CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan Hoveniersweg 16

Raadsvergadering 20 september 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 'Hoveniersweg 16, Zutphen'5.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan “Hoveniersweg 16 Zutphen” Inleiding Van 22 oktober 2020 tot en met 3 december 2020heeft het ontwerpbestemmingsplan “Hoveniersweg 16 Zutphen” voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan kenbaar te maken aan de gemeenteraad. De ter inzage legging is bekend gemaakt door publicatie in het Contact, het elektronisch gemeenteblad en de Staatscourant van 21 oktober 2020. Gedurende de termijn zijn twee schriftelijke zienswijzen bij de gemeenteraad ingediend. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingebracht, waarvan verslag is gemaakt. Hieronder is de inhoud van de zienswijzen samengevat en zijn de zienswijzen beantwoord. Alle zienswijzen zijn binnen de termijn verzonden en ontvangen, waardoor ze beide ontvankelijk zijn. Inhoud en beantwoording zienswijzen 1.

Inspreker 1

Inspreker geeft een aantal opmerkingen mee over de planregels ten aanzien van de bestemming Leiding – Gas. Binnen het plangebied is een hogedruk aardgastransportleiding (hierna leiding) aanwezig. De regels die zijn opgenomen in het plan zijn te beperkt om onze leiding te voorzien van adequate bescherming. De huidige set aan regels is naar onze mening onvoldoende om de leiding te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Het verzoek is om een aantal toevoegingen te doen aan het huidige artikel. De toevoegingen zijn gebaseerd op de interne standaard van inspreker. Gezien de veiligheidsaspecten die gelden om een veilige ligging van de gastransportleiding te waarborgen, verzoekt inspreker om een bepaling op te nemen, zodat de dubbelbestemming 'LeidingGas' bij samenvallen met andere bestemmingen voorrang krijgt. Antwoord Ten behoeve van de waarborg voor veiligheid wordt dit conform voorstel opgenomen. In de wetenschap dat binnen de bestemming er geen gevoelige en kwetsbare objecten zijn toegestaan. Inspreker verzoekt om het bepaling 5.2.1 zodanig aan te passen dat alleen bouwwerken ten behoeve van de leiding(en) mogen worden gebouwd en dat overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijn toegestaan. Eventueel toestaan van overige bouwwerken, die niet t.b.v. de leiding zijn, kunt u mogelijk maken via een 'regeling afwijken van de bouwregels'.

Antwoord In het bestemmingsplan is reeds bepaald dat gebouwen niet zijn toegestaan. Op verzoek van inspreker wordt daaraan toegevoegd dat ook overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijn toegestaan. Een afwijking van de planregels voor het eventueel wel vergunnen van dergelijke bouwwerken is in de plansystematiek en planopzet niet nodig. Wij verzoeken om bepaling 5.2.3 in onderdeel 5.3 afwijking van de bouwregels op te nemen. Antwoord Artikel 5.2.3 is een verbodsbepaling die niet thuishoort in een afwijkingsregel. Voor de leesbaarheid is artikel 5.2.3 samengevoegd met artikel 5.2.1 en 5.2.2. Inspreker verzoekt om bepaling 5.3. met het volgende toetsingskader uit te breiden: - dat de veiligheid van de gasleiding mag niet worden geschaad; - dat vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder; - dat er geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

1

Antwoord Het huidige artikel 5.3 biedt een beoordelingsvrijheid die niet door artikel 14 derde lid Bevb wordt geboden. Hierin is bepaald dat de veiligheid van de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet mag worden geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. De voorwaarde dat er geen kwetsbare objecten mogen komen staat in artikel 5.4 evenals de adviesplicht van de leidingbeheerder. Het eerste aandachtsstreepje wordt toegevoegd aan de planregel. Inspreker verzoekt de bepaling van een aanvaardbaar woon en leefklimaat te schrappen omdat niet duidelijk is wat hiermee wordt bedoeld en dit een interpretatieruimte geeft die niet gewenst is vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Antwoord In het moederplan (Buitengebied Zuid en West) is dit op deze manier opgenomen, eveneens afgestemd met inspreker. Daarmee is voorliggend plan in overeenstemming in die basisregels. Het gebruik van de term ‘een goed woon-en leefklimaat’ is binnen de ruimtelijke ordening een gangbare term welke voldoende duidelijk is om binnen de wet- en regelgeving te zorgen voor een goede afstemming tussen functies onderling en een goede inpassing waardoor er geen hinder van elkaar hoeft te ontstaan en functies naast elkaar kunnen bestaan. Inspreker verzoekt een artikel op te nemen ten behoeve van de specifieke gebruiksregels.

Dit artikel bevat de volgende bepalingen: ‘tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: • het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding. • het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.’. Antwoord Het eerste aandachtsstreepje staat in de algemene gebruiksbepalingen in het bestemmingsplan en is daarmee een algemene bepaling die binnen alle bestemmingen geldt en niet alleen binnen ‘Leiding – Gas’. Het bestemmingsplan laat geen bebouwing toe en er is geen sprake van bestaande gebouwen die een andere bestemming kunnen krijgen. Daarmee is de bepaling onder het tweede aandachtstreepje niet van toepassing binnen dit bestemmingsplan en daarmee niet nodig om op te nemen. Inspreker verzoekt om een vergunningstelsel voor uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden op te nemen. Op grond van artikel 14 van het Bevb bent u verplicht om een dergelijk vergunningsstelsel t.b.v. de aanwezige gastransportleiding in het bestemmingsplan op te nemen. Antwoord Deze bepaling wordt toegevoegd. Inspreker geeft aan dat in het voorliggende plan activiteiten worden uitgevoerd binnen de belemmeringenstrook van de leiding. Het gaat hier specifiek om het aanbrengen van een aantal bomen langs de weg.

Het aanbrengen van beplanting binnen de belemmeringenstrook is alleen toegestaan als het gaat om niet diepwortelende beplanting. Inspreker geeft een lijst mee met toegestane beplanting. Antwoord De toegezonden lijst biedt input voor de verdere invulling van de verplichting voor de landschappelijke inpassing. De lijst is getoetst aan het gebiedsDNA zoals verwoord in de dubbelbestemming Waarde – Kronkelwaarden. Daarmee is een definitieve lijst tot stand gekomen die recht doet aan het landschapstype en past bij de waarborg van veiligheid van de gasleiding. De bijlage bij de planregels die de landschappelijke inpassing regelt, is hierop aangevuld.

2

Inspreker geeft aan in principe geen inhoudelijk uitspraken te doen als het gaat om de beoordeling van het groepsrisico. In dit geval is het inspreker opgevallen dat de aanwezigheid van de leiding wel wordt benoemd in paragraaf 5.5 maar dat dit verder geen rol speelt in de uiteindelijke afweging ten aanzien van het groepsrisico. Het plangebied valt volledig binnen de invloedcontouren van onze leiding. Verzocht wordt nogmaals kritisch te kijken naar de aanwezigheid van de leiding en wat voor invloed dit heeft op de afweging ten aanzien van externe veiligheid. Antwoord Door de Omgevingsdienst Achterhoek, die een toets heeft gedaan op dit onderwerp, is geconcludeerd dat het plan ten aanzien van externe veiligheid geen belemmering vormt. Wij hebben geen reden te twijfelen aan dit advies wat dan ook niet leidt tot een andere afweging. Het gaat in dit plan om feitelijk het toevoegen van 1 woning ten behoeve van 1 huishouden. Ook de VNOG heeft aangegeven dat het plan binnen de normen past. Conclusie De zienswijze wordt deels overgenomen en verwerkt in de planregels van het voorliggende bestemmingsplan. Deze aanpassing van de planregels is achteraan deze reactienota opgenomen. 2.

Inspreker 2

Inspreker is gemachtigd en spreekt in namens zijn opdrachtgever. Inspreker geeft aan ernstige bedenkingen en bezwaren te hebben tegen de voorgenomen planologische ontwikkelingen. Concreet verzoekt inspreker namens zijn opdrachtgever om het bestemmingsplan niet vast te stellen, omdat vaststelling van het bestemmingsplan feitelijk betekent dat het vertrouwensbeginsel wordt geschaad. Vaststelling van de bestemming leidt tot ernstige beperkingen ten aanzien van de agrarische exploitatie van de naastgelegen glastuinbouwbedrijven. De bestemmingsplanmogelijkheden staan haaks op eerder door de raad vastgesteld beleid (o.a. structuurvisie Noordrand de Hoven, vastgesteld 28 januari 2019) en de vaststelling van het bestemmingsplan werkt belemmerend met betrekking tot de vestiging en exploitatie van het gebied waar de glastuinbouw ten noorden van de locatie geconcentreerd gaat worden. Onderstaand de motivatie per punt/ onderwerp waarom inspreker tegen het voornemen is. Het herbestemmingsinitiatief bevindt zich pal in gebied waarbij volgens de plankaart behorende bij de structuurvisie sprake is van concentratie glastuinbouw. Inspreker heeft dit op een afbeelding aangegeven waarbij de planlocatie met een rode pijl is aangegeven. Antwoord De plankaart bij een visie is een vlekkenplan. Dit staat los van concrete eigendomsverhoudingen en laat de hoofdlijnen van beleid zien.

Op het moment dat er sprake is van concrete initiatieven, wordt gekeken naar het beleid in de visie en in andere beleidsdocumenten en wordt gekeken naar de concrete situatie ter plekke. Het is niet reëel dat op grond van dit vlekkenplan de exacte rechthoek voor glastuinbouw wordt gerealiseerd. Er is altijd sprake van maatwerk in de context van een concrete vraag en een concrete locatie. Opgemerkt wordt dat de planlocatie in voorliggend bestemmingsplan niet pal in het glastuinbouwgebied ligt en niet daar waar de rode pijl is aangegeven in de zienswijze. Een klein deel van de planlocatie, wat de Agrarische bestemming houdt, is gelegen in de glastuinbouwaanduiding. De woonbestemming die wordt geregeld op grond van de Rood voor Roodregeling ligt in de groene dorpsrand wat de overgang moet vormen tussen het toekomstige glastuinbouwcluster en het toekomstige woongebied in Noordrand De Hoven . De vlakken die op de plankaart geel/groen zijn aangeduid, staan volgens de toelichting bij de plankaart bovendien voor ‘Landschappelijke inpassing glastuinbouw’ en daarbuiten dient sprake te zijn van een ‘Groene dorpsrand’.

Het moge duidelijk zijn dat de herbestemming van agrarische bestemming tot woonbestemming en het nota bene verruimen van de mogelijkheden door een extra woning toe te staan volledig in strijd zijn met het beleid zoals vastgesteld in de structuurvisie! Niet alleen is een woningbestemming strijdig met de structuurvisie, maar het opnemen van een woonbestemming ter

3

plaatse werkt tevens belemmerend voor de invulling van de verplichting die in de structuurvisie is opgenomen dat bij de invulling van het glastuinbouwcluster sprake dient te zijn van landschappelijke inpassing. Extra saillant detail is bovendien dat over die strijdigheid in de ruimtelijke onderbouwing die die uitmaakt van de bestemmingsplanwijziging in het geheel niets wordt gezegd. Antwoord Zoals in de Structuurvisie Noordrand de Hoven staat aangegeven is de groene wig/ groene dorpsrand tussen de glastuinbouw en het toekomstige woongebied in principe een kwestie van particulier initiatief. Eigenaren kunnen hier combinaties van landschap, recreatie en kleinschalige bedrijvigheid ontwikkelen (camping, pluktuin, boomgaard, dierenweiden), waarbij groene verblijfskwaliteiten en toegankelijkheid de sfeer van het gebied bepalen. Dit geldt dan ook voor het toepassen van de Rood voor Roodregeling die mogelijk is op grond van staand beleid. Op deze manier wordt een bijdrage geleverd aan verschillende doelen: die uit de structuurvisie Noordrand de Hoven en de doelen die horen bij Rood voor Rood (de belangrijkste: opruimen voormalige agrarische bebouwing, landschappelijke inpassing, terugbouwen van 1 woning).

De landschappelijke inpassing waarover in de zienswijze wordt gesproken, gaat over de landschappelijke inpassing van het glastuinbouwcluster aan de noordzijde van de vlek op het moment dat er daadwerkelijk sprake is van een ontwikkeling van glas. Deze inpassing is niet gelegen over het plangebied dat voorligt in dit bestemmingsplan en is daarmee ook niet aan de orde en er niet mee in strijd. Er is dan ook geen sprake van een strijdigheid met de Structuurvisie waardoor daar ook niets over gezegd hoeft te worden. Inspreker geeft aan dat de initiatieflocatie Hoveniersweg 16 is gelegen aan de weg waar alle verkeersbewegingen van en naar het glastuinbouwcluster volgens de structuurvisie geconcentreerd zouden moeten worden. Ook op dit punt is het initiatief dus volledig in strijd met de doelstellingen uit de structuurvisie. Antwoord Op basis van de Structuurvisie wordt de verkeersontsluiting bij een daadwerkelijke glastuinbouwcluster voorgesteld langs de oostzijde van deze locatie. Momenteel ligt de ontsluiting van het bestaande glastuinbouwbedrijf over de Hoveniersweg ten zuiden van de locatie en naar het oosten over de Hoveniersweg. In die zin is en blijft de kruising Hoveniersweg een ontsluiting voor de glastuinbouw.

Zolang de clustering van de glastuinbouw nog niet concreet is, wordt op grond van de doelen en de aangegeven beleidslijn in de Structuurvisie particulier initiatief gesteund. De bestaande bestemmingen van de planlocatie en de naastgelegen locatie kunnen goed naast elkaar bestaan. In beide gevallen betreft het een agrarische onderneming. De bouwvlakken en functieaanduidingen van beide betrokken bedrijven grenzen aan elkaar, maar dat is in juridisch/ruimtelijk opzicht geen enkel probleem. Beide bedrijven zijn agrarisch en beide bedrijven vallen onder de werking van het Activiteitenbesluit voor wat betreft de exploitatie en milieuzonering. In de nieuw voorgestelde situatie wordt voor Hoveniersweg 16 een woonbestemming opgenomen die zich over de gehele breedte west-oost uitstrekt. Binnen de woonbestemming zijn 2 bouwvlakken voorzien. De afstand tussen het bouwvlak van de linker woning en het bouwvlak van het naastgelegen glastuinbouwbedrijf bedraagt 17 meter. In de nieuw voorgestelde situatie is duidelijk dat de woonbestemming wordt voorgesteld op een dusdanig (kleine) afstand tot het bouwvlak van het naastgelegen glastuinbouwbedrijf, dat het ontstaan van hinder over en weer niet te uit te sluiten is. In ieder geval zal het naastgelegen glastuinbedrijf ernstige hinder in de exploitatie gaan ervaren als het bestemmingsplan werkelijkheid zou worden.

Voor wat betreft het aspect milieuzonering wordt in de toelichting van het bestemmingsplan alleen uitgegaan van milieuzonering gezien vanuit het belang van de initiatiefnemer van het plan op Hoveniersweg 16. Zorgvuldiger zou zijn om bij de beoordeling en bespreking van de milieuzonering OOK in te gaan op de milieuzoneringsaspecten gezien van het belang voor het naastgelegen glastuinbouwbedrijf. Het feit dat in de toelichting in het geheel niet wordt ingegaan op de effecten die de woonbestemming zal hebben op alle omliggende bedrijven, maakt dat het bestemmingsplan onzorgvuldig en onvolledig is voorbereid.

4

Antwoord Volgens de publicatie Bedrijven en Milieuzonering wordt voor een kas een afstand tot een gevoelige functies (wonen) geadviseerd van minimaal 30 meter tot een rustige woonwijk vanwege het aspect geluid. Voor de aspecten geur, stof en gevaar bedraagt de afstand minimaal 10 meter. Dit is dan ook de minimale afstand die aangehouden moet worden tussen het bouwvlak van de glasopstanden en het bouwvlak van de dichtstbijzijnde woning. De afstand van de dichtstbijzijnde woning, de bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning, is 17 m. De afstand van de nieuwe woning tot aan de grens van de naastgelegen inrichting bedraagt meer dan 35 meter. Dit is voor beide woningen en voor het glastuinbouwbedrijf voldoende afstand om een goed woon- en leefklimaat voor de woningen te hebben én voldoende ruimte voor het glastuinbouwbedrijf om te ondernemen binnen de huidige mogelijkheden. Daarmee voldoet het plan aan dit aspect als het gaat over bedrijven en milieuzonering en bestaan er ten aanzien van de milieuonderwerpen geur, stof, gevaar en geluid geen belemmeringen. Als de afstand van de gevoelige functie voldoende is ten opzichte van het glastuinbouwbedrijf, dan is dit andersom ook zo en is er voldoende scheiding tussen de functies. Voor de duidelijkheid wordt dit in de toelichting verwerkt in de paragraaf bedrijven en milieuzonering.

Ook ontbreekt bij het bestemmingsplan een beschrijving en beoordeling van de verkeerssituatie. Inspreker geeft aan dat gevreesd wordt dat zij niet alleen in de exploitatie van het bedrijf ter plaatse, maar ook qua logistieke verkeersafhandeling van het huidige bedrijf beperkt zullen (kunnen) worden als het ontwerpbestemmingsplan zou worden vastgesteld. Antwoord In voorliggend bestemmingsplan wordt een functieverandering van een perceel mogelijk gemaakt. Deze functieverandering is getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. De exploitatie van het naastgelegen bedrijf doet daar niets aan af omdat de planwijziging niet gaat over het bedrijf of de aanliggende wegenstructuur. Volgens het vigerend bestemmingsplan is er op de locatie geen sprake van een glastuinbouwbedrijf maar van een imkerij. Onduidelijk is wat de juridisch/ruimtelijke legitimatie van de kas-opstanden was, maar duidelijk is dat hier sprake is van een imkerij. Als de imkerij niet stopt (zoals later zal blijken) dan is ieder beroep op een regeling voor stoppende agrariërs onterecht. Om de vraag te beantwoorden of de initiatiefnemer terecht een beroep kan doen op een regeling voor stoppende agrariërs, is de vraag derhalve of de imkerij wel of niet beëindigd is c.q. beëindigd zal worden. De vraag of er hier sprake is van een stoppende imkerij wordt in de toelichting op het bestemmingsplan beantwoord op pagina 8.

De figuur toont duidelijk een (nieuwe) bijenschuur t.b.v. de imkerij (waarbij de nieuwe bijenschuur buiten het bouwblok en direct naast de kas wordt gerealiseerd, dit leidt tot overlast vanwege invliegende bijen in de kas). Uit de illustratie en beschrijving wordt duidelijk dat het voornemen van de initiatiefnemer is om de bestaande imkerij te handhaven. Een beroep op een regeling voor stoppende agrarische bedrijven is derhalve onterecht. Bovendien voorziet het vigerende bestemmingsplan al in de gewenste bestemming en functieaanduiding als ‘specifieke vorm van agrarisch – imkerij’. Ergo: Er is geen reden c.q. legitimatie om tot bestemmingsplanwijzing te hoeven besluiten. Antwoord Voordat het plangebied is bestemd als imkerij was op deze locatie sprake van een witlofkwekerij. De opstanden die daarbij hoorden, en in het kader van Rood voor Rood worden/ zijn gesloopt, zijn opgericht in/ na de periode dat de bestemming een Agrarische bedrijfsbestemming had op grond van het bestemmingsplan Buitengebied West uit 1975. De legaal opgerichte (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing wordt bij het toepassen van de Rood voor Roodregeling gesloopt. Dat is de legitimatie. Dat de locatie later als imkerij (bedrijfsmatig) met opstanden is gebruikt, sluit de mogelijkheid voor het toepassen van Rood voor Rood niet uit. De imkerij wordt bedrijfsmatig beëindigd.

Initiatiefnemer houdt voor de hobby nog een aantal bijenvolkeren waarvoor een bijenschuur blijft bestaan. Dat is op de tekening aangegeven. Om de sloop en realisatie van 1 nieuwe woning te regelen is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

5

Ook indien er sprake was van een stoppende agrariër (hetgeen hier kennelijk niet van toepassing is, zie de vorige alinea) dan nog is er qua omgevingsrecht geen reden om te komen tot bestemmingsplanwijziging en kan de rustende boer de voormalige bedrijfswoning blijven bewonen zonder dat er sprake is van een strijdig gebruik. Er is geen reden tot bestemmingsplanwijzing. Antwoord Het gaat in voorliggend plan niet enkel om de gestopte agrarische bedrijfsvoering, maar ook om met het toepassen van de Rood voor Roodregeling de opstanden te slopen, een nieuwe woning te realiseren en het perceel landschappelijk in te passen. Daarvoor is wel een bestemmingsplanherziening nodig, welke nu voorligt. Het is duidelijk dat de begrenzing die is aangehouden voor de Quickscan natuurwaardenonderzoek niet overeenkomt met de begrenzing van het voorgestelde nieuwe bestemmingsplan. Abusievelijk wordt voor de Quickscan natuuronderzoek alleen ingegaan op de gevolgen voor het nieuw geplande bouwvlak. De Quickscan natuurwaardenonderzoek is niet toereikend om te dienen als onderbouwing voor het gehele bestemmingsplan dat circa 7781 m2 beslaat. Antwoord Bij een initiatief dat gaat over een functieverandering en waarbij opstanden worden gesloopt, wordt onderzocht of er soorten aanwezig zijn die bij de sloop gestoord worden.

Een deel van het plangebied houdt dezelfde bestemming als deze nu ook heeft en dat is Agrarisch. Daarvoor is het niet nodig om dit deel in het onderzoek mee te nemen. Dit geldt eveneens voor de te behouden bedrijfswoning die wordt omgezet naar burgerwoning. Daar zijn geen plannen om opstallen te slopen en/of soorten te verstoren. Er is geen reden om te twijfelen aan de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek en de daarin getrokken conclusies. Op 28 mei 2019 heeft uw raad het voorontwerp van het Omgevingsplan Landelijk gebied vastgesteld. De onderhavige locatie heeft in dat omgevingsplan de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch’ en ‘erf’. Door het voorontwerp van het omgevingsplan geheel onbesproken te laten, is de ruimtelijke onderbouwing niet compleet en is het bestemmingsplan onvoldoende zorgvuldig voorbereid Antwoord Waar inspreker het over heeft is het voorontwerp omgevingsplan dat niet door de raad is vastgesteld. Het betreft een voorbereidend document dat door het college ter inzage is gelegd. Na het verwerken van inspraak- en vooroverlegreacties, krijgt dit voorontwerp de status van een ontwerp omgevingsplan. Pas op dat moment wordt de status formeel en volgt een beleidslijn waarvan het de bedoeling is deze door de raad vast te stellen.

Omdat er sprake is van een voorontwerp is er geen sprake van een formeel toetsingskader en is dit plan ook niet benoemd in de toelichting. Zodra het ontwerp omgevingsplan opgesteld wordt, wordt voorliggend bestemmingsplan daarin verwerkt. Inspreker geeft aan dat het niet verwonderlijk is dat de geluidsnotitie met dergelijke tekortschietende en foutieve uitgangspunten in de berekening al op pagina 3 komt met de conclusie dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Inspreker geeft aan dat de planlocatie omringd wordt door glastuinbouwbedrijven waar wel degelijk sprake is van intensief logistiek verkeer voor aan- en afvoer van materialen. Als het glastuinbouwconcentratiegebied zoals vermeld in het structuurplan ingevuld wordt, dan neemt het vrachtverkeer exponentieel toe. Daarbij is in de glastuinbouwsector sprake van 24/7 aan- en aanvoer van materiaal en gereed product. De uitgangspunten m.b.t. de factor geluid bij het ontwerpbestemmingsplan Hoveniersweg 16 zijn volledig foutief. Het toestaan van een woonfunctie (en het toestaan van een extra woning) zal alle omliggende agrarische bedrijven ernstig beperken in hun bedrijfsvoering. Antwoord Inspreker loopt in de brief vooruit op de mogelijkheden die de Structuurvisie biedt, echter de glastuinbouw is nog niet dusdanig concreet dat daar bij voorliggend initiatief rekening mee gehouden

6

kan worden. Getoetst is aan de situatie zoals die er nu is. En daarvan zijn de uitgangspunten zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek afdoende. Dit is ook voorgelegd aan de Omgevingsdienst die dit heeft geoordeeld. Er is dan ook geen reden te twijfelen aan het onderzoek en de opzet ervan. Inspreker maakt in de zienswijze niet duidelijk welke foutieve gegevens dan als uitgangspunt zijn gebruikt, behalve de constatering dat er sprake is van intensief vervoer van en naar het glastuinbouwbedrijf. Daarvan kan gezegd worden dat dit hoort bij het landelijk gebied en deze locatie en dat het toevoegen van een woning geen effect heeft op de bedrijfsvoering. In het aspect Bedrijven en milieuzonering is ingegaan op het aspect geluid vanwege de agrarische bedrijvigheid. Het gehele plangebied beslaat een oppervlakte van circa 7780 m2, waarvan 3861 m2 als bestemming wonen zou moeten worden aangemerkt. Nu er sprake is van een bestemmingsplanwijziging die betrekking heeft op het hele gebied dient het aspect archeologie integraal te worden betrokken in de ruimtelijke onderbouwing. De invloed van de factor archeologie is niet zorgvuldig onderbouwd. Het bestemmingsplan zou niet kunnen worden vastgesteld zonder voorafgaande vaststelling dat de verstoring van de archeologische waarden niet in het geding is.

Antwoord Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid dat is opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Zuid en West en het nu voorliggende bestemmingsplan Hoveniersweg 16, Zutphen, geldt het beleid dat van toepassing is. Dat beleid is verwoord in paragraaf 5.9 van de plantoelichting en is opgenomen in de planregels. Op het moment van een concreet bouwplan gelden de regels aangaande archeologie. Op dat moment wordt getoetst wat er ten aanzien van archeologie nodig is. Het is niet noodzakelijk om dit vooraf te onderzoeken. Door het gewraakte bestemmingsplan in procedure te brengen schendt de gemeente Zutphen (c.q. schendt de raad van de gemeente Zutphen) het vertrouwensbeginsel waarbij onze opdrachtgevers ervan uit mochten en mogen gaan dat alleen medewerking zou kunnen worden verleend aan initiatieven die overeenkomen met hetgeen is vastgelegd in vigerend beleid. Kijkend naar de conclusies 1 tot en met 12 is duidelijk dat het gewraakte bestemmingsplan niet alleen strijdig is met het vigerende beleid, maar is ook duidelijk dat bij het gewraakte bestemmingsplan sprake is van onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en onderbouwing. De enige eindconclusie kan volgens onze opdrachtgevers slechts luiden dat hier sprake is van een jammerlijke vergissing die zich alleen laat corrigeren door af te zien van verdere behandeling en voortzetting van de ruimtelijke procedure.

Mocht uw raad ondanks de in deze zienswijze tot uitdrukking gebrachte bezwaargronden toch besluiten tot vaststelling van het gewraakte bestemmingsplan, dan zijn onze opdrachtgevers voornemens om alle rechtsmiddelen die daartoe open staan te gebruiken om e.e.a. verder een halt toe te roepen en hun rechten in deze te beschermen. Antwoord Op grond van het vastgestelde beleid in de Structuurvisie Noordrand De Hoven, in de Visie Landelijk gebied, in de Woonvisie en in het bestemmingsplan Buitengebied Zuid en West (Rood voor Roodregeling) is voorliggend plan in procedure gebracht. Daarin is duidelijk verwoord dat de mogelijkheden voor Rood voor Rood toegepast kunnen worden en dat particulier initiatief wordt gesteund. Er wordt gewerkt met vastgesteld beleid. Door op deze manier te werken, zijn wij van mening dat er zorgvuldig wordt gehandeld. Het staat inspreker vrij om beroep bij de Raad van State in te stellen, zoals het recht dit aangeeft. Conclusie De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt alleen in tekstuele zin van de plantoelichting tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Conclusie Voorgesteld wordt het bestemmingsplan “Hoveniersweg 16 Zutphen” ten aanzien van de toelichting en regels gewijzigd vast te stellen en ten aanzien van de verbeelding ongewijzigd vast te stellen.

7

De toelichting wordt in de paragraaf Bedrijven en milieuzonering aangevuld. De regels worden in artikel 5, zoals onderstaand aangegeven, aangepast. De bijlage bij de regels wordt aangevuld met de beplantingssoorten die zijn toegestaan. Aanpassing van de plantoelichting. Paragraaf 5.6 Bedrijven en milieuzonering komt als volgt te luiden: 5.6 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof.

De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Volgens de publicatie Bedrijven en Milieuzonering wordt voor een kas (glastuinbouwbedrijf) een afstand geadviseerd van minimaal 30 meter tot een rustige woonwijk vanwege het aspect geluid. Voor de aspecten geur, stof en gevaar bedraagt de afstand minimaal 10 meter. In voorliggend geval is geen sprake van een rustige woonwijk gezien de diverse functies in het landelijk gebied. De afstand van de dichtstbijzijnde woning, de bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning, is 17 m. De afstand van de nieuwe woning tot aan de grens van de naastgelegen inrichting bedraagt meer dan 35 meter.

Dit is voor beide woningen en voor het glastuinbouwbedrijf voldoende afstand om een goed woon- en leefklimaat voor de woningen te hebben én voldoende ruimte voor het glastuinbouwbedrijf om te ondernemen binnen de huidige mogelijkheden. Daarmee voldoet het plan aan dit aspect als het gaat over bedrijven en milieuzonering en bestaan er ten aanzien van de milieuonderwerpen geur, stof, gevaar en geluid geen belemmeringen. Als de afstand van de gevoelige functie voldoende is ten opzichte van het glastuinbouwbedrijf, dan is dit andersom ook zo en is er voldoende scheiding tussen de functies. Aanpassing van de planregels: Artikel 5 Leiding – Gas 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een ondergrondse gasleiding met een diameter van maximaal 8 inch en een druk van maximaal 40 bar, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder afsluiterschema’s. 5.2 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 5.3 Bouwregels Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 10 m. Overige gebouwen en bouwwerken (kwetsbare

8

objecten), geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 5.4 Afwijken van de bouwregels Met omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen met uitzondering van kwetsbare objecten, mits: a. ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd; b. de veiligheid van de gasleiding mag niet worden geschaad; c. (schriftelijk) advies is verkregen van de leidingbeheerder.

5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Leiding – Gas’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 5.5.2 Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

5.5.3 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. 5.5.4 Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 5.4.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

Aan bijlage 1 van de regels wordt toegevoegd onderstaande soorten van gewassen die in aanmerking komen voor aanplant bij en/of boven de gasleiding met de bestemming ‘Leiding – Gas’: Geslacht/ soort

Naam (NL)

Max hoogte (in m)

Karakter (struik = s /

9

Crataegus monogyma Crataegus laevigata Rosa rubigunosa Rosa canina Corylus avellana Euonymus europaeus Cornus sanguinea Prunus spinosa Viburnum opulus Rhamnus cartharticus

eenstijlige meidoorn tweestijlige meidoorn egelantierroos hondsroos hazelaar karnidaalsmuts rode kornoelje sleedoorn Gelderse roos wegedoorn

8 8 3 3 6 4 4 4 4 5

boom = b) s/b s/b s s s s s s s s/b

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=438ff543-89c8-4d31-82d8-c2f31e10d9e4