven in bijlage 4. Op 4 juli en 18 juli zijn de camera’s bevoorraad en uitgelezen. Tijdens de vleermuisrondes (zie tabel 3) is ook gelet op de aanwezigheid van egel op het erf. 3.2.3 Steenmarter Voor steenmarter bestaat geen onderzoeksprotocol. Onderzoek is uitgevoerd in de periode 18 juni t/m 2 augustus.
Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van drie
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
11
wildcamera’s. Deze cameravallen zijn langs randen, op potentiële looproutes geplaatst en gericht op openingen in bebouwing. De locaties zijn weergegeven in bijlage 4. Op 4 juli en 18 juli zijn de camera’s bevoorraad en uitgelezen. 3.2.4 Vleermuizen Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 zoals opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2020). Er is onderzoek gedaan naar kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen. Massawinterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zijn niet onderzocht vanwege de geringe grootte en buffering van de bebouwing. Vanwege de afstand tot de randmeren (migratieroute) is de aanwezigheid van paarplaatsen van meervleermuis ook onderzocht. De bebouwing aangegeven met A en B in figuur 1 zijn onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen in andere te slopen opstallen is in de quickscan uitgesloten. Zomer- en kraamseizoen 2024 Conform het protocol zijn in de zomer 3 onderzoeksrondes uitgevoerd tussen 15 mei en 15 juli. Dit waren 2 avondrondes en 1 ochtendronde. De onderzoeken zijn uitgevoerd met een tussenperiode van minimaal 20 dagen tussen de eerste en de laatste ronde. De avondrondes zijn door 2 personen uitgevoerd om 75% overzicht te hebben op de bebouwing (A & B).
Het onderzoek is uitgevoerd vanaf zonsondergang tot circa 2,5 uur na zonsondergang vanwege de mogelijke aanwezigheid van gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. Omdat de meeste vleermuissoorten ’s ochtends langere tijd bij hun verblijfplaats zwermen, kon de ochtendronde door één persoon worden uitgevoerd. Vanwege de mogelijke aanwezigheid van gewone grootoorvleermuis en meervleermuis is deze ronde vanaf drie uur voor zonsondergang uitgevoerd. Paarseizoen 2024 In het najaar zijn twee avondrondes uitgevoerd om te zoeken naar paarplaatsen van vleermuizen. Het najaarsonderzoek is in de periode 15 augustus t/m 30 september uitgevoerd vanaf zonsondergang om te zoeken naar paarroepende vleermuizen. Eén van onderzoeksrondes is rond middernacht uitgevoerd in verband met potentiële aanwezigheid van ruige dwergvleermuis. Tussen de rondes is een minimale tussenpose van twintig dagen aangehouden. De avondrondes in het najaar duurden circa drie uur en zijn vanwege de mogelijke aanwezigheid van meervleermuis op zonsondergang gestart. Deze rondes zijn door twee personen uitgevoerd. Methode Het onderzoek naar vleermuizen is verricht met behulp van een batdetector D240X. Dit apparaat vertaalt de voor mensen onhoorbare ultrasone geluiden van vleermuizen in hoorbare geluiden. Vleermuizen zijn op basis van ritme en klank van geluiden van elkaar onderscheiden.
Interessante geluiden zijn opgenomen en geanalyseerd in het programma BatExplorer en/of Batsound.
LANECO 12
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
3.3 ONDERZOEKSRONDES Tabel 1: Onderzoeksrondes huismus Datum 22-04-2024 08-05-2024
Start/einde (uur) 12.30-13.30 12.15-13.15
Windkracht (Bft) 1-2 1
Temperatuur (°C) 11 18
Weer Zonnig Zonnig
Tabel 2: camerarondes steenmarter en egel Datum 18-06-2024 04-07-2024 18-07-2024 02-08-2024
Soort bezoek Plaatsen camera’s Uitlezen en bevoorraden camera’s Uitlezen en bevoorraden camera’s Uitlezen en ophalen camera’s
Tabel 3: Onderzoeksrondes vleermuizen Datum
Start/einde
Zon op/
Wind
Temp.
(uur) onder kraamseizoen (kraamverblijfplaatsen) 2024:
(Bft)
(˚C)
Weersomstandigheden
15-05-2024
21.28-23.58
21.28
1
16
Deels bewolkt
27-06-2024
02.22-05.22
05.22
0
19
Helder
04-07-2024
22.02-00.32
22.02
1-2
16
Bewolkt
Paarseizoen (paarverblijfplaatsen) 2024: 21-08-2024
20.50-23.50
20.50
2
12
Helder
11-09-2024
20.03-23.03
20.03
1-2
11
Bewolkt
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
13
4
ONDERZOEKSRESULTATEN De waarnemingen van de onderzoekrondes naar huismus zijn visueel weergegeven op de kaart in bijlage 2. De waarnemingen van de onderzoekrondes naar vleermuizen in het kraam- en paarseizoen zijn visueel weergegeven op de kaart in bijlage 3.
4.1 HUISMUS Eerste onderzoeksronde, 22 april 2024 Tijdens de eerste onderzoeksronde op 22 april zijn circa 15-20 huismussen waargenomen binnen het plangebied. Hierbij vond veel beweging plaats van huismussen tussen het plangebied en het erf van Topweg 2a. De huismussen maakten gebruik van het gehele erf. Nestplaatsen zijn aangetroffen in gebouw A (3 nestplaatsen), B (1 nestplaats) en E (1 nestplaats). Daarnaast zijn er 4 nestplaatsen aangetroffen in de schuren naast opstal C, deze schuren blijven behouden. In het woonhuis (A) zijn 3 nestplaatsen aangetroffen welke onder het dak aanwezig waren. De nesten werden bereikt via de dakgoot of de ruimte tussen de kantpannen en de muur. Het nest in de koeienstal (B) was aanwezig tussen het dak van golfplaten en de daaronder aanwezige (isolatie)platen. Dit nest werd bereikt door het ontbreken van delen van de platen waardoor deze niet goed aansloten. De nestplaats in schuur E was aanwezig op de metalen constructie van het dak. Het nest werd bereikt door de aanwezige ruimte tussen de muur- en dakplaten. Het groen op het erf en de stal wordt gebruikt om te foerageren en schuilen. Tweede onderzoeksronde, 8 mei 2024 Tijdens de tweede onderzoeksronde op 8 mei zijn circa 10 huismussen waargenomen binnen het plangebied. De nestplaatsen in het woonhuis waren niet meer in gebruik tijdens deze ronde.
De nestplaats in de koeienstal (B) en schuur E zijn opnieuw terug gevonden. Daarnaast is een nieuwe nestplaats in de bebouwing naast opstal C aangetroffen. Het groen op het erf en de stal wordt gebruikt om te foerageren en schuilen. Samenvatting huismus Tijdens het onderzoek naar huismus zijn tussen de 10 en 20 huismussen binnen het plangebied waargenomen. In totaal zijn er binnen het plangebied 8 nestplaatsen van huismus vastgesteld.
LANECO 14
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
4.2 EGEL Egel is eenmalig waargenomen door een camera op het erf. Door de aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen van egel in de opstallen B, D en E en de waarnemingen is de aanwezigheid van een verblijfplaats hier niet uit te sluiten.
4.3 STEENMARTER Gedurende de zes weken dat de camera’s op het erf aanwezig zijn geweest is meerdere malen steenmarter waargenomen. Eén van deze waarnemingen betrof een waarneming van twee steenmarters tegelijkertijd. Steenmarter is uiteindelijk tijdens zeven nachten waargenomen. Door de aanwezigheid van verborgen potentiële verblijfplaatsen van steenmarter in opstal B, welke niet volledig visueel geïnspecteerd kunnen worden is de aanwezigheid van een verblijfplaats in de te slopen opstal niet uit te sluiten.
4.4 KRAAMSEIZOEN 2024 Eerste onderzoeksronde, 15 mei 2024 De eerste onderzoeksronde op 15 mei betrof een avondronde waarin de soorten gewone dwergvleermuis,
laatvlieger,
rosse
vleermuis
en
ruige
dwergvleermuis
zijn
waargenomen. De eerste waarneming betrof een gewone dwergvleermuis met kort daarna een rosse vleermuis welke ruim 40 minuten na zonsondergang het plangebied overvlogen. De gewone dwergvleermuis is hierna foeragerend binnen het plangebied waargenomen. Enkele minuten later kwam een ruige dwergvleermuis het plangebied binnenvliegen om te foerageren. Gedurende de ronde was het aantal foeragerende individuen klein met 1 à 2 dieren van beide soorten. Deze dieren maakten voornamelijk gebruik van de groene structuren op het erf om langs te foerageren. Tijdens de ronde zijn geen essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen aangetroffen in de te slopen opstallen. Tweede onderzoeksronde, 27 juni 2024 De tweede onderzoeksronde op 27 juni betrof een ochtendronde waarin de soorten gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis zijn waargenomen. De waarnemingen betroffen voornamelijk overvliegende dieren waarvan enkele ook foeragerend binnen het plangebied zijn waargenomen. Dit betroffen slechts 2 à 3 dieren verspreid over de nacht. De laatste waarneming was ongeveer 70 minuten voor zonsopkomst en betrof een gewone dwergvleermuis welke het plangebied verliet. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of andere essentiële van het leefgebied van vleermuizen aangetroffen.
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
15
Derde onderzoeksronde, 4 juli 2024 De derde onderzoeksronde op 4 juli betrof een avondronde waarin de soorten gewone dwergvleermuis,
laatvlieger,
rosse
vleermuis
en
ruige
dwergvleermuis
zijn
waargenomen. De eerste waarneming betroffen een laatvlieger en rosse vleermuis welke circa 45 minuten na zonsondergang foeragerend rondom het plangebied zijn waargenomen. Gedurende de nacht zijn twee foeragerende laatvliegers aan de noordwestkant van het erf waargenomen. De rosse vleermuizen vlogen grote rondes op hoogte waarbij ze ook over het plangebied vlogen. Enkele minuten na de eerste waarnemingen, zijn de eerste gewone dwergvleermuizen waargenomen, deze zijn gedurende de avond foeragerend rondom groenstructuren en bebouwing waargenomen. Ook de ruige dwergvleermuis is kort foeragerend binnen het plangebied waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of andere essentiële van het leefgebied van vleermuizen aangetroffen. Conclusie kraamseizoen 2024 Tijdens
de
onderzoeksrondes
in
het
kraamseizoen
zijn
de
soorten
gewone
dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. Tijdens de onderzoeksrondes in het kraamseizoen zijn geen essentiële functies van vleermuizen aangetroffen in de te slopen opstallen. De waargenomen vleermuizen betroffen dieren welke foeragerend of overvliegend zijn waargenomen.
4.5 PAARSEIZOEN 2024 Eerste onderzoeksronde, 21 augustus 2024 De eerste onderzoeksronde in het paarseizoen op 21 augustus betrof een avondronde welke op zonsondergang is gestart om ook de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van meervleermuis te onderzoeken. Tijdens de ronde zijn de soorten gewone dwergvleermuis,
laatvlieger,
rosse
vleermuis
en
ruige
dwergvleermuis
zijn
waargenomen. Meervleermuis is niet waargenomen. Tijdens de ronde is een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vastgesteld in een opstal welke behouden zal worden. Andere soorten zijn enkel foeragerend of overvliegend waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of andere essentiële van het leefgebied van vleermuizen aangetroffen. Tweede onderzoeksronde, 11 september 2024 De tweede onderzoeksronde op 11 september betrof een avondronde welke op zonsondergang is gestart om ook de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van meervleermuis dwergvleermuis,
te
onderzoeken. laatvlieger,
Tijdens
ruige
de
ronde
dwergvleermuis
zijn
de
en
rosse
soorten
gewone
vleermuis
zijn
waargenomen. Meervleermuis is niet waargenomen.
LANECO 16
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
Ook tijdens deze ronde is een roepende gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit individu maakte opnieuw gebruik van de paarverblijfplaats, in de te behouden opstal, die in de eerste ronde al is waargenomen. Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis zijn daarnaast ook foeragerend waargenomen binnen het plangebied. Laatvlieger en rosse vleermuis zijn enkel overvliegend waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of andere essentiële van het leefgebied van vleermuizen aangetroffen. Conclusie paarseizoen 2024 Tijdens
de
onderzoeksrondes
in
het
paarseizoen
zijn
de
soorten
gewone
dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis waargenomen. Tijdens de onderzoeksrondes zijn beide keren dezelfde paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in een te behouden opstal vastgesteld. Overige waarnemingen betroffen overvliegende of foeragerende dieren. Er zijn tijdens het onderzoek in het paarseizoen geen essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen binnen de te slopen opstallen vastgesteld.
4.6 OVERIGE WAARNEMINGEN Binnen het plangebied is tijdens alle rondes boerenzwaluw waargenomen, deze maakten gebruik van de nesten welke tijdens de quickscan al zijn vastgesteld. Daarnaast is kerkuil waargenomen rond het erf van Topweg 5. Dezelfde kerkuil is waarschijnlijk ook eenmalig overvliegend over het plangebied waargenomen. Essentiële onderdelen van het leefgebied van kerkuil zijn niet aangetroffen binnen het plangebied. Een paartje zwarte roodstaart (jaarrond beschermde nestplaats categorie 5) is binnen het plangebied waargenomen. Een precieze nestplaats kon niet worden vastgesteld. Mogelijk is tijdens het broedseizoen een nestplaats gebouwd in één van de te slopen opstallen. Op het erf blijven nog verschillende opstallen behouden welke als nestplaats voor de zwarte roodstaart kan dienen. Een negatief effect op populatieniveau is daarom niet te verwachten.
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
17
5
CONCLUSIE EN CONSEQUENTIES Op een agrarisch erf aan de Topweg 1 te Genemuiden staan, naast een boerderijwoning, een aantal agrarische opstallen. Men is voornemens om verschillende bebouwing te slopen (zie A t/m E in figuur 1). Eén van de haalbaarheidsstudies die hiervoor dient te worden uitgevoerd, is toetsing aan de natuurwet- en regelgeving. Uit de eerder door Laneco uitgevoerde quickscan flora en fauna en verkennende inventarisaties (Groot, 2023) is gebleken dat de bebouwing potentieel geschikt is voor huismus, steenmarter, egel, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis. Dit nader onderzoek is uitgevoerd om te onderzoeken wat de functie van de bebouwing is en welke soorten hiervan gebruik maken.
5.1 CONCLUSIE EN EFFECTEN Huismus Tijdens het onderzoek naar huismus zijn 10 tot 20 huismussen binnen het plangebied waargenomen. In totaal zijn er binnen het plangebied acht verschillende nestplaatsen van huismus binnen de te slopen bebouwing vastgesteld. Het groen op het erf werd daarbij gebruikt om te schuilen en foerageren. Bij het slopen van opstal A, B en E gaan daarom nestplaatsen verloren. Een omgevingsvergunning flora- en fauna- activiteit is noodzakelijk voor het slopen van de opstallen. Egel Egel is eenmalig waargenomen op het erf. Door de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen in de te slopen opstallen B, D en E en de waarneming van egel kan de aanwezigheid van een verblijfplaats in deze opstallen niet worden uitgesloten. Een omgevingsvergunning flora- en fauna- activiteit is noodzakelijk voor het slopen van de opstallen. Steenmarter Tijdens
het
onderzoek
naar
steenmarter
is
steenmarter
op
zeven
nachten
waargenomen. De aanwezigheid van een verblijfplaats in de (verborgen delen van de) te slopen opstal B kan daarom niet worden uitgesloten. Een omgevingsvergunning floraen fauna- activiteit is noodzakelijk voor het slopen van de opstallen. Vleermuizen Tijdens het vleermuisonderzoek in 2024 zijn de soorten gewone dwergvleermuis, laatvlieger,
rosse
vleermuis
en
ruige
dwergvleermuis
binnen
het
plangebied
waargenomen. Tijdens het onderzoek zijn enkel kleine aantallen foeragerende dieren op het erf waargenomen. Tijdens het kraamseizoen zijn geen essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen aangetroffen.
LANECO 18
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
Tijdens de onderzoeksrondes in het paarseizoen is enkel een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in een te behouden opstal vastgesteld. Binnen het plangebied zijn geen essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen vastgesteld. Overige waarnemingen Binnen de te slopen opstal B zijn verschillende nesten van boerenzwaluw aanwezig. Het aantal actieve nesten is tijdens de eerder uitgevoerde quickscan al vastgesteld.
5.2 CONSEQUENTIES De
beoogde
ingrepen
hebben
mogelijk
een
aantastend
effect
op
nest-
en
verblijfplaatsen van boerenzwaluw, egel, huismus en steenmarter. Voor de beoogde werkzaamheden is een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van nest- en verblijfplaatsen. Hierbij dient ook een mitigatieplan te worden gerealiseerd. Er zijn ten aanzien van de overige waargenomen soorten geen negatieve effecten te verwachten
voor
essentiële
onderdelen
van
het leefgebied. De
voorgenomen
werkzaamheden hebben geen verstorende functie voor de vastgestelde nest- en verblijfplaatsen buiten het plangebied. Tot slot geldt een specifieke zorgplicht waarbij de initiatiefnemer alles moet doen wat in zijn macht ligt om het doden en of verwonden van in het wild levende dieren te voorkomen. Hierbij dient ook het broedseizoen van vogels in acht genomen te worden.
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
19
BIJLAGE 1 LITERATUURLIJST BIJ12 (2023). Kennisdocument Huismus versie 2.1. Geraadpleegd in oktober 2024 van https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/. Utrecht, 2023. Groot, R., (2023). Quick scan flora en fauna Topweg 1 te Genemuiden. Laneco, Ede. Netwerk
Groene
Bureaus,
werkgroep
'Standaarden
en
protocollen'
(2017)
Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl PDOK
Viewer
(2024),
PDOK
viewer.
Geraadpleegd
in
oktober
2024
van
www.pdok.nl/viewer/# Vleermuisvakberaad, Netwerk Groene Bureaus, RVO & Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, oktober 2021.
LANECO 20
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
BIJLAGE 2 KAART HUISMUS 2024 Kaart 1: Vastgestelde nestplaatsen van huismus Tijdens het huismusonderzoek in 2024.
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
21
BIJLAGE 3 KAART VLEERMUIZEN KRAAMSEIZOEN 2024 Kaart 2: Waarnemingen van vleermuizen gedurende het vleermuisonderzoek in 2024 in en rondom het plangebied.
LANECO 22
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
BIJLAGE 4 KAART PLAATSING CAMERA’S Kaart 3: Locaties van de camera’s van het onderzoek naar egel en steenmarter.
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
23
BIJLAGE 5 SOORTENBESCHERMING Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is de Omgevingswet bepalend. De Omgevingswet is gericht op het duurzaam in stand houden van natuurlijke habitats en wilde
flora
en
fauna
in
hun
natuurlijke
leefomgeving.
Deze
wet
heeft
de
beschermingsregels, zoals die ook in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn opgenomen,
overgenomen
en
voor
de
Nederlandse
situatie
toegepast.
Deze
bescherming is, afhankelijk van het beschermingsregime, als volgt in de Omgevingswet opgenomen: Vogelrichtlijn •
Artikel 11.37 lid 1 Bal: Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
•
Artikel 11.38 lid 1 Bal: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
•
Artikel 11.37 lid 1 Bal: Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
•
Artikel 11.37 lid 1 en 3 Bal: Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Habitatrichtlijn, Bern bijlage II, Bonn bijlage I •
Artikel 11.46 lid 1 Bal: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
•
Artikel 11.46 lid 1 Bal: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
•
Artikel 11.46 lid 1 Bal: Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
•
Artikel 11.46 lid 1 Bal: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
•
Artikel 11.46 lid 1 Bal: Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Nationaal beschermde soorten
•
Artikel 11.54 lid 1 Bal: Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
•
Artikel 11.54 lid 1 Bal: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
•
Artikel 11.54 lid 1 Bal: Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Procedurele gevolgen De procedurele consequenties zijn afhankelijk van de soorten die door de ingreep worden
beïnvloed.
Kortweg
kunnen
er
drie
beschermingsregimes
worden
onderscheiden:
LANECO 24
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
•
Soorten van de Vogelrichtlijn: Dit betreffen alle vogelsoorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten en verwilderde soorten, zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
•
Soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn: Dit zijn alle soorten in onderdeel A van bijlage IV van de Habitatrichtlijn inclusief bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
•
Nationaal beschermde soorten: Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Omgevingswet. Het betreft hier de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Een project kan in strijd zijn met de Omgevingswet wanneer een ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen, niet vrijgestelde beschermde soorten of hun leefgebied. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een omgevingsvergunning noodzakelijk zijn. Omgevingsvergunningen worden slechts verleend wanneer geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat, de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Vaak worden er mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. Wettelijke belangen Om een omgevingsvergunning te krijgen voor soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn moet worden voldaan aan een van de volgende belangen:
•
Ter bescherming van wilde flora en fauna en instandhouding van natuurlijke habitats.
•
Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is.
•
Andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Om een omgevingsvergunning te krijgen voor soorten van de Vogelrichtlijn moet worden voldaan aan een van de volgende belangen:
•
Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is.
•
Wanneer de veiligheid van het luchtverkeer in het geding is.
•
Ter bescherming van flora en fauna. Voor nationaal beschermde soorten geldt:
•
Er is sprake van een bij de wet genoemd belang. Zorgplicht Voor alle aanwezige soorten geldt volgens de Omgevingswet altijd de zorgplicht. De zorgplicht schrijft voor dat we nadelige gevolgen voor inheemse planten en dieren moeten voorkomen – of ze nu beschermd zijn of niet – en zorgvuldig met onze omgeving om moeten gaan. Deze zorgplicht geldt voor iedereen.
LAN ECO Rapportage nader ecologisch onderzoek Topweg 1 te Genemuiden
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
25