1.4 Bijlagen bij de motivering - Bijlage 3 Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Tekst van het document
Aangepast bodemadvies Oppen Swolle 27 te Zwartsluis Onderwerp: Beoordeling verkennend bodemonderzoek t.b.v. een TAM Omgevingsplan. Zaaknummer: Z2025-00005747-002. Opdrachtgever beoordeling: Gemeente Zwartewaterland Datum: 13-02-2026. Opsteller advies: Henk Huiskamp Tegen gelezen door: n.v.t. Onderzoekslocatie Adres onderzoeklocatie: Oppen Swolle 27 te Zwartsluis. Kadastrale gegevens: Zwartsluis, sectie H, nummer 302 Rapporten: • Milieukundig vooronderzoek volgens NEN-5725 Oppen Swolle 27 te Zwartsluis, 25-M11570, Sigma, 27/2/2025. • Verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Oppen Swolle 27 te Zwartsluis, 25-M11660-01, Sigma, 1 juli 2025. • Verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Oppen Swolle 27 te Zwartsluis, 25-M11660-02, Sigma, 5 november 2025. • Verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Oppen Swolle 27 te Zwartsluis, 25-M11660-03, Sigma, 3 februari 2026. Locatienummer (in bodeminformatiesysteem): AA189608792. Rapportnummers (in BIS): AA189601069/AA189601070/AA189601080/AA189601081.
Inleiding De rapporten betreffen de rapportage diverse bodemonderzoeken bij Oppen Swolle 27 te Zwartsluis. Op de onderzoekslocatie zijn diverse gebouwen aanwezig. Een deel van de gebouwen is inmiddels gesloopt. Op het zuidelijke deel van de locatie bevindt zich de woning. Ten noorden van deze woning is een melkveestal gevestigd. Ten westen
van deze melkveestal bevindt zich een jongveestal. De mestsilo bevindt zich ten noorden van de jongveestal. Op het meest westelijke deel van de locatie bevindt zich de werktuigenberging (nieuwbouw 2013). Hier is ook de bovengrondse dieselolietank aanwezig. In de zuidoosthoek van de melkveestal bevindt zich een melkmachine. Ten noorden van de stallen bevindt zich een opslag van vaste mest op een betonplaat. De onderzoekslocatie is deels verhard met betonklinkers, asfalt en betonplaten. De bestaande woning, mestsilo (noordoosten) en werktuigenschuur zullen in de toekomst blijven bestaan. De jongveestal wordt omgebouwd tot opslagplaats. Op termijn staat woningsplitsing gepland. Het doel van het onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen op de projectlocatie. Conclusie Het rapport is volledig, inclusief bijlagen. Het onderzoek is inhoudelijk akkoord. Ter plaatse van boring 5 is in de bovengrond een sterk verhoogd gehalte PAK aangetoond en is het gehalte minerale olie matig verhoogd. De omvang is niet vastgesteld. Nader onderzoek dient uitgevoerd te worden wanneer op dit deel van de locatie herontwikkelingsplannen zijn of wanneer hier grondwerkzaamheden zijn gepland. Ter plaatse van boring 11 is in de bovengrond een matig verhoogd gehalte minerale olie vastgesteld. De omvang is niet bekend.
In aanvullende boringen 100 t/m 104 zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. Geadviseerd wordt om eventuele sanerende maatregelen in samenhang met de plannen in het kader van de herontwikkeling af te stemmen met het bevoegd gezag. Uit de risicobeoordeling blijkt dat de aangetoonde overschrijdingen bij gebruik wonen met tuin geen risico’s opleveren. Aanbeveling Hergebruik grond buiten de locatie Wanneer in de toekomst (bv bij bebouwing) grond vrijkomt, dan kan deze grond (grond ter plaatse van boring 5 en boring 11 uitgezonderd) op het terrein worden verwerkt. Als dat niet kan, gelden voor de afvoer en de toepassing de regels uit Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en de nota Bodembeheer IJsselland. PFAS-onderzoek Het is niet altijd noodzakelijk PFAS-onderzoek uit te voeren. Echter wanneer grond afgevoerd wordt, zoals dat bij de toekomstige bouw bijna onvermijdelijk is, is het wel aan te raden om een PFAS-onderzoek uit te laten voeren. Ook aangezien bij het
afvoeren en hergebruiken van de grond de resultaten van een PFAS-onderzoek opgevraagd kunnen worden. Nadere onderbouwing van advies Onderzoeksopzet • Het vooronderzoek is voldoende uitgevoerd. • Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform NEN 5740 en het onderzoek naar asbest in grond ter plaatse van de druppelzone conform NEN 5707. Bij de bodemonderzoeken is de onderzoekslocatie opgedeeld in 6 deellocaties: o Bovengrondse dieselolietank (ca. 5 m2); plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) o Werktuigenberging (ca 550 m2); een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE) o Melkmachine (ca 10 m2); plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) o Mestplaat (ca. 100 m2); plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) o Onbebouwde deel van de onderzoekslocatie (ca. 8200 m2); bovengrond: een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE) Ondergrond/Grondwater: (ONV-NL) o Druppelzone (ca. 25 m2); een met asbest verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE toplaag) • De onderzoeksstrategie is op een juiste wijze tot stand gekomen en toegepast. Beoordeling resultaten • Zintuiglijk zijn in de bovengrond puinsporen, baksteenresten, sporen kolengruis en plastic aangetroffen.
Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem of op het maaiveld. • Veldmetingen van het grondwater wijken niet af van de verwachte natuurlijke situatie. Analyseresultaten grond • Bovengrondse dieseltank: In het mengmonster van de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.. • Werktuigenberging: In het mengmonster van de bovengrond zijn geen gehalten van de onderzochte componenten aangetroffen die de bodemkwaliteitsklasse industrie overschrijden. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen.
• • •
•
Melkmachine: In het mengmonster van de bovengrond zijn verhoogde gehalten zink en PAK vastgesteld. Mestplaat: In het mengmonster van de bovengrond zijn verhoogde gehalten zink en PAK vastgesteld. Onbebouwde deel van de onderzoekslocatie: Bovengrondmengmonster MM10 bevat een sterk verhoogd gehalte PAK en een matig verhoogd gehalte minerale olie. Na uitsplitsing van het mengmonster wordt in boring 5 een sterk verhoogd gehalte PAK en een matig verhoogd gehalte minerale olie vastgesteld. Bovengrondmengmonster MM13 bevat een matig verhoogd gehalte minerale olie. Ondergrondmengmonster 15 bevat een sterk verhoogd gehalte zink. Na uitsplitsing worden geen verhoogde gehalten aangetoond boven de bodemkwaliteitsklasse industrie. Bij de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond worden geen gehalten aangetoond boven de bodemkwaliteitsklasse industrie. In aanvullende inspectiegaten rond boringen 11 en 34 is analytisch geen asbest vastgesteld. Druppelzone: In het toplaagmengmonster worden geen verhoogde gehalten asbest of PCB aangetoond.
Analyseresultaten grondwater • Bovengrondse dieseltank/Werktuigenberging/Melkmachine/Onbebouwde deel van de onderzoekslocatie: Het grondwater bevat een licht verhoogd gehalte barium.