CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.3 Bijlagen bij de motivering - Bijlage 2 Uitgangspuntennotitie waterschap

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: TAM-omgevingsplan m.b.t. Oppen Swolle 27 te Swartsluis4.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Watertoets Oppen Swolle 27

Versie 2024

Inhoudsopgave 1. Wateradvies

3

1.1. Aanleiding

3

1.2. Doel en inhoud van het document

3

1.3. Vervolg van het document

3

2. Bestaande situatie

5

2.1. Aanvraag wateradvies Oppen Swolle 27

5

2.2. Bestaande waterhuishouding

5

3. Uitgangspunten voor het plan

6

3.1. Uitgangspunten op inrichtingenniveau

6

3.2. Waterveiligheid

6

3.3. Overbelasting watersysteem

8

3.4. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast

10

3.5. Waterkwaliteit

11

3.6. Riolering

12

4. Vervolg weging waterbelang

14

4.1. Informeel overleg over de uitgangspunten

14

4.2. Beoordeling en officieel wateradvies

14

4.3. Omgevingsvergunning

14

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 2

1.

Wateradvies

1.1. Aanleiding Water is een belangrijke drager van de ruimtelijke kwaliteit in de fysieke leefomgeving. Vanuit de omgevingswet dienen de overheden bij de beoordeling van de fysieke leefomgeving de ‘weging van het waterbelang’ mee te nemen. Voor het beoordelen van het waterbelang dient het bevoegd gezag afstemming te zoeken met het waterschap. Om hier invulling aan te kunnen geven vraagt het Waterschap Drents Overijsselse Delta bij aanvang van een initiatief voor een omgevingsplanactiviteit of een voorgenomen ontwerp (wijziging) van een omgevingsplan een wateradvies in te dienen, zodat de weging van het waterbelang in een vroeg stadium kan worden meegenomen en kan worden uitgewerkt. Op basis van de aangeleverde informatie via invullen van de watertoets (www.wateradvies.nl) wordt er door het waterschap een uitgangspuntennotitie opgesteld. Op basis van dit uitgangspuntendocument kan het wateraspect verder worden uitgewerkt in de onderbouwing van het initiatief. Daarna zal op basis van deze uitwerking door het waterschap uiteindelijk een wateradvies worden afgegeven. Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in de Watervisie, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Kadernotitie Stedelijk Water en in de Uitwerkingsnotitie Stedelijk water.

Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd.

1.2. Doel en inhoud van het document Het doel van onze uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase/ontwerpfase van een plan bruikbare informatie aan te leveren om de weging van het waterbelang vorm te kunnen geven voor alle wateraspecten in en rond het plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat: • De bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2.1); • Concrete uitgangspunten voor het plan waarmee u de wateraspecten regelt (Hoofstuk 3); • Informatie over het vervolg van de weging van het waterbelang en de uiteindelijke beoordeling van WDODelta in het kader van het wateradvies (Hoofstuk 4).

1.3. Vervolg van het document Het is de bedoeling dat de u de uitgangspuntennotitie uitwerkt en deze bijvoegt bij de conceptaanvraag van een (buitenplans) omgevingsplanactiviteit, wijziging van het omgevingsplan of projectbesluit. Het enkel bijvoegen van de dit document of de ingediende digitale vragenlijst is onvoldoende om weging van het waterbelang vorm te geven.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 3

Beschikbare gegevens Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan, zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens. Legger oppervlaktewater en waterkeringen Op de website van WDODelta vindt u een geoportaal met de Legger. De Legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: - de locatie van wateren en dijken; - de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; - de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; - de ruimte die we rond watergangen reserveren voor onderhoud; - wie het onderhoud uitvoert (als de onderhoudsplichtige niet is opgenomen, dan geldt de Keur) Waterschapsverordening In de Waterschapsverordening (voorheen Keur) staan regels: - over het voorkomen van schade aan onder andere dijken en oevers; - over het onderhoud van onder andere sloten, beken en rivieren; - over het gebruik van grondwater en water uit sloten. ArcGIS Online Diverse gegevens ontsluiten wij via het webportaal van ArcGIS Online. www.klimaateffectatlas.nl In de klimaateffectatlas ziet u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaateffectatlas kan helpen om bestaande risico’s, of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling, te minimaliseren.

Daarnaast zijn in samenwerking met gemeenten en de provincie klimaatatlassen ontwikkeld die een breder beeld geven van de gevolgen van klimaatverandering: - Fluvius (Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel) - RIVUS (West-Overijssel) Provincie Overijssel Provincie Overijssel heeft vanuit de ruimtelijke verordening een eigen set kaarten toegevoegd, die met name voor het helder definiëren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. Provincie Drenthe Provincie Drenthe heeft vanuit de ruimtelijke verordening een eigen set kaarten toegevoegd, die met name voor het helder definiëren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. Algemene Hoogtekaart Nederland Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen. Bodem en grondwaterstanden provincie Overijssel Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Overijssel. Bodem en grondwaterstanden provincie Drenthe Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Drenthe.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 4

2.

Bestaande situatie

2.1. Aanvraag wateradvies Oppen Swolle 27 Het plan ligt aan de Oppen Swolle 27, in de gemeente Zwartewaterland. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: Beëindiging intensieve veehouderij en overgang naar agrarisch natuurbeheer met caravanstalling. Verharding neemt af door sloop van overbodige schuren en realisatie 1 nieuwe schuur.

2.2. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Vollenhover en Zwartemeer. Voor het plan is het van belang of er rond het plangebied oppervlaktewaterlichamen1, ook wel watergangen genoemd, en/of een bergingsgebied2 aanwezig zijn. Bij watergangen wordt er onderscheidt gemaakt in A- en B-oppervlaktewaterlichamen. Het peilgebied bevat één peilvak en heeft een maximumpeil van NAP -0.9 m. Dit peil is de instelhoogte bij een peilscheidend kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil, afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.

Figuur 1 - Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied.

-

-

De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP +0.15 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit kleigronden. Voor een analyse van diepere grondlagen kan gebruik worden gemaakt van Dinoloket. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op 40 - 60 cm onder het maaiveld. Let op: Door de aanwezigheid van slecht doorlatende (klei) lagen kunnen schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. Bij extreme neerslag wordt geen wateroverlast in of bij het plangebied verwacht (zie https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/).

1

Samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna. 2 Gebied waaraan op grond van de Omgevingswet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 5

3.

Uitgangspunten voor het plan

3.1. Uitgangspunten op inrichtingenniveau De uitgangspunten in dit hoofdstuk verwerkt de initiatiefnemer in het inrichtingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Dat houdt in dat de initiatiefnemer aangeeft hoe hij of zij met de uitgangspunten omgaat en op welke manier deze vertaald worden naar maatregelen binnen het plangebied. De initiatiefnemer kan in samenwerking met de gemeente bij ons advies vragen over waterhuishoudkundige maatregelen. In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: • Waterveiligheid • Overbelasting watersysteem • Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast • Waterkwaliteit • Riolering Het is nodig om in de plannen de uitgangspunten uit te werken. In de vervolgfase beoordeelt WDODelta de onderbouwing.

3.2. Waterveiligheid Beschermen van inwoners tegen overstromingen van binnendijkse gebieden. Waarborgen van het veiligheidsniveau van waterkeringen3 (zoals dijken) en beperken van gevolgen van overstromingen door een water robuuste inrichting. Her perceel aan Oppen Swolle 27 te Zwartsluis ligt gedeeltelijk binnen de beschermingszone van de primaire waterkering: Zwartsluis-Kuinre.

Figuur 2/3 - Kaartbeeld waterkeringen nabij plangebied.

3

Kunstmatige hoogte en de bijbehorende gronden, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 6

Waterkeringen In het plan ligt een primaire kering. Het is noodzakelijk dat de functie en stabiliteit van deze waterkering is gegarandeerd. De waterschapsverordening stelt eisen voor activiteiten binnen de beschermingszone van

een waterkering. Er wordt onderscheidt gemaakt in beschermingszone deel A en beschermingszonde deel B, zoals in onderstaande tekening is weergegeven. De waterkeringen met bijbehorende zones zijn weergegeven in de kaarten behorende bij de Waterschapsverordening. Voor activiteiten op de waterkering of binnen de beschermingszone deel A van de waterkering is vrijwel altijd een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van de Waterschapverordening noodzakelijk. Voor activiteiten binnen beschermingszone deel B heeft u in sommige situaties een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig of u doet voor een aantal uitgezonderde situaties een melding. Profiel van vrije ruimte Bij een deel van de waterkeringen is binnen het beperkingengebied een ruimte gereserveerd, het zogeheten profiel van vrije ruimte (zie legger). Het gaat hier over ruimte die gereserveerd is om in de toekomst noodzakelijke verbeteringen aan de kering te kunnen uitvoeren (denk aan verhogen van de kering). Voor activiteiten binnen het profiel van vrije ruimte geldt een vergunning- of meldingsplicht op basis van de Waterschapsverordening. Wijze van onderhoud waterkeringen U houdt rekening met de wijze van onderhoud en de daarbij geldende voorwaarden (Waterschapsverordening en Legger).

Vanuit beheer en onderhoud zijn er bepaalde uitgangspunten voor de inrichting van het waterstaatswerk: • Toegankelijkheid: Het is noodzakelijk dat de kering en percelen op de kering altijd bereikbaar zijn, zodat wij kunnen schouwen, schade herstellen en kunnen maaien. Als er een hek komt, is het nodig dat deze - met het oog op de toegankelijkheid - een minimale breedte heeft van 4 m. • Rijdend onderhoud op het waterstaatswerk: Bij onderhoud van de kering geldt een obstakelvrije zone op de kering en de onderhoudsstroken van de kering. Rijdend onderhoud is mogelijk vanaf een helling van 1 op 3 of flauwer. Het is nodig dat wij het maaisel op een logisch plek kunnen leggen, zoals op een onderhoudsstrook aan de onderzijde van de waterkering. • Pacht: Stukken dijk die in ons eigendom zijn kunnen eventueel verpacht worden aan derden.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 7

Overstromingsrisico • Overstromingsrisico paragraaf: Het plan ligt in een dijkringgebied. Als u bouwt in dijkringgebieden (gebieden met een risico op overstromingen) is de Provinciale omgevingsverordening (POV) van toepassing. In deze verordening zijn regels opgenomen om overstromingsrisico’s te beperken. U moet in het plan hiervoor aandacht hebben en voorzieningen opnemen die zorgen dat er bij een overstroming geen slachtoffers vallen en dat de schade beperkt blijft. Zie voor meer informatie van Provincie Overijssel: Aandacht voor waterveiligheid.

3.3. Overbelasting watersysteem Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag u hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt, afvoeren. Dit mag echter niet leiden tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel wij als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. U houdt rekening met de randvoorwaarden die door de overheid gesteld worden aan: • Vasthouden-bergen-afvoeren; • Benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • Gescheiden houden van hemelwater en rioolwater; • Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • Eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Bij het voorkomen van wateroverlast zijn er twee zaken van belang: • Voorkomen van overbelasting van het watersysteem en • Voorkomen van versnelde afvoer van afstromend hemelwater Het is van belang om overbelasting van het watersysteem te voorkomen. Dit kan worden gerealiseerd door gebiedseigen water daar waar het valt te gebruiken of vast te houden. Hierbij is de voorkeursreeks van toepassing: hergebruik – vasthouden/infiltreren4 – afvoeren.

Regenwater dat op een onverharde bodem valt, dringt voor een belangrijk deel in de bodem. Ter plaatse van verhard oppervlak zoals bebouwing en terreinverharding zal het regenwater nauwelijks in de bodem dringen: vrijwel al het water stroomt direct af naar het slotenstelsel. Dit betekent dat het waterpeil bij een flinke regenbui snel kan stijgen. Het is van belang om wateroverlast binnen het plangebied te voorkomen. Ook mag de bebouwing, door het versneld afvoeren van water, geen wateroverlast veroorzaken buiten het plangebied, dit wordt afwentelen genoemd. Het afwentelen van wateroverlast betekent dat de problemen die ontstaan door overtollig water niet worden opgelost, maar verplaatst naar andere gebieden. Daarom is het aanleggen van extra waterberging ter compensatie van het verhard oppervlak noodzakelijk, zo wordt de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater voorkomen. Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthouden-bergen-(vertraagd) afvoeren. In de plannen wordt aangegeven dat er gesloopt en gebouwd gaat worden. Hierin staat ook beschreven dat de m2’s verharding na realisatie zal zijn afgenomen. Dit komt ten goede van het watersysteem. Door afname van de verharding zal er meer water geborgen kunnen worden. 4 Infiltreren is het insijpelen van hemelwater in de bodem.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 8

Toetsbui voor extreme neerslagsituatie Wij toetsen het watersysteem op basis een regenbui van 111 mm5 in 48 uur (hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden op basis van gegevens KNMI). De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 l/s/ha. Het is belangrijk dat bij deze buien geen regenwater in woningen komt en belangrijke ontsluitingswegen vrij van water blijven. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA6 statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm. Criteria

Statistiek volgens STOWA - rapport 2015-10

Klimaatscenario Afvoer (l/s/ha) T=100 (maatgevend) Maatgevende bui duur (uur) Totale neerslaghoeveelheid (mm) Afvoer via oppervlaktewater (mm) Berging dak/straat/etc. (mm) Benodigde berging (mm)

Huidig klimaat +10% 1,6 48 111 28 (1,6 l x 3600 s x 48 h/10.000) 3 80

Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging

Extreme neerslag (boven normatieve situatie) Verder adviseren wij een stress-test uit te voeren met een bui die boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan lokaal tot veel wateroverlast leiden. Het is belangrijk dat u de gevolgen hiervan in beeld brengt. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De initiatiefnemer kiest welke boven normatieve situatie wordt bekijken. Te denken valt aan een range van 60 mm tot 150 mm in een uur. Dat zijn zeer grote hoeveelheden, maar deze komen zeker met de verandering van klimaat vaker voor. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben. Grondwateroverlast en kwel • Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) adviseren wij, ter voorkoming van grondwateroverlast, een aanleghoogte van de vloer van minimaal 80 cm ten opzichte van de GHG. Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kunt u volstaan met een geringere ontwateringsdiepte (verschil grondwaterstand en maaiveld). • Drempelhoogte gebouw: Om wateroverlast (hemelwater) en schade in woningen en bedrijven te voorkomen, adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren.

Ook voor lager (beneden het maaiveld) gelegen ruimtes zoals kelders, parkeergarages is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan het voorkomen van wateroverlast. • Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimte loos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied. • Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om, in overleg met ons, zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen. Mogelijk hebben wij ook peilbuizen op de locatie staan die gebruikt kunnen worden. In de praktijk zien wij dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) vaak te laag wordt ingeschat, dit leidt tot wateroverlast na realisatie van de ontwikkeling.

5

mm neerslag = liters/vierkante meter

6 Stowa: stichting toegepast onderzoek waterbeheer.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 9

3.4. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. Grondwater - grondwateronttrekking In een nieuw te ontwikkelen gebied verlagen we structureel de waterstanden binnen het gebied niet, na het bouwrijp maken. Op grond van de Waterschapsverordening is een melding aan of vergunning van het waterschap nodig voor grondwateronttrekkingen. Het uitgangspunt is dat de minder risicovolle grondwateronttrekkingen met een melding worden toegestaan en daarmee vrijgesteld zijn van de vergunningplicht. Als niet voldaan kan worden aan de criteria uit de algemene regel uit de waterschapsverordening, blijft het verbod om zonder vergunning grondwater te onttrekken van toepassing. Structurele grondwateronttrekking (vanaf 10 m3/uur) zijn in principe niet gewenst. Peilbeheer grasland Het plan ligt in een agrarisch gebied met grasland. Het peilbeheer in graslanden kent hogere waterstanden dan bij akkerbouw. In extreme neerslagsituaties kan op grasland/maïsland vaker dan 1/10 jaar wateroverlast optreden en op akkerbouwgebieden meer dan 1/25 jaar wateroverlast optreden. Het peilbeheer is hierop aangepast, dus houdt u rekening met deze hogere waterstanden (zie ook de Provinciale Omgevingsverordening Overijssel – uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast buiten de bebouwde kom).

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 10

Verdroging/vernatting Wij gaan bij het plan uit van het bestaande of verhogen van grond- en oppervlaktewaterregime. Indien bij het ontwikkelingen van grasland naar bebouwd gebied er een wens is tot waterpeil wijziging, dan is het nodig om ons hier tijdig bij te betrekken. Neemt u hiervoor contact op met de gebiedsbeheerder van het waterschap.

3.5. Waterkwaliteit Het watersysteem en de waterketen wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt en zorgt dat het voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Beleid en regelgeving Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale watersysteem. Voor de borging van waterkwaliteit gelden diverse maatregelen. Voor bepaalde stoffen zijn Europese normen vastgesteld, bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen zoals lood, cadmium, oplosmiddelen en bestrijdingsmiddelen. Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: o Schoon hemelwater (dakoppervlakken) mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater binnen het plangebied. o Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater binnen het plangebied. o In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren (zichtbaar). Als dit niet kan is het noodzakelijke voorzieningen te treffen om eventuele foutieve ondergrondse aansluitingen te kunnen vaststellen. Hemelwater wordt vastgehouden alvorens het vertraagt wordt afgevoerd. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen worden in het ontwerp geen uitlogende (bouw)materialen gebruikt. • Peilbeheersing: Wij kunnen sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren.

In gebieden waar wij geen water kunnen aanvoeren en sloten droogvallen, kunnen wij de waterkwaliteit niet sturen. We adviseren om in deze gebieden bij droogvallende watergangen een minimale waterdiepte te hanteren van 100 cm om te voorkomen dat ze droogvallen. Verontreinigingen - afvalwater Bij verontreinigd afvalwater, bijvoorbeeld verontreinigd hemelwater, geldt de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van afvalwater: 1. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 2. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 3. afvalwaterstromen gescheiden houden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; 4. huishoudelijk afvalwater en afvalwater wat betreft biologische afbreekbaarheid daarmee overeenkomt, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, worden ingezameld en naar een zuiveringtechnisch werk getransporteerd; 5. ander afvalwater dan bedoeld onder 4, wordt, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, opnieuw gebruikt; 6. ander afvalwater dan bedoeld onder 4 wordt lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu gebracht en 7. ander afvalwater dan bedoeld onder 4 wordt naar een zuiveringtechnisch werk getransporteerd.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 11

De gemeente of provincie gaan over lozingen in het openbaar rioolstelstel en het waterschap over lozing in het oppervlaktewater7. Afhankelijk van het soort afvalwater, gelden er regels uit de Waterschapsverordening of het Besluit activiteiten leefomgeving. Er kan een meldplicht of een vergunningplicht gelden, neem voor meer informatie contact op met het waterschap, of zo nodig met uw gemeente of provincie. In het algemeen adviseren wij: • Het gebruik van de volgende toepassingen te beperken: o Uitloogbare materialen (zoals bijvoorbeeld koper, lood of zink) die een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen veroorzaken; o Chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; o Verduurzaamd hout als oeverbeschoeiing; o Stoffen, bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen (ook milieuvriendelijke), niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater te lozen. • Bij een agrarisch terrein de inrichting van het terrein dusdanig in te richten, dat geen overmatige toevoer van meststoffen (onder andere stikstof en fosfaat) naar het watersysteem loopt. Het terrein is onder andere bezemschoon. De initiatiefnemer houdt rekening met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen. Dit is in Europese en landelijke regels vastgelegd (Omgevingswet: Besluit activiteiten leefomgeving).

3.6. Riolering Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen door onder andere een doelmatige werking van de rioolwaterzuivering na te streven en de vuillast vanuit riolering naar oppervlaktewater te beperken. Hiervoor is een goede afstemming over aanvoer naar de rioolwaterzuivering en een juiste werking van de riolering noodzakelijk. Beleid en regelgeving • Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat bij nieuwe ontwikkelingen het afstromend hemelwater niet naar de rioolwaterzuivering gaat, maar ter plaatse in het milieu komt. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater, zie paragraaf 3.4. • Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen: Wij adviseren om, daar waar mogelijk, het hemelwater bovengronds af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie met bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Het is noodzakelijk dat de ontwikkelaar de keuze van waterafvoer aan ons voorlegt.

• Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich ontdoet) op oppervlaktewater vanuit een woning of een activiteit/inrichting gelden de diverse wetten, besluiten en regels waaronder: o Voor het lozen van huishoudelijk afvalwater gelden lozingsvoorschriften in paragraaf 6.2.4 en 7.2.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarnaast is afdeling 4.4 ‘Lozen van huishoudelijk afvalwater’ van de Waterschapsverordening van toepassing. Er kunnen ook aanvullende regels in het omgevingsplan van de gemeente staan. De voorkeursroute voor lozing is via het vuilwaterriool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. In de Waterschapverordening zijn afstandsbepalingen opgenomen waarbij verplicht in het vuilwaterriool moet worden geloosd. o Uitgangspunt is dat u het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel loost. Indien dit niet mogelijk is, is het nodig om een zuiveringsvoorziening te treffen, die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. 7 Of in een uitzonderlijke situatie wanneer op een zuiveringtechnisch werk van het waterschap wordt geloosd.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 12

o •

De regels voor het lozingen van (bedrijfs)afvalwater vindt u terug in de Waterschapsverordening en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Gemeentelijk rioleringsbeleid: De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. Afvalwater en hemelwater biedt u op de perceelgrens gescheiden aan. Eventueel geldt er een bergingseis vanuit de gemeente. Bekijk voor alle voorwaarden en eisen altijd het omgevingsplan van de gemeente.

Rioolcapaciteit •

Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel houdt u rekening met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze informatie is te vinden in het omgevingsplan. Bij een verandering of aanleg van het rioolsysteem is het nodig om het waterschap in de initiatief fase te betrekken.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 13

4.

Vervolg weging waterbelang

4.1. Informeel overleg over de uitgangspunten Bij elk plan of project met een ruimtelijk aspect moet een weging van het waterbelang plaatsvinden. Hierdoor is er aandacht voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Het is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een zo vroeg mogelijk stadium overlegd met het waterschap. Het proces begint met een plan of schets. In dit stadium wordt een wateradvies ingediend. Dit document geeft u handvatten om verdere uitvoering te geven aan de waterhuishouding van het idee of schets. Het is de bedoeling dat u op basis van de waterhuishouding in en rondom uw plangebied en deze uitgangspuntennotitie het waterbelang uitwerkt, daar waar nodig doet u dit met het opstellen van een WHP. Het plan kan informeel worden besproken met het waterschap, meestal gebeurt dit via de zogeheten omgevingstafel of bilateraal. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspuntennotitie dan gaan wij graag met u in gesprek. Mocht u graag willen sparren over de uitwerking van de waterhuishouding op het perceel, ook dan gaan we graag met u in gesprek.

4.2. Beoordeling en officieel wateradvies Na deze (informele) fase dient het onderdeel ‘water’ uitgewerkt te worden om te komen tot een volledige onderbouwing voor een aanvraag voor een (buitenplans) omgevingsplan activiteit, wijziging van een omgevingsplan of projectbesluit. Hierbij zien wij graag de ‘water en bodem sturend’ filosofie terug zodat er een goede weging van de waterbelangen kan worden gemaakt. Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u ons deze ter beoordeling toe. Wij kunnen alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij het waterbelang in het plan wegen in het licht van de geldende regels vanuit het omgevingsplan, de Waterschapsverordening en het beleid van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Geldigheid van de uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van onze beleidsregels. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteren wij een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar.

Wanneer deze termijn verstreken is, kunt u met ons contact opnemen voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar of wij sturen u de geactualiseerde uitgangspunten.

4.3. Omgevingsvergunning Heeft u een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig op grond van de Waterschapsverordening? De uitgangspuntennotitie dat wij opstellen in het kader van het wateradvies is geen omgevingsvergunning voor (water)activiteiten. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Waterschapsverordening of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit aanvragen op het digitale omgevingsloket of via onze website wdodelta.nl. In de uitgangspunten (paragraaf 2) staat waar mogelijk een watervergunning voor nodig is. © Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Dominic Suurling op 30 juli 2025. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over het wateradvies op de website van WDODelta.

Watertoets Oppen Swolle 27

pagina 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16805687/1